dinsdag 25 juli 2006

Popper over Tolerantie: meer

Eén van Poppers stokpaardjes waren de moeilijkheden waarin je terecht komt als je allerlei ideeën in de metafysica duwt - wat de mensheid met haar religieuze of Platoonse filosofieën altijd weer is overkomen. Dat woord "metafysica" slaat (hier) op het concept dat er zoiets bestaat als "het wezen van de vrijheid", of "waarachtige tolerantie" of "de essentie van de democratie" en meer van die dingen. (De ware liefde! De absolute moraal! De Waarheid met Hoofdletter! Het schone en goede!) Het begint er al mee als je de concepten wil definiëren. Als er zoiets bestaat als (zeg:) "vrijheid", dan moet het mogelijk zijn om het woord dat dat "iets" beschrijft nauwkeurig te definiëren. En meteen kom je in een paradox terecht: als je iets wil definiëren vermijd je kringredeneringen door het te definiëren woord niet zelf in de definitie te gebruiken. Dus moet je nieuwe woorden gebruiken om de bestaande termen te definiëren, waarna je weer nog nieuwe woorden nodig hebt om de termen uit je definitie te definiëren, enzovoort enzoverder tot in alle eeuwigheid, amen.

Of neem nu rationalisme. Popper was een overtuigd rationalist. Maar dat laatste betekent dat je je ideeën en stellingen kan gronden op (uiteindelijk) logisch-mathematische waarheden of empirisch vaststelbare feiten. Maar de stelling dat we rationalisten moeten zijn; waarop valt die te gronden? Als je logisch-mathematische waarheden gebruikt om "rationalisme" te gronden, dan heb je ze al aangenomen om ermee te bewijzen dat ze correct zijn: weer een kringredenering, dus. Hetzelfde geldt voor empirische waarneming: op basis waarvan kan je gronden dat je dat moet aannemen? Waarom zou goddelijke influistering niet beter zijn, of de invallen van je eigen geniale brein?

En als je al die dingen niet kan gronden, dan rest alleen een keuze te maken op basis van een soort pragmatiek. En elk van die keuzes, inclusief rationalisme, is even arbitrair als alle andere. En eenmaal je dàt hebt ingezien merkt Popper op dat rationalisme een voordeel biedt dat andere wereldbeelden - zoals, bijvoorbeeld: religieus dogma - niet hebben. Je kan de mogelijkheid tot correctie inbouwen; en je kan dat door niet alleen te proberen voor je stellingen bewijzen te vinden, maar integendeel ook weerleggingen. Alleen op die manier kan je vermijden dat iets dat ooit een goed idee was met de tijd verandert in een eeuwig dogma. Met andere woorden, je kan de nadelen van het rationalisme - dezelfde nadelen als elk obscurantisme - opvangen door over te schakelen op kritisch rationalisme.

En zo is het ook in sociaal-politieke onderwerpen. Iedereen die vertrekt met "ware vrijheid" en "waarachtige tolerantie" en "echte democratie" komt altijd weer in dezelfde paradoxen terecht. En daarom dient deze post als breder kader bij de vorige. Popper signaleert een probleem waarmee de mensheid al eeuwen af te rekenen krijgt: een denken in termen van "ware tolerantie" komt vanzelf in de intolerantie terecht, en de "ware vrijheid" is een recept voor de anarchie van (de vrijheid van) de sterkste, enzovoort enzovoort. En al die paradoxen zijn niet nieuw: Plato kende zo ook al, en noemde ze ook op, en Popper herhaalde ze in een voetnoot bij hoofdstuk 7 van The Open Society and its Enemies. Gevolgd door de zinssnede "deze paradoxen zijn oplosbaar door...".

Dus is het een kwestie van simpele empirische waarneming waar Popper het nu eigenlijk had. Het staat in de tekst van zijn voetnoot. Maar het is ook de geest van zijn hele boek; ja, zijn hele filosofie. Hij signaleert een (consistentie-)probleem, en hij stelt een oplossing voor. En ja, het volstaat dat ergens, iemand, ooit, één keer (zoals ik gisteren schreef, uit oppervlakkigheid, of bewust, of whatever) een citaat uit de context rukt, en het kan een eigen leven gaan leiden, en op de duur is het zo vaak herhaald (en het boek zelf zo weinig gelezen), dat die versie nog als absolute waarheid gaat gelden ook. De cirkel is rond wanneer een auteur die oorspronkelijk een kritiek wilde leveren op het misbruiken van begrippen, zich de huid vol laat schelden door mensen die kritiek hebben bij het misbruiken van begrippen. Sic transit sapientia mundi?

maandag 24 juli 2006

Popper, Tolerantie, en Andere Paradoxen

Bij de post “Vrije Meningsuiting” (1) ontwikkelden zich in de commentaren vragen als (varianten op) “hoe kan men vermijden dat de democratie op democratische wijze zichzelf opheft?”. Luc Van Braekel verwees daar naar hoe filosoof Karl Popper daar ook over "zou" geschreven hebben. Vandaag voegde hij er aan toe dat het blog “The Brussels Journal” naar dezelfde kwesties verwees (2). En dus vond ik het de moeite eens te gaan kijken, en wat ik aantrof was als volgt.

In een artikel over verdraagzaamheid citeert ene Jos Verhulst Poppers The Open Society and its Enemies. En wel zegt het citaat dat tolerantie zijn grenzen heeft. Geconfronteerd met intolerantie hoeven we zelf niet langer tolerant te zijn, maar zijn er gevallen waarin ook wij intolerant mogen worden, en waarin we de intolerantie van zij die net intolerant verklaard zijn strafrechtelijk (!) mogen vervolgen.

Dat is allemaal niet naar de zin van Jos Verhulst. Tolerantie blijkt nu een pseudo-begrip te zijn, wat meteen maakt dat Popper zichzelf in het intolerante kamp heeft vast geredeneerd. Het volstaat immers doodgewoon de anderen “intolerant” te noemen, en je mag meteen zelf zo intolerant zijn als je maar wil. Zo vernemen we verder nog dat Popper daarmee in het kamp terecht komt van zij die de staatsmacht willen grijpen, om nog maar eens die macht te gebruiken ter onderdrukking van de machteloze. En Verhulst eindigt ermee Popper te beschuldigen van een vals en inconsistent gebruik van het begrip, kennelijk om het als een slogan in de handen van de staatsmacht te misbruiken.

Zoiets doet altijd even diep ademhalen. Natuurlijk moeten we er alle begrip voor hebben – we willen tenslotte tolerant zijn – dat mensen die nooit Popper in het algemeen, en The Open Society in het bijzonder, hebben gelezen niet weten dat er alarmbellen moeten rinkelen wanneer ze Popper (denken te) betrappen op een pleidooi voor "het onderdrukken van de machteloze door de staat". Voor de prestatie om uitgerekend Popper aan te wrijven dat hij zijn termen inconsistent gebruikt vind ik eigenlijk niet zo direct woorden: laat ik het “grappig” noemen.

Onze natuurlijke reflex in zo’n geval is (of beter gezegd: "zou moeten zijn") gewoon te kijken naar het bewuste citaat. Meteen blijkt dat het geen citaat is uit hoofdstuk 7 van het boek (zoals het artikel van Verhulst zegt), maar uit een voetnoot bij dat hoofdstuk. En dat dat een belangrijk verschil is, blijkt als we die voetnoot gewoon lezen. Dan zien we dat Popper commentaar, en kritiek geeft bij één van (in Poppers ogen) Plato’s ondemocratische tendenzen. Namelijk leidt Plato uit een analyse van het concept “vrijheid” af dat een overmaat aan vrijheid juist tot het tegendeel, tyrannie zou leiden. Dat is maar één paradox temidden van een serie andere, waaronder de vraag of een democratie zichzelf democratisch kan opheffen, en ook, het bewuste citaat, dat tolerantie leidt tot intolerantie - zoals beschreven.

En dus lanceert Popper daar geen pleidooi voor een “vals”, laat staan “inconsistent” begrip, maar geeft hij integendeel aan dat, en waarom, mensen die pleiten voor een “waarachtige” tolerantie (of “vrijheid”, of “democratie”) in inconsistenties terecht komen. Precies het verwijt dat hij Plato maakt, als die uit zijn “ware vrijheid” afleidt dat er tyrannie uit voortvloeit, en dan maar concludeert dat een “filosoof-koning” de beste bestuursvorm zal zijn.

En dat is perfect consistent met zijn hele filosofie van “kritisch rationalisme” en in het bijzonder zijn The Open Society and its Enemies; hetgeen dan ook de reden is waarom iedereen die die spullen gelezen heeft zo zal zitten fronsen bij het “citaat”. Het is namelijk helemaal geen citaat, het is een uit de context gerukt deel van Poppers kritiek op een bepaalde visie, die vervolgens wordt voorgesteld alsof het Poppers visie zelf was. Terwijl precies het omgekeerde waar is.

Precies daarom ontwikkelt Popperdan ook zijn “kritisch” denken. Iedereen zal het recht hebben om zijn visie op (in casu) tolerantie zo luid hij maar kan van de daken te schreeuwen, en alle anderen zullen ook het recht hebben om alle problemen die ze daarbij maar zien niet minder luid ook van de daken te schreeuwen. Moge de beste winnen. En als echte liberaal buigt Popper in zijn text nederig het hoofd voor het besef dat de ideale wereld, met de ideale oplossing, niet bestaat. Dus dat het kritisch denken zelf ook nooit verder zal komen dan het bereiken van de best mogelijke benadering van onze idealen – wat al heel wat beter is dan de belofte van het Rode Paradijs of het Rijk Gods op Aarde; vind ik toch.

En dat kunnen we allemaal doodeenvoudig zien als we het citaat nog een beetje verder lezen, waar Popper met zoveel woorden zegt dat al die paradoxen oplosbaar zijn, indien we een politieke filosofie aanhangen gebaseerd op deze kritische benadering. Hij pleit daar met andere woorden niet voor een bepaalde visie, maar stelt integendeel vast dat er problemen mee zijn, en gaat op zoek naar een oplossing. Die zal niet perfect zijn, maar het zal tenminste wel consistent zijn.

Zo blijkt dat we heel erg moeten oppassen met "citaten". Iemand zou het, uit oppervlakkigheid, of met de bedoeling er propaganda uit te brouwen, zomaar verkeerd, of uit de context, of op een andere manier foutief kunnen "citeren". De moraal van het verhaal is hier dat we beter de filosofen zelf lezen voor, en niet na, we ze in alle richtingen luidkeels van “inconsistentie” en erger beschuldigen.
-------------------------------------------

(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/vrije-meningsuiting.html
(2) http://www.brusselsjournal.com/node/1213 , intussen opgepikt door: http://lvb.net/item/3136

Zie ook: Popper, The Open Society and its Enemies, 1945 (1986)

Not good enough

Voor de eerste keer, en dat op zes maanden tijd, heb ik een commentaar geweigerd.

Op usenet liep een discussie over de recente economische problemen in Zimbabwe. Bij de uitwisseling over hoe de hongersnood toesloeg op het moment dat Mugabe blanke boeren had onteigend, wilde ene "lvd" weten hoe het zat met het percentage blanken op de totale bevolking van Zimbabwe.

Ikzelf vroeg me af waarom dat belangrijk zou zijn, gaf "for argument's sake" toe dat het om een heel laag percentage zou gaan, en stelde voor dat te rijmen met mijn post van destijds:

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/04/zimbabwe.html

En zomaar opeens, zonder merkbare overgang, ging het niet meer over percentages, maar over de soort planten die er geteeld werden! En dit, nota bene, vergezeld van schampere opmerkingen over hoe het "te moeilijk" voor me was.

En dus herinnerde ik er aan dat noch de percentages, noch de soort geteelde planten erg veel te maken hebben met de onteigeningen door Mugabe, en de daarop volgende economische crisis.

En wat er toen gebeurde was dat er een commentaar bij die Zimbabwe post verscheen, en dus niet langer op usenet, waarin al die dingen snel aan elkaar werden gebreid. Alweer een post vol nieuwe onderwerpen (kennen we toestand in Zimbabwe eigenlijk wel?) nieuwe schampere opmerkingen (waarom zijn ze zo lui?) en de bewering dat de landhervorming niets met de hongersnood te maken heeft. Namelijk, de onteigende boeren produceerden geen voedsel, maar tabak. Verder nog sneren aan het adres van CNN die de "propere oorlog" verkondigt, en tenslotte, de opmerking dat "lvd" nu helaas geen tijd meer heeft om er nog verder op in te gaan.

En dat laatste, alsook de snerende opmerkingen als hij niet direct gelijk kan halen, alsook de voortdurende veranderingen van onderwerp, alsook de onsamenhangende manier waarop het dogma moet gehandhaafd worden, nu eens op basis van dit argument, dan weer op basis van iets heel anders, zijn symptomen die ik denk te herkennen. Om maar te zwijgen van de manier waarop er nog altijd niet de minste poging is iets te maken van de manier waarop de landhervorming, kennelijk geheel toevallig, onmiddellijk gevolgd wordt door economische ineenstorting.

Spam! Aandachtzoekerij! Voortdurende herhaling van een bepaalde propaganda, weinig vermogen tot argumentering! Het lijkt me perfect goed genoeg voor usenet. En het zou niet bij me opkomen te proberen verbieden dat het (bijvoorbeeld op usenet) kan verschijnen. Vrije meningsuiting!

Maar het is niet goed genoeg voor dit blog. Sorry. Misschien kan het een troost zijn dat het een primeur is, want in ieder geval: geweigerd.

zondag 23 juli 2006

Indo-Germaanse Talen

(Hier volgt een verhaal uit Diamond, The Rise and Fall of the Third Chinpanzee, 1991, hoofdstuk 15.)

Vandaag de dag spreken grote groepen volkeren Indo-Europese talen (hierna: IE-talen). Voor zover ik weet slaat die term op het feit dat de afkomst van deze talen zo vaag is (of misschien beter gezegd: was) dat we ze niet beter kunnen (konden?) situeren dan “ergens tussen Indië en Europa”. Terwijl, geografisch gezien, vandaag niet langer één enkele regio, maar een heel groot stuk van dat gebied deze talen spreekt, en bovendien nog eens enorme andere lappen, zoals de Amerikaanse continenten of Australië, hetzelfde doen.

Waarom domineren de afstammelingen van één groep zulke grote delen van de wereld? Waar komen ze vandaan? Hoe is die geschiedenis verlopen? Soms is het verbazend hoeveel je te weten kan komen over onderwerpen die noodzakelijk altijd vaag en mistig blijven, bijvoorbeeld omdat het allemaal zo lang geleden is.

We hebben geschreven bewijs van het bestaan drie verschillende groepen IE-talen die teruggaan tot het “Derde Millennium” (1) van de menselijke beschavingen: Hittitisch (1,900 BC), Sanskriet (1,500 BC) en Grieks (1,300 BC). De verschillen die op dat moment al zijn opgetreden tussen de talen suggereren dat ze een gemeenschappelijke voorouder (“Proto-Indo-Europees”, en dus “PIE”) hebben die teruggaat tot de tijden van het Eerste Millennium. Overwegingen rond woordenschat bevestigen die suggestie. Aangezien diverse latere IE-talen verwante termen hebben voor “wiel”, en het wiel is uitgevonden rond 3,300 BC, ziet het er naar uit dat in die periode, dus het Eerste Millennium, een PIE bestond waarin er een woord voor “wiel” was. En aangezien diverse IE-talen géén verwante termen hebben voor (destijds belangrijke) uitvindingen als de strijdwagen (op de grens van het Derde Millennium) of ijzer (eveneens Derde Millennium) lijkt het er op dat het PIE voor die periode werd gesproken.

Maar daarmee zijn we terug bij die blijkbaar heel belangrijke overgang van Eerste naar Tweede Millennium! Want niet alleen was dat de periode die de voorbereidingen tot, en het uitlopen in de eerste beschavingen vertoonde, maar nu vinden we ook dat de linguistieke voorouders van de dominante beschaving van het jaar 2,000 AD hier terug te vinden zijn. Welke vorderingen kunnen we maken als we ons nu ook afvragen waar ze vandaan komen?

Als je de hedendaagse wereldkaart op IE-sprekers checkt, zou je veronderstellen dat ze ergens vanuit de Atlantische Oceaan komen: alleen zo kan je met een minimum aan volksverhuizingen verklaren dat ze zich over heel Amerika hebben verspreid, plus Europa, tot Eurazië bij Indië. Maar natuurlijk weten we dat die Westelijke verspreiding het resultaat is van een heel recente export van deze talen, en dus schuift dat geografische centrum een heel eind op naar het oosten: de Amerikaanse aanwezigheid telt niet mee. En nu blijken er bewijzen te zijn dat er ooit IE-sprekers waren ergens bij de grens van (hou je vast) Turkistan en China! Dat ziet er vandaag een eiland uit temidden van Turks-Mongoolse talen, maar per analogie met wat er in Amerika is gebeurd zien we onmiddellijk hoe het plaatje er hier uitziet. Zoals IE-talen de lokale Amerikaanse talen hebben verdrongen, zo hebben Turks-Mongoolse talen de toenmalige IE-talen verdrongen, in een gebied waarvan we inderdaad weten dat het voortdurend door Turken en Mongolen is overweldigd. En dus ziet het er naar uit dat IE-talen ooit nog veel meer naar het oosten waren verspreid dan we nu kunnen zien, en dus schuift dat geografische centrum nog eens een heel stuk naar het oosten op.

Naarmate het verhaal vordert (dus specifieker wordt) is de consensus kleiner en vermenigvuldigen de alternatieve theorieën zich zoals de broden en de vissen. We zitten dan ook stilaan bij “het verhaal volgens Diamond” wanneer we uiteindelijk de oorpsronkelijke PIE-sprekers situeren in het hedendaagse Oekraïne, in de periode van de uitvinding van het paard. De landbouw verspreidt zich sinds enkele millennia over Eurazië, maar beschavingen als Sumer of Egypte liggen nog een klein millennium in de toekomst. Ook in Europa bestaan dan al "eenvoudige" (?) landbouwsamenlevingen – ik neem aan de voorlopers van de menhirculturen?

Wanneer de IE-sprekers het paard leren gebruiken zijn we nog lang niet toe aan de steppecavalerie, die gedurende millennia terreur zou zaaien doorheen de beschavingen van Eurazië. Zowel die beschavingen als hun doodsvijanden de steppecavalerie, die zo lang het beeld van de geschiedenis zouden bepalen, liggen nog tientallen eeuwen in de toekomst. Maar zo primitief als de paard-technologie nog was, was het toch voldoende om grote delen van Azië in te palmen – de delen die later op hun beurt door Turks-Mongoolse volkeren zouden ingepalmd worden, en serieus op te schuiven in de richting van Europa.

“Opschuiven”; niet “inpalmen”. Europa was nu eenmaal geen steppe, en hoe groot het voordeel van de paardtechnologie ook was, waar de beesten geen eten vinden kunnen ze niet rijden: dit waren de tijden dat gras nog benzine was. Dus de vreemde veroveraars uit de steppen lijken niet zozeer het Europa van die tijd te hebben ingenomen, maar er in heel geleidelijke stappen, gedurende enkele millennia, steeds dieper in door te dringen, en hun eigen technologie – paard, wiel... – steeds meer met de vroege Europese culturen te vermengen. En dus zouden de latere Europese culturen, bijvoorbeeld de menhirculturen uit de Millennia waarin het Midden Oosten al oude beschavingen kende (zeg: vanaf het Derde), een resultante zijn van lokale volkeren met hun eigen landbouwcultuur, en het ontlenen, al dan niet manu militari opgelegd, van de elementen van een veeteeltcultuur.

Maar die vermenging ging wel gepaard met taalkundige overname van een heel groot deel van het continent. Het is die toestand die na nog een aantal millennia gisting tot het huidig plaatje leidde. Turks-Mongoolse volkeren pakten het oostelijk gedeelte van Eurazië op hun beurt in, zodat de IE-sprekers nu nog terug te vinden zijn op grote schiereilanden als Indië en Europa, en de IE sprekers zelf pakten grote delen van de wereld als Amerika in, zodat je nog de indruk zou krijgen dat ze oorspronkelijk ergens uit de Atlantische oceaan stammen. Tja, ze zijn nu eenmaal een heel eind gekomen, sinds de tijden dat ze het paard uitvonden, daar ergens rond het begin van het Eerste Millennium.

-------------------------------------------------
Voor deze “eigen tijdrekening”, zie posts als:

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/het-zevende-millennium.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/op-zoek-naar-de-bronnen-van-de.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/spectakel-bij-het-begin-van-het-tweede.html

zaterdag 22 juli 2006

Kosmologie... (weemoedig wegdromend...)

Enkele maanden geleden ging het op dit blog over de Big Bang. Op basis van destijds een zeer bescheiden steekproef formuleerde de astronomie de hypothese dat ons hele universum ooit in één enkel punt bij elkaar had gezeten, en nu nog altijd bezig was uit te dijen als gevolg van de explosie van dat ene punt. Het lijkt woest, het geeft aanleiding tot hopen nieuwe vragen, maar indien je het aanneemt kan je een bepaalde consequentie beredeneren: de aanwezigheid van een bepaalde straling met een welbepaalde energie. En ziet ende kijkt, die straling was er (1). Maar als je een woest idee hebt, en vervolgens kan je iets heel specifieks zien; iets dat evengoed héél anders kon zijn, maar dat indien het waar was alleen maar zo kan zijn, dan is dat een reden om dat woest idee enigszins serieus te nemen.

Hier komt nog een voorbeeld. Uitgaande van een aantal assumpties (bijvoorbeeld: er was een Big Bang. Maar ook: de natuurwetten zijn doorheen de tijd constant gebleven) kan je beredeneren welke dichtheid het universum moet gehad hebben doorheen de verschillende fasen van de explosie. En als je de dichtheid kent, dan ken je de temperatuur. En daaruit volgt, steeds per genoemde assumpties, dat je de energie van al die fasen hebt. En energie is equivalent met massa, zoals de beroemde formule met E, m, c en kwadraat erin ons vertelt. Het komt er op neer dat je puur theoretisch kan beredeneren dat er in dat heel vroege begin een soort condensatie van (een klein deel van de) energie tot materie plaatsvindt. Die materie bestaat uit protonen en neutronen. Dat zijn allebei zeer kleine partikels die je aantreft binnen in de kernen van atomen. Hun massa is ongeveer gelijk, maar een proton heeft een positieve electrische lading terwijl een neutron electrisch neutraal is.

Alles puur theoretisch beredeneerd. En we kunnen verder gaan! Met het verstrijken van de tijd bij dat allereerste begin dijt het universum uit, en neemt de temperatuur af. Nu gaan er allerlei evenwichten aan het schuiven, waar we ons gemakkelijk een voorstelling van kunnen maken. Beeld je een kluts water in, die zich in een gesloten pot bevindt. Voor een gegeven temperatuur (tussen nul en honderd graden) zal een bepaald deel van dat water verdampen, maar een ander deel zal condenseren. Voor de gegeven temperatuur is er een punt waarop evenveel waterdeeltjes van vloeibaar naar gas verdampen, als er deeltjes zijn die van gas naar water condenseren: de toestand is in evenwicht bij een bepaald percentage vloeistof en een bepaald percentage gas.

Zo is het ook voor de hoeveelheid protonen en neutronen. Bij de zeer hoge temperaturen van het zeer vroege begin zijn er evenveel protonen als neutronen. Maar naarmate de temperatuur afkoelt (we praten nog steeds over temperaturen die ordes van grootte hoger zijn dan de zon) zetten neutronen zich gemakkelijker om in protonen dan omgekeerd (vraag me niet hoe en waarom; het heeft iets te maken met het feit dat neutronen iets zwaarder zijn). Dus gaat het evenwicht verschuiven naarmate de temperatuur daalt: van 50 - 50% verschuift het naar een toestand waarbij 87% van de materie protonen zijn, en 13% neutronen. En, het kan niet genoeg herhaald worden, dat is allemaal puur theorie. Dat is allemaal alleen maar zo indien je een hoop assumpties aanneemt, zoals "er was een big Bang" en "het gedrag van straling en massa was toen zoals dat gedrag nu nog is", en nog een hoop andere: allemaal in zekere zin zuivere fantasie.

Maar dat verandert. Er komt een moment waarop (altijd weer puur theoretisch...) de temperatuur zo ver gezakt is, dat er een bepaalde nucleaire reactie op gang komt. Die reactie bestaat er in dat alle neutronen worden omgezet in helium-atomen. Helium-atomen bestaan uit twee neutronen en bovendien zitter er ook twee protonen in. Dus de reactie die bij die temperatuur op gang komt grabbelt zo goed als alle neutronen vast, kwakt ze twee aan twee elkaar, plakt er nog eens evenveel protonen bij als er neutronen ingingen, en vanaf dan bestaat het materiële universum niet langer uit X percent neutronen en Y percent protonen, maar uit X percent helium en Y percent protonen.

En van het ene moment op het andere ontstaat er een manier om te checken of heel die woeste fantasie ook enig verband heeft met de realiteit. Want we hebben een vrij goed beeld van wat er sindsdien nog meer met allerlei soorten atomen is gebeurd, en voor dit stukje is voldoende aan te nemen dat het antwoord is: niet zo heel erg veel. En verder weten we hoe groot de percentages protonen en neutronen waren op het moment dat al dat helium ontstaat: We zaten rond de 87% protonen en 13% neutronen. Als je weet dat quasi al die neutronen (13%) worden opgebruikt om helium te maken, en dat je nog eens evenveel protonen nodig hebt om er dat helium van te maken, wel, dan is in totaal ongeveer 26% van de totale massa omgezet in helium, nietwaar, en dan vertegenwoordigen de overblijvende protonen 74%, niet?

En nota bene, dat is allemaal, nog steeds, puur theorie. Indien al die assumpties ook goede assumpties zijn, en indien onze berekeningen correct zijn, en indien die verhoudingen sindsdien niet zo heel veel gewijzigd zijn... dan moeten we tot vandaag kunnen zien dat het universum voor pakweg driekwart bestaat uit protonen, en één kwart uit helium. En dat is dus geen theorie meer, maar iets dat we kunnen meten. Het is iets dat er heel anders zou kunnen uitzien dan de theorie zegt, en in dat geval moeten we minstens één van de assumpties serieus in vraag stellen.

Maar guess what? Helium blijkt ongeveer 23% van de materie van het universum uit te maken! Precies het soort cijfer dat je zou verwachten als er bij de Big Bang tegen de 26% van was, en dat er daarna nog enkele miljarden jaren licht mee geschoven werd. En dus hebben we weer een voorbeeld van iets dat heel anders had kunnen zijn, maar dat heel nauwkeurig klopt met wat er moet zijn, indien het Big Bang model klopt. Hetgeen volgens simpele logica niet bewijst dat dat model klopt. Maar het maakt er wel een model van dat we maar beter serieus kunnen nemen.

-----------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/01/kosmologie-een-anecdote.html

donderdag 20 juli 2006

De Vaas ligt in Scherven op de Grond

NBC rapporteert een interessante shift in perceptie bij een aantal Republiekeinse senatoren.

http://www.msnbc.msn.com/id/13944119/

Bijvoorbeeld:

"Rep. Gil Gutknecht (R-Minn.), once a strong supporter of the war, returned from Iraq this week declaring that conditions in Baghdad were far worse "than we'd been led to believe" and urging that troop withdrawals begin immediately."

Aha. De frase "than we have been led to believe" is interessant. Voor- en tegenstanders van de oorlog sturen al ruim drie jaar lang wederzijdse beschuldigingen rond dat de pers bevooroordeeld is, een fout beeld ophangt van de realiteit, bijgevolg in handen is van de tegenpartij, etcetera. Laten we aannemen dat dat waar is. Dan moeten we alleen nog moeten uitmaken welk van beide partijen daarbij gelijk had, en wie alleen maar uit zijn nek kletste.

Welnu, de frase "we've been led to believe" lijkt dat debat in aanzienlijke mate te beslechten, nietwaar? Wat wordt het, zijn de Amerikaanse Republikeinse senatoren nu ook extreem-linkse, hysterische, anti-Amerikaanse intellectuelen? Of krijgen we (al niet meer voor de eerste keer) de schoorvoetende erkenning dat al dat geschreeuw van hun kant, over hoe de toestand eigenlijk véél beter was dan de linkse pers die voorstelde, gewoon platte propaganda was?

Maar wacht, eigenlijk geeft het artikel zelf het antwoord in zoveel woorden:

"Republican lawmakers acknowledge that it is no longer tenable to say the news media are ignoring the good news in Iraq and painting an unfair picture of the war."

Tja. Als dit creationisten waren zou ik nu zeggen: "dus dat hadden jullie al die tijd (en ondanks de bijhorende decibels) goed fout. Zijn er nog meer dingen waarvan je nu durft opbiechten dat ze al die tijd (en ondanks de bijhorende decibels) goed fout waren? Of moeten ze ook één voor één opgegraven worden, zodat je je er wéér mee zal moeten laten insmeren?"

En omdat ze zich nu eenmaal de hele tijd op het intellectuele niveau van de creationisten bevonden, inclusief het geloei en gescheld op mensen die op simpele waarheden wijzen, vraag ik ze dat bij deze alsnog.

En het is belangrijk, want:

"Rank-and file Republicans who once adamantly backed the administration on the war are moving to a two-stage new message, according to some lawmakers. First, Republicans are making it clear to constituents they do not agree with every decision the president has made on Iraq. Then they boil the argument down to two choices: staying and fighting or conceding defeat to a vicious enemy."

Zie je, als dit hysterische, extreem-linkse, anti-Amerikaanse intellectuelen zijn, dan zijn ze dat nog maar recent; want vroeger waren het mensen die "adamantly backed the administration on the war". Onberispelijke mensen, dus, voor ze slachtoffer werden van de linkse pers! En dat komt nog even boven wanneer ze inderdaad een héél goed punt maken.

Want ja, de vaas ligt nu in scherven op de grond. Wat wordt het - gaan we blijven jammeren, of beginnen we aan de vraag wat me moeten doen nu de vaas in scherven op de grond ligt?

En ik vind dat een heel, heel goede vraag, en ikzelf ben lang niet geleerd genoeg om zomaar te weten of (laat staan dàt) de VS nu hun troepen moeten terugtrekken.

Maar er is een klein detail, dat uitgerekend Republikeinse senatoren inderdaad iets gemakkelijker over het hoofd zullen zien dan de anderen. Want de vraag of we ons nu niet over die scherven moeten bekommeren is zeer terecht. Maar de vraag of we dat werkelijk moeten doen onder de "deskundige" leiding van zij die die scherven hebben gemaakt is dat evenzeer.

En daar lijkt me het antwoord zeer duidelijk: "Met die bende kwispels, niet meer". Wanneer standpunten als "This president, I am sorry to say, has made a colossal mistake" (John Kerry) of "the invasion of Iraq was the biggest mistake in the history of American foreign policy" (Madeleine Albright, uit het blote hoofd geciteerd) ook het officiëel standpunt zijn, dan praten we natuurlijk over moeilijke vragen als hoe het nu verder moet.

Maar niet eerder. Met die kwispels, niet meer.

woensdag 19 juli 2006

Biologie en Politiek

Doorheen de geschiedenis waren politici haast altijd mannen. Bovendien waren het erg vaak mannen van een welbepaalde leeftijd. Oh, er waren en zijn voorbeelden van erg jonge politieke leiders – wat in het verleden meer voorkwam naarmate de levensverwachting lager was – en er zijn ook voorbeelden van stokoude leiders. Ja, er zijn zelfs gevallen waar het lijk nog een tijdje koel moest gehouden worden. Maar in algemene termen, denk ik, mag je vandaag de dag verwachten dat de leeftijd waarop mannen politieke prominentie bereiken ook de leeftijd is waarop ze grootvader kunnen worden. Ergens van rond de vijftig tot rond de zeventig, zeg maar.

Om eerlijk te zijn heb ik heel weinig kennis van hoe de globale kansen van vrouwelijke politieke leiders zijn geëvolueerd, sinds we op het idee gekomen zijn dat vrouwen politieke leiders kunnen zijn. Maar als ik nu gewoon kijk naar het België van rond het jaar 2,000, dan krijgen we een bepaald beeld te zien. Belangrijke vrouwelijke politici hebben doorgaans de leeftijd waarop ze moeder kunnen worden. Er zijn natuurlijk weer heel andere gevallen, maar je vindt tamelijk veel dertigers. Laten we die twee opmerkingen even in het achterhoofd houden, gewoon als feitelijke beschrijving van de toestand zoals we die aantreffen.

Nog maar heel kort geleden ging het hier over wat de termen “mannetjes” en “vrouwtjes”, in de biologische zin, betekenen. Laten we daar op voortborduren. Als “vrouwtjes” het soort individuen zijn die in hun leven (relatief) weinig nakomelingen kunnen krijgen, dan zijn bij de mens de “vrouwtjes” zij die één keer per maand de hele procedure in gang zetten, en indien het met succes afloopt een enorme fysieke investering leveren, die nog lang na de zwangerschap doorgaat. De “mannetjes” zijn zij die op massale schaal kleine geslachtscellen produceren, en daarnaast hoogstens de nodige porties testosteron; een poging die geslachtscellen ook weer kwijt te raken.

Maar dat impliceert dat de leeftijd waarop beide op het hoogtepunt van hun potentiële voortplantingssucces staan, verschillend is. Dat begint bij de beruchte “biologische klok”. Vrouwen zien hun totaal biologisch potentiëel sterk naar beneden gaan vanaf het moment dat ze ergens een heel eind in de dertig zijn. Mannen daarentegen kunnen er op veel later leeftijd nog helemaal aan beginnen, en dan nog kunnen ze gemakkelijk met evenveel nakomelingen eindigen als een willekeurig ander specimen.

Alles bij elkaar tikt de biologische klok bij vrouwen zo snel, dat de dalende biologische reproductiviteit het groeiend sociaal-economisch potentiëel (dat komt met een hogere leeftijd), al vrij snel compenseert. Terwijl dezelfde klok bij mannen zo veel langzamer tikt, dat hun reproductief potentiëel – dus biologisch plus sociaal – op een latere leeftijd dan bij vrouwen hoger ligt. Namelijk wanneer ze nog steeds behoorlijk veel kinderen kunnen krijgen, en ze bovendien over een aanzienlijk sociaal potentiëel beschikken om in die kinderen te investeren.

Kortom, Darwinistisch gesproken, en gegeven de kwetsbaarheid van onze baby’s en het soort samenleving waarin we leven, staan vrouwen op hun hoogtepunt wanneer ze de leeftijd bereiken waarop ze moeder kunnen zijn, en mannen wanneer ze de leeftijd bereiken waarop ze grootvader kunnen zijn.

En, lo and behold, dat is nu juist ook de leeftijd waarop ze politiek op hun hoogtepunt staan. Ik heb eerlijk gezegd niet het flauwste vermoeden waarom die twee hoogtepunten zo netjes met elkaar samenvallen.

maandag 17 juli 2006

Save the Rainforests!

Herken je de jaren zeventig nostalgie, met “Save the Whales”? Het was een beetje dat dat maakte dat we in 2000 een “Save the Bonobos!” vriendenclubje oprichtten, maar goed, dat is hier het punt niet. Het punt is wel dat, of we het nu over bonobo’s hebben, of over walvissen, of over wouden in het algemeen, de impact van de mens (nu met zes en een half miljard, en stijgend) op de planeet zeer zwaar is.

En dat zet de habitat van een brede waaier aan diersoorten onder druk, en zo komt het dat iemand die je over bonobo’s, of walvissen, of om het even wat aanspreekt, je eigenlijk aanspreekt over dat habitat.

In het geval van de bonobo’s is dat de bedreiging van het Afrikaanse regenwoud. Daar kunnen we ons gemakkelijk iets bij voorstellen: het is een streek van burgeroorlogen, mislukte staten, anarchie, de volgende stap is een “iedereen doet zijn zin” aanpak, en op het einde van de rit zijn de regenwouden bedreigd.

Het is goed om weten dat er niet één, maar twee scenario’s zijn waarbij die bedreiging zich voordoet. Het eerste scenario is het meest bekend. Het woud wordt gewoon kaal gekapt. Landen als Maleisië schijnen de laatste decennia practisch helemaal ontbost te zijn, maar de bedrijven wijken dan gewoon uit naar andere plaatsen – liefst waar geen controle of beperking bestaat. En dan eindig je al snel in continenten als Afrika.

Toch is, op dit moment, tenminste, en voor zover ik het allemaal goed begrepen heb, de kaalkap niet de grootste bedreiging in Afrika. Wat de Afrikaanse wouden het meest bedreigd is wat “levende doden” wordt genoemd. Je vliegt bijvoorbeeld over uitgestrekte en onoverzienbare wouden, en er is in kilometers in de omtrek geen mens te zien, geen machine, geen zaag – al wat je ziet zijn ongerepte regenwouden, de Brazilianen zouden er jaloers op zijn.

Dus wat is dan eigenlijk het probleem? Het probleem is dat er in die wouden gejaagd wordt. Een fatsoenlijk houtbedrijf (dat bestaat) heeft van een fatsoenlijke lokale overheid (sommigen doen heel verdienstelijke pogingen) een vergunning voor duurzame houtkap (dat is mogelijk: zeg, één boom per hectare, of zoiets) gekregen, en ze houden zich er perfect aan: het komt voor! Het kleine detail is dat er een weg wordt aangelegd van en naar het basiskamp, en vandaar naar plaatsen nog dieper in het woud; en nu is het woud zomaar ineens toegankelijk op plaatsen waar het dat vroeger niet was.

En dus kunnen er jagers in, en die vangen in die gebieden een hoop gemakkelijk wild waar in de Afrikaanse hoofdsteden, plus nog wat volk in het Westen, veel geld wordt voor betaald, en na een tijd raken steeds grotere gebieden leeg gejaagd. En zo kan je over grote, uitgestrekte gebieden groen vliegen, en nooit opmerken dat er zware moeilijkheden zijn.

De gemiddelde fruitboom wil zich, net zoals ieder levend wezen, voortplanten. Maar hij wil niet dat zijn nakomelingen recht onder zijn eigen voeten terecht komen: daar verkommeren ze maar in zijn eigen schaduw. Dus maakt hij rond zijn zaden een lekkere, sappige, geurige en kleurige vrucht. De bonobo (en de rest) klimt in de boom, eet de vrucht, wandelt of slingert of kruipt weer voort, en een heel eind verderop komen de zaden weer tevoorschijn, en nog voorzien van een flinke klodder voedzame mest ook. Ze spelen in de ecologie van het woud een rol die te vergelijken is met die van de bijen bij de bevruchting van onze eigen bloemen.

Maar dan moeten die bonobo’s, en de rest, er eerst wel nog zijn. Want anders krijg je wat we dus “levende doden” noemen. Uitgestrekte, ongerepte natuurgebieden, maar zonder dat ze zich nog kunnen voortplanten. Vandaag overtuigend groen, binnen twee eeuwen kunnen ze er een parking van maken.

zondag 16 juli 2006

Vrije Meningsuiting!

Er is de laatste tijd één en ander te doen rond het feit dat racisme in België in het strafwetboek is terechtgekomen. De bijhorende slogan is “racisme is geen mening, racisme is een misdrijf”. In het bijzonder krijgshaftig rechts zit zwaar op zijn paard. En vermits dit een heel complexe aangelegenheid is, hebben ze minstens een punt. Even kijken: wat voor onderwerpen kan ik zoal bedenken waar vrije meningsuiting erg belangrijk is geweest, zodat het feit dat het ooit zwaar is bevochten iets is om trots op te zijn?

Ha! Ik heb het! Godsdienstvrijheid! Beeld je in dat de partij die de volgende verkiezing wint ook nog goede vriendjes is met de paus, en dat die er in slaagt door het parlement te vijzen “atheïsme is geen mening, atheïsme is een misdrijf”! Ik denk dat mijn voorbeeld illustreert dat beide kampen, “links” en “rechts” meteen akkoord zijn dat dezelfde slogan, toegepast op “atheïsme” in plaats van “racisme” onaanvaardbaar zou zijn. Links zou dat onaanvaardbaar vinden, denk ik, gezien de vele pogingen die ze hebben gedaan om alles wat met paters en nonnen in verband staat te discrediteren, en rechts zou onmiddellijk de vergelijking maken met de protesten tegen de Mohammedcartoons, en opmerken hoe middeleeuws de bijhorende protesten zijn. Maar wacht! In dit geval hoeft rechts die vergelijking niet eens te maken, want rechts klaagt de slogan ook zonder die vergelijking aan.

Dus: het is niet zo simpel, en ze hebben minstens een punt. Maar de vraag is: zijn ze aan de rechterzijde erg consequent? We hebben al: “atheïsme” is geen mening maar een misdrijf” kan niet, en we hebben “racisme is geen mening maar een misdrijf” gaat ook te ver. Maar weet je wat ik nog maar pas gelezen heb? Eén of andere conservatieve organizatie in de VS had de gewoonte om van een hele hoop beroemde films gekuiste versies te maken. Geweldscènes en blote prentjes gingen er uit. En dus is het niet moeilijk de consequentheid van het rechtse denken even op de proef te stellen.

Meer bloot op tv! En vroeger op de avond! Mohammedca- uim, nee, ik bedoel: "blote scènes zijn geen misdrijf, maar een meningsuiting"! En meer geweldscènes! Ik wil meer van die films zoals “Heat” zien, waarin een (laten we eerlijk zijn) belachelijke gangsterfiguur als een soort “idealist” en “professional” wordt voorgesteld ("this is what I do”), en dus doet hij het “goed”, en dus wandelt hij banken en consoorten binnen met een khalashnikov, en natuurlijk vallen er wel eens slachtoffers, maar wat wil je, “this is what I do”. En wanneer op het einde hij die met de kogel omgaat vervolgens ook door de kogel vergaat, dan is dat alleen maar een waardig en dramatisch einde van een krijghaftig leven, en de politieman drukt hem in de sterfscène nog de hand ook. (Geld - te - rug - geld - te - rug!)

Welnu, dat soort films is beslist geen misdrijf, dat is een meningsuiting. En dus moeten we dat soort uitingen van meningen verdedigen, tegen elke poging in om ze minder te produceren, of op beperkte tijdstippen uit te zenden, of wat dan ook! Want je weet hoe dat gaat: vandaag proberen ze blote foto’s te beperken, en morgen mag je al geen racistische klap meer uitslaan.

vrijdag 14 juli 2006

Duurzame Ontwikkeling

LVB meldt ( http://lvb.net/item/3072 ) dat op voorstel van SP.a, PS en Spirit "duurzame ontwikkeling" in de grondwet wordt ingeschreven. De commentaren op dat blog, altijd al ergens tussen "neo-liberaal" (compliment) en "zeer rechts" (ach...) bevinden zich ergens tussen het sarcasme en de afschuw. En dat is - gegeven de manier waarop de hoek waaruit het voorstel kwam die term gewoonlijk invult - wellicht niet misplaatst.

Maar waarom zouden we de betekenis van een term laten monopolizeren door één bepaalde hoek, in casu nogal tamelijk knalrood? Ik vind dat inschrijven heel goed nieuws! "Duurzame Ontwikkeling"; dat is nu precies wat Europa heeft gedaan, de laatste 250 jaar, en dit als min of meer rechtstreeks gevolg van dingen die je tot 1,000 jaar geleden kan terugvinden. Tot 250 jaar geleden zat Europa, precies zoals iedereen vast in een val die maakte dat elke vorm van ontwikkeling weer verloren ging - niet zelden met "Malthus" aangeduid. En dus zag je overal honger, ziekte, armoede, oorlogen, en vluchtelingen, en kleine elites die leefden aan de top van ontstellend arme bevolkingen.

Maar vanaf de Industriële Revolutie veranderde dat. En vanaf ergens halfweg de negentiende eeuw vertaalde een toenemende ontwikkeling zich niet langer (omdat het aantal hoofden sneller steeg dan het totale inkomen) in dalende inkomsten per hoofd. Kortom, er was "ontwikkeling", en die ontwikkeling was "duurzaam"; en ik ben ervan overtuigd dat De uitdaging van onze tijd is dit historisch ongehoorde resultaat te globalizeren. Zoals grote delen van Azië momenteel ook aan het doen zijn.

En dus vind ik het heel goed nieuws dat we ons nu officiëel, ingeschreven in de grondwet, moeten afvragen hoe we dat nu eigenlijk geflikt hebben. Een vlugge greep uit de zeer complexe causaliteit daarvan haalt naar boven: Technologische Ontwikkeling, Renaissance, Wetenschappelijke Revolutie, Verlichting, Kapitalisme, Industriële Revolutie, Liberalizering, Democratizering, en Globalizering. In min of meer correcte chronologische volgorde. (Merk tegelijk op: religieus obscurantiscme, zondebokdenken, racisme en pseudo-filosofieën die vinden dat we de Verlichting beter de "Verduistering" zouden noemen, staan niet in het lijstje.)

Dus ik ben voor het inschrijven van "duurzame ontwikkeling" in de grondwet. Laten we even nuchter blijven: geloven we vaak in de ideeën die afkomstig zijn van onze alom geliefde en gerespecteerde Belgische Socialisten? Neen? Waarom zouden we dan nu ineens geloven in hun opvatting van wat "duurzame ontwikkeling" betekent? We moeten er gewoon voor zorgen dat we het over werkelijke duurzame ontwikkeling hebben.

donderdag 13 juli 2006

Meer over Mannetjes en Vrouwtjes

Twee posts geleden had ik het over de mannetjes en vrouwtjes. Een simpele definitie leidde tot een stel mathematische probabiliteiten; die werden door het spel van “natuurlijke selectie” omgezet in biologische realiteiten en... nu kwam zomaar ineens het dak naar beneden!

Want verbeeld je, we hadden gezien dat het er voor vrouwtjes niet toe deed of ze veel of weinig “ondernemingsdrang” (knipoog, knipoog) voelden, maar dat de mannetjes met het verstrijken van de generaties wel meer en meer “krijgslustig” (giechel) moesten worden, omdat ze anders gewoon uit de genenpoel verdwenen. En dus “moesten” hun afstammelingen na voldoende generaties – lees: wijzelf – deze avonturiersdrang in de praktijk omzetten, en “moesten” we wel achter de vrouwtjes aanzitten, en dus was dat allemaal “natuurlijk” en het huwelijk of andere vormen van monogamie waren “onnatuurlijk” en dus was de wereld wreed en dom als die het anders zag.

Versta me niet verkeerd, ik ben niet van plan van de logica van het verhaal af te dingen. Ik ben wel van plan te suggereren dat een realiteit vaak veel complexer is dan een logica. En omdat dat laatste een zo vaak herhaalde bewering is dat het op de duur helemaal geen betekenis meer heeft, probeer ik dat met wat in het Engels een “teaser” heet: iets waaraan je gewoon kan voelen dat er iets niet klopt, zodat je er eens flink over kan gaan broeden.

We beginnen terug met de logica. Als vrouwtjes, per definitie, veel minder nakomelingen kunnen hebben dan mannetjes, dan zijn zij, als potentiële bron van nakomelingen “kostbaar” – en dus zijn mannetjes “goedkoop”. Bijvoorbeeld, stel dat 90% van de vrouwtjes uitsterft, maar dat alle mannetjes gespaard blijven. Dan zal er een gevecht om de overblijvende vrouwtjes ontstaan; zeg maar: om het toekomstig nakomelingschap, van een intensiteit om het voortbestaan van de samenleving in vraag te stellen. Terwijl, indien 90% van de mannetjes zou verdwijnen, dan zouden er ongetwijfeld een hoop sociale aanpassingen nodig zijn, maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat de kansen op individueel voortplantingssucces van die vrouwtjes erg in het gedrang komt. Van mannelijke overbodigheid gesproken...

En dat zie je in de natuur! De mannetjes moeten met ellebogen werken, of met vleugels, staarten, geweiën en andere attributen om de aandacht van de vrouwtjes op henzelf te richten, en niet op de concurrentie. De mannetjes moeten compenseren met uiterlijk vertoon wat ze missen aan inhoud. De vrouwtjes daarentegen zijn de investeerders. Ze willen graag rustig keuren wat er hun richting uitkomt, en in zee gaan met wie in de smaak valt. En dus zie je dat mannelijke eenden parmantig en bontgekleurd ronddrijven op het water, terwijl de vrouwtjes er vervelend bruingespikkeld bijzwemmen. De beroemde pauwenstaart zijn staarten van mannetjes. Enzovoort: de mannetjes zijn de levende uithangborden, de vleesgeworden reclamecampagnes. Allemaal volgens dezelfde logica die maakt dat het ook de mannetjes zijn die achter de vrouwtjes aanzitten, en zelden omgekeerd.

En, sprak de logica aan het begin van dit stukje, zo was het dus ook bij de mens. Het is het mannetje dat de nood voelt aan ondernemingsdrang, en de vrouwtjes zijn “van nature”, uim: bedeesd. En zo vertelt primatoloog en anthropoloog Craig Stanford in zijn Significant Others, The Ape-Human Continuum the Quest for Human Nature, 2001, hoe hij was uitgenodigd om dit alles te komen uitleggen in een programma waarvan het publiek grotendeels uit mannen bestond. En toen de geleerde anthropoloog vooraf uiteenzette dat er toch wel héél veel meer aan de hand was, toen besloot de programmaleiding dat dat niet was wat het publiek wilde horen, en het interview ging naar een andere specialist.

Of hoe we bij het opstellen van onze theorieën worden gestuurd door wat we willen horen. En sta me toe dat gewoon verder te illustreren met het steken van nog wat stokken in de wielen. Hoe zit het eigenlijk met dat “natuurlijk gedrag” bij de mens? Je weet wel, het zijn de mannetjes die er veelkleurig en met veel uiterlijk vertoon bijlopen, en de vrouwtjes die bescheiden en onopvallend blijven. Klopt het zo’n beetje, ja? En zo neen, snel op zoek naar een ander blog, waar geen vragen over onverwachte problemen gesteld worden?

woensdag 12 juli 2006

Krijgshaftig rechts op de achterste poten...

... maar het punt is, ik denk dat ze wel gelijk hebben.

Kijk, ik heb het ook hier al gezegd, ik vind ze doorgaans gewoon stomvervelend met hun eeuwige litanie, hun voortdurend gejammer en gemekker, en hun manie om een historisch ongelofelijk gepriviligiëerde positie als een slachtofferrol voor te stellen... maar toch.

Laten we eens kijken hoe LVB het verhaal vertelt; een LVB die er toch een punt van maakt "de Vox Populi" aan het woord te laten, die zich momenteel beklaagt als volgt:

http://lvb.net/item/3059

En ook:

http://lvb.net/item/3056

Zoals ik het hieruit begrijp: Een "krijgshaftig rechtse" blogger - het soort blogger dat ik niet lees, dat me doorgaans doet geeuwen van verveling wegens hun voorspelbaarheid - had iets geschreven over de hoge en/of zware criminaliteit die vaak gepaard gaat met de immigranten in België. Hij had daarbij het verhaal verteld van zijn moeder die uit respect voor de natuur haar kinderen verbood mieren dood te trappen. Tot de mieren een invasie van het huis uitprobeerden, en de zaak alsnog slecht afliep.

Dus, steeds zoals ik het hieruit begrijp, de blogger had geschreven dat ook het geduld van tolerante mensen fataal op de proef kan gesteld worden.

En "blijkbaar" (zegt LVB) oordeelt het Centrum voor Racisme (of zoiets) dat daarmee de migranten vergeleken worden met rode mieren, en... nu is het stuk intussen van dat blog verdwenen.

Hàllooooooo...!

Maar ook: Oei!!!

Nog maar pas heb ik hier geschreven dat wij, Europeanen, slachtoffer zijn van een landbouw"beleid" dat ons verhindert de goedkope èn zoete tomaten uit, zeg, Marokko te kopen. En dat we dubbel slachtoffer zijn omdat de Marokkanen, die nu geen tomaten kunnen uitvoeren, dan maar Marokkanen uitvoeren (1).

Oei!!!

Let wel, ik heb dat alleen maar afgeschreven van het beroemde boek van Samuel Huntington, maar ik heb het toch maar gezegd.

Oei!!!

En nog meer oei! Ik denk dat het ook op LVB was dat ikzelf op een bepaald moment de Irakezen "zandnegers" heb genoemd. Met een beetje pech was het zelfs "vuile zandnegers". Natuurlijk, dat gebeurde in een zwaar sarcastische aanval op de volgens mij hypocriete rechtvaardigingen van de Irak-oorlog die je geregeld te horen krijgt. Dus plaatste ik mezelf in de positie van de bezettende macht, die ik de slachtoffers hypothetisch "zandnegers" laat noemen, zoals de vroegere Europese diplomatie de inwoners van haar kolonies "inboorlingen" of "heidenen" of whatever noemde.

En warempel - iemand heeft eens gezegd dat het er niet toe doet hoe ironisch of sarcastisch je ook bent, er is altijd wel iemand die het serieus neemt - iemand nam het serieus, en verweet me te denigrerend te zijn.

Oei!

Zandnegers!

Tenzij krijgshaftig rechts de boel zwààr verkeerd aan het voorstellen is - en ik ben gerust bereid aan elke rechtzetting of "recht op antwoord" meteen een hele post te wijden, hoor, beloofd - denk ik dat ik veel ergere dingen heb geschreven dan de post die nu gewraakt wordt.

Oei!

Maar ook: "Zeg eens, gasten van het Centrum voor dinges, waar zijn jullie in godsnaam mee bezig?"

--------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/zure-knurften.html

dinsdag 11 juli 2006

Over Mannetjes en Vrouwtjes

Ooit, lang geleden, toen ik nog rechten studeerde en een toffe gast was, hadden wij een prof die volle zalen trok: hij kon toch zo mooi vertellen. En op een dag kreeg die prof de vraag waarom de wereld verdeeld was in mannen en vrouwen. En wat er toen gebeurde, en ik zweer dat ik er zelf bij was, was dat die prof antwoordde "omdat het universum zelf verdeeld is in mannelijk en vrouwelijk".

Destijds interpreteerde ik de diepe stilte die daarop volgde als een uiting van eerbied bij zoveel wijsheid - hey, ik was achttien jaar, hé! Vandaag vrees ik dat het mogelijk een uiting van eerbied was, maar erken ik dat het ook het geluid kan geweest zijn, waarmee al die mensen zich zaten af te vragen waar ze zoveel inschrijvingsgeld voor hadden betaald. Tenzij mijn geheugen me nu in de steek laat begon hij op dat punt zelfs over de zon en de maan.

Nu vinden we de categoriën "mannetje" en "vrouwtje" inderdaad terug op veel gebieden (apen, honden, katten, mieren, zelfs planten), maar hoe hard we ook zoeken, de zon en de maan zullen we in dit debat niet aantreffen; tenminste niet zonder in mystiek te vervallen. Anders dan de geleerddoende prof insinueerde zijn dat immers geen kosmische, maar louter biologische categorieën. Om het probleem van de voortplanting op te lossen kunnen organismen in wezen twee strategieën volgen: "kwantiteit" of "kwaliteit".

Ze kunnen per individu heel weinig inspanningen leveren, zodat ze er zoveel maken, dat er van al die onverdedigde pogingen altijd wel een paar zullen doorkomen: Die zelf volwassen worden, en op hun beurt kunnen proberen dat probleem van de voortplanting op te lossen. Dat is de strategie van de kwantiteit: bijvoorbeeld door enorm veel kleine eitjes te leggen; die massaal mogen opgevreten worden; zolang ze maar niet allemaal opgevreten worden.

Of ze kunnen integendeel heel veel inspanningen leveren per individu, door het bijvoorbeeld een heel groot, voedzaam en beschermend ei mee te geven, en dat ei dan ook nog eens te gaan verdedigen. De strategie van de kwaliteit; je hebt geïnvesteerd, en dus iets te verliezen. Al eens geprobeerd een ei van een broedende gans af te pakken? Proberen! Learning by doing! Alternatief kunnen ze het individu een hele poos laten meerijden in hun eigen lichaam, en het ook daarna nog een hele tijd beschermen.

Die twee strategieën kunnen gecombineerd raken binnen één enkele soort, wanneer die soort bij de voortplanting eerst genetisch materiaal uitwisselt (het kunstje dat we "seks" noemen). Sommige individuen brengen dan alleen een brokje genetisch materiaal in, dat op grote schaal geproduceerd wordt: "kwantiteit". En andere individuen zorgen inderdaad voor een groot ei rond hun genetische bijdrage, of dragen de nakomeling nog een hele tijd in het eigen lichaam, kortom, steken er een relatief veel zwaardere fysieke inspanning in: "kwaliteit".

Voor een dergelijke toestand waarin de populatie verdeeld is in twee mogelijkheden hebben we een soort digitale code nodig. "Eén of nul" hadden we het kunnen noemen, of "wit of zwart", of "positief en negatief", maar het is nu "mannetje en vrouwtje" geworden. "Mannetje" of "vrouwtje" heeft dus niets te maken met hoe groot of sterk het lichaam is, of de mate waarin het geschikt is om te koken en te strijken. Het heeft integendeel alles te maken met de vraag of het bij het maken van een nieuw individu van de soort een grote, dan wel kleine inspanning levert. Meer niet.

Maar dat heeft wel bepaalde consequenties. Aangezien er per individu veel of weinig inspanningen worden geleverd, volgt daaruit dat de respectieve strategieën een verschillend theoretisch maximum bezitten; een verschillend potentiëel aantal nakomelingen. Neem aan dat van een ingebeelde soort het vrouwtje negen maand zwanger is, en dan nog drie maand onvruchtbaar blijft om het kuiken ongestoord te kunnen voeden. Dus, het vrouwtje kan één nakomeling per jaar krijgen, en dat is alles. Neem daarnaast aan dat het mannetje, gezien zijn beperkte inspanning per individu, in staat is één keer per dag een vrouwtje te bevruchten. Zijn potentiëel (per jaar) is dus 365; tegen 1 voor haar potentiëel.

Als we nu aannemen dat seksuele ondernemingsdrang gelijk verdeeld is over de populatie, dan kunnen we in termen van "natuurlijke selectie" beredeneren dat die toestand niet zo zal blijven. Als we beginnen met een vrouwtje, dan zien we dat het weinig tot geen verschil maakt of ze veel of weinig dadendrang voelt: veel of weinig activiteit zal zich vertalen in een score van om en bij de één kuiken per jaar. Alleen een totale afkeer en vluchtgedrag zou een impact kunnen hebben, en als dat dan een beetje erfelijk is zal dat gedrag minder gaan voorkomen, en met de generaties is de dadendrang bij de vrouwtjes van deze ingebeelde soort normaal verdeeld.

Maar bij het mannetje is het anders. Een mannetje dat veel dadendrang voelt, en daar gehoor aan geeft, kan tot 365 kuikens verwekken per jaar! Een mannetje dat daar helemaal, of slechts af en toe, zin in heeft kan dat in theorie ook, maar in practijk zullen het er veel minder zijn. En dus zullen er al na één generatie veel meer kuikens rondlopen die het genetisch materiaal dragen van mannetjes die een sterke dadendrang voelen.

Naarmate er meer generaties passeren zal dat onevenwicht toenemen. En na voldoende generaties zal er van dat "normaal verdeelde kenmerk" niet veel meer overblijven. Een puur mathematisch verschil in potentiëel aantal nakomelingen vertaalt zich in heel verschillende resultaten. Voor vrouwtjes geldt dat elke nieuwe generatie een tamelijk getrouwe copie (althans, in dit opzicht) kan zijn van de vorige, omdat "veel" of "weinig" niet veel invloed heeft op de samenstelling van die generatie. Voor mannetjes daarentegen geldt dat elke generatie een zekere druk naar "meer" zal te zien geven, omdat de naakte cijfers maken dat "veel" of "weinig" wèl een invloed heeft op de samenstelling van het genetisch materiaal in de volgende generatie.

Onnodig eer aan te herinneren dat we hier met een versimpeld mathematisch voorbeeld te maken hebben, zonder veel verband met de realiteit...

maandag 10 juli 2006

"Toeval" vs. "Selectie"

Het "toeval" uit de titel gaat in deze context over gebeurtenissen die voorkomen ondanks een zekere mate van onwaarschijnlijkheid. De één of andere zeeslag kon alleen maar gewonnen worden als de wind juist goed zat, en verdomd! De wind zat juist goed! Soms is die onwaarschijnlijkheid zo groot dat je gaat denken dat er één of andere ongeziene ingreep aan het werk is. Dat kan een heel triviale ingreep zijn: hoe vaak moet je pech met de kaarten of de dobbelsteen hebben, voor je je gaat afvragen of die kaarten misschien gestoken zijn, en de dobbelsteen vervalst? En soms denken mensen dat er wel een Hogere Macht in het spel moet zijn; men bemerke de hoofdletters.

Toch is het niet heel moeilijk in te zien dat daar vaak een illusie zal achter zitten. Een simpel voorbeeld is gewoon een kwestie van getallen. Zeg dat iets een kans heeft van één op één miljoen. Het zou wel ongelofelijk toevallig lijken als je het eens probeert, en zie nu: het lukt. Maar als je één miljoen keer mag proberen, dan is het al lang niet meer onredelijk om er op te rekenen dat het toch wel eens zal voorkomen. En als je tien miljoen keer mag proberen, en je ziet het nog steeds niet - dan is de zaak precies omgekeerd, nietwaar? Als je tien miljoen keer iets mag proberen dat een kans heeft van één over een miljoen, zonder dat het lukt, dan zou juist dat wel heel toevallig beginnen lijken - zo toevallig dat vals spel misschien niet langer denkbeeldig is?

"Selectie" is een iets gecompliceerder geval van getallenkwesties, die heel toevallig schijnende dingen omzetten in trivialiteiten. Zelf heb ik me vaak lopen verwonderen over hoe ons kleine, kleine planeetje in razende vaart rond de zon draait - nu al miljarden jaren lang. Een beetje te langzaam, en we wentelen zo de zon in: van wamtedood gesproken! En een beetje te vlug, en we worden weggeslingerd naar de interstellaire ruimte, waar de ijzige hel van de Vikings een vriendelijk oord zou lijken.

Wat een geluk! Wat een toeval, dat onze planeet juist aan de juiste snelheid voor de juiste afstand van de zon ronddraait, en wij er nog enkele miljarden jaren gerust in mogen zijn! Als we daar de hands Gods niet in mogen zien!

Even verder zien dan onze neus. Planeten ontstaan wanneer de enorme gaswolk die aan het samentrekken is in een ster in stukken breekt, en er behalve die ster nog een hoop gasmassa overblijft die nu rond de nieuwe ster aan het wentelen is. Die gasmassa bestaat uit een gigantische hoeveelheid gasdeeltjes: daar zijn de grote getallen alweer. Elk van die deeltjes zal, min of keer willekeurig verdeeld, rond die ster aan het cirkelen zijn met verschillende snelheden. Dat is tenminste wat je verwacht wanneer er geen toeval in het spel is: "normaal verdeeld" gedrag.

Voor elke gegeven afstand tot de ster bestaat er een preciese snelheid die nodig is om zich op die afstand perfect in een baan rond de ster te blijven bewegen. Beeld je in dat je een kanon afvuurt. De kogel schiet een eind langs de oppervlakte van de aarde, maar valt dan, aangetrokken door de zwaartekracht, in een boog neer op de grond. Schiet hem sneller af, en de boog zal groter zijn. Schiet hem zo snel af als de kanonnen van de vloten uit Wereldoorlog II dat konden, en de boog wordt zo groot dat de kromming van de aarde een factor wordt. Als je hem steeds maar sneller blijft afschieten komt er (mits genadiglijk weglaten van een hoop kleine details...) een moment dat de boog precies gelijk is aan de kromming van de aarde, en de kogel blijft in een baan rond de aarde wentelen: het is nu een satteliet geworden. En nog sneller, en hij wordt van de planeet weggeslingerd: wedden dat dat nog steeds in een boog zal gebeuren?

Zoals voor het kanon, zo ook voor de gasdeeltjes die rond de ster cirkelden. Een deel ervan gaat, voor elke gegeven afstand, inderdaad te snel, en ze verdwijnen in de interstellaire ruimte. Andere gaan weer te traag, en die verdwijnen in de ster als de kanonskogel die op aarde neerkomt. En aangezien er zo veel zijn is het niet te verwonderen dat er een hoop precies de goede snelheid hebben om juist op die afstand te blijven cirkelen. De punten waarop dat rond onze zon gebeurde noemen we (alweer met genadiglijk weglaten van een hoop details) Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus - over Pluto en de rest van de rommel kunnen we nog eens flink ruzie maken: een andere keer.

"Ongelofelijk" toevallig dat onze aarde zo precies doet wat wij nodig hebben, nu al miljarden jaren lang? Welnee, gewoon een selectie effect, mogelijk gemaakt door heel grote getallen.

zondag 9 juli 2006

Save The Bonobos!

Bonobo’s zijn een soort mensapen, en in feite een soort die samen met de chimpansees het dichtst bij ons, mensen, staat. Ze leven in de regenwouden ten zuiden van de Kongostroom, en komen (dus) alleen voor in Kongo. En dat is niet zo’n beste zaak, want Kongo is een arm land, dat al lang geteisterd wordt door dictaturen en burgeroorlogen. De toestand is er zo erg dat de mensen er zijn teruggevallen op een niveau dat dateert van voor de uitvinding van de landbouw: de jacht. En dus zijn de bonobo’s één van de meest bedreigde apensoorten, en omdat veel apensoorten bedreigd zijn is dat heel slecht nieuws.

Nu heeft de Antwerpse Zoo in Dierenpark Planckendael een mooie groep bonobo’s, die niet alleen vaak in het centrum van de belangstelling van de bezoekers staat, maar ook in die van de wetenschappers. Die maakten gebruik van de unieke mogelijkheden die je hebt als je de studie van de dieren in het wild kan combineren met dieren in gevangenschap, en Antwerpen heeft in dit onderwerp dan ook één en ander op zijn naam staan.

Niet toevallig, neem ik aan, raakte in die periode mijn aandacht getrokken door die studies, en ik heb zelfs mee een vriendenclubje opgericht dat zijn sympathie voor de bonobo’s, maar ook voor de onderzoekers, uitdrukte door elke maand (in die tijd) 100 Belgische franken te storten: een druppel op een hete plaat voor de bonobo’s, maar als veel mensen elke maand hetzelfde (zouden) doen, dan kunnen we van die druppel een heuse stortbui maken. Dat was “Save the Bonobos!”.

Helaas, door de burgeroorlog is de studie in het wild niet langer mogelijk. De Zoo besloot dat het weinig zin had (schaarse) budgetten te steken in (eerlijk gezegd) erg gevaarlijk projecten, en sindsdien staat het bonobo onderzoek op een laag pitje. Onderzoekers weken uit naar het naburige Kameroen, waar geen bonobo’s zitten, maar wel chimpansees en gorilla’s, die overigens al evenzeer bedreigd zijn. Dat is het “Projet Grands Singes” van de Zoo, waar ze sindsdien mensen en middelen in investeren. En hoewel bonobofielen als ik dat niet noodzakelijk prettig vinden, begrijp ik (even alleen voor mezelf spreken) dat dat een realistische politiek is.

Maar om redenen die ikzelf niet ken kwam in dit minder arme, minder instabiele land een ander lang bekend aspect van conservatie meer naar voren: als je aan conservatie wil doen, moet je in de eerste plaats iets doen voor de lokale bevolking: zij zijn het nog steeds die door de armoede gedreven worden naar dat oeroude niveau waarbij ze terugvallen op de jacht. En dus begonnen de onderzoekers, direct of indirect, ook te werken aan projecten om de lokale economieën te verstevigen: steun voor onderwijs, en voor realistische landbouwprojecten.

Nu is het zo dat de Zoo dat allemaal uitstekend mag vinden, maar door het complexe spel van statuten, budgetten, missies en andere intenties kan de Zoo dat daarom nog niet allemaal financieren. Dus hebben de leden van dat vriendenclubje een kleine koerswijziging ingezet. Wij hebben nu een “Vriendenkring Projet Grands Singes” – van dat project van de Zoo, dus – opgericht onder de vorm van een VZW. Die VZW zal nog steeds proberen fondsen aan te trekken, en met die fondsen kunnen we nog steeds het wetenschappelijk onderzoek van de Zoo steunen. Bovendien kunnen we ook de sociaal-economische kanten van de zaak steunen: wéér dat onderwijs en die steun aan realistische landbouwprojecten. Bovendien hopen we, als we ooit rijk en machtig zouden zijn, enkele onderzoekers te steunen die de bonobo’s nog altijd niet vergeten zijn. Kortom, “Save the Bonobos!” wordt een onderdeel van een groter geheel, dat zich niet langer alleen op bonobo’s, maar ook op andere apen, en zelfs op menselijke ontwikkeling kan concentreren.

Naar aloude gewoonte organizeert de vriendenkring een jaarlijkse Barbecue om van de gelegenheid te maken om de laatste ontwikkelingen toe te lichten. (Aangezien we nog NOOIT de vraag hebben gekregen of we daarbij bonobovlees roosteren, wens ik u hierbij van harte proficiat met deze UITERST listig geplaatste grap!) Deze keer zal het doorgaan in samenwerking met het Bijenteelt Museum in Kalmthout: honing is namelijk één van die “realistische landbouwprojecten” waar het project de lokale bevolking wil ondersteunen. We combineren alles ook nog met een geleide wandeling door het Natuurreservaat “de Kalmthoutse Heide”.

Voor wie zeer nieuwsgierig is geworden, of voor wie de auteur van dit blog eens persoonlijk flink aan zijn oren wil trekken, verwijs ik verder naar de website www.savethebonobos.org . Onder “Nieuws juli 2006”, (in rode letters midden bovenaan) staat meer info over de laatste ontwikkelingen, alsook de details van de komende activiteit.

In de hoop uw belangstelling voor conservatie en ontwikkeling te hebben gewekt,

Koen

zaterdag 8 juli 2006

De "Weg Met Ons" mentaliteit

Eergisteren heb ik een oude post van mij in herinnering gebracht op de nieuwsgroep be.politics; de post over de vraag hoe een “superieure cultuur” ooit zou kunnen “bedreigd” worden door een, uimm, wel, uimmm... ha! Door een “niet-superieure” cultuur (1)

Daarop postte Luc Van Braekel (2) nog een interessante reactie. Eerst even bij wijze van herinnering. Het vertrekpunt was dat, als van twee culturen de ene de andere inlijft, het de inlijvende cultuur is die we de “superieure cultuur” noemen. En, nog steeds volgens die post, het komt wel eens voor dat de cultuur die uiteindelijk de andere cultuur inlijft, daarbij eerst militair veroverd wordt door de ingelijfde cultuur – de Chinezen zijn daar een vaak terugkerend voorbeeld van. Maar, nog afgezien van het feit dat ik werkelijk niemand ken die beweert dat het Westen militair dreigt weggevaagd te worden door de Islam, het punt blijft dat, als je enkele decennia later ziet dat de veroveraars geassimileerd raken, nog steeds blijkt dat de “superieure cultuur” door de veroveraars niet in haar bestaan bedreigd was – en wel omgekeerd.

De vraag die Luc zich nu stelt is of die inlijvende (“superieure”) culturen dat vaak zullen gedaan hebben vanuit een mentaliteit van “het is allemaal onze schuld” en “de problemen in de wereld zijn veroorzaakt door onszelf”, kortom, de “weg met ons” mentaliteit. En ik denk dat het overduidelijke antwoord is: “neen, nooit”. Kortom, ik denk dat de conclusie van Luc, als die probeert dat inzicht te vertalen naar onze eigen kansen om als “superieure cultuur” te blijven boven drijven, verdient geciteerd te worden:

“Zelfbewustzijn en zelfwaardering lijkt me een noodzakelijke voorwaarde. Met een "weg met ons, onderdrukkers" komen we er niet.”

Ik zou er geen cent van willen afdingen. Ik zou er wel iets aan willen toevoegen. De reden waarom geen enkele andere beschaving zich ooit handhaafde vanuit een “weg met ons beleid” is niet alleen het feit dat zelfbewustzijn een noodzakelijke voorwaarde is. De reden is ook dat geen enkele andere beschaving ooit in staat is geweest aan systematische zelfkritiek te doen. Ik sta open voor correctie, hoor, maar ik ken geen enkel voorbeeld van een beschaving die op dezelfde schaal als het Westen heeft beseft dat haar religie een verzameling sprookjes was, dat haar sociale structuren de armoede en de achterlijkheid in de hand werkten en dat haar politieke instellingen middeleeuws waren, in de pejoratieve zin.

En daarmee zijn we bij iets dat volgens mij een belangrijk onderdeel is van de complexe causaliteit van die Westerse “superioriteit”. (Zoals altijd zet ik dat woord tusen aanhalingstekens om aan te geven dat het maar betekenis heeft als je kan antwoorden op de vraag: “superieur, in welke zin?”. Voor mij is dat antwoord “in de materiële zin, het doorbreken van het armoede evenwicht”.) En wel het idee dat alles te onderzoeken is, dat niets boven kritiek verheven is, inclusief wijzelf niet. Het is iets dat door Karl Popper is geformalizeerd onder de term “Kritisch Rationalisme”; iets waar hij zijn status van één van de belangrijker filosofen van de twintigste eeuw aan overhield. Want inderdaad leidde het idee tot een veel striktere graad van wetenschappelijkheid in ons denken, en een veel hogere graad van “Open Society” in onze politiek.

En dus hoeft het niet te verbazen dat we met "zelfkritiek" een concept hebben dat niet één, maar twee te vermijden extremen heeft. Het ene extreem is het punt waar ik hier zelf ook al naar verwezen heb: als je altijd en overal denkt dat “het” allemaal de schuld van het Westen is, dan moet je soms erg vreemde kronkels verdedigen (3). Maar het omgekeerde is niet veel beter. Als we gewoon een overzichtje maken van alle culturen die manu militari andere culturen onderwierpen (laten we zeggen, van Attila de Hun over Djenghis Khan tot Hitler en Stalin), dan voelen we al snel aan hoe het een goed idee was geweest als iemand zich af en toe had de vraag durven stellen: zijn we goed bezig? Of beter gezegd, als iemand af en toe had beseft dat het antwoord daarop stomweg “nee” was.

En dus, zeker, ik denk dat wij, het Westen, prat mogen, en dus moeten, gaan op het feit dat we een aantal verwezenlijkingen op onze naam hebben staan, die alle anderen momenteel proberen over te nemen, of er minstens van dromen (met als gevolg dat mensen uit landen die daar niet in slagen staan aan te schuiven om naar het Westen te komen; en uiterst, uiterst zelden omgekeerd.) Maar tegelijk denk ik dat dat geen vrijgeleide moet zijn om dan maar een ander van onze grote verwezenlijkingen te laten vallen; iets dat die anderen bij mijn weten niet doen. Die verwezenlijking is dat wij in staat zijn het in te zien als we iets fout doen, en op te houden met een ingeslagen, maar foute, weg. Het “cut your losses” principe van het kapitalisme in het algemeen en van de financiële markten in het bijzonder.

En dus hebben we er alle belang bij om te beseffen dat we hier tussen twee klippen moeten laveren. We willen niet de verwezenlijkingen van, bijvoorbeeld, de Westerse economie overboord zetten, zeker, maar we willen ook niet de inzichten van de Westerse filosofie, zoals het gedachtengoed van Karl Popper overboord zetten. Het is met dat laatste dat we de alchemie hebben vervangen door de chemie, of de astrologie door de astronomie, en dat we de feodaliteit, en recenter het communisme, hebben vervangen door de liberale democratie.

Waarvoor dank.

-----------------------------------------------------------

(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/hoe-zat-dat-nu-met-die-superieure.html
(2) Bij mijn weten de paus van het Vlaamse blog met zijn http://lvb.net/nederlands.php
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/een-morele-absolute-waarheid.html

donderdag 6 juli 2006

De Problemen van de Islam

Lezer Serge commentariëerde in de vorige post dat er verschillende redenen zijn waarom "de gematigde krachten in de Islam het moeilijk hebben" om zich door te drukken - om het even in de termen van die post uit te drukken. Dit is natuurlijk een onderwerp waar je eigenlijk eerst 10 jaar op moet studeren, maar laten we de bloggerij gebruiken om het eens met een bottom-up benadering te proberen. Dus hier mijn pogingen om op Serges ideeën verder te bouwen.

Zijn eerste punt is de quasi-onvoorwaardelijke steun van de VS voor Israel. Dit is een variant op de "het is onze eigen schuld" filosofie. Hoewel ik me daar voor een stuk in kan vinden, wil ik hier een weerwoord suggereren, zoals dat ongeveer door de Israeli's wordt geformuleerd:

Is het de schuld van Israel dat de Islam aan haar grens met Indië boel heeft (Kahmir)?
Is het de schuld van Israel dat de Islam aan haar grens met Rusland boel heeft (Tsjetsjenië)?
Is het de schuld van Israel dat de Islam aan haar grens met Afrika boel heeft (Soedan)?
Is het de schuld van Israel dat, telkens er economische problemen zijn in Indonesië, de Chinese minderheid door de Islamitische meerderheid wordt afgeslacht?
Is het de schuld van Israel als er interne oorlogen uitbreken zoals tussen Iran en Irak?

En de lijst was nog veel langer (de Philippijnen!). Ik biecht op dat ik nog geen antwoord op deze lijst heb kunnen bedenken, maar sta uiteraard open voor alle suggesties. Voorlopig houd ik het er maar bij dat het bepaald niet alléén onze eigen schuld is: het lijkt er op dat het de schuld van héél de rest van de wereld is...

Een tweede punt is olie. Ikzelf denk ook dat de Islam lijdt onder wat bekend staat als de grondstoffenvloek: Afrika en Zuid Amerika weten er alles van. Wanneer samenlevingen één enkele bron van rijkdom kennen wordt het erg gemakkelijk voor de elite om die te monopolizeren, en vervolgens te verstenen tot een profitariaat dat in de eerste plaats zichzelf bedient. En wie hard werkt om de vruchten van een bonanza in eigen zak te steken, werkt natuurlijk niet hard aan welke vooruitgang ook. Dus dit mag ook van mij bovenaan het lijstje.

Dan hebben we het (zogenaamde) "beleid" van Bush. Ik geef toe dat het een hele uitdaging zou vormen om een beleid te bedenken dat nog stommer zou zijn dan dat van Bush. Desondanks blijf ik hopen dat de schade die één man kan aanrichten (nog wel aan een unieke beschaving als het Westen) beperkt is - en dat dat "beleid" bijgevolg een soort uitvlucht zou kunnen zijn, ook een overdrijving van het thema "het is onze eigen schuld". Ik kan het mis hebben, maar ik hoop het.

Het immigratieprobleem lijkt me, zoals Serge al opmerkt, reëel maar minder drukkend in vergelijking met sommige andere.

Eén van die andere is de ongelijkheid van de geslachten. Heel veel economisch onderzoek op het domein "ontwikkeling" suggereert dat, als er één factor is die je moet promoten om een samenleving uit de achterlijkheid te krijgen, het de gelijke behandeling van de geslachten is. Dus ik denk, met Serge, dat dit in het lijstje moet, maar anders dan Serge denk ik dat het veel hoger op het lijstje moet.

Een laatste punt bij Serge is het gebrek aan democratie. Zelf denk ik - en dit is meer een intuïtie en een persoonlijke indruk, niet gebaseerd op veel studie of denkwerk - dat een democratie, of een politiek systeem in het algemeen, veel meer een symptoom, en dus een gevolg, is van dingen als de voorgaande, dan een oorzaak. Maar misschien heb ik dit mis, en moet dit inderdaad ergens tussen "een beetje" en "veel" hoger op het lijstje.

Natuurlijk zijn dit maar wat eerste aanzetten door dilettanten. Maar toch, ik denk dat het principe; het idee een stel factoren op een rijtje te zetten en ze van een relatief gewicht te voorzien, misschien een goed idee is. Tenslotte moest ik even lachen bij Serges besluit: "laten we de Palestijnen hun waardigheid teruggeven". Zoals John le Carré een Israelische officier laat zeggen in The Little Drummer Girl, fijn, briljant idee; en hoe stel je voor dat te doen zonder dat er bommen ontploffen in Tel Aviv?

woensdag 5 juli 2006

De Poedel van een Poedel

Tony Blair staat vandaag in de krant. Hij zegt dat het belangrijk is dat de gematigde krachten binnen de Islam meer van zich laten horen, en meer afstand nemen van de terreur, het obscurantisme en de achterlijke moorddadigheid van de extremisten. Ik vertel het in mijn eigen woorden na, maar ik denk wel dat het ongeveer is wat hij bedoelt.

Van dergelijke wijsheid in onze bewindslieden word ik altijd even stil. Bovendien doet het me nadenken. Laat me het probleem in de volgende, abstracte woorden formuleren.

We beschouwen een willekeurige beschaving, verschillend van de onze. Binnen die beschaving bestaan "gematigde krachten", die in staat zijn afstand te nemen van de extremisten, en dat wat vaker zouden kunnen doen.

Nu kiezen we binnen die willekeurig gekozen beschaving een land uit dat niemand had aangevallen en niemand had bedreigd. We beginnen een enorme propagandacampagne tegen dat land, en we schuwen de grofste leugens niet. Sterker nog, wanneer we zelf onze partners in dit opzet op het bestaan van dat soort leugens wijzen, en opmerken dat ze er toch mee doorgaan, dan houden we naar buiten toe het gemeenschappelijk front vol.

Na enkele maanden van dat soort propaganda vallen we manu militari het land in kwestie binnen, en naarmate de ene propagandastoot na de andere wordt ontmaskerd verzinnen we er gewoon nieuwe in de plaats. Al snel ontdekken we dat we vertrokken zijn voor de jarenlange bezetting, waarvoor hysterische, extreem-linkse, anti-Amerikaanse intellectue- oeps, oeps, ik bedoel, waarvoor George Bush senior en een hoop Amerikaanse politici, generaals en topdiplomaten voor hadden gewaarschuwd. Idem voor het gevaar op burgeroorlog. Idem voor het gevaar op opsplitsing van het land.

En mijn vraag aan Tony Blair is nu: hebben we met dit beleid en deze bezetting van dat land uit die willekeurig gekozen beschaving de kansen dat de gematigde krachten van die beschaving zich achter onze zienswijze zullen scharen (a) verbeterd, (b) gelijk gelaten, of (c), verslechterd?

Nu weet ik wel wat om het even welk zinnig mens daarop zal antwoorden. De recente geschiedenis toont, helaas, aan dat dat niet noodzakelijk is wat Tony Blair daarop antwoordde, tenminste, niet ruim drie jaar geleden. Tenzij; misschien heeft hij nu pas door dat er tussen die twee een verband bestaat?

Tony Blair, de poedel van Bush.
Tony Blair, de poedel... van een poedel.

Héérlijk stukje op op LVB.net :-)

http://lvb.net/item/3022

Allen daarheen!

dinsdag 4 juli 2006

De Bietebauw

Je moet je inbeelden – ik hoor het tot op de dag van vandaag zoals mijn moeder het zolang geleden voor ons heeft gezongen – dat je als klein kind de volgende tekst te horen krijgt, op de zachte, vertederende toon die zelfs ik (min of meer) weet te vinden sinds we zelf een baby hebben.

Kleine kleine stouterik
Zo zijn moeder tergen
Wacht, ik zal hem roepen, ik
Uit de zwarte bergen
Grip, grap, grimmelland
Zonder lip en zonder tand
Grip, grap, grauw
De Bietebauw!

Brad DeLong ( http://delong.typepad.com/sdj/ ) zou zeggen: “Department of Huh?”. Is dàt een wiegeliedje? En het antwoord is natuurlijk “neen, om de drommel niet”. Dit beschrijft, ten eerste, het eeuwig conflict tussen een baby die alle aandacht naar zich toe trekt en een moeder die heel veel te veel te doen heeft. Ten tweede beschrijft het een afzichtelijk, klauwend monster, en tenslotte beschrijft het nog de hartverscheurende toestanden, die in armere samenlevingen erg veel voorkwamen, waarbij ouders, door economische nood gedwongen, hun kinderen weggaven, verkochten, of zelfs achterlieten om te sterven. Iets dat ook in het sprookje van Hansje en Grietje nog niet achter de horizon van de romantizering door de gebroeders Grimm is verdwenen.

Het interessante hier is dat je dat proces van romantizering in zijn verschillende stadia als het ware kan betrappen. Veel van de harde waarheden, en vaak waren het béénharde waarheden, die achter die overbekende sprookjes zitten, liggen begraven onder dikke lagen transformaties. De biologische moeder die haar kinderen achterlaat om te sterven in het bos verandert eerst in een stiefmoeder, die we vervolgens (als we goed toekijken) nog hier en daar zien veranderen in een heks bij de gebroeders Grimm zelf. En wanneer de laatste fase aanbreekt, en de heks verandert nog eens in een boze koningin, dan is die beweging recent genoeg om zich net niet onder onze ogen af te spelen: Walt Disney is intussen ook alweer een generatie of twee geleden langs gekomen.

En iets analoogs zie je gebeuren in de wiegeliedjes die gaan over de ellende van de bedelarij in een quasi-middeleeuws Europa of de echo’s die we nog horen van ouders die in wanhoop hun kinderen weggeven aan onbekenden die zelden veel beter dan een demonisch lot te bieden zullen gehad hebben. Of hoe de geweld- en wanhoopsdaden van gisteren de sprookjes en wiegeliedjes van morgen zijn...

maandag 3 juli 2006

Te moeilijk? Te lang geleden? Of gewoon niet interessant?

Twee maand geleden, toen hier de honderdste post verscheen, bleek uit een vlug statistiekje dat practisch de helft van de artikels ging over politiek-economische onderwerpen; zeg maar een soort "actualiteit". Dat was tot mijn eigen grote verbazing; ik had echt gedacht dat het meer filosofie en geschiedenis zou worden, maar dat was dus niet zo. En tegelijk vond ik dat er voor een nieuw blog, en dan nog één met een onvriendelijk communicatie systeem, toch vrij geregeld een commentaar verscheen.

Welnu, bij het verder schrijven viel me nu, veel bewuster, op hoe gemakkelijk je bent vertrokken voor een reactie op iets uit de krant, of een andere reden waarom het alweer over economie en globalizering, of over Indië en China ging. En dus begon ik het een beetje een andere richting uit te duwen, en liep ik wat vaker te mijmeren over een ander stokpaardje van me... en ziet; de onderwerpen begonnen veel vaker over geschiedenis te gaan; en niet zelden oude geschiedenis.

En guess what? Er komen duidelijk minder reacties. Is dat een symptoom? Zijn die posts onleesbaar, of niet interessant, of gewoon te lang? Of is het allemaal te lang geleden, en zou het wel in orde komen als het niet over het Eerste en Tweede, maar wel over het Vijfde en Zesde Millennium ging?

Of heeft dat soort dingen er niets mee te maken, en jeuken vingers nu eenmaal meer om te reageren als het over actualiteit gaat?

Let wel, als dit een blog was dat 100% bedoeld was om lezersaantallen te maximalizeren, dan weet ik perfect wat ik moet doen. Ik moet alle dagen met rollende ogen artikelen schrijven over hoe onze beschaving bedreigd wordt door het Commu- oeps, 't is intussen veranderd: door de Islam, dus, en dat iedereen die het niet gelooft een bijziende idioot is.

(Iemand zoals ikzelf, dus.)

Maar zelfs nu dit blog grotendeels bedoeld is als stijloefening, een manier om gedachten te ordenen om ze voor een soort publicatie vatbaar te maken, blijft een (nogal) normaal mens gevoelig voor feedback. En dus probeer ik er toch een béétje rekening mee te houden: voor zover ik die tenminste correct kan opvangen.

De "feedback" die ik nu denk op te vangen is zoals de hond die niet blafte: er is er geen. Indien ik dat als een soort feedback moet interpreteren, dan lijkt het er op dat antieke geschiedenis niet het meest fascinerende onderwerp van de planeet is.

Tjatja. Tjatjatja...

Spectakel bij het begin van het Tweede Millennium

Beeld je in, een mooie, lange rivier, die in verhouding kalm naar zijn monding vloeit, en met een vaste regelmaat zorgt voor een natuurlijke irrigatie van de streken rondom zijn oevers. Beeld je verder in dat er een quasi constante wind staat, die blaast in tegengestelde richting van de stroom: de gedroomde combinatie om reizen in beide richtingen mogelijk te maken. Kortom, als je je aan het begin van het Tweede Millennium – altijd weer in die tijdrekening waarbij het Eerste Millennium begint op 4,000 BC van onze tijdrekening, omdat we daar de eerste menselijke beschavingen situeren – dergelijke omstandigheden zou inbeelden, dan zou dat beslist overdreven op het onredelijke af geweest zijn.

Geen plotse overstromingen die geregeld alles wegvagen; geen lange droogtes die je bevolking telkens terug naar af sturen. Maar wel nog steeds die rivier die zo vriendelijk is zich te gedragen als het soort irrigatiebron waaraan de allereerste beschaving zich gedurende het Eerste Millennium heeft vastgeklampt, en opgetrokken. En dààr bovenop nog een natuurlijk transportsysteem ook, dat maakt dat wie van de bron naar de monding wil alleen maar moet meedrijven, terwijl wie van de monding naar de bron wil alleen maar een zeil moet hijsen...

Nee, komaan, het moet een beetje redelijk blijven, zoiets is ongetwijfeld teveel gevraagd?

Niet, dus. Het is een vrij goede beschrijving van de Nijl, zoals die door Egypte stroomt. En dat maakt dat we, helemaal aan het begin van het Tweede Millennium, een zeer merkwaardig spectakel te zien krijgen. Een moment waarop Julius Caesar, en Keizer Augustus, en Jezus van Nazareth, nog even ver in de toekomst liggen, als Koning David (!) voor ons in het verleden ligt. Of waarop Socrates en Plato en Pericles en Sophocles nog even ver in de toekomst liggen, als de stichting (!) van de stad Rome voor ons in het verleden ligt.

Practisch alle bestanddelen voor een beschaving zijn stilaan aanwezig. De landbouw is al eeuwen, nee, millennia geleden uitgevonden. Landbouwculturen zijn al lang gevestigd, en overschotten worden gerealizeerd. De bevolkingsaantallen stijgen, en nog is er de welwillende rivier die toelaat meer te gaan doen. Misschien is er een vreemde veroveraar die structuur brengt in het geheel, maar dat is zelfs niet noodzakelijk. Enkele honderden kilometer naar het oosten – niet bepaald een steenworp, in die tijd – heeft een andere cultuur er een heel millennium over gedaan om uit al die ingrediënten een beschaving te brouwen, en er zijn aanwijzingen dat het concept is overgewaaid naar Egypte.

En patsboem, knots! Op minder tijd dan je nodig hebt om pap te zeggen raakt het land verenigd, over die enorme lengte van de Nijl, en er gaat een nieuwe, complete beschaving van start. Klaarblijkelijk geïnspireerd door het Mesopotamische voorbeeld, maar er toch duidelijk onafhankelijk van, een beschaving die meteen een heel eigen stijl, een heel eigen richting en een heel eigen spiritualiteit ontwikkelt. Het lijkt wel alsof alle ingrediënten die in Mesopotamië zo hard en moeizaam moesten bevochten worden door een gunstige speling van de natuur in Egypte bij elkaar waren gebracht, en toen eenmaal het idee van de beschaving zelf daar arriveerde, gebeurde het ook als een razende chemische reactie.

En zo ontstonden, daar omstreeks het jaar 3,000 BC, aan het begin van het Tweede Millennium, quasi gelijktijdig (ondanks die heel andere voorgeschiedenis) met de Sumeriërs, de beschaving van Egypte. Een beschaving die al heel snel in sommige opzichten verder stond dan de Sumerische zuster – of dacht je dat die pyramides uit de lucht kwamen vallen?

Ze kennen ook een heel verschillende verdere geschiedenis, die twee. Door de natuurlijke grenzen (kilometers woestijn) en de natuurlijke mogelijkheid om één te zijn en te blijven (die haast niet te geloven gunstige wind die van de Nijl in beide richtingen een superieur transportmiddel maakt), blijkt dat Egypte eeuwen, en zelfs millennia van relatieve stabiliteit en vreedzaamheid kent, in vergelijking tot het Mesopotamië, dat voortdurend wordt binnengevallen door nieuwe veroveraars, en voortdurend in stukken splitst, van steeds weer tegen elkaar ruzieënde en vechtende steden.

Toch lijken veel historici te denken dat dat laatste ook maakte dat Mesopotamië uiteindelijk de meest dynamische beschaving kende. Oorlog, chaos, plunderingen en anarchie; het lijkt er haast op dat het beter is voor de dynamiek dan vrede en stabiliteit. De anarchisten en tegenstanders van de centrale staat “tegen elke prijs” zullen het wellicht graag horen – maar bekruipt ons niet een béétje het gevoel dat ze hier een gelijk halen, waarvoor ze met plezier de Mesopotamiërs een prijs laten betalen, die ze nooit zouden op tafel willen leggen, als die prijs van henzelf had moeten komen?

zondag 2 juli 2006

Op zoek naar de bronnen van de beschaving

Sta me toe nog eens de tijdrekening te laten aanvangen met het begin van de menselijke beschavingen. Laat me aannemen dat de eerste sporen van echte, authentieke beschaving te vinden is in het jaar 4,000 voor Christus, dus zesduizend jaar geleden. Die eerste sporen vinden we terug in de streken ten oosten van de Middellandse Zee, en in het bijzonder in Mesopotamië – het Tweestromenland van Tigris en Eufraat. En het is tijdens een “Eerste Millennium” dat die sporen worden samengesmeed – met de uitvinding van pottenbakkerij, irrigatie, schrift... in wat wij “de beschaving van Sumer” noemen. Tot er een eenheid ontstaat, met steden en tempels, priesters en soldaten, boeren en handelaars, een religie, een literatuur, een filosofie en een kunst. Duizend jaar heeft dat geduurd; het lijkt er op dat het niet snel is gegaan.

Wijzelf, de soort primaat die we Homo sapiens noemen, loopt hier op Aarde rond sinds iets van een (grootte-orde van) 100,000 jaar. Dus als 6,000 jaar geleden de eerste beschaving kristallizeert, dan betekent dat dat er 94% van de tijd, beschavingsgewijs, niets gebeurd is. Hier lopen gasten rond, fysiek en mentaal in alle opzichten precies gelijk aan ons, en 94% van de tijd leven ze als quasi wilden, met af en toe een opflakkering van iets dat andere apen al vreemd zou doen opkijken, maar eigenlijk niet zo ongelofelijk veel meer.

En dan, op duizend jaar tijd, op niet meer dan 1% van de tijd dat we bestaan, vinden ze het schrift, en de pottenbakkerij, en de rest uit, en luiden ze voor die laatste zes percent van de tijd sinds ze bestaan, het tijdperk van de beschavingen in.

Dat alleen al roept enorme vragen op: waarom? Waarom moeten ze daar 94% van de tijd over doen? En bovendien is het vervolgens een kwestie van enkele eeuwen, hooguit millennia – dus fracties van een percent van de tijd, tot hooguit enkele percenten – en overal op de planeet ontstaan beschavingen, quasi onafhankelijk van elkaar. Het is alsof ze allemaal van middernacht; van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, grommend en met een knots rondlopen, en dan, in de laatste vijf percent van de tijd, tussen kwart en vijf voor twaalf ’s avonds, allemaal tegelijk rechtstaan en een das aantrekken.

Aan theorieën geen gebrek. Het begint met ideeën, mee bekend gemaakt door Nietzsche, waarbij landbouwvolkeren zich onder de voet laten lopen door krijgshaftiger volkeren te paard (die ook nog blond haar en blauwe ogen hadden; die krijgshaftige volkeren welteverstaan, niet de paarden) zodat er en passant een herenmoraal en een slavenmoraal kan ontstaan. Zo verwerft een samenleving structuur, een elite en een onderliggende bevolking die voor die elite werkt, en dat is het antwoord op de Nietzscheaanse vraag “Wat is voornaam?”. Deze theorie heeft het probleem dat er een heel groot onevenwicht bestaat tussen de verklarende kracht van “de oorzaak” (het blonde beest) en de rijkdom aan te verklaren materiaal van "het gevolg" (de beschaving).

Daarnaast is er het feit dat er geen enkele beschaving is geweest, zonder dat die eerst de landbouw hadden uitgevonden. Geen enkel Arisch ras dat brullend uit de steppe kwam aangestormd had ooit bij de gratie van bloederigheid en wreedheid hogere culturen kunnen stichten, als de onderworpen volkeren hen niet ook iets te bikken hadden opgeleverd. Het probleem met het identificeren van de landbouw met “de” oorzaak van de beschaving, is dat de landbouw is ontstaan millennia voor de beschavingen zijn ontstaan – en dat “oorzaken” waarvan de “gevolgen” duizenden jaren op zich laten wachten wellicht een beetje snel, en oppervlakkig, tot “oorzaken” zijn uitgeroepen.

Een krachtig idee stelt de opkomende beschavingen gelijk met toenemende bevolkingsdichtheid. Wanneer een verschijnsel 94% van de tijd op zich laat wachten, en dan ineens overal tegelijk (min of meer) spontaan uitbreekt, dan suggereert dat dat één of andere cruciale parameter zich een tijd lang aan het ophopen was, vervolgens bepaalde kritische waarden bereikt, en vanaf dan zijn alleen nog maar kleine oneffenheden nodig die de toestand tot iets heel anders laten katalyzeren. En bevolkingsaantallen zijn uiterst geschikt om die rol van parameter te spelen. Als er meer mensen zijn, zijn er ook meer bronnen van ideeën, en ook meer mogelijkheden om die ideeën uit te wisselen, en met een beetje variatie op een thema geldt hetzelfde voor het uitwisselen van fysieke goederen, kortom: handel. Met het uitwisselen van ideeën en het drijven van handel kom je een eind ver met het beschrijven van wat een beschaving is.

Natuurlijk heeft de theorie ook een zware schaduwzijde. Stijgende bevolkingsaantallen botsen op het probleem van Malthus. Iedereen die op dit blog (of elders, natuurlijk) onderwerpen als “Samengestelde Interest” heeft zien passeren, weet hoe verbijsterend snel dat soort parameters kunnen exploderen, en de menselijke track record om die stijgingen ook materiëel te kunnen volgen is bedroevend.

Nog iets dat heel erg opvalt is dat al die eerste beschavingen zich concentreerden rond grote rivieren. Egypte bij de Nijl, Mesopotamië tussen Tigris en Eufraat, Indië bij de Indus en China bij de Gele Rivier. Maar hier moeten we ons weer wel realizeren dat er nog veel meer grote rivieren zijn, waar we helemaal geen grote beschavingen zien verschijnen, en waar we zelfs geen sporen van eerste aanzetten tot beschavingen zien. Het lijkt er op dat die rivieren, minstens in het begin, een noodzakelijke, maar (zwaar) onvoldoende oorzaak waren, en dat we dus nog steeds niet bij de uiteindelijke katalyzator zijn.

Tenslotte (voor deze post, tenminste) is er een kenmerk dat al die beschavingen gemeen hebben, en dat is dat er een structuur bestaat; dat al die beschavingen bestaan uit een landbouwende bevolking die overschotten produceert, en verschillende klassen (soldaten, priesters, schrijvers, baronnen...) die de overschotten verbruiken bij uitvoeren van hun taak; of het uitoefenen van hun privileges. Sociale stratificatie, waarvan de fysische oorsprong wel eens gelegd wordt bij de nood tot het bedwingen en irrigeren van al die rivieren, lijkt een verschijnsel te zijn dat je moet hebben om beschavingen te zien ontstaan.

En daarmee ontstaat de mogelijkheid om de cirkel fraai te sluiten: waar komt die stratificatie vandaan? Ook historici die geen aanhangers zijn van Nietzsche vinden wel eens sporen terug van "vreemde veroveraars" in het diverse aanbod van oude beschavingen. Het lijkt er een beetje op dat we er goed aan doen het idee van “de” ultieme katalysator los te laten, en een concept dat we zagen opdagen bij die rivieren als een beter model voor het ontstaan van de beschavingen te zien. Al die factoren zijn op zich zeer kleine, bijna onbelangrijke dingen – en dus “onvoldoende oorzaken” – maar als ze op het juiste moment op de juiste plaats en de juiste manier bij elkaar komen, dan ontstaat een fraaie beschaving; zoals uit een rommelig en vormloos mengsel als deeg een fraaie pannenkoek ontstaat.

Dus: landbouwers (1) leven vredig bij de oevers van hun rivieren (2), een stuk organizatorisch talent (3) (al dan niet manu militari (4) opgelegd) helpt de overschotten te vergroten (en minstens even belangrijk: regelmatig en dus voorspelbaar te maken), de bevolking neem voldoende toe (5) om fysieke en intellectuele uitwisseling nieuwe richtingen te laten uitslaan, and the rest is history.

zaterdag 1 juli 2006

Zure Knurften

Op vakantie in duin- of bergachtige bestemmingen hebben wij de goede gewoonte om ergens een stuk vers brood, een kaas en een tomaat of wat te kopen, en aldus zwaar bewapend te wandelen tot we er honger van krijgen. Zoals zo vaak het geval is in het zuiden van Europa waren de tomaten ook de laatste keer zoet genoeg om de gemiddelde appel een aanval van acute schaamte te doen krijgen.

En dat bezorgt mij een gevoel van frustratie. Want zie je, ik ben één van die mensen die officiëel niet van tomaten houden. Tomaten: die zure, wrange bessen van groot formaat, die wij “zo” lekker vinden, dat we ze hier in België opdienen met, hou je vast, ruw gesneden snippers ajuin en (nu komt het dak helemaal naar beneden) een flinke scheut azijn.

Azijn!

Ja, ik weet het: wat we altijd zo gedaan hebben, wat we van kindsbeen af nooit anders geweten hebben, dat vinden we altijd doodnormaal. Dus kan je nu verwonderd opkijken van “huh? Wat is daarmee mis?”

Wel, daar is het volgende mee mis. Zou je op het idee komen azijn (en ajuinen) te gieten over aardbeien? Frambozen? Appels? Abrikozen? Perziken? Als we azijn over meloen zouden moeten gieten, zou je dàn in de gaten beginnen krijgen dat er iets mis is? Vermoedelijk wel? Toch ziet het er naar uit dat, als we ons hele leven lang van pure ellende frambozen met azijn hadden opgediend, we ook niet beter zouden weten, en ons hoogstens af en toe een beetje zouden verbazen over hoe in Zuid Europa een framboos toch iets heel anders is dan bij ons. Maar als je dat niet van kleinsaf aan gewoon bent, dan zie je meteen in dat het gieten van azijn over zoete vruchten toch echt een teken van ellende en armoede is; gewoon middeleeuws.

En precies dat is wat we doen met tomaten. En mijn vraag is: hoe komt dat? Waarom kunnen wij in België nu geen zoete tomaten krijgen zoals we ze in Marokko, en Spanje, en Griekenland, ja, zelfs enkele honderden kilometers zuidelijker in Frankrijk kunnen krijgen? Ik begrijp, natuurlijk, dat wij allemaal slachtoffer zijn van een zogenaamd landbouw”beleid” dat maakt dat Marokkaanse tomaten hier verboden zijn (en we zijn dubbel slachtoffer omdat de Marokkanen, nu ze geen tomaten kunnen exporteren, wegens de resulterende werkloosheid dan maar Marokkanen exporteren), maar dat geldt toch niet voor Europese producten?

Of wel?

Ik ben paranoïde, natuurlijk, maar zou het kunnen dat er één of ander informeel systeem bestaat dat hier lokale zure knurften promoot, en zuiderse tomaten ontmoedigt, zodat het (vanzelfsprekend) wel mogelijk is om af en toe wat beters te pakken te krijgen, maar dat je er toch heel wat moeite voor moet doen?

Of heb ik gewoon last van vakantiestemming, en maak ik mezelf alleen maar wijs dat in het zuiden alles beter en zoeter smaakt, en dat de zomers er beter zijn, en de mensen vriendelijker?