zondag 5 februari 2006

Het geheim van de steden

Neem een willekeurig boek over de geschiedenis van Europa, en het zal je vertellen dat de wortels van onze fabuleuze opmars liggen in de opkomst van de steden. Ergens vanaf de elfde eeuw ging de feodaliteit over in een geürbanizeerde samenleving, en de rest is history; iets dergelijks.

Maar dat roept minstens even veel vragen op als het beantwoordt. De geschiedenis van de beschavingen zelf, van de volle zesduizend jaar geleden tot nu, kan je hervertellen als een geschiedenis van steden. Dus indien er ergens een beschaving ontwikkelt, dan mag je verwachten er steden aan te treffen: big deal.

De vraag is dus wat de Europese steden van na het jaar 1,000 hadden, dat de Europese steden van de Grieken en Romeinen niet hadden, of de steden van het Indië, of de Islam, of het China van na het jaar 1,000 niet hadden. En ongetwijfeld is er voor een complex verschijnsel als een (relatief) verder (dan de anderen) ontwikkelende beschaving een complex oorzakenpatroon, zodat we niet op zoek zijn naar één enkele simpele oorzaak, maar eerder naar een hele reeks.

Welnu, (op zoek naar iets heel anders) bladerend in mijn McNeill, The Rise of the West, A History of the Human Community, 1963 (1991) (ondanks enkele serieuze problemen toch echt wel een heel goed boek, hoor), val ik net op twee elementen die blijkbaar in het lijstje kunnen.

Pak je wereldbol of atlas, en stel vast dat onze 50ste breedtegraad door Canada en hoger dan China loopt – stukken noordelijker dan pakweg de 30ste breedtegraad waar je historisch de meeste beschavingen vindt. Dat bezorgt ons koude winters - wat uitstekend is als je niet teveel last wil van allerlei ratten en muizentoestanden, alsook insecten, micro-organismen en stomende moerassen. En daarnaast is er de beroemde golfstroom, die ons zeeklimaat extra warm en zacht maakte. Een robuust en productief klimaat, dus, dat eeuwenlang de groeiende bevolking kon dragen, en McNeill concludeert dat de urbanizatiegraad hoger kon zijn dan in vergelijkbare stedelijke samenlevingen.

De tweede factor is de voorafgaande geschiedenis. Chinese, Perzische, Egyptische of Byzantijnse culturen hadden eeuwen, zelfs millennia, van hofhoudingen en handeldrijvende klassen achter de rug, Europa daarentegen was door een half millennium semi-barbarendom gegaan; al die tijd de prooi van invallers uit letterlijk de vier windstreken. De elite die daaruit voorkwam vertoonde een mate van militantheid die in meer expansieve fasen goed van pas zou komen.

Opnieuw, het zijn maar twee factoren uit een ongetwijfeld heel complex geheel van causaliteit. Maar als antwoord op de vraag wat nu eigenlijk het geheim van die Europese steden was, in vergelijking met de steden van al die andere beschavingen en tijdperken, is een lijstje met twee kandidaten ongetwijfeld stukken beter dan geen begin van een idee.

Geen opmerkingen: