maandag 12 februari 2007

William Easterly

Af en toe krijg je binnen een bepaalde discipline discussies tussen twee van de grote tenoren in het debat. Newton versus Leibniz of Einstein versus Bohr zullen voorbeelden zijn die qua intellectuele inhoud op zeer eenzame hoogte staan. In de evolutiebiologie hebben we Dawkins en Gould gehad. Vaak hebben de deelnemers het moeilijk om het verschil te zien tussen “een andere zienswijze” en “een persoonlijke aanval”. Het gevolg is dat de toon niet altijd zo hartverheffend is als geïnteresseerde mindere goden graag zouden zien. Maar iedereen die ooit aan debatten, zeg, op usenet heeft deelgenomen weet dat achter de snel verzurende toon vaak interessante uitwisselingen zitten. De uitdaging is de inhoud te zien waar de vorm het laat afweten.

Momenteel loopt dat soort discussies tussen twee economisten, William Easterly en Jeffrey Sachs. Het onderwerp is niet de eigenschappen van het univsersum of de vraag “waar komen wij vandaan?”, maar toch nog steeds een zeer belangrijk thema. Het gaat om de vraag of, en hoe, we de armoede in de wereld kunnen oplossen. En geen van beiden is het soort “crackpot” dat je altijd in die discussies terugvindt, en die reden te over zijn om je te ergeren. Het gaat wel degelijk om twee denkers die weten waar ze over praten en die niet alleen “gepraat” hebben, maar ook al veel gedaan hebben.

Het begint er mee dat Easterly, na decennia bij de Wereldbank, een werkelijk zeer goed boek schrijft: The Elusive Quest for Growth, 2001. In dat boek beschrijft hij hoe decennia, en vooral fortuinen van ontwikkelingshulp uiteindelijk tot zeer teleurstellende resultaten hebben geleid. Er waren teveel luchtspiegelingen in het spel. Te vaak werd gedacht in termen van “als we dat ene probleem opgelost krijgen, dan volgt al de rest vanzelf”. En te weinig hield men rekening met het feit dat ontwikkeling een kwestie was van al die individuen, honderdduizenden en miljoenen individuen, die allemaal tesamen een bijdrage aan de productiviteit moeten leveren, en die dat alleen maar zullen doen wanneer ze daar zelf het voordeel van inzien. Dat laatste is niet het geval als ze, om een zeer simpel voorbeeld te noemen, denken dat het resultaat van hun inspanningen daarna geplunderd zal worden. En er staan veel andere voorbeelden in het boek.

Vervolgens schreef de andere tenor in het zich ontwikkelende debat, Jeffrey Sachs, het boek The End of Poverty, 2005 (1). Daar was het thema dat “wij” (het rijke Westen) de middelen hebben om de armoede eenvoudig te doen ophouden. Het boek heeft een beetje de vorm van een plan. Er is een analyse van de behoeften, er is een budget van wat er nodig is om die behoeften te voldoen, er is een vergelijking met de middelen waarover het Westen beschikt, en ziet ende kijkt, de ondertitel van het boek bevat de mededeling “we can make it happen in our lifetime”.

Maar met het woord “plan” is het hoge woord er uit. Op iemand als Easterly, die al die decennia bij de Wereldbank had gezien wat ervan kwam, had het woord “plan” hetzelfde effect als het in de aanwezigheid van Friedrich von Hayek zou hebben (“een rode lap op een stier” of “een plan bij Hayek” – dat zijn equivalente uitdrukkingen). En dus zat ik een beetje uit te kijken naar het nieuwe boek van Easterly: The White man’s Burden, 2006.

In eerste instantie viel het wat tegen. Het woord “plan” is inderdaad slecht gevallen, en het boek begint met een litanie nadelen en onmogelijkheden die kleven aan het Grote Alomvattende Plan. En zoals dat bij dit soort debatten gaat verschijnt Sachs in de gedaante van de favoriete vijand, de man die ondanks alle falen toch een Plan voorstaat.

Nu is dat een stuk onheus. Sachs heeft het in zijn boek over de nood aan een “klinische analyse”, en die is echt wel het lijnrechte tegendeel van het “one fits for all” model waar Easterly zich zo tegen verzet. Sachs wil geval per geval nagaan waar het precies aan schort, in die concrete omstandigheden van dat concreet land. En het is voor oplossingen aan die concrete problemen, en niet voor de toepassing van hoogdravende abstracties dat hij de financiële kant nagaat.

Maar intussen blijft het wel een behandeling die van bovenaf neerdaalt op de lokale bevolking, vaak zonder dat het plan zich afvraagt of die bevolking dat eigenlijk wel wil. We weten niet eens erg zeker of de meeste volkeren wel democratie willen, nietwaar? Dus af en toe kraakt Easterly dat af alsof Sachs geen rationele analyse, maar wel de onteigening van de privé eigendom en de collectivizering van de economie had voorgesteld. Terwijl Sachs, voor een stuk, toch alleen maar opwerpt dat je mensen de juiste “incentives” (om de term van Easterly te gebruiken) kan geven, en dat ze nog steeds niet veel zullen doen als één stap verder in de keten de resultaten nog altijd geplunderd worden. Dit lijkt me een simpele realiteit waar een Sachs volgens mij echt aan mag herinneren; omdat die een eenvoudige organische groei, van beneden naar boven, zoals Easterly die voorstaat serieus in de weg kan staan.

Intussen zit ik enkele hoofdstukken verder in The White Man’s Burden, en ik kan zeggen dat het niveau stijgt. Tot nu toe vind ik nog niet dat het kan tippen aan zijn The Elusive Quest for Growth. Maar wanneer hij uiteenzet dat markten wel werken, maar dat dat iets heel anders is dan dat je markten kan plannen, is het verhaal stukken subtieler dan de simpele litanie van hoofdstuk één. Ik denk wel dat Easterly zich een “marktfundamentalist” zal moeten laten noemen - maar als je met zulk een genuanceerde opvatting over de mogelijkheden en nadelen van “de markt” een fundamentalist bent – wel dan ben ik ook een marktfundamentalist.

En hetzelfde doet hij nog eens over met “democratie”. Democratieën werken, dat is het punt niet. Het punt is dat je geen democratieën kan plannen. Laat staan met militaire middelen opleggen. Dat is een inzicht waar twee seconden nadenken voor kon volstaan, maar dat toevallig juist vandaag ook nog door de internationale politiek wordt geïllustreerd.

En daarmee ben ik vier hoofdstukken ver, in een boek dat vrij zwak begint, ongetwijfeld beïnvloed door de ruzie die er ergens bovenhangt, maar dat al snel goed op gang komt. Ik hoop dat het op dat élan doorgaat. De discussie zelf, maar nog veel meer het onderwerp - het bestrijden van de armoede - is het meer dan waard. Het is opvallend hoe deelnemers aan dit soort debatten over de fundamentele vragen van hun discipline, achter het gekibbel zo gepassioneerd naar hetzelfde op zoek zijn. En hebben ze er alles bij elkaar ons inzicht niet enorm mee vooruitgeholpen?

-------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/een-wereld-zonder-armoede.html

zaterdag 10 februari 2007

Oei, vlug een update

Ik lees in een artikel op de site van CNN dat een hoop mensen uit de staff van Al Gore willen proberen hem te recruteren voor een kandidatuur voor het presidentschap.

Nu zijn er daarmee, bij mijn weten, twee problemen. Ten eerste, ik denk echt dat hij geen zin heeft. Denk je heus dat het plezant is om maanden en maanden in vliegtuigen te slapen, te lachen naar om het even wie, handjes te schudden, je stem hees te speechen en de hele tijd te moeten oppassen wat je zegt, hoe je het zegt, enzovoort enzovoort? Volgens mij denkt Gore iets van "been there, done that, thanks but no thanks". Ik denk dat hij het meent; ik kan het mis hebben.

Een tweede probleem, denk ik, is dat mensen die al eens een campagne verloren hebben er uitzien als "losers". Natuurlijk, er zijn uitzonderingen mogelijk. Als ik me niet sterk vergis is Nixon daar een voorbeeld van. Uim, ik denk dat, als Gore een Nixon was geweest, hij in 2,000 niet had verloren. Bijvoorbeeld, als Nixon een Bill Clinton als bondgenoot in de campagne had kunnen hebben, dan had hij die zeker niet afgewezen.

Nu kan Gore, ondanks alle problemen, natuurlijk bezwijken voor de lokroep. Het blijft tenslotte een politieker. En het idee van "Ik Ben Zeer Belangrijk" oefent op het mannelijk testosteron nu eenmaal een invloed uit, die het mannetje van onze soort wel meer domme dingen laat doen. Misschien minstens vier jaar lang, bij elk woord dat je zegt, "yes, mister president" horen; de aantrekkingskracht moet groot zijn.

En dus zal hij het misschien wel doen. En dan heb ik, vanzelfsprekend, al mijn eerste voorspelling grandioos mis. Die voorspelling is dat we onder de Democraten nu al, februari 2,007, weten wie de zwaargewichten van de campagne zullen zijn; wie er tot het laatst in hun primaries zullen zitten. Namelijk, denk ik, zijn dat namen die nu al officiëel kandidaat zijn. Terwijl, bij de Republikeinen, denk ik, zullen we namen zien meedoen tot het einde, die nu nog geen kandidaat zijn, ja, waar we nu nog niet eens van gehoord hebben - toch niet hier in Europa.

Maar als Gore zich morgen (of volgend jaar) kandidaat stelt - wel, Koen: nul - realiteit: één, nietwaar?

Ik ben al benieuwd...

Giuliani? President???

Volgens de één of andere poll zou de Republikein Giuliani het in een duel met Democraat Hillary Clinton halen met enkele percenten verschil. Om eerlijk te zijn: ik geloof er geen woord van. Voorlopig houd ik me maar aan een eerder commentaar van me, dat we wel al de zwaargewichten van de Democraten voor de komende presidentsverkiezingen kennen, maar nog niet bij de Republikeinen. En dus geloof ik dat Hillary nog zal meedoen als er van Giuliani al lang geen sprake meer is.

Laten we niet vergeten dat de media er belang bij hebben in dit stadium iedereen met een beetje naam zo serieus mogelijk te behandelen. Als ze dat niet doen – wel, minder verkochte kranten en tijdschriften, minder aangeklikte websites, enzovoort. En dus maken en lezen we nu analyses, met veel Giuliani en consoorten, en de vraag is eigenlijk alleen hoe lang hij de schijn kan ophouden. Steeds volgens mij, natuurlijk!

En zoals ik al zei, natuurlijk mag je me hieraan herinneren, als hij ongeveer twee jaar na nu net is ingehuldigd als nieuwe president. De echte reden waarom ik dit allemaal neerschrijf is immers alleen maar om een soort foto te maken. Om te registreren hoe nu, in 2,007, de situatie er uitziet, waarop we dan, begin 2,009 vol vertedering zullen terugkijken.

Giuliani, dus. Het enige dat de wereld van hem weet, is dat hij op het juiste moment, en vanuit een zekere symboolfunctie, aanwezig was op de juiste plaats. Hij begaf zich naar de plaats van de aanslagen van 9/11 en vertoonde zich aan den volke (alle grammaticale correcties welkom). Daar heb je eigenlijk ook niet zo heel veel voor nodig. Natuurlijk heb je een uitstraling en een zelfvertrouwen nodig dat lang niet iedereen heeft, maar toch. Erg veel stelt het nog altijd niet voor. Laten we niet vergeten, zelfs Bush heeft af en toe dergelijke dingen kunnen neerzetten.

Natuurlijk, daarmee zijn we bij een belangrijk punt. Je voelt dat mijn bedenkingen tegen Giuliani van een soort inhoudelijke aard zijn. Maar alle bedenkingen van inhoudelijke aard lopen natuurlijk meteen stuk op dat laatste punt: Bush is ook president geworden. Natuurlijk kan ik daarop antwoorden: des te meer kans, gezien de consequenties stilaan in alle koppen beginnen door te dringen, dat de Amerikanen dat geen tweede keer zullen laten gebeuren. Maar ook daar bestaat een simpele tegenwerping. We kunnen denken dat ze in 2,000 niet wisten wat ze deden, maar in 2,004 wisten ze het wel.

En dus is het niet onmogelijk dat er wel degelijk opnieuw een uithangbord in het Witte Huis terechtkomt. Maar ikzelf, begin 2,007 geloof dat het niet zo zal zijn. Dat is ook de reden waarom ik niet erg in Obama geloof. Oh, ongetwijfeld een politiek talent dat misschien zelfs doet denken aan Bill Clinton himself, maar te vroeg. Die jongen gaat nu voor een geweldige publiciteitscampagne, en met wat geluk zelfs een vice-presidentschap, maar pas binnen acht jaar is het menens.

Maar hij zal er volgens mij stukken langer inzitten dan Giuliani.

En je mag me aan al die dingen herinneren. Sterker nog, ik zal mezelf vaak aan al die dingen herinneren. In feite kijk ik er een beetje naar uit. Het is alleen maar show, natuurlijk, maar ik vind het stukken beter dan, pakweg, “De Kampioenen”.

vrijdag 9 februari 2007

Als we het toch eens hadden geweten...

MSNBC heeft vandaag een artikel over de (toenmalige) Amerikaanse onderminister van Defensie, Douglas Feith.

http://www.msnbc.msn.com/id/17051786/

Laat ik dat maar even kaderen. We zagen recent grote voorstanders van de oorlog passeren, in termen van “als we geweten hadden wat we nu weten, dan waren we nooit aan de oorlog begonnen” (1). Je weet wel: er waren geen WMD’s, en het was allemaal toch veel moeilijker dan gedacht, enzovoort. Maar ja, zo klonk het verhaal, we waren nu eenmaal op het verkeerde spoor gezet door de inlichtingendiensten, de CIA op kop.

Dat is een deuntje waarover ik me de eerste keer heb vrolijk gemaakt, op de kop af drie jaar geleden, in een postje op usenet met als titel “Het is de schuld van de inlichtingendiensten!”, van 9 februari 2,004 (2). (Ik zie bij het terug opzoeken dat Powell toen al verklaarde dat hij met de informatie die hij “intussen” had een ander beleid had willen voeren. Sommige mensen hadden dat toen al ruim een jaar door, anderen hadden het pas nog eens drie jaar later door, en sommigen hebben het nu nog altijd niet door: “you can fool some of the people all of the time”(3))

De “vrolijkheid” ging er om dat het liedje nog maar één jaar daarvoor heel anders klonk. Toen klonk het nog alsof diensten als de CIA zelf in het complot zaten om de “imminent threat” van Saddam te helpen verdoezelen. En tot vandaag, drie jaar later, kan je nog steeds op Amazon (ik vrees dat de url te lang is voor Blogger, maar ik vond het op een wip terug) het boek zien (zij het aan “Bargain Price” – hoe zou dat toch komen?) waarin dat aan de wereld werd kond gedaan. Ik verwijs maar naar de post van toen, maar de uitleg ging van “Mylroie describes how the C.I.A. and the State Department have systematically discredited critical intelligence about Saddam's regime, including indisputable evidence of its possession of weapons of mass destruction."

(Tot vandaag laat ik me geregeld verwijten dat ik destijds de voostanders van de oorlog bekritizeerde in termen van “ze geloofden de leugens van Bush pink op de naad”. De lezer begrijpt natuurlijk onmiddellijk: “persiste et signe”, en het zal nog gebeuren.)

Het punt is natuurlijk: Ze hadden de informatie waarvan ze nu beweren dat ze er mèt die informatie nooit aan waren begonnen. De bewering dat ze die niet hadden was alleen maar het zielige schaamlapje waarachter ze nog probeerden weg te kruipen; het zieligste schaamlapje van de wereldgeschiedenis, toen al.

Maar intussen is er niet langer alleen dat boek, waarin hun eigen propaganda beweerde dat dezelfde CIA, die de schuld was van de overdreven claims, eigenlijk geprobeerd had de bewijzen ervan juist te verdoezelen! Ze krijgen dat deze weken nog eens extra op hun dak met het proces tegen “Scooter Libby”. Ook daar zien we het thema van de regering Bush die mensen, verbonden aan de CIA, met alle middelen probeerden te discrediteren, omdat ze, zogezegd, de link tussen Saddam en het terrorisme juist "minimalizeerden"! Dat was inderdaad wat ze ons destijds wilden doen geloven, daar niet van. Hetgeen me verbaast is de manier waarop velen nog jaren, sommigen tot vandaag, pink op de naad geloven dat Bush eigenlijk misleid was door de overdreven, en daarom foute informatie over de dreiging. Zelfs als de bewijzen van het tegendeel hen sinds jaren, vanop een afstand van drie centimeter voor hun neus, recht in het gezicht staren.

En vandaag, dus, is het een simpel nieuwsfeit dat zeer, zeer hoge functionarissen uit die regering de informatie die de regering Bush wilde horen, en die dom rechts pink op de naad bleef napraten, gewoon fabriceerden zoals dat uitkwam:

“Feith, who was defense policy chief before leaving the government in 2005, was one of the key contributors to the administration's rationale for war. His intelligence activities, authorized by then-Defense Secretary Donald H. Rumsfeld and his deputy, Paul D. Wolfowitz, and coordinated with Vice President Cheney's office, stemmed from an administration belief that the CIA was underplaying evidence of then-Iraqi leader Saddam Hussein's ties with al-Qaeda.”

Dus de vraag is of mensen die op dat soort problemen wezen nu “hysterische, anti-Amerikaanse extreem-linkse intellectuelen” waren, of integendeel de echte vrienden van Amerika, die in wanhoop de grootste exponent van de Westerse Beschaving in de handen zagen vallen van dat soort hoogverraad:

"The bottom line is that intelligence relating to the Iraq-al-Qaeda relationship was manipulated by high-ranking officials in the Department of Defense to support the administration's decision to invade Iraq," Levin said yesterday. "The inspector general's report is a devastating condemnation of inappropriate activities in the DOD policy office that helped take this nation to war."

Ach, de vraag stellen is haar beantwoorden. Het dronken nijlpaard in het Witte Huis heeft nog twee jaar te gaan: gelukkig al een lamme eend sinds toen hij pas herkozen was. Dus laten we besluiten met één puntje. Tot op de dag van vandaag blijven sommigen pink op de naad geloven dat Bush eigenlijk een rechtvaardige oorlog voerde, en dit deels gebaseerd op foute informatie. De waarheid, rijkelijk laat, is dat Bush en de rest een bende platte leugenaars waren, die een oorlog begonnen zijn die hen nu in ongelofelijke klodders van het gezicht aan het druipen is. Als het niet zo tragisch was zou ik zeggen dat elke donkere wolk nog wel een zilveren rand had.

--------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/voetje-voor-voetje.html
(2) Het Google ID is 4027c217$0$307$ba620e4c@news.skynet.be
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/you-can-fool-some-people-all-of-time.html

donderdag 8 februari 2007

Wiskunde (Wat valt het snelst?)

Voor mensen als ik is wiskunde altijd veel te moeilijk geweest. Je voelt dat het de ontoegankelijkheid, maar ook de zuiverheid en de schoonheid van een landschap uit het Himalayagebergte bezit. Je bekijkt er dan ook af en toe, en met een beetje een verdrietig gevoel, een afbeelding van, om toch een béétje een indruk te krijgen van waar het eigenlijk over gaat. Sta me toe u een madeliefje te tonen dat ik uit het wiskundegebergte heb geplukt:

F = m x a

"Eikkes! Een formule!" is wat elk fatsoenlijk Christenmensch nu zegt. Maar kom, alles bij elkaar staan hier maar vijf karakters in. En noch het teken "=", noch het teken "x" (voor de vermenigvuldiging) zou onoverkomelijke moeilijkheden moeten opleveren. Dus wat blijft er eigenlijk over?

Laat me even tellen. Stel dat ik u herinner aan het volgende. Wanneer je iets in beweging wil krijgen, dan zal je daarvoor een zekere kracht moeten uitoefenen. En de kracht die je nodig hebt is evenredig met hoe zwaar je "iets" is, en ook met hoeveel beweging je er wil in krijgen.

Voilà, ik tel hier een veertigtal woorden. En toch zeggen ze precies hetzelfde als de formule met vijf karaktertekens. Namelijk, "m" staat voor "massa", wat voor het gemak samenvalt met het gewicht van wat we in beweging willen krijgen. En "a" staat voor "versnelling", wat voor het gemak samenvalt met "hoeveel beweging je er wil in krijgen". Aangezien zowel gewicht en beweging dingen zijn waarop je een getal kan plakken, kan je die twee met elkaar vermenigvuldigen, en het resultaat is een nieuw getal, dat iets zegt over de kracht, "force", afgekort tot "F", die je nodig hebt.

Ga maar na! Als je een knikker wil vooruit duwen, dan heb je een tikje van een vinger nodig. Maar als het een kanonskogel van 100 kilo is zal er iets meer nodig zijn. En als die kanonskogel een kilometer verder de vijand moet raken, dan heb je nog veel meer kracht nodig. Terwijl je je om een blok van tien ton niet hoeft te bekommeren, als die helemaal niet hoeft te bewegen. Een vermenigvuldiging met nul geeft als resultaat nul, dus ook een heel grote "m" die je in nul beweging wil zetten heeft nul kracht nodig.

Simpel, nietwaar? De formule heeft als voordeel dat het (a) op gebalde wijze dezelfde informatie geeft, die (b) meteen zo wordt voorgesteld dat je er resultaten heel precies mee kan uitrekenen. Dus dat is toch wel de moeite, nietwaar? Hier is er nog één.

g = (m1 x m2)/d²

Oeioeioei, dat ziet er al veel erger uit. Ik tel niet minder dan twaalf karakters! En dan staan er nog haakjes, schuine streepjes en van die kleine cijfertjes in de lucht in. Oeioeioeioeioei!

Eens kijken. De schuine streep is natuurlijk niets anders dan een simpele breuk. Dus zeggen de haakjes dat je het product van twee "m"-en moet delen door een variant op die "d". Met uw welnemen zal ik die variant - dat kleine cijfertje, dus - gewoon negeren: te moeilijk. Maar ik signaleer toch dat het nuttig is indien we ooit proberen cijfers in te vullen, om concrete resultaten te berekenen.

Wat overblijft is dat we een "g" hebben, die groter wordt naarmate twee factoren "m" groter zijn (dus zoals onze F van daarnet groter was naarmate de factoren "m" en "a" groter waren), maar kleiner naarmate de "d" groter wordt. Nu staat "m" alweer voor "massa", (die nu voor onze bedoelingen niet noodzakelijk hetzelfde als "gewicht" is, maar soit). Kom, ik verklap de show: ik heb het over de zwaartekracht - "g" voor "gravitatie" - die tussen voorwerpen sterker is naarmate ze meer massa hebben. Maar de sterkte neemt af wanneer de afstand tussen beide groter is: de "d" onder het schuine streepje staat voor "distance".

En weer zien we dat we in twaalf karakters kunnen uitdrukken wat we anders in veel woorden moeten zeggen - om niet te spreken van hoe ik in woorden maar wijselijk heb gezwegen van dat "kwadraat". De formule toont ons waarom vliegen over muren en plafonds kunnen lopen: hun massa is zo klein dat het product van hun massa met de massa van de Aarde ook klein is. Dus ondergaan ze heel weinig zwaartekracht en volstaat een beetje kleefstof aan hun poten..

Al die dingen kan je ook in woorden vertellen. Je zal veel woorden nodig hebben, maar het kan. Maar hoe zit het met het volgende vraagje? Ik sta op de Toren van Pisa, en ik laat een kogel van tien kilo vallen, tegelijk met een kogel van één kilo. Hoeveel sneller is de zwaarste kogel op de grond?

"g = (m1 x m2)/d²" verklapt ons het geheim. Iedereen ziet onmiddellijk dat de zwaarste kogel eerder op de grond zal zijn! Immers, de Aarde (zeg dat die door “m1” wordt voorgesteld) is voor beide kogels hetzelfde. En de hoogte waarop ze vertrekken is ook voor allebei hetzelfde: dat is “d²”. Dus het enige dat verschillend is, is “m2”, die voor de ene kogel 1 kilo is, en voor de andere 10. Dus is de oplossing van de vergelijking voor de tweede kogel met een factor tien groter dan voor de eerste. En die oplossing sloeg op “g”, de zwaartekracht die ze ondergaan. De zwaarste kogel ondergaat tien keer meer zwaartekracht, dus hij valt veel sneller, einde discussie.

Nietwaar?

Tja, als het zo simpel was, hoefden we het niet met zoveel nadruk te vragen. De formule "F = m x a" verklapt ons nog een ander geheim. De vraag was welke van de twee kogels het snelst valt. Dus hebben we het over de factor “a”: dat was immers de versnelling. Simpele algebra laat toe uit de formule af te leiden dat “a = F/m”. De schuine streep staat nog steeds voor een breuk: we delen de kracht (F) door de massa (m) om te weten hoe het zit met de versnelling (a). De versnelling die een kogel zal ondergaan is bijgevolg groter naarmate de kracht die hij ondergaat groter is, maar kleiner naarmate de massa die deze kracht ondergaat groter is. En dat is logisch: een bal ondergaat een grotere beweging naarmater je er harder tegen schopt, maar minder naarmate de bal zwaarder is.

Over welke massa die kleiner of groter kan zijn hebben we het eigenlijk? Niet over de massa van de Aarde: die is voor beide kogels gelijk. Het gaat dus over de massa van de kogel zelf. De beweging die de kogel ondergaat is kleiner naarmate hij zwaarder is, omdat het moeilijker is hem in beweging te krijgen. Een knikker had slechts een tikje van een vinger nodig, maar voor een zware kogel was meer nodig! En als dezelfde (zwaarte)kracht veel meer moeite heeft om de veel zwaardere kogel in beweging te krijgen, dan komt die in ons voorbeeld met een factor tien minder snel in beweging. Terwijl uit de vorige formule bleek dat de kracht sterker inwerkt naarmate de kogel zwaarder is, zodat de zwaartekracht er in ons voorbeeld een tien keer grotere invloed op uitoefent. Dezelfde factor die via de uitgeoefende kracht de kogel sneller doet vallen, is ook de factor die wegens de moeilijkheid om hem in gang te krijgen de kogel juist trager doet vallen. En dus neutralizeert deze factor, de massa van de kogel zichzelf. Of in andere woorden, de valversnelling van de twee kogels is onafhankelijk van hun massa! Ze vallen allebei even snel!

Dat hebben we loepzuiver berekend, en daarnaast ook parallel in woorden beredeneerd. En als je het niet gelooft, dan kan je je altijd met een zware en een lichte kogel naar een hoge positie begeven, en ze allebei tegelijk laten vallen. En hoe vaak je het ook probeert, je zal zien dat ze inderdaad allebei even snel vallen. Precies even snel. En kijk, ik kan dat allemaal in woorden vertellen. Maar als man van de letteren kan ik toch alleen maar iets toegeven. Pas toen ik een beetje algebra probeerde, en die factor “m” – die vanuit de teller van mijn breuken zo intuïtief correct de kogel sneller deed vallen als hij zwaarder was – ook in de noemer van mijn vergelijking verscheen, en dus dezelfde factor in de teller neutralizeerde, begreep ik waarom die factor (massa) verdween. Met andere woorden, waarom alle kogels onafhankelijk van hun massa even snel vallen. Intuïtief zou ik er nooit aan gedacht hebben.

woensdag 7 februari 2007

Het Museum van Laken

Na de post over hoe we de vertoning in Laken beter als een museum dan als een koninklijk gebeuren zouden zien (1) vertelde iemand me IRL dat hij dat toch wel een merkwaardig gezichtspunt vond. Wel, laten we even verder kijken. Laten we ons inbeelden dat we ons naar de Nationale Feestdag begeven, en het spektakel bekijken. De vraag is: krijgen we iets te zien dat meer lijkt op de middeleeuwse vorst die de troepen schouwt, of iets dat meer op een theatervoorstelling lijkt?

Daarbij nemen we het meest voor de hand liggende standpunt in: dat van het gepeupel. Let's face it, wij zijn zelf het gepeupel, dus is het redelijk aan te nemen dat we temidden van ander gepeupel langs de kant van de weg staan, met een driekleurig vlaggetje in de hand. We proberen een glimp op te vangen van de vorst die op het podium het gebeuren voorzit. Tussen hem en het gepeupel (wijzelf) trekken de troepen netjes in de pas voorbij.
Wat denk je, staat de koning hier omdat dat nodig is om de troepen te inspecteren, wat op zijn beurt nodig is om een beleid te voeren? En de troepen, zijn die hier om de vorst de gelegenheid te geven om zich een beeld van zijn relatieve kracht te vormen, in vergelijking met de Hertog van Bourgondië en de Graaf van Vlaanderen? Want in dat geval zijn al die mensen hier omdat het een zeldzame gelegenheid is om de vorst in al zijn pracht te aanschouwen, een gelegenheid die zich nu eenmaal niet vaak aandient. En dan staan wij, gepeupel, hier met ons vlaggetje om de gelegenheid niet te missen.

Gestileerd: de koning is hier omdat hij zijn werk doet, de troepen vervelen zich dood en het volk aanschouwt.

Maar de waarheid, natuurlijk, is dat het er niet toe doet in welke staat de troepen zijn (de vele miljarden die het leger kost gaan grotendeels naar de pensioenen van hoge officieren en andere vormen van sociale zekerheid voor alfamannetjes), zolang de uniformen maar kleurig zijn, de pas nauwkeurig is en de knopen blinken. En de waarheid is dat de "koning" zich geen zorgen hoeft te maken - niet over de troepen in het bijzonder, en niet over het beleid in het algemeen. Op die manier krijgen we het nogal simpele feit boven water dat noch de koning, noch de troepen hier zijn om de reden waarom ze er in een soortgelijke parade waren, zeg, zeshonderd jaar geleden. De overeenkomsten mogen zeer sterk zijn, even nadenken toont dat enkele kleine details verschillen.

Gestileerd, de koning verveelt zich dood, de troepen zijn hier omdat ze hun werk doen, en het volk aanschouwt nog steeds.

Maar die kleine details zijn natuurlijk wel significant. Voor wie doen de verschillende deelnemers het nu eigenlijk? De koning doet het niet meer om zijn werk als bewindsman te doen. Is het echt heel moeilijk in te zien dat de "koning" veel liever gewoon in zijn kamerjas in zijn favoriete zetel een tijdschriftje zou zitten lezen? En die soldaten die zich lopen dood te vervelen - moet je een groot genie zijn om in te zien dat die allemaal, stuk voor stuk, lopen te blazen van ellende dat ze voor zoveel ingebeelde belangrijkheid moeten de clown komen uithangen?

En als de koning het tegen zijn zin doet, en de troepen doen het tegen hun zin, wie blijft er dan nog over voor wie ze het allemaal doen? Wel, dat is nog steeds dat volk dat daar staat te gapen, natuurlijk! De overeenkomsten met een authentieke troepenschouwing zijn groot, maar de kleine verschillen zijn significant. Waar het volk vroeger stond te gapen op een reële functie, staat het nu te gapen op een vertoning die nog maar om één reden wordt opgevoerd, en dat is dat het volk - dat is nog steeds dat gepeupel waar we zelf ook deel van uitmaken - de gelegenheid zou hebben om zich er aan te staan vergapen.

Kortom, het volk is het publiek van een theatervoorstelling. En zowel de koninklijke familie als de troepen zijn in die vertoning de acteurs. Dus zijn wij, het gepeupel, de klanten van een leverancier van een bepaalde dienst, de dienst van het entertainment; het vermaak. Wij, de klanten, betalen aan de leverancier om die dienst te leveren. Ik ben er niet altijd zeker van of we daarbij voldoende (kunnen/mogen) nadenken over de vraag hoeveel we daarvoor betalen, en of we ons vertier niet op een goedkopere manier zouden kunnen krijgen - maar laat dat nog passeren. Het gaat er om dat we naar iets staan te kijken dat meer, veel meer, weg heeft van een theatervoorstelling, dan van een staatshoofd. En dat is waarom ik vind dat het complex in Laken meer, veel meer weg heeft van een museum, dan van een paleis.

---------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/hij-wil-respect-en-ontzag.html

dinsdag 6 februari 2007

Lezing

Ik ben terug van een lezing over de wisselmarkten die ik (via de bank waar ik werk) heb gegeven voor een beroepsorganizatie. Het tarief blijkt 75 euro per uur te zijn. Ik wist het al, want het is al het derde jaar dat ze me vragen, dus blijkbaar vinden ze dat ik hun geld waard ben.

Eens kijken. Het ging over vragen zoals waarom er wisselmarkten zijn "in the first place" (waarom organizeren we niet een "euro" over heel de wereld?) alsook waarom er een euro is, of juist niet zou mogen zijn. Vragen als of het niet beter zou zijn met een Belgische frank en een Nederlandse gulden, en een Beierse mark en een Westfaalse daalder. Of misschien is dat allemaal nog veel te veel overheid, en zouden we er beter aan doen een Antwerpse kroon te hebben, een Gentse dukaat en een Brugse blomme en een Mechelse koekoek?

En verder ging het over hoe je van de concrete manier waarop het nu eenmaal in elkaar zit kan nadenken over hoe je met de bijhorende koersschommelingen kan omgaan. Ik beleef altijd veel plezier met het uitleggen van hoe er een zeer simpel verband bestaat tussen eenvoudige transacties (als kopen en verkopen) en dingen die iedereen altijd als erg gevaarlijk en mysterieus en zelfs magisch (zwarte magie, natuurlijk) ervaart, namelijk opties. Het is weer eens gebeurd dat er aan het einde een paar mensen nog even napraten en zuchten: het is nu de zesde keer dat ik naar een uiteenzetting over wisselmarkten (en opties) ga, en het is de eerste keer dat ik het gesnapt heb.

En dat vind ik een groot compliment.

Een deel van de kunst zal wel zijn dat het onderwerp zeer serieus is, maar dat niets je belet het een beetje speels te brengen.

Maar dit terzijde.

Wat ik interessant vind is dat tarief. Het is een heel gespecializeerd onderwerp, maar het is niet iets waarin je een diploma kan halen. Dus veronderstel ik dat, als een beroepsorganizatie een lezing nodig had van een gediplomeerd filosoof over, zeg, ethiek in zakendoen (ik heb al meteen een paar ideeën...) daar nog meer dan 75 euro per uur voor betaald wordt? En als de spreker ook nog een bekende figuur is komt er ook wel een heel pak bij. 75 euro, dat is het tarief voor een gespecializeerde professional, zonder academische baggage (toch niet in dat onderwerp) en zonder naambekendheid.

Ik denk dat je er voor een lezing door Bill Clinton niet komt als je er alleen maar een paar nulletjes bijzet...

maandag 5 februari 2007

Ik zal het doen!

Ik lees in de krant dat "veel politici wel weten hoe ze de klimaatproblemen moeten opzoeken, maar niet hoe ze daarna moeten herkozen worden". En dus worden de problemen niet opgelost! Hmmm, zal ik hier mijn url's naar alfamannetjes neerpoten, of gelooft iedereen het zo ook wel? Komaan, wat is er nu het belangrijkste, dat de wereldproblemen worden opgelost, of dat de Zeer Belangrijke Personaliteiten uit (pakweg) de Belgische politiek op hun postjes kunnen blijven zitten?

Soit. Ik heb een ideale oplossing. Ik zal het doen! Al die zeer geleerde politici die weten hoe ze het moeten oplossen, stellen een gedetailleerde lijst op van de nodige maatregelen. Daarna benoemen we mij tot Eerste Minister, en ik voer die maatregelen uit. Ik word, vanzelfsprekend, uitgescholden voor rotte vis, maar wie zou zich dààr iets van aantrekken? De maatregelen komen er dus door, en de klimaatproblemen zijn opgelost. Meteen daarna organizeren we verkiezingen, ik word, vanzelfsprekend weggestemd, en de serieuze politiekers kunnen zich weer bezighouden met de echt belangrijke dingen van de wereld: zijzelf, en hun positie in het centrum van de belangstelling.

Het zegt iets, nietwaar? Je zou je gaan afvragen of ze stilaan niet eens zelf zouden gaan nadenken?

Waar, of Niet Waar?

De Franse president Chirac heeft een aantal uitspraken gedaan, en ze daarna haastig weer ingetrokken. Wat ik me afvraag is of hij ze intrekt omdat ze niet waar (op het domme af) zijn, dan wel omdat het niet mag gezegd worden. En natuurlijk kan ik dat niet weten. Maar ik kan wel speculeren...

1. "Een Iran met een kernbom zou niet erg gevaarlijk zijn". Ah? Mijn eerste reactie is: hoe zou den Jaak dat zelfs maar kunnen weten? In Iran zijn religieuze fundalentalisten aan de macht die (op het eerste zicht) in vergelijking de huidige machthebbers van de VS tot koorknapen doen verbleken (tot nader order). Het minimum lijkt me dat we het niet weten. Maar eigenlijk denk ik dat het wel gevaarlijk zou zijn. Gewoon op het niveau van "my two cents"! Maar netto denk ik dat hij het haastig intrekt omdat hij intussen heeft nagedacht.

2. De Israelische bestaande WMD's zijn veel doeltreffender dan die waar Iran momenteel aan werkt. OK, hij heeft het zo niet gezegd: hij heeft gezegd dat een Iraanse bom, op weg naar Israel, 200 meter ver zou raken, en Teheran zou al weggeveegd zijn. Ik voel meteen een "en wat had je misschien anders verwacht?" bij me opkomen. Maar toch trekt hij het onmiddellijk weer in! Dus denk ik dat het waar zal zijn, maar dat je het niet mag zeggen.

3. Verschillende Arabische landen zijn sterk in de verleiding om deel te nemen aan de nucleaire bewapeningswedloop. En opnieuw voel ik in me opkomen: "en wat had je nu eigenlijk verwacht?" Nog maar pas heeft het dronken nijlpaard in het Witte Huis (23 more months, helaas) een land binnen gevallen - en nu houdt hij het al vier jaar militair bezet, hoewel het niemand had aangevallen en niemand had bedreigd - om geen andere reden dan dat hij vond dat er "regime change" moest zijn. En nu gaan we doen alsof we opschrikken wanneer we zien dat allerlei landen werken aan wapens waar zelfs dronken nijlpaarden schrik van hebben? Komaan, zeg.
Maar toch trekt hij het dadelijk weer in! Blijkbaar geldt voor de Arabische landen wat ook voor Israel geldt. Je kan er praktisch je fortuin en je zielezaligheid op verwedden dat ze aan nucleaire bewapening (willen) doen, maar je kan het niet uitspreken. We doen alsof het er niet is.

Mag ik terzijde opmerken dat het beledigend is om dat "struisvogelpolitiek" te noemen? Beledigend voor de struisvogels, welteverstaan.

Hoe dan ook.Waar of niet waar, het heeft in elk geval dezelfde conclusie.
Hij wordt oud, die Chirac.

zaterdag 3 februari 2007

Een belastingbetaler wil weten (deel 4)

We hebben hier al enkele keren "de belastingbetaler" aan het woord zien komen, die zich afvroeg waarom de staat niet (een deel van) de schulden die we nog lang zullen dragen, voorziet van een vaste interestvoet (1). De laatste keer stond er zelfs een berekening bij. Het korte termijn antwoord op die vraag was immers: de rente op lange termijn vastleggen geeft initiëel een hogere kost dan wanneer we het voorlopig maar zo laten.
Bijvoorbeeld was vorig jaar, toen ik er over begon, de rente op korte termijn 2.50%, terwijl de rente op 50 jaar een 4.00% was. Dus zouden we initiëel 1.50% meer betalen als we mijn voorstel volgden, in ruil voor het voordeel dat we nooit meer dan 4% zouden betalen. Tenminste, niet de eerste 50 jaar.

Dat liet toe voor de eerste serie periodes van 3 maanden de berekening te maken. Voor elk van die periodes bleek dat de korte termijn rente (waaraan de staat de kortlopende schuld moest herfinancieren) weliswaar gestegen was, maar toch onder de 4% was gebleven. Dus nam ik een fictief bedrag van 100 miljoen euro, rekende uit hoeveel het zou gekost hebben als de staat een jaar geleden voor dat bedrag mijn voorstel had opgevolgd, en stelde vast dat de totale rekening na 9 maanden was opgelopen tot bijna een miljoen euro. Vandaag is de korte termijn rente opgelopen tot 3.79 en dus komt daar (afgerond voor een drie maand periode) nog een slok van 52,500.- euro bij.

Maar zoals ik van in het begin zei, we moeten ons niet alleen om de absolute bedragen bekommeren. De staat die tot nu toe een dik miljoen heeft gespaard - tenminste in vergelijking met mijn voorstel - heeft dat gedaan door een risico te nemen. De staat zal de vlottende rente ook de komende periodes blijven betalen, en het is duidelijk dat we niet ver van de vier percent afstaan. Het is best mogelijk dat de korte termijn rentes hoger zullen oplopen dan 4%, en in dat geval begint het lopen van dat risico geld te kosten (steeds in vergelijking met mijn voorstel, waaronder we niet minder, maar ook nooit meer dan 4% zouden betalen). Het volstaat dat de rente gedurende één jaar 5% staat, en het verhaal kost al 1 miljoen euro (het verschil tussen 4% en 5% gedurende één jaar op een bedrag van 100 mio euro) Mijn voorstel was zijn geld dan al bijna waard geweest. Het is ook best mogelijk dat, gedurende toch nog steeds 49 jaar, de rente nog veel verder oploopt, met alle gevolgen vandien.

In mijn ogen moest (en moet) je proberen de lichtsnelheid te bereiken in je haast om die 50 jaar aan 4% vast te leggen, omdat (steeds in mijn opinie) de initiële kost het risico meer dan waard was. Of dat ook werkelijk zo zal zijn is iets dat alleen de toekomst zal uitwijzen. Het is dan ook een armoedige soort beoordeling van het voorstel wanneer we alleen nagaan, met "wijsheid achteraf", of het nu geld had gekost, dan wel had opgebracht. Volgens mij is de kans erg groot dat er een moment zal komen waarop het voorstel veel geld had opgebracht, en toch zal dat volgens mij geen reden zijn om op dat moment te denken dat het bewijs van de gezondheid van het voorstel is geleverd. Volgens mij moet ons denken meer gesofisticeerd zijn, en in staat zijn om vandaag, nu het nog geld kost, in te zien dat het risico de kost waard is - of juist niet.

Kortom, de belastingbetaler wil vandaag weten waarom de staat dit niet doet. De belastingbetaler hoopt dat de staat dit niet doet als gevolg van lange en complexe analyses van de manier waarop risico's gespreid zijn en vele andere factoren. Maar de belastingbetaler vreest dat de staat het niet doet omdat ze liever niet de negatieve korte termijn impact van de hogere kost op de budgetten zien. Kortom, dat een zeer benepen korte termijn denken onze politici in zijn greep heeft. Zoals ik in de eerste post al schreef: als het beleid binnen tien, of twintig, jaar heel veel geld kost, dan zal de belastingbetaler daar nog altijd belastingen voor betalen. Maar de politieker van vandaag zal al lang de verering van een wijs staatstman te beurt gevallen zijn.

----------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/een-belastingbetaler-wil-weten.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-2.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-3.html

donderdag 1 februari 2007

Het Pluriversum

Zopas steek ik een steenweg over, met twee maal twee baanvakken, en halfweg het eerste vak zie ik dat de wagen die van links komt veel sneller rijdt dan ik had ingeschat. Mijn drafje verandert in een looppas, en nog ziet het er niet goed uit. Drie passen sprint en daarmee sta ik op een vluchtheuvel - zonder echt in gevaar te zijn geweest. Geen gierende remmen, ook geen boze claxon, maar het is mogelijk dat de passerende voetganger die er op stond te kijken zich afvroeg of ik dronken was.

Een bepaalde soort gedachtenexperiment - ik zit ver beneden het niveau waar ik me kan afvragen of ik het over een "theorie" mag hebben - zegt dat ons universum een onderdeel is van een oneindig grote verzameling universa, waarin op elk moment alles wat kan gebeuren ook werkelijk gebeurt. Dus ben ik in oneindig veel gevallen heelhuids overgeraakt (terwijl in één van die universa een meeuw iets op mijn hoofd heeft laten vallen). Maar ook ben ik in enkele van die universa gestruikeld en de auto is gewoon over me heen gereden. In sommige universa die heel sterk lijken op ons universum - dat er voor de mensen die daar overeenkomen met mijn familie, vrienden, kennissen, collega's en lezers even reëel uitziet als het onze - ben ik nu dood. In sommige universa is voor de mensen uit de familie een ramp gebeurd, zitten collega's ontsteld te kijken (jaaajajajajajaaaaa, open doel, trap hem er maar in, komaan, hup, je kan het!) en duurt het nog even voor de lezers van het blog weten waarom er maar geen updates meer komen. Waarna ze schouderophalend denken "jammer, 't was af en toe toch wel geestig". Even reëel voor hen als het voor mij reëel is dat ik nu (maar wat betekent "nu"?) op een toetsenbord zit te hameren.

Dat concept van al die bestaande universa lijkt als idee absoluut waanzinnig. Ikzelf kom er tegen in opstand met als idee dat de materiële basis van een dergelijk pluriversum ontbreekt (maar hoe zou ik dat in godsnaam kunnen weten?). Maar in zijn "The Fabric of Reality, 1998" (een boek waar ik overigens zo goed als niets van gesnapt heb, dus vraag me er verder niets over) zegt David Deutsch dat de waarneembare realiteit een aantal eigenschappen vertoont die even waanzinnig zijn als dat idee. Natuurlijk staat het iedereen vrij om "theorieën" als het pluriversum wegens waanzinnig af te wimpelen, maar de gebeurtenissen die door allerlei quantumtheorieën worden beschreven, en ook werkelijk gebeuren zoals beschreven - die gebeurtenissen zijn er wel degelijk, of je ze nu wil afwimpelen of niet.

En als we weten dat die gebeurtenissen er zijn, omdat we ze kunnen zien, en als fysici nauwelijks theorieën kunnen bedenken waarom ze gebeuren zoals ze gebeuren, tenzij ze van het niveau zijn dat er een pluriversum bestaat waarin op elk moment alle mogelijke gebeurtenissen ook werkelijk gebeuren, terwijl wij er daarvan één waarnemen... Wel, als je eenmaal waanzinnige dingen aanneemt omdat je ze kan zien, dan kan je al even goed minstens even rekening houden met waanzinnige ideeën die er bij horen, nietwaar?

Het leuke is dat het je een voorzet geeft om vanuit een heel andere gezichtshoek over dingen na te denken. Zou ik mogen wedden dat iemand die tot hier heeft gelezen al een paar keer met de blik op heel ver weg zichzelf in oneindig veel varianten heeft zien bewegen door het pluriversum? Hey, heb je je daarbij afgevraagd wat (bijvoorbeeld) de vrije wil betekent, indien je tegelijk oneindig vaak bent overgestoken, en tegelijk oneindig vaak bent blijven staan, en bij dat oversteken enkele keren bent gestruikeld en overreden, en... Maar in elk geval, als je alles tegelijk hebt gedaan - hoe zit dat dan met die "vrije wil"?

Om alleen maar dit voorbeeld te noemen, natuurlijk...

woensdag 31 januari 2007

Geld en Economie

Terwijl ik zat te mijmeren over het verschijnsel "geld" (toevallig mijn job) dacht ik aan een postje dat ik daar ooit eens over op usenet heb gezet. Even googelen, en ja, het lijkt me twee jaar later wel de moeite om nog eens op te rakelen. De vraag wat wat het verband is tussen een economie (in het algemeen) en geld (in het bijzonder). De post van destijds ging (op kleine correcties na) als volgt.

Beschouw een economie met 2 boerderijen. Allebei verbouwen ze graan, en houden ze schapen. Bijgevolg hebben ze allebei voedsel en kleding.

Vergelijk dat met een economie van goudzoekers. Of met drukkers van groene stukjes papier, met daarop de uitdrukking "dollar" en "in God we trust". Wat gaan die eten, of aantrekken?

Dus, regel 1, een economie die producten maakt kan bestaan zonder geld, maar een economie die geld maakt zonder producten niet.

Terug, dus, naar de economie die reële goederen maakt. Er zijn verschillende manieren waarop die kan groeien. De uitvinding van de ploeg, bijvoorbeeld, kan de opbrengst van graan verhogen. De uitvinding van de hond kan toelaten grotere kuddes te houden.

Dus regel 2, een economie kan groeien (zonder geld) door technologische vooruitgang.

De twee boerderijen kunnen ook met elkaar praten. Als de ene zich specializeert in schapen, en de andere in graan, dan zullen ze samen typisch méér graan en méér schapen produceren, dan wanneer ze allebei elk apart alles zelf moeten doen. Ze hoeven dan alleen hun overschot te ruilen voor het overschot van de ander, en ze zijn allebei rijker dan elk apart.

Regel 3, een economie kan groeien (zonder geld) door ruil, en dus handel. ("Eén schaap is gelijk aan tien zakken graan".)

Laten we geld invoeren. Een engel daalt neer uit de hemel en bezorgt beide boerderijen zilveren en koperen munten. Een zak graan kost een zilveren munt, en een schaap kost tien zilveren munten en... verder niets. De economie kan nog steeds groeien door, bijvoorbeeld, technologische vooruitgang en handel. Voor de tweede keer blijkt dat geld heel weinig verschil maakt. Eerst maakte het weinig verschil om te bestaan, en nu - op een zéér simpel niveau - maakt het weinig verschil om te groeien.

Laten we dan maar wat groeien, zeker? De economie bestaat nu uit honderden boerderijen, en ze produceren graan, schapen, koeien, kippen en eieren, vlas, katoen, hout en vele vele andere. Nu kan het ingewikkeld worden. Wie honderd eieren wil kan altijd een boom leveren, maar wie drie eieren wil moet hem eerst in kleine planken zagen. Terwijl drie koperstukjes de transactie meteen tot stand doen komen.

Regel 4: als een economie erg complex wordt vergemakkelijkt het gebruik van geld de transacties.

En aangezien ruil en handel zelf ook transacties zijn, en aangezien ruil en handel in regel 3 de economie deden groeien, kan geld de economie doen groeien, indien die voldoende complex is. Een zilverstuk is gelijk aan tien koperstukken. Dus een zak graan is tien eieren, en een schaap is tien zakken graan, dus een schaap is honderd eieren, zeg maar: een flinke boom.

De engel daalt opnieuw uit de hemel neer, knipt in zijn vingers en van het ene moment op het andere, overal tegelijk, heeft iedereen tien keer meer zilver- en koperstukken dan hij daarvoor had. Wel, een schaap is nog steeds gelijk aan tien zakken graan of honderd eieren, maar een schaap kost nu honderd zilverstukken, en een zak graan tien, en een ei één. En een zilverstuk blijft gelijk aan tien koperstukken. Het enige effect van de vergroting van de geldhoeveelheid (gelijktijdig en voor iedereen) is het evenredig aanpassen van de prijzen. Kortom, de genereuze vertienvoudiging van al het geld maakt geen enkel verschil voor de hoeveelheid goederen die de economie produceert. Dus geld maakt eens te meer heel weinig verschil - op het vergemakkelijken van de transacties na.

Regel 5: de waarde van geld wordt bepaald door de waarde van de goederen die je ermee kan kopen.

En dat was, mits de nodige simplificatie, het inzicht van de economie bij het begin van de twintigste eeuw.

De engel verdwijnt, en de economie groeit. Dus komen er in verhouding steeds meer producten tegenover muntstukken. En dus dalen, overeenkomstig regel vijf, de prijzen. Immers, als we begonnen met één koperstuk voor één ei, en als we de productie van eieren laten toenemen voor eenzelfde hoeveelheid koper, zodat je nu voor één koperstuk twee eieren kan krijgen, dan kost één ei nu nog maar een half koperstuk: de prijs is gedaald. Dus beginnen de mensen te denken dat in de toekomst de prijzen nog lager zullen liggen, dus wachten ze met aankopen, dus komt er nog minder geld in omloop, dus dalen de prijzen nog meer, dus denken de mensen nog meer dat ze moeten wachten, dus...

(Op dit punt googelt de wakkere lezer een aantal trefwoorden, zoals "depressie", "1929", "The Great Crash" en "Keynes" bij elkaar.)

Regel 6: in een nog complexere economie kan de geldhoeveelheid wel degelijk een invloed uitoefenen op de groei, of het krimpen van de economie.

En daarmee zitten we in ongeveer 1950.

Op dit punt maakte de post van destijds nog enkele allusies op de toenmalige actualiteit, om te besluiten met de opmerking dat je hiermee niet zou slagen voor een examen geavanceerde macro-economie. Maar dat was nog nooit de ambitie van een blog, dacht ik. Als iemand hier een vage indruk aan overhoudt, dat geld veel met economie te maken heeft, maar er beslist niet mee samenvalt, dan is het al lang goed.

maandag 29 januari 2007

Mijn eerste spam!

Voor de eerste keer sinds het "grooot experiment" (1) dat commentaren onmiddellijk doet verschijnen heb ik een spamcommentaar ontvangen. Gewoon een lijst met url's: poker en dat soort dingen. Aangezien blogger een systeem heeft dat machinegestuurde spam blokkeert, vermoed ik dat we te maken hebben met het gebruik van lage loonlanden. Je betaalt iemand enkele dollars om de hele dag sites op te snorren, door de spamblok te gaan en een lijstje te copiëren, en klaar is Kees. Het was (tot nu toe) natuurlijk een zeer eenmalig gebeuren, en op Blogger is spam elimineren werkelijk niet meer dan een klik, maar toch. Het illustreert het probleem.

De simpele realiteit is dat een blog als dit vooral beschermd wordt door zijn gebrek aan bekendheid. Maar wie er in slaagt van zijn blog een echt ontmoetingspunt te maken, zeg, zoals LVB.net, heeft werkelijk een probleem. Op zich is dat probleem bekend genoeg, ik heb het er zelf ook al vaak over gehad. Hoe nobel de bedoelingen ook mogen zijn, op een open forum trek je op de duur het soort bezoekers en deelnemers aan die dat forum om zeep helpen. En spammers, natuurlijk.

Tenzij daar een oplossing voor komt zitten we met een enorme paradox. Ofwel probeer je groot en bekend te zijn, maar in een open filosofie word je qua communicatie al snel onbruikbaar. Ofwel ben je best tevreden met je rustig uithoekje waar je haast nooit wordt lastig gevallen, maar een forum waar veel ideeën circuleren wordt je natuurlijk ook nooit.

Merkwaardig genoeg denk ik niet alleen al een hele tijd een idee te hebben voor een oplossing, maar zelfs dat Blogger intussen de middelen in huis heeft om die oplossing ook in praktijk te brengen. De bouwstenen zijn als volgt. Blogger heeft de mogelijkheid om commentaren ofwel zonder meer door te laten, ofwel door te laten als ze van geregistreerde gebruikers komen, ofwel door te laten als de blogger zelf ze eerst heeft goedgekeurd.

Wat we in mijn ogen nodig hebben is de combinatie van die opties. Wie een goed, actief, bekend forum heeft kan zich perfect tegen de invasie van de spam verdedigen met een lijst van geregistreerde gebruikers. Iedereen waarvan je verwacht dat er inhoudelijke bijdragen komen laat je toe te registreren op een "witte" lijst, en van die mensen komen de posts er meteen door. Al de anderen passeren via het systeem waarbij je hun post eerst moet goedkeuren. Zodra iemand onder dat laatste regime een beetje credibiliteit heeft verworven komt hij op de lijst met posters wiens commentaar er meteen doorkomen, en... klaar!

Het enige wat je nog nodig hebt om dat systeem waterdicht te maken, is de mogelijkheid de poster die misbruik begint te maken (van zijn positie op de witte lijst) er weer af te gooien. Vanaf dat moment krijg je nooit meer spam, omdat je het er zelf niet doorlaat - of in een zeldzaam geval er weer afsmijt. Je krijgt toch een zeker verkeer van ideeën en opinies, omdat er een hele lijst bestaat van mensen die hun posts in real time kunnen plaatsen. En er kan vers bloed circuleren, doordat je kandidaten kan zien via het open systeem waar je ze wel eerst één of enkele keren moet doorlaten, maar vanwaar ze kunnen promoveren naar de witte lijst. En niemand hoeft zich nog te laten afgeschrikken door de ladingen spam, of ontmoedigd door de aanwezigheid van een hoop mensen die alleen maar kunnen loeien en schelden.

(Ook denk ik dat een analoog systeem, toegepast op het Emailverkeer, veel problemen zou oplossen. Je hebt de initiële investering dat je alle gewenste afzenders moet definiëren. Je hebt de latere investering dat je ook nieuwe gewenste afzenders moet definiëren. En je hebt de opbrengst dat het al snel niet meer de moeite is om te proberen je met spam te bestoken, omdat spammers gewoon nergens op de witte lijst komen, of er desnoods heel snel weer afvliegen. Maar dit terzijde.)

Op dit moment zou iedereen, met een zéér zeldzame uitzondering, die hier al gepost heeft welkom zijn op mijn lijst. Zou het echt zo afschrikwekkend zijn als je een extra keer zou moeten registreren?

-------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/grooooooot-experiment.html

PS Ik heb een Blogger blog gezien waar je op de voorpagina een lijst met de meest recente reacties kan zien. Als iemand me kan vertellen hoe je dat moet doen in Blogger? Een gratis abonnement op "Speels maar Serieus" zal uw beloning zijn!

zondag 28 januari 2007

Speels Maar Serieus blaast een kaarsje uit

Speels maar Serieus blaast zowaar een kaarsje uit. Er staan nu 331 posts op, niet zo’n slecht gemiddelde, eigenlijk. En als ik terugdenk aan hoe ik na 100 posts nog dacht in termen van “als ik het beu ben, dan houd ik gewoon weer mee op”... Dat is intussen veranderd in “ik hoop dat ik het niet beu raak”. Er zijn momenten dat het bloggen echt aangenaam is. Mijn beste herinnering heb ik aan het serietje waarin ik de Perzische Oorlogen van 25 eeuwen geleden heb beschreven. Dat was voor een deel pure fictie, geen enkele historicus zou er, in hoofde van zijn historicus-zijn, veel aan hebben. Maar was het niet geestig, als manier van het vertellen? Kijk, de jaartallen in mijn verhaal waren correct, de partijen waren dezelfde als die het tweeduizend vijfhonderd jaar geleden echt gedaan hebben, en als ik vertelde dat zus en zo had gewonnen, dan was dat ook zo. Dus het was wel een beetje serieus, maar het was ook grotendeels speels, en op die manier ongeveer wat ik met dit blog wilde doen. Ik kan het niet weten, maar als ik afga op de regel dat wat het best was om te schrijven ook het best was om te lezen, wel, dan was dat het hoogtepunt van dit blog in 2006.

Er zijn nog een paar mooie herinneringen. Toen ik op de stranden van Normandië stond, waar in 1944 D-day zich afspeelde, toen vormden de woorden en zinnen zich in mijn hoofd, niet erg verschillend van hoe ze een week later op het blog verschenen – en als mijn ervaring als “schrijver” iets waard is, dan is ook dat een goed teken. Af en toe was er ook eens iets van enige filosofische of wetenschappelijke inhoud, waarvan de zeer primitieve (gratis versie van de) teller die ik gebruik suggereert dat ze nooit gelezen worden - maar goed, de moeite van het opstellen van een “best of” lijst zullen ze ook wel niet waard zijn. En dan zijn er de postjes over baby Sarah, natuurlijk. Daarmee is het jammer genoeg gedaan, iedereen wéét immers dat het nu peuter Sarah is...

Waar zitten de minder goede dingen? Bij mij beginnen teksten vaak als een stuk gewassen laken, waar heel veel strijkwerk aan is. En de harde waarheid mag gezegd worden: dat wegstrijken van de rimpels en plooien lukt niet altijd even goed. Dan zie je van die teksten, verward, duister, vol herhalingen of integendeel sprongen die nooit aan de overkant raken, of allebei tegelijk, en weet je, vaak heb je een afstand van enkele weken nodig voor je het zelf ook doorhebt. Uimmm... Zo heb ik er ook wel een paar gezien.

Er is één ding dat ik nog altijd precies zo zie als ik het toen zag. Dit zijn eigenlijk een soort vingeroefeningen. Als ik wel eens aan echte, “serieuze” teksten werk, dan probeer ik er voor te zorgen dat die goed gestoffeerd zijn; dat elke bewering in termen van “we weten al lang dat...” vergezeld gaat van verwijzingen naar de één of andere wetenschapper of filosoof die precies dat gezegd heeft. Dat maakt het allemaal nog eens een heel pak stijver, en hier hoeft dat gelukkig niet. U hoeft niets te geloven van wat hier staat! Ik denk natuurlijk wel dat het is zoals ik het schrijf op het moment dat ik het schrijf, maar het blijft internet, hé. Als ik het nog van buiten weet staan, dan haal ik het er wel eens bij (macht der gewoonte), maar als ik het niet meer weet, dan knal ik het maar uit het blote hoofd neer, en sorry als ik het me fout herinner. Het gevolg is natuurlijk dat het allemaal wat “speels” blijft. Dat is de zwakte van dit soort teksten, maar het is tegelijk ook de charme ervan.

Tenminste, dat laatste hoop ik heel erg. Want het is op die manier dat ik nog een tijd hoop door te gaan.

vrijdag 26 januari 2007

Hij wil "respect"! En "ontzag"!

Iedereen die (zoals ik dagelijks) via de A12 Brussel binnenrijdt, passeert op een bepaald moment een merkwaardig museum: het “Museum van Laken”. Het staat in de volksmond bekend als “het Paleis”, en is opmerkelijk omdat het, anders dan de meeste musea, niet beeldend, maar theatraal van aard is. Niet de unieke stukken of de mooie gebouwen zijn waar het om gaat – in feite zijn die zelfs niet toegankelijk – maar wel de figuranten die vanuit het Museum een stuk antieke folklore in leven houden. Een indrukwekkende reeks ceremonieën en rituelen voert het toneel op als hadden we het hier over het Staatshoofd en de Koninklijke Familie – met veel militair eerbetoon, en de bijhorende pomp en peus.

Over de vraag of de toneelopvoering eerder komisch, dan wel tragisch van aard is verschillen de meningen aanzienlijk. Ikzelf was altijd geneigd te vinden dat het een komedie was, maar ik gun anderen hun mening. Alleen vind ik dat de feiten me beginnen gelijk te geven. Want verbeeld je dat één van de deelnemers in de cast zijn rol serieus begint te nemen, en eist dat men hem “respect”, en – en houd je nu helemaal vast – “ontzag” (!) betuigt!

Dat maakt dat we even de historische wortels van de vertoning moeten bekijken. Ooit, lang geleden, dachten de mensen dat de Aarde plat is, dat donder en bliksem veroorzaakt werden door allerlei goden en demonen, en dat er een aparte soort mensen bestond, “adel” genoemd, waarin nog eens een eigen hiërarchie voorkwam met de koning aan het hoofd. Dat was in de ogen van de mensen een biologische realiteit, zoals de platte Aarde een fysische realiteit was, en goden en duivels spirituele realiteiten waren. Terwijl we vandaag weten dat alle mensen heel erg verwant zijn, en dat de afstammingslijnen die bepalen of iemand een rolletje mag spelen in het Museum van Laken niet bepaald wordt door biologische realiteiten, maar door sociale conventies.

Hoe dat kan is iets dat op dit blog al eerder is aangehaald. Via het principe van de “Samengestelde Interest” (1) kwamen we bij de constante verdubbeling terecht. Daarvan heb ik ergens gezegd dat het effect in eerste instantie niet zo denderend lijkt, omdat de explosie van je inzicht zich “achter de horizon” bevindt. Je moet dus wat langer nadenken voor je er in slaagt door de blokkade te breken. Terug naar hoe we allemaal (ook de ingebeelde “prins”) twee ouders hebben, vier grootouders, acht overgrootouders, enzovoort, en hoe je op het eerste zicht kan denken: “en dan?” (2). Het punt is, slechts tien generaties geleden hebben we al meer dan duizend (1,000; dui – zend) voorouders, en twintig generaties geleden zijn het er ruim een miljoen. Die zullen we niet allemaal van adel geweest zijn, zeker?

En twintig generaties geleden, dat is pakweg vier of vijf eeuwen geleden.

Aangezien er bovendien helemaal niet zo heel veel mensen leefden naarmate we verder teruggaan in de tijd, terwijl we integendeel meer en meer voorouders krijgen naarmate we teruggaan in de tijd, is er maar één conclusie. Er zit enorm veel overlap op al die voorouders van ons allemaal (ook van de ingebeelde “prins”) en we stammen met zijn allen af van een heel klein groepje voorouders binnen een afstand van een handvol eeuwen, kortom, we zijn allemaal héél, heel naaste familie.

Nu kan je proberen even je wereldbeeld te redden, door te doen alsof die “adel” een tamelijk apart levende groep is, en dat zo hun “blauw bloed” doorheen de eeuwen gehandhaafd blijft. Met weglating van de vrees dat er nu ook nog sprake is van inteelt – zoals zich, bijvoorbeeld, zou kunnen verraden aan symptomen als niet bijster snugger zijn, maar dat zelf absoluut niet doorhebben - stelt dat je probleem alleen maar uit. Onze “koning” stamt dus bij hypothese af van een beperkt aantal mensen uit het jaar (zeg) 1,400, en die waren allemaal van adel, net zoals al zijn voorouders sindsdien.

Maar die mensen uit het jaar 1,400 hadden tien generaties dààrvoor ook 1,000 voorouders, en 20 generaties daarvoor hadden ze er ook al een miljoen, en die zullen toch ook "niet allemaal van adel geweest zijn" (of zelfs maar grotendeels) - kortom, de overlap is al veel vroeger gecreëerd. En dus blijven wij vandaag allemaal (ook de ingebeelde “prins”) de nakomelingen van een zeer beperkte groep van voorouders, en die leefden niet eens zodanig lang geleden – ruim na de tijd van de Romeinen.

In dat geval is de vraag wie van al die afstammingslijnen eindigt als bankbediende, en wie de rol van “prins” mag spelen in het Museum van Laken, puur afhankelijk van sociale conventies. Als ieder van ons afstamt van praktisch dezelfde hoeveelheid royalty, en dezelfde hoeveelheid gepeupel, dan bepalen alleen vragen zoals of de maîtresse van de koning, de graaf of de baron in pakweg 1,200 ook een officiële status kreeg (omdat iedereen die het er niet mee eens was op het schavot eindigde) of de kinderen van de rollebollerij “adel” genoemd worden, of juist niet. En zo ook voor het jaar 1,300, en 1,400, enzovoort, de vele lange eeuwen lang. De kans om dat onderscheid te maken op basis van genetische analyse is precies even groot (en om precies dezelfde reden) als de kans dat onderscheid te zien aan de kleur van hun bloed.

Nu zijn “samengestelde interest” (en de bijhorende constante verdubbeling) op dit blog uitgeroepen tot “dingen die iedereen zou moeten weten”, maar dat betekent natuurlijk niet dat daarom de cast van het Museum van Laken ook werkelijk die dingen weet. En zo kan het gebeuren dat er één tussenloopt die tot in de 21ste eeuw blijft geloven dat hij van “koninklijken bloede” is, en dat hem enkel daarom “respect” en (hou je nogmaals vast) “ontzag” verschuldigd is.

Nu ja, een beetje ontzag voel ik eigenlijk wel. Ontzag voor zoveel oeverloze, peilloze geestelijke duisternis.

---------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/de-nakomelingen-van-maria-magdalena.html

donderdag 25 januari 2007

China en de VS

De ironie is bijna totaal. De opiniepagina van de Financial Times vertoont twee artikelen onder elkaar, over onderwerpen die niet noodzakelijk veel met elkaar te maken moesten hebben. Het eerste gaat over China, het tweede over de VS.

Het artikel over China vertelt hoe de Chinezen met een raket een satelliet hebben vernietigd, en daarmee zo goed als het startschot geven voor een nieuwe bewapeningswedloop - deze keer in de ruimte. Dat zorgde voor spektakel genoeg in de internationale diplomatie. Maar het artikel schijnt een ander licht op de zaak. De grootmacht die het meest heeft gestaan op zijn souvereiniteit als het over technologische ontwikkeling ging, en niet geneigd was veel verdragen te tekenen om die aan banden te leggen, was uitgerekend de VS. En als de VS maar blijven raketten bouwen en de ruimte exploreren - op basis van welke autoriteit zouden ze dan van andere ambitieuze grootmachten kunnen vragen dat niet zelf ook te doen?

Van dat soort vragen geeft het artikel nog voorbeelden. Zo vragen de Chinezen zich luidop af waarom ze niet naar Afrika zouden gaan, en daar grondstoffen kopen, en daarvoor in ruil infrastructuur zouden leveren, zelfs aan landen met de meest weerzinwekkende regimes, als dat niets anders is dan wat het Westen zelf ook altijd heeft gedaan? Wij, liberalen, waren er altijd zeer sterk van bewust dat primitieve landen primitieve regimes zouden hebben. Als de keuze was tussen verschillende dictators - was de beste keuze dan niet die dictator met wie we tenminste nog konden praten? Waarom zou dat voor China anders zijn?

En nog een voorbeeld zijn de mensenrechten. Tot voor kort, zeer kort, hoefde het Westen zijn kritieken niet eens uit te spreken - niet dat we dat niet deden, natuurlijk. Maar het volstond om met de armen over elkaar en een misprijzende uitdrukking op het gezicht een blik te werpen op al die concentratiekampen en andere heropvoedingscampagnes voor dissidenten, en je zag Russen en Chinezen al ongemakkelijk over hun stoel schuiven. Vandaag, sinds een zeer beperkt aantal jaren, kunnen we ons met al onze preken schor schreeuwen, en de Chinezen halen kalmpjes hun schouders op, spreken de term "Guantanamo" uit en leggen de hele zaak rustig naast zich neer. En oh, ik heb ze wel zien aanschuiven, die apologeten van dom rechts om te komen roepen dat het "bij ons allemaal heel erg verschillend is". Er waren tenslotte ook altijd mensen die volhielden dat de Sovjet Unie een superieure economie was en er waren er die beweerden dat de Aarde plat was. Laat ze dus maar roepen; de feiten spreken nog luider voor zich: de Chinezen halen hun schouders op en bouwen voort aan hun satelliet killers.

En oh ironie, daarmee gaat het artikel bijna naadloos over op het tweede artikel, het artikel dat gaat over de VS!

De titel van dat artikel is iets als "a president bound by his own mistakes". En het artikel besluit dat zelfs de Democraten geconfronteerd worden met het probleem van "a ruined presidency". Natuurlijk, we kunnen het allemaal afwimpelen met de opmerking dat de Financial Times een hysterische, extreem-linkse, anti-Amerikaanse (etc. etc.) propagandagazet is, maar we zijn niet overtuigender dan wanneer we volhouden dat de Aarde plat is. Ook nu spreken de feiten voor zich: voor een lange lijst onderwerpen geldt dat de president geen enkele autoriteit meer heeft, en deze "ruïne" helemaal aan zichzelf te danken heeft.

Waar dat niet kan verklaren waar die blinde adoratie vandaan komt waarmee dom rechts al die tijd Bush heeft vereerd, verklaart het wel de woede van de hele rest van het politieke spectrum, van dom links over luciede links tot luciede rechts, gedurende al die jaren. Uitgerekend aan het begin van de eeuw die "het Westen " zal reduceren van enige supermacht tot middelmatige speler in het wereldgebeuren, zijn de VS er in geslaagd om de stem van die speler een maximaal verlies aan geloofwaardigheid te doen lijden. En daarmee heeft Bush aan "het Westen" een schade toegebracht die veel, oneindig veel groter is dan al de schade waarvan alle Bin Ladens van de wereld zelfs maar hadden kunnen dromen.

Het contrast tussen het beleid van China, en datgene wat de laatste jaren in de VS voor een "beleid" doorging had niet groter kunnen zijn...

Geregelde lezers van dit blog zullen op dit punt mischien zeggen dat dat allemaal niets nieuws is. Maar er is natuurlijk wel iets nieuws. Het is nieuw dat je dit tegenwoordig kan schrijven zonder een onvoorstelbare hoeveelheid geloei en gescheld over je heen te moeten laten gaan. Het is nieuw dat je dit tegenwoordig in meerdere artikelen onder elkaar in de Financial Times ziet staan. Het is nieuw dat we, heel, heel langzaam het punt naderen waarop we zullen kunnen nadenken over het repareren van de schade.

Want zeg nu zelf, de eerste stap op weg naar het repareren van schade, is dat je inziet dat die schade er is, nietwaar? Het lijkt er tenminste op dat dat laatste tegenwoordig stilaan weer is toegestaan.

woensdag 24 januari 2007

Indië

BBC News heeft een artikel over Indië:

http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6294409.stm

Het gaat over een rapport van de zakenbank Goldman Sachs, dat zegt dat binnen een decennium - dat is de tijd die verstreken is sinds wij hier in de "zaak Dutroux" zaten - de economie van Indië groter zal zijn dan de economie van landen als Italië, Frankrijk, of het UK. En rond het midden van deze eeuw zal Indië de economie van de VS inhalen, en dan zal enkel de economie van China groter zijn.

Natuurlijk heeft Indië ook problemen. Het artikel vermeldt een armoedige infrastructuur die niet op zijn taken berekend is, inefficiënte energievoorziening, en potentiëel gebrek aan arbeidskrachten om de exploderende sectoren op gang te houden.

Alleen - is dat nu niet precies waar de geschiedenis van Europa ons op heeft voorbereid? Niet het soort geschiedenis waarbij je een hele serie Louis', Charles' en Willemen met jaartallen kan opsommen, natuurlijk, maar wel de geschiedenis die zegt hoe de wereld evolueerde. Denk je niet dat de Italiaanse steden van de 12de eeuw, of de Vlaamse steden van de dertiende (of was het de veertiende?) te lijden hadden van overvolle straatjes, tekort aan energie en een armoedige infrastructuur? En is een deel van het Europees mirakel niet juist dat ze al die problemen hebben aangepakt?

Voor mij lijkt het er op dat Indië (en China) met een achterstand van slechts enkele eeuwen aan het doen is wat Europa enkele eeuwen geleden deed. En dat maakt dat binnen afzienbare tijd de verhouding tussen "het Westen" en landen als Indië zal zijn zoals vandaag de verhouding is van Engeland met de VS. De grootmacht van toen is de vazal van nu geworden. In een optimistisch scenario, natuurlijk.

Idee voor een cartoon (2)

Eerste prentje. Titel: State of the Union 2003. De hele wereld tegen Bush, die driftig met een sabel zwaait: "I ask you to consider the consequences of failure in Iraq".

Tweede prentje. Titel: State of the Union 2007. Bush met zijn wijsvinger in zijn mond en een beteuterde uitdrukking op zijn gezicht tegen de hele wereld: "I ask you to consider the consequences of failure in Iraq".

dinsdag 23 januari 2007

Baby Sarah is niet langer een baby!

De meest bevooroordeelde ouder had in ons geval nooit de conclusie kunnen vermijden: in haar fysieke ontwikkeling is baby Sarah niet snel. Ze is nu bijna 18 maanden, en toch... Ze spreekt niet, ze kan nog niet stappen zonder zich vast te houden, en ze heeft nog maar zes tanden. Nee, met de beste wil van de wereld, het gaat traag.

Maar zolang het evolueert zijn we gelukkig, en er is geen enkele reden om ons ongerust te maken. Zoals iedereen proberen we haar te leren stappen, en haar woordjes te laten herhalen, en tellen we haar tandjes, en bij elke nieuwe ontwikkeling zijn we zo blij als, als... een baby?

Met veel voordoen en herhalen zijn we er in geslaagd haar de klank "mama" te laten uitbrengen. Maar er was geen enkele reden om aan te nemen dat ze weet wat dat betekent. Ze brengt ook andere klanken uit, zoals "ash!" en "jààààààà...". Ook van dat laatste weet ze niet wat het betekent, maar het kan zeer schattig zijn. Papa tegen mama: "zal ik dat beertje halen?" Sarah tegen allen: "jààààààà...".

Normaal reageert ze onmiddellijk op "ash!". Als we dat zeggen, dan zegt ze het onmiddellijk na. Pas wanneer ze goed doorheeft dat we "nazeggen" aan het spelen zijn proberen we "mama", en na de nodige pogingen herhaalt ze dat dan ook.

Maar vandaag waren papa en baby Sarah alleen thuis. Wanneer ik het geluid van de auto op de oprit hoor zet ik baby Sarah in het vensterraam. De auto stopt, de deur gaat open, mijn vrouw stapt uit. Ik heb al die tijd geen woord gezegd...

"Mama" zegt baby Sarah zodra ze mijn vrouw ziet.

Geen twijfel! Ze weet wat het betekent, en ze kan het zeggen! Haar eerste woordje! En daarmee is baby Sarah niet langer een baby!

Sta me toe baby Sarah bij deze een hartelijk welkom in de wereld van de peuters te wensen. Peuter Sarah, je was een ongelofelijke baby om te hebben, een zeldzaam privilege onder de baby's. We hopen dat je een even zonnige en gelukkige en gezonde peuter zal zijn.

Je trotse papa.

Financiële Liberalizering

Vandaag schrijft De Tijd over “financiële liberalizering”. De krant verwijst naar een prof aan Harvard die zegt dat niet bewezen is dat liberalizering de economie van de ontwikkelende landen werkelijk helpt. Als voorbeeld geeft hij China (temidden van een aantal andere) dat het meest frappant is omdat het helemààl geen kapitalen importeert uit landen als de VS, maar integendeel kapitaal naar de VS exporteert!

Steeds zoals de krant vertelt over de prof is het probleem dat de landen in kwestie te weinig investeren in industrieën die producten maken, die op hun beurt op de wereldmarkt kunnen verkocht worden. Zo maak je een verhaal dat er consistent uitziet. De liberalizering werkt niet, de globalizerende landen blijven relatief arm, ze trekken helemaal geen kapitaal aan maar exporteren het integendeel, in twee woorden, ze krijgen te weinig investeringen om ze competitief te maken.

Mooi, hé?

Klein detail, het klopt van geen kanten. Kijk mee. Als China kapitaal exporteert – waar komt dat dan vandaan? Het komt toch niet uit de lucht gevallen? Wel, neen, inderdaad niet. Als je mijn soort job doet zie je elke dag op de voorpagina van het financiëel nieuws waar het kapitaal van de Chinezen vandaan komt. Het komt uit het “handelstekort” van de VS. De Amerikanen kopen veel meer in China dan de Chinezen in de VS kopen. Dus kunnen we stileren: er is één Amerikaan, en er is één Chinees, en de Amerikaan koopt iets van de Chinees, en geeft iets in ruil. Geld. Dollars!

Wat doet de Chinees met de dollars? Hij koopt er niet evenveel mee in de VS: anders was er immers helemaal geen handelstekort? Zoals het vandaag gaat in de wereld houdt de Chinees (en de Japanner, en de oliesheik, enzovoort) die dollars bij. Maar hij steekt ze heus niet in een sok onder zijn matras. We praten over miljarden en miljarden dollars, duizenden miljarden. Zoveel geld wordt belegd. En wel in de VS. Vandaag is er sprake van hoe China misschien zijn reserves zal “diversifiëren”, lees, in andere deviezen omzetten. Maar tot nu toe bleven ze in dollars zitten. En dat wil zeggen dat de Chinezen kapitaal exporteren naar de VS als rechtstreeks gevolg van het feit dat de Amerikanen zoveel in China kopen, plus de beslissing van de Chinezen (en al die Japanners en oliesheiks enzovoort) om, tenminste tot nu toe, die dollars in dollars te houden, en dus in dollars te beleggen, en dus in de VS te beleggen.

En het punt dat de schrijver van dat artikel me eens moet uitleggen, is hoe hij in één zelfde artikel, met een verschil van twee zinnen, kan zeggen dat de Chinezen kapitaal naar de VS exporteren (hetgeen correct is) en tegelijk dat ze niet genoeg investeren in producten die ze kunnen verkopen op de wereldmarkt – terwijl het financiëel nieuws alle dagen bol staat van de ongerustheid over al die poducten die de Chinezen verkopen op de wereldmarkt.

Waar is het mis gegaan? Dit is iets dat op vrij elementair niveau fout was. Weet de Harvardprofessor zelfs dat niet? Het is mogelijk, maar het is zeer onwaarschijnlijk. Als andere mogelijkheid heb ik dit verhaal, in deze of soortgelijke vorm, op usenet wel vaker gezien: als onderdeel van linkse propaganda. De globalizering is slecht, de liberalizering werkt niet, en daar moeten tot elke prijs argumenten worden bij verzonnen. Maar elke economist ziet meteen de contradictie in het verhaal uit de krant. Dus zelfs als de prof dat om propagandaredenen had laten staan, dan hadden al die andere economisten toch wel kunnen reageren?

Ik weet het niet. Ik zie nog twee mogelijkheden. Om te beginnen kan ik het natuurlijk zelf mis hebben. Als iemand daar meer over weet: laat het komen, men is nooit te oud om te leren. Voorlopig houd ik het er maar op dat een journalist van een krant bij een betoog van een heuse Harvard prof een klok heeft horen luiden, maar de klepel gemist heeft.

maandag 22 januari 2007

Een Amusante Uitwisseling

We hebben het hier al herhaalde malen gehad over de "debatten" rond de Irakoorlog. Je weet wel, over en weer vliegende scheldpartijen, waarbij los van het onderwerp beide partijen elkaar exact hetzelfde verwijt naar het hoofd slingeren. Remember hoe de pers in handen was van het Bush establishment - of nee, integendeel, van het hysterisch extreem links anti-Amerikanisme, zodat alleen de Irakpropaganda van Bush, resp. het zorgvuldig uitgefilterde slecht nieuws werd verteld? Dat debat is intussen al een tijdje beslecht:

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/de-vaas-ligt-in-scherven-op-de-grond.html

Zes maand is dat ook alweer geleden...

Hoe dan ook, die debatten woedden vanzelfsprekend heel veel op de Amerikanse blogs, en daarvan krijg ik een amusant voorbeeld te zien. Jonah "pro oorlog" Goldman en Juan "anti oorlog" Cole zaten al lang in het stadium waarin ze elkaar wederzijds een idioot noemden, toen Goldman op het idee kwam een weddenschap te lanceren. Binnen twee jaar zou blijken wie gelijk had!

En dat leidde op 8 februari 2,005 (je ziet: de twee jaar zijn weldra om) tot de volgende uitwisseling. Omdat Blogger heel slecht omgaat met url's knip en plak ik maar zonder verwijzingen uit de verschillende sites (en mocht iemand daaruit willen afleiden dat ik het in werkelijkheid allemaal verzin: tuurlijk, man, kruip maar weg achter wat je ook maar kan verzinnen). Hier komt de uitwisseling. Eerst de lancering van de uitdaging:

"Since he doesn't want to debate anything except his own brilliance, let's make a bet. I predict that Iraq won't have a civil war, that it will have a viable constitution, and that a majority of Iraqis and Americans will, in two years time, agree that the war was worth it. I'll bet $1,000 (which I can hardly spare right now). This way neither of us can hide behind clever word play or CV reading."

En daarop reageerde Cole met:

"I cannot tell you how this paragraph hit me in the gut. I was nearly immobilized by disgust and grief. This man really does see Iraqis as playthings. He is proposing a wager on the backs of Iraqis. Millions of Iraqis are going through winter with insufficient heating oil. They are jobless. The innocent 250,000 Fallujans are homeless. Imagine what $1000 means to them. And here we have an prominent American media star, a man who sets opinion on the Sunday afternoon talking heads shows, betting on them as though they are greyhounds in a race. They are not human beings to him, but political playthings on which to be wagered."

Nu moet je weten dat ik hiervan niet erg onder de indruk was. In feite heb ik zelf eens iets dergelijks voorgesteld, en ik kan met de hand op het hart opmerken dat het niets met "playthings" te maken had. Ik zat zelf in een discussie met een hele groep pro-Bushers, en het was in die discussie dat ik de uitdrukking "geloei en gescheld" ben beginnen gebruiken, als ik de soort gesprekken beschreef die je kon krijgen als je het niet met die mensen eens was.

Op een bepaald moment, dus, kwam er eentje vol zelfvertrouwen verklaren (nog maar eens) dat de hele onderneming kaderde in de democratizering van het Midden Oosten, dat "links" (ikzelf!) dat (weer) niet doorhad, en dat Iran de volgende zou zijn. En om geen enkele andere reden dan dat ik die mensen met hun neus wilde duwen in wat ze allemaal uitkraamden, heb ik precies dezelfde weddenschap voorgesteld. Het ging zelfs om een soortgelijk bedrag! Ik stelde voor dat we beiden duizend euro zouden storten op een geblokkeerde rekening, en dat mijn gesprekspartner het aantal maanden zou opgeven binnen dewelke de Amerikaanse troepen Iran zouden binnentrekken. Later raakte dat nog uitgebreid met "of de kruisraketten op Iran zouden neerdalen". Zodra (ofwel) de aanval gebeurde zou ik mijn 1,000 euro vrijgeven, tenzij (ofwel) de door hemzelf voorgestelde vervaldag zou aanbreken, zodat hij zijn 1,000 euro zou vrijgeven.

En het hele punt was niets anders dan dat je plotseling een veel - heel, heel veel - minder hoge toon zag aanslaan. Decibels bleken goedkoper dan euro's, en dat was mijn punt. Niemand, niet de man aan wie ik het voorstelde, en niet de rest van de bende die daar zo liep te loeien en te schelden, heeft het nodig gevonden de weddenschap aan te nemen. Gewoon voor info, ze hadden op vandaag voor hun "Iran is next" minstens 14 maanden moeten voorzien, of ze hadden al verloren.

En dus vind ik dat soort voorstel helemaal niets van "spelen met levens", maar een uitstekende manier om, inderdaad zoals Goldman zelf al schreef, mensen de uitdrukking "put your money where your mouth is" te doen toepassen, alsook "put up or shut up". Zodat ik het naar de vorm eens ben met Goldman toen hij reageerde:

"Cole won't bet because he's morally offended -- or pretends to be. A wager for personal enrichment would be offensive which is why I stipulated from the outset to give any money received to the USO. I'm too exhausted to deal with this in any great detail, but his moral preening as an excuse not to make a prediction convinces me not at all. (...) Lame doc, very, very lame. I'm going to take my victory lap now. I'm done too."

Maar dat is natuurlijk alleen maar naar de vorm. Want naar de inhoud... Tja, de twee jaar zijn over, nietwaar? En Goldman mag wel van geluk spreken, en Cole heeft het alleen aan zichzelf te danken, dat hij die weddenschap niet doodeenvoudig heeft aangenomen.

Maar ere wie ere toekomt; hier is nog een oude post van me, die evenwel niet op Goldman van toepassing is:

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/you-can-fool-some-people-all-of-time.html

Want in een column van 19 october 2,006 gaf Goldman toe: "de oorlog was een vergissing". En om precies te zijn: "the Iraq war was a mistake by the most obvious criteria: If we had known then what we know now, we would never have gone to war with Iraq in 2003." Hetgeen de vraag oproept: en waren er geen manieren om "te weten wat we nu weten"? Heeft iemand, misschien, uimmmm... iets dergelijks toen al gezegd?

Maar toch zou ik zeggen, welkom, Jonah, in de club van mensen die je wel kan bedotten, maar niet 100% van de tijd. De club mensen die je niet alleen kan bedotten, maar waarmee je dat 100% van de tijd kan volhouden, is er toch weer een beetje kleiner op geworden.

zondag 21 januari 2007

Hillary for President?

“Hillary is in”, en ze wil winnen. OK, in dit stadium van de campagne is al dat nieuws over kandidaten “bezigheidstherapie” (1). Twee jaar voor de inauguratie van Bill Clinton was er ook een lange lijst kandidaten, en Bill stond op nummer 11. Maar het is fun! Waarom niet onze gedachten in dit stadium registreren, niet omdat ze zo buitengewoon interessant (laat staan vooruitziend) zijn, maar zoals je foto’s maakt van je baby, zodat je later vertederd kan terugkijken naar hoe het toen was.

Hillary, dus. Eerlijk gezegd, als het vandaag verkiezing was denk ik dat ze zou winnen. Zoals ik in de andere post zei, vandaag zou de winnaar eenvoudig de Democratische kandidaat zijn, gewoon wegens de puinhoop die de Republikeinen Bush hebben laten aanrichten. Verder zou Hillary vandaag de Democratische voorverkiezing winnen, denk ik, wegens naambekendheid, financiële middelen, dat soort dingen. Wat de verkiezing interessant maakt is natuurlijk juist dat de andere kandidaten het daar niet bij zullen laten. Republikeinen zullen proberen te tonen dat de partij tot inkeer is gekomen, en de andere Democraten zullen fondsen werven en publiciteit maken. Dat is de reden waarom “in politiek een week een lange tijd” is.

Maar als we dat allemaal even vergeten, dan kunnen we ons inbeelden dat Hillary wint. De eerste vrouwelijke president van de VS! Zou dat belangrijk zijn? Ik denk dat het belangrijk kan zijn (2) . Ik denk dat er wel degelijk iets bestaat als “vrouwelijke waarden”, al waren het maar “accenten”, die meer aandacht zouden krijgen als vrouwen meer maatschappelijke macht hadden. Maar dat is nu eenmaal iets heel anders dan aannemen dat je die effecten al zou zien op het moment dat een willekeurige vrouw aan de macht komt. Er kunnen hopen tegengestelde krachten aan het werk zijn, zoals een vrouw die in een mannenwereld aan de macht komt, of een vrouw die aan de macht komt in een wereld waarin mannen een oorlog tegen je beginnen, of whatever.

Het is interessant dat ze nu zegt haar jaren te hebben besteed aan het “beperken van de schade die Bush heeft aangericht”. Het kan zijn dat ze dat inderdaad gedaan heeft, maar in de ogen van één (niet stemgerechtigde) persoon die zich zware zorgen maakt over de schade die Bush heeft aangericht (ikzelf) was dat pathetisch onvoldoende. Zo zwaar dat de uitdrukking “dat heeft ze dan goed weten te verbergen” zich aandient. Hillary Clinton heeft voor de Irakoorlog (“A colossal mistake”, getekend John Kerry) gestemd, en ze heeft die oorlog gesteund tot lang nadat de ramp in de ogen van heel veel mensen duidelijk was (“the biggest American foreign policy mistake ever”, getekend Madeleine Albright).

Dus natuurlijk heeft ze gelijk om het nu over "het beperken van de schade" te hebben, maar het komt toch wel hypocriet over. Heel hypocriet, eigenlijk, als je rekening houdt met het geloei en het gescheld dat de echte vrienden van Amerika, waar Hillary nu snel gaat bijstaan, allemaal hebben moeten aanhoren, toen ze al veel langer uitspraken wat intussen zelfs Bush doorheeft.

Voor mij is dat een heel grote smet op haar blazoen. Natuurlijk, van politiekers weet je, ja, verwacht je dat het hypocrieten zijn van hier tot voorbij Pluto (3), en dus zal ze er wel mee wegkomen. Dus zal ze, voor zover ik daar enige kijk op heb (en de waarheid is, ik heb daar helemaal geen kijk op, en ik schrijf dit allemaal zoals ik foto’s maak van ons Saartje, zonder enige illusie over de inhoudelijke waarde van al die dingen) één van de zwaargewichten van de campagne worden. En waarom ook niet? De laatste zes jaar hebben bewezen dat zelfs de grootst denkbare nar acht jaar lang president kan zijn, en nog is het erg onwaarschijnlijk dat de schade die hij heeft aangericht onherstelbaar zal blijken.

Oeps, met twee woorden spreken. Two more years, helaas.

--------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/amerikaanse-presidentsverkiezingen-2008.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/verkiezingsgedrag.html (3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/moedige-politici.html

zaterdag 20 januari 2007

Ik haal wéér rechts in, want...

De E19 van Mechelen naar Antwerpen. Een droge weg, een blauwe lucht, en ik rijd aan 120 per uur over een zeer rustige autobaan. Rechts, natuurlijk. Een heel eind voor me uit zie ik een vrachtwagen rijden. En op het middenvak, netjes op een rijtje achter mekaar, rijden drie auto's, duidelijk bezig de vrachtwagen in te halen.

Maar dat gaat langzaam. Langzamer dan 120 per uur, want ik nader wel degelijk ook de drie auto's, netjes op een rijtje achter mekaar, daar op dat middenvak. En ik zie dat ze ruim hun tijd hebben genomen om zich op dat middenvak te zetten, want wanneer ikzelf, nog steeds rechts, ter hoogte van de laatste ben, zie ik dat er nog steeds een heel stuk lege weg tussen mij en de vrachtwagen is.

Soit. Als je voor het rechts inhalen eerst plots moet gaan versnellen, om er dan één scherp af te snijden, en waarschijnlijk nog bruusk moet gaan remmen ook, wel, sorry voor de echte fanaten, maar dan doe ik er niet aan mee. Baby on board, weet je wel. Dus ik laat me wat uitbollen, ga netjes naar het linkervak wanneer de tijd gekomen is, haal als laatste van ons rijtje de vrachtwagen in, en ik wijk weer naar rechts uit, waar de autoweg er nog steeds verlaten bijligt.

Mijn drie voorliggers, netjes op een rijtje achter elkaar, moet je weten, zitten namelijk nog steeds op dat middenvak. En aangezien ikzelf nog steeds 120 per uur rijd - en ik zwéér het: 120 per uur, niet meer, op een rustige en droge autobaan - zitten zij dus aan iets van een 110 tot 115 per uur op het middenvak van een lege autobaan te rijden.

Fijn. Uitstekend. Mij niet gelaten. Ik ga zelf naar 120 per uur, en kom dus ter hoogte van de laatste van die drie die netjes op een rijtje achter mekaar in het midden zitten.

En oh ironie, ik passeer een bordje met "u haalt rechts in, want..." (1). Zo vroeg ik me even af of niet minstens één van de drie wat schamper eerst naar mij, dan naar dat bord, en dan weer naar mij heeft zitten kijken. Ongeveer op de manier waarop ik schamper naar dat bord zat te kijken en zat te denken: "neen, ik haal rechts in omdat er bij goed weer op een rustige autobaan drie chauffeurs aan een oudemannentempo op het middenvak zitten, die alleen maar naar die borden uit de campagne kijken die over rechts inhalen gaan, en niet naar de borden over middenvakrijden."

Ik heb er op gelet. Vanaf het punt dat ik de voorste van de drie inhaalde, tot het punt waar ik zelf naar het middenvak uitweek, zat een halve kilometer.

--------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/ik-haal-rechts-in-want.html

20 januari

Volgens een artikel dat ergens vanuit mijn geheugen boodschappen blijft sturen is 20 januari de meest depressieve dag van het jaar. Tenminste, dat zou blijken uit cijfers over bezoeken aan psychologen en psychiaters, of zelfs over zelfmoorden, dat weet ik al niet meer precies. Maar die "20 januari" zal er niet ver naast zijn, omdat het voor mij iets herkenbaars heeft.

Er bestaan mensen voor wie de "donkere dagen" een zekere charme hebben, maar ikzelf hoor er zeker niet bij. Daarbovenop doet 20 januari nog enkele andere dingen fout. De glans van de "feestdagen" is alweer ver genoeg weg om er hoogstens een kater aan over te houden. De volgende gebeurtenissen om naar uit te kijken liggen nog maanden ver weg in de toekomst - ze vallen immers samen met de lente zelf. De donkere dagen zelf duren al lang genoeg om alleen daarvan depressief te worden. Dat soort dingen - ik voel het zelf ook.

Op één detail na. Maar het is een cruciaal detail, en het heeft belangrijke gevolgen . Eén van de weinige dingen die ik dan ook niet aan 20 januari overhoudt is een depressie - integendeel!

Dat ene detail zit in die donkere dagen die al zo lang duren. Dat is inderdaad zo, maar zelfs de donkerste dag heeft nog een zilveren rand (of was het de wolk die juist voor de dageraad het donkerst was?). Er zijn nu eenmaal maar een beperkt aantal donkere dagen per jaar. Als ze al lang bezig zijn, dan zijn ze nu bijna op - dat is nu eenmaal zo. Bovendien, de allerdonkerste dag is 21 december. Dat is de dag waarop de helling van de Aarde ten opzichte van de zon voor Europa het meest ongunstig is. Dus 20 januari, zogezegd de meest deprimerende dag, is eigenlijk een dag van heel goed nieuws. We zijn al een volle maand voorbij het donkerste punt! Het is alweer niet donkerder dan op 21 november, plus er is verschil dat de dagen alweer klaarder worden! Je hoeft er zelfs niet meer heel hard voor te kijken, je kan het echt al een beetje zien!

Voor mij is de meest deprimerende dag één november. Op die dag is het alweer een heel pak donkerder dan in de zomer. Het zijn niet de feestdagen, maar de zomerdagen die net lang genoeg voorbij is om er hoogstens een gevoel van een kater aan over te houden. En nog worden de dagen elke dag een beetje donkerder, en dat zal nog een hele tijd zo blijven. En zelfs wanneer het punt bereikt is waarop ze niet langer donkerder worden - een punt dat bijna twee maanden in de donkere toekomst ligt - moeten we nog een hele tijd door een donkere periode voor ze weer merkbaar klaarder worden. Ja, soms denk ik dat die Afrikanen eens moesten weten (1) met welke problemen wij allemaal te kampen hebben - ze zouden wel ophouden met klagen over wat hongersnoden of een paar malariamuggen.

In vergelijking daarmee is 21 januari zo goed als het begin van de lente...

---------------------------------
(1) Met in het achterhoofd de waarschuwing dat het er niet toe doet hoe dik je er de ironie en het sarcasme opsmeert - er is altijd wel iemand die het letterlijk neemt en verontwaardigd reageert op zoveel cynisme: ironie- en sarcasme alert!

woensdag 17 januari 2007

Waarom Geschiedenis?

Naarstig op zoek naar een laat cadeau grabbel ik in de boekhandel (tjonge! Hoe kom ik dààr nu weer terecht?) het boek India, A History (2,000) mee. Ik hoop echt dat het goed is, het begint in zeer verre verledens, en Indië is een land waarvan ik de geschiedenis slecht ken.

Daarmee zijn we bij de moeilijke vraag: waarom is dat nodig? En dus ook de vraag van alle scholieren aan alle leraren, ouders, verantwoordelijke ambtenaren en klasgenoten: waar hebben wie die rotzooi van een geschiedenis in ’s hemelsnaam voor nodig?

Het is een zeer moeilijke vraag. Iedereen die een beetje geschiedenis (met een zeker begrip) heeft aangepakt wéét wat het antwoord is, maar niemand kan het onder woorden brengen. En dus krijg je van dat gehakkel en gestotter van “om het heden te begrijpen moet je het verleden kennen”. En als we ontdekken dat we nog geen papegaai kunnen overtuigen om dat na te praten, dan is dat de schuld van de jeugd van tegenwoordig.

Misschien moet ik terugdenken aan de Perzische monarch die destijds had besloten oorlog te voeren tegen de Grieken? Die had éérst beloten die oorlog te voeren, en dàn pas vroeg hij zich af: “wie zijn de Spartanen?” Big mistake!

Er zijn ook wel minder dramatische illustraties. Laten we even kijken naar de vele “analyses” die ons vertellen dat in 2,050 (of beter gezegd “binnen vijftig jaar”) de Chinezen dit, en de pensioenen dat, en de werkloosheid nog wat anders. Allemaal zeer interessant, en misschien nog waar ook, maar er ontbreekt iets. Wat er ontbreekt is het besef dat dat punt “binnen vijftig jaar” weliswaar inderdaad zal aanbreken, maar dat het even rap weer zal voorbij zijn. Terwijl, als je je al eens hebt bezig gehouden met, pakweg, de Byzantijnen, dan weet je dat die zich zorgen maakten over het stijgende aantal afbeeldingen van God, zodat tegen het jaar (om er maar zuiver willekeurig één te noemen) 1,453 de samenleving wel eens op afgoderij zou kunnen overgaan!

Tja.

Het punt is, een historisch besef doet je inzien hoe relatief een groot deel van al die dingen is, die vaak met grote ogen, brede gebaren en een rollend stemgeluid in de media wordt verkocht. En het helpt je, minstens af en toe, om wat harder na te denken over wat er vandaag zou kunnen belangrijk zijn, terwijl het zich recht onder je ogen bevindt en geen kat er naar kijkt. Neem bijvoorbeeld de vrees dat, overeenkomstig een simpele toepassing van de wet van de samengestelde interest (1) op de economieën van China en Indië, die economieën de Westerse economieën (en bijgevolg politieke, militaire en technologische macht) zullen in de schaduw stellen. Zeer goed mogelijk, dus, maar laten we om te beginnen niet vergeten dat er in 2,050 ook problemen zullen zijn, en dat, naar ik vrees, in antwoord daarop weinig mensen zullen voorstellen om de wereld van het jaar 2,000 te reconstrueren: zo belangrijk zal dat wereldje van 2,000 dan toch ook weer niet geweest zijn?

Een vergelijking met het Engeland van het jaar 1,895 (“geschiedenis”) maakt hopelijk iets duidelijk. In 1,895 stond Engeland aan de top van de wereld op een manier die het praktisch ondenkbaar maakte dat daar ooit nog iets aan zou veranderen. We nemen onze tijdmachine en onze kristallen bol, en we gaan aan een trotse Engelsman van die periode laten zien tot wat voor derderangsnatie zijn land is gereduceerd, op minder dan een eeuw tijd. In eerste instantie, waarschijnlijk paniek. Laten we hem vervolgens tonen dat de cijfers voor de levensverwachting op het punt staan te verdubbelen, dat zijn vrouw weldra geen kans van tien percent meer zal hebben te sterven in het kraambed bij elke bevalling die ze doormaakt, en dat vanaf een vijftig jaar na wat hij zich voorstelt als het toppunt van welstand de welvaart pas echt goed zal beginnen stijgen... Zou het nog steeds paniek zijn? Zouden er veel Engelsen van vandaag terug willen naar de tijd waarin zij rijk en machtig waren als natie, maar waarin de allereerste auto’s nog moesten beginnen rijden?

Dus als het nu het wrede noodlot is van het machtige Westen om, zeg, tussen nu en vijftig of honderd jaar nog eens tien keer rijker te worden dan we al zijn, maar de prijs daarvoor is dat grote leiders als Georges W. Bush en Tony Blair niet langer de toonaangevende personaliteiten van de planeet zijn, omdat de presidenten van China en Indië dat zullen zijn – is dat werkelijk zo’n grote prijs om te betalen?

----------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html