donderdag 14 mei 2009

En hij strafte God...

Een bizarre conversatie van heel lang geleden komt af en toe door mijn hoofd spoken; in het bijzonder wanneer ik opschudding (1) zie over een boek met “godverdomse” in de titel. Gezien het onderwerp zou ik gezworen hebben dat het zich ooit op usenet heeft afgespeeld, en tegelijk staat het me voor dat ik het op een dag (vermoedelijk een nacht) heb bijgewoond in een Antwerps café. Het geheugen speelt ons soms vreemde parten: ik moet concluderen dat ik het gewoon niet meer weet.

De gesprekspartners waren twee Nederlanders (dat klopt met een usenet conversatie, maar het klopt ook met een nachtelijk Antwerps café...). De ene had iets van die oersterke Hollandse nuchterheid over zich, en daarmee verklaarde hij, doodkalm, op de toon waarmee je uitlegt wat je doet tegen klaver in je gras, dat hij zich geregeld van de term “Godverdomme” bediende. Hij deed dat om God te straffen. Immers, streng gelovige landgenoten hadden hem verzekerd dat het God veel verdriet en pijn deed wanneer mensen dat soort termen lieten vallen. Nu geloofde hij niet in God, maar een mens weet natuurlijk nooit zeker. Hij geloofde wel in een realiteit waarin mensen geregeld “veel verdriet en pijn” moesten lijden. Zoveel pijn, zelfs, dat je af en toe – wat ik zeg: heel erg vaak - gaat denken: “het zou toch niet mogen, dat we leven in een universum waarin dit mogelijk is” (2).

En dus, gewoon voor het geval er toch een God bestond, en die toch “veel verdriet en pijn voelde” wanneer iemand godschlasterlijke tael sprak, en die tenslotte ook oppermachtig genoeg was om de mensheid een hoop “verdriet en pijn” te besparen, had hij besloten geregeld de term “Godverdomme” te gebruiken. En wel op die momenten waarop de eventuele verantwoordelijke voor de stoten die we geregeld te zien krijgen wel eens op pijnlijke wijze op zijn nummer mocht gezet worden.

Mocht je nu grote ogen opzetten bij de gedachte waar sommige mensen zich mee bezig houden, dan is dat nog niets bij de grote ogen die een andere Nederlander opzette: die was namelijk één van die streng gelovige landgenoten van hem. Dat is één van de redenen waarom ik denk, ondanks de levendigheid waarmee ik het tafereel voor mijn ogen zie, dat het een goed geschreven usenet dialoog moet geweest zijn, maar soit. De gelovige Nederlander probeerde de Nederlander met gevoel voor rechtvaardigheid te herinneren aan het feit dat God niet alleen “verdriet en pijn” kon voelen, maar wel degelijk ook oppermachtig was. En dus kon dit wel eens een verhaal worden dat later een niet zo beste afloop zou hebben: namelijk in de eeuwige vuren van de hel. Ik verzeker je, die gelovige Nederlander bracht deze mededeling temidden van een enorme ontsteltenis.

Maar niets hielp. Onze scepticus geloofde immers niet in hel en verdoemenis? En bovendien, als het allemaal toch waar was (3), dan was de toestand toch hopeloos, hij had zichzelf al lang de hel in godverdomd. Dus wat kon hij in ruil nog beter doen dan die kleinzielige, wraakzuchtige God zoveel koekjes van eigen deeg als mogelijk te serveren, en hopen dat het, in ruil voor dat eeuwige hellevuur, Hem inderdaad veel “verdriet en pijn” berokkende?

Hoe verder de conversatie zich ontwikkelde, hoe ontstelder de gelovige Nederlander reageerde. Wantrouwige geesten zouden gaan vermoeden dat de sceptische Hollander, zeker als je ook die ijzeren nuchterheid in rekening neemt, zijn filosofie misschien niet echt zo heel letterlijk toepaste, maar alleen maar een beetje deed alsof, een beetje om een punt te maken. En hij heeft zijn punt gemaakt, want hoewel het gemakkelijk tien en meer jaar geleden kan geweest zijn, de conversatie komt me nog geregeld voor de geest...

-------------------------------------------------------

(1) http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DMF20090514_035

(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/contrasten.html

(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/ik-wil-een-film-maken_11.html


woensdag 13 mei 2009

Terug naar "het bankieren van vroeger"?

Laatst zie ik ergens op een site iemand schrijven dat de enige manier om de economie (opnieuw) te doen draaien “het verzekeren van monetaire stabiliteit” is. Als we dat aannemen weten we dat inflatie, en dus ook de angst voor inflatie (die laatste “dus” is iets dat me zonder meer correct lijkt) tegen elke prijs moet vermeden worden. En daaruit volgt dan weer dat overheidsoptreden om de economie te stimuleren nefast is, omdat het op de langere termijn inflatie bevordert.


Nu heb ik aan mijn interesse voor economische geschiedenis het inzicht overgehouden dat de grote plaag in de Europese economieën van de middeleeuwen en de Renaissance geen inflatie (in de vorm van een teveel aan geldmiddelen voor een laag aanbod aan goederen) was, maar integendeel dat er onvoldoende geldmiddelen waren. Snuisterend in het boek Before the Industrial Revolution, 1,976 (1,993) van Carlo Cipolla bots ik op enkele relevante passages. Alles uit hoofdstuk 7 van het boek.


Het begint ermee dat het Europa van die tijd helemaal geen papiergeld bezat, en alleen metaalgeld gebruikte. Alleen was er een voortdurend tekort aan bruikbaar metaal:


“It should be borne in mind that throughout the Middle Ages, western Europe suffered from an inadequate supply of precious metals. This shortage is vividly illustrated by the fact that medieval coins were always wafer-thin discs of metal.”


Dit heb ik overigens ook elders vaak gelezen. Eén van de redenen waarom Europeanen zo graag zilver plunderden, vanaf de kruistochten en tot de Latijns Amerikaanse “avonturen”, was precies dat de schaarste in Europa het edelmetaal zo kostbaar maakte; terwijl de Azteken (als ik me dat goed herinner) er versieringen en speelgoed van maakten.


Nu ontstonden er geleidelijk financiële technologieën om de schaarste van geld in de zeer strikte (edelmetalen) vorm te omzeilen. Bijvoorbeeld: een geldwisselaar die in staat was de waarde van ene munt tegen de andere in te schatten, èn die heel veel vertrouwen genoot, kon een hoeveelheid metaalgeld aanvaarden tegen een schuldbekentenis (wat veel lichter was om met paard en kar om doorheen de helft van Europa te verslepen dan grote hoeveelheden zilver), en het “deposito” was geboren. Alleen...


“Over time, however, bankers found that it was not necessary to keep cash sufficient to cover the total value of all deposits: they only needed to have a fraction of that amount to hand and could therfore lend out the rest at interest to third parties (…). Bankers realized, in other words, that they could operate on a fractional reserve basis. This is the origin of bank money.”


De bankiers ontdekten dat ze maar een “fractie” van het cash- (in de zin van metaal-) geld hoefden bij te houden om toch altijd aan hun betaalverplichtingen (in metaal) te kunnen voldoen, en ze begonnen het overschot uit te lenen tegen interest. Mocht op dit punt de lezer vaag denken dat hij hier ooit eens iets soortgelijks heeft gelezen over de wereld van vandaag, dan is hier de url:


http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/01/liquiditeit-solvabiliteit-rendabiliteit.html


Dat o zo standaard en klassiek en veilig “bankieren waarnaar we terug moeten” is zelf niets anders dan een variant op iets dat in werkelijkheid niet minder gebakken lucht is dan alle andere gebakken lucht. Het omzetten van spaarboekjes in productieve investeringen is iets dat even goed in de soep kan draaien (als iedereen tegelijk zijn geld komt opvragen) als het bankieren van alle andere periodes. Dat was destijds niet minder zo dan vandaag met de “credit default swaps”, en het is destijds dan ook even goed gebeurd.


Interessant is dan ook dat het hele idee van het “fractioneel bankieren” (je hebt veel minder cash nodig dan het totaal van je verbintenissen), met alle bijhorende risico’s al vroeg bestond; veel vroeger dan onze hedendaagse aanhanger van het “conservatieve” bankieren misschien wel denkt:


“Professor Reinhold C. Müller, in an excellent article on Venetian coinage, has shown that as early as 1321 bankers in Venice had created bank money by operating on such a fractional reserve system. Creating money on the basis of deposits received, the bankers increased market liquidity and helped to loosen the deflationary stranglehold that the shortage of of precious metal exerted on the European economy throughout the whole of the Middle Ages.”


En toen al, in de veertiende eeuw, werd er (niet minder of meer terecht dan vandaag) denigrerend over gedaan, in termen van “inktgeld”. Het enige dat de bankier kon tegenhouden bij het (in zekere zin) steeds opnieuw uitlenen van dezelfde hoeveelheid metaalgeld was “zijn bereidheid om risico te nemen”; van zijn voorzichtigheid, dus. Maar omdat “risico” hetzelfde is als “onzekerheid”, en dus “probabiliteit” geldt dat iets dat mogelijk is, en geregeld wordt geprobeerd, af en toe ook uitkomt. En dus gebeurden er in de middeleeuwen, en in de bankwereld van de vroege twintigste eeuw, net zo goed als vandaag geregeld bankcrashes. En dat is iets waar al die mensen die zo vurig pleiten voor “we moeten terug naar” wel eens aan zouden mogen denken.


Hoe dan ook, de laatste zin van Cipolla geeft de boodschap mee. Een wereld waarin de geldhoeveelheid vastgelegd wordt door de hoeveelheid metaal kan monetair achterop lopen op de economie, tot het punt waarop die economie door dat tekort in een deflationaire wurggreep wordt gehouden. Dat was precies wat Europa was overkomen, de hele middeleeuwen lang. De uitvinding van “fractioneel bankieren” was essentiëel om de “liquiditeit” te verbeteren, net zoals wij sindsdien de liquiditeit hebben verbeterd door uitvindingen als de interbankmarkt, en Centrale Banken, en overheidsgaranties.


Ik kan aannemen dat sommige mensen zo tegen overheidsoptreden zijn dat ze nog liever een hoop van die liquiditeit laten verloren gaan dan dat overheidsoptreden toelaten. En ik kan aannemen dat sommige mensen zo graag zekerheden hebben in het leven (1) dat ze bereid zijn de liquiditeitsprijs te betalen om het “geld” “gezond” te houden - tot het punt dat er helemaal geen fractioneel bankieren meer mag. Maar laat ze tenminste niet proberen “het licht van de zon te ontkennen”. Die prijs in termen van liquiditeit is reëel. De deflationaire effecten (2) van tekort aan geldmiddelen op een economie zijn reëel. De toegevoegde waarde van allerlei monetaire spitstechnologie om juist die liquiditeit te bevorderen is reëel. Terwijl mensen die nog liever in “denial” gaan dan riskeren hun favoriete ideologie te moeten bijsturen, niet noodzakelijk bijdragen aan hun eigen geloofwaardigheid.


-----------------------------------------------

(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/11/financile-filosofie-een.html

(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/11/deflatie-een-probleem.html

dinsdag 12 mei 2009

Baby Simon is drie weken oud

Deze morgen heeft hij "eindelijk" eens een keel open gezet zoals alleen pas geboren baby's dat kunnen. Hij moest een verse luier krijgen, maar hij lag daar zo lekker in zijn warme dekens... Dus toen ik hem begon uit te pakken werd hij heel erg boos, en zeer kleine babytjes kunnen dat nog niet op honderd verschillende manieren duidelijk maken...

Het deed ergens goed te horen dat zijn huilen klinkt als het huilen van een gewone baby. Trouwens, het is ook goed voor zijn longskes. Daarna werd hij terug ingepakt, en hij voelde de warmte terugkeren en even later zat hij weer tevreden in zijn relax rond te kijken. Hij drinkt om de drie uur, en dat wil zeggen, om 23.00 uur, om 02.00 uur en om 05.00 uur, en omdat hij intussen weet hoe hij moet huilen gebeurt het soms allemaal op een iets minder papa-vriendelijke manier dan een week geleden...

In het bijzonder wanneer peuter Thomas ook wakker wordt om 01.00 uur met een kanjer van een nachtmerrie zijn het moeilijke nachten. En 's morgens is het natuurlijk om 07.00 uur opstaan en heel het spel van aankleden en boterhammetjes en school begint. Kortom, deze middag ben ik op mijn bed gaan liggen en ik heb twee uur geslapen als een blok. Jaja, 't hoort er ook allemaal bij...

Kleuter Sarah heeft haar eerste "koppoter" getekend. Alle kindjes tekenen hun eerste menselijke figuurtjes als een enorme kop met een soort gezichtje, en daar hangen de armpjes en beentjes rechtstreeks aan: een koppoter. In haar geval waren de benen twee lange strepen waar voetjes aan hingen, en de binnenkant van de twee strepen was tamelijk egaal ingekleurd.

Papa vroeg: waar zijn de beentjes? Kleuter Sarah wijst de twee strepen aan. Papa vraagt: waar is de buik? Kleuter Sarah wijst opnieuw de twee strepen aan, misschien een beetje hoger. Papa vraagt: "dus de lijn voor de beentjes is dezelfde als voor de buik? Nu krijgt kleuter Sarah die afwezige uitdrukking over haar gezichtje, zoals wanneer ze nadenkt over de oorsprong van het universum. Dan zie je de stand van dat gezicht vertrekken naarmate er daarbinnen wordt besloten: "we zijn hier nog niet met genoeg neuronen voor dat soort vragen, kom binnen enkele jaren nog eens terug" en met een stralende glimlach antwoordt ze: "mooi, eh?".

Ze verklaarde ook nog dat de tekening zichzelf voorstelde, en nu je het zegt, het figuurtje had een flinke haardos gekregen, en die haartjes waren in het geel gekleurd. Ze heeft toch wel een zeker gevoel van zelfbewustzijn, die kleuter.

En dan, dat enorme verschil tussen een peuter en een kleuter... Als peuter Thomas weer eens één van de vele kunstwerken die hier rondslingeren heeft kapotgeprutst is het in eerste instantie groot verdriet bij kleuter Sarah. Maar alweer zie je ineens dat betraande gezicht veranderen naarmate de processen daarachter zich afspelen. "Wacht", zeggen die processen, "in feite kan ik dat zelf". Kleuter Sarah opent het schuifje waar haar materiaal zich bevindt en haalt er haar schaartje, haar lijmstift en haar kleurpotloodjes uit, en begint heel aanvaardbaar het geschonden meesterwerk te repareren. Het zou in de pré-kleuterschooltijd niet waar geweest zijn.

En zo kabbelen de dagen verder, met alle dagen vorderingen op de drie fronten. Ik weet dat ik het twee maanden geleden ook dacht, maar ik verwacht weer alle dagen te kunnen aankondigen dat peuter Thomas nu eindelijk zijn eerste zinnetjes begint te vormen. En baby Simon, hij is nog maar drie weken oud, maar hij kan al zo aandachtig uit zijn oogjes liggen rondkijken. Zelfs dat is een heel verschil met drie weken geleden.

------------------------
Oeps, het is nog maar dinsdag... en baby Simon is geboren op een woensdag. Papa zit er een dag naast... Slaapgebrek...

maandag 11 mei 2009

Op zoek naar verborgen dimensies

Beeld je als opwarming in dat je naast een zwembad staat, en dat iemand probeert je nat te maken door een steen in het water te gooien. Slechts een klein deel van de totale hoeveelheid verplaatst water zal je nat maken. En dat deel zal kleiner zijn naarmate je verder van de steen staat. Dat komt omdat het opspattende water in drie dimensies kan wegvliegen; dat wil zeggen, in elke combinatie van “vooruit-achteruit”; “links-rechts” en “boven-beneden”. Dus hoe verder weg van de steen, des te meer ruimte waarin de totale hoeveelheid water zich kan versrpeiden, en des te minder nat jij wordt, punt.


Een betere manier is dan ook een tuinslang. Die heeft immers maar quasi-één dimensie. De richting “vooruit” is veel langer dan de richtingen “opzij” of “omhoog”. En dus komt bijna de totale hoeveelheid water ook op zijn doel terecht. Ook een pijpleiding is een heel goede (lees: economisch rendabele) manier om een heel groot percentage van de totale hoeveelheid vloeistof op zijn bestemming te krijgen. Er blijft natuurlijk wel een beetje staan in de bredere diameter van een pijpleiding, maar dat blijft beperkt in vergelijking met de arriverende hoeveelheid: de dikte van een pijpleiding is alweer zeer klein in vergelijking tot de lengte.


Voor een drie-dimensionale ruimte kan je mathematisch afleiden dat de kracht van energie die zich in drie dimensies verspreidt afneemt met het kwadraat van de afstand. En dat is precies wat je ziet wanneer je relaties uitdoktert zoals de wetten van de Newtoniaanse zwaartekracht, of de kracht van een lichtbron op diverse afstanden, of als je probeert niet nat gemaakt te worden door een plonzende steen door gewoon weg van de steen te lopen. Kortom, op het eerste zicht heeft Speels maar Serieus weer eens een heel gecompliceerde manier gevonden om te zeggen wat iedereen al wist: onze wereld heeft drie dimensies.


Sommige abstracte natuurkundige modellen hebben het bestaan van meerdere dimensies nodig om functioneel te zijn. Op het eerste zicht zijn die meteen weerlegd door wat we net geconstateerd hebben: de wereld heeft drie dimensies, geen tien. Tenzij, misschien, de extra dimensies zich ten opzichte van onze drie-dimensionale wereld gedragen zoals de dikte van de tuinslang zich gedraagt tegenover de lengte: zo klein dat je er geen impact van kan zien? Dus neemt de zwaartekracht af met het kwadraat van de afstand (zoals je in drie dimensies zou verwachten) en niet meer (zoals je in meer dimensies zou verwachten), zoals de hoeveelheid afgeleverd water van een tuinslang (praktisch) niet beïnvloed wordt door de zeer geringe dikte ervan. Dus: de tuinslang hééft meer dan één dimensie (namelijk drie), maar omdat twee van die drie zo klein zijn in vergelijking tot de derde is dat niet (of nauwelijks) iets dat je aan de afgeleverde hoeveelheid water kan zien.


Dus misschien hééft de realiteit meer dan drie dimensies, maar zijn die zo klein dat het niet iets is dat je aan de manier waarop energie afneemt met de afstand kan afleiden? Dus redeneren natuurkundigen nu als volgt. Als we het bestaan van de (hypothetisch zeer kleine) dimensies niet kunnen waarnemen omdat ze zo klein zijn in vergelijking met de dimensies waarmee we normaal werken, dan moeten we ze wel kunnen waarnemen wanneer we gaan meten op de zeer kleine schalen van de verborgen dimensies zelf. Een beetje zoals er wel degelijk een aanzienlijke hoeveelheid vloeistof zal blijven staan in een pijpleiding waarvan de dikte zich in dezelfde orde van grootte bevindt als de lengte.


En dus begonnen de fysici, op zoek naar aanwijzingen dat de verborgen extra dimensies werkelijk bestaan, te meten op zeer kleine afstanden. Tot het niveau van een tiende van een millimeter neemt de sterkte van de zwaartekracht heel precies af met het kwadraat van de afstand, en niet meer. Ergo, indien er al extra maar zeer kleine dimensies bestaan, dan moeten ze afmetingen hebben van minder dan een tiende van een millimeter. Maar op die kleinere afstanden kan onze hedendaagse technologie nog geen metingen verrichten, en dus blijft dat de stand van zaken in het Jaar Onzes Heeren 2,009. Er zijn experimentele bewijzen dat er zich geen verborgen dimensies bevinden op schalen van kleiner dan een een tiende van een millimeter, en op kleinere schalen weten we het gewoon niet.


Maar alleen al het feit dat we op het idee kunnen komen dat ze er misschien wel zijn, en dat we al in staat zijn ze tot een schaal van een tiende millimeter te gaan zoeken, zegt iets over de menselijke inventiviteit, nietwaar?


(Bron: in eigen woorden naverteld uit Brian Greene, The Fabric of the Cosmos, een zeer, zeer goed boek.)

zaterdag 9 mei 2009

"Terugtrekken van de belastingen"

Ik bots iemand tegen het lijf die een goedgehumeurd man was. Hij ging 2,400 (afgerond) euro terugtrekken van de belastingen! Nog een goede maand te gaan, en die stonden ook weer op zijn rekening! Het leven kan mooi zijn!

Het zegt iets over de financiële onwetendheid bij de gemiddelde burger. We praten over een ontwikkeld mens, die heel goed in staat is; die geen halve minuut nodig had, om in te zien wat ik hem toch maar verteld heb. Wat bij mij blijft hangen is hoe veel mensen er moeten zijn, die ook geen halve minuut nodig zullen hebben, maar die toch nooit zover komen dat ze het even zelf uitpluizen. Om maar te zwijgen van de vele mensen die wel meer dan een halve minuut nodig hebben, en van daar over het hele spectrum tot en met zij die het nooit zullen inzien.

Al die mensen samen vormen mee de wereld van de beleggers, en als er al eens verlies wordt geleden, dan is dat (vanzelfsprekend) de schuld van de banken. Al die slimme beleggers zijn immers veel te slim om zelf iets fout te doen? Maar laat dit een kort maar zuur terzijde zijn.

In zijn simpelste vorm is de reden waarom iemand "terugtrekt van de belastingen" als volgt. Onze trekker verdient (bijvoorbeeld) een maandloon van 2,000 euro bruto, en krijgt er maandelijks (bijvoorbeeld) netto 1,000 uitbetaald (ik houd van ronde getallen). De reden is dat de werkgever de andere 1,000 inhoudt als voorheffing. En de reden dààrvan is dat een soort ruwe schatting zegt dat onze trekker in een schaal valt waarin hij (bijvoorbeeld) ongeveer 50% belastingen betaalt (het voorbeeld hoeft niet realistisch te zijn, het gaat om het idee). In zo'n geval vraagt het systeem de werkgever de geschatte belasting op voorhand ("voorheffing") te betalen, en na elk jaar wordt de afrekening gemaakt.

En als blijkt dat je teveel voorheffing hebt betaald, dan krijg je het verschil terug! Al die blije gezichten!

Dus in mijn voorbeeld hierboven had onze brave meneer elke maand ruwweg 200 euro teveel betaald, en dus kreeg hij nu twaalf keer 200 euro terug... Totaal 2,400 euro.

Maar als dat hem, of iemand anders, werkelijk zo blij maakt heb ik het volgende voorstel. Iedereen die een inkomen trekt mag van mij gerust elke maand 200 euro op mijn rekening zetten. Dat komt op hetzelfde neer als de 200 euro die onze vriend teveel had betaald aan voorheffing. Of hij nu eindigt met 200 euro minder omdat de werkgever ze niet uitbetaalt, dan wel omdat hij ze zelf aan mij doorstort: mathematisch is dat precies hetzelfde.

Natuurlijk zal ik na verloop van tijd - zeg: aan het einde van elk aanslagjaar - erkennen dat ik die 200 euro onterecht heb gekregen, en dus 2,400 euro terugbetalen. Dat zal niet moeilijk zijn want ik zal er echt niets meer mee doen dan ze op mijn spaarboekje laten staan, waar ze de dag van vandaag twee percent zullen opbrengen, tot ik ze moet teruggeven.

En iedereen is tevreden! Ik ben tevreden, want ik verdien de rente op dat geld, en zij zijn tevreden, omdat... omdat... Uimmm, omdat...

Ja, wel, dat weet ik dus eigenlijk niet. Ik zie dat iedereen tevreden is, omdat ze het doodeenvoudig zelf zeggen. Maar waarom ze zo tevreden zijn: ik heb er eerlijk gezegd geen flauw benul van.

In ieder geval, het voorstel hierboven blijft geldig.

vrijdag 8 mei 2009

Hoe verder hij terugwijkt, hoe grappiger hij wordt...

Een tijdje geleden stuurde iemand me een collectie uitspraken die worden toegeschreven aan George W. Bush. Even heb ik overwogen ze te plaatsen als anonime uitspraken, vergezeld van de uitdaging te zeggen of ze echt of verzonnen waren. Maar ach, Bush... Naarmate hij verder in het verleden zal terugwijken, zal hij meer en meer om zijn clowneske karakter herinnerd worden. Hier gaan we...

'The vast majority of our imports come from outside the country'
- George W. Bush

'If we don't succeed, we run the risk of failure.'
- George W. Bush

'One word sums up probably the responsibility of any Governor, and that
one word is 'to be prepared'.'
-George W. Bush

'I have made good judgments in the past. I have made good judgments in
the future.'
- George W. Bush

'The future will be better tomorrow.'
- George W. Bush

'We're going to have the best educated American people in the world.'
- George W. Bush

'I stand by all the misstatements that I've made.'
- George W Bush

'We have a firm commitment to NATO, we are a part of NATO. We have a
firm commitment to Europe. We are a part of Europe '
- George W. Bush

'Public speaking is very easy.'
- George W. Bush

'A low voter turnout is an indication of fewer people going to the
polls.'
- George W. Bush

'I have opinions of my own -- strong opinions -- but I don't
always agree with them.'
-George Bush

'We are ready for any unforeseen event that may or may not occur.'
- George W. Bush

'For NASA, space is still a high priority.'
-George W. Bush

'Quite frankly, teachers are the only profession that teach our
children.'
-George W. Bush

'It isn't pollution that's harming the environment. It's the impurities
in our air and water that are doing it.'
- George W. Bush


Ik geef toe, ik blijf rekening houden met de mogelijkheid dat er een paar zijn bijgekleurd. Maar toch, er zullen er toch ook wel een hoop echte tussen zitten...

donderdag 7 mei 2009

Geen "oorzakelijk verband"???

Op de website van de krant De Standaard vinden we het volgende artikel:

http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=QO29UOA1


Het gaat over een dodelijk ongeval van een jaar geleden, waarin twee kindjes zijn omgekomen. Papa's van kleine kindjes, zoals bijvoorbeeld kleuter Sarah, peuter Thomas of baby Simon, lezen dat soort artikelen altijd met de grootst mogelijke huivering: natuurlijk kan het mij ook overkomen.

Het ongeval gebeurde op een kruispunt waar de lichten defect waren. Twee auto's rijden het kruispunt tegelijk op, en één ervan negeerde de voorrangsregels. In de andere auto zaten de kindjes die zijn omgekomen.

En nu krijgen de ouders van de overleden kinderen een dagvaarding van de man die de voorrangsregels had genegeerd. Ik citeer:

"Wij zijn verantwoordelijk voor de botsing, ja. Maar er is geen oorzakelijk verband tussen de aanrijding en de dood van de twee kindjes. Uit het onderzoek blijkt dat het slot van het kinderzitje versleten was en dat Thibo eigenlijk te groot was om op een verhoogkussentje te zitten."

En dit komt, steeds als ik het artikel mag geloven, van "advocaat Gert Buelens".

Ik weet natuurlijk niet zo veel als advocaten over dit soort onderwerpen, die er nog wel gespecializeerd in zullen zijn ook. Maar desondanks ben ik wel een afgestudeerde jurist. En in mijn tijd was er een vrij preciese manier om "oorzakelijk verband" te omschrijven. Een factor X staat in oorzakelijk verband met een verschijnsel Y indien het verschijnsel Y zonder de factor X niet, of aanzienlijk (of zoiets) anders, was opgetreden.

En zeker, ook dat blijft voldoende vaag om vele bladzijden rechtspraak en rechtsleer te produceren. Maar in dit concreet geval lijkt me de toestand niet zo erg vaag. Nogal duidelijk, om precies te zijn:

(a) Zonder ongeval, en met versleten kinderzitje waren de kinderen niet overleden.
(b) Met ongeval, en zonder versleten kinderzitje weten we het gewoon niet.

Maar dat laatste doet er niet toe. Het enige dat je nodig hebt om de uitspraak van de advocaat naar waarde te schatten, is zin (a). Er is op het meest simpel niveau wel een oorzakelijk verband tussen de aanrijding en de overlijdens. Al de rest kan waar zijn, of niet waar zijn, of onduidelijk, of irrelevant of niet, of wat dan ook, maar het zijn allemaal evenveel pogingen om de aandacht af te leiden van de essentie. Er was wel een oorzakelijk tussen het ongeval en de overlijdens.

Tenminste, voor zover de definitie van "oorzakelijk verband" niet is veranderd sinds ik rechten gestudeerd heb.

woensdag 6 mei 2009

Baby Simon is twee weken oud.

Baby Simon is twee weken oud, en hij is nog altijd zijn ongelofelijk rustige en vredige zelf. Ik denk dat hij nu in zijn hele leven vijf keer gehuild heeft, plus af en toe een langgerekte "whèèèèè" die na één of twee, en één enkele keer drie uithalen weer vanzelf eindigt. Nonkel Steven, die zelf ook drie ukkepukken van dezelfde leeftijd heeft vroeg hoe we dan 's nachts te weten kwamen dat hij wou drinken. Ha, dat is zeer simpel. Baby Simon begint dan in steeds hoger tempo "eh-eh-eh-eh-eh" te zeggen, en al gauw wordt mama wakker en ze geeft hem melk en alles komt weer op zijn goede plooi in het universum. Een zeer papa-vriendelijke methode, moest nonkel Steven toegeven, en inderdaad, ik kan het weten, het klopt.

"Oh, wat een lief baaske" zei de mevrouw van Kind & Gezin die langs kwam. Ze mogen natuurlijk niets anders zeggen, maar toch. Hij lag daar rustig te slapen, en trok verbaasd zijn oogjes open toen we zijn pyama uittrokken, en hij keek nog meer verbaasd toen we hem op de weegschaal legden, maar er kwam geen kik van protest uit. Daarna wurmde papa, even handig als altijd, hem weer in zijn pyama, en nog altijd zag baby Simon er erg tevreden uit. Hij begon aandachtig om zich heen te kijken, en de mevrouw kon tevreden noteren: het kindje is heel alert. Baby Simon was ook heel goed aangekomen, en zijn koersen zijn nu gestegen naar 3 kilo en 800 gram. Het is een echte modelbaby!

Daarnaast hebben we ook een modelpeuter. Peuter Thomas is erg gesteld op zijn andere familieleden, en baby Simon is geen uitzondering. "Baby" zegt hij elke dag bij het opstaan, waarna hij zijn wang tegen de wang van baby legt, en hem over zijn haartjes aait. Peuter Thomas moet wel nog een beetje het minitrauma van de bevalling verwerken. Op een zaterdagmorgen, toen mama nog in het ziekenhuis lag, liep hij zoals elke dag de kamer van kleuter Sarah in, terwijl hij luid "Sa'a, Sa'a!" riep. Alleen, kleuter Sarah was uit logeren, en de kamer was leeg. Sindsdien voelen we nog elke dag: Peuter Thomas zag eerst zijn mama verdwijnen uit het huis, enkele dagen later was ook zijn zus verdwenen, en sindsdien kan ik niet meer bewegen, of zijn gezichtje betrekt en hij steekt zijn armpjes in de lucht, en ik moet hem meenemen. Stel je voor dat papa nu ook nog eens verdwijnt, wat moet peuter Thomas dan doen? Maar hij komt er alweer goed bovenop. Hij is nog altijd een zeer goed gehumeurde peuter, en zijn mama is tenslotte al lang weer terug.

Tenlotte is kleuter Sarah vandaag de koning te rijk. Ze heeft de aanwinst van haar leven gedaan! Een nieuwe fiets, met zijwieltjes! En in de Mega Mindy kleuren! In feite kon kleuter Sarah helemaal niet fietsen, maar omdat het nu eenmaal dringend tijd werd enzovoort enzovoort... En van de ene dag op de andere kan ze het ineens wel! En zo vond ik mezelf terug, in slakkengang enkele honderden meter straat afwandelend, met naast mij een kleuter op een fiets en een enorme helm op haar hoofd. De scène die je ongetwijfeld al honderden keren zelf hebt gezien en zonder er naar te kijken bent voorbijgelopen? Geloof me, als je zo'n dolgelukkig snaterende kleuter naast je hebt, dan voelt het aan als het grootste privilege van de wereld.

Op baby Simon na, natuurlijk.

dinsdag 5 mei 2009

Neal Stephenson: Anathem

Wanneer ik Anathem van Neal Stephenson begin te lezen bekruipt me al snel het gevoel van irritatie waarmee ik vertrouwd ben. Waarom steek ik mijn kostbare tijd in dit soort vervelend verhaal? Het speelt zich allemaal af in een soort abdij op een andere wereld, waarin de geleerden van die wereld, "beschermd tegen de buitenwereld door tradities, complexe rituelen en hermetische muren" hun onderzoek verrichten. Eénmaal in een zeer lange tijd gaan de poorten open, en dan kunnen de inwoners van de twee kanten elkaar vrij bezoeken, gedurende een korte periode.

En je zit al 150 bladzijden ver wanneer er nog altijd muren en moestuinen beschreven worden, bezoeken aan die buitenwereld (of andersom) waarin niets gebeurt - ik begrijp echt wel dat die karakters en gebeurtenissen ergens nog hun rol te spelen krijgen, hoor - en massa's personages met ingewikkelde namen worden opgevoerd. En als dit niet van de schrijver van Cryptonomicon was gekomen, dan had het echt geen 150 bladzijden geduurd voor ik het boek geïrriteerd had dichtgeklapt.

Al snel bouwt een tweede irritatie zich bovenop de eerste. Ik zie heus wel een hoop hints naar parallellen tussen de intellectuele geschiedenis van deze wereld en onze eigen Aarde. Ik zit een beetje te zuchten wanneer eerder gemakkelijk toegankelijke Platoonse ideeën voorwerp van de meer "diepzinnige" discussies zijn, of wanneer de debatten tussen onze middeleeuwse nominalisten en realisten als zo esoterisch worden voorgesteld dat de lezer ze maar huiverend op de achtergrond laat passeren. Nu is dat voorstellen van het doorzichtige als het diepzinnige niet wat er echt irritant aan is: meestal voelen wij, cerebrale types ons dan eerder deelgenoot aan een soort complot tussen de schrijver en wijzelf, vanwaar wij geamuseerd naar de andere lezers zitten te kijken (hey, gun ons onze dromen...). Alleen al de titel "anathem"... Neem een "a" weg, en je krijgt "anthem", een plechtige hymne. Maar voeg een "a" toe en je kijgt "anathema", een vreselijke abominatie. Hoera, dat hebben wij, cerebrale types toch maar weer netjes door (en anders staat het wel in de inleiding, maak je vooral niet ongerust).

Nee, het irriterende is dat je al snel inziet: OK, ik heb nu twee of drie hints doorzien... Maar ik moet er stilaan al een honderd gemist hebben. Want dat wil ik Stephenson toch nageven. De man is iemand die echt heel veel weet en begrijpt, enorm veel zelfs, en die er bovendien enorm veel weet mee aan te vangen (niet in het minst: hij kan fictie schrijven). Zijn verschillende betekenissen van "anathem" smelten natuurlijk wel degelijk samen, en het gaat niet om een geïsoleerde vondst, maar wel een soort rode draad (één van de vele) doorheen het boek. Kortom, de grootste irritatie (zo verdenk ik mezelf) is dat ik me even buitengesloten voel in zijn "complot" als bijna iedereen.

Zo wordt het boek alsnog een uitdaging, en ik lees de bladzijden voorbij de 150 eerste ook. En kijk, stilaan komt er iets op gang. Geleidelijk ontstaat er "atmosfeer" in het boek. Dat gaat soms zo met heel goede boeken, maar meestal moet je toch niet verwachten dat de lezer meer dan 50 bladzijden wil doorkauwen voor hij zijn beloning krijgt - en 50 is al veel. In ieder geval, stilaan begin je een beetje greep te krijgen op de vele personages en de complexe rituelen en de ingewikkelde studies en de labyrinthische verhoudingen tussen de verschillende ordes en hiërarchieën. Je krijgt zin om je er zelf ook in te gaan bewegen en te kijken wat er gebeurt. Stilaan ook krijgt de cerebrale maar ongeduldige lezer iets voorgeschoteld waarmee hij zich kan identificeren, wanneer de vertelfiguur niet alleen maar een soort junior in heel het gebeuren is, maar tegelijk ook een opmerkelijk verstand, met opmerkelijke studies en opmerkelijke inzichten: zoals nu eenmaal nodig is om in die wereld binnen te treden.

Dus bij bladzijde 200 begin ik de conversaties alsnog uitnodigend en uitdagend te vinden, en de beschrijvingen van de daden van de hoofdpersoon in de klokkentoren doen je al meer afvragen: "en wat gaat er nu gebeuren?", dan eerder bij zijn bezoek aan de buitenwereld waarvan je hoogstens kennis kon nemen, en meer niet. En nu nader ik de bladzijde 250 en er is toch al een mysterie waar de personages (in het geheim, natuurlijk) hun machtig brein en hun diepe kennis kunnen op botvieren, en er is een sympathiek personage dat slecht behandeld is en een minder sympathieke Discipline en bijhorende acolieten die, als het mijn verhaal was geweest, toch wel een heel stuk rehabilitatie zouden ondergaan (samen met het sympathiek personage, natuurlijk, voor mij altijd een happy end alstublieft).

Kortom, na honderden bladzijden - nog steeds minder dan een derde - is het boek met zijn abdij-achtige samenleving en zijn enorme kennis en eruditie en atmosfeer van boeken en studie toch nog: intrigerend geworden, en zit ik inderdaad verder te lezen met het idee: wat zal er nu gebeuren, hoe zal die en die reageren, en wat komt er van zus en zo terecht?

Maar het zal wel iets voor de liefhebbers blijven, voor de mensen die zichzelf tot "fijnproevers" benoemen, omdat ze zelf boeken over antieke filosofen en middeleeuwse geschiedenis en technologische ontwikkelingen lezen, terwijl dat nu eenmaal geen gemakkelijk aan te leren smaken zijn. Mocht ik het nog mis hebben, en ik er met het verderlezen toch nog één van die absolute toppers in vindt waarvoor "iedereen" de inspanning zou moeten doen, dan laat ik het nog wel weten.

maandag 4 mei 2009

Hopelijk hebben de markten gelijk...

Het zal vreemd klinken van iemand die op de beurs de hele rit naar beneden heeft uitgezweet ("als je geschoren wordt moet je stilzitten"), maar ik vraag me echt af of we niet dringend een correctie nodig hebben.

De "dead cat bounce" post (1) is intussen ook alweer bijna twee maanden oud: "het steeg eens een weekje" en het koor stemmen dat voorspelde dat we al snel weer dieper gingen staan dan ooit klonk oorverdovend. Ik signaleer dat ik niet gezegd heb dat dat fout was, maar wel dat dat koor dat niet kon weten. Het koor had het mis, dus misschien is het interessant even stil te staan bij de vraag: wat is uiteindelijk "de markt"? De koersen die we dagelijks op het internet kunnen volgens zijn niet een soort Lotto waarmee je toevallig gewonnen of verloren hebt, of de uitdrukking van één of andere goddelijke beschikking, waarvan je maar kan hopen dat je in de prijzen valt. De koersen zijn wel de neerslag van het gedrag van al die mensen die kopen en verkopen.

Koersen die stijgen zoals ze nu stijgen - zoals ze maar zelden in de geschiedenis zullen gestegen zijn - suggereren (zeer sterk) dat er heel veel kopers zijn. Nota bene, midden in een economische crisis waarvan ik vrees dat de aankondigingen van verloren jobs nu pas zullen beginnen. Zo ontstaan toestanden waarbij er ineens alleen nog maar mensen zijn die aandelen hebben, en niemand die er nog meer wil, en zomaar opeens zijn er weer alleen nog maar verkopers, en helemaal geen kopers meer - en we zitten terug in januari 2,009 of september 2,008.

Natuurlijk, we hebben allemaal zo onze buik vol van de slogan "de markten hebben altijd gelijk" dat we niet meer op het idee komen dat ze wel eens... gelijk konden hebben. Dat gaat ongeveer zo. De markten hadden (bij hypothese) de vorige maanden ongelijk, toen ze de bankaandelen aan 5% van hun vroegere waarde verhandelden, en de rest min of meer meesleurden. Ze stopten een "faillissementspremie" (2) in de bankaandelen, en aangezien uiteindelijk maar een beperkt deel van de banken ook werkelijk fundamenteel scheef zit, was die premie veel te hoog. Dus het enige wat er nu gebeurt is dat de markten alsnog naar het punt gaan waar ze zonder de paniek al eerder moesten zijn: de banken zijn geen 100% waard van wat ze er twee jaar geleden voor wilden geven, maar (bijvoorbeeld) 40%. Dus zijn ze nu aan het stijgen van 5% naar 40%: op zich nog altijd een zeer zware crisis. Maar het verhaal neemt wel de nood weg aan een correctie; wat we zien is immers zelf een correctie, namelijk op de overdreven paniek.

Een andere manier om hetzelfde hoopvolle verhaal te vertellen zit in het verlengde van een post van een half jaar geleden (3), waarin het "vleesmoleneffect" beschreven stond. Als je als bank (en een hoop andere financiële instellingen) bepaalde verliezen te slikken krijgt, en je kan je kapitaal niet aanvullen (zoals het geval was, in deze crisis), dan zit er op een bepaald moment niets anders op dan je balans doen afnemen: "deleveraging" (4). Alleen was de hoeveelheid "deleveraging" die je nodig had een (groot) veelvoud van de hoeveelheid kapitaal die je had bijgetankt, indien je tenminste de kans had gekregen.

Kortom, er waren hopen spelers die moesten verkopen, letterlijk aan om het even welke prijs, zelfs als de banken nog maar 5% noteerden en ze ervan overtuigd waren dat ze 40% waard waren. Maar ze moesten verkopen omdat hun balans naar beneden moest, op zijn beurt omdat die te groot was in verhouding tot het overgebleven kapitaal.

Als je het verhaal zo uitdrukt is de huidige stijging - om niet te zeggen: explosie - niet zozeer een kwestie van enorm veel kopers, maar wel van enorm veel verkopers die er intussen niet meer zijn. Geen brave mensen zoals u en ik die de hele rit naar beneden hebben uitgezweet (en nu een tikje verbaasd weer naar boven drijven), maar integendeel al die gehaaide professionals waren de mensen die op het allerslechtste moment verkocht hebben, en het vermoedelijk zelf wisten ook. Maar de crisis liet hen werkelijk geen keus. En dat is inmiddels voorbij, en dus zijn er verhoudingsgewijs geen verkopers meer, en dus stijgen de koersen. Zonder dat we daarom al snel een correctie nodig hebben.

Ik hoop het. Er staan ons nog tsunami's aan slecht nieuws te wachten, voornamelijk in termen van jobs die verloren gaan en groeicijfers die negatief zullen zijn om u tegen te zeggen. Allemaal dingen die de koersen van "100" van twee jaar geleden linea recta naar "40" zouden sturen. Maar nu ze eerst zo ver zijn doorgezakt dat ze langs de "5" zijn gepasseerd zal de beurs op al dat slecht nieuws alleen maar reageren met nieuwe stijgingen richting "40". Hoop ik.

(BEL20 slot op 4 mei: 1,993.47; Dow Jones: 8,426.74)

----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/03/dead-cat-bounce.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/04/de-crisis-is-bezworen.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/nog-een-klein-facet-van-de.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/01/bc-en-ad.html

zondag 3 mei 2009

Het verschil tussen verleden en toekomst

Met een vriend ben ik in een uitwisseling terechtgekomen, zowel mail als IRL, over een onderwerp waar ik me gewoonlijk ver weg van hou: een mens moet zijn grenzen kennen. Dus durf ik wel eens filosoferen, steeds vervuld met gepaste bescheidenheid, over de principes van hedendaagse theorieën over ruimte en tijd. Maar de “onzekerheden” van de theorieën over elementaire deeltjes (de “Quantum” theorieën)... Brrrr!


Maar goed, het onderwerp kwam dus ter sprake. We beschouwen één of ander elementair deeltje – beeld je een extreem kleine tennisbal in, tijdens de wedstrijd tussen Proton en Neutron – en we willen weten, juist op het moment dat het zich boven het net bevindt, in welke richting het beweegt. Klinkt redelijk, nietwaar?


Maar alle experimenten rond elementaire deeltjes hebben uitgewezen dat het onmogelijk is om tegelijk te weten waar een deeltje zich bevindt, en hoe het beweegt. Dus kan je bijvoorbeeld meten waar het zich bevindt, maar het wordt op slag onmogelijk te weten waar het heen gaat. Of je kan meten wat voor baan het beschrijft (denk terug aan de tennisbal) maar het wordt op dat moment onmogelijk te weten waar het zich (voor een bepaald moment) precies bevindt. Als dat onredelijk klinkt, stel je dan gerust: de hele wereld, inclusief alle quantumfysici, vinden dat onredelijk, en ze hebben er geen flauw idee van waarom de wereld zich zo gedraagt. Maar nogmaals, alle experimenten die ooit geprobeerd zijn om deze “onzekerheden” te omzeilen zijn telkens weer stuk gelopen. En er zijn zéér listige pogingen ondernomen, door mensen die véél scherper waren, en zijn, dan jij en ik.


Eén van de mensen die zich gepassioneerd verzet heeft tegen die “onzekerheid”, en die naar best vermogen manieren heeft verzonnen om ze te doen verdwijnen, was Einstein zelf. Maar ondanks alle pogingen is de toestand, bijna 100 jaar later, zo dat de mensheid het resultaat aanvaardt: de onzekerheden zijn er nog steeds, en niemand weet waarom de natuur zich zo gedraagt. Het is allemaal heel nauwkeurig uit te rekenen in termen van probabiliteiten, en zonder deze theorieën zouden onze hedendaagse technologieën niet werken, maar waarom het allemaal zo is: geen kat die het weet.


Eén van de dingen die we dus alleen maar kunnen vaststellen is dat onze theorieën van een deeltje hoogstens kunnen weten waar het zich “ongeveer” bevindt, en hoe het “ongeveer” beweegt (in termen van waarschijnlijkheid). Steeds wanneer we het hebben over deeltjes op de zeer kleine schaal, natuurlijk, liefhebbers van artillerieduels hoeven zich geen zorgen te maken.


Nu kunnen we om iets te weten te komen niet alleen beredeneren (“theorieën”) maar ook waarnemen (“meten”). En als we willen waarnemen kunnen we doodeenvoudig kiezen of we willen weten waar het deeltje zich bevindt, dan wel wat voor baan het beschrijft. Zolang we maar goed voor ogen houden dat, eenmaal we de keus hebben gemaakt en uitgevoerd, de mogelijkheid om de andere keuze nog te maken onherroepelijk verloren is. Het gevolg is dat je het verhaal kan vertellen alsof het feit te meten de oorzaak is van het feit dat er opeens geen probabiliteiten meer in het spel zijn, maar zekerheden (bijvoorbeeld: je weet heel precies waar het deeltje zich bevindt) en onmogelijkheden (je kan nooit meer te weten komen wat voor baan het deeltje beschreef). Of ook: je weet niet langer "ongeveer" waar het deeltje zich bevindt, want je weet het (vermits je bent gaan kijken) nu heel precies. Maar je weet ook niet langer hoe het "ongeveer" beweegt, want (sinds je bent gaan kijken) heb je daar niet langer het flauwste idee van.


In onze conversatie vond de vriend echter dat een wereldbeeld waarin het bewustzijn (het feit iets waar te nemen), oorzaak was van eigenschappen van de realiteit (het vastleggen welke eigenschappen de waarnemer, of om het even wie op om het even welk moment in de tijd, nog kon meten of niet) geen erg realistisch wereldbeeld was. En hij was in goed gezelschap want na wat opzoeken liet hij me weten dat Feynman klaarblijkelijk dezelfde mening was toegedaan.


Nu probeer ik altijd alles beter te weten, maar zelfs ik aarzel als het over Feynman en de deeltjesfysica gaat. Laat ik gewoon in het achterhoofd houden dat hedendaagse auteurs (bijvoorbeeld: Brian Greene) de interpretatie met een bewustzijn dat de realiteit “schept” meegeven, temidden van een reeks mogelijke andere interpretaties, en er bij zegt dat de andere echt niet minder bizar zijn, om een waaier aan mogelijke redenen. Voor mij is dat niet eens wat me het meest trof. Wel schiet me hier een overeenkomst te binnen met een heel ander mysterie, en dat is het verschil tussen “heden” en “verleden”, waarover hier al eens eerder een post verscheen (1).


De manier om dat verschil te beschrijven was in die post de volgende: “We weten welke combinatie vorige week uitkwam in de lotto en we weten wie de verkiezing van 100 jaar geleden won. We herinneren ons vaag van wanneer de laatste overwinning van de Rode Duivels dateert en wanneer de dinosaurussen uitstierven en we weten wat de beurs de laatste honderd jaar gedaan heeft. We weten daarentegen niet (per analogie) wat volgende week de lotto zal winnen, wie de volgende president wordt etcetera. Er is een verschil tussen "verleden" en "toekomst"; een verschil dat tastbaar is door het verschil in kennis dat we over die twee hebben.”


Tussen de ene zone van de realiteit (“verleden”, waarvan we de details met zekerheid kennen en alle alternatieve mogelijkheden definitief uitgestorven zijn), en de andere (“toekomst”, waarvan geen enkel deel met zekerheid bekend is, omdat ze alleen in termen van grotere of kleinere probabiliteiten uit te drukken zijn), zat het “nu”. Het onderwerp hier is de parallel tussen dat verschil in de macroscopische (onze) wereld, en wat we net hebben gezien. In de microscopische wereld is het moment van de waarneming immers ook het moment waarop sommige probabiliteiten zomaar opeens in 100% zekerheid veranderen, en alle andere mogelijkheden terugvallen op 0%. Zeg nu zelf, dat doet denken aan hoe je, bijvoorbeeld, bij een studiekeuze een waaier aan mogelijkheden ziet open liggen, en zodra je een bepaalde weg bent ingeslagen een heel aantal richtingen ziet dicht gaan. Zoveel overeenkomst; het kan ongetwijfeld een geval van "oppervlakkige overeenstemming" zijn, maar er kan, wie weet, misschien ook wel een betekenis aan vastzitten.


Eén van de gevolgen is dat het probleem van onze conversatie opgelost raakt: "creëert" de waarneming de wereld? Tenminste denk ik niet dat iemand het “nu” de reden noemt waarom probabiliteiten veranderen in zekerheden, vermits “nu” alleen maar de naam is van het feit dat het gebeurt. Op dezelfde manier, misschien, kan ik vaststellen dat in de wereld van de elementaire deeltjes de “meting” of “de waarneming” het moment is waarop probabiliteiten in zekerheden veranderen, zonder dat ik hoef te beweren dat het één ook de oorzaak is van het ander?


Want wie ben ik, tenslotte, om te suggereren dat ik dit beter weet dan Feynman?


-------------------------------------------

(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/hoe-lang-duurt-het-nu.html

woensdag 29 april 2009

Boek: Econoshock, eerste indrukken

Bijgeleerd door eerdere baby-ervaringen terwijl er al een ukkepuk thuis is, waren mijn vrouw en ik vastbesloten tijdens de voorbije, hectische week rustpunten in te bouwen. Dus geen bezoek in de vroege namiddag, en tijdens haar middagslaapje had ik dan ook tijd om iets te eten. En toen ik op een dag mijn leesboek was vergeten en een Mechelse boekenwinkel binnenstapte, bewees zich maar weer de kracht van de naambekendheid, en even later kwam ik buiten met Econoshock van Geert Noels onder de arm.

Natuurlijk ben ik nu niet in een positie om een grondige analyse van een serieus boek te maken, maar ervaren boekenlezers hebben vaak al snel een fatsoenlijke opinie bij elkaar. Mij viel meteen een enorm "to the point" gevoel op, een bijna staccato brengen van de boodschap, op een manier die ik nog niet vaak gezien heb. Als je geschiedenis leest krijg je vaak de andere kant van het spectrum te zien, een heel verhalende stijl, maar grote namen als een Fernand Braudel halen er ook vaak prachtige resultaten mee. De ervaren lezer van Speels maar Serieus ziet natuurlijk meteen dat die "andere kant van het spectrum" ook mijn kant van het spectrum is (over de resultaten zullen we maar zedig zwijgen) maar dat hoeft helemaal geen grote probleem te veroorzaken. Integendeel vult de stijl van Econoshock iets op dat ikzelf in de vertelstijl als een grote leemte ervaar, en dat is het verschil tussen een anecdote en een statistiek.

Daarmee zitten we bij het tweede punt dat me onmiddellijk opvalt, namelijk de kaarten, grafieken en tabellen waarmee het hele boek geïllustreerd wordt. Iedereen kan met grote ogen prachtige verhalen vertellen, maar als je er "de cijfers" meteen bijgeeft loop je weinig kans te blijven steken in irrelevante aandachttrekkers. Je ziet de evolutie van de prijzen, of je krijgt de omvang van een relevante oppervlakte, uitgedrukt op een kaart van Eur-Afrika voor je ogen te zien.

Dat waren de twee factoren - naast die naambekendheid - die me in de winkel deden besluiten het boek te kopen. Intussen heb ik al wat zitten lezen in hoofdstukken die me interesseren, en bij wijze van meer concrete illustratie pik ik er enkele momenten uit de "fossiele brandstoffen" uit. Ik was erg geamuseerd te lezen over de "ironie" van het feit dat woestijnen de oppervlaktes bieden waar het oogsten van zonne-energie rendabel zou zijn; zodat de olieleveranciers van vandaag de zonneleveranciers van morgen zouden zijn. Ik heb het punt eens bijna letterlijk geschreven in een post van toen dit blog nog jong was (1), maar ik geef toe dat ik er geen kaartje heb bijgezet van hoe weinig Sahara oppervlak je nodig hebt om de hele hedendaagse wereld van electriciteit te voorzien. En toch was juist dat kaartje uit Econoshock iets waar ik een hele tijd heb naar zitten staren.

Maar kom, dat is een voor mezelf grappige anecdote, die niet voorbij het niveau van "ik heb het altijd wel gezegd" komt. In datzelfde hoofdstuk komt ook één van die momenten waarbij ik hoofdschuddend zit te denken van "daar had ik nu eens nooit aan gedacht". We hebben dan al bladzijden en bladzijden analyses over alternatieve energiebronnen achter de kiezen, telkens met voor- en nadelen, en er komt geen magische oplossing in zicht... en dan ineens krijg je dit:

"We weten allemaal dat Amerikaanse auto's 50% meer verbruiken dan Europese. Als ze een voorbeeld aan Europa nemen, zouden de Amerikanen 8 tot 12 miljard vaten per dag besparen. De grootste oliebron ter wereld ligt dus in Detroit, en ze is makkelijk te ontginnen."

Kijk... Zeg nu zelf. "De grootste oliebron ter wereld ligt in Detroit"; ik zal de uitdrukking niet vlug vergeten.

Stilaan ga je misschien denken dat ik een nieuwe bijbel heb gevonden. Dat kunnen wij, gediplomeerde dwarsliggers, natuurlijk niet hebben! Snel naar een punt dat ikzelf heel anders zie! Aan het begin van dat hoofdstuk over energie schrijft Geert dat toegang tot (efficiënte) energie een soort voorspeller is voor welke samenlevingen voor bepaalde periodes de dominante beschavingen zullen zijn. Nu heb ik op dit blog al vaak gezegd dat ik dezelfde vraag tot heel andere factoren reduceer (2). Voor mij waren de voorspellende factoren voor wie de dominante beschaving zal zijn (a) de bevolkingsgrootte en (b) de economische productiviteit per hoofd van de samenleving in kwestie. Als ik dan het zeer plausibele idee van Econoshock vergelijk met mijn opinie, dan denk ik: zeker, natuurlijk zal de beschaving met de meest efficiënte energiebron de meest dominante beschaving zijn, maar dat blijft maar een afgeleide van de factoren "grootte" en "productiviteit". Immers, een heel klein land zou onrealistisch ver voorop moeten zijn in zijn energie om er de wereld mee te domineren. Terwijl landen met honderden miljoenen inwoners en alle olie of uranium(of wat dan ook) van de wereld, maar met een doodarme en onproductieve bevolking, niet meer het verschil zullen kunnen maken dan pakweg het Nigeria van het jaar 2,000.

Stof voor discussie, ongetwijfeld, en zo zullen er meer staan in het boek, dat ik nu eenmaal nog lang niet helemaal gelezen heb. Maar nu ik zo eens heb gesnuffeld aan mijn aankoop kan ik toch een eerste indruk formuleren: het ziet er zeer interessant uit, het lijkt op verschillende momenten het verstand en de verbeelding te prikkelen, en ik hoop zeker de tijd te vinden om er verder in te lezen. Een goed begin.

----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/06/speels-indien-serieus-zich-onthouden.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/07/europa-tussen-britannia-en-bokrijk.html

maandag 27 april 2009

Vaderinstinct

Maar goed dat we hetzelfde meegemaakt hebben met de (toenmalige) baby's Sarah en Thomas, of we zouden ons nog ongerust maken. Baby Simon is zo absoluut rustig dat je er schrik van zou krijgen: is dat kind nog wel normaal? Men heeft u gezegd dat alle baby's huilen, maar ik zeg u dat baby Simon niet huilt. Als het etenstijd is gaan zijn oogjes wijd open en ligt hij te spartelen met zijn knuistjes en zijn voetjes, en zijn "eh-eh-eh" (helemaal zijn zus, destijds) klinkt nadrukkelijk, maar huilen? De dag dat hij geboren werd, verder één keer twee dagen later, en voor de rest, niks, noppes, nada, nul. Hij is op een woensdagochtend geboren en het is nu maandagavond: twee keer gehuild; twee (2) keer.

Het speelt je op een eigenaardige manier parten. Misschien als vlug terzijde meegeven dat de windstilte hier van de laatste dagen te wijten is aan de knaller van de verkoudheid die begonnen is vrijdag, en die me heel het weekend slapeloze nachten bezorgde - en als je nog eens terugkijkt naar het lijstje taken uit de vorige post; waarmee een vader van twee ukken wordt geconfronteerd als zijn vrouw net een derde heeft gekregen... Er was echt geen energie meer over. Zelfs niet met de kindjes die opgevangen werden door een zeer bereidwillige familie.

Hoe dan ook, er speelde zich de volgende scène af. Ik zat op een rustig moment bij baby Simon en zijn mama, toen de laatste telefoon kreeg van een vriendin. Snatersnatersnater, natuurlijk, en ineens betrap ik mezelf er op dat ik de kamer ben buitengewandeld en al een eind de gang ben ingelopen. En dat had helemaal niets te maken met verveling bij al die "girltalk". Ik was integendeel die gang opgewandeld met de mentale gedrevenheid van iemand met een Plan. Restte nog de vraag te weten te komen wat dat plan dan precies was, want verder dan mijn onderbewustzijn was het duidelijk niet gekomen.

Maar het was helemaal geen diep verborgen plan. Op de gang klonk het typische gekrijs van borelingen, met lange uithalen en veel meer energie dan je van zo'n klein lijfje zou verwachten. En ikzelf, zoals altijd verzonken in Zeer Diepzinnige Gedachten (maar die jammer genoeg Te Briljant zijn om Ooit door de rest van de wereld Begrepen te Worden), maar met naast mij een pasgeboren zoon die in zijn bakske ligt te slapen, was door dat onderbewustzijn op mijn voeten gezet en de gang opgestuurd. De baby moest getroost worden! Je denkt toch niet, zei mijn onderbewustzijn op de sarcastische toon waar mijn onderbewustzijn zo goed in is, dat je vader kan worden en je vervolgens niets aantrekken van babygekrijs?

En dus stond ik daar zomaar ineens midden in de gang van de kraamafdeling, een man met een plan, maar zonder object om dat plan op af te reageren. Baby Simon sliep, en hij hield dat vol tot het weer etenstijd was. Elke dag opnieuw. Daar sta je dan met je vaderinstinct.

Geluk bij een ongeluk, dus, toen ik vandaag kleuter Sarah op de speelplaats met een zeer bedremmeld gezichtje op mij zag afkomen, en bleek dat ze lelijk gevallen was, en allebei haar knietjes helemaal opengeschramd waren. En zo kon papa al zijn koesterende warmte toch nog kwijt, zoals een ster die het geluk heeft dat één van haar planeten leven heeft ontwikkeld, zodat ze haar stralen niet voor niets de ruimte instuurt...

vrijdag 24 april 2009

Kleuter Sarah en Peuter Thomas en Baby Simon

Peuter Thomas is het gezinslid dat er het meest onwezenlijk bijloopt, deze dagen. De ene grootmoeder zit vol belangstelling te praten met haar dochter, terwijl de andere glunderend het babietje vasthoudt. Kleuter Sarah prutst snaterend een stoel tussen haarzelf en de baby en gaat er op staan en brengt iedereen aan het lachen met haar snedige commentaren. De twee grootvaders staan druk met elkaar te praten en papa overschouwt het allemaal met de blik van een adelaar: hij is tenslotte degene die het hele gebeuren in gang heeft gezet.

En peuter Thomas steekt met grote oogjes en een sip gezichtje zijn twee armpjes de lucht in, en er is niemand die hem pakt.

OK, OK, ik geef het toe, jullie weten immers toch al allemaal wat voor peperkoeken hartje dit groot bakkes heeft, dus natuurlijk had papa het wel gezien - hoe had ik het anders kunnen schrijven? - en natuurlijk heeft papa toen peuter Thomas gepakt en de lucht in gestoken; maar toch blijft het een definiërende scène. Peuter Thomas komt nog altijd niet verder dan het uitbrengen van een paar woordjes, doorgaans half vermoord, en je kan hem ook nog niet uitleggen dat zijn mama verschillende dagen in het ziekenhuis ligt. En dus dwaalt hij door alle vertrekken en vraagt overal "mama"? "Mama"? En het enige wat je als papa kan doen is hem zo goed mogelijk zijn normaal ochtend- en avondritueel geven, zodat er voor hem in deze chaotische tijden, waarin grote delen van het universum zelf aan het verkruimelen zijn, toch nog enkele eilanden van stabiliteit overblijven.

Kleuter Sarah daarentegen geniet van alle aandacht die haar status van grote zus met zich meebrengt. "Vandaag vond ik het heel leuk op school" zegt ze 's avonds zuchtend in de auto. En dat is niet moeilijk, want de hele eerste kleuterklas heeft de hele dag gewerkt aan een machtig kunstwerk. Een enorme tekening van een baby, geïnspireerd ingekleurd in diverse tinten geel en groen en rood en blauw, en waarbij duchtig is geëxperimenteerd rond antieke conventies waarin, bijvoorbeeld, mensen binnen de lijntjes moesten kleuren. Ook staan er wel twintig afdrukken in van kleurige vlekken in dikke verf, en die allemaal ongeveer het formaat hebben van kleuterhandjes. Al die aandacht voor haar broertje: van kleuter Sarah mogen er nog veel babietjes bijkomen.

Maar wat een werkschema! Opstaan om 07.00 uur, wassen, scheren en de rest, kleuter Sarah die uit haar kamer komt en informeert "waar is oma?", proberen te overtuigen kleedjes aan te trekken, wil niet, nogmaals proberen (tanden poetsen), wil weer niet, bubbubbubbubbubbu... klinkt het uit de kamer van peuter Thomas (sokken aantrekken) inpraten op kleuter Sarah, wil nog altijd niet, vlug flesje maken voor peuter Thomas, kleuter Sarah wil nog altijd niet, flesje op, Met kleuter Sarah naar de kleerkast, er weer weg om peuter Thomas van bij het trapgat weg te halen, tegenstribbelende kleuter aankleden, melk uitschenken, boterhammetje smeren met confituur, peuter aankleden, schoentjes aantrekken, boterhammetje smeren, appel schillen voor kleuter op school, boterhammetjes smeren voor ditto, drinkbus vullen voor ditto, koekje in brooddoos voor ditto (gisteren vergeten, "ma' ik was niet erg boos op jou, hoor, papa") luiertjes voor peuter in de tas, jasjes aan, tassen de auto in, peuter ook, kleuter ook, peuter afzetten in crèche met geboortepaashaasjes, kleuter afzetten in school, 09.00 uur terug thuis, papa ook boke eten, drukker bellen terwijl ik de koffie maak, mama in het ziekenhuis bellen terwijl ik de ijskast opentrek, naar ziekenhuis, vanuit de parking direct naar de drukker, 20 minuten stappen heen en terug, naar bakker voor de geboortepaashaasjes, aankomst in ziekenhuis, dag mama, dag Simon, hoeveel weegt hij vandaag? Kaartjes schrijven, baby verluieren, water halen, even rusten voor het middageten, nog kaartjes schrijven kleuter Sarah van school afhalen, peuter Thomas van crèche afhalen, erwtensoep opwarmen en te eten geven, peuter niet genoeg: flesje melk, jasjes terug aan, naar ziekenhuis, file, met peuter op de arm en kleuter aan het handje en een grote tas met flesjes en speeltjes door de garage en de liften en de gangen naar de kamer van mama (néé, Thomas! Afblijven Saartje"...)

Uimmm, het is op dat punt ongeveer zestien uur; de lezer gelooft het zo ook wel, zeker?

Intussen ligt het voorwerp van zoveel drukte zalig te slapen in zijn bedje. Het lijkt er op dat wij mensen zijn die onredelijk veel geluk hebben. Ik weet het, "prijs de dag niet voor het avond is", maar toch. Zowel kleuter Sarah als peuter Thomas kwamen ter wereld als zéér rustige babies, die de jaren daarna zeer goed sliepen, zelden ziek waren, je kent dat. Baby Simon kwam ter wereld terwijl hij een sireen opzette alsof hij vond dat er iets aan te kondigen viel, maar (echt waar) zodra hij in onze handen lag, tussen mama en papa in, werd hij heel rustig, en sindsdien, 60 uur later, schijnt hij te vinden dat er niets bijzonders meer is gebeurd in de kosmos: stilte bij baby Simon (behalve smakken als hij zijn melkske drinkt, en een boerke, natuurlijk).

En zo drijven wij verder door die heel bijzondere dagen, die zo snel voorbij zijn en die zich toch zo in je geheugen griffen, dat je er tientallen jaren later aan terugdenkt alsof het gisteren gebeurd was. En wie weet, wie weet, of het die dagen niet zal helpen als er ergens op het internet postjes staan over Kleuter Sarah en Peuter Thomas en Baby Simon?

woensdag 22 april 2009

Een nieuwe lente! Nieuw leven! Panta Rhei!

Ik heb me wel eens afgevraagd of er tussen de niet-ingewijde lezers enkele waren die hier destijds, bijna een half jaar geleden, een kleine dubbelzinnigheid hebben opgevangen. Het gebeurde in de post die vertelde hoe baby Thomas niet langer een baby was:

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/11/baby-thomas-is-niet-langer-een-baby.html


De kleine dubbelzinnigheid zat in de staart. Die staart luidde:

"Intussen is baby Thomas toch maar peuter Thomas. We wensen peuter Thomas veel succes in de wereld van de peuters, en bedenken weemoedig dat we nu wel een peutertje en een kleutertje hebben, maar geen babytje meer. Maar ja, zoals de oude Grieken al zeiden, "panta rhei", niets blijft zoals het is..."

Het idee was natuurlijk dat baby's nu eenmaal geen baby's blijven, en als de formule "panta Rhei" van toepassing is, dan is dat omdat de baby intussen een peuter is geworden, terwijl de (vorige) peuter intussen al een flinke kleuter is, enzovoort. Dat gaat nu eenmaal zo in het leven...

Maar er is een tweede reden waarom mensen die "niet langer" een baby'tje hebben aan "panta rhei" kunnen denken. Ja, en de lezer die destijds niets vermoedde krijgt nu een tweede kans door snel een blik op de "tag" onderaan te werpen, waar hij zou verwachten "kleuter Sarah en peuter Thomas" te zien staan.

Nieuw leven dus! Het is hier inderdaad weer "B-day" (1)! En de "B" staat nog steeds voor "baby"! Simon Robeys, 3 kilo en 530 gram, en 53 centimeter. Moeder, kleuter, peuter en baby stellen het goed. Ook de papa stelt verwonderd vast dat de derde baby al even rustig en tevreden is als zijn twee voorgangers. En mooi, natuurlijk, heel mooi.

En baby Simon zelf? Die kijkt er nu al naar uit om met zijn deel van de aandacht van Speels maar Serieus aan de haal te gaan...

--------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/06/b-day-de-tweede-al.html