zondag 24 oktober 2010

Een Beursvoorspeller!

Volgens een artikel in De Standaard heeft de Vlaamse prof in de computerwetenschappen Johan Bollen een formule ontdekt om de koers van de Dow Jones te voorspellen:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=G5A3191L9

Nu zal je me misschien genoeg kennen om te weten dat ik daar nogal sceptisch op reageer (1). Toch is het zo dat "mijn" "filosofie" van de onvoorspelbaarheid (héél veel aanhalingstekens; bijvoorbeeld omdat veel van wat "ik" zeg rechtstreeks volgt uit les één, hoofdstuk één, paragraaf één van de "portefeuilletheorie"; verder ook is "mijn" idee ontstaan in de wisselmarkt, terwijl we het nu over de beurs hebben; etc) best wel over uitzonderingen durft nadenken. Bijvoorbeeld als we lezen dat de voorspelling gebaseerd is op het meten van de "gemoedstoestand van de mensen".

Koersen, moet je weten, hebben doorgaans veel meer te maken met psychologie dan met economie. Dat verandert overigens niet als je dat niet begrijpt, verder ook niet als je het niet leuk vindt - dat heeft er allemaal niets mee te maken. Dus ik zou me kunnen inbeelden dat de professor iets ontdekt heeft: en dan zal blijken dat we allemaal iets interessants hebben bijgeleerd: maar dan over de psychologie.

En al die belangstelling die er na enkele experimenten blijkbaar is uit alle financiële hoeken van de wereld: die zal volgens mij OFWEL al heel snel weer teleurgesteld worden, OFWEL nodig zijn om zoals iedereen weer in dezelfde toestand van onzekerheid terecht te komen.

Want dat was in feite het allereerste inzicht van die eerste post onder voetnoot (1). Ik geloof inderdaad niet in financiële voorspellingen: waar wat doet mijn geloof er toe? Maar ik "wéét" dat een financiële voorspelling niet tegelijk waar èn publiek bekend kan zijn. Want zodra een voorspelling tegelijk waar en publiek bekend is zal ze niet langer bewaarheid worden in de toekomst (zoals voorspeld) maar wel onmiddellijk.

Dat is nu juist wat ook voortvloeit uit die allereerste les portefeuilletheorie. Dus voorwaar, voorwaar ik zeg u, financiëel gesproken zal er van al de sensatie (een vlugge greep uit Google Blogs leert dat het internet er al vol mee staat) al heel snel niet veel meer te merken zijn. Ik hoop evenwel dat het nieuw psychologisch inzicht erg interessant zal blijken.

---------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/financile-voorspellingen.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2010/10/die-financiele-voorspellingen-toch.html

zaterdag 23 oktober 2010

Peuter Simon is achttien maanden oud!

De toenmalige peuters Sarah en Thomas zijn pas op de valreep van hun achttien maanden tot "peuter" uitgeroepen. Baby Sarah veranderde in peuter Sarah toen ze, net geen 18 maanden oud, bewust "mama" kon zeggen. Pas bij 20 maanden kwam er een update over verschillende woordjes en quasi-woordjes. Voor haar eerste pasjes was het wachten op 18 maanden en een beetje, en echt stappen heeft alweer tot 20 maanden geduurd.

Baby Thomas veranderde dan weer in peuter Thomas toen hij, net geen 17 maanden oud, verschillende pasjes na elkaar wist te zetten. En zijn spreken... Ach, zijn spreken... Het volstaat te zeggen dat er vandaag, ruim drie jaar oud, fraaie volzinnen uitkomen, en een aanvaardbare proportie woorden die toch iets ingewikkelder zijn dan "eten" of "melk" of "slapen". Kortom, ik neem aan dat hij nog altijd een zekere, eerder lichte, achterstand kan hebben op zijn leeftijdgenoten, maar niets om ons zorgen om te maken. Wat telt is het feit dat het ontwikkelt, en dat het op een bepaald moment redelijk snel gaat, en niet of het vroeg of laat gebeurt. Gewoon mijn indruk, letterlijk zonder enige kennis van zaken.

Hoe dan ook, in vergelijking met zijn broer en zus is peuter Simon een wonderkind. Natuurlijk, een kindje dat kan stappen op 15 maanden is niets bijzonders - maar ik zei: "in vergelijking". Het is een enorm verschil, als trotse ouder, als je je peuter van 16 maanden helemaal in zijn eentje naar een schuifaf op peutermaat ziet waggelen, de trap op kruifelen, gaan zitten, naar beneden glijden en opnieuw beginnen. Dan denk je echt wel eens terug aan die twee andere die op dat moment nog twee maanden op hun eerste pasjes moesten wachten.

Zijn spreken omvat een repertorium aan woorden en betekenisdragende klanken dat kleiner is dan dat van peuter Sarah, maar dat weet ik uit een post op twintig maanden. Er is "dààg" en "mama" en "papa", en "oei" en "boem". Er is een heel nauwkeurige "koek", gewoonlijk erg vaak herhaald, en er is "tu" voor "tut" en "koekoe" als een soort begroeting. Als ik terugdenk aan peuter Thomas die op deze leeftijd nog een jaar "ngààà, ngàààà" zou scanderen, waar peuter Simon nu al heel nauwkeurig "Boemba, Boemba" kan...

Natuurlijk, we hebben al lang gezien dat kleuter Thomas een mechanisch inzicht heeft dat nu al dat van zijn papa overtreft. En hij kan een zeldzaam (ik vergelijk natuurlijk altijd weer met de steekproef van één persoon, kleuter Sarah) sociaal inzicht vertonen. Zo zit hij prachtig te spelen in het keukentje als mastodontkleuter Sarah zich met het geval komt bemoeien. Luid protest van kleuter Thomas, natuurlijk, en kleuter Sarah trekt zich verongelijkt en in tranen terug. En nu kijkt kleuter Thomas geschrokken op, holt haar achterna en slaat zijn armpjes om haar heen. Als dat niet helpt stelt hij voor: "moet ik jouw knuffel halen? Moet ik Noekie halen?". Als dat nog altijd niet helpt stelt hij zelfs voor één van zijn eigen knuffeltjes voor haar te gaan halen...

Getroffen door zoveel bezorgdheid van haar grote kleine broer ontdooit kleuter Sarah helemaal en seconden later hollen de twee kleuters hand in hand naar het keukentje. Even later komt kleuter Thomas bij papa aankondigen dat "het restaurant" dadelijk open zal zijn, maar dat het eten nu nog te warm is.

Onnodig te zeggen dat kleuter Thomas op dat moment uitgebreid vele goede punten heeft gekregen. Hij kan zo prachtig glunderen...

Ook opmerkelijk is dat kleuter Sarah, nogal spontaan (ik kan de invloed van "het scholeke" niet inschatten) weer haar lees- en schrijfvorderingen heeft aangevat. Misschien herinner je je nog wel hoe ik zeer verwonderd vaststelde, toen ze pas twee geworden was, dat ze verschillende letters kon lezen. Toen volgden een paar maanden waarin ze de hele tijd vroeg "wat is dat" als ze een nieuwe letter zag, en op twee jaar en drie maanden kende ze ze allemaal. Dat is iets dat ik altijd alleen maar passief heb aangemoedigd. Als ze zelf met letters bezig wou zijn dan wou ik wel helpen en zodra ze het beu was was het gedaan: ik geloof niet in wonderkinderen. Dus in de tweede kleuterklas kon ze even goed als haar leeftijdsgenoten haar naam lezen en schrijven, en dat was dat.

Maar tegenwoordig staat hier een schoolbord met krijtjes in de keuken en op dit moment staat daarop, in kleuterhanepoten maar zéér leesbaar de tekst "dag mama" te wachten tot mama (die wegens peuter Simon nog niet in de keuken is geweest) die boodschap ziet staan. Ze kan haar naam schrijven, en die van kleuter Thomas, en ook "prinses" en hoewel ze hardnekkig haar "S" in spiegelschrift schrijft (heeft papa haar niet persoonlijk uitgelegd dat we van links naar rechts schrijven?) doet ze dat allemaal heel goed.

Nu, spontane vorderingen ga ik zeker niet tegenhouden. Voor mijn part leest ze de Ilias als ze volgend jaar naar het eerste leerjaar gaat, en schrijft ze haar eigen eerste verhaaltjes. Terwijl ze ook nul vorderingen mag maken, de rest van dit jaar, en het zal nog altijd niet slecht zijn. "Niet slecht", als je denkt aan die peuter die maar niet kon leren stappen en spreken...

--------------------------
Update, 10 november 2,010. Op school is een logopedist gepasseerd, en het verdict voor kleuter Thomas was dat zijn niveau "gemiddeld" was. Daar! Ik heb het altijd wel gezegd! Het ene kindje ontwikkelt zich nu eenmaal anders dan het andere, en er was geen reden om ons bezorgd te maken. Vooral zijn uitspraak is zwak, en hij maakt zelfs nog foutjes tegen de kleuren, maar de voorzetsels kent hij goed en hij kan ook heel goed een gesprek voeren. Het weze bij deze genotuleerd.

donderdag 21 oktober 2010

Er kan over gepraat worden...

Eens te meer krijgen we enkele reacties op mijn "ideeën" over de splitsing van België, die me in zekere zin verrassen. Om te beginnen was ik werkelijk verrast toen lezer Serge destijds (1) schreef dat de Franstalige (vaak liberale) Brusselaars "niet op een PS staat zitten te wachten". Dat was dan ook de post waarin ik bedacht dat het toch niet zo moeilijk zou moeten zijn om er "minder onaantrekkelijk dan de Waalse PS" uit te zien, en wie weet ligt na een splitsing van België Brussel zomaar in Vlaanderen! Omdat de Brusselaars daar zelf voor gekozen hebben!

Natuurlijk begrijp ik ook wel dat dat zwaar naief is, omdat we er dan geen slaande ruzie meer om kunnen maken, en als papa van twee kleuters ben ik goed geplaatst om te weten dat dat niet kan. Maar als we voor de grap even verder kijken...

In die post kwam ook het punt van Serge naar boven, waar volgens mij een hoop Vlamingen met opgetrokken wenkbrauwen zullen naar gekeken hebben: De Franstalige Brusselaars zouden aarzelen om deel te worden van Vlaanderen, omdat ze zich bedreigd voelen in hun cultuur. Een punt dat hij overigens opnieuw maakt in een commentaar bij de jongste post over het onderwerp (2). Maar nu word ik voor de tweede keer verrast als ik zie met welk relatief gemak ook daar conversatie tot stand komt. Daarvoor ga ik terug naar nog een andere post over hoe de Franstalige Brusselaars misschien wel zouden moeten kiezen (3), en daar beschreef Axxyanus een Vlaams programma ongeveer als volgt.
  • recht op Franstalig onderwijs
  • recht om in het Frans bij de overheid terecht te kunnen.
  • recht om Franstalige verenigingen op te richten.
  • Er wordt niet naar de taal van de vereniging gekeken bij het toekennen van subsidies aan verenigingen.
Daar kwam ook nog bij dat de Franstaligen zelf ook nog punten mogen opsommen en dan zou daarover te praten vallen. Geef toe, het is allemaal nogal eenvoudig gehouden, zoals je kan verwachten van een commentaar bij een blogpost, maar het heeft tenminste de vorm van een bod. In de post onder voetnoot (2) vond Axxyanus het ook nog "vanzelfsprekend" dat de mensen op straat en op café en op school hun eigen taal kunnen spreken. Iets dergelijks, veel meer uitgewerkt, zouden de Vlamingen moeten aanbieden, en als vervolgens de Franstalige Brusselaars vinden dat leven onder de Waalse PS-staat toch beter is, dan zou ik me daar sportief bij neerleggen. Maar heel fundamentalistisch vind ik het allemaal niet klinken: laat me zeggen dat Axxyanus tenminste bij mij de indruk heeft gewekt één van die "serieuze mensen" te zijn die over het onderwerp zouden moeten nadenken, om te vermijden dat de fundamentalisten het gat komen vullen.

Ook interessant was een interentie van lezer Krist die scheen te denken dat als één en ander in een heel andere atmosfeer zou verlopen dan altijd weer dat sfeertje van gebroken huwelijk, het helemaal geen probleem zou zijn om Franstaligen allerlei rechten toe te kennen. En kijk, het bleek alweer dat er best wel te praten viel!

Het spreekt vanzelf dat het niet op dit blog is dat het probleem zal opgelost worden. Alleen al het feit dat er gepraat kan worden lijkt me echter hoopgevend. Een bedenking die ik in me voel opkomen gaat over Serges omschrijving van de vrees voor culturele druk onder "an inflexible nationalist regime". Ik ben het er mee eens dat dat nergens voor nodig zou moeten zijn. Maar het komt in me op dat dat "verlies van de eigen cultuur" nu precies het proces is dat de Vlamingen zichzelf zien ondergaan, nu al generaties lang, in altijd maar nieuwe gebieden. Als die "eigen cultuur" zo belangrijk is voor de Franstaligen, dan mag er misschien een beetje begrip gevraagd worden voor dezelfde bezorgdheid aan onze kant?

----------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2010/04/en-wat-zullen-de-franstalige.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2010/10/over-belgie-en-splitsen-en-brussel.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2010/04/en-wat-zullen-de-franstalige.html