De volgende conversatie schijnt te hebben plaatsgevonden tussen een Nederlandse en een buitenlandse schaker:
Buitenlander: "Do you know the difference between a gaspipe and you?"
Nederlander: ???
Buitenlander: "A gaspipe is a hollow cylinder, and you are a silly Hollander."
Se non è vero, è ben trovato.
"once help is assured to such an extent that it is apt to reduce individuals' efforts, it seems an obvious corollary to compel them to insure (or otherwise provide) against those common hazards of life." (F.A. Hayek, The Constitution of Liberty, hoofdstuk 19, over een mandaat tot verplichte ziekteverzekering)
zondag 5 februari 2006
Popper vs. Marx
Dezer dagen en weken passeren enkele klassiekers van de epistemologie (de tak van de filosofie die de kennistheorie omvat) mijn revue. Dit waren de helden van mijn studententijd... Momenteel is Poppers “The Open Society and its Enemies” aan de beurt. Mijn oog viel op iets dat je ongeveer “het signatuur van de meester”, zou kunnen noemen; één van die typische kenmerken waaraan je de auteur in kwestie bijna kan herkennen.
In casu is het één van die korte, glasheldere, simpele opmerkingen, bedriegelijk op het triviale af, die tegelijk voor hun doelwit zo dodelijk in hun eenvoud zijn. Dat doelwit was de historische filosofie van Marx. In deze filosofie lagen de toekomstige contouren van de geschiedenis al grotendeels vast, en vermits de bijhorende moeilijkheden en crisissen onvermijdelijk waren, was het beste dat we konden doen “de geboortepijnen verminderen”.
Dus schaarde Marx zich aan de zijde van de arbeidersklasse, waarvan “op wetenschappelijke basis” was uitgemaakt dat zij de klasse van de toekomst waren. En hoewel dat voor veel Marxisten niets anders was dan een soort opportunisme (kies de kant van de overwinnaar) was dat volgens Popper bij Marx niet zo. Marx was werkelijk verontwaardigd om de levensomstandigheden van de arbeiders in de vroege negentiende eeuw, Marx dacht werkelijk dat het niet kon, mocht, en zou blijven duren, en Marx probeerde werkelijk het einde van die omstandigheden dichterbij te brengen.
Maar ethisch correct betekent nog niet logisch correct. Want wat is eigenlijk het verschil met het (afgekeurde) recht van de sterkste; “might is right”? In een filosofie als die van Hegel, waar (uitgerekend) in het tijdperk van Hegel zelf de staat de hoogste ontwikkeling van het menselijk kunnen vertegenwoordigde, was er geen enkele instantie die nog kritische afstand kon nemen van wat die staat allemaal uitspookte. De moraal zelf zou immers de uitdrukking zijn van die hoogste ontwikkeling, en dus van de staat zelf – en de deur naar allerlei totalitarismen stond rekwijd open.
Maar als de moraal niet langer de uitdrukking is van de machthebbers van vandaag, maar wel van de (beweerde) machthebbers van morgen? Dan volstaat het te pontificeren wat de hoogste ontwikkeling van het menselijk kunnen morgen zal zijn, en iedereen die het anders ziet kan zijn ticket naar het heropvoedingskamp verwachten. Precies zoals ook gebeurd is. En dus was er geen wezenlijk verschil tussen het recht van de sterkste en de moraal van de (beweerde) toekomstige sterkste, en overigens ook niet met het morele conservatisme dat een verleden superioriteit predikt.
Simpel, maar bonjour.
In casu is het één van die korte, glasheldere, simpele opmerkingen, bedriegelijk op het triviale af, die tegelijk voor hun doelwit zo dodelijk in hun eenvoud zijn. Dat doelwit was de historische filosofie van Marx. In deze filosofie lagen de toekomstige contouren van de geschiedenis al grotendeels vast, en vermits de bijhorende moeilijkheden en crisissen onvermijdelijk waren, was het beste dat we konden doen “de geboortepijnen verminderen”.
Dus schaarde Marx zich aan de zijde van de arbeidersklasse, waarvan “op wetenschappelijke basis” was uitgemaakt dat zij de klasse van de toekomst waren. En hoewel dat voor veel Marxisten niets anders was dan een soort opportunisme (kies de kant van de overwinnaar) was dat volgens Popper bij Marx niet zo. Marx was werkelijk verontwaardigd om de levensomstandigheden van de arbeiders in de vroege negentiende eeuw, Marx dacht werkelijk dat het niet kon, mocht, en zou blijven duren, en Marx probeerde werkelijk het einde van die omstandigheden dichterbij te brengen.
Maar ethisch correct betekent nog niet logisch correct. Want wat is eigenlijk het verschil met het (afgekeurde) recht van de sterkste; “might is right”? In een filosofie als die van Hegel, waar (uitgerekend) in het tijdperk van Hegel zelf de staat de hoogste ontwikkeling van het menselijk kunnen vertegenwoordigde, was er geen enkele instantie die nog kritische afstand kon nemen van wat die staat allemaal uitspookte. De moraal zelf zou immers de uitdrukking zijn van die hoogste ontwikkeling, en dus van de staat zelf – en de deur naar allerlei totalitarismen stond rekwijd open.
Maar als de moraal niet langer de uitdrukking is van de machthebbers van vandaag, maar wel van de (beweerde) machthebbers van morgen? Dan volstaat het te pontificeren wat de hoogste ontwikkeling van het menselijk kunnen morgen zal zijn, en iedereen die het anders ziet kan zijn ticket naar het heropvoedingskamp verwachten. Precies zoals ook gebeurd is. En dus was er geen wezenlijk verschil tussen het recht van de sterkste en de moraal van de (beweerde) toekomstige sterkste, en overigens ook niet met het morele conservatisme dat een verleden superioriteit predikt.
Simpel, maar bonjour.
zaterdag 4 februari 2006
Huishoudelijk: "kijk, dat bedoel ik nu".
Momenteel ben ik aan het oefenen met de links.
Daarmee heb ik heel preciese plannen. Er komen alleen links in naar blogs die ik ook werkelijk lees, en waar ik minstens af en toe zin heb om er als commentator mee in te springen.
Momenteel is er maar één blog dat daaraan voldoet, en dat is het blog van Luc Van Braekel. (Ik twijfel er nauwelijks aan dat er meerdere blogs in aanmerking komen, maar ik ken ze gewoon niet.)
Dus heb ik nauwkeurig de instructies gevolgd, die maken dat je op de ruimte rechts, onder "links", die "edit-me" kan vervangen door de link die je er kwijt wil.
En lo and behold, het is mislukt!
Het is echter niet helemaal mislukt, want als je nu op de tweede "edit me" klikt, dan kom je, jawel, uit op het blog van Luc Van Braekel. Alleen is om één of andere mysterieuze reden de "edit me" blijven staan onder de "links".
Zorgvuldig alle instructies overdoen leidt tot precies hetzelfde resultaat.
En dat lijkt me nu een perfect voorbeeld van de reden waarom ik in zeer kleine stapjes van dit blog een echt blog moet proberen te maken. Want het verdict lijkt me wel duidelijk: als je zelfs dit niet kan, dan moet je maar niet meteen in de oceaan tussen de sharks gaan zwemmen.
(Momenteel loopt er in de nieuwsgroep be.politics van usenet een draad "outing" waaruit ik al de raad heb overgenomen het lettertype groter te houden. Het is niet uitgesloten dat verdere ontwikkelingen daar deze post overbodig zullen maken.)
Daarmee heb ik heel preciese plannen. Er komen alleen links in naar blogs die ik ook werkelijk lees, en waar ik minstens af en toe zin heb om er als commentator mee in te springen.
Momenteel is er maar één blog dat daaraan voldoet, en dat is het blog van Luc Van Braekel. (Ik twijfel er nauwelijks aan dat er meerdere blogs in aanmerking komen, maar ik ken ze gewoon niet.)
Dus heb ik nauwkeurig de instructies gevolgd, die maken dat je op de ruimte rechts, onder "links", die "edit-me" kan vervangen door de link die je er kwijt wil.
En lo and behold, het is mislukt!
Het is echter niet helemaal mislukt, want als je nu op de tweede "edit me" klikt, dan kom je, jawel, uit op het blog van Luc Van Braekel. Alleen is om één of andere mysterieuze reden de "edit me" blijven staan onder de "links".
Zorgvuldig alle instructies overdoen leidt tot precies hetzelfde resultaat.
En dat lijkt me nu een perfect voorbeeld van de reden waarom ik in zeer kleine stapjes van dit blog een echt blog moet proberen te maken. Want het verdict lijkt me wel duidelijk: als je zelfs dit niet kan, dan moet je maar niet meteen in de oceaan tussen de sharks gaan zwemmen.
(Momenteel loopt er in de nieuwsgroep be.politics van usenet een draad "outing" waaruit ik al de raad heb overgenomen het lettertype groter te houden. Het is niet uitgesloten dat verdere ontwikkelingen daar deze post overbodig zullen maken.)
Familie
Een hele tijd geleden vroeg ik aan iemand die ik enkel via het werk kende, het volgende. Hoe dicht schat je dat jij en ik aan elkaar verwant zijn? Jammer genoeg had ik niet gezien dat dit een levensgroot open doel was, en toen hij zonder een seconde te moeten nadenken antwoordde met “te dicht”, kon ik alleen maar toegeven: hit and sunk.
Maar hoe nauw schatte hij nu in dat hij en ik aan elkaar verwant waren? Hadden we een gemeenschappelijke grootvader? Of moesten we daarvoor terug Ghengis Khan? Of wellicht waren we helemaal niet verwant? En eerlijk gezegd weet ik al niet meer wat hij dààr precies op te zeggen had. Alleen weet ik wel dat heel veel mensen verbaasd zijn over wat nu volgt.
Beginnend met onszelf, hebben we allemaal twee ouders. En die hadden elk ook twee ouders. Dat is vier. En die vier hadden elk twee ouders, zodat we bij acht zijn. Kom, zeg dat een generatie 25 jaar duurt, dan geldt voor een baby die geboren is in 2000, dat er in 1900 16 baby’s zijn geboren die de ouders van zijn overgrootouders zullen worden. En hetzelfde geldt voor mijn alerte gesprekspartner, en voor om het even wie. 100 jaar geleden hadden twee willekeurige mensen ofwel een gemeenschappelijke voorouder, ofwel waren er, afgerond natuurlijk, 32 verschillende mensen op de planeet. En dat in veel gevallen – zoals, bijvoorbeeld, voor twee Belgen – op een relatief beperkte ruimte.
32 verschillende mensen in België in, zeg, het jaar 1900, dat is niet verbijsterend. Er zijn dan minder dan 7 miljoen Belgen. Maar het verschijnsel van voortdurende verdubbeling herkennen we van de “Samengestelde Interest”. Wat niet zo verbijsterend is in het begin, loopt al gauw flink op. Tenzij we gemeenschappellijke voorouders hebben in, respectievelijk, 1875, 1850, 1825 en 1800, liepen er in die jaren respectievelijk 64, 128, 256 en 512 verschillende mensen rond. Zelfs als er een hoop overlap is, hebben we toch een goed idee van de grootte-ordes, dus laten we daar abstractie van maken. Gegeven dat er in 1800 rond de 4 miljoen Belgen zullen geweest zijn is het idee dat we helemaal geen familie van elkaar zijn nog steeds niets om ons zorgen over te maken.
Voor 1700 zijn er, tenzij we intussen familie van elkaar blijken te zijn (QED), 8,192 verschillende mensen, op een bevolking van een 2 mio Belgen. En voor 1600 zijn er meer dan 131,000 verschillende mensen, op een bevolking van 1.5 mio Belgen – tenzij we binnen de laatste 400 jaar familie van elkaar zijn: “QED”. Zullen we verder gaan? Hoeft niet, het arikel over “Samengestelde Interest” zegt immers wat er zal gebeuren. We hoeven geen eeuwen meer terug te gaan, en we zijn ofwel familie van elkaar, ofwel hadden we samen meer voorouders dan er mensen waren: QED. Tja, die constante verdubbeling, je moet durven voorbij de horizon denken, maar wat je daar te zien krijgt is wel de moeite...
Maar hoe nauw schatte hij nu in dat hij en ik aan elkaar verwant waren? Hadden we een gemeenschappelijke grootvader? Of moesten we daarvoor terug Ghengis Khan? Of wellicht waren we helemaal niet verwant? En eerlijk gezegd weet ik al niet meer wat hij dààr precies op te zeggen had. Alleen weet ik wel dat heel veel mensen verbaasd zijn over wat nu volgt.
Beginnend met onszelf, hebben we allemaal twee ouders. En die hadden elk ook twee ouders. Dat is vier. En die vier hadden elk twee ouders, zodat we bij acht zijn. Kom, zeg dat een generatie 25 jaar duurt, dan geldt voor een baby die geboren is in 2000, dat er in 1900 16 baby’s zijn geboren die de ouders van zijn overgrootouders zullen worden. En hetzelfde geldt voor mijn alerte gesprekspartner, en voor om het even wie. 100 jaar geleden hadden twee willekeurige mensen ofwel een gemeenschappelijke voorouder, ofwel waren er, afgerond natuurlijk, 32 verschillende mensen op de planeet. En dat in veel gevallen – zoals, bijvoorbeeld, voor twee Belgen – op een relatief beperkte ruimte.
32 verschillende mensen in België in, zeg, het jaar 1900, dat is niet verbijsterend. Er zijn dan minder dan 7 miljoen Belgen. Maar het verschijnsel van voortdurende verdubbeling herkennen we van de “Samengestelde Interest”. Wat niet zo verbijsterend is in het begin, loopt al gauw flink op. Tenzij we gemeenschappellijke voorouders hebben in, respectievelijk, 1875, 1850, 1825 en 1800, liepen er in die jaren respectievelijk 64, 128, 256 en 512 verschillende mensen rond. Zelfs als er een hoop overlap is, hebben we toch een goed idee van de grootte-ordes, dus laten we daar abstractie van maken. Gegeven dat er in 1800 rond de 4 miljoen Belgen zullen geweest zijn is het idee dat we helemaal geen familie van elkaar zijn nog steeds niets om ons zorgen over te maken.
Voor 1700 zijn er, tenzij we intussen familie van elkaar blijken te zijn (QED), 8,192 verschillende mensen, op een bevolking van een 2 mio Belgen. En voor 1600 zijn er meer dan 131,000 verschillende mensen, op een bevolking van 1.5 mio Belgen – tenzij we binnen de laatste 400 jaar familie van elkaar zijn: “QED”. Zullen we verder gaan? Hoeft niet, het arikel over “Samengestelde Interest” zegt immers wat er zal gebeuren. We hoeven geen eeuwen meer terug te gaan, en we zijn ofwel familie van elkaar, ofwel hadden we samen meer voorouders dan er mensen waren: QED. Tja, die constante verdubbeling, je moet durven voorbij de horizon denken, maar wat je daar te zien krijgt is wel de moeite...
vrijdag 3 februari 2006
Een belastingbetaler wil weten:
Vandaag gleed mijn blik over de volgende informatie. Indien iemand (bijvoorbeeld: een staat) een grote schuld had; en indien er redenen waren om aan te nemen dat dat nog heel lang zo zal blijven, dan zou die iemand de toekomstige rente op die schuld kunnen vastleggen, voor heel lange periodes. Bijvoorbeeld, op vijftig (50) jaar – en dit is de informatie waar het om gaat – zou dat (afgerond) 4% kosten.
Vier percent! En dat vijf – tig – jaar lang! 4% is iets wat we vaak genoeg als rente op een spaarboekje kregen. Pakweg 15 jaar geleden stond de korte rente op 10%; ik mag er niet aan denken wat voor langdurende rentes er ooit geweest zijn. 4%, 50 jaar lang, het is zo goed als niets.
En dus is de vraag: waarom leggen onze bewindslieden, zo briljant dat ze van ministerpost kunnen verwisselen zoals een normaal mens van hemd, dit behoorlijk laag niveau niet gewoon vast?
Nu is hier een mogelijk antwoord: rentes kunnen even goed dalen als stijgen. En als we vandaag aan 4% vastleggen, wat we later nog lager kunnen vastleggen, dan zal het ook weer niet goed zijn. En dat is zeer juist. Maar is het risico niet assymetrisch? Momenteel hebben we een zekere kortlopende schuld. Als de rente stijgt, dan stijgen de lasten daarop al snel mee. Valt er aan een stijging, waar we nu aan blootgesteld zijn, niet meer te verliezen, dan aan de daling, waaraan we in mijn voorstel aan blootgesteld zijn?
Stel dat iemand je verplicht het volgende spel te spelen: Je ontvangt 100,000 euro, maar je hoofd gaat er af indien ofwel de rente met vier procentpunten zakt, en dus boven de 8 gaat, ofwel met 4 procentpunten zakt, en dus onder de nul gaat.. Je mag alleen zelf kiezen in welk van beide scenario’s je hoofd er af gaat; in het andere scenario is er niets aan de hand.
Ik denk dat veel mensen zouden kiezen voor het scenario waarin ze bij interestvoeten onder nul hun hoofd verliezen. Kortom, het risico is assymetrisch. En dus was dat tegenargument niet zo’n heel goed tegenargument.
Natuurlijk, als je vandaag je schuld financiert aan de kortlopende rente, pakweg 2.50%, dan is dat 1.50% goedkoper dan wanneer je er (voor de komende 50 jaar, en dus ook nu meteen) 4% van had gemaakt. Per schijf van 100,000,000 euro (en wat stelt dat voor op de staatsschuld?) kost dat 1.5 mio (op jaarbasis). Maar je moet hopen dat de interest bij de eerstvolgende vervaldag, typisch enkele maanden, niet een heel stuk hoger ligt.
Dus als het de bedoeling is de cijfers nu mooi te doen lijken, en de cijfers voor de toekomst maar aan de toekomstige belastingbetaler over te laten, dan is het perfect begrijpelijk wat ze aan het doen zijn. De verkozenen des volks hoeven over 5, of 10, of 20, of 30 jaar en meer, niet meer herkozen te worden. Maar de belastingbetaler zal over 20 en 30 jaar wel nog steeds belastingen betalen.
Hopelijk hebben ze veel betere redenen voor wat ze aan het doen zijn. Het zou toch jammer zijn als we binnen enkele (tientallen) jaren te veel geld naar interestlasten zien gaan, en te weinig naar, zeg, infrastructuur of pensioenen, omdat de politici van vandaag aan de verkiezing denken, en niet aan de gemeenschap die ze moesten dienen?
Vier percent! En dat vijf – tig – jaar lang! 4% is iets wat we vaak genoeg als rente op een spaarboekje kregen. Pakweg 15 jaar geleden stond de korte rente op 10%; ik mag er niet aan denken wat voor langdurende rentes er ooit geweest zijn. 4%, 50 jaar lang, het is zo goed als niets.
En dus is de vraag: waarom leggen onze bewindslieden, zo briljant dat ze van ministerpost kunnen verwisselen zoals een normaal mens van hemd, dit behoorlijk laag niveau niet gewoon vast?
Nu is hier een mogelijk antwoord: rentes kunnen even goed dalen als stijgen. En als we vandaag aan 4% vastleggen, wat we later nog lager kunnen vastleggen, dan zal het ook weer niet goed zijn. En dat is zeer juist. Maar is het risico niet assymetrisch? Momenteel hebben we een zekere kortlopende schuld. Als de rente stijgt, dan stijgen de lasten daarop al snel mee. Valt er aan een stijging, waar we nu aan blootgesteld zijn, niet meer te verliezen, dan aan de daling, waaraan we in mijn voorstel aan blootgesteld zijn?
Stel dat iemand je verplicht het volgende spel te spelen: Je ontvangt 100,000 euro, maar je hoofd gaat er af indien ofwel de rente met vier procentpunten zakt, en dus boven de 8 gaat, ofwel met 4 procentpunten zakt, en dus onder de nul gaat.. Je mag alleen zelf kiezen in welk van beide scenario’s je hoofd er af gaat; in het andere scenario is er niets aan de hand.
Ik denk dat veel mensen zouden kiezen voor het scenario waarin ze bij interestvoeten onder nul hun hoofd verliezen. Kortom, het risico is assymetrisch. En dus was dat tegenargument niet zo’n heel goed tegenargument.
Natuurlijk, als je vandaag je schuld financiert aan de kortlopende rente, pakweg 2.50%, dan is dat 1.50% goedkoper dan wanneer je er (voor de komende 50 jaar, en dus ook nu meteen) 4% van had gemaakt. Per schijf van 100,000,000 euro (en wat stelt dat voor op de staatsschuld?) kost dat 1.5 mio (op jaarbasis). Maar je moet hopen dat de interest bij de eerstvolgende vervaldag, typisch enkele maanden, niet een heel stuk hoger ligt.
Dus als het de bedoeling is de cijfers nu mooi te doen lijken, en de cijfers voor de toekomst maar aan de toekomstige belastingbetaler over te laten, dan is het perfect begrijpelijk wat ze aan het doen zijn. De verkozenen des volks hoeven over 5, of 10, of 20, of 30 jaar en meer, niet meer herkozen te worden. Maar de belastingbetaler zal over 20 en 30 jaar wel nog steeds belastingen betalen.
Hopelijk hebben ze veel betere redenen voor wat ze aan het doen zijn. Het zou toch jammer zijn als we binnen enkele (tientallen) jaren te veel geld naar interestlasten zien gaan, en te weinig naar, zeg, infrastructuur of pensioenen, omdat de politici van vandaag aan de verkiezing denken, en niet aan de gemeenschap die ze moesten dienen?
donderdag 2 februari 2006
Lap...
Het experiment is nog geen week bezig, en ik voel al scherp het verschil met een echt blog.
Een echt blog is een blog met lezers, en commentaren. Het is immers zoals met een voetbalteam. Belangrijker dan de individuele spelers is hoe ze de bal rondspelen. Op dezelfde manier moet een blog een knooppunt zijn in een web van opinies, een ontmoetingsplaats van ideeën en informatie.
Terwijl dit blog momenteel een meervoudige oefening is. Een oefening in het opzetten van blogs, of hoe je settings aanpast. Een ervaring met hoe moeilijk het is om geregeld iets te schrijven; iets dat momenteel meevalt, maar na vijf dagen nog heel sterk te bezien blijft. En tenslotte is er het gevecht met de ratio “inhoud over lengte”. Om een hoge uitkomst te krijgen moet de teller “inhoud” hoog zijn, maar de noemer “lengte” laag. Anderen kunnen misschien inhoud brengen in een serie one-liners, maar ik niet. En dus waren de eerste posts een oefening in exploderende lengte – en de ware surfer haakt af.
Maar dat is allemaal niets vergeleken met de echte leemte. Een echt blog, zoals hoger gedefiniëerd, zou op de vraag “hoe zat dat ook alweer” uit een vorige post, ook een antwoord gekregen hebben. Nu was die post een oefening om in vier paragrafen het al dan niet ingebeeld contrast tussen twee wetenschappen voor te stellen. Een echt blog was evenwel te weten gekomen of het verhaal nu nog waar is ook. “Natuurlijk is dat een echt citaat, die auteur, dat boek, hoofdstuk zus, pagina zo, ciaoooooo, X”.
Dus je hebt lezers nodig, en reacties. Lezers heb je een beetje in de hand. Ik heb nog niet uitgeknobbeld hoe ik publiciteit maak, maar het schijnt niet zeer moeilijk te zijn, en dan hangt het van jezelf af. Even aangenomen dat het wel zou lukken: het probleem zit in de commentaar.
Veel, heel veel, ervaring met usenet en andere blogs leert dat zinvolle interactiviteit opereert tussen “te weinig” (zoals hier en nu) en “te veel” (zoals bijna overal elders). Spamrobotten knallen je schermen vol, echte en mentale pubers willen hun behoefte aan “ik moet ook iets zeggen” kwijt, mensen met vooroordelen proberen van jouw stukje ruimte een punt te maken dat hun vooroordelen bevestigt, en er is de drang om iedereen te overtuigen van dingen die op het simpelste niveau niet waar zijn. Allemaal echt gebeurd; allemaal zelf gezien en meegemaakt.
Daar heb ik dus geen zin in. En omdat ik dat (“te veel”) erger vind dan helemaal geen reacties en dus nieuwe inzichten (“te weinig”) blijft het voorlopig maar zo. Het is een kwestie van kosten, en opbrengsten, en momenteel lijken de kosten van een echt blog me te hoog. Jammer van de potentiële opbrengsten, dat wel.
Een echt blog is een blog met lezers, en commentaren. Het is immers zoals met een voetbalteam. Belangrijker dan de individuele spelers is hoe ze de bal rondspelen. Op dezelfde manier moet een blog een knooppunt zijn in een web van opinies, een ontmoetingsplaats van ideeën en informatie.
Terwijl dit blog momenteel een meervoudige oefening is. Een oefening in het opzetten van blogs, of hoe je settings aanpast. Een ervaring met hoe moeilijk het is om geregeld iets te schrijven; iets dat momenteel meevalt, maar na vijf dagen nog heel sterk te bezien blijft. En tenslotte is er het gevecht met de ratio “inhoud over lengte”. Om een hoge uitkomst te krijgen moet de teller “inhoud” hoog zijn, maar de noemer “lengte” laag. Anderen kunnen misschien inhoud brengen in een serie one-liners, maar ik niet. En dus waren de eerste posts een oefening in exploderende lengte – en de ware surfer haakt af.
Maar dat is allemaal niets vergeleken met de echte leemte. Een echt blog, zoals hoger gedefiniëerd, zou op de vraag “hoe zat dat ook alweer” uit een vorige post, ook een antwoord gekregen hebben. Nu was die post een oefening om in vier paragrafen het al dan niet ingebeeld contrast tussen twee wetenschappen voor te stellen. Een echt blog was evenwel te weten gekomen of het verhaal nu nog waar is ook. “Natuurlijk is dat een echt citaat, die auteur, dat boek, hoofdstuk zus, pagina zo, ciaoooooo, X”.
Dus je hebt lezers nodig, en reacties. Lezers heb je een beetje in de hand. Ik heb nog niet uitgeknobbeld hoe ik publiciteit maak, maar het schijnt niet zeer moeilijk te zijn, en dan hangt het van jezelf af. Even aangenomen dat het wel zou lukken: het probleem zit in de commentaar.
Veel, heel veel, ervaring met usenet en andere blogs leert dat zinvolle interactiviteit opereert tussen “te weinig” (zoals hier en nu) en “te veel” (zoals bijna overal elders). Spamrobotten knallen je schermen vol, echte en mentale pubers willen hun behoefte aan “ik moet ook iets zeggen” kwijt, mensen met vooroordelen proberen van jouw stukje ruimte een punt te maken dat hun vooroordelen bevestigt, en er is de drang om iedereen te overtuigen van dingen die op het simpelste niveau niet waar zijn. Allemaal echt gebeurd; allemaal zelf gezien en meegemaakt.
Daar heb ik dus geen zin in. En omdat ik dat (“te veel”) erger vind dan helemaal geen reacties en dus nieuwe inzichten (“te weinig”) blijft het voorlopig maar zo. Het is een kwestie van kosten, en opbrengsten, en momenteel lijken de kosten van een echt blog me te hoog. Jammer van de potentiële opbrengsten, dat wel.
woensdag 1 februari 2006
Dingen die "iedereen" zou moeten weten: "Samengestelde Interest"
Zoals ik het me heb laten vertellen was het Einstein die de vraag kreeg voorgeschoteld. Als er één ding was waarvan je zou kunnen maken dat iedereen het weet, wat zou dat ene ding dan zijn? En het antwoord was: “samengestelde interest”. En even toegegeven dat we, vanzelfsprekend, helemaal niets moeten weten, en dat veel mensen heel gelukkig zijn door juist heel weinig te weten, is het toch de moeite even het spoor te volgen. Wat kan Einstein nu zo fascinerend vinden aan “samengestelde interest”?
Het begin is niet veelbelovend. “Interest”, dat is wat je krijgt uitgekeerd op, bijvoorbeeld, je spaarboekje. Dus: 100 vandaag aan 2% is volgend jaar 102. En die 102 na nog een jaar, steeds aan 2%, is 104.04, en na nog een jaar 106.12. Nauwelijks een onderwerp waar je een gezellige avond aan wil wijden.
Het punt zit hier. Met “samengestelde interest” hebben we het (impliciet) over een constante groei, dat wil zeggen, minstens gemiddeld aan een voortdurend zelfde tarief (in mijn voorbeeld: 2%). En indien we iets laten groeien aan een constant – al was het maar gemiddeld – tarief, dan is het een kwestie van tijd voor dat iets, bijvoorbeeld het geld op het spaarboekje, verdubbelt. Voor ons spaarboekje aan twee percent is dat na 35 jaar. En als we leven in tijden van lage interestvoeten, en we groeien maar aan 1% per jaar? Dan is het antwoord: na 70 jaar.
En daarmee lijkt het onderwerp ongeveer uitgeput, nietwaar? Tussen de 30 en de 70 jaar wachten om je geld te zien verdubbelen, dat maakt dat een telefoonboek er boeiend gaat uitzien.
Maar wat voor het ene onderwerp onpractisch lang is, is voor het andere een oogwenk. Neem nu bevolkingsgroei. We horen vaak zeggen dat “we” te weinig bevolkingsgroei kennen, en dat zonder bevolkingsgroei de beschaving niet vol te houden valt, etcetera. Terwijl, als iedereen Einsteins raad zou toepassen, iedereen ook voor zichzelf de fouten uit dat soort discours kon halen.
Als we een bevolking nemen die groeit met 1% per jaar (en dat is niet erg veel), dan is, dus, de bevolking verdubbeld na 70 jaar. Na 140 jaar zijn ze met 4 keer zoveel. Voor een spaarboekje is dat veel te lang, op historische schaal stelt het niets voor. Na 700 jaar zijn ze met, hou je vast, 1,000 (als ik even 2 tot de macht 10 mag afronden) keer zoveel. Als er in België in het jaar 1302 1 miljoen inwoners waren, en die waren tot vandaag toegenomen aan de niet bijster hoge groei van 1% per jaar, dan waren er nu 1 miljard Belgen. De grootte-orde van het aantal Chinezen.
Kortom, het gebeurt doodeenvoudig niet. Ik weet niet waar ze hun nood aan bevolkingsgroei vandaan halen; misschien is het een toepassing van het bijbelse “gaat en vermenigvuldig u”, maar in dat geval is de waarheid dat de bijbel Einstein niet gelezen heeft. Op het meest simpele niveau kan iedereen voor zichzelf uitrekenen dat geen bevolking ooit voor “langere tijd” (en wat zijn enkele decennia, zelfs eeuwen op de historische schaal?) zelfs maar aan 1% per jaar groeit. De historische realiteit is dat er in normale omstandigheden geboortenoverschotten zijn, dat er daarbij een groei van 3, af en toe zelfs 4 percent kan zijn, en... dat de explosie dan zo snel toeneemt dat heel de boel al snel door oorlogen, hongersnoden, ziektes of whatever weer onder controle komt.
Desondanks lijkt het er tegenwoordig op dat economische groei de problemen kan oplossen. Maar zelfs economische groei kan niet verhinderen dat ofwel de bevolkingsgroei aan een (gemiddeld) constant tempo moet stoppen, ofwel dat er een periode is waarbinnen de bevolking verdubbelt. En dan is het een kwestie van verbazingwekkend weinig tijd, historisch gesproken, voor ze met 1,000 keer het oorspronkelijk aantal zijn. En als dat niet overtuigend lijkt, wel, dan wachten we gewoon nog eens diezelfde periode, en nu zijn het er 2,000 keer zoveel.
Als ik mijn spreadsheet een beetje fatsoenlijk heb behandeld, dan duurt het aan een groei van 1% per jaar 650 jaar voor er in België 6 miljard mensen leven; evenveel als op de hele aarde nu. Kan economische groei dat aan? Goedgoed, na 720 jaar zijn er in België twee keer zoveel mensen als vandaag in de hele wereld. Nog steeds geen probleem? Na 790 jaar zijn het er vier keer zoveel, na 860 jaar acht keer zoveel, na 930 jaar 16 keer zoveel, en de volgende getallen in de rij zijn 32, 64 en 128.
Of hoe het bijbelse “gaat en vermenigvuldig u” eigenlijk in alle varianten - het is alleen maar een kwestie van tijd - transformeert in “après nous le déluge”. Ongetwijfeld had Einstein nog veel meer redenen om “samengestelde interest” zo belangrijk te vinden. Maar dit alleen al lijkt me ons een heel eind op weg te helpen.
Het begin is niet veelbelovend. “Interest”, dat is wat je krijgt uitgekeerd op, bijvoorbeeld, je spaarboekje. Dus: 100 vandaag aan 2% is volgend jaar 102. En die 102 na nog een jaar, steeds aan 2%, is 104.04, en na nog een jaar 106.12. Nauwelijks een onderwerp waar je een gezellige avond aan wil wijden.
Het punt zit hier. Met “samengestelde interest” hebben we het (impliciet) over een constante groei, dat wil zeggen, minstens gemiddeld aan een voortdurend zelfde tarief (in mijn voorbeeld: 2%). En indien we iets laten groeien aan een constant – al was het maar gemiddeld – tarief, dan is het een kwestie van tijd voor dat iets, bijvoorbeeld het geld op het spaarboekje, verdubbelt. Voor ons spaarboekje aan twee percent is dat na 35 jaar. En als we leven in tijden van lage interestvoeten, en we groeien maar aan 1% per jaar? Dan is het antwoord: na 70 jaar.
En daarmee lijkt het onderwerp ongeveer uitgeput, nietwaar? Tussen de 30 en de 70 jaar wachten om je geld te zien verdubbelen, dat maakt dat een telefoonboek er boeiend gaat uitzien.
Maar wat voor het ene onderwerp onpractisch lang is, is voor het andere een oogwenk. Neem nu bevolkingsgroei. We horen vaak zeggen dat “we” te weinig bevolkingsgroei kennen, en dat zonder bevolkingsgroei de beschaving niet vol te houden valt, etcetera. Terwijl, als iedereen Einsteins raad zou toepassen, iedereen ook voor zichzelf de fouten uit dat soort discours kon halen.
Als we een bevolking nemen die groeit met 1% per jaar (en dat is niet erg veel), dan is, dus, de bevolking verdubbeld na 70 jaar. Na 140 jaar zijn ze met 4 keer zoveel. Voor een spaarboekje is dat veel te lang, op historische schaal stelt het niets voor. Na 700 jaar zijn ze met, hou je vast, 1,000 (als ik even 2 tot de macht 10 mag afronden) keer zoveel. Als er in België in het jaar 1302 1 miljoen inwoners waren, en die waren tot vandaag toegenomen aan de niet bijster hoge groei van 1% per jaar, dan waren er nu 1 miljard Belgen. De grootte-orde van het aantal Chinezen.
Kortom, het gebeurt doodeenvoudig niet. Ik weet niet waar ze hun nood aan bevolkingsgroei vandaan halen; misschien is het een toepassing van het bijbelse “gaat en vermenigvuldig u”, maar in dat geval is de waarheid dat de bijbel Einstein niet gelezen heeft. Op het meest simpele niveau kan iedereen voor zichzelf uitrekenen dat geen bevolking ooit voor “langere tijd” (en wat zijn enkele decennia, zelfs eeuwen op de historische schaal?) zelfs maar aan 1% per jaar groeit. De historische realiteit is dat er in normale omstandigheden geboortenoverschotten zijn, dat er daarbij een groei van 3, af en toe zelfs 4 percent kan zijn, en... dat de explosie dan zo snel toeneemt dat heel de boel al snel door oorlogen, hongersnoden, ziektes of whatever weer onder controle komt.
Desondanks lijkt het er tegenwoordig op dat economische groei de problemen kan oplossen. Maar zelfs economische groei kan niet verhinderen dat ofwel de bevolkingsgroei aan een (gemiddeld) constant tempo moet stoppen, ofwel dat er een periode is waarbinnen de bevolking verdubbelt. En dan is het een kwestie van verbazingwekkend weinig tijd, historisch gesproken, voor ze met 1,000 keer het oorspronkelijk aantal zijn. En als dat niet overtuigend lijkt, wel, dan wachten we gewoon nog eens diezelfde periode, en nu zijn het er 2,000 keer zoveel.
Als ik mijn spreadsheet een beetje fatsoenlijk heb behandeld, dan duurt het aan een groei van 1% per jaar 650 jaar voor er in België 6 miljard mensen leven; evenveel als op de hele aarde nu. Kan economische groei dat aan? Goedgoed, na 720 jaar zijn er in België twee keer zoveel mensen als vandaag in de hele wereld. Nog steeds geen probleem? Na 790 jaar zijn het er vier keer zoveel, na 860 jaar acht keer zoveel, na 930 jaar 16 keer zoveel, en de volgende getallen in de rij zijn 32, 64 en 128.
Of hoe het bijbelse “gaat en vermenigvuldig u” eigenlijk in alle varianten - het is alleen maar een kwestie van tijd - transformeert in “après nous le déluge”. Ongetwijfeld had Einstein nog veel meer redenen om “samengestelde interest” zo belangrijk te vinden. Maar dit alleen al lijkt me ons een heel eind op weg te helpen.
Anachronisme
Vandaag, voorpagina van de Standaard. Koning Albert doet een scherpe uitval naar het "anachronistische" separatisme.
Wacht. Even pauzeren om te zien of ik het wel goed begrepen heb.
Dus nu maken we mee dat "Wij, Albert, Koning der Belgen" aan anderen verwijten stuurt over hun, hou je vast, anachronistisch denken??
Je moet er maar opkomen.
Wacht. Even pauzeren om te zien of ik het wel goed begrepen heb.
Dus nu maken we mee dat "Wij, Albert, Koning der Belgen" aan anderen verwijten stuurt over hun, hou je vast, anachronistisch denken??
Je moet er maar opkomen.
dinsdag 31 januari 2006
Hoe zat dat ook alweer...?
Ergens, ooit, denk ik iets te hebben gelezen dat gaat als volgt. Er zijn wetenschappen die gaan over beestig ingewikkelde onderwerpen, zoals de biologie gaat over levende organismen, maar waarvan de basistheorieën zeer simpele, gemakkelijk te begrijpen concepten zijn (natuurlijke selectie, kin selection, mutual support, etcetera). En anderzijds zijn er wetenschappen die met buitengewoon moeilijke theorieën (quantummechanica) buitengewoon simpele onderwerpen (bijvoorbeeld: een electron) te lijf gaan.
Ten eerste vraag ik me af of het waar is, dan wel dat ik het zelf verzonnen heb, en vervolgens mezelf voor waar heb wijsgemaakt. Een goed begin is proberen andere voorbeelden te bedenken. Kosmologie; zeker buitengewoon complex en ontoegankelijk als theorie. Klopt het eigenlijk niet dat het onderwerp, het ontstaan en de geschiedenis van het heelal, een relatief eenvoudige aangelegenheid is? Een knal, een ruwweg constante uitbreiding, initiële oneffenheden die zich vertalen in structuren als melkwegen... Ok, ok, het is complexer dan dat; maar in vergelijking met een levende cel – laat staan een hele mens, of zoiets?
En aan de andere kant van het spectrum – laden wetenschappen als economie of sociologie niet de verdenking op zich hun grafieken en tabellen te gebruiken om op “echte” wetenschappen te lijken, eerder dan omdat dat allemaal nodig is? Terwijl sociale verschijnselen in hun complexiteit op het eerste zicht eerder de biologie benaderen, dan de structuur van het atoom.
Na drie paragrafen lijkt het ruwweg wel te kloppen. Hetgeen maakt dat ik het niet zelf zal verzonnen hebben. Als ik het zou moeten opzoeken zou ik beginnen met Richard Dawkins. En anders Stephen Gould. En als ik het daar niet terugvind, dan zou ik het echt niet meer weten.
Ten eerste vraag ik me af of het waar is, dan wel dat ik het zelf verzonnen heb, en vervolgens mezelf voor waar heb wijsgemaakt. Een goed begin is proberen andere voorbeelden te bedenken. Kosmologie; zeker buitengewoon complex en ontoegankelijk als theorie. Klopt het eigenlijk niet dat het onderwerp, het ontstaan en de geschiedenis van het heelal, een relatief eenvoudige aangelegenheid is? Een knal, een ruwweg constante uitbreiding, initiële oneffenheden die zich vertalen in structuren als melkwegen... Ok, ok, het is complexer dan dat; maar in vergelijking met een levende cel – laat staan een hele mens, of zoiets?
En aan de andere kant van het spectrum – laden wetenschappen als economie of sociologie niet de verdenking op zich hun grafieken en tabellen te gebruiken om op “echte” wetenschappen te lijken, eerder dan omdat dat allemaal nodig is? Terwijl sociale verschijnselen in hun complexiteit op het eerste zicht eerder de biologie benaderen, dan de structuur van het atoom.
Na drie paragrafen lijkt het ruwweg wel te kloppen. Hetgeen maakt dat ik het niet zelf zal verzonnen hebben. Als ik het zou moeten opzoeken zou ik beginnen met Richard Dawkins. En anders Stephen Gould. En als ik het daar niet terugvind, dan zou ik het echt niet meer weten.
maandag 30 januari 2006
Theoloog
Het Geloof (een drama in twee acts).
Rollen:
Jeroen (zes jaar)
Mama van Jeroen
Nonkel Koen
Eerste act: vriendjes.
Jeroen: “Mama, mama, weet je wat Arne zegt?”
Mama: “Nee, Jeroen, wat zegt Arne dan?”
Jeroen: “Arne zegt dat hij maar één keer per week in bad moet!”
Mama: “Jaja, dat zal wel. Weet jij wat mama zegt? Mama zegt dat Jeroen niet zomaar alles moet geloven wat ze hem wijsmaken.”
Jeroen terug naar af: Nice try.
Tweede act: na de school.
Nonkel Koen: “Dag Jeroen! Hoe gaat het?”
Jeroen: “Goed. Ik ga nu naar school.”
Nonkel Koen: “Ah? En ga jij graag naar school?”
Jeroen: “Ja, en we hebben over Jezus geleerd.”
Nonkel Koen: “Over Jezus! En is dat interessant, leren over Jezus?”
Jeroen: “Ja, maar ik geloof er niet veel van.”
Nonkel Koen: ???
Jeroen: “Ja, eerst was hij levend, en toen was hij dood, en toen was hij weer levend.”
Doek.
Een natuurtalent. Volgende week beginnen we met Plato.
Rollen:
Jeroen (zes jaar)
Mama van Jeroen
Nonkel Koen
Eerste act: vriendjes.
Jeroen: “Mama, mama, weet je wat Arne zegt?”
Mama: “Nee, Jeroen, wat zegt Arne dan?”
Jeroen: “Arne zegt dat hij maar één keer per week in bad moet!”
Mama: “Jaja, dat zal wel. Weet jij wat mama zegt? Mama zegt dat Jeroen niet zomaar alles moet geloven wat ze hem wijsmaken.”
Jeroen terug naar af: Nice try.
Tweede act: na de school.
Nonkel Koen: “Dag Jeroen! Hoe gaat het?”
Jeroen: “Goed. Ik ga nu naar school.”
Nonkel Koen: “Ah? En ga jij graag naar school?”
Jeroen: “Ja, en we hebben over Jezus geleerd.”
Nonkel Koen: “Over Jezus! En is dat interessant, leren over Jezus?”
Jeroen: “Ja, maar ik geloof er niet veel van.”
Nonkel Koen: ???
Jeroen: “Ja, eerst was hij levend, en toen was hij dood, en toen was hij weer levend.”
Doek.
Een natuurtalent. Volgende week beginnen we met Plato.
Davos: Amerikanen, Chinezen, Indiërs... maar géén Europeanen.
De week-end en maandagkranten staan er vol van. Davos, “de jaarlijkse hoogmis van het kapitalisme” (of zoiets) heeft plaatsgevonden, en Europa is er niet aan te pas gekomen. Niet als onderwerp, niet als spreker, niet als toekomst. Europa, het aankomende Bokrijk van de wereld.
Maar wat hadden we eigenlijk verwacht? Politieke, culturele, of economische macht – zeg maar: belangrijkheid – staan in functie (correct me if I’m wrong) van niet meer dan twee dingen: bevolkingsaantallen, en wat die bevolking presteert (“productiviteit” genaamd).
Dus als Luxemburg geen grootmacht is, dan is dat omdat de industriële en post-industriële Luxemburgers, puur in aantallen, niet in een positie zijn om op het internationaal toneel erg van hun oren te maken. En als, pakweg, het Indië van het jaar 2000 geen supermacht is, dan is dat omdat dit miljard mensen in ruime mate nog aan een productiviteit zit, die naar onze maatstaven ronduit middeleeuws is.
Maar dat laatste is nu juist wat zo sterk verandert. Wie - zoals China nu al een hele tijd volhoudt - groeit aan bijna 10% per jaar, heeft 8 jaar nodig om in omvang te verdubbelen. Wat op 8 jaar van 100 naar 200 groeit, zit na 16 jaar al op 400, en na 24 jaar aan 800.
24 jaar; één generatie, is alles wat er nodig is om een gigant als China met een factor 8 te zien toenemen in gewicht. En Indië heeft soortgelijke ambities. Dus als we bedenken dat het een kwestie van tijd is; van niet eens veel tijd, voor dergelijke toenames werkelijkheid worden, en als we bedenken wat de combinatie van een miljardenbevolking met een sterk toenemende productiviteit zal doen voor de relatieve positie van enkele honderden miljoenen stagnerende Europeanen... waarover hadden we dan eigenlijk verwacht dat ze het in 2006 in Davos gingen hebben? Over... Europa? Hoeveel divisies hebben die?
Maar wat hadden we eigenlijk verwacht? Politieke, culturele, of economische macht – zeg maar: belangrijkheid – staan in functie (correct me if I’m wrong) van niet meer dan twee dingen: bevolkingsaantallen, en wat die bevolking presteert (“productiviteit” genaamd).
Dus als Luxemburg geen grootmacht is, dan is dat omdat de industriële en post-industriële Luxemburgers, puur in aantallen, niet in een positie zijn om op het internationaal toneel erg van hun oren te maken. En als, pakweg, het Indië van het jaar 2000 geen supermacht is, dan is dat omdat dit miljard mensen in ruime mate nog aan een productiviteit zit, die naar onze maatstaven ronduit middeleeuws is.
Maar dat laatste is nu juist wat zo sterk verandert. Wie - zoals China nu al een hele tijd volhoudt - groeit aan bijna 10% per jaar, heeft 8 jaar nodig om in omvang te verdubbelen. Wat op 8 jaar van 100 naar 200 groeit, zit na 16 jaar al op 400, en na 24 jaar aan 800.
24 jaar; één generatie, is alles wat er nodig is om een gigant als China met een factor 8 te zien toenemen in gewicht. En Indië heeft soortgelijke ambities. Dus als we bedenken dat het een kwestie van tijd is; van niet eens veel tijd, voor dergelijke toenames werkelijkheid worden, en als we bedenken wat de combinatie van een miljardenbevolking met een sterk toenemende productiviteit zal doen voor de relatieve positie van enkele honderden miljoenen stagnerende Europeanen... waarover hadden we dan eigenlijk verwacht dat ze het in 2006 in Davos gingen hebben? Over... Europa? Hoeveel divisies hebben die?
zondag 29 januari 2006
Kosmologie; een anecdote
Het jaar onzes Heeren 1964. De kosmologie is haar eerste pasjes aan het zetten. Er bestaat al zoiets als het Big Bang model. Hubble – jazeker, die naam klinkt bekend, het is de grote telescoop in een baan rond de aarde; maar waarom heet die telescoop zo? Wel; de astronoom Hubble (dààrom heet die telescoop zo) had in de jaren twintig van de twintigste eeuw, en op basis van een nogal kleine steekproef, beweerd dat melkwegstelsels zich van elkaar weg bewegen. En bovendien had hij beweerd dat ze zich sneller van elkaar wegbewegen, naarmate ze al verder van elkaar weg staan.
En aangezien de steekproef met de jaren groter werd (en Hubbles resultaat telkens bevestigde) en met nog de nodige vijven en zessen, trok de vroege kosmologie de conclusie: het leek er op dat de toestand het resultaat was van een soort explosie. Als je de film van de geschiedenis omgekeerd zou afspelen, dan zou je alle melkwegen geleidelijk dichter en dichter bij elkaar aantreffen, en helemaal aan het begin zou alles in één punt gezeten hebben, waarna dat punt ontplofte. Vraag niet waarom. Het gaat er om dat zich een concept aftekende waarbij de realiteit er precies zou uitzien zoals die er ook werkelijk uitziet, indien alles ooit in één punt had gezeten - en vervolgens ontplofte.
Maar zoals dat gaat met wetenschappen in de kinderschoenen werd dat niet van bij het begin erg serieus genomen. Er waren ook ook wel redenen om dat allemaal niet te serieus te nemen. En verder was het vakgebied nog te jong opdat de verschillende beoefenaars van elkaar wisten wat ze al wisten, met als gevolg een nogal grappig totstandkomen van een nobelprijs, in het jaar onzes Heeren 1964.
Punten die zomaar ontploffen zouden weinig meer zijn dan een woest idee, als het niet mogelijk was om allerlei consequenties uit te rekenen, en vervolgens te checken of die consequenties ook waar zijn. In dit geval zouden we moeten zien dat de melkwegen zich van elkaar weg bewegen. Maar omdat dat nu juist tot het woest idee geleid had, willen wetenschappers (zure ongelovige Thomassen als ze nu eenmaal zijn) nog andere voorbeelden.
En zo kwamen theoretici, ergens in die jaren voor 1964, op het berekende idee, dat indien alles ooit in één punt had gezeten dat vervolgens ontplofte, er dan in het universum een alomtegenwoordige straling moet aanwezig zijn, met een heel preciese temperatuur. Schattingen liepen uiteen van enkele tot tien graden Kelvin. Dat lijkt vaag, maar iedereen die een schatting moet maken van, bijvoorbeeld, de temperatuur waarbij waterstof vloeibaar wordt, zal inzien dat dit een heel preciese voorspelling was.
De volgende stap was dat Russische fysici de stelling lanceerden dat “the Big Bang” – en dat is nog altijd dat ene punt dat zomaar ontplofte – niet veel soeps was, vermits er dan die straling moest zijn van enkele graden Kelvin. En in New Jersey (USA), zo deelden de Russische fysici mee, stond in het lab van Bell Telephone een telescoop die in staat was dat te meten. En aangezien niemand iets van zich liet horen, was het een veilige conclusie dat die straling er niet was: en dus was het model fout. (Vraag: hoe weten de Russen in 1964 zo nauwkeurig wat Amerikaanse telescopen kunnen meten?)
Amerikaanse theoretici, daarentegen, op enkele tientallen kilometer van het lab van Bell, waren ijverig op zoek naar manieren om hun theoretisch model te verifiëren. Kennelijk waren ze zich er niet van bewust dat de telescoop die dat kon zich net niet onder hun neus bevond. (Vraag: waarom weten Russische fysici in 1964 beter wat Amerikaanse telescopen kunnen meten dan de Amerikanen zelf?)
Wat deden dan eigenlijk die onderzoekers die in New Jersey de beschikking hadden over een telescoop, die zomaar in staat was één van de belangwekkendste raadsels van de kosmologie waar te nemen? Wel, ze wilden metingen doen naar een oude supernova die zich in ons eigen welkwegstelsel bevond. En omdat het moeilijk is om straling van één enkel object te isoleren van alle andere straling die we van onze eigen melkweg binnenkrijgen, maakten ze een inventaris op van al die andere straling. De bedoeling was de totale straling te nemen, daarvan alle andere straling af te trekken, en de rest zou de straling zijn die overbleef van de supernova.
Zo gezegd, zo gedaan: inventarizeren, die hap. Zoveel straling met die en die kenmerken? Afkomstig van de zon, weg ermee! Zoveel van dit en dat? Het is de maan, raus damit! Nog een hoop van Venus, Jupiter Mars en de rest van mizerie, fuera! Enzovoort: sterren, wolken, gasnevels, het moest er allemaal aan geloven, het kwam allemaal netjes in de inventaris terecht, en de resultaten werden nauwkeuriger en nauwkeuriger. Het op één na laatste element dat moest worden weggepoetst was de straling die afkomstig was van een geelwitte pasta binnen in de telescoop zelf. Die straling kwam niet meer terug zodra een koppel duiven die in de telescoop een nest hadden gemaakt waren weggewerkt.
En nog bleven de metingen onzuiver! Alle elementen, van de zon en de maan tot de duivestront waren weggewerkt, en nog bleef er ruis over die niet van de supernova afkomstig kon zijn. En de astronomen krabden zich over de kop en in de haren, en hoe hard ze ook maten en herprobeerden en piekerden, er was niets aan te doen: van overal in het heelal kwam die straling binnen, en niemand wist waar ze in godsnaam vandaan kwam.
Oh ja, en de temperatuur van die straling was tussen de 2.5 en 4.5 graden Kelvin.
Op die manier verteld vallen de puzzelstukken natuurlijk vlot in elkaar. In 1964 duurde het iets langer. De theoretici die wanhopig op zoek waren naar een manier om een alomtegenwoordige straling van enkele graden Kelvin te meten, moesten eerst een tikje toevallig in contact komen met astronomen die zich wanhopig bekloegen over een mysterieuze straling van enkele graden Kelvin die van overal leek te komen.
Maar eenmaal zover ging het snel, en het hele avontuur eindigde met een welverdiende nobelprijs. Eind goed, al goed.
In eigen woorden naverteld uit (de warm aanbevolen):
Weinberg, The First Three Minutes, 1977 (1993)
Kolb, Blind Watchers of the Sky, 1996 (1999)
En aangezien de steekproef met de jaren groter werd (en Hubbles resultaat telkens bevestigde) en met nog de nodige vijven en zessen, trok de vroege kosmologie de conclusie: het leek er op dat de toestand het resultaat was van een soort explosie. Als je de film van de geschiedenis omgekeerd zou afspelen, dan zou je alle melkwegen geleidelijk dichter en dichter bij elkaar aantreffen, en helemaal aan het begin zou alles in één punt gezeten hebben, waarna dat punt ontplofte. Vraag niet waarom. Het gaat er om dat zich een concept aftekende waarbij de realiteit er precies zou uitzien zoals die er ook werkelijk uitziet, indien alles ooit in één punt had gezeten - en vervolgens ontplofte.
Maar zoals dat gaat met wetenschappen in de kinderschoenen werd dat niet van bij het begin erg serieus genomen. Er waren ook ook wel redenen om dat allemaal niet te serieus te nemen. En verder was het vakgebied nog te jong opdat de verschillende beoefenaars van elkaar wisten wat ze al wisten, met als gevolg een nogal grappig totstandkomen van een nobelprijs, in het jaar onzes Heeren 1964.
Punten die zomaar ontploffen zouden weinig meer zijn dan een woest idee, als het niet mogelijk was om allerlei consequenties uit te rekenen, en vervolgens te checken of die consequenties ook waar zijn. In dit geval zouden we moeten zien dat de melkwegen zich van elkaar weg bewegen. Maar omdat dat nu juist tot het woest idee geleid had, willen wetenschappers (zure ongelovige Thomassen als ze nu eenmaal zijn) nog andere voorbeelden.
En zo kwamen theoretici, ergens in die jaren voor 1964, op het berekende idee, dat indien alles ooit in één punt had gezeten dat vervolgens ontplofte, er dan in het universum een alomtegenwoordige straling moet aanwezig zijn, met een heel preciese temperatuur. Schattingen liepen uiteen van enkele tot tien graden Kelvin. Dat lijkt vaag, maar iedereen die een schatting moet maken van, bijvoorbeeld, de temperatuur waarbij waterstof vloeibaar wordt, zal inzien dat dit een heel preciese voorspelling was.
De volgende stap was dat Russische fysici de stelling lanceerden dat “the Big Bang” – en dat is nog altijd dat ene punt dat zomaar ontplofte – niet veel soeps was, vermits er dan die straling moest zijn van enkele graden Kelvin. En in New Jersey (USA), zo deelden de Russische fysici mee, stond in het lab van Bell Telephone een telescoop die in staat was dat te meten. En aangezien niemand iets van zich liet horen, was het een veilige conclusie dat die straling er niet was: en dus was het model fout. (Vraag: hoe weten de Russen in 1964 zo nauwkeurig wat Amerikaanse telescopen kunnen meten?)
Amerikaanse theoretici, daarentegen, op enkele tientallen kilometer van het lab van Bell, waren ijverig op zoek naar manieren om hun theoretisch model te verifiëren. Kennelijk waren ze zich er niet van bewust dat de telescoop die dat kon zich net niet onder hun neus bevond. (Vraag: waarom weten Russische fysici in 1964 beter wat Amerikaanse telescopen kunnen meten dan de Amerikanen zelf?)
Wat deden dan eigenlijk die onderzoekers die in New Jersey de beschikking hadden over een telescoop, die zomaar in staat was één van de belangwekkendste raadsels van de kosmologie waar te nemen? Wel, ze wilden metingen doen naar een oude supernova die zich in ons eigen welkwegstelsel bevond. En omdat het moeilijk is om straling van één enkel object te isoleren van alle andere straling die we van onze eigen melkweg binnenkrijgen, maakten ze een inventaris op van al die andere straling. De bedoeling was de totale straling te nemen, daarvan alle andere straling af te trekken, en de rest zou de straling zijn die overbleef van de supernova.
Zo gezegd, zo gedaan: inventarizeren, die hap. Zoveel straling met die en die kenmerken? Afkomstig van de zon, weg ermee! Zoveel van dit en dat? Het is de maan, raus damit! Nog een hoop van Venus, Jupiter Mars en de rest van mizerie, fuera! Enzovoort: sterren, wolken, gasnevels, het moest er allemaal aan geloven, het kwam allemaal netjes in de inventaris terecht, en de resultaten werden nauwkeuriger en nauwkeuriger. Het op één na laatste element dat moest worden weggepoetst was de straling die afkomstig was van een geelwitte pasta binnen in de telescoop zelf. Die straling kwam niet meer terug zodra een koppel duiven die in de telescoop een nest hadden gemaakt waren weggewerkt.
En nog bleven de metingen onzuiver! Alle elementen, van de zon en de maan tot de duivestront waren weggewerkt, en nog bleef er ruis over die niet van de supernova afkomstig kon zijn. En de astronomen krabden zich over de kop en in de haren, en hoe hard ze ook maten en herprobeerden en piekerden, er was niets aan te doen: van overal in het heelal kwam die straling binnen, en niemand wist waar ze in godsnaam vandaan kwam.
Oh ja, en de temperatuur van die straling was tussen de 2.5 en 4.5 graden Kelvin.
Op die manier verteld vallen de puzzelstukken natuurlijk vlot in elkaar. In 1964 duurde het iets langer. De theoretici die wanhopig op zoek waren naar een manier om een alomtegenwoordige straling van enkele graden Kelvin te meten, moesten eerst een tikje toevallig in contact komen met astronomen die zich wanhopig bekloegen over een mysterieuze straling van enkele graden Kelvin die van overal leek te komen.
Maar eenmaal zover ging het snel, en het hele avontuur eindigde met een welverdiende nobelprijs. Eind goed, al goed.
In eigen woorden naverteld uit (de warm aanbevolen):
Weinberg, The First Three Minutes, 1977 (1993)
Kolb, Blind Watchers of the Sky, 1996 (1999)
China
Enkele dagen geleden stond in de krant dat de Duitse economie, na jaren amechtige prestaties, weer aan het draaien slaat, en nu hoopt op 1.70% groei voor 2006. En de vraag is: hoe komt dat? En blijkbaar komt het antwoord zo grotendeels uit één en dezelfde richting dat we het in één woord kunnen samenvatten: China.
Europa is al lang een economie die goed is in het maken van kapitaalgoederen, of “zware” consumptiegoederen zoals auto’s of huishoudapparaten. En dat geldt in het bijzonder voor Duitsland: BMW, of Siemens, en noem maar op.
Maar wie moest al die spullen kopen? In de crisis van, en na, het jaar 2,000 was het antwoord: niet de EU, want die zat vol eurosclerose. En niet de VS, want die zaten vol Enron-achtige schandalen. En ook niet Japan, want die zaten al decennia in een recessie.
En als noch de VS, noch de EU, noch Japan de wereldeconomie van het jaar 2,000 op gang kunnen trekken, wie gaat het dan doen? Zimbabwe?
Wel, het antwoord was: China. En bij uitbreiding heel dat gigantische stuk Azië dat tegenwoordig in ijltempo aan het modernizeren is; doe er maar ineens Indië bij. Maar China op kop. Met voor het zoveelste jaar op rij een groei van tegen de 10 percent, ziet het er naar uit dat China een rol begint te spelen als koper op de internationale markten – de Zuid-Amerikanen zijn er al enkele jaren langer dolblij mee.
China koopt dus op steeds grotere schaal kapitaalgoederen of consumptieproducten zoals auto’s, Europa is goed in die producten, dus de vraag zwelt aan, de fabrieken gaan aan het draaien, de bedrijfsresultaten verbeteren, de werkgelegenheid... hé?
Uimmmm...
Wacht.
We hoorden toch juist altijd dat China (en bij uitbreiding: de ontwikkeling van heel Azië) een negatieve werking op onze economie uitoefende? De jobs die verdwenen! De verhuis van heelder bedrijfstakken! Outsourcing! Oei!
Wel, de medaille blijkt twee kanten te hebben. Als we dingen maken die de Chinezen zelf even goed, of beter, maar in elk geval goedkoper kunnen maken, dan is het normaal dat ze die niet bij ons kopen. Maar als blijkt dat wij dingen maken die, meer dan waarschijnlijk, veel duurder zijn dan lokale equivalenten, maar daar tegenover ook stukken beter, dan aarzelt een snel rijker wordende economie niet om voor die betere producten te gaan.
En het netto-resultaat is zo sterk dat zelfs de eurosclerotische economie het effect voelt en aanstalten maakt weer aan te slaan. De politici zullen doen alsof het dank zij hun beleid is, de bedreigde sectoren zullen met rollende ogen spreken over de Aziatische pletwals en pleiten voor protectionistische maatregelen, maar de feiten zullen voor zich spreken. De globalizering kent niet alleen maar verliezers...
Europa is al lang een economie die goed is in het maken van kapitaalgoederen, of “zware” consumptiegoederen zoals auto’s of huishoudapparaten. En dat geldt in het bijzonder voor Duitsland: BMW, of Siemens, en noem maar op.
Maar wie moest al die spullen kopen? In de crisis van, en na, het jaar 2,000 was het antwoord: niet de EU, want die zat vol eurosclerose. En niet de VS, want die zaten vol Enron-achtige schandalen. En ook niet Japan, want die zaten al decennia in een recessie.
En als noch de VS, noch de EU, noch Japan de wereldeconomie van het jaar 2,000 op gang kunnen trekken, wie gaat het dan doen? Zimbabwe?
Wel, het antwoord was: China. En bij uitbreiding heel dat gigantische stuk Azië dat tegenwoordig in ijltempo aan het modernizeren is; doe er maar ineens Indië bij. Maar China op kop. Met voor het zoveelste jaar op rij een groei van tegen de 10 percent, ziet het er naar uit dat China een rol begint te spelen als koper op de internationale markten – de Zuid-Amerikanen zijn er al enkele jaren langer dolblij mee.
China koopt dus op steeds grotere schaal kapitaalgoederen of consumptieproducten zoals auto’s, Europa is goed in die producten, dus de vraag zwelt aan, de fabrieken gaan aan het draaien, de bedrijfsresultaten verbeteren, de werkgelegenheid... hé?
Uimmmm...
Wacht.
We hoorden toch juist altijd dat China (en bij uitbreiding: de ontwikkeling van heel Azië) een negatieve werking op onze economie uitoefende? De jobs die verdwenen! De verhuis van heelder bedrijfstakken! Outsourcing! Oei!
Wel, de medaille blijkt twee kanten te hebben. Als we dingen maken die de Chinezen zelf even goed, of beter, maar in elk geval goedkoper kunnen maken, dan is het normaal dat ze die niet bij ons kopen. Maar als blijkt dat wij dingen maken die, meer dan waarschijnlijk, veel duurder zijn dan lokale equivalenten, maar daar tegenover ook stukken beter, dan aarzelt een snel rijker wordende economie niet om voor die betere producten te gaan.
En het netto-resultaat is zo sterk dat zelfs de eurosclerotische economie het effect voelt en aanstalten maakt weer aan te slaan. De politici zullen doen alsof het dank zij hun beleid is, de bedreigde sectoren zullen met rollende ogen spreken over de Aziatische pletwals en pleiten voor protectionistische maatregelen, maar de feiten zullen voor zich spreken. De globalizering kent niet alleen maar verliezers...
zaterdag 28 januari 2006
In den beginne...
Bloggen of niet bloggen...
Hier is de vraag: Of het beter is de verdrinking in een overdaad aan informatie (die vrije communicatie nu eenmaal met zich meebrengt) berustend te ondergaan, dan wel zich daartegen te verzetten – in de hoop om in de oceaan van ruis eilanden van betekenis te doen ontstaan.
Bijvoorbeeld met een blog.
(Iedereen heeft, vanzelfsprekend, meteen gezien dat de bovenstaande zin géén allusie is op een beroemd meesterwerk uit de schilderkunst.)
En ik ben een scepticus. Een pessimist, zelfs. Op het paranoide af. Ben ik wel paranoide genoeg? Neen, want anders probeerde ik niet eens. Maar zie eens wat er allemaal kan misgaan. Commentspam! Ruzies! Scheldpartijen! Ontkenning van simpele feiten, tot en met het niveau van “de wereld is plat”! Zucht.
Dus: in eerste instantie geen commentaarmogelijkheid. Zelfs geen publiciteit: a bon entendeur... Later, misschien, als ik het gevoel heb dat ik hiermee naar de oorlog kan. En als ik een idee heb van hoe je je (technisch gesproken, dan) kan verdedigen tegen spam en de rest.
Hier is de vraag: Of het beter is de verdrinking in een overdaad aan informatie (die vrije communicatie nu eenmaal met zich meebrengt) berustend te ondergaan, dan wel zich daartegen te verzetten – in de hoop om in de oceaan van ruis eilanden van betekenis te doen ontstaan.
Bijvoorbeeld met een blog.
(Iedereen heeft, vanzelfsprekend, meteen gezien dat de bovenstaande zin géén allusie is op een beroemd meesterwerk uit de schilderkunst.)
En ik ben een scepticus. Een pessimist, zelfs. Op het paranoide af. Ben ik wel paranoide genoeg? Neen, want anders probeerde ik niet eens. Maar zie eens wat er allemaal kan misgaan. Commentspam! Ruzies! Scheldpartijen! Ontkenning van simpele feiten, tot en met het niveau van “de wereld is plat”! Zucht.
Dus: in eerste instantie geen commentaarmogelijkheid. Zelfs geen publiciteit: a bon entendeur... Later, misschien, als ik het gevoel heb dat ik hiermee naar de oorlog kan. En als ik een idee heb van hoe je je (technisch gesproken, dan) kan verdedigen tegen spam en de rest.
Abonneren op:
Posts (Atom)