woensdag 11 februari 2009

Het relativiteitsprincipe: de tijd

Nu ik zo hard zit te puzzelen over "ruimte", en hoe concepten als "afstand" of "beweging" geen betekenis hebben als je er niet bij kan zeggen "ten opzichte van wat?" (1) valt me een natuurlijk verlengstuk in. Ik heb al eerder zitten filosoferen over hoe we doodeenvoudig niet eens tijd kunnen meten (2). Wat er gebeurt, met welke klok je ook probeert te werken, is dat je ruimtelijke metingen doet en dat je de afstanden die je meet relateert aan de snelheden van de processen (bijvoorbeeld: de snelheid waarmee de wijzers van een klok draaien is bekend) waarmee je werkt. Per formule "snelheid is gelijk aan een verandering in de ruimte gedeeld door een verandering in de tijd" deel je de afstand die de grote wijzer over de hele cirkel heeft afgelegd door de snelheid waarmee dat gebeurt, en dat is dan, bijvoorbeeld, een uur. "dt = dr/S" (3)!

Als je nu een minimum aan filosofische geaardheid bezit zit je je op dit punt af te vragen of je werkelijk geen enkele manier kan bedenken om tijd te meten, dan via de omweg naar de ruimte. Op gevaar een uitstekende oefening te onderbreken verklap ik wat volgens mij het antwoord is: neen. Maar als we voor onze tijdmeting afhankelijk zijn van begrippen als "afstand", en begrippen als "afstand" hebben geen betekenis zonder referenties als "ten opzichte van wat?", dan dreigt deze kwestie ook het begrip "tijd" te besmetten.

Samengevat. Iedereen die probeert tijd te meten staat voor de uitdaging een afstand te kiezen - bijvoorbeeld: de omtrek van een wijzerplaat - en daar vervolgens zo nauwkeurig mogelijk een snelheid van een proces aan te verbinden - bijvoorbeeld de snelheid waarmee een wijzer daar omheen cirkelt. En elke onnauwkeurigheid van onze klok is te wijten aan de onnauwkeurigheid waarmee we die snelheid kunnen vastleggen. Dus eens te meer hebben we nog altijd geen tijd gemeten, maar alleen een omweg via de ruimte, gedeeld door een snelheid waarvan we maar aannemen dat die "goed" zit.

Sinds ergens in de twintigste eeuw is onze technologie goed genoeg om klokken te baseren op de snelheid van het licht, en daarvan zegt de relativiteitstheorie (onze beste relevante theorie) dat die absoluut is. Dus denk je misschien dat het volstaat een welbepaalde afstand te kiezen en een seconde te definiëren als "de tijd nodig voor het licht om een welbepaalde fractie van die welbepaalde afstand af te leggen". Maar zelfs als we voor het gemak aannemen dat we bepaalde problemen van logisch-filosofische aard kunnen overwinnen (om vast te stellen dat de lichtsnelheid constant is heb je al enkele assumpties over ruimte en tijd gemaakt) rijzen er problemen.

Precies zoals we in de eerdere relativiteitspost (1) vanuit onze trein tastten naar een extern referentiepunt, om te weten of nu onze trein dan wel die ernaast aan het rijden was, zo beelden we ons in dat onze klokken "zo nauwkeurig mogelijk" proberen een absolute, eenparig lopende tijd te meten, die voor iedereen hetzelfde is. Maar als we daarvoor beroep moeten doen op klokken die zich op hun beurt baseren op ruimtelijke metingen, met anderen woorden, op afstanden, dan smokkelt onze methode de problemen met die afstanden mee naar binnen in onze metingen van de tijd. En zoals nog een andere oude post hier (4) heeft laten zien, die problemen zijn er.

We hadden daar twee identieke klokken: gebaseerd op een bepaalde afstand, gedeeld door de snelheid van een foton, dus het licht. De ene stond naast een waarnemer in een station, de andere stond naast een waarnemer die per trein in razende vaart door dat station snelde. Een klok die een foton verticaal heen en weer laat stuiteren, en een seconde definiëert als "de tijd nodig om dat foton X aantal keer heen en weer te laten stuiteren" zal in de trein, maar door de ogen van de waarnemer in het station langzamer lopen dan de klok die naast de waarnemer staat. Immers, als het treinfoton (door de ogen van de waarnemer in het station) precies even snel even vaak is heen en weer gestuiterd als het perronfoton, dan heeft het treinfoton niet alleen (in dezelfde tijd) dezelfde verticale afstand afgelegd als het perronfoton, maar daarbovenop ook nog de horizontale afstand die de razende trein op die tijd heeft gemaakt. In dat geval zou de perronwaarnemer een treinfoton gezien hebben dat sneller dan het licht bewoog, en we weten, theoretisch zowel als experimenteel, dat dat niet is wat hij zal zien. Ergo, door de ogen van de perronwaarnemer zal het treinfoton meer tijd nodig hebben om verticaal even vaak heen en weer te stuiteren. Maar omdat een seconde nu juist gedefiniëerd was als de tijd nodig om dàt aantal keren heen en weer te stuiteren is de enige conclusie: de klok van de snelle beweger loopt in de ogen van de waarnemer in rust langzamer. Probeer desnoods nog eens de post van voetnoot (4).

In een wereld waarin we denken (wat intuïtief ook heel normaal is) dat de "waarnemer in rust" wel gelijk zal hebben is je conclusie dat de bewegende waarnemer correcties op zijn metingen moet uitvoeren, om uit zijn waarden af te leiden wat de "echte" tijd is. Maar weten nu juist uit de post onder voetnoot (1) dat er geen manier is om te weten wie er "in rust" is, en wie "in beweging". En als je niet kan zeggen wie de "juiste" afstanden ziet, en wie moet corrigeren, dan blijft er alleen maar over dat iedereen zichzelf als de "waarnemer in rust" kan zien, en dat de anderen "in beweging" zijn. En dat heeft op zijn beurt als consequentie dat er geen "juiste" tijdmeting is, die overeenkomt met de "echte" tijd waaraan (om maar iets te zeggen) het universum evolueert. Die absolute tijd die we zo graag eenparig en universeel in altijd dezelfde richting zien lopen verdampt en maakt plaats voor niets anders dan het feitelijke gedrag van klokken, zoals gezien door de ogen van verschillende waarnemers. Precies zoals we in die vorige post de absolute, oneindige, driedimensionale ruimte zagen vervluchtigen tot iets waarin "afstand" nooit een betekenis kan hebben tenzij als verschil tussen twee concrete objecten.

----------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/02/het-relativiteitsprincipe.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/ruimte-en-tijd.html
(3)
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/07/filosferen-over-ruimte-en-tijd.html
(4)
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/07/en-toen-werd-het-ontzettend-vreemd.html
EN
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/07/meer-over-de-constante-lichtsnelheid.html

dinsdag 10 februari 2009

Bij "Comparatieve Voordelen"

Al vaak heb ik me iets afgevraagd dat me was opgevallen in één van mijn favoriete boeken, The Wealth and Poverty of Nations, Why Some are so Rich and Some so Poor, 1998 van David Landes (1). Op verschillende punten doet die nogal afwimpelend over de klassieke economische theorie van de "comparatieve voordelen". Zelf geen economist heb ik maar een zeer beperkt inzicht in die theorie, en dus is het niet verbazingwekkend dat ik niet begreep waarom Landes er weinig vertrouwen in heeft. Alleen heb ik dat altijd weten situeren in ons goede oude standaard liberalisme, en Landes zie ik toch ook altijd ronddwalen in dat kamp, en dus vroeg ik me af... Enzovoort.

Voor zover ik er iets van begrepen heb zegt de theorie ruwweg het volgende. Beschouw twee economieën die twee producten maken: graan en schapen. Ze hebben allebei voedsel en kleding, dus zeg dat ze allebei zelfbedruipend zijn. Natuurlijk zijn de leden van de twee economieën welvarender wanneer ze meer graan en schapen produceren dan wanneer ze minder graan en schapen produceren.

Eén van de manieren om samen ("in totaal") méér schapen en graan te produceren is door specializering en handel. De ene economie gaat over op enkel graan, de andere gaat over op enkel schapen, en wat ze teveel hebben ruilen ze. Als ik het goed heb gaat "comparatieve voordelen over hoe de "wiskunde" uittekent dat daarmee de totale hoeveelheden graan en schapen stijgen. Bovendien geeft de theorie mee dat het aangewezen is dat de twee economieën specializeren in het product waarin ze relatief best zijn.

Dat is op het banale af als ze allebei het best zijn in een verschillend product, maar het punt is dat dat niet eens hoeft. Het kan best zijn dat economie A dubbel zo goed is als economie B in schapen, maar tegelijk drie keer zo goed in graan - bijvoorbeeld om klimatologische redenen. Nog steeds, verzekert de wiskunde ons, stijgen de totalen als A al zijn inspanningen steekt in het graan, en B in de schapen.

Maar als dat allemaal zo "oud en goed" is, waarom doet Landes dan nogal schamper? Welnu, een ander favoriet boek van me, The Elusive Quest for Growth (2,001) van William Easterly (2) zegt daar iets zinnigs over. De VS, zegt hij, hebben legendarische voordelen voor landbouw. Ethiopië is voor landbouw dan weer even geschikt als het maanoppervlak. Natuurlijk zijn de VS vandaag "relatief" nog meer geschikt voor hoogtechnologie dan Ethiopië, dus de theorie kan vandaag wel verklaren waarom de VS 2% van zijn inspanningen wijdt aan landbouw, en Ethipië 57%. Maar de theorie heeft het moeilijk te verklaren waar die "nog grotere geschiktheid" vandaan komt. De theorie zou immers doen vermoeden dat bij de kolonizering van Amerika de mensen zich gingen specializeren in landbouw - en dus alleen maar méér geschikt voor landbouw gingen worden?

Daarmee komt een ander punt van Easterly weer in beeld (3). De geografische omgeving mag een element zijn in de vraag of mensen arm worden of rijk, maar de sociale omgeving is dat ook - en vaak nog veel meer! Denk terug aan de waarde van die huizen, die op een bepaald moment niet meer afhing van de investeringen die jij deed in jouw huis, maar die de anderen doen in hun huizen. Tot het punt dat jij er misschien beter aan zou doen te investeren in die andere huizen? In zekere zin verklaart iets dergelijks het verhaal van de VS. Een aanzienlijk deel van de mensen die er immigreerden waren afkomstig van Europa - uitgerekend de beschaving die over vele eeuwen de materiële cultuur had opgebouwd die het armoede evenwicht zou gaan doorbreken.

Vul dus in de huizenmetafoor mensen in op de plaats van de huizen. Mensen met de Europese materiële cultuur van de Wetenschappelijke Revolutie en de Verlichting creëren het soort sociale omgeving waarin het rendabel is te investeren in technologische ontwikkeling. Veel rendabeler dan dat zou zijn onder Ethiopische landbouwers. Het gevolg is dat het in de vroege VS zeer zeker rendabel is om de grond te ploegen en graan te zaaien. Alleen is iets dat nog veel rendabeler is ook wat er nog veel meer gebeurt, en dat is hoe technologische ontwikkelingen erdoor geduwd raakten.

Dat geeft een verhaal met niet één, maar twéé moralen. Natuurlijk zijn de liberalen verheugd te zien dat een samenleving met vrije individuen na enkele generaties ook werkelijk die hoogtechnologische samenleving hebben uitgebouwd. Maar tegelijk hangen die ontwikkelingen af van een randvoorwaarde die niet een onderdeel was van de "vrije markt". Er was ook de injectie nodig van een bepaald soort mensen, of beter gezegd, van een bepaalde achtergrond. De vrije autochtone bevolking van Amerika was op dat ideaal landbouwgebied nog altijd nauwelijks voorbij het stadium van jagers-verzamelaars geraakt. De immigranten waren de erfgenamen van vele honderden jaren waarin die achtergrond zeer moeizaam bijeen was gespaard. Die injectie was wat het verschil maakte.

Of hoe onberispelijke liberale concepten kunnen leiden tot evenwichten die ver beneden het optimaal niveau liggen. Maar laat me er toch op wijzen dat onberispelijk liberale geesten als David Landes of William Easterly dat ook durven zeggen...

--------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/rechts-maar-toch-goed-david-landes.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/william-easterly.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/over-armoede-en-economische-groei.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/kritisch-rationalisme-en-economie.html

maandag 9 februari 2009

Het mysterie van de ontbrekende dwerg

Kleuter Sarah kan maar geen genoeg krijgen van de fragmenten van films die mensen wel eens op Youtube zetten. In het bijzonder Sneeuwwitje is hier al vele, vele maanden een bestseller. En nog precieser; de laatste scène, waarin de prins Sneeuwwitje kust waarna ze weer wakker wordt - het kan niet genoeg afgespeeld worden. Een echt meisje, neem ik aan?

En aangezien het tot de vaderlijke taken in het huishouden hoort om met de peuter, intussen kleuter, op schoot het hele fragment voor de -tigste keer te bekijken, ken ik nu ook dat fragment ongeveer van buiten. Maar sinds enige tijd zit ik gemystifiëerd naar een heel bepaald stuk te kijken, en hoe hard ik ook kijk, het probleem raakt niet opgelost. Sta me toe te beginnen met de url:

http://www.youtube.com/watch?v=1cRp00gRv5o&feature=related


Het mysterie in kwestie doet zich voor na twee minuten en zestien seconden; 2'16". De prins heeft net Sneeuwwitje op het paard getild, en nu neemt ze afscheid van de dwergen door ze allemaal een zoen te geven. Ik ken de dwergen maar gedeeltelijk uit elkaar, maar volgens mij maakt dat het verschil niet. Ik probeer nauwkeurig te beschrijven.

Eerst tilt de prins een dwerg met een groene muts naar boven. Bij 2'20" gaat hij blozend weer naar beneden. Bij 2'22" is het de beurt aan Grumpy (de dwerg die altijd moppert). Die is weer weg bij 2'26" en nu komen er drie tegelijk aan de beurt. Ik denk, bij 2'28" te herkennen Doc (rechts) en Happy (links), maar de dwerg in het midden kan ik niet identificeren. In ieder geval hebben ze bij 2'32" hun tijd gehad en bij 2,33" verschijnt het gezicht van Dopey. En tussen 2'38" en 2'39" draait de prins zijn paard en vertrekt.

Dat maakt 1 + 1 + 3 + 1 = naar mijn bescheiden mening 6. Zes, geen zeven.

En dus vraag ik me af wat er met die zevende dwerg is gebeurd. Waarom krijgt hij geen afscheidszoen? Welke dwerg is het om te beginnen eigenlijk? Op welke manier kunnen we de Disney studio's op basis hiervan beschuldigen van atheïsme? Hoe bewijst dat dat Elvis leeft terwijl Paul McCartney dood is? Je begrijpt dat ik er nauwelijks van kan slapen...

zaterdag 7 februari 2009

"Credit Default Swaps"

Enkele dagen geleden schreef Geert Noels op zijn blog een post over de "Credit Default Swaps", afgekort "CDS":

http://www.econoshock.be/2009/cds-can-delete-the-system/


En die zijn belangrijk, want temidden van een lijst met "zeven hoofdschuldigen van de financiële crisis" had Geert de CDS met de eerste plaats vereerd:

http://www.econoshock.be/2009/7-grote-schuldigen-voor-de-financiele-instabiliteit/


Ik geef terzijde mee dat het, althans in mijn ogen, enorm de geloofwaardigheid verhoogt wanneer je niet met simplistische, monocausale theorieën ("het is de schuld van het kapitalisme") aankomt, maar integendeel met brede waaiers, waarbij "grote schuldigen" impliceert dat er ook nog "kleine(re)" schuldigen, ergo nog veel meer zijn. Noot aan veel andere bloggers: het bovenstaande was een hint.

Ik ga er dan ook niet op in omdat ik "het beter weet". Ik denk integendeel dat het niveau van Geerts post al een tikje op het niveau zit waar je veronderstelt dat je lezers één en ander weten over het onderwerp. En omdat ikzelf de uitdaging voel om dat soort dingen te vertellen aan mensen die er juist helemaal niets van weten (een mens moet zijn plaats kennen, nietwaar?)... Hier gaan we!

Zoals je kan zien aan de naam begint het met een krediet. Een bank geeft aan een bedrijf geld, en het bedrijf zal het geld terugbetalen met een interest van (bijvoorbeeld) 4%. En dus schrijft de bank op het "blad papier" dat een boekhouding nu eenmaal is (1) aan de linkerkant ("wat doet een bedrijf met het geld?"): "krediet: 100". En omdat we hier toch maar een heel klein stukje van de boekhouding van de bank isoleren maken we het gemakkelijk, en we zeggen dat de bank dat financiert met geld dat op spaarboekjes staat. Laten we zeggen dat de bank daar 2% op betaalt: en op de rechterkant van de balans ("waar komt het geld van een bedrijf vandaan?") schrijft de bank: "spaarboekjes: 100".

En waarom doet de bank dat allemaal? Het geheim is "leverage" (2)! Het systeem laat toe, allemaal volgens de zeer goede, zeer oude principes van het klassiek bankieren uit grootvaders tijd, de winst te verhogen als het goed gaat. (Maar als het slecht gaat... Dat kennen we stilaan.) Natuurlijk, hoe meer schulden je aangaat, en hoe meer leverage je opneemt, hoe meer risico je krijgt, zodat op de duur de beleggers niet langer bij jou willen beleggen... en indien de markten niet alleen vrij waren, maar ook nog fatsoenlijk functioneerden (Tjonge! Nog een hint!) ontstaat er een evenwicht waarbij (bijvoorbeeld) 10% van het geld van de bank afkomstig is van eigen kapitaal, en 90% van schulden zoals spaarboekjes. En aangezien "leverage" het omgekeerde is van het aandeel van het eigen vermogen in het totaal (10% in mijn voorbeeld), is de leverage van "mijn" bank hier gelijk aan 10 (één gedeeld door 10%).

Nu heeft de bank risico: gedurende de tijd die het bedrijf heeft om het geld terug te betalen zou het overkop kunnen gaan. Dan moet de bank haar eigen vermogen aanspreken om de houders van de spaarboekjes terug te betalen. (En juist omdat die bijgevolg minder risico lopen dan de bank zelf krijgen zij voor hun spaarboekje op de bank minder rente dan de bank krijgt voor het overeenkomstig krediet aan het bedrijf.) De Engelse term voor dit risico op niet terugbetalen is "default" en daarmee hebben we al twee van de drie termen uit de uitdrukking "credit default swap".

Het verhaal is af wanneer de bank iemand vindt die bereid is dat risico over te nemen. Die "iemand" maakt een afspraak dat als het bedrijf niet terugbetaalt, hij zelf de bank zal terugbetalen. Natuurlijk doet hij dat niet voor niets, maar wel in ruil voor een som geld. Als we even aannemen dat de bank van de 2% winst (het verschil tussen 4% op het krediet en 2% op een spaarboekje) na loon- en andere kosten 1% overhoudt, is 1% ook het maximum dat de bank zal willen betalen aan iemand die dat risico wil overnemen: het is immers ook het bedrag dat ze zelf verdient door het risico zelf te lopen. De bank zal dat typisch doen voor iets minder dan één percent, en typisch als verzekering van de kredietportefeuille. En de instelling die de (iets minder dan) 1% ontvangt zal dat doen als een diversificatie van een portefeuille beleggingen. Immers, die instelling loopt precies hetzelfde risico als de bank met haar krediet had, en krijgt er (praktisch) dezelfde vergoeding voor (maar zonder kosten voor, pakweg, bankkantoren waar je kredieten verleent) en dus is de markt voor de kredieten ineens een "belegging" geworden en dat is allemaal zo bona fide en fatsoenlijk als maar kan.

Ondanks de overeenkomsten zoals net beschreven is er één groot verschil: de bankkredieten staan op de balans waar iedereen ze kan zien zodat iedereen weet hoevéél "leverage" er is. Maar de CDS staat niet op de balans. Er is immers helemaal geen krediet gegeven (dat zit immers nog steeds bij de bank), en dus ook geen vraag "waar gaat het geld naartoe?" om links op de balans van de boekhouding te schrijven. De CDS is alleen maar een uitwisseling van een onmiddellijke som (1%) tegenover de kans dat er later een veel grotere som in de andere richting zal komen: exact dezelfde vorm als een verzekering. De Engelse term voor dat soort uitwisseling is "swap", en daarmee zijn we bij "Credit Default Swap".

En daarmee zijn we er. Aangezien quasi om het even wie - hetzij zelf een bank, of een pensioenfonds, of wat voor investeerder ook - door middel van de CDS een (doorgaans winstgevend) kredietrisico kan op zijn schouders laden, terwijl de onderlinge geldstroom van het eigenlijke kredietbedrag daaruit juist geïsoleerd wordt, verdwenen de bijhorende risico's van de balansen, zegt maar: uit het gezicht. En dus is het mogelijk dat sommige instellingen te veel, of veel te veel, of heel veel te veel, of werkelijk belachelijk veel te veel, van dat risico op zich genomen hebben. In de termen van ons voorbeeld: er was ineens veel te veel "leverage" (zij het op die verborgen manier) en zodra het fout ging was er ineens veel te weinig kapitaal om de schokken op te vangen.

Nu vul je op de plaats van de uitdrukking hierboven "het is mogelijk dat..." gewoon in "op zoek naar extra winst is het op groooote schaal gebeurd", en je begint iets te zien van waar het probleem vandaan komt.

Eenmaal de lezer het gevoel heeft deze sterk schematische structuur min of meer door te hebben stel ik voorzeker het artikel van Geert Noels te lezen; ik denk werkelijk dat de wereld er beter van wordt als zoveel mogelijk mensen begrijpen wat er aan de hand is.

Nog één ding in herinnering brengen: als je je met een aardappelmes in je vingers snijdt is dat niet de schuld van het aardappelmes, en dus ook geen reden om aardappelmessen te verbieden. Ik ontken niet dat de "CDS" best een groot deel van de schuld van de crisis kunnen dragen. Ik ontken wel dat het "verbieden van derivaten" in de buurt van een oplossing komt. Sta me toe te besluiten met de url's van twee eerdere posts die wat dat betreft verduidelijking kunnen brengen (3).

---------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/goed-nieuws-voor-de-linkse-critici.html

(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/01/bc-en-ad.html

(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/iets-over-financile-derivaten.html

EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/kom-we-gaan-samen-een-derivaat-maken.html

donderdag 5 februari 2009

Vlaanderen onder een stofwolk

Enkele dagen geleden lees ik in de krant: Vlaanderen leeft onder een stofwolk. De haven van Antwerpen met de bijhorende logistieke effecten, verder één van de grootste petrochemische complexen van de wereld... (ik vergeet er ongetwijfeld nog een paar...) Het komt er op neer dat Vlaanderen één van de meest vervuilde gebieden van "het Westen" is, en dat dat ons ongeveer 13 "gezonde maanden" op een mensenleven kost.

Nu, alles is relatief, want bijvoorbeeld is er ook een direct verband tussen welvaart en levensverwachting, en als de verarming die we zouden ondergaan door de haven en de chemie te sluiten een erger effect heeft dan de 13 maanden die we (voor zover we dat mogen geloven, natuurlijk) zouden winnen, dan zou ik er toch nog maar eens goed over nadenken.

Maar intussen blijft dat artikel door mijn hoofd zinderen om twee totaal verschillende redenen. De eerste is dat ik ooit, lang geleden, een Amerikaanse kaart had gezien met daarop de vervuilde gebieden van de wereld, en jawel, Vlaanderen (niet exact overeenkomend met de politieke grenzen, natuurlijk) prijkte heel erg bovenaan. Ik vroeg me destijds af waarom ik dat alleen maar van Amerikaanse kaarten kon te weten komen, vermits het op het eerste zicht toch ook voor de Vlaamse actualiteit een rijk gespreksonderwerp lijkt te zijn. En dat brengt me meteen bij de tweede reden waarom dat artikel me zo trof.

Ooit op een dag zat ik aan een lange maaltijd, tesamen met een Tsjech. Die man had een leeftijd om het Communisme nog als volwassene te hebben meegemaakt, en ik vroeg hem op de man af wat hij ervan vond. Hij vond er niet veel aan (en ik druk me zacht uit), en toen vertelde hij me de volgende anecdote. Elke dag ging hij een eindje lopen, tussen de bomen en langs het kanaal, een vredig tafereeltje zoals het zich hier in Mechelen zou kunnen afspelen. Alleen, via Radio Vrije Wereld (of whatever) vernam hij dat hij eigenlijk liep te joggen door zowat het zwaarst vervuilde gebied ter wereld, waar elke teug verse lucht goed was om de zwaarste sigaretten beschaamd te doen afdruipen. Zoals we allemaal weten is dit verhaal, hoewel het afkomstig was van leugenachtige, dikbuikige, kapitalistische (en ik vergat nog: Amerikaanse) propaganda, later desondanks waar gebleken - en heus niet alleen in Tsjechië.

Maar, zo werd hij werkelijk verontwaardigd, dat kwam hij te weten via een radio die in zijn eigen land verboden was. Kortom (en hij werd almaar bozer en bozer) terwijl de regering in Naam van het Volk maatregelen nam om te vermijden dat dat volk te weten kwam in welke mesthoop ze eigenlijk moesten leven, moest hij via een [expletive deleted] vreemde radio vernemen dat het f[alweer censuur]g landschap volledig vergiftigd was.

De man was een dichter. Oh, helemaal amateurniveau, hoor, een beetje zoals ik "filosoof" ben, allemaal in onze vrije tijd, omdat we nu eenmaal fatsoenlijke, in de grond onschadelijke werkende mensen zijn. Maar we zaten dus wel een beetje op dezelfde golflengte, en ik kan nog altijd zijn trillende verontwaardiging voelen over de f[je weet wel]g government die... (enzovoort).

(Overigens vertelde hij ook nog over de "forced cheerfulness". Ongeacht hoe je je voelde, blij of boos of tevreden of bang - het volstond dat je niet met een opgewekt gezicht door het leven, en aan het werk, ging of je was een verdacht individu, misschien wel niet eens een goed communist! Maar goed, herinneringen...)

Het punt is, ik zie veel te veel parallellen naar mijn zin. Omdat we hier onder serieuze mensen zijn zal je me niet horen verklaren dat wij "ook" onder een communistisch bewind leven (lap, weer een flauw-score...), maar intussen moest ik toch ook maar, vele jaren geleden, vernemen van een Amerikaanse publicatie wat we uit onze eigen kranten pas vele jaren later te horen krijgen. En naar ik denk te hebben opgemerkt: zonder dat er verder ook maar een haan naar kraait.

woensdag 4 februari 2009

Mama da!

Papa is een hele avond alleen thuis met de kindjes, en ze missen hun mama nu al. Niet dat we geen goede vriendjes zijn, hoor! Kleuter Sarah legt vertrouwelijk haar handje in het mijne en zegt "mama komt wel niet, hé?". Ze was al goed op de hoogte en ze houdt zich sterk, en ze lukt daar nog goed in ook - maar toch, het blijft natuurlijk wel het allereerste dat ze gezegd heeft wanneer ze me ziet.

Voor peuter Thomas is het harder. Hij is 19 maand oud en zijn spreken stelt niet veel voor, en hij begrijpt niet wat er aan de hand is. "Mama da!" zegt hij op mededelende toon. De toestand bij ons is doorgaans dat ik 's avonds de twee ukken afhaal, en dat mama, als we geluk hebben, een half uur later ook arriveert. En als we minder geluk hebben - ja, dan arriveert mama wat later. Wanneer de auto dan de oprit binnenrijdt zegt de papa of de kleuter, alnaargelang wie het het eerst gezien heeft, "oh! mama is daar!", en dat is een kreet die peuter Thomas héél goed begrijpt.

"Mama da!" herhaalt hij verschillende keren, alsof hij hoopt dat wij het alleen maar niet begrepen hebben, en alleen onze onwetendheid de oorzaak is van deze toch wel opmerkelijke leemte in het universum. Pas wanneer hij zijn fles melk krijgt begrijpt hij dat er geen mama verschijnt. En hij begint hartverscheurend te huilen.

Peuter Thomas heeft een prachtige mimiek. Ik leer er veel van bij. Lachen doe je met de ogen, zegt de wijheid, en inderdaad! Als ik me, analytisch als altijd concentreer op dat lachende mondje, dan heeft dat niet half zoveel effect als wanneer je die stralende oogjes erbij neemt. Maar vanavond gaat het mis, en het staat op zijn gezichtje te lezen. Het mondje vertrekt, de wenkbrauwen trekken zich vol verdriet samen en de uitdrukking "tranen biggelen over zijn wangen" lijkt wel gemaakt voor de gelegenheid. De kleine Thomas is zijn mama kwijt.

Al het medelijden dat nu stroomt door de blanke pit die papa's hartje is kan niet beletten dat hij tegelijk toch ook erg trots is. Zijn eerste zinnetje! Al maanden kan hij niets anders dan "ja", "nee" en "mama", en nu zomaar ineens een combinatie van twee woordjes! En nog wel op de juiste manier met de juiste betekenis! Zou niet ergens de één of andere filosoof al gezegd hebben dat alleen groot lijden de voedingsboom is voor grote vooruitgang, of zoiets?

Kleuter Sarah heeft overigens ook een heel expressief gezicht - dat zullen ze van hun mama hebben. Niet dat je mij een pokerface moet toeschrijven, maar ik blijf nu eenmaal het koude, hooghartige type. Hoe dan ook, kleuter Sarah is tegenwoordig helemaal weg van Sneeuwwitje. En dus moeten wij nu geregeld de scène naspelen waarin de prinses (kleuter Sarah) met gesloten oogjes op de ligbank ligt te wachten tot de knappe prins (papa; niet alleen knap, maar ook nog verstandig, bescheiden, charmant, enz) haar een zoentje geeft. Dan beginnen de oogjes te bewegen, en dan te knipperen, en tenslotte gaan ze open, en papa speelt natuurlijk de rol van dolgelukkige prins en ze leefden nog lang en gelukkig.

En ik leer alweer heel wat bij! Ondanks mijn beweringen van daarnet kan je ook op gezichtjes waarvan de oogjes gesloten zijn enorm veel uitdrukking leggen! Kleuter Sarah doet dan wel alsof ze levenloos geveld ligt door een appel, maar de verrukte glimlach op haar gezicht - een combinatie van samenzweerderig en pure zaligheid - verraadt anders. Ze kan niet verbergen dat dit ritueel voor haar heel belangrijk is, en dat ze zich een hoofdrol voelt spelen in een drama dat haar in werkelijkheid ver te boven gaat, maar waar ze toch al heel erg bij betrokken is. Ze is tenslotte ook al ruim drie jaar...

Maar kijk - ik zal moeten ophouden met mijmeren. Peuter en kleuter stoten het soort kreten uit waarmee je duidelijk maakt dat er belangrijke nieuwe ontwikkelingen zijn: mama da!

dinsdag 3 februari 2009

Het relativiteitsprincipe

Lang geleden verschenen op dit blog enkele "dingen die iedereen moet weten". Het waren relatief eenvoudig formuleerbare stukjes waarmee je af en toe verrassend diepe inzichten van de mensheid kon uitdrukken, en ik deed mijn eigen pogingen om er enkele uit te schrijven (Natuurlijke Selectie! Prisoner's Dilemma!). Tegelijk waren er enkele zoals "de Türingmachine" of "het relativiteitsprincipe" waarvan ik me bewust ben dat ik ze zou moeten kunnen uitschrijven, maar helaas...

Intussen zijn we drie jaar verder, en aangezien dit blog ook dient om te registreren waar ik sta... Maar ondanks de geleerde woorden, zonder pretentie! Want dat er nog een groot verschil bestaat tussen het relativiteitsprincipe en de relativiteitstheorie... Brrrr!

In (pakweg) 1,600 AD had Galileï lang nagedacht over bewegingen van een schip. Op een gladde zeespiegel zou je in een kajuit vanwaar je niet naar buiten kon kijken onmogelijk kunnen zien of je aan het varen was, dan wel stillag. Je zou een streep van west naar oost kunnen trekken, maar je zou niet kunnen weten of je niet, door het varen van het schip van noord naar zuid, in werkelijkheid een streep van noordwest naar zuidoost aan het trekken was. Om dat te weten moest je naar "buiten" kunnen kijken, dat wil zeggen, naar een referentiepunt dat zelf geen deel was van het systeem waar jij wel deel van uitmaakte.

Iedereen die wel eens een trein neemt kent die ervaring. In je wagon, met door het raam geen ander zicht dan een trein naast de jouwe, is het onmogelijk te zien of jouw trein vertrekt en de andere stilstaat, dan wel dat de andere vertrekt en de jouwe stilstaat. Pas wanneer je een glimp van buiten ("een referentiepunt dat zelf geen deel was van het systeem") opvangt, zoals een lantaarnpaal of een bordje met de naam van het station, weet je wie er beweegt en wie er stilstaat.

Het volstaat een popularizerend boek over natuurkunde open te slaan en je komt al snel op het punt waar men u zegt dat er "eigenlijk" helemaal geen favoriet referentiekader bestaat. Met andere woorden, dat je "eigenlijk" ook werkelijk kan beweren dat de "bewegende" trein "eigenlijk" stilstaat en dat de hele rest van de wereld in beweging is. Of ook (tenzij ik dit detail werkelijk helemaal mis heb, laat het weten) dat je even geldig kan zeggen dat de zon draait rond een stilstaande Aarde, als dat de Aarde draait om haar as (zodat de zon alleen maar lijkt langs de hemel te trekken).

Op dat punt wijst elke weldenkende welopgevoede burger, dus die een opleiding van klassieke talen, rechten en filosofie heeft gekregen, veelbetekenend naar zijn voorhoofd, en verklaart dat, als dàt het "relativiteitsprincipe" moet voorstellen, het zo op 't eerste zicht allemaal niet veel soeps is... De zon die toch nog om de Aarde draait; tsssss...

En toch... Laten we ons opnieuw naar die trein begeven, en die gaat heel hard rijden. Hoe harder we rijden, hoe moeilijker het wordt je in te beelden dat je "eigenlijk" stil staat, en dat het de bomen en de huizen zijn die "eigenlijk" op je af komen en dan alweer naast en achter je naar de horizon snellen. En nog gaat het harder en harder... Misschien moeten we niet langer denken in termen van de spitstechnologie uit de tijd van Galileï - het zeilschip - en ook niet uit de tijd van Einstein - de trein - maar wel die van vandaag: de straaljager. Dus over ons landschap scheurt nu een jager (in een rechte lijn), harder en harder... en nog harder... En kijk, nu gaat hij zo hard dat de zon, die precies boven zijn hoofd staat ook boven zijn hoofd blijft staan. Uren en uren aan een stuk! Hij scheurt precies even snel over het landschap als de snelheid waarmee de zon langs de Aardse hemel trekt. Offehhh...

Was het niet juist de Aarde die rond haar eigen as draait? Want dat mag je denken, hoor! Het staat zelfs modern. Alleen, als het de zon is die stil staat, en de Aarde met alles er op en er aan die rond haar eigen as draait, terwijl het vliegtuig ten opzichte van de Aarde een positie aanhoudt alsof het met een touwtje aan de zon vastzat... Dan staat het vliegtuig toch even stil als de zon zelf? Dan zijn het toch wel degelijk de huizen en de bomen (die er op af suizen en er alweer onderdoor passeren) die bewegen? Terwijl, als we toch maar vasthouden aan een vliegtuig dat over een stilstaande Aarde suist, dan moeten we concluderen dat de zon, die nog steeds als aan een touwtje aan dat vliegtuig vastzit, mee met het vliegtuig over (en rond) de Aarde trekt!

Is dat nu niet mooi?Het punt is, de beide uitspraken van het gezond verstand ("de Aarde beweegt en de zon staat stil" en "de Aarde staat stil en de rijdende trein beweegt") zijn tegenstrijdig. Je mag gerust altijd tasten naar één of ander definitief houvast "buiten", en ten opzichte van het houvast dat je hebt gekozen kan je zeer zeker betekenisvolle uitspraken en metingen doen. Maar even goed zal je andere perspectieven kunnen uitkiezen, en ten opzichte daarvan zal je eerstgekozen perspectief er even absurd uitzien als de zon die om de Aarde draait. Of een vliegtuig dat stilstaat terwijl er een hele planeet onderdoor draait, natuurlijk.

Dat was precies wat de natuurkunde ons met "het relativiteitsprincipe" wilde vertellen. Natuurlijk, over de consequenties daarvan (bijvoorbeeld, in combinatie met een constante lichtsnelheid, of bijvoorbeeld, hoe het helpt bepaalde theorieën uitsluiten, als die juist wèl een voorkeurperspectief impliceren) hebben we het nog met geen woord gehad. Dat ligt allemaal lichtjaren voorbij het bevattingsvermogen van weldenkende, fatsoenlijke burgers zoals ik. Maar zelfs dan, in vergelijking met het napraten als een papegaai dat "er geen voorkeurperspectief bestaat" lijkt het bovenstaande al een hele verbetering.

---------------------------
Een naschrift: Net nadat ik dit had beëindigd zit ik te bladeren in The Life of the Cosmos van Lee Smolin; niet omdat ik er naar op zoek was, maar omdat het een goede gewoonte is af en toe in dat boek te bladeren. En mijn oog valt op de zin:

"I think it may even be said, without exaggeration, that anyone who does not understand this, anyone who has not confronted, in some quiet moment, the relativity of motion and the meaninglessness of any objective notion of their being at rest, is living - at least as far as their conception of the physical world is concerned - in medieval times."

Tja. Zit ik hier even met een tevreden gevoel van "mijn huiswerk is al klaar", zeg...

maandag 2 februari 2009

En het stikte er van de Marokkanen

Op het pleintje met zicht op zee was een snoepwinkeltje. In het mooie weer had de eigenaar zijn waren uitgestald op een tafeltje, waarop ook een potje met enkele bankbriefjes en wat wisselgeld stond. Er waren verder een paar bankjes op dat pleintje, in de zon of in de schaduw, dat weet ik niet meer, en daar zaten rond het middaguur mijn vrouw en ik te picknicken.

En klokslag half één stond de verkoper van het snoepwinkeltje op, liet zijn hele voorraad koopwaar, plus het potje geld, briefjes en wisselgeld achter en verdween een hele tijd, kennelijk eveneens voor de lunch. En waarom ook niet: er lag een heel duidelijke prijslijst op het tafeltje, zodat iedereen die iets nodig had zich kon bedienen en desnoods het nodige wisselgeld kon terugnemen.

Maar toch zaten mijn vrouw en ik er nogal met grote ogen op te kijken. Het stikte er van de Marokkanen. Belangrijke voetnoot, wij humanisten die ons nog liever op de pijnbank zouden laten vierendelen dan van racisme verdacht worden, moeten hier benadrukken dat het feit dat twee dingen tesamen voorkomen helemààl geen causaliteit impliceert. Dus, bij wijze van achtergrondinformatie, mijn vrouw en ik verbaasden ons, en ook: wij zaten daar een broodje te eten, en ook: het was mooi weer, en ook: het stikte er van de Marokkanen, en ook: je kon er de zee zien, enzovoort.

Weinig later stonden we op het strand bij het begin van een grote pier, die bij eb nog een heel eind door het zand liep alvorens de waterlijn te raken. En daar arriveerde op een geavanceerd model fiets een jonge vader met op een stoeltje een kleine zoon van een jaar of vier. En de papa plaatste zijn fiets tegen de pier, maakte zijn lokaleThomas los en zette die op zijn voetjes, en zonder nog naar zijn dure fiets te kijken, laat staan die vast te maken holden ze samen naar de waterlijn, zoals ik al zei, vele tientallen meters ver van het begin van de pier verwijderd.

En mijn vrouw en ik stonden er nogal met open mond op te kijken, want het... uimmm... wel, het was mooi weer, en er was zicht op zee, en we hadden net een broodje op.

En het stikte er van de Marokkanen.

En ik bedoel echt: het liep er vol mee, hé, je zag eigenlijk bijna niets anders. En dat was ook niet te verwonderen, want het gebeurde allemaal op een pleintje in, en vlakbij het strand van, Casablanca (Marokko) op een dag op het einde van april, dus er waren haast geen toeristen.

Maar wat vertellen ons deze twee waar gebeurde anecdotes? Als we bedenken dat onze verwondering duidelijk een uit België geïmporteerde verwondering was; wat zegt dat dan over deze verwondering zelf?

De reden van die verwondering is natuurlijk dat mensen in België, op een plaats waar het stikt van de Marokkanen, nooit geld, of een dure fiets, of een auto, een laptop of een GSM onbeheerd zouden achterlaten. Maar als we eerlijk zijn zouden we dat ook niet doen op plaatsen waar het stikt van de Belgen, de Nederlanders of de Italianen. Terwijl de Marokkanen in Marokko dat blijkbaar met het grootste gemak wel doen. Tenminste: wel als het stikt van de Marokkanen. Of ze hun fietsen, laptops of potjes geld ook zouden achterlaten op plaatsen waar het stikt van (bijvoorbeeld) de Belgen weet ik niet - in feite zou ik het durven betwijfelen. Ze leken me bepaald niet van gisteren, die inwoners van Casablanca.

Dus het lijkt me dat we alvast niet veel kansen hebben om genetische oorzaken van het gedrag van de Marokkanen in België te vinden. En hetzelfde geldt voor culturele oorzaken. Het lijkt er sterk op dat biologische Marokkanen in een Marokkaanse cultuur tot de meest betrouwbare mensen van de wereld behoren: zonder de minste ironie. Ze waren overigens ook buitengewoon vriendelijke, innemende mensen, maar dit terzijde.

Misschien voel je de aandrang om me voor de voeten te werpen dat het klaarblijkelijk een kwestie van omgevingsfactoren is, en dat wij in België veel te laks zijn, en dat er meer repressie nodig is. Maar wanneer zou ik ooit ontkend hebben dat wij erg laks zijn? Trouwens, wanneer zou iemand aan de linkerzijde ooit ontkend hebben dat gedrag zeer sterk afhankelijk is van omgevingsfactoren, eerder dan van genetische of cultureel bepaalde factoren?

zaterdag 31 januari 2009

Economie en... Creationisme?

Op het blog van LVb staat een citaat (hij heeft een hele rubriek aan citaten gewijd, en ik mag zeggen: dat is een goed, nee, veel sterker nog: dat is een verslavend concept) dat ik met grote belangstelling begon te lezen. Het ging over onderzoek naar de mate waarin het nuttig (in de economische zin) is dat een overheid in een economie tussenkomt. Volgens de simpele - maar volgens mij voor ons onderwerp ruim goed genoeg - formule dat wat niet door of via de overheid gepresteerd wordt dan wel afkomstig moet zijn van de vrije, actieve private deelnemer aan de economie, verwacht de Friedrich Hayek-enthousiast (in deze context: ikzelf) dat die mate laag moet zijn.

En we vernemen dat "onderzoek" heeft uitgewezen dat het overheidsbeslag "tussen de 17 en de 30%" moet liggen. Beter nog, nog nader onderzoek suggereert dat het niet boven de 25% zou moeten zijn. En als "onderzoek" uitwijst wat we toch al geloofden, dan heeft dat onderzoek gelijk, nietwaar? Hier is de url:

http://lvb.net/item/7072

En wat gebeurde er toen? Toen viel mijn oog op de volgende zin:

"Er is vrijwel geen enkel empirisch bewijsmateriaal - noch in de VS noch elders - om het Keynesiaanse geloof te ondersteunen dat een grote verhoging van de overheidsuitgaven de toestand verbetert eerder dan verslechtert."

En daarmee gaat het in de ogen van mensen zoals ik grondig mis. Je moet misschien wat gepokt en gemazeld zijn in de techniek van de "newspeak", in combinatie met de bereidheid het ook op te merken als die uit je eigen liberale kamp afkomstig is, maar het trefwoord is hier "geloof". Van het ene moment op het andere staat hier een verzameling uitspraken die er niet langer als argumenten, maar wel als geloofsstellingen uitzien. Want je mag het natuurlijk oneens zijn met economische theorieën als die van Keynes. Maar als je daar snel even het woord "geloof" op plakt, dan laad je minstens de verdenking op je dat je probeert de mensen te hersenspoelen.

Als je voldoende herhaalt dat het een geloof is, en geen wetenschap (naar de maatstaven van de economie, dan), dan raakt het publiek daar op de duur misschien wel van overtuigd? Zonder dat je daar argumenten bij hoefde te geven, die de vervelende consequentie hebben dat mensen die weten waar het over gaat daar wel eens op reageren? Ik heb nogal wat ervaring met de techniek zoals gebruikt door dom links, en ik heb nog veel meer ervaring met de techniek zoals gebruikt door de creationisten (1) en ik kan je verzekeren dat er in mijn hoofd rood alarm afging. Onmiddellijk komt in me op: "onderzoek"? Hoezo, "onderzoek"? Verwijzingen? En er staat "de meeste studies". Is dat zo? Zou een meer gematigd rechts, of een luciede links, niet met evenveel recht een heel ander verhaal kunnen vertellen? Zouden die mensen het eens zijn met de formule "er bestaat vrijwel geen empirisch bewijsmateriaal"?

Let wel, ik wéét dat allemaal niet, het kan best anders zijn, alleen deed de gebruikte techniek, die ik zo typisch uit de propaganda herken, al die vragen bij me loskomen. Hoe gemakkelijk het is om je geloofwaardigheid te verliezen; ik heb het er in de context van "het is de schuld van het kapitalisme" ook al over gehad (2).

Zo ver was ik in mijn eentje gekomen, en ik was een tikje neerslachtig weer weggesurft, en dezelfde dag kom ik op de site van de jongste Nobelprijswinnaar economie terecht (ik doe hier overigens alleen maar aan veel gezwaai met autoriteit, omdat de kringen die ik bekritizeer nooit aarzelen te beweren dat je er allemaal niets van begrepen hebt. Het is altijd fijn als je dan Nobelprijswinnaars of Friedrich Hayek kan citeren...). Hier is de url:

http://krugman.blogs.nytimes.com/2009/01/30/saving-investment-keynes-evolution/


En daarin lees ik over de theorie van Keynes:

"Getting to that realization was an awesome intellectual achievement. That’s why it’s deeply depressing to find, not that people like Eugene Fama disagree with Keynes’s conclusions — that’s OK, no theory is sacred — but that they’re obviously completely unaware of the whole argument."

Dat komt dicht bij wat ik zelf zat te denken, nietwaar? Maar het is nog niet gedaan! Krugman eindigt zijn post uitdrukkelijk met de vergelijking met de creationisten. Het is zelfs nog erger dan dat:

"but it’s actually worse than that: it’s like discovering that some eminent biologists have never heard of the theory of evolution and the concept of natural selection."

Ik besef dat sommigen op dit punt maar met moeite de neiging zullen kunnen onderdrukken om op de "dom"-knop te duwen. Op hetzelfde niveau zou ik dan antwoorden: "great minds think alike"! Maar als ik probeer op een serieus niveau te blijven lijkt me de boodschap heel anders. Wij liberalen van "Popper en Hayek" maken graag veel lawaai over principes als "kritisch rationalisme". Als we met creationisten of de hoeken waaruit "het is de schuld van het kapitalisme" klinkt geconfronteerd worden, dan hebben we geen enkele moeite om de problemen te onderkennen, en de kritiek te laten spuiten als een walvis.

Hoe komt het dan dat er in ons eigen kamp maar moet beweerd worden dat "het de schuld van de overheid" is, en iedereen (bij wijze van spreken, natuurlijk) slikt het alsof het evangelie is?

----------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/05/nogmaals-natuurlijke-selectie.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/12/het-is-de-schuld-van-het-kapitalisme.html
Gevolgd door: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/de-kost-van-de-propaganda-de-schuld-van.html

donderdag 29 januari 2009

Liquiditeit, Solvabiliteit, Rendabiliteit... en héél veel "Leverage".

Laten we wat voortbouwen op enkele eerdere ideeën over de bankencrisis. "Leverage" betekende dat je je rendement op een eigen vermogen verhoogde door nog meer geld te ontlenen en mee in te zetten (1). Bijvoorbeeld, je hebt 10 en je gaat aan het werk in de markt van de woningkredieten, en die betalen 4%. Zoals uitgelegd in de post onder (2) is de "boekhouding" een systeem dat aan de linkerkant van een blad papier zegt wat de onderneming met haar geld doet. Dus schrijven we links op ons blad: "hypothecaire kredieten: 10". De rechterkant zegt waar dat geld vandaan komt, en dus schrijven we daar: "eigen vermogen: 10". Het totaal van de twee kanten is gelijk, en als dit systeem ook wel eens "de balans" wordt genoemd, dan is dat niet toevallig.

Daarna ontlenen we dus nog een extra 10 en neem aan dat we daarop een rente van 3% betalen. Aangezien we daarmee weten waar die 10 vandaan komt is dat iets voor de rechterkant van onze balans: "lening: 10". En waar gaat het geld dat we net hebben ontleend naartoe? We geven weer een woningkrediet van tien, en dus schrijven we nu links op ons blad: "hypothecaire kredieten: 20". De linkerkant van onze balans (20) blijft gelijk aan het totaal van de rechterkant (10 plus 10).

De typische manier waarop een bank die extra 10 ontleent is via spaarboekjes (de rechterkant van de balans wordt dus "spaarboekjes: 10" ipv "lening: 10"). En wat je nu moet zien is dat geld dat op spaarboekjes staat vaak wordt opgevraagd voor het geld dat de bank in het woningkrediet heeft gestopt terug komt. Dus, in de balans hierboven: "problema, problema"! Waarmee ga je de spaarders terugbetalen als al je geld in langlopende kredieten zit? Dat problema heet liquiditeit. Je activa (de elementen aan de linkerkant van je balans, waar je geld naartoe is gegaan) kunnen zo gezond zijn als een vis, maar als je onmiddellijke betalingen te doen hebt zonder dat je cashmiddelen hebt, dan heb je een probleem.


De wet van de grote getallen helpt dat probleem oplossen. Lange ervaring toont ook dat het aantal spaarders dat geld komt opvragen ruwweg in evenwicht wordt gehouden door nieuwe spaarders die geld komen storten. Zo functioneert een bank in zijn meest "klassieke" vorm ("we moeten terug naar het bankieren van vroeger!"): aan de linkerkant staan relatief vaste activa, die gefinancierd worden door de zichzelf voortdurend aflossende korte termijn leningen van de rechterkant. En dat is ook de reden waarom de bank aan die linkerkant meer (4%) kan verdienen dan ze aan de rechterkant (3%) moet betalen. Kleinere, kortlopende spaartegoeden worden omgezet in grotere langlopende investeringen, en het verschil tussen de waarde van het eerste en het tweede (in mijn voorbeeld: 1%) is de marge waarmee de salarissen, de energierekeningen, de computers, het onderhoud, de belastingen en vele andere mee worden betaald.


Je ziet dat het liquiditeitsprobleem wordt veroorzaakt omdat er leverage in het spel is. Als de bank geen schulden had was er ook nooit de vraag wanneer ze die terug moet betalen. Maar anderzijds waren er dan twee heel belangrijke dingen ook niet. Ten eerste was er dan geen mechanisme om vele kortlopende kleine spaaroverschotjes om te zetten naar langlopende financiële middelen voor investeringen. En ten tweede was er geen manier voor al die spaarders om hun spaaroverschotten ergens anders in te parkeren dan in een kous of een matras, en dus om er rente op te verdienen.


Een tweede potentiëel probleem (behalve dat spaarders wel eens geld opvragen) is dat kredieten af en toe niet terugbetaald worden, bijvoorbeeld omdat de ontlener dat niet kan. In mijn balans hierboven mogen er voor 10 kredieten verloren gaan, en nog altijd zal er genoeg overblijven om uiteindelijk de spaarders uit te betalen. Immers, de eerste verliezen gaan af van het "eigen vermogen", en pas wanneer dat eigen vermogen op is en er minder activa overblijven dan er schulden zijn komt het spaargeld in gevaar. Dat onderwerp heet solvabiliteit. Het is de mate waarin de activa (de rechterkant van de balans) een overschot vertonen tegenover de schulden (de linkerkant zonder eigen vermogen). Het gaat niet over de vraag wanneer die middelen vrijkomen om de schulden te betalen (dat is "liquiditeit"), maar wel over de vraag of die middelen er wel zijn.


Dus is het "eigen vermogen", bezien vanuit het standpunt van de spaarders de eerste buffer om hun risico op te vangen dat de bank niet meer terugbetaalt. Want dat is de manier waarop het werkt: zolang er eigen vermogen is, is het dat - en dus de aandeelhouder - die de (eerste) schokken opvangt. Waarmee je de vraag krijgt waarom iemand in een bank "eigen vermogen" zou pompen, gegeven dat hij er ook de eerste schokken mee moet opvangen. Het antwoord daarop is rendabiliteit. Zolang er geen of weinig schokken zijn en de inkomsten van al die kredieten de kosten van al die spaarboekjes overtreffen blijft er nog een rendement over om bij het rendement op het eigen vermogen te tellen: dat was die één percent die we bovenop de vier percent konden tellen die het eigen vermogen al "vanzelf" verdiende. De aandeelhouders die bereid zijn de schokken op te vangen doen dat omdat ze hopen dat hun kapitaal helemaal geen schokken zal moeten opvangen, maar integendeel een extra rendement zal opleveren. Geen drie percent, en ook geen vier percent, en het zal wel geen geheim zijn dat het, als het even kan, liefst ook geen vijf of zes percent moet zijn, maar nog veel meer.


Dat is precies wat je bereikt met "leverage". Voor de economie is dat de manier waarop spaaroverschotten worden omgezet in middelen om langlopende investeringen te doen. Voor de spaarders is dat het middel om geld tegelijk liquide te houden, en toch onder relatief weinig risico met een zeker rendement in de economie in te zetten. En voor de aandeelhouders is het de manier om ze ervan te overtuigen het kapitaal in te zetten dat maakt dat die twee andere mogelijkheden gerealizeerd worden.


En daarmee zijn we alweer ver voorbij het punt waar een post van Speels maar Serieus "te moeilijk, te veel, te lang en te luid" wordt. Je voelt, als je die dingen weet, hoe onmisbaar ze zijn om toch een béétje iets zinnigs te zeggen als je met alle geweld over het onderwerp je mond wil opendoen. Je voelt ook dat we hierbij pas aan het begin staan van de mogelijkheid om dat béétje zinnigs te zeggen - en geloof me, we zitten nog maar aan een héél klein beetje. Ik kan maar hopen dat dit voor iemand, ergens, ooit, nuttig is of zal zijn - misschien in combinatie met eerder verschenen posts onder het label "financiële markten". Ik geef veiligheidshalve maar even het adres mee:


http://speelsmaarserieus.blogspot.com/search/label/financi%C3%ABle%20markten


En met een beetje geluk komt het er binnen afzienbare tijd van om nog posts aan toe te voegen: torenhoge crisis, gepluimde aandeelhouders, gepluimde belastingbetalers, roekeloze bankiers (of juist niet)... Nog héél veel stof tot nadenken...


-------------------------------------
(1)
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/01/bc-en-ad.html
(2)
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/goed-nieuws-voor-de-linkse-critici.html

woensdag 28 januari 2009

Alweer een kaarsje erbij...

Misschien is het navelstaarderig, maar een verjaardag van Speels maar Serieus lijkt me nog altijd de moeite om er een post aan te wijden. Bij deze zijn er dus drie jaar volgeschreven, en zoals een veel machtiger brein dan ikzelf ooit schreef, het zou al "meer dan" geslaagd zijn als "iemand die het leest er genoegen aan beleeft". Momenteel vind ik het "gewoon" geslaagd, omdat ik er als degene die het schrijft zelf genoegen aan beleef.

Het blog lijkt me te zijn gestagneerd qua publiek. Vorig jaar heb ik een Googleteller geïnstalleerd, en er kwamen in die tijd een 70 lezers per dag. Dan, met het komen van de lente en de zomer(vakantie) daalden de cijfers geleidelijk tot rond de 50, en nu het weer winter is zitten we weer bij de 70. Op het eerste zicht, denk ik, zal dat een indicatie zijn voor het "natuurlijk potentiëel", of "de markt", voor een blog als dit? Je weet wel: te veel, te moeilijk, te lang en te luid, maar àls je er in slaagt je er helemaal doorheen te worstelen, af en toe best wel eens interessant - iets dergelijks?

Het zal misschien een slecht teken zijn dat ik me voor 2,008 niet zo direct een post (laat staan meerdere posts) kan herinneren die ik bij "the great hits" zou durven klasseren. Ook de kwantiteit is achteruit gegaan: van meer dan 300 in 2,006 en 2,007 naar 260 in 2,008. Voor die daling - misschien ook in kwaliteit, dus - kan ik hoogstens wijzen op mogelijke premature seniliteit, en anders op het zeer druk leven dat je als tweeverdiener met twee kleine kindjes onvermijdelijk hebt. Maar dat is nu eenmaal zoals het is, en (afbrekende) critici zou ik willen herinneren aan het verhaal met de eerste steen, alsook het feit dat er nog nooit iemand ook maar een cent heeft voor moeten betalen.

En als aanhanger van het vrije markt denken leg ik me er natuurlijkbij neer dat het product waard is wat je er voor wil, of moet betalen...

Het enige waarvan ik denk dat het zou helpen is dat ik gemerkt heb, uit de tijd van usenet, dat ik "op mijn best" ben als er meer interactiviteit is. Usenet was een forum dat (zoals LVB ooit ergens gezegd heeft) het meest uitnodigde tot debat en discussie, en je zou tien boekdelen kunnen vullen met mijn bijdragen. (Ik spreek louter over hoeveelheid, over de inhoud zullen we nu maar zedig zwijgen.) Een blog als dit kan echter moeilijk veel discussies uitlokken, omdat elke post nu eenmaal al snel wegzinkt naar "zoveel dagen geleden" en wie gaat daar nog naar kijken? Een veel actievere "blogosfeer" dan we momenteel in het Nederlands taalgebied hebben - tenminste voor de soort onderwerpen waar ik het over heb - zou ook helpen, maar tenzij ik er kompleet overheen kijk hebben we die actievere blogosfeer nu eenmaal niet. Weinig overnames en besprekingen van elkaars ideeën, dus, en bijgevolg nauwelijks een bron van inspiratie om bepaalde thema's met een zekere regelmaat te hernemen, verrijkt door bijdragen van anderen.

So be it. Zolang het kleine beetje vrije tijd dat ik er nog kan insteken er is blijf ik het doen. Omdat ik "er genoegen aan beleef". En omdat het, achteraf bekeken, vaak interessant is te kunnen terugblikken op bepaalde periodes, en te zien met wat voor onderwerpen ik op dat moment bezig was. Of welke vorderingen de respectievelijke peuters en kleuters gemaakt hebben. En die paar keren dat iemand een reactie plaatste die me echt een heel nieuw licht deed opgaan - het gebeurt maar af en toe, maar het is gebeurd, en voor die paar keren alleen zou iemand als ik al een blog onderhouden.