Lezer Raf wilde graag een illustratie (1) bij mijn opmerking uit de vorige post, als zouden we een goed idee hebben van de reden waarom homoseksualiteit evolutionair kan blijven bestaan. Dat biedt de gelegenheid een concept mee te geven - ik zal het hier "evolutionaire calculus" noemen - dat samen met het begrip "natuurlijke selectie" (2) ons begrip van het evolutieproces met sprongen vooruit helpt.
Neem aan dat de leden van een soort gemiddeld 10 nakomelingen krijgen. Om het simpel te maken zeggen we dat ze er ofwel 9, ofwel 11 hebben, en dat dat verschil ligt aan een gen (simplificatie, maar het gaat enkel om de logica, niet de inhoud). Verder voeren we een Malthusiaanse conditie in, dat wil zeggen, we nemen aan dat de populatie constant blijft (populaties tenderen naar het niveau waar de ecologie ze nog net kan dragen, dus we nemen eigenlijk gewoon aan dat we een populatie in een normale toestand bekijken).
Als 100 individuen gemiddeld 10 nakomelingen krijgen zijn er 1,000 kuikens. Als de populatie constant op 100 moet blijven, dan bereikt slechts 10% de volwassen leeftijd, om zelf gemiddeld 10 nakomelingen te krijgen. Omdat we het over lange looptijden hebben nemen we aan de probabiliteit om die leeftijd te bereiken gemiddeld verdeeld is, dus het hangt niet af van de vraag of je 9 dan wel 11 nakomelingen hebt. In dat geval kunnen we ons afvragen wat er gebeurt met een populatie van 100, die ofwel een 9, of een 11 gen hebben, indien dat gen in het begin gelijk verdeeld is.
Dus: gen 11: 50 leden
Dus gen 9: 50 leden
wordt na één generatie:
gen 11: 55 leden
gen 9: 45 leden
en dat wordt na 2 generaties:
gen 11: 60 leden
gen 9: 40 leden
En zo kan je doorgaan, en van een begin waar de twee genen gelijk verdeeld zijn, maar na 2 generaties al op een 60/40 verdeling zijn teruggevallen, zie je het aandeel van de "gen 11" leden verder oplopen naar steeds hogere percentages. Op een bepaald moment is het aandeel van de "gen 9" zo teruggelopen, dat een kans van 90% om alle kuikens met dat gen te elimineren ze ook werkelijk elimineert. En als er in die generatie toch nog enkele doorspartelen, dan raken ze de volgende generatie wel geëilimineerd, en anders is het de daaropvolgende.
Als een gen tot steriliteit leidt, dan duurt het 1 generatie voor de individuen met dat gen geen nakomelingen meer hebben. Als een gen alleen maar een cijfermatige handicap zoals dit voorbeeld meebrengt, dan duurt het niet één, maar ongeveer 7 of 8 generaties voor de laagst scorende geëlimineerd raakt. Het is de basis van Darwinisme: een differentiëel reproductiesucces, of (in mensentaal) verschillende individuen hebben verschillende aantallen nakomelingen. Combineer dat met de andere elementen van "natuurlijke selectie", laat er deze "evolutionaire calculus" op los, en de rest is simpele wiskunde. Die vertelt je dat genetische oorzaken van "minder nakomelingen" (dan individuen zonder dat gen zouden hebben) na voldoende generaties uitgeselecteerd raken.
Nu passen we dat toe op homoseksualiteit. Op het eerste zicht is een "gen voor homoseksualiteit" iets als steriliteit: als je het hebt, kan je het niet doorgeven. Dus verdwijnt het onmiddellijk. En elk meer complex verhaal dat je maar zou kunnen verzinnen, zodat het toch een tijdje kan meedrijven, zal op de lange duur tenonder gaan in de evolutionaire calculus: als het niet "nu" verdwijnt, dan zal het binnen X aantal generaties zijn. Voorbeelden van dat "meer complex verhaal" kunnen zijn dat het misschien van meerdere genen afhangt, of dat er niet-genetische factoren in het spel zijn, of dat homoseksualiteit zelden zwart-wit voorkomt en vaker uit een zekere mate van "biseksualiteit" bestaat, of whatever. Hoe het ook zit, als het "alleen maar" tot minder nakomelingen leidt, dan is het alleen maar een kwestie van aantal generaties voor het tot geen nakomelingen leidt.
En het punt is, homoseksualiteit is fris en vrolijk onder ons, al die miljoenen jaren lang. Daaruit volgt dat het kenmerk, of erfelijke factoren die het gedrag in die richting sturen, ook positieve gevolgen moeten hebben op de kans op nakomelingschap - vermits de evolutionaire calculus het anders al lang had doen verdwijnen.
Daarmee hebben we Rafs vraag in zijn kader geplaatst. We moeten op zoek naar wat die positieve gevolgen kunnen zijn. Een eerste "tantalizing hint" volgt uit die verhalen over de Griekse oorlogen, zoals we die (in een commentaar bij) een vorige post hebben gezien (3). De Griekse phalanxen deden vaak beroep op homoseksuele relaties tussen de hoplieten, die des te gemotiveerder waren om hun plaats in de rij niet op te geven, naarmate ze daarmee partners beschermden, waarmee ze emotioneel betrokken waren. In twee woorden, homoseksualiteit biedt in sommige omstandigheden een voordeel bij het overleven, en wie overleeft heeft meer kansen op extra nakomelingen dan iemand die dood is. Dit maakt natuurlijk geen verschil wanneer het om een zwart-wit gedrag gaat. Maar als het om een gedrag gaat dat in vele vormen bestaat, dan kan een gen dat homoseksuele voorkeuren toelaat, maar heteroseksuele contacten niet belet, zeker gunstige effecten hebben. Bijvoorbeeld, in omstandigheden waarin sociale structuren belangrijk zijn.
Zoals ik zei, dit is niet meer dan een hint, die een richting aanwijst, en de uitdaging is nog steeds uit te zoeken of die richting iets oplevert. Maar laten we dan even teruggrijpen naar het dierenrijk. Onze naaste neven, de bonobo's, hebben een hechtere familiaal/sociale structuur dan onze andere naaste neven, de chimpansees. EN alle bonobo's zijn biseksueel. Het is zo dat bonobo's elkaar, ongeacht het geslacht (en zelfs de leeftijd) van de partners, beurten geven zoals wij elkaar de hand drukken of op zakenlunch gaan. En het is ook zo dat ze daarmee aanzienlijke resultaten bereiken in termen van het bewaren van de sociale vrede, het reduceren van spanningen binnen de groep, en het kalmeren van vijandige groepen die in het woud op elkaar stoten. Elk van die dingen kunnen we vergelijken met het gedrag van chimpansees, die ook een zekere mate van biseksualiteit vertonen, maar in veel mindere mate, en waar de spanningen en het geweld veel hoger oplopen (4). Ik signaleer terzijde dat iemand als Freud vond dat wij mensen seksueel veel te veel repressie ondergingen.
"Make love, not war", het is echt niet alleen een slogan die op dit moment gelegen komt om eens goed om te gniffelen.
We zijn, natuurlijk, al lang weer voorbij het punt waar ik veel meer dan amateurkennis kan voorleggen. De verzameling weetjes hierboven komt uit de verslagen in de popularizerende literatuur die de wetenschappers van hun onderzoek maken - en waar ze dit soort dingen wel schrijven, maar véél voorzichtiger dan ik hier op dit blog doe. Hoe dan ook, met deze disclaimer, ziedaar mijn "korte uitleg" aan Raf.
--------------------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/jan-klssendorf-filosoof.html#comments
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten-3.html
OF: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/socratische-dialoog-met-poedels.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/epaminondas.html
(4) Wrangham en Peterson, Demonic Males, Apes and The Origins of Human Violence (1997).
"once help is assured to such an extent that it is apt to reduce individuals' efforts, it seems an obvious corollary to compel them to insure (or otherwise provide) against those common hazards of life." (F.A. Hayek, The Constitution of Liberty, hoofdstuk 19, over een mandaat tot verplichte ziekteverzekering)
vrijdag 22 december 2006
donderdag 21 december 2006
Science Fiction als Bron van Moraalfilosofie!
Ivan Janssens geeft het goede voorbeeld:
http://www.ivanjanssens.be/dutch/artikel.asp?link=170
Kijk, dat vind ik nu echt hartverwarmend. Nu heb ik al enkele keren geprobeerd om hier enkele stukjes uit een "Star Trek" -achtig universum te posten (1), en van het ene moment op het ander geeft Ivan daar een filosofische betekenis aan! Dat lucht op, ik denk dat ik er nog eentje bij ga maken :-)
Maar alle gekheid op een stokje. Heb je er wel eens bij stilgestaan, zegt Ivan, dat een "universum" als Star Trek mensen vertoont die personen kunnen "up beamen" en ruimteschepen sneller dan licht kunnen doen reizen, maar dat ze geen voorwerpen onzichtbaar kunnen maken? Terwijl dat laatste toch eigenlijk een veel simpeler uitdaging is?
Eerst een terzijde. Als je het zelf geprobeerd hebt krijg je al snel oog voor kleine literaire trucjes zoals het volgende. De Sneller Dan Licht technologie en het "beam me up" zijn in wezen één en hetzelfde, nietwaar? Natuurlijk, het één wordt toegepast op een gigantisch ruimteschip, en het ander op veel kleinere mensen. En het één gaat gepaard met een "bzzzggh" geluid bij het beeld, en het andere met "prrrroooeeeiinkkkk", en... nu heb je twee verschillende technologieën in je verhaal!
Dit idee is belangrijk om in het achterhoofd te houden, om Ivans verdere vragen te beantwoorden. Namelijk hoopt hij dat de afwezigheid van een simpele technologie terwijl wij, de mensheid, al veel beter kunnen, neerkomt op het uitdragen van een hoogstaande morele standaard. Wij, mensen, zeggen we in onze succesrijke fantasieën, kruipen niet weg achter een "cloaking device" om van daaruit in de rug te steken. Wij zijn diplomaten en ontdekkingsreizigers, en als we moeten vechten, bij Jingo, dan hebben we de schepen ook.
En ik zou er haast een depressie bij krijgen. Want in mijn unversum, moet ik opbiechten, is er wèl een "cloaking device". Ik zal zelfs niet op het blog om een naam moeten komen bedelen, want die is er al: het heet duistering. De lezer herkent meteen de etymologische afkomst van "verduistering", waarbij de neologiserende ingreep de betekenis naar "vermomming", "verdwijning" moet duidelijk maken.
Maar na het stukje van Ivan begon ik te vrezen dat mijn universum niet alleen iets minder populair is dan dat van Star Trek, maar ook een stuk minder moreel hoogstaand.
Haal evenwel opnieuw dat stukje in het achterhoofd van daarnet naar boven. Heel verschillend uiziende dingen kunnen uiteindelijk gebaseerd zijn op één enkel achterliggend idee. Zijn wij werkelijk schepselen die met een open vizier vechten, en er niet aan zouden denken om vanuit een verborgen positie de vijand neer te steken? Neem nu een kruiser die vanuit een oceaan Tomahawk raketten afvuurt, op een land dat, nadat je even doorvraagt, in belangrijke mate doelwit blijkt te zijn omdat het niet kan antwoorden. Zeker, bij het begin van de vijandelijkheden verneem je alleen maar wat voor bedreiging dat land wel was, maar als je even doorvraagt over de vraag waarom landen die met hun WMD's staan te zwaaien nooit aangevallen worden, dan krijg je na een tijdje al de mededeling dat die veel te gevaarlijk zijn.
Kortom, ik geloof eigenlijk niet veel van die hoogstaande morele standaard. Ik denk dat speerwerpers en boogschutters een reactie waren op de phalanx (heel ruw gesproken, hoor), juist omdat je daarmee het geweld door het karkas van de vijand kon spijkeren zonder je zelf al teveel te moeten blootstellen. En musketten versus ridders, idem. Vliegtuigen versus tanks, same. En kruisraketten versus dictators, ditto.
En zo zal het volgens mij ook zijn met de duistering uit mijn universum. Ik heb al een paar ideeën, maar daar staat niets van op papier, dus voor heel binnenkort zal het niet zijn. Maar ik kan nu al aankondigen dat het niet achterbakser zal zijn dan een soort die vanop duizend kilometers afstand kruisraketten afvuurt op een land dat niet kan terugschieten.
---------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/06/speels-indien-serieus-zich-onthouden.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/speels-en-een-tikje-serieus-de.html
En: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/een-bruikbaar-nederlands-woord-voor.html
http://www.ivanjanssens.be/dutch/artikel.asp?link=170
Kijk, dat vind ik nu echt hartverwarmend. Nu heb ik al enkele keren geprobeerd om hier enkele stukjes uit een "Star Trek" -achtig universum te posten (1), en van het ene moment op het ander geeft Ivan daar een filosofische betekenis aan! Dat lucht op, ik denk dat ik er nog eentje bij ga maken :-)
Maar alle gekheid op een stokje. Heb je er wel eens bij stilgestaan, zegt Ivan, dat een "universum" als Star Trek mensen vertoont die personen kunnen "up beamen" en ruimteschepen sneller dan licht kunnen doen reizen, maar dat ze geen voorwerpen onzichtbaar kunnen maken? Terwijl dat laatste toch eigenlijk een veel simpeler uitdaging is?
Eerst een terzijde. Als je het zelf geprobeerd hebt krijg je al snel oog voor kleine literaire trucjes zoals het volgende. De Sneller Dan Licht technologie en het "beam me up" zijn in wezen één en hetzelfde, nietwaar? Natuurlijk, het één wordt toegepast op een gigantisch ruimteschip, en het ander op veel kleinere mensen. En het één gaat gepaard met een "bzzzggh" geluid bij het beeld, en het andere met "prrrroooeeeiinkkkk", en... nu heb je twee verschillende technologieën in je verhaal!
Dit idee is belangrijk om in het achterhoofd te houden, om Ivans verdere vragen te beantwoorden. Namelijk hoopt hij dat de afwezigheid van een simpele technologie terwijl wij, de mensheid, al veel beter kunnen, neerkomt op het uitdragen van een hoogstaande morele standaard. Wij, mensen, zeggen we in onze succesrijke fantasieën, kruipen niet weg achter een "cloaking device" om van daaruit in de rug te steken. Wij zijn diplomaten en ontdekkingsreizigers, en als we moeten vechten, bij Jingo, dan hebben we de schepen ook.
En ik zou er haast een depressie bij krijgen. Want in mijn unversum, moet ik opbiechten, is er wèl een "cloaking device". Ik zal zelfs niet op het blog om een naam moeten komen bedelen, want die is er al: het heet duistering. De lezer herkent meteen de etymologische afkomst van "verduistering", waarbij de neologiserende ingreep de betekenis naar "vermomming", "verdwijning" moet duidelijk maken.
Maar na het stukje van Ivan begon ik te vrezen dat mijn universum niet alleen iets minder populair is dan dat van Star Trek, maar ook een stuk minder moreel hoogstaand.
Haal evenwel opnieuw dat stukje in het achterhoofd van daarnet naar boven. Heel verschillend uiziende dingen kunnen uiteindelijk gebaseerd zijn op één enkel achterliggend idee. Zijn wij werkelijk schepselen die met een open vizier vechten, en er niet aan zouden denken om vanuit een verborgen positie de vijand neer te steken? Neem nu een kruiser die vanuit een oceaan Tomahawk raketten afvuurt, op een land dat, nadat je even doorvraagt, in belangrijke mate doelwit blijkt te zijn omdat het niet kan antwoorden. Zeker, bij het begin van de vijandelijkheden verneem je alleen maar wat voor bedreiging dat land wel was, maar als je even doorvraagt over de vraag waarom landen die met hun WMD's staan te zwaaien nooit aangevallen worden, dan krijg je na een tijdje al de mededeling dat die veel te gevaarlijk zijn.
Kortom, ik geloof eigenlijk niet veel van die hoogstaande morele standaard. Ik denk dat speerwerpers en boogschutters een reactie waren op de phalanx (heel ruw gesproken, hoor), juist omdat je daarmee het geweld door het karkas van de vijand kon spijkeren zonder je zelf al teveel te moeten blootstellen. En musketten versus ridders, idem. Vliegtuigen versus tanks, same. En kruisraketten versus dictators, ditto.
En zo zal het volgens mij ook zijn met de duistering uit mijn universum. Ik heb al een paar ideeën, maar daar staat niets van op papier, dus voor heel binnenkort zal het niet zijn. Maar ik kan nu al aankondigen dat het niet achterbakser zal zijn dan een soort die vanop duizend kilometers afstand kruisraketten afvuurt op een land dat niet kan terugschieten.
---------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/06/speels-indien-serieus-zich-onthouden.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/speels-en-een-tikje-serieus-de.html
En: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/een-bruikbaar-nederlands-woord-voor.html
Jan Klüssendorf, filosoof
De Standaard laat vandaag de filosoof Jan Klüssendorf aan het woord. Het gaat over de uitspraken van Gérard Bodiféé over homoseksualiteit. Er staan veel juiste dingen in het artikel van Jan Klüssendorf. Bijvoorbeeld dat het woord "abnormaal" kan betekenen dat het niet overeenkomt met de "norm"; een puur mathematische realiteit, die maakt dat mensen van, pakweg, twee meter lang ook "abnormaal" zijn. Ze zijn immers in een zeer kleine minderheid.
Ook de vergelijking met (zijn eigen) linkshandigheid is goed gevonden. Linkshandigen zijn "abnormaal"! Slechts 10% van de mensheid is linkshandig! Wat kan nog beter dan dit voorbeeld illustreren dat de term "abnormaal" alleen maar op een mathematische, en niets dan een mathematische realiteit wijst? En dan die bewonderenswaardige conclusie. Natuurlijk kunnen holebi's kinderen adopteren, want vergeet niet, die kindjes zitten als wees al in de ellende, en de aangeboden opvang door gemotiveerde zielen telt heus veel en veel meer dan het ingebeeld moreel bederf van de pleegouders.
Al die dingen zouden nog veel meer tot hun recht komen als de filosoof had vermeden zijn ideeën te willen uitdrukken in termen van "evolutie", en zelfs de "wetten van Darwin". Want dat levert alleen maar twee ongewenste effecten op. Het eerste effect is dat het toch weer een niet-mathematische betekenis voor het woord "abnormaal" binnensmokkelt. "De natuur heeft de neiging afwijkingen te verstoten"; dat soort dingen. Zomaar opeens! Slechts één paragraaf na die wijze inzichten dat de term hoogstens in zijn mathematische betekenis bruikbaar is, gooit de evolutietheorie roet in het eten!
Hoewel. Nuance. Dat is het tweede ongewenste effect. Aan deze tekst kan heel de wereld zien dat er een heel, heel groot verschil is tussen wat de evolutietheorie zegt, en wat filosoof Jan Klüssendorf denkt dat de evolutietheorie zegt. En op zich is daar niets mis mee! Sterker nog, het is heel normaal. Niemand wordt geboren met kennis van de grote theorieën van de mensheid, we moeten ze allemaal aanleren. En verder kan iedereen heel gemakkelijk in de valstrik trappen, waarbij hij denkt dat er weinig tot geen verschil is tussen een beschrijvende consequentie van de evolutietheorie (zeg: "alle leven op aarde, inclusief de mens, stamt af van één enkel oorspronkelijk ontstaan van leven"), en de theorie zelf.
Terwijl, als je dat verschil wel kent (en opnieuw, dat is alleen maar zo omdat je dat eerst bestudeerd hebt, en er is niets minderwaardigs aan mensen die dat niet gedaan hebben), dan zit je een beetje zuur te kijken bij uitspraken als "homoseksualiteit is een evolutionair foutje", omdat, bijvoorbeeld, "seksualiteit vervult de rol van het instandhouden van de soort" (1). Zeker, dat is iets waarvan heel veel mensen, waaronder sommige filosofen, denken dat het uit de evolutietheorie volgt. Terwijl de waarheid is dat het letterlijk tegendeel wel niet honderd percent waar is, maar er toch veel dichter bij ligt.
Als er al een "wet van Darwin bestaat", dan is het de puur statistische waarheid dat kenmerken die tegelijk erfelijk zijn en een gunstig effect hebben op de kans op nakomelingschap, met het verstrijken van de generaties meer zullen voorkomen. En daarmee heb je het werkelijk gehad. Ofwel beïnvloedt een erfelijk kenmerk die kans ongunstig, en dan zal het met de tijd verdwijnen, ofwel is die invloed gunstig, en dan zal het kenmerk frequenter gaan voorkomen, of hoogstens is het neutraal en dan kan het meedrijven op de stroom - maar daarmee zijn alle mogelijkheden uitgeput. En daarmee zijn er geen "foutjes" in het spel. Wat daar het dichtste bijkomt is een kenmerk dat de kans op nakomelingschap negatief beïnvloedt.
Maar misschien zal men op verveelde toon iets zeggen als "jajaja, dat bedoelde ik heus wel, hoor". Alleen, zelfs als we dat (heel ruimdenkend) aannemen, dan is het nog niet goed genoeg. Het begrip "foutje" impliceert al een model waaraan het had moeten beantwoorden. Maar het enige wat er in de natuur voorkomt zijn individuen, en geen Platoonse modellen. En de enige vraag is of, en hoeveel, nakomelingen die individuen hebben. Dat is opnieuw een puur mathematische realiteit, en niet iets dat je in termen van "foutjes" kan uitdrukken. Bijvoorbeeld. Als een kenmerk maakt dat een individu geen nakomelingen kan krijgen, dan duurt het één generatie voor dat bepaalde kenmerk niet meer wordt doorgegeven (let wel, dat belet niet dat een gelijkaardige conditie nog bij andere indviduen kan opduiken - maar het zal op zijn beurt niet worden doorgegeven). Maar mocht een kenmerk maken dat een individu slechts één nakomeling kan krijgen, dan is het eveneens een kwestie van tijd, zij het iets meer tijd, voor ook dat kenmerk voor de bijl gaat. In een wereld waarin iedereen gemiddeld 10 nakomelingen krijgt zal het een hoop tijd kosten, maar een kenmerk dat je tot 9 individuen beperkt raakt er na een tijd uitgezift.
Betekent dan dat al die dingen "foutjes" zijn? Ja? Zeker weten? Immers, voor elk kenmerk dat je maar kan verzinnen, hoe krachtig, esthetisch, efficiënt of whatever ook, geldt dat het altijd een "foutje" zal zijn, omdat kenmerken die toelaten één nakomeling meer te krijgen het er na een zekere duur zullen uitgooien. Dat is een puur logisch-mathematische "reductie tot het absurde" van de poging om "resulteert in geen nakomelingen" als "foutje" te herinterpreteren: voor elk getal kan je een groter getal opnoemen.
Maar ook de levende realiteit zelf toont hoe absurd dat is. Immers, de realiteit is haast nooit zo zwart-wit. Ook homoseksualiteit is iets dat voorkomt in een brede waaier aan gradaties, van puur honderd percent, via "biseksueel" tot bijna niet. En het simpele feit dat het nog steeds bestaat toont volgens dezelfde logica - die beweerde dat het eigenlijk een "Darwinistische afwijking" is - juist aan dat het een extra voordeel moet opleveren! Immers, via de seksualiteit zal het zich beslist niet in méér nakomelingen vertalen, wel integendeel. Maar als daarmee het verhaal gedaan was, dan was het de simpele berekening van daarnet dat het al niet meer zou bestaan. En het bestaat toch nog, ergo...
Klopt deze logisch-mathematische redenering? Wel, ja, het klopt inderdaad, en we weten dan ook vrij goed waarom homoseksualiteit een gunstig effect heeft - maar dat is hier het punt niet en het voert wat ver voor één blogpostje. Het punt is wel dat Jan Klüssendorf een veel betere tekst had geschreven indien hij alle verwijzingen naar Darwinisme had laten vallen. Het is begrijpelijk dat iemand probeert een intellectuele basis te geven aan zijn opinies, maar dan moeten de conclusies wel kloppen, natuurlijk. En met zijn lezing van de theorie is dat niet zo. Zodat we aan het einde van een dappere poging meemaken dat een tekst die beweert geen waardeoordeel te willen invoeren, prompt een waardeoordeel invoert: "foutje"; "de natuur verstoot afwijkingen", en dergelijke meer. Jammer van de vele juiste opmerkingen en conclusies.
--------------------------------------------------
(1) Er is heel veel geschreven over de denkfout die aan de grondslag ligt van ideeën als “het behoud van de soort”, alsook de moeizame weg tot het juiste inzicht. Gewoon enkele voorbeelde zoals ik ze me min of meer uit het blote hoofd herinner:
Axelrod, The Evolution of Cooperation, 1984, (1990)
Dawkins, The Selfish Gene, 1976 (1989)
Maynard Smith, The Theory of Evolution, 1958, (1995)
Wilson, On Human Nature, 1978, 1995
Williams, Plan & Purpose in Nature, 1996
Ook de vergelijking met (zijn eigen) linkshandigheid is goed gevonden. Linkshandigen zijn "abnormaal"! Slechts 10% van de mensheid is linkshandig! Wat kan nog beter dan dit voorbeeld illustreren dat de term "abnormaal" alleen maar op een mathematische, en niets dan een mathematische realiteit wijst? En dan die bewonderenswaardige conclusie. Natuurlijk kunnen holebi's kinderen adopteren, want vergeet niet, die kindjes zitten als wees al in de ellende, en de aangeboden opvang door gemotiveerde zielen telt heus veel en veel meer dan het ingebeeld moreel bederf van de pleegouders.
Al die dingen zouden nog veel meer tot hun recht komen als de filosoof had vermeden zijn ideeën te willen uitdrukken in termen van "evolutie", en zelfs de "wetten van Darwin". Want dat levert alleen maar twee ongewenste effecten op. Het eerste effect is dat het toch weer een niet-mathematische betekenis voor het woord "abnormaal" binnensmokkelt. "De natuur heeft de neiging afwijkingen te verstoten"; dat soort dingen. Zomaar opeens! Slechts één paragraaf na die wijze inzichten dat de term hoogstens in zijn mathematische betekenis bruikbaar is, gooit de evolutietheorie roet in het eten!
Hoewel. Nuance. Dat is het tweede ongewenste effect. Aan deze tekst kan heel de wereld zien dat er een heel, heel groot verschil is tussen wat de evolutietheorie zegt, en wat filosoof Jan Klüssendorf denkt dat de evolutietheorie zegt. En op zich is daar niets mis mee! Sterker nog, het is heel normaal. Niemand wordt geboren met kennis van de grote theorieën van de mensheid, we moeten ze allemaal aanleren. En verder kan iedereen heel gemakkelijk in de valstrik trappen, waarbij hij denkt dat er weinig tot geen verschil is tussen een beschrijvende consequentie van de evolutietheorie (zeg: "alle leven op aarde, inclusief de mens, stamt af van één enkel oorspronkelijk ontstaan van leven"), en de theorie zelf.
Terwijl, als je dat verschil wel kent (en opnieuw, dat is alleen maar zo omdat je dat eerst bestudeerd hebt, en er is niets minderwaardigs aan mensen die dat niet gedaan hebben), dan zit je een beetje zuur te kijken bij uitspraken als "homoseksualiteit is een evolutionair foutje", omdat, bijvoorbeeld, "seksualiteit vervult de rol van het instandhouden van de soort" (1). Zeker, dat is iets waarvan heel veel mensen, waaronder sommige filosofen, denken dat het uit de evolutietheorie volgt. Terwijl de waarheid is dat het letterlijk tegendeel wel niet honderd percent waar is, maar er toch veel dichter bij ligt.
Als er al een "wet van Darwin bestaat", dan is het de puur statistische waarheid dat kenmerken die tegelijk erfelijk zijn en een gunstig effect hebben op de kans op nakomelingschap, met het verstrijken van de generaties meer zullen voorkomen. En daarmee heb je het werkelijk gehad. Ofwel beïnvloedt een erfelijk kenmerk die kans ongunstig, en dan zal het met de tijd verdwijnen, ofwel is die invloed gunstig, en dan zal het kenmerk frequenter gaan voorkomen, of hoogstens is het neutraal en dan kan het meedrijven op de stroom - maar daarmee zijn alle mogelijkheden uitgeput. En daarmee zijn er geen "foutjes" in het spel. Wat daar het dichtste bijkomt is een kenmerk dat de kans op nakomelingschap negatief beïnvloedt.
Maar misschien zal men op verveelde toon iets zeggen als "jajaja, dat bedoelde ik heus wel, hoor". Alleen, zelfs als we dat (heel ruimdenkend) aannemen, dan is het nog niet goed genoeg. Het begrip "foutje" impliceert al een model waaraan het had moeten beantwoorden. Maar het enige wat er in de natuur voorkomt zijn individuen, en geen Platoonse modellen. En de enige vraag is of, en hoeveel, nakomelingen die individuen hebben. Dat is opnieuw een puur mathematische realiteit, en niet iets dat je in termen van "foutjes" kan uitdrukken. Bijvoorbeeld. Als een kenmerk maakt dat een individu geen nakomelingen kan krijgen, dan duurt het één generatie voor dat bepaalde kenmerk niet meer wordt doorgegeven (let wel, dat belet niet dat een gelijkaardige conditie nog bij andere indviduen kan opduiken - maar het zal op zijn beurt niet worden doorgegeven). Maar mocht een kenmerk maken dat een individu slechts één nakomeling kan krijgen, dan is het eveneens een kwestie van tijd, zij het iets meer tijd, voor ook dat kenmerk voor de bijl gaat. In een wereld waarin iedereen gemiddeld 10 nakomelingen krijgt zal het een hoop tijd kosten, maar een kenmerk dat je tot 9 individuen beperkt raakt er na een tijd uitgezift.
Betekent dan dat al die dingen "foutjes" zijn? Ja? Zeker weten? Immers, voor elk kenmerk dat je maar kan verzinnen, hoe krachtig, esthetisch, efficiënt of whatever ook, geldt dat het altijd een "foutje" zal zijn, omdat kenmerken die toelaten één nakomeling meer te krijgen het er na een zekere duur zullen uitgooien. Dat is een puur logisch-mathematische "reductie tot het absurde" van de poging om "resulteert in geen nakomelingen" als "foutje" te herinterpreteren: voor elk getal kan je een groter getal opnoemen.
Maar ook de levende realiteit zelf toont hoe absurd dat is. Immers, de realiteit is haast nooit zo zwart-wit. Ook homoseksualiteit is iets dat voorkomt in een brede waaier aan gradaties, van puur honderd percent, via "biseksueel" tot bijna niet. En het simpele feit dat het nog steeds bestaat toont volgens dezelfde logica - die beweerde dat het eigenlijk een "Darwinistische afwijking" is - juist aan dat het een extra voordeel moet opleveren! Immers, via de seksualiteit zal het zich beslist niet in méér nakomelingen vertalen, wel integendeel. Maar als daarmee het verhaal gedaan was, dan was het de simpele berekening van daarnet dat het al niet meer zou bestaan. En het bestaat toch nog, ergo...
Klopt deze logisch-mathematische redenering? Wel, ja, het klopt inderdaad, en we weten dan ook vrij goed waarom homoseksualiteit een gunstig effect heeft - maar dat is hier het punt niet en het voert wat ver voor één blogpostje. Het punt is wel dat Jan Klüssendorf een veel betere tekst had geschreven indien hij alle verwijzingen naar Darwinisme had laten vallen. Het is begrijpelijk dat iemand probeert een intellectuele basis te geven aan zijn opinies, maar dan moeten de conclusies wel kloppen, natuurlijk. En met zijn lezing van de theorie is dat niet zo. Zodat we aan het einde van een dappere poging meemaken dat een tekst die beweert geen waardeoordeel te willen invoeren, prompt een waardeoordeel invoert: "foutje"; "de natuur verstoot afwijkingen", en dergelijke meer. Jammer van de vele juiste opmerkingen en conclusies.
--------------------------------------------------
(1) Er is heel veel geschreven over de denkfout die aan de grondslag ligt van ideeën als “het behoud van de soort”, alsook de moeizame weg tot het juiste inzicht. Gewoon enkele voorbeelde zoals ik ze me min of meer uit het blote hoofd herinner:
Axelrod, The Evolution of Cooperation, 1984, (1990)
Dawkins, The Selfish Gene, 1976 (1989)
Maynard Smith, The Theory of Evolution, 1958, (1995)
Wilson, On Human Nature, 1978, 1995
Williams, Plan & Purpose in Nature, 1996
woensdag 20 december 2006
300 miljoen euro (een peulschil)
Vandaag staat in de krant dat de ontslagpremies bij VW Vorst zullen oplopen tot een totale kost voor het bedrijf van 300 miljoen euro. Daarvan zal ongeveer de helft verdwijnen in de diepe zakken van de Belgische staat (waarna dat geld met de bekende bekwaamheid zal beheerd worden door onze alfmannetjes – maar dit terzijde).
Het punt is, ik weet er niet direct concrete voorbeelden van staan, dus ik kan het mis hebben, maar... Ik zou gezworen hebben dat ik mensen heb zien jammeren over de negatieve gevolgen daarvan, de hoge kosten van dat soort bedragen, die zouden maken dat bedrijven wel twee keer zullen nadenken voor ze nog in België zullen investeren - dat soort dingen. (“Ze zullen meer verdienen door thuis te blijven dan zij die blijven werken!”)
Laat me even stilstaan bij deze desnoods ingebeelde standpunten. Ik moet ineens terugdenken aan de tijd toen ik posts schreef over de topsalarissen van geparkeerde politici en hoge ambtenaren en sommige bedrijfsleiders (1). Vaak lees ik dat dat allemaal wel degelijk gerechtvaardigd is, en helemààl niet exorbitant, omdat dat maar kleine fracties zijn van de toegevoegde waarde die de managers zelf hebben gerealizeerd; omdat de emolumenten (die mensen kan je toch niet gewoon een “loon” laten verdienen zoals iedereen, dat moeten toch minstens “emolumenten” zijn?) “in overeenstemming zijn met de markt”, en nog veel meer van dat soort zaken.
Bijvoorbeeld! Een collega herinnert me er aan dat de topman van Disney 300 miljoen dollar heeft gekregen, bij zijn vertrek. Ik herinner me dat de topman van Bankers Trust, toen het destijds werd overgenomen, 100 mio dollar ontving, om op te stappen. Vaak horen we van bonussen van tientallen miljoenen euro, voor mensen die tenminste blijven zitten, en waarvan we vernemen dat ze die bedragen wel degelijk “verdiend” hebben.
En het is allemaal “marktconform”, natuurlijk.
(Maar hoe weten we dat het marktconform is? Omdat iemand het betaald heeft. En waarom betaalt iemand dat soort bedragen? Omdat het marktconform is...)
Nu moet je weten dat de neo-liberaal in mij zowat op het punt is dat hij de scheldterm “marktfundamentalist” zou gaan overnemen als geuzennaam. Maar daarbij moeten we natuurlijk wel een beetje serieus blijven. Om de redenen die ik uitleg in de posts in de voetnoot zijn er maar weinig dingen die volgens deze “marktfundamentalist” nog minder met markten te zien hebben, dan het onder elkaar bedisselen van dit soort vergoedingen door mensen die tenslotte gewoon zichzelf aan het betalen zijn. En dat brengt me bij enkele concrete overwegingen.
Bij VW zelf, bijvoorbeeld, denk ik dat we de tien, of misschien twintig, hoogste salarissen kunnen bij elkaar tellen, en dat we al niet ver meer zullen af zijn van de 300 mio euro die ze nu betalen voor de ontslagen. En als ze bereid, en in staat, zijn om dat soort bedragen neer te leggen als vergoeding aan zichzelf, elk jaar opnieuw, waarom moeten we dan geloven dat het investeringsklimaat wordt vermoord als ze dat eenmalig aan de werknemers uitkeren? En als uit het simpele feit dat ze die bedragen aan zichzelf betalen blijkt dat zoveel geld de waarde is van hun bijdrage aan het bedrijf, waarom blijkt dan uit het simpele feit dat ze dat geld aan de ontslagen werknemers betalen niet dat dat de waarde is van het aan de deur zetten van die werknemers? Of ook: als die mensen dat soort bedragen betalen omwille van de sociale vrede, dan kan ik volgens dezelfde logica die al die topsalarissen goedpraat toch alleen maar concluderen dat de waarde van de sociale vrede zoveel geld waard is?
Natuurlijk, je kan opwerpen dat al dat geld in werkelijkheid niet gebaseerd is op “markconformiteit”, en dat zonder “de chantage door de vakbonden” nooit zoveel geld op tafel had gelegen. En eerlijk gezegd zou ik dat ook wel durven verdedigen. Maar laten we zoals ik vroeg even serieus blijven. Als ik me moet laten wijsmaken, en vervolgens met stalen gezicht moet napraten, dat de topsalarissen van de topbedrijven “marktconform” tot stand gekomen zijn, dan kan je niet verwachten dat ik twee minuten later heftig protesteer tegen de vergoedingen die door de vakbonden worden afgedwongen. Ik ben geen politicus, ik maak zelf geen enkele kans op soortgelijke topbenoemingen en ik hoef dus niemand naar de mond te praten. Ik kan pleiten voor intellectuele hygiëne! Mijn voorstel is (onder voorbehoud dat ik me aan het begin van deze post niet heb misrekend in ordes van grootte van de betrokken bedragen): de vergoedingen bij VW zijn erg hoog omdat ze bepaald niet op marktconforme wijze zijn tot stand gekomen, zoals de vergoedingen van geparkeerde politici en binnenskamers benoemde picanolachtigen erg hoog zijn, omdat ze niet op marktconforme manier tot stand zijn gekomen.
Ugh ("ik heb gezegd").
---------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/h-ik-was-actueel.html EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/een-postje-voor-een-politieker.html
Het punt is, ik weet er niet direct concrete voorbeelden van staan, dus ik kan het mis hebben, maar... Ik zou gezworen hebben dat ik mensen heb zien jammeren over de negatieve gevolgen daarvan, de hoge kosten van dat soort bedragen, die zouden maken dat bedrijven wel twee keer zullen nadenken voor ze nog in België zullen investeren - dat soort dingen. (“Ze zullen meer verdienen door thuis te blijven dan zij die blijven werken!”)
Laat me even stilstaan bij deze desnoods ingebeelde standpunten. Ik moet ineens terugdenken aan de tijd toen ik posts schreef over de topsalarissen van geparkeerde politici en hoge ambtenaren en sommige bedrijfsleiders (1). Vaak lees ik dat dat allemaal wel degelijk gerechtvaardigd is, en helemààl niet exorbitant, omdat dat maar kleine fracties zijn van de toegevoegde waarde die de managers zelf hebben gerealizeerd; omdat de emolumenten (die mensen kan je toch niet gewoon een “loon” laten verdienen zoals iedereen, dat moeten toch minstens “emolumenten” zijn?) “in overeenstemming zijn met de markt”, en nog veel meer van dat soort zaken.
Bijvoorbeeld! Een collega herinnert me er aan dat de topman van Disney 300 miljoen dollar heeft gekregen, bij zijn vertrek. Ik herinner me dat de topman van Bankers Trust, toen het destijds werd overgenomen, 100 mio dollar ontving, om op te stappen. Vaak horen we van bonussen van tientallen miljoenen euro, voor mensen die tenminste blijven zitten, en waarvan we vernemen dat ze die bedragen wel degelijk “verdiend” hebben.
En het is allemaal “marktconform”, natuurlijk.
(Maar hoe weten we dat het marktconform is? Omdat iemand het betaald heeft. En waarom betaalt iemand dat soort bedragen? Omdat het marktconform is...)
Nu moet je weten dat de neo-liberaal in mij zowat op het punt is dat hij de scheldterm “marktfundamentalist” zou gaan overnemen als geuzennaam. Maar daarbij moeten we natuurlijk wel een beetje serieus blijven. Om de redenen die ik uitleg in de posts in de voetnoot zijn er maar weinig dingen die volgens deze “marktfundamentalist” nog minder met markten te zien hebben, dan het onder elkaar bedisselen van dit soort vergoedingen door mensen die tenslotte gewoon zichzelf aan het betalen zijn. En dat brengt me bij enkele concrete overwegingen.
Bij VW zelf, bijvoorbeeld, denk ik dat we de tien, of misschien twintig, hoogste salarissen kunnen bij elkaar tellen, en dat we al niet ver meer zullen af zijn van de 300 mio euro die ze nu betalen voor de ontslagen. En als ze bereid, en in staat, zijn om dat soort bedragen neer te leggen als vergoeding aan zichzelf, elk jaar opnieuw, waarom moeten we dan geloven dat het investeringsklimaat wordt vermoord als ze dat eenmalig aan de werknemers uitkeren? En als uit het simpele feit dat ze die bedragen aan zichzelf betalen blijkt dat zoveel geld de waarde is van hun bijdrage aan het bedrijf, waarom blijkt dan uit het simpele feit dat ze dat geld aan de ontslagen werknemers betalen niet dat dat de waarde is van het aan de deur zetten van die werknemers? Of ook: als die mensen dat soort bedragen betalen omwille van de sociale vrede, dan kan ik volgens dezelfde logica die al die topsalarissen goedpraat toch alleen maar concluderen dat de waarde van de sociale vrede zoveel geld waard is?
Natuurlijk, je kan opwerpen dat al dat geld in werkelijkheid niet gebaseerd is op “markconformiteit”, en dat zonder “de chantage door de vakbonden” nooit zoveel geld op tafel had gelegen. En eerlijk gezegd zou ik dat ook wel durven verdedigen. Maar laten we zoals ik vroeg even serieus blijven. Als ik me moet laten wijsmaken, en vervolgens met stalen gezicht moet napraten, dat de topsalarissen van de topbedrijven “marktconform” tot stand gekomen zijn, dan kan je niet verwachten dat ik twee minuten later heftig protesteer tegen de vergoedingen die door de vakbonden worden afgedwongen. Ik ben geen politicus, ik maak zelf geen enkele kans op soortgelijke topbenoemingen en ik hoef dus niemand naar de mond te praten. Ik kan pleiten voor intellectuele hygiëne! Mijn voorstel is (onder voorbehoud dat ik me aan het begin van deze post niet heb misrekend in ordes van grootte van de betrokken bedragen): de vergoedingen bij VW zijn erg hoog omdat ze bepaald niet op marktconforme wijze zijn tot stand gekomen, zoals de vergoedingen van geparkeerde politici en binnenskamers benoemde picanolachtigen erg hoog zijn, omdat ze niet op marktconforme manier tot stand zijn gekomen.
Ugh ("ik heb gezegd").
---------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/h-ik-was-actueel.html EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/een-postje-voor-een-politieker.html
dinsdag 19 december 2006
Stokje
Luc Van Braekel heeft me in zijn post http://lvb.net/item/4042 een “stokje” doorgegeven. “Een stokje is een (meestal persoonlijke) vraag die bloggers beantwoorden en vervolgens aan andere bloggers doorgeven” luidt zijn woordje uitleg daarbij. De vraag is deze keer “vijf dingen die je nog niet van me wist”. En aangezien de blog-wensen van LVB - die me zowat als eerste in zijn blogroll opnam, en me een maand geleden op zijn blog één van zijn favoriete blogs noemde: aantal lezers sindsdien vervijfvoudigd – mij een bevel zijn, graaf ik wanhopig in mijn eenvoudig bestaan, op zoek naar iets dat de moeite waard is.
Vijf dingen die je nog niet van me wist:
1. Als illustratie van hoe het “speels” uit de titel van mijn blog ook “serieus” (yesss!) is, denk ik nog vaak met heimwee terug aan hoe ik destijds een enthousiast AD&D speler was; “Advanced Dungeons & Dragons”. Héél simpel uitgelegd is het een spel dat een soort wereld als “Lord of the Rings” van Tolkien probeert te evoceren, en waarbij de deelnemers zelf op avontuur gaan, schatten vinden, draken verslaan, veel cocacola en rode wijn drinken, en chocolade en nootjes eten, en experience points verzamelen. Ik denk nog met veel plezier terug aan mijn magiër van het negende niveau. Met ons soort attitude stelde dat echt iets voor, heel veel uren – zeg gerust: dagen - van “avonturieren”. En bij ons geen wandelende kerstbomen vol toverstokken en magische voorwerpen; ik was al heel blij met mijn permanent lichtgevende bol. En ja, op het negende niveau kon zo’n magiër toch al eens flink uithalen. Overigens was ik ook een aanvaardbare Dungeon Master; tenminste, de mensen vroegen toch geregeld wanneer ik de volgende sessie plande.
2. Aan de andere kant van dat spectrum, waar mijn hyperserieuze interesses tegelijk toch speels blijven, kan ik een aardig potje schaken. Ergens in mijn studententijd zat ik in de Belgische competitie aan het derde bord in derde afdeling, en ik haalde er 7 uit 9. Dat was niet om er wereldkampioen mee te worden, maar ik kende toch het verschil tussen een loper en een paard. Later raakte ik schaken wel volledig beu, en ben ik gaan bridge spelen. Alweer, het enthousiasme was groter dan het talent, maar de eerste beginselen heb ik toch onder de knie gekregen. Als ik zou kunnen zou ik er direct terug aan beginnen.
3. Als kind en middelbare scholier ben ik altijd een ramp, de schande van de familie geweest. Zowel mijn oudere broer als mijn jongere zus werden me geregeld, oh, niet veel vaker dan vijf keer per week, voorgehouden als voorbeeld. Om eerlijk te zijn, ik voerde ook geen klap uit, en wat veel erger was, ik had er ook geen enkel idee van dat het nodig was een klap uit te voeren. Het gevolg was dat al die preken alleen maar irriterend en contraproductief waren. Hebt u ook zo’n puber die u alleen maar geeuwend aanstaart als u hem op het belang van een goed rapport wijst? Bespaar hem/haar al die moeite. Als het al een effect heeft, dan is het alleen dat het zijn/haar geestelijk ontwaken vertraagt. En als het uiteindelijk niet vanzelf goed komt, geloof me gerust dat het niet een hoop extra preken zijn die daaraan iets hadden kunnen verhelpen.
En ik ben uiteindelijk toch ook nog een nogal tamelijk serieuze mens geworden, nietwaar?
4. Tijdens de Aziëcrisis van 1997/1998 was ik al een ervaren commerciëel dealer in de wisselmarkten, die destijds voor één van de grootste banken van de wereld werkte. (Technische specificatie voor kenners. Ik heb destijds opties verhandeld, werkelijk gequoteerd en afgesloten, met een vol van 200; twee – hon – derd. Dat is een “normaalverdeling” die er ongeveer als een horizontale lijn uitziet.) Het verschil tussen wat ik met mijn eigen ogen van die crisis heb gezien, en wat een bepaald soort links daarvan maakte – “de financiële markten hebben de crisis veroorzaakt” – was destijds één van de dingen die maakte dat ik erg actief werd in de internetdebatten van usenet.
5. Eén van mijn grootste frustraties is dat ik absoluut niks te zoeken heb op feestjes. Je kent waarschijnlijk ook wel van die heel cerebrale types. Z(w)e kunnen er echt niets aan doen, het is geen kwade wil, en elke attitude waarbij z(w)e lijken neer te kijken op het gemeen volk is alleen maar een facade waarachter z(w)e hun onvermogen om zich te amuseren een rationalisering proberen te geven. Verwacht niet van ze dat ze zich kunnen/zullen/zouden moeten gedragen als iedereen! Probeer niet ze bij het gesprek te betrekken! Je maakt ze alleen maar depressiever bij het idee dat er blijkbaar nog interessante mensen zijn ook, terwijl ze door die g*&ç§%@($e muziek niet eens in staat zijn er een stom woord mee uit te wisselen. Het enige wat je voor ze kan doen is ze van een goed excuus voorzien zodat ze naar huis mogen, of, veel beter nog, ervoor zorgen dat ze niet hoeven te gaan. Geloof me. Echt.
Ziezo. Het stokje wil ik nu doorgeven aan Endorfien: http://www.endorfien.com/ . Ze màg, natuurlijk, in derde persoon enkelvoud antwoorden, maar ik wil haar er toch voorzichtig op wijzen dat het nu wel een hele tijd zal duren voor ik haar site nog op het werk zal durven openen.
Vijf dingen die je nog niet van me wist:
1. Als illustratie van hoe het “speels” uit de titel van mijn blog ook “serieus” (yesss!) is, denk ik nog vaak met heimwee terug aan hoe ik destijds een enthousiast AD&D speler was; “Advanced Dungeons & Dragons”. Héél simpel uitgelegd is het een spel dat een soort wereld als “Lord of the Rings” van Tolkien probeert te evoceren, en waarbij de deelnemers zelf op avontuur gaan, schatten vinden, draken verslaan, veel cocacola en rode wijn drinken, en chocolade en nootjes eten, en experience points verzamelen. Ik denk nog met veel plezier terug aan mijn magiër van het negende niveau. Met ons soort attitude stelde dat echt iets voor, heel veel uren – zeg gerust: dagen - van “avonturieren”. En bij ons geen wandelende kerstbomen vol toverstokken en magische voorwerpen; ik was al heel blij met mijn permanent lichtgevende bol. En ja, op het negende niveau kon zo’n magiër toch al eens flink uithalen. Overigens was ik ook een aanvaardbare Dungeon Master; tenminste, de mensen vroegen toch geregeld wanneer ik de volgende sessie plande.
2. Aan de andere kant van dat spectrum, waar mijn hyperserieuze interesses tegelijk toch speels blijven, kan ik een aardig potje schaken. Ergens in mijn studententijd zat ik in de Belgische competitie aan het derde bord in derde afdeling, en ik haalde er 7 uit 9. Dat was niet om er wereldkampioen mee te worden, maar ik kende toch het verschil tussen een loper en een paard. Later raakte ik schaken wel volledig beu, en ben ik gaan bridge spelen. Alweer, het enthousiasme was groter dan het talent, maar de eerste beginselen heb ik toch onder de knie gekregen. Als ik zou kunnen zou ik er direct terug aan beginnen.
3. Als kind en middelbare scholier ben ik altijd een ramp, de schande van de familie geweest. Zowel mijn oudere broer als mijn jongere zus werden me geregeld, oh, niet veel vaker dan vijf keer per week, voorgehouden als voorbeeld. Om eerlijk te zijn, ik voerde ook geen klap uit, en wat veel erger was, ik had er ook geen enkel idee van dat het nodig was een klap uit te voeren. Het gevolg was dat al die preken alleen maar irriterend en contraproductief waren. Hebt u ook zo’n puber die u alleen maar geeuwend aanstaart als u hem op het belang van een goed rapport wijst? Bespaar hem/haar al die moeite. Als het al een effect heeft, dan is het alleen dat het zijn/haar geestelijk ontwaken vertraagt. En als het uiteindelijk niet vanzelf goed komt, geloof me gerust dat het niet een hoop extra preken zijn die daaraan iets hadden kunnen verhelpen.
En ik ben uiteindelijk toch ook nog een nogal tamelijk serieuze mens geworden, nietwaar?
4. Tijdens de Aziëcrisis van 1997/1998 was ik al een ervaren commerciëel dealer in de wisselmarkten, die destijds voor één van de grootste banken van de wereld werkte. (Technische specificatie voor kenners. Ik heb destijds opties verhandeld, werkelijk gequoteerd en afgesloten, met een vol van 200; twee – hon – derd. Dat is een “normaalverdeling” die er ongeveer als een horizontale lijn uitziet.) Het verschil tussen wat ik met mijn eigen ogen van die crisis heb gezien, en wat een bepaald soort links daarvan maakte – “de financiële markten hebben de crisis veroorzaakt” – was destijds één van de dingen die maakte dat ik erg actief werd in de internetdebatten van usenet.
5. Eén van mijn grootste frustraties is dat ik absoluut niks te zoeken heb op feestjes. Je kent waarschijnlijk ook wel van die heel cerebrale types. Z(w)e kunnen er echt niets aan doen, het is geen kwade wil, en elke attitude waarbij z(w)e lijken neer te kijken op het gemeen volk is alleen maar een facade waarachter z(w)e hun onvermogen om zich te amuseren een rationalisering proberen te geven. Verwacht niet van ze dat ze zich kunnen/zullen/zouden moeten gedragen als iedereen! Probeer niet ze bij het gesprek te betrekken! Je maakt ze alleen maar depressiever bij het idee dat er blijkbaar nog interessante mensen zijn ook, terwijl ze door die g*&ç§%@($e muziek niet eens in staat zijn er een stom woord mee uit te wisselen. Het enige wat je voor ze kan doen is ze van een goed excuus voorzien zodat ze naar huis mogen, of, veel beter nog, ervoor zorgen dat ze niet hoeven te gaan. Geloof me. Echt.
Ziezo. Het stokje wil ik nu doorgeven aan Endorfien: http://www.endorfien.com/ . Ze màg, natuurlijk, in derde persoon enkelvoud antwoorden, maar ik wil haar er toch voorzichtig op wijzen dat het nu wel een hele tijd zal duren voor ik haar site nog op het werk zal durven openen.
De "Historische Jezus"
Lezer Axxyanus vraagt zich af (1) wie we toch bedoelen met die “historische Jezus” waar iedereen het altijd over heeft. Dat is een uitstekende vraag, en wel juist omdat we haar zo vaak over het hoofd zien. Laat me proberen te specifiëren.
De verhalen over Jezus zijn in onze Westerse beschaving zo welbekend, dat ze kunnen dienen als “de basis van onze samenleving”, of onze moraal, of inspiratie voor kunst, tot en met sprookjesboek voor kinderen. Aangezien het om een geloof gaat, in de zin van een religie; een godsdienst, gaan die verhalen altijd vergezeld van een status, van een aanspraak op waarheid, waar de hardste wetenschappen alleen maar van kunnen dromen.
Dat maakt dat mensen zich kunnen afvragen of die verhalen ook werkelijk waar zijn. Bestond er werkelijk een figuur die al die dingen heeft meegemaakt, inclusief de verrijzenis na de dood, zoals beschreven in de verhalen? De ruzies die daarover haast onmiddellijk ontstaan gaan over het feit dat die vraag vaak in wit-zwart tegenstellingen uitmondt. Ofwel heeft hij niet eens bestaan, en dan is dat meteen een bron van leedvermaak voor zij die de godsdienst geen warm hart toedragen. Ofwel heeft hij wel bestaan, maar dan, zegt Axxyanus, zit je voor je het weet ook opgescheept met al die mirakels en andere uitdrijvingen van demonen.
Dus wordt de vraag: “wat betekent dat, ‘heeft echt bestaan’?”. Ik heb ooit wel geweten dat iemand beweerde dat de evangeliën letterlijk waar waren, tot en met het detail dat de joden verantwoordelijk zijn voor de kruisdood (!), omdat er ooit een Yeshua gekruisigd was, door één of andere obscure secte die wel degelijk deze straf toepaste, in 200 voor Christus.
Dat is dus niet goed genoeg. Maar aan de andere kant is het aannemen van het verhaal, inclusief alle absurditeiten, laat staan de mirakels en de verrijzenis, iets dat teveel gevraagd is van een fatsoenlijk mens. En toch hoeft dat niet te betekenen dat “Jezus nooit heeft bestaan”, nietwaar?
Laat me een analogie nemen. In de negentiende eeuw heeft de professionele wereld van de archeologen eens goed gelachen met een zekere Schliemann, die gewapend met de teksten van Homeros op zoek ging naar de plaats waar Troje lag. Je weet wel, die plaats waar Grieken en Trojanen, daarbij geholpen door goden als Apollo, Ares en Pallas Athena, het tien jaar lang uitgevochten hebben. Hahaha, goden hebben immers helemaal niet meegevochten, en dus was dat allemaal een mythe, hahahahaha!
Gevolgd door Schliemann die trots de vindplaats van het Troje dat door de Mykeners in de as was gelegd kon aankondigen.
Wat is er nodig, vraagt Axxyanus zich af, opdat we zouden zeggen dat “Jezus echt (sic) bestaan heeft”? Mensen als Charles Vergeer komen heus niet tot die conclusie omdat ze graag de mirakels naar binnen willen smokkelen. Zonder helemaal van buiten te weten wat precies de argumenten van Vergeer waren, denk ik dat we de analogie met Troje kunnen handhaven. Wanneer dergelijke verhalen zo vaak verteld en herverteld worden, dan raken ze met de tijd natuurlijk sterk aangedikt, maar dan kunnen ze toch altijd wel een kern van waarheid bewaren. Welke stukken van die kern kunnen we nog proberen te benaderen? Welke kennis over de concrete historische omstandigheden hebben we? Welke elementen uit het verhaal zouden goed kloppen met die historische omstandigheden, als we ze tenminste niet te letterlijk nemen?
Op die manier krijg je voorbeelden, niet twee of drie zoals je in enkele blogposts kan doen, maar twee hele boeken lang, zoals een opstandelingenleider die aan het hoofd van een grote menigte de hoofdstad binnentrekt en de Tempel, dat centrum van de antieke “tempeleconomieën” opkuist (en daarmee de bezetter in het hart treft), zodat hij zijn doodvonnis getekend heeft. Of het verhaal van een opstandelingenleider die zo de woede van de Romeinen heeft gewekt, dat hij niet langer in de centra kan prediken, maar in onherberbergzame gebieden moet optreden. En die als waarlijk mirakuleus wordt ervaren als blijkt dat hij een beetje heeft nagedacht, en besefte dat ze wel honger zou krijgen, en voor de nodige broden en vissen heeft gezorgd.
Daarmee zijn we nog lang niet bij de soort “historische Jezus” waarover Axxyanus graag specifiek wilde worden. Maar je tekent er wel een kader mee uit waarmee je de Axxyanussen van deze wereld toelaat vragen te stellen als “welke historische realiteiten zouden het verhaal niet zozeer ondersteunen, als wel weerleggen?”. Dat is immers wat het verhaal in de richting van de “falsifiëerbaarheid” duwt; technische term waarmee filosofen proberen het verschil uit te drukken tussen betekenisvolle concepten en sprookjes.
Ziedaar waar ik raak als ik Axxyanus’ vraag probeer door te denken. Ik denk dat we ons altijd ergens zullen bevinden tussen de twee uitersten, waar je niet gelooft in mirakels, en waar je er evenmin bijzonder plezier in schept iemands geloof tot sprookjes te verklaren. Je gaat er dus mee naar iets op zoek, zoals je op zoek gaat naar Troje. Je wéét niet of je zal vinden wat je zoekt, en zelfs of het wel bestaan heeft. Je kan hoogstens proberen zo dicht mogelijk de mogelijke realiteit achter zeer veel lagen mist en schaduw te benaderen – en misschien, wie weet, vind je wel werkelijk wat je zocht.
Dat is wat er gebeurd is met Troje. Dat “vinden” is in mijn ogen voorlopig niet wat er gebeurd is met de historische Jezus. Maar als ik het hier al enkele keren over Charles Vergeer heb gehad – wel, het is niet omdat ik het een hoop troep vind, hé.
------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/geef-aan-de-keizer.html
De verhalen over Jezus zijn in onze Westerse beschaving zo welbekend, dat ze kunnen dienen als “de basis van onze samenleving”, of onze moraal, of inspiratie voor kunst, tot en met sprookjesboek voor kinderen. Aangezien het om een geloof gaat, in de zin van een religie; een godsdienst, gaan die verhalen altijd vergezeld van een status, van een aanspraak op waarheid, waar de hardste wetenschappen alleen maar van kunnen dromen.
Dat maakt dat mensen zich kunnen afvragen of die verhalen ook werkelijk waar zijn. Bestond er werkelijk een figuur die al die dingen heeft meegemaakt, inclusief de verrijzenis na de dood, zoals beschreven in de verhalen? De ruzies die daarover haast onmiddellijk ontstaan gaan over het feit dat die vraag vaak in wit-zwart tegenstellingen uitmondt. Ofwel heeft hij niet eens bestaan, en dan is dat meteen een bron van leedvermaak voor zij die de godsdienst geen warm hart toedragen. Ofwel heeft hij wel bestaan, maar dan, zegt Axxyanus, zit je voor je het weet ook opgescheept met al die mirakels en andere uitdrijvingen van demonen.
Dus wordt de vraag: “wat betekent dat, ‘heeft echt bestaan’?”. Ik heb ooit wel geweten dat iemand beweerde dat de evangeliën letterlijk waar waren, tot en met het detail dat de joden verantwoordelijk zijn voor de kruisdood (!), omdat er ooit een Yeshua gekruisigd was, door één of andere obscure secte die wel degelijk deze straf toepaste, in 200 voor Christus.
Dat is dus niet goed genoeg. Maar aan de andere kant is het aannemen van het verhaal, inclusief alle absurditeiten, laat staan de mirakels en de verrijzenis, iets dat teveel gevraagd is van een fatsoenlijk mens. En toch hoeft dat niet te betekenen dat “Jezus nooit heeft bestaan”, nietwaar?
Laat me een analogie nemen. In de negentiende eeuw heeft de professionele wereld van de archeologen eens goed gelachen met een zekere Schliemann, die gewapend met de teksten van Homeros op zoek ging naar de plaats waar Troje lag. Je weet wel, die plaats waar Grieken en Trojanen, daarbij geholpen door goden als Apollo, Ares en Pallas Athena, het tien jaar lang uitgevochten hebben. Hahaha, goden hebben immers helemaal niet meegevochten, en dus was dat allemaal een mythe, hahahahaha!
Gevolgd door Schliemann die trots de vindplaats van het Troje dat door de Mykeners in de as was gelegd kon aankondigen.
Wat is er nodig, vraagt Axxyanus zich af, opdat we zouden zeggen dat “Jezus echt (sic) bestaan heeft”? Mensen als Charles Vergeer komen heus niet tot die conclusie omdat ze graag de mirakels naar binnen willen smokkelen. Zonder helemaal van buiten te weten wat precies de argumenten van Vergeer waren, denk ik dat we de analogie met Troje kunnen handhaven. Wanneer dergelijke verhalen zo vaak verteld en herverteld worden, dan raken ze met de tijd natuurlijk sterk aangedikt, maar dan kunnen ze toch altijd wel een kern van waarheid bewaren. Welke stukken van die kern kunnen we nog proberen te benaderen? Welke kennis over de concrete historische omstandigheden hebben we? Welke elementen uit het verhaal zouden goed kloppen met die historische omstandigheden, als we ze tenminste niet te letterlijk nemen?
Op die manier krijg je voorbeelden, niet twee of drie zoals je in enkele blogposts kan doen, maar twee hele boeken lang, zoals een opstandelingenleider die aan het hoofd van een grote menigte de hoofdstad binnentrekt en de Tempel, dat centrum van de antieke “tempeleconomieën” opkuist (en daarmee de bezetter in het hart treft), zodat hij zijn doodvonnis getekend heeft. Of het verhaal van een opstandelingenleider die zo de woede van de Romeinen heeft gewekt, dat hij niet langer in de centra kan prediken, maar in onherberbergzame gebieden moet optreden. En die als waarlijk mirakuleus wordt ervaren als blijkt dat hij een beetje heeft nagedacht, en besefte dat ze wel honger zou krijgen, en voor de nodige broden en vissen heeft gezorgd.
Daarmee zijn we nog lang niet bij de soort “historische Jezus” waarover Axxyanus graag specifiek wilde worden. Maar je tekent er wel een kader mee uit waarmee je de Axxyanussen van deze wereld toelaat vragen te stellen als “welke historische realiteiten zouden het verhaal niet zozeer ondersteunen, als wel weerleggen?”. Dat is immers wat het verhaal in de richting van de “falsifiëerbaarheid” duwt; technische term waarmee filosofen proberen het verschil uit te drukken tussen betekenisvolle concepten en sprookjes.
Ziedaar waar ik raak als ik Axxyanus’ vraag probeer door te denken. Ik denk dat we ons altijd ergens zullen bevinden tussen de twee uitersten, waar je niet gelooft in mirakels, en waar je er evenmin bijzonder plezier in schept iemands geloof tot sprookjes te verklaren. Je gaat er dus mee naar iets op zoek, zoals je op zoek gaat naar Troje. Je wéét niet of je zal vinden wat je zoekt, en zelfs of het wel bestaan heeft. Je kan hoogstens proberen zo dicht mogelijk de mogelijke realiteit achter zeer veel lagen mist en schaduw te benaderen – en misschien, wie weet, vind je wel werkelijk wat je zocht.
Dat is wat er gebeurd is met Troje. Dat “vinden” is in mijn ogen voorlopig niet wat er gebeurd is met de historische Jezus. Maar als ik het hier al enkele keren over Charles Vergeer heb gehad – wel, het is niet omdat ik het een hoop troep vind, hé.
------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/geef-aan-de-keizer.html
maandag 18 december 2006
Cor - don! Cor - don! Cor - don!...
Vandaag zegt Eerste Minister Verhofstadt dat kappen op de PS gemakkelijk is, maar dat we er toch mee zullen moeten onderhandelen. En dus nodigt hij zijn medepolitiekers uit om met dat kappen op te houden, want dat helpt niemand vooruit.
Kijk, en dat is het nu juist. Dus nu maken we mee dat een bende alfamannetjes decennia lang onder elkaar postjes en potjes zit te verdelen, grotendeel gefinancierd met geld dat getransfereerd wordt vanuit - ah, van waar kwam dat geld ook weeral? Ben het vergeten - ergens, en daarbij zulke niveau's van incompentie en corruptie bereikt dat ze de stank zelf beginnen te ruiken, en...
Wij zouden er niets meer over mogen zeggen!
Of in andere woorden, we kunnen wel belastingen betalen, en we kunnen wel inzien dat ons geld verdwijnt in de zakken van lokale partijkaders in Charleroi die dat nog normaal vinden ook, maar we kunnen ze niet wegstemmen, want ze zitten aan de andere kant van de taalgrens. En we kunnen ook onze eigen politici die ermee "moeten" (ha ja, want we kunnen ze niet wegstemmen) onderhandelen niet wegstemmen, want wie er in de plaats komt "moet" ook met de verrotte bende onderhandelen. En tenslotte mogen we er ook niets van zeggen.
Trouwens, er stond ook nog een madam in de krant, en die vond ook dat we er niets meer van mochten zeggen. Ze is het beu dat ze altijd maar de clichés van de luie Walen moet horen, en het moet nu maar eens uit zijn. Ze is het duidelijk niet beu om alle dagen de clichés van de corrupte PS te zien, en ze is, laat me raden, het ook niet beu om belastinggelden (dat is nog steeds dat geld dat zomaar uit de blauwe hemel over Wallonië komt neerdalen) te blijven ontvangen, maar ze is wel beu dat iemand daar iets van zegt.
Wel, ik heb nieuws voor de Eerste Minister, èn voor de madam. Slecht nieuws, naar ik vrees. Als ze het beu zijn te moeten horen dat de PS een bende corrupte onbekwamen is om de vergelijking met de Renaissancepausen te doorstaan, dan kunnen ze dat doen ophouden door die PS er uit te smijten. En als ze het beu zijn te moeten horen dat de Walen niet willen werken, dan kunnen ze al die werklozen naar de Belgische grootbanken sturen - zéér aantrekkelijke werkgevers, en ik kan het weten - die zitten te springen om personeel dat in Brussel wil werken.
Het personeel in kwestie moet een telefoon kunnen opnemen en beantwoorden, en een beetje klantvriendelijk zijn, en verder moet het tweetalig zijn. Het staat alle dagen in de krant of het scheelt niet veel! In Brussel zoeken ze dat soort mensen met honderden tegelijk: willen werken en Frans en Nederlands kennen.
Ge voelt zeker al de nattigheid?
Maar tot het zover is dat daar toch een beetje werk van gemaakt wordt, denk ik niet dat het redelijk is te verwachten dat wie dan ook daarover zou ophouden. "Opkuisen of opgekuist worden" lijkt me veel redelijker om ze als boodschap te laten horen, dan "ermee ophouden".
Maar als dat allemaal echt niet kan, wel, hoe zat dat ook weer met die "docufictie" waarbij Vlaanderen de onafhankelijkheid had uitgeroepen? Het zag er uit alsof nogal wat mensen dat zouden kunnen geloven, nietwaar?
----------------------------------------
De titel verwijst naar mijn eerdere posts:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/ik-pleit-voor-een-cordon-sanitaire.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/cordon-sanitaire-nu-nog-steeds-rond-de.html
Kijk, en dat is het nu juist. Dus nu maken we mee dat een bende alfamannetjes decennia lang onder elkaar postjes en potjes zit te verdelen, grotendeel gefinancierd met geld dat getransfereerd wordt vanuit - ah, van waar kwam dat geld ook weeral? Ben het vergeten - ergens, en daarbij zulke niveau's van incompentie en corruptie bereikt dat ze de stank zelf beginnen te ruiken, en...
Wij zouden er niets meer over mogen zeggen!
Of in andere woorden, we kunnen wel belastingen betalen, en we kunnen wel inzien dat ons geld verdwijnt in de zakken van lokale partijkaders in Charleroi die dat nog normaal vinden ook, maar we kunnen ze niet wegstemmen, want ze zitten aan de andere kant van de taalgrens. En we kunnen ook onze eigen politici die ermee "moeten" (ha ja, want we kunnen ze niet wegstemmen) onderhandelen niet wegstemmen, want wie er in de plaats komt "moet" ook met de verrotte bende onderhandelen. En tenslotte mogen we er ook niets van zeggen.
Trouwens, er stond ook nog een madam in de krant, en die vond ook dat we er niets meer van mochten zeggen. Ze is het beu dat ze altijd maar de clichés van de luie Walen moet horen, en het moet nu maar eens uit zijn. Ze is het duidelijk niet beu om alle dagen de clichés van de corrupte PS te zien, en ze is, laat me raden, het ook niet beu om belastinggelden (dat is nog steeds dat geld dat zomaar uit de blauwe hemel over Wallonië komt neerdalen) te blijven ontvangen, maar ze is wel beu dat iemand daar iets van zegt.
Wel, ik heb nieuws voor de Eerste Minister, èn voor de madam. Slecht nieuws, naar ik vrees. Als ze het beu zijn te moeten horen dat de PS een bende corrupte onbekwamen is om de vergelijking met de Renaissancepausen te doorstaan, dan kunnen ze dat doen ophouden door die PS er uit te smijten. En als ze het beu zijn te moeten horen dat de Walen niet willen werken, dan kunnen ze al die werklozen naar de Belgische grootbanken sturen - zéér aantrekkelijke werkgevers, en ik kan het weten - die zitten te springen om personeel dat in Brussel wil werken.
Het personeel in kwestie moet een telefoon kunnen opnemen en beantwoorden, en een beetje klantvriendelijk zijn, en verder moet het tweetalig zijn. Het staat alle dagen in de krant of het scheelt niet veel! In Brussel zoeken ze dat soort mensen met honderden tegelijk: willen werken en Frans en Nederlands kennen.
Ge voelt zeker al de nattigheid?
Maar tot het zover is dat daar toch een beetje werk van gemaakt wordt, denk ik niet dat het redelijk is te verwachten dat wie dan ook daarover zou ophouden. "Opkuisen of opgekuist worden" lijkt me veel redelijker om ze als boodschap te laten horen, dan "ermee ophouden".
Maar als dat allemaal echt niet kan, wel, hoe zat dat ook weer met die "docufictie" waarbij Vlaanderen de onafhankelijkheid had uitgeroepen? Het zag er uit alsof nogal wat mensen dat zouden kunnen geloven, nietwaar?
----------------------------------------
De titel verwijst naar mijn eerdere posts:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/ik-pleit-voor-een-cordon-sanitaire.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/cordon-sanitaire-nu-nog-steeds-rond-de.html
zaterdag 16 december 2006
Geef aan de Keizer...
Bernard Lewis, historicus van het Midden Oosten die ik heb leren kennen via het commentariaat van LVB.net, schrijft in zijn The Middle East, 2,000 Years of History from the Rise of Christianity to the Present Day (1995) over de scheiding van kerk en staat. In het Christendom, dan wel, want het punt is nu juist dat die scheiding er in de Islam veel minder is. Terwijl het evangelie die scheiding al impliceert wanneer Jezus, op de vraag of de joden belastingen moeten betalen aan de Romeinen, het “Geef aan de Keizer wat de Keizer toekomt, en aan God wat aan God toekomt” uitspreekt.
Als die passage echter de basis moet zijn van de scheiding tussen kerk en staat, dan lijkt die “basis” veel meer het resultaat van ladingen interpretatie achteraf dan van de wil van de stichter. Om er maar twee op te noemen: we moeten aannemen dat Jezus een koninkrijk wilde stichten dat niet van deze wereld is, en we moeten aannemen dat het daarbij, en daarom, van geen belang was wat er met materiële zaken zoals belastingen gebeurde.
Dat is zoals het verhaal het vertelt. Wat we daarbij vaak vergeten is dat we kunnen vragen wat de verhouding is tussen de werkelijke historische gebeurtenissen, en wat het verhaal van die gebeurtenissen heeft gemaakt. Meestal stellen we die vraag helemaal niet, en aanvaarden we het verhaal op zich, en eindigt het in onze geest als identiek met de reële gebeurtenissen van destijds.
Voor mensen met historische of literaire belangstelling is die vraag nochtans heel normaal. De mogelijke antwoorden situeren zich tussen twee extremen. In het ene uiterste zijn de evangeliën het verslag van goddelijke activiteit en interventie. In het andere uiterste is Jezus van Nazareth een verzonnen figuur, gecreëerd door de stichters van een nieuwe godsdienst, en doorheen de eeuwen gecanonizeerd tot wat de bevolking werd verzocht te geloven. Je herkent de laatsten aan de bewering dat er behalve de evangeliën weinig of geen aanwijzingen zijn dat Jezus ooit echt bestaan heeft.
In het Nederlands schreef Charles Vergeer een studie over de historische Jezus met zijn twee boeken Een Nameloze, Jezus de Nazarener, 1997 en Het Panterjong, Leven en Lijden van Jezus de Nazarener, 2000. Vergeer schrijft zich in in een traditie waarin Jezus werkelijk een historische figuur was. Tegelijk zijn de verhalen die doorheen de eeuwen over deze figuur de ronde deden gemanipuleerd door de stichters en latere dragers van het nieuwe geloof. Het is interessant het “Geef aan de Keizer” te herbekijken in het licht van deze versie van de feiten.
De historische feiten zijn dat Judea bezet is door de Romeinen, die belastingen heffen. De historische feiten zijn ook dat er doorheen de Romeinse bezetting voortdurend volksopstanden uitbraken van wisselende intensiteit. De historische feiten zijn tenslotte dat de Romeinen al deze opstanden neersloegen en vervolgens de leiders executeerden door ze aan het kruis te slaan. Doorheen de decennia hebben de Romeinen joden daarom bij duizenden aan het kruis geslagen.
Als we vragen waarom de Romeinen Jezus kruisigden kunnen we dat eenvoudig aflezen op het bordje dat ze aan het kruis bevestigden: “Jezus, de koning der joden”. Het laatste wat de Romeinen wilden was dat er overal in hun keizerrijk lokale koningen opstonden, onder wie de gebieden zich van hun rijk konden afsplitsen. Neerslaan en kruisigen was wat ze daarmee deden, de hele tijd, overal.
Maar sprak Jezus niet dat zijn rijk “niet van deze wereld” was? Wel, we zijn terug bij de scheiding van kerk en staat. In de ogen van de religieuze leider Jezus was het Romeinse rijk een wereldse, materiële staat. Terwijl alleen een authentieke joodse staat een werkelijke aardse uitdrukking van het Rijk Gods kon zijn. In de religieuze ogen van die tijd was er immers juist géén scheiding van kerk en staat, net zoals dat veel later niet het geval zou zijn in de Islam, of het ook niet het geval was in die antieke beschavingen waarin de Keizer tegelijk ook god was. In dit perspectief lijkt het er op dat we de uitspraak “mijn rijk is niet van deze wereld” moeten zien als een reactie tegen de materiële staat van de Romeinen, die Jezus wil vervangen door de theocratische staat van (zijn) god.
De beslissing om dit perspectief in te nemen lijkt me, eerlijk gezegd, even willekeurig als de beslissing om een heel ander perspectief in te nemen, en aan te nemen dat Jezus inderdaad een zuiver spirituele leider was. Misschien is het in dit geval iets moeilijker te verklaren waarom de Romeinen dan zo hard met hem afrekenden, maar soortgelijke moeilijkheden kan je, naar ik aanneem, even gemakkelijk krijgen met elk ander perspectief dat je maar zou kunnen innemen.
Alleen geeft uitgerekend het verhaal van “Geef aan de Keizer” een extra argument voor het perspectief van Vergeer. Immers, als je even nadenkt over het gecanonizeerde verhaal zie je meteen dat het nogal sterk wringt. Hier staat dus Jezus, omringd door zijn volgelingen, ondervraagd door de collaborateurs van het regime. We weten, terzijde, hoe populair die zijn aan de verhalen rond de tollenaars. En nu gaat Jezus ineens de bewondering van die massa oogsten – zoals de tekst beweert – door te aanvaarden dat de joden belastingen zullen betalen? Zou je niet veel eerder verwachten dat hij die bewondering juist zou oogsten als hij verklaard had dat ze géén belastingen hoefden te betalen?
Laten we dan opnieuw zijn formulering bekijken. “Geef aan de Keizer wat aan de Keizer toekomt”. Dat klinkt goed zolang het de Keizer is die bepaalt wat aan de Keizer toekomt. Alleen waren de luisteraars (die zo tevreden waren over zijn oordeel) de lokale joden die zo weinig op hadden met de collaborateurs. Je kan vermoeden dat in hun opinie over “wat de Keizer toekomt” de toestand er heel anders uitziet. Het lijkt helemaal niet onredelijk dat hun opinie over wat de Keizer toekomt niet de spaarcenten van de joden in Judea omvat, afgezet onder de militaire macht van de bezetter. Kortom, geef de Keizer wat hem toekomt klinkt in die oren helemaal niet als “we zullen betalen”, maar veel eerder integendeel. Dat verklaart ook veel beter waarom het volk daar zo enthousiast over is.
Scheiding van kerk en staat in het Christendom? Bij Jezus zelf lijkt dat een twijfelachtig geval. Natuurlijk, voor de cultuur en de beschaving die daar later – we praten intussen over millennia - op gebouwd wordt, doet dat er niet veel meer toe. Het gaat al lang niet meer over wat de stichter (als we de verhalen geloven) gezegd heeft, maar wel over wat de verhalen ervan gemaakt hebben. Als onze gecanonizeerde verhalen vertellen dat onze bijbel de basis legt van de scheiding van kerk en staat, dan baseert onze beschaving zich op de scheiding van kerk en staat.
En als het Westen in één of andere fase van zijn geschiedenis een religieuze staat had gehad, en dus beroep had moeten doen op een stichter die deze scheiding afwees? Dan was het alleen maar een kwestie geweest om van dezelfde historische figuur een heel ander verhaal te vertellen. Of misschien zelfs, wie weet, precies hetzelfde verhaal, maar op een heel andere manier.
Als die passage echter de basis moet zijn van de scheiding tussen kerk en staat, dan lijkt die “basis” veel meer het resultaat van ladingen interpretatie achteraf dan van de wil van de stichter. Om er maar twee op te noemen: we moeten aannemen dat Jezus een koninkrijk wilde stichten dat niet van deze wereld is, en we moeten aannemen dat het daarbij, en daarom, van geen belang was wat er met materiële zaken zoals belastingen gebeurde.
Dat is zoals het verhaal het vertelt. Wat we daarbij vaak vergeten is dat we kunnen vragen wat de verhouding is tussen de werkelijke historische gebeurtenissen, en wat het verhaal van die gebeurtenissen heeft gemaakt. Meestal stellen we die vraag helemaal niet, en aanvaarden we het verhaal op zich, en eindigt het in onze geest als identiek met de reële gebeurtenissen van destijds.
Voor mensen met historische of literaire belangstelling is die vraag nochtans heel normaal. De mogelijke antwoorden situeren zich tussen twee extremen. In het ene uiterste zijn de evangeliën het verslag van goddelijke activiteit en interventie. In het andere uiterste is Jezus van Nazareth een verzonnen figuur, gecreëerd door de stichters van een nieuwe godsdienst, en doorheen de eeuwen gecanonizeerd tot wat de bevolking werd verzocht te geloven. Je herkent de laatsten aan de bewering dat er behalve de evangeliën weinig of geen aanwijzingen zijn dat Jezus ooit echt bestaan heeft.
In het Nederlands schreef Charles Vergeer een studie over de historische Jezus met zijn twee boeken Een Nameloze, Jezus de Nazarener, 1997 en Het Panterjong, Leven en Lijden van Jezus de Nazarener, 2000. Vergeer schrijft zich in in een traditie waarin Jezus werkelijk een historische figuur was. Tegelijk zijn de verhalen die doorheen de eeuwen over deze figuur de ronde deden gemanipuleerd door de stichters en latere dragers van het nieuwe geloof. Het is interessant het “Geef aan de Keizer” te herbekijken in het licht van deze versie van de feiten.
De historische feiten zijn dat Judea bezet is door de Romeinen, die belastingen heffen. De historische feiten zijn ook dat er doorheen de Romeinse bezetting voortdurend volksopstanden uitbraken van wisselende intensiteit. De historische feiten zijn tenslotte dat de Romeinen al deze opstanden neersloegen en vervolgens de leiders executeerden door ze aan het kruis te slaan. Doorheen de decennia hebben de Romeinen joden daarom bij duizenden aan het kruis geslagen.
Als we vragen waarom de Romeinen Jezus kruisigden kunnen we dat eenvoudig aflezen op het bordje dat ze aan het kruis bevestigden: “Jezus, de koning der joden”. Het laatste wat de Romeinen wilden was dat er overal in hun keizerrijk lokale koningen opstonden, onder wie de gebieden zich van hun rijk konden afsplitsen. Neerslaan en kruisigen was wat ze daarmee deden, de hele tijd, overal.
Maar sprak Jezus niet dat zijn rijk “niet van deze wereld” was? Wel, we zijn terug bij de scheiding van kerk en staat. In de ogen van de religieuze leider Jezus was het Romeinse rijk een wereldse, materiële staat. Terwijl alleen een authentieke joodse staat een werkelijke aardse uitdrukking van het Rijk Gods kon zijn. In de religieuze ogen van die tijd was er immers juist géén scheiding van kerk en staat, net zoals dat veel later niet het geval zou zijn in de Islam, of het ook niet het geval was in die antieke beschavingen waarin de Keizer tegelijk ook god was. In dit perspectief lijkt het er op dat we de uitspraak “mijn rijk is niet van deze wereld” moeten zien als een reactie tegen de materiële staat van de Romeinen, die Jezus wil vervangen door de theocratische staat van (zijn) god.
De beslissing om dit perspectief in te nemen lijkt me, eerlijk gezegd, even willekeurig als de beslissing om een heel ander perspectief in te nemen, en aan te nemen dat Jezus inderdaad een zuiver spirituele leider was. Misschien is het in dit geval iets moeilijker te verklaren waarom de Romeinen dan zo hard met hem afrekenden, maar soortgelijke moeilijkheden kan je, naar ik aanneem, even gemakkelijk krijgen met elk ander perspectief dat je maar zou kunnen innemen.
Alleen geeft uitgerekend het verhaal van “Geef aan de Keizer” een extra argument voor het perspectief van Vergeer. Immers, als je even nadenkt over het gecanonizeerde verhaal zie je meteen dat het nogal sterk wringt. Hier staat dus Jezus, omringd door zijn volgelingen, ondervraagd door de collaborateurs van het regime. We weten, terzijde, hoe populair die zijn aan de verhalen rond de tollenaars. En nu gaat Jezus ineens de bewondering van die massa oogsten – zoals de tekst beweert – door te aanvaarden dat de joden belastingen zullen betalen? Zou je niet veel eerder verwachten dat hij die bewondering juist zou oogsten als hij verklaard had dat ze géén belastingen hoefden te betalen?
Laten we dan opnieuw zijn formulering bekijken. “Geef aan de Keizer wat aan de Keizer toekomt”. Dat klinkt goed zolang het de Keizer is die bepaalt wat aan de Keizer toekomt. Alleen waren de luisteraars (die zo tevreden waren over zijn oordeel) de lokale joden die zo weinig op hadden met de collaborateurs. Je kan vermoeden dat in hun opinie over “wat de Keizer toekomt” de toestand er heel anders uitziet. Het lijkt helemaal niet onredelijk dat hun opinie over wat de Keizer toekomt niet de spaarcenten van de joden in Judea omvat, afgezet onder de militaire macht van de bezetter. Kortom, geef de Keizer wat hem toekomt klinkt in die oren helemaal niet als “we zullen betalen”, maar veel eerder integendeel. Dat verklaart ook veel beter waarom het volk daar zo enthousiast over is.
Scheiding van kerk en staat in het Christendom? Bij Jezus zelf lijkt dat een twijfelachtig geval. Natuurlijk, voor de cultuur en de beschaving die daar later – we praten intussen over millennia - op gebouwd wordt, doet dat er niet veel meer toe. Het gaat al lang niet meer over wat de stichter (als we de verhalen geloven) gezegd heeft, maar wel over wat de verhalen ervan gemaakt hebben. Als onze gecanonizeerde verhalen vertellen dat onze bijbel de basis legt van de scheiding van kerk en staat, dan baseert onze beschaving zich op de scheiding van kerk en staat.
En als het Westen in één of andere fase van zijn geschiedenis een religieuze staat had gehad, en dus beroep had moeten doen op een stichter die deze scheiding afwees? Dan was het alleen maar een kwestie geweest om van dezelfde historische figuur een heel ander verhaal te vertellen. Of misschien zelfs, wie weet, precies hetzelfde verhaal, maar op een heel andere manier.
vrijdag 15 december 2006
Luchthaven
Met al die nieuwe veiligheidsmaatregelen - in Zaventem moest mijn tandpasta in een plastiek zakje - nemen we het zekere voor het onzekere, en we vertrekken een extra half uur vroeger naar de luchthaven. Natuurlijk is er juist geen verkeer, en natuurlijk zijn we nu zo vroeg dat er geen kat aan het inchecken is, en er is ook geen kat bij de douane controle.
Het is één van die luchthavens waar de veiligheidscontrole georganizeerd is per gate. Omdat we vroeg zijn staan we helemaal vooraan in een rij die inderdaad zeer langzaam vooruitkruipt. En die dus snel aangroeit: maar wel achter ons, gnuifgnuifgnuif. En zo zitten we veel te vroeg te kijken en te wachten in de boarding ruimte.
"Deze keer valt er niet veel te bloggen over onze vlucht" zeg ik een beetje mistroostig, "niet gelijk die keer met 'een gemene streek', je weet wel" (1). "Ah, maar we zijn nog niet eens opgestegen" zegt mijn collega die mijn vermogens om dingen te verzinnen die nog kunnen misgaan goed kent. "Er kan nog van alles gebeuren! Er kunnen van die puiten zijn die veel te laat arriveren. Er kan een muis in het vliegtuig zitten. Het busje kan naar het verkeerde vliegtuig rijden..."
"En natuurlijk kan er ook tijdens de vlucht nog één en ander gebeuren" val ik in. "Hmmmm, ik zie de tekst al voor me. Wat denk je van 'alles ging heel goed, tot er na een uur drie donkere types rechtstonden', iets dergelijks?"
"Ja" zegt mijn collega, maar het verhaal moet wel zo in elkaar zitten dat je het vanavond nog kan schrijven, en die kansen lijken hier wel pijlsnel naar beneden te gaan.
"Nja, nja, dat is waar, dat wordt dan eerder een tekst die eindigt met 'maar het was allemaal maar om te lachen, uitroepteken', wat zeg je daarvan?"
Onze creatieve processen worden onderbroken: "Ladies and gentlemen, the flight for Brussels is now ready to board, please keep your boarding pass ready etcetera etcetera...". Kreunend zet de bende zich in beweging. Er was zelfs geen vertraging. Schrijf daar maar eens een blogpost over, zeg.
------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/een-uiterst-gemene-streek.html
De collega in kwestie houdt overigens nog steeds vol dat het echt niet berekend was, en dat hij heus niet wist wat voor weer het zou zijn. Jaja, en de Aarde is plat, Paul McCartney is dood maar Elvis leeft.
Het is één van die luchthavens waar de veiligheidscontrole georganizeerd is per gate. Omdat we vroeg zijn staan we helemaal vooraan in een rij die inderdaad zeer langzaam vooruitkruipt. En die dus snel aangroeit: maar wel achter ons, gnuifgnuifgnuif. En zo zitten we veel te vroeg te kijken en te wachten in de boarding ruimte.
"Deze keer valt er niet veel te bloggen over onze vlucht" zeg ik een beetje mistroostig, "niet gelijk die keer met 'een gemene streek', je weet wel" (1). "Ah, maar we zijn nog niet eens opgestegen" zegt mijn collega die mijn vermogens om dingen te verzinnen die nog kunnen misgaan goed kent. "Er kan nog van alles gebeuren! Er kunnen van die puiten zijn die veel te laat arriveren. Er kan een muis in het vliegtuig zitten. Het busje kan naar het verkeerde vliegtuig rijden..."
"En natuurlijk kan er ook tijdens de vlucht nog één en ander gebeuren" val ik in. "Hmmmm, ik zie de tekst al voor me. Wat denk je van 'alles ging heel goed, tot er na een uur drie donkere types rechtstonden', iets dergelijks?"
"Ja" zegt mijn collega, maar het verhaal moet wel zo in elkaar zitten dat je het vanavond nog kan schrijven, en die kansen lijken hier wel pijlsnel naar beneden te gaan.
"Nja, nja, dat is waar, dat wordt dan eerder een tekst die eindigt met 'maar het was allemaal maar om te lachen, uitroepteken', wat zeg je daarvan?"
Onze creatieve processen worden onderbroken: "Ladies and gentlemen, the flight for Brussels is now ready to board, please keep your boarding pass ready etcetera etcetera...". Kreunend zet de bende zich in beweging. Er was zelfs geen vertraging. Schrijf daar maar eens een blogpost over, zeg.
------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/een-uiterst-gemene-streek.html
De collega in kwestie houdt overigens nog steeds vol dat het echt niet berekend was, en dat hij heus niet wist wat voor weer het zou zijn. Jaja, en de Aarde is plat, Paul McCartney is dood maar Elvis leeft.
woensdag 13 december 2006
Donker
Grote, brede lanen in de omgeving van Antwerpen, maar donker in de winteravond, en eenzaam en verlaten ogend. Ineens een felle vlek van licht, ergens op een hoek tussen twee van de lanen. Een tankstation. Verlicht alsof het station zelf een kerstboom cum stal was. En het komt me niet slecht uit, dus ik manoeuvreer mijn k-mobiel tussen de pompen en stap uit. Overal het felle licht, dat overduidelijk daar is om het gevoel van veiligheid te bevorderen.
Ineens doemt een scène uit de literatuur voor me op. De Hobbits zitten in de herberg van Bree: Achtervolgd door kwaadaardige Zwarte Ruiters en belaagd door boze geesten hebben ze eindelijk een minimum aan bewoonde wereld bereikt, een gehucht met een muur er rond, en een poort en een poortwachter. En lantaarns in de straten, en een herberg, met gasten en een herbergier en staljongens, en een fel verlichte gelagkamer. Eindelijk een gevoel van veiligheid!
Het felle licht van het tankstation bevordert waarschijnlijk niet alleen een gevoel van veiligheid, maar ook de veiligheid zelf. De gemiddelde crimineel heeft niet veel zin om zich te verschuilen in een hoekje van een terrein dat spat van de fotonen. Om maar te zwijgen van de camera's die er waarschijnlijk op gericht staan. En dat is allemaal logisch, want als een tankstation zijn klanten geen gevoel van veiligheid bezorgt, dan heeft het ook helemaal geen klanten, en dus investeert het in veiligheid, en zo zorgt het kapitalisme en winstbejag voor veilige tankstations.
In Bree heeft Merry zin om een frisse neus te halen, en hij wandelt de herberg uit, en de straat in. Maar net buiten het licht van een straatlantaarn - wat is dat? "I felt something horrible creeping up" zou hij er later van zeggen, een schaduw donkerder dan de nacht er om heen! Maar de schaduw passeerde en Merry waagde het zelfs hem te volgen. Niet verder dan het laatste huis, weliswaar, maar intussen deed hij het toch maar. "You have a stout heart" zou Aragorn daarover zeggen, "but it was foolish". En dat was ook zo, want als Nob hem niet was gevolgd met een lantaarn, dan was het dan en daar al slecht afgelopen met Merry - terwijl het verhaal zijn stout heart nog minstens twee keer héél hard zou nodig hebben.
Het tankstation is niet fel verlicht omdat er Zwarte Ruiters rondzwerven, en dat is ook niet nodig. Het idee dat een maniak zich in een hoekje verschuilt om je voor je portefeuille je keel af te snijden is ook al akelig genoeg. Daarmee voelen we echter het verband tussen beide scènes. De akeligheid van het donker, en de reële gevaren die daarmee kunnen samengaan, volstaan om onze fantasie aan het werk te zetten, en ineens leven we in een wereld die bevolkt is door kobolden en demonen, en andere orcs, nietwaar, J.R.R?
Ineens doemt een scène uit de literatuur voor me op. De Hobbits zitten in de herberg van Bree: Achtervolgd door kwaadaardige Zwarte Ruiters en belaagd door boze geesten hebben ze eindelijk een minimum aan bewoonde wereld bereikt, een gehucht met een muur er rond, en een poort en een poortwachter. En lantaarns in de straten, en een herberg, met gasten en een herbergier en staljongens, en een fel verlichte gelagkamer. Eindelijk een gevoel van veiligheid!
Het felle licht van het tankstation bevordert waarschijnlijk niet alleen een gevoel van veiligheid, maar ook de veiligheid zelf. De gemiddelde crimineel heeft niet veel zin om zich te verschuilen in een hoekje van een terrein dat spat van de fotonen. Om maar te zwijgen van de camera's die er waarschijnlijk op gericht staan. En dat is allemaal logisch, want als een tankstation zijn klanten geen gevoel van veiligheid bezorgt, dan heeft het ook helemaal geen klanten, en dus investeert het in veiligheid, en zo zorgt het kapitalisme en winstbejag voor veilige tankstations.
In Bree heeft Merry zin om een frisse neus te halen, en hij wandelt de herberg uit, en de straat in. Maar net buiten het licht van een straatlantaarn - wat is dat? "I felt something horrible creeping up" zou hij er later van zeggen, een schaduw donkerder dan de nacht er om heen! Maar de schaduw passeerde en Merry waagde het zelfs hem te volgen. Niet verder dan het laatste huis, weliswaar, maar intussen deed hij het toch maar. "You have a stout heart" zou Aragorn daarover zeggen, "but it was foolish". En dat was ook zo, want als Nob hem niet was gevolgd met een lantaarn, dan was het dan en daar al slecht afgelopen met Merry - terwijl het verhaal zijn stout heart nog minstens twee keer héél hard zou nodig hebben.
Het tankstation is niet fel verlicht omdat er Zwarte Ruiters rondzwerven, en dat is ook niet nodig. Het idee dat een maniak zich in een hoekje verschuilt om je voor je portefeuille je keel af te snijden is ook al akelig genoeg. Daarmee voelen we echter het verband tussen beide scènes. De akeligheid van het donker, en de reële gevaren die daarmee kunnen samengaan, volstaan om onze fantasie aan het werk te zetten, en ineens leven we in een wereld die bevolkt is door kobolden en demonen, en andere orcs, nietwaar, J.R.R?
dinsdag 12 december 2006
Communicatie
Het is me al vaak opgevallen: als je weer eens vaststaat in een file, op een luchthaven of in een trein, dan is één van de meest irritante aspecten daarvan dat je totaal niet weet wat er gebeurt, waarom je daar staat, of er aan gewerkt wordt, of er wellicht een tijdsschema is – lààt het desnoods nog de hele tijd moeten aangepast worden, maar dat ze iets van zich laten horen!
Het kan zijn dat ik alleen voor mezelf spreek, maar voor mij is het miraculeus hoe vlug ik mijn filosofische kalmte en berusting terugvind, zodra ik niet langer het gevoel heb dat ik daar gewoon in de lucht hang te hangen. Communicatie werkt. Neem de Goddard-tunnel. Op een dag stond ik daar in een lange file; als derde in de rij om naar binnen te rijden. Juist voor mijn neus was hij dicht gegaan, en daar stonden we. Toevallig was het de dag die ik hier al eens beschreven heb, omdat ik nog dezelfde avond in een ziekenhuis aan een baxter zou liggen (1). En nu wist ik dat van dat ziekenhuis nog niet, maar ik wist echt al wel dat er iets niet pluis was, en mijn humeur was dus niet ongelofelijk goed.
Tot na een uurtje piekeren een passerende arbeider ons vertelt: ongeluk in de tunnel, de wrakken blokkeren heel het pak, er moet één en ander weggesleept worden, maar omdat intussen de stukken behandelbaar zijn gemaakt, ach, tegen de middag zal het weer open zijn.
Uren vertraging! Maar het simpele feit dat ik wist dat het uren vertraging zouden worden, dat er aan gewerkt werd, enfin, dat soort dingen, deden wonderen voor de gemoedsrust. Gewoon omdat we toevallig als derde in de rij stonden, want iemand die een eind verder staat weet natuurlijk van niets.
En als ik bij de tandarts ben, zeg ik er altijd bij dat ik nogal nerveus ben van al die boren en tangen, maar dat het mijn kalmte enorm bevordert als ik ongeveer weet wat er aan het gebeuren is. Sindsdien geeft mijn tandarts altijd een zakelijk woordje commentaar – en het is haast ongelofelijk hoeveel minder slecht ik me voel bij de tandarts.
Volgens mij moet daar ergens een commerciële moraal aan vastzitten. Nu ben ik zelf een verkoper, maar aan de ene kant zit ik in een heel technische materie, en 90% van ons werk is communicatie. Dus we zullen voor verbetering vatbaar zijn zoals nu eenmaal iedereen voor verbetering vatbaar is, maar misschien is er weinig meeropbrengst te rapen. Maar in het geval van mijn voorbeelden, treinstakingen, wegblokkades, dokters, tandartsen of advocaten... Is het echt overdreven te denken dat een korte, zakelijke, goed geplaatste communicatie vaak een pak meer waard zou zijn, dan reeksen uitgekiende publiciteitscampgnes?
------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/de-rijkste-man-ter-wereld.html
Het kan zijn dat ik alleen voor mezelf spreek, maar voor mij is het miraculeus hoe vlug ik mijn filosofische kalmte en berusting terugvind, zodra ik niet langer het gevoel heb dat ik daar gewoon in de lucht hang te hangen. Communicatie werkt. Neem de Goddard-tunnel. Op een dag stond ik daar in een lange file; als derde in de rij om naar binnen te rijden. Juist voor mijn neus was hij dicht gegaan, en daar stonden we. Toevallig was het de dag die ik hier al eens beschreven heb, omdat ik nog dezelfde avond in een ziekenhuis aan een baxter zou liggen (1). En nu wist ik dat van dat ziekenhuis nog niet, maar ik wist echt al wel dat er iets niet pluis was, en mijn humeur was dus niet ongelofelijk goed.
Tot na een uurtje piekeren een passerende arbeider ons vertelt: ongeluk in de tunnel, de wrakken blokkeren heel het pak, er moet één en ander weggesleept worden, maar omdat intussen de stukken behandelbaar zijn gemaakt, ach, tegen de middag zal het weer open zijn.
Uren vertraging! Maar het simpele feit dat ik wist dat het uren vertraging zouden worden, dat er aan gewerkt werd, enfin, dat soort dingen, deden wonderen voor de gemoedsrust. Gewoon omdat we toevallig als derde in de rij stonden, want iemand die een eind verder staat weet natuurlijk van niets.
En als ik bij de tandarts ben, zeg ik er altijd bij dat ik nogal nerveus ben van al die boren en tangen, maar dat het mijn kalmte enorm bevordert als ik ongeveer weet wat er aan het gebeuren is. Sindsdien geeft mijn tandarts altijd een zakelijk woordje commentaar – en het is haast ongelofelijk hoeveel minder slecht ik me voel bij de tandarts.
Volgens mij moet daar ergens een commerciële moraal aan vastzitten. Nu ben ik zelf een verkoper, maar aan de ene kant zit ik in een heel technische materie, en 90% van ons werk is communicatie. Dus we zullen voor verbetering vatbaar zijn zoals nu eenmaal iedereen voor verbetering vatbaar is, maar misschien is er weinig meeropbrengst te rapen. Maar in het geval van mijn voorbeelden, treinstakingen, wegblokkades, dokters, tandartsen of advocaten... Is het echt overdreven te denken dat een korte, zakelijke, goed geplaatste communicatie vaak een pak meer waard zou zijn, dan reeksen uitgekiende publiciteitscampgnes?
------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/de-rijkste-man-ter-wereld.html
maandag 11 december 2006
Waarom vinden ze bevolkingsgroei zo belangrijk?
Een hele tijd geleden was er een discussie bij LVB (zie de blogroll; de preciese draad herinner ik me al niet meer) waarbij het probleem van de bevolkingsaangroei werd aangekaart. Dat probleem is hier ook al vaak aan de orde geweest (1), meestal om te herinneren aan een eenvoudige mathematische waarheid. Als om het even wat, dus ook een bevolking, groeit aan een constant tempo – om het even welk – dan duurt het een welbepaalde periode (afhankelijk van dat tempo) voor het verdubbelt. En dat geeft aanleiding tot reeksen die er uitzien als “2, 4, 8, 16, 32, 64” enzovoort. Ik nodig alle aanhangers van bevolkingsaangroei uit om voor zichzelf de reeks nog een eindje verder te zetten, en zich af te vragen of de resultaten hen echt niet doen nadenken.
Toch kregen we in de draad waarover ik het had iets te lezen als “bezorgdheid rond overbevolking is eigenlijk een willen wegwerken van mensen, en dus genocide”.
Whew! Als dat geen krachtige taal is! We zullen dit maar interpreteren als een stijlvolle, want emotionele uitdrukking van een diep gevoeld standpunt. Een standpunt dat waarschijnlijk niet de gesuggereerde berekeningen heeft gemaakt, want ja, de conclusies zijn op hun beurt ook al genocide, en een mens wil zich toch niet schuldig maken aan genocide, nietwaar?
Maar waar komen toch al die emoties rond het onderwerp vandaan? Een eerdere post hier, als ik me goed herinner, zocht een verklaring in de restanten van een religieus denken die tot vandaag nazinderen: het is een toepassing van het “ga en vermenigvuldig u”; en als het Goddelijk voorschrift botst op de wiskunde, des te erger voor de wiskunde.
Vanzelfsprekend zijn er ook wel opwerpingen die beter zijn dan nazinderend fundamentalisme. De bevolkingsgroei, zo leren we, komt alleen in problemen indien de groei niet parallel loopt met ofwel een groei in beschikbaar land, ofwel in efficiëntie in de productie. En aangezien de technologische vorderingen van de laatste eeuwen er met gemak in geslaagd zijn de bevolkingsgroei voor te blijven, is de mensheid op het moment van zijn hoogste bevolkingsaantal ooit, ook nooit (zelfs niet bij benadering) zo rijk geweest.
En dat is natuurlijk ook zo, maar het is op zich geen argument voor een bevolkingsaangroei. Het toont hoogstens dat het mogelijk is om gedurende langere periodes stijgende bevolkingen te blijven dragen. Maar het toont, bijvoorbeeld, niet dat dat op alle punten van de curve mogelijk is; bijvoorbeeld bij 1 miljard mensen (een eeuw of wat geleden), èn bij zes miljard mensen ( het jaar 2,000) èn bij om het even welk veel groter aantal dat je maar wil opnoemen – en waar we bij constante groei (en dus verdubbeling) op verbazingwekkend weinig tijd zouden arriveren. bijgevolg was dat pleidooi geen argument voor bevolkingsaangroei, maar voor technologische vooruitgang. Niemand hoeft mij van technologische vooruitgang te overtuigen. Overigens, iemand die daar toch twijfels bij heeft moet maar even bedenken dat, gegeven het feit dat de mensheid nu eenmaal groeit, technologische groei helpt de nadelen van de bevolkingsaangroei op te vangen.
Intussen zijn we toch maar bij het werkelijke argument aangeland. Dat argument denkt dat een stijgende bevolking in sterk oorzakelijk verband staat met technologische vooruitgang. Het is belangrijk er op te wijzen dat dat een sterk argument is, en dat er onberispelijk rationalistische denkers zijn die dat argumenteren (2). Maar het zal erg hard zijn om daar iets van te maken dat zelfs maar in de verte lijkt op een één voor één verband. Er zijn heel veel meer voorbeelden te vinden van gevallen waar een bevolkingsgroei geen aanleiding heeft gegeven tot technologische evolutie, dan gevallen waar dat wel zo was. Maar als de theorie een “sterk oorzakelijk verband” poneert tussen bevolkingsaangroei en technologische ontwikkeling, en vervolgens blijkt dat de beweerde “oorzaak” maar zeer af en toe ook werkelijk het beweerde “gevolg” voorafgaat, dan moeten we die theorie toch een beetje relativeren, nietwaar?
De waarheid is dat er mathematisch een omgekeerd verband bestaat tussen welvaart en bevolkingsaangroei. De welvaart van een samenleving is nog altijd haar productiviteit per hoofd. En de waarde van breuken daalt nog altijd wanneer de noemer van die breuken stijgt. Terwijl er hoogstens een mogelijk - maar onzeker en in elk geval zwak - evenredig verband bestaat tussen welvaart en bevolkingsgroei. Misschien toch maar even die reeks van 2,4,8,16 enzovoort in gedachten blijven verderzetten, tot het licht schijnt?
-------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/04/malthus.html
(2) North & Thomas, The Rise of the Western World, A New Economic History, 1973
Toch kregen we in de draad waarover ik het had iets te lezen als “bezorgdheid rond overbevolking is eigenlijk een willen wegwerken van mensen, en dus genocide”.
Whew! Als dat geen krachtige taal is! We zullen dit maar interpreteren als een stijlvolle, want emotionele uitdrukking van een diep gevoeld standpunt. Een standpunt dat waarschijnlijk niet de gesuggereerde berekeningen heeft gemaakt, want ja, de conclusies zijn op hun beurt ook al genocide, en een mens wil zich toch niet schuldig maken aan genocide, nietwaar?
Maar waar komen toch al die emoties rond het onderwerp vandaan? Een eerdere post hier, als ik me goed herinner, zocht een verklaring in de restanten van een religieus denken die tot vandaag nazinderen: het is een toepassing van het “ga en vermenigvuldig u”; en als het Goddelijk voorschrift botst op de wiskunde, des te erger voor de wiskunde.
Vanzelfsprekend zijn er ook wel opwerpingen die beter zijn dan nazinderend fundamentalisme. De bevolkingsgroei, zo leren we, komt alleen in problemen indien de groei niet parallel loopt met ofwel een groei in beschikbaar land, ofwel in efficiëntie in de productie. En aangezien de technologische vorderingen van de laatste eeuwen er met gemak in geslaagd zijn de bevolkingsgroei voor te blijven, is de mensheid op het moment van zijn hoogste bevolkingsaantal ooit, ook nooit (zelfs niet bij benadering) zo rijk geweest.
En dat is natuurlijk ook zo, maar het is op zich geen argument voor een bevolkingsaangroei. Het toont hoogstens dat het mogelijk is om gedurende langere periodes stijgende bevolkingen te blijven dragen. Maar het toont, bijvoorbeeld, niet dat dat op alle punten van de curve mogelijk is; bijvoorbeeld bij 1 miljard mensen (een eeuw of wat geleden), èn bij zes miljard mensen ( het jaar 2,000) èn bij om het even welk veel groter aantal dat je maar wil opnoemen – en waar we bij constante groei (en dus verdubbeling) op verbazingwekkend weinig tijd zouden arriveren. bijgevolg was dat pleidooi geen argument voor bevolkingsaangroei, maar voor technologische vooruitgang. Niemand hoeft mij van technologische vooruitgang te overtuigen. Overigens, iemand die daar toch twijfels bij heeft moet maar even bedenken dat, gegeven het feit dat de mensheid nu eenmaal groeit, technologische groei helpt de nadelen van de bevolkingsaangroei op te vangen.
Intussen zijn we toch maar bij het werkelijke argument aangeland. Dat argument denkt dat een stijgende bevolking in sterk oorzakelijk verband staat met technologische vooruitgang. Het is belangrijk er op te wijzen dat dat een sterk argument is, en dat er onberispelijk rationalistische denkers zijn die dat argumenteren (2). Maar het zal erg hard zijn om daar iets van te maken dat zelfs maar in de verte lijkt op een één voor één verband. Er zijn heel veel meer voorbeelden te vinden van gevallen waar een bevolkingsgroei geen aanleiding heeft gegeven tot technologische evolutie, dan gevallen waar dat wel zo was. Maar als de theorie een “sterk oorzakelijk verband” poneert tussen bevolkingsaangroei en technologische ontwikkeling, en vervolgens blijkt dat de beweerde “oorzaak” maar zeer af en toe ook werkelijk het beweerde “gevolg” voorafgaat, dan moeten we die theorie toch een beetje relativeren, nietwaar?
De waarheid is dat er mathematisch een omgekeerd verband bestaat tussen welvaart en bevolkingsaangroei. De welvaart van een samenleving is nog altijd haar productiviteit per hoofd. En de waarde van breuken daalt nog altijd wanneer de noemer van die breuken stijgt. Terwijl er hoogstens een mogelijk - maar onzeker en in elk geval zwak - evenredig verband bestaat tussen welvaart en bevolkingsgroei. Misschien toch maar even die reeks van 2,4,8,16 enzovoort in gedachten blijven verderzetten, tot het licht schijnt?
-------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/04/malthus.html
(2) North & Thomas, The Rise of the Western World, A New Economic History, 1973
zondag 10 december 2006
Chimpansees: "Ze zijn juist gelijk mensen!"
Met vrouw en kind ga ik van het mooie winterweer genieten door een grote wandeling te maken. Babbelbabbelbabbel, natuurlijk, en op een bepaald moment merken we het volgende op. In onze gezamenlijke kennissenkring kennen we tamelijk veel vrouwen die universitaire studies wiskunde hebben gedaan, daar vervolgens nog een zwaar programma bovenop deden – zeg, bijvoorbeeld, een doctoraat – en die momenteel een functie uitoefenen waarvoor ze heus geen geavanceerde wiskundigen hoeven te zijn.
Maar allemaal hebben ze verschillende kinderen, aan wie ze een gelukkige familie te bieden hebben, en zijn ze tevreden met hun job die hen toelaat een zekere deelname in het sociaal-economisch verkeer te combineren met precies die gelukkige familie. En dus kwam ons gesprek op vragen als hoe dat soort dingen komen en waarom dat soort verschillen tussen mannen en vrouwen optreden, altijd opnieuw.
Voor mij is dit gewoon weer één van de toepassingen van de stelling van enkele posts geleden (1). “De mens is één van pakweg 200 soorten apen.” Als je één van de 200 andere soorten bestudeert zal je heel vaak (maar niet 100% universeel) zien dat het de vrouwtjes zijn die voor de jongen zorgen. Voor de rest zal je heel erg verschillende soorten gedrag zien inzake sociale organizatie, rol van de mannetjes of problemen rond geweld in de groep, maar de zorg voor de kinderen, en bij uitbreiding de familie zal je heel vaak bij de vrouwtjes aantreffen.
Het gedrag van de mannetjes van onze soort is wegens die verscheidenheid niet zo simpel op één quasi gemeenschappelijk kenmerk terug te voeren, maar het lijkt erg goed op dat van chimpansees. Het zou fijn zijn dat zonder meer terug te brengen op het feit dat chimps onze naaste verwanten zijn, en de overeenkomst daarmee als verklaard te beschouwen. Helaas, daarmee komen we er niet. De realiteit is dat wij mensen even nauw verwant zijn aan de chimp als aan de bonobo, en bij de bonobo’s zijn de sociale rollen van mannetjes en vrouwtjes heel anders dan bij chimps.
Dus is het iets dat ik maar als onverklaarde, feitelijke waarneming zal behandelen. Mannetjeschimpansees besteden een groot deel van hun leven aan het zoeken van positie binnen de hiërarchie, aan vriendschappen en allianties, aan sociaal gedrag en het promoten van de groep naar buiten toe, en de eigen positie naar binnen toe. Precies wat mannetjesmensen ook doen.
Daartoe vinden ze ruim gelegenheid in organizaties als “de politiek”, maar ook de ambtenarij, en het bedrijfsleven, en zo verder tot en met het verenigingsleven en de strijd voor een goed doel (2). Dus, bewust sterk simplifiërend, en louter bedoeld als illustratie: Beeld je een chimpmannetje in, en hij zal op zoek gaan naar een sociale groep waarin hij een goede indruk kan nalaten. En naar chimpvrouwtjes, natuurlijk. Maar beeld je een chimpvrouwtje in, en zij zal op zoek gaan naar een territorium waarin er voldoende te eten valt voor de kleine aapjes, en waar er bevriende mannetjes zijn om er nieuwe kleine aapjes mee bij te maken. Of waar er zo weinig mogelijk vijandige mannetjes zijn die de kleine aapjes doodslaan omdat ze dan met dat vrouwtje sneller zelf kleine aapjes kunnen krijgen.
Analoog kunnen we ons inbeelden dat mensenmannetjes en –vrouwtjes rondlopen met precies dezelfde prioriteiten in het leven. Oh, ze noemen het niet “op zoek naar een groep waarin ze een goede indruk kunnen nalaten, in de eerste plaats op vrouwtjes”. Ze noemen het, bijvoorbeeld, “dienst aan mijn vaderland”. Het resultaat is evenwel precies hetzelfde.
Daarom handhaaf ik maar mijn theorie, in het volste besef dat het strikt genomen gaat over een lange serie vereenvoudigingen. Disclaimer! Wetenschappers die deze onderwerpen bestuderen zullen geneigd zijn op dit soort teksten zeer terughoudend te reageren! En ze hebben gelijk! Ik wil alleen signaleren hoe opvallend je een aantal dingen kan verklaren als je niets anders hanteert dan dit stel simplificaties. Bijvoorbeeld hoeveel vrouwen we kennen die eerst goed genoeg zijn opgeleid om zeer verantwoordelijke of intellectueel veeleisende functies uit te voeren, en die vervolgens al hun krachten wijden aan hun gezinnetje van vijf.
---------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/chimpanzee-politics-een-nieuwe.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/meloen.html
Maar allemaal hebben ze verschillende kinderen, aan wie ze een gelukkige familie te bieden hebben, en zijn ze tevreden met hun job die hen toelaat een zekere deelname in het sociaal-economisch verkeer te combineren met precies die gelukkige familie. En dus kwam ons gesprek op vragen als hoe dat soort dingen komen en waarom dat soort verschillen tussen mannen en vrouwen optreden, altijd opnieuw.
Voor mij is dit gewoon weer één van de toepassingen van de stelling van enkele posts geleden (1). “De mens is één van pakweg 200 soorten apen.” Als je één van de 200 andere soorten bestudeert zal je heel vaak (maar niet 100% universeel) zien dat het de vrouwtjes zijn die voor de jongen zorgen. Voor de rest zal je heel erg verschillende soorten gedrag zien inzake sociale organizatie, rol van de mannetjes of problemen rond geweld in de groep, maar de zorg voor de kinderen, en bij uitbreiding de familie zal je heel vaak bij de vrouwtjes aantreffen.
Het gedrag van de mannetjes van onze soort is wegens die verscheidenheid niet zo simpel op één quasi gemeenschappelijk kenmerk terug te voeren, maar het lijkt erg goed op dat van chimpansees. Het zou fijn zijn dat zonder meer terug te brengen op het feit dat chimps onze naaste verwanten zijn, en de overeenkomst daarmee als verklaard te beschouwen. Helaas, daarmee komen we er niet. De realiteit is dat wij mensen even nauw verwant zijn aan de chimp als aan de bonobo, en bij de bonobo’s zijn de sociale rollen van mannetjes en vrouwtjes heel anders dan bij chimps.
Dus is het iets dat ik maar als onverklaarde, feitelijke waarneming zal behandelen. Mannetjeschimpansees besteden een groot deel van hun leven aan het zoeken van positie binnen de hiërarchie, aan vriendschappen en allianties, aan sociaal gedrag en het promoten van de groep naar buiten toe, en de eigen positie naar binnen toe. Precies wat mannetjesmensen ook doen.
Daartoe vinden ze ruim gelegenheid in organizaties als “de politiek”, maar ook de ambtenarij, en het bedrijfsleven, en zo verder tot en met het verenigingsleven en de strijd voor een goed doel (2). Dus, bewust sterk simplifiërend, en louter bedoeld als illustratie: Beeld je een chimpmannetje in, en hij zal op zoek gaan naar een sociale groep waarin hij een goede indruk kan nalaten. En naar chimpvrouwtjes, natuurlijk. Maar beeld je een chimpvrouwtje in, en zij zal op zoek gaan naar een territorium waarin er voldoende te eten valt voor de kleine aapjes, en waar er bevriende mannetjes zijn om er nieuwe kleine aapjes mee bij te maken. Of waar er zo weinig mogelijk vijandige mannetjes zijn die de kleine aapjes doodslaan omdat ze dan met dat vrouwtje sneller zelf kleine aapjes kunnen krijgen.
Analoog kunnen we ons inbeelden dat mensenmannetjes en –vrouwtjes rondlopen met precies dezelfde prioriteiten in het leven. Oh, ze noemen het niet “op zoek naar een groep waarin ze een goede indruk kunnen nalaten, in de eerste plaats op vrouwtjes”. Ze noemen het, bijvoorbeeld, “dienst aan mijn vaderland”. Het resultaat is evenwel precies hetzelfde.
Daarom handhaaf ik maar mijn theorie, in het volste besef dat het strikt genomen gaat over een lange serie vereenvoudigingen. Disclaimer! Wetenschappers die deze onderwerpen bestuderen zullen geneigd zijn op dit soort teksten zeer terughoudend te reageren! En ze hebben gelijk! Ik wil alleen signaleren hoe opvallend je een aantal dingen kan verklaren als je niets anders hanteert dan dit stel simplificaties. Bijvoorbeeld hoeveel vrouwen we kennen die eerst goed genoeg zijn opgeleid om zeer verantwoordelijke of intellectueel veeleisende functies uit te voeren, en die vervolgens al hun krachten wijden aan hun gezinnetje van vijf.
---------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/chimpanzee-politics-een-nieuwe.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/meloen.html
zaterdag 9 december 2006
Grooooooot Experiment
Op aanraden van een vriend - jawel, jawel, die zijn er - heb ik de "comment moderation" van Blogger afgezet. Dat betekent dat iedereen comments kan plaatsen, en dat die dan meteen (zouden moeten) verschijnen.
Daarmee heeft mijn vriend een aanzienlijke psychologische blokkade weten weg te werken. Hij heeft dat niet gedaan door (a) elke dag te emmeren over hoe vervelend het systeem wel is (wist ik al) of (b) te wijzen op het ondemocratische, elitaire, onsympathieke, arrogante of asociale karakter van het systeem (al die epitheta blijven immers onverminderd op mijn moeilijk doch opgewekt karakter van toepassing) of (c) stroop te smeren over het grote potentiëel van het blog dat door het gebruik van het systeem de grond ingeboord wordt.
Integendeel. Wetend hoe hij mij dient aan te pakken begon hij met iets als "face reality". Ik ben altijd geïnteresseerd in het facen van reality, dus we faceten reality. Reality is dat dit geen veelgelezen blog is. Reality is dat het nog maar twee keer is voorgekomen dat ik posts heb geweigerd. De laatste keer was het gewoon een lege boodschap, iets als "hello ik ben Mandy", of zoiets. Voor de andere keer, zie (1).
Dus, zegt mijn vriend, is er bijzonder weinig reden om aan te nemen dat het systeem veel oplevert, terwijl het natuurlijk (a) vervelend, (b) onsympathiek en (c) slecht voor het grote potentiëel van het blog is.
Even diep ademhalen, en ach, ik probeer het. Maar ik beloof niets! Ik wil niet meemaken wat je op usenet meemaakt. Ik wil ook niet meemaken wat bekende blogs meemaken, waar de onzin en het gescheld vaak potentiële gebruikers afschrikt. Ik probeer het alleen omdat ik nu eenmaal niet het soort blog heb dat dat gevaar loopt, of lijkt te lopen. Als dat verandert, dan ga ik terug over op het oude systeem. (Tenzij, natuurlijk, op één of andere manier een middel ontstaat dat mijn problemen oplost.) En als ik mezelf een beetje ken zal daar niet eens erg veel voor nodig zijn.
Je bent nu eenmaal een asociaal en onflexibel karakter, of je bent het niet.
----------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/not-good-enough.html
Daarmee heeft mijn vriend een aanzienlijke psychologische blokkade weten weg te werken. Hij heeft dat niet gedaan door (a) elke dag te emmeren over hoe vervelend het systeem wel is (wist ik al) of (b) te wijzen op het ondemocratische, elitaire, onsympathieke, arrogante of asociale karakter van het systeem (al die epitheta blijven immers onverminderd op mijn moeilijk doch opgewekt karakter van toepassing) of (c) stroop te smeren over het grote potentiëel van het blog dat door het gebruik van het systeem de grond ingeboord wordt.
Integendeel. Wetend hoe hij mij dient aan te pakken begon hij met iets als "face reality". Ik ben altijd geïnteresseerd in het facen van reality, dus we faceten reality. Reality is dat dit geen veelgelezen blog is. Reality is dat het nog maar twee keer is voorgekomen dat ik posts heb geweigerd. De laatste keer was het gewoon een lege boodschap, iets als "hello ik ben Mandy", of zoiets. Voor de andere keer, zie (1).
Dus, zegt mijn vriend, is er bijzonder weinig reden om aan te nemen dat het systeem veel oplevert, terwijl het natuurlijk (a) vervelend, (b) onsympathiek en (c) slecht voor het grote potentiëel van het blog is.
Even diep ademhalen, en ach, ik probeer het. Maar ik beloof niets! Ik wil niet meemaken wat je op usenet meemaakt. Ik wil ook niet meemaken wat bekende blogs meemaken, waar de onzin en het gescheld vaak potentiële gebruikers afschrikt. Ik probeer het alleen omdat ik nu eenmaal niet het soort blog heb dat dat gevaar loopt, of lijkt te lopen. Als dat verandert, dan ga ik terug over op het oude systeem. (Tenzij, natuurlijk, op één of andere manier een middel ontstaat dat mijn problemen oplost.) En als ik mezelf een beetje ken zal daar niet eens erg veel voor nodig zijn.
Je bent nu eenmaal een asociaal en onflexibel karakter, of je bent het niet.
----------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/not-good-enough.html
Over moralisten en beter nadenken
Ivan Janssens verwijst op zijn blog naar een artikel van Dirk Verhofstadt:
http://www.liberales.be/cgi-bin/show.pl?column&verhofstadtchina&print
Ik ben het volledig eens met de kritiek van Ivan:
http://www.ivanjanssens.be/dutch/nartikel.asp?link=48
De post van vandaag is dan ook alleen maar copy and paste van mijn manier om die bezwaren uit te drukken, QUOTE
"Dit is inderdaad gewoon pijnlijk. Zou het veel gevraagd zijn, als we ons dan toch moeten laten uitschelden voor "marktfundamentalist" om er aan te herinneren dat wij het wel altijd hebben over vrije markten?
En als er "gewerkt wordt in een vorm van slavernij", en als dat "ten goede komt aan de rijke bovenklasse"; hoe zou dat dan anders kunnen dan omdat die slavernij tot grote winst leidt?
En als er ergens grote winsten te rapen vallen, en de markten vrij zijn, wat zal er dan anders gebeuren dat andere marktfundamentalisten ook werknemers komen huren om ook die winsten te maken? En wat zal er dan overeenkomstig de wet van vraag en aanbod (ik veronderstel dat wij, marktfundamentalisten, die wet wel mogen inroepen?) gebeuren?
Ik zal het maar zelf zeggen, want de moralisten doen dat nooit.
Wat er overeenkomstig de wensen van de marktfundamentalisten zal gebeuren is dat de lonen zullen stijgen, en de omstandigheden zullen verbeteren, naarmate de grote winsten meer ondernemers aantrekken, die allemaal zullen moeten concurreren om dat werkvolk aan te trekken.
Vraag en aanbod, dus.
En één van de weinige dingen die daar iets aan kunnen doen, is dat er een dicatoriale overheid bestaat, die verbiedt dat die andere ondernemers de lonen omhoog komen bieden. Het letterlijke tegendeel van een vrije markt is wat kan maken dat de lonen laag blijven als de winsten hoog zijn.
En dus wil ik wel proberen er stoicijns onder te blijven wanneer ik wordt uitgescholden (het kan beter ook niet te vaak gebeuren, natuurlijk) voor "marktfundamentalist". Maar als ik daarbij moet worden voorgesteld als iemand die het lijnrechte tegendeel verkondigt van mijn echte standpunt, dan word ik daar een tikkeltje nerveus van. Is er een manier om mijn bezwaren aan Dirk Verhofstadt te laten kennen?"
UNQUOTE
Let wel, ik ben het ook eens met Dirk Verhofstadt wanneer hij de toestanden aanklaagt. Maar ik protesteer tegen zijn manier om te sneren aan het adres van (wat hij) marktfundamentalisten (noemt). "Van twee dingen één", zoals dat in het Vlaams zo lelijk heet. Er zijn mensen die de toestanden toejuichen omdat de globale welvaart in China stijgt - maar de beschreven manier waarop het gebeurt heeft met "markt" evenveel te maken als een tang met een varken. En mensen die zo overtuigd zijn van het belang van vrije markten dat je ze min of meer terecht "fundamentalisten" zou kunnen noemen, zullen het moeilijk hebben om voorbeelden te vinden die nog verder weg liggen van wat hun ideaal voorstelt.
(Gebeurlijke commentaren mag je met veel plezier naar Ivans Blog sturen. Gewoon, omdat Ivan er over begonnen is.)
http://www.liberales.be/cgi-bin/show.pl?column&verhofstadtchina&print
Ik ben het volledig eens met de kritiek van Ivan:
http://www.ivanjanssens.be/dutch/nartikel.asp?link=48
De post van vandaag is dan ook alleen maar copy and paste van mijn manier om die bezwaren uit te drukken, QUOTE
"Dit is inderdaad gewoon pijnlijk. Zou het veel gevraagd zijn, als we ons dan toch moeten laten uitschelden voor "marktfundamentalist" om er aan te herinneren dat wij het wel altijd hebben over vrije markten?
En als er "gewerkt wordt in een vorm van slavernij", en als dat "ten goede komt aan de rijke bovenklasse"; hoe zou dat dan anders kunnen dan omdat die slavernij tot grote winst leidt?
En als er ergens grote winsten te rapen vallen, en de markten vrij zijn, wat zal er dan anders gebeuren dat andere marktfundamentalisten ook werknemers komen huren om ook die winsten te maken? En wat zal er dan overeenkomstig de wet van vraag en aanbod (ik veronderstel dat wij, marktfundamentalisten, die wet wel mogen inroepen?) gebeuren?
Ik zal het maar zelf zeggen, want de moralisten doen dat nooit.
Wat er overeenkomstig de wensen van de marktfundamentalisten zal gebeuren is dat de lonen zullen stijgen, en de omstandigheden zullen verbeteren, naarmate de grote winsten meer ondernemers aantrekken, die allemaal zullen moeten concurreren om dat werkvolk aan te trekken.
Vraag en aanbod, dus.
En één van de weinige dingen die daar iets aan kunnen doen, is dat er een dicatoriale overheid bestaat, die verbiedt dat die andere ondernemers de lonen omhoog komen bieden. Het letterlijke tegendeel van een vrije markt is wat kan maken dat de lonen laag blijven als de winsten hoog zijn.
En dus wil ik wel proberen er stoicijns onder te blijven wanneer ik wordt uitgescholden (het kan beter ook niet te vaak gebeuren, natuurlijk) voor "marktfundamentalist". Maar als ik daarbij moet worden voorgesteld als iemand die het lijnrechte tegendeel verkondigt van mijn echte standpunt, dan word ik daar een tikkeltje nerveus van. Is er een manier om mijn bezwaren aan Dirk Verhofstadt te laten kennen?"
UNQUOTE
Let wel, ik ben het ook eens met Dirk Verhofstadt wanneer hij de toestanden aanklaagt. Maar ik protesteer tegen zijn manier om te sneren aan het adres van (wat hij) marktfundamentalisten (noemt). "Van twee dingen één", zoals dat in het Vlaams zo lelijk heet. Er zijn mensen die de toestanden toejuichen omdat de globale welvaart in China stijgt - maar de beschreven manier waarop het gebeurt heeft met "markt" evenveel te maken als een tang met een varken. En mensen die zo overtuigd zijn van het belang van vrije markten dat je ze min of meer terecht "fundamentalisten" zou kunnen noemen, zullen het moeilijk hebben om voorbeelden te vinden die nog verder weg liggen van wat hun ideaal voorstelt.
(Gebeurlijke commentaren mag je met veel plezier naar Ivans Blog sturen. Gewoon, omdat Ivan er over begonnen is.)
vrijdag 8 december 2006
Assymetrie
De kranten staan vol met de moeder van een gehandicapt kind, die opbiecht dat zij het liever had laten sterven, dan het kind en de familie levenslang op te zadelen met een gehandicapt leven. Na de noodkreet zelf en vele reacties zijn er nu ook de lezersbrieven. Pas daaraan voel je welke hartverscheurende drama's zich zo vaak afspelen in een mensenleven - laten we proberen er een beetje sereen en berustend bij te blijven. Zowel de mensen die zich nog altijd schuldig voelen bij het verlies van het leven van een kind dat ze niet hebben kunnen redden, als de mensen die zich hopeloos veroordeeld voelen tot een leven waarvan ze niet de zin (maar wel de onzin, elke dag opnieuw) kunnen voelen, verdienen het.
Ik voel me haperen bij één van de brieven waarin een moeder vertelt hoe ze haar gehandicapt kind een leven heeft kunnen bieden, waarin dat kind een zeker geluk kan ervaren. Dat is prachtig: al mijn felicitaties. Als de boodschap er hier één van troost, medeleven en steun is, dan had ik het niet beter kunnen zeggen. Als de boodschap er één is waarin "ieder leven waarde heeft", zodat iedereen maar meteen dezelfde weg moet volgen, en moet willen volgen, dan heb ik een probleem (dat me doet terugdenken aan een post uit de vroegste periode van dit blog (1), maar dit terzijde).
Een eerste aspect gaat over kennis. Nu zegt een basisregel uit de psychologie dat je geen boodschappen mag overmaken waar mensen niet klaar voor zijn. Het overwinnen van het kennisprobleem lijkt me hier nochtans belangrijker dan de emotionele problemen die er uit kunnen volgen. De moeilijke boodschap is als volgt. Een mensenleven is geen door God gezonden zegening die tot elke prijs in stand moet gehouden worden, maar wel een chemisch proces. We kennen de chemische bestanddelen van dat proces, dat zoals alle chemische processen bestaat uit dezelfde bouwstenen (koolstof waterstof, zuurstof, enzovoort). We kennen de manieren waarop die zoals bij alle chemische processen met elkaar reageren. We kennen de fysieke oorzaken die het proces in gang zetten, en we kennen een hoop fysieke oorzaken van dingen die het proces bemoeilijken ("ziekte") of stopzetten ("dood"), en we weten hoe na dat laatste de bouwstenen gerecycleerd worden in het systeem dat de oppervlakte van de planeet Aarde is. Steeds zoals dat voor alle andere chemische processen geldt. (Naar ik me heb laten vertellen is de kans erg groot dat sommige waterstofmoleculen die ooit in Socrates hebben gezeten op dit moment in u en mij zitten)
Zoals gezegd, dat is een inzicht waar niet iedereen aan toe is, en waar veel mensen het zelfs erg moeilijk mee hebben. Maar de realiteit is dat de correctheid van de beschrijvingen van die realiteit niet afhangt van de vraag of de resultaten ons aanstaan. Zo krijgen we sterk uiteenlopende opvattingen, waarbij mensen helemaal geen chemisch proces zien, maar wel degelijk de goddelijke vonk van het leven, met alle consequenties vandien. Bijvoorbeeld de heftigheid waarmee de debatten af en toe gevoerd worden.
Een andere consequentie van de uiteenlopende opvattingen is meteen het tweede aspect van mijn probleem, en het vloeit uit de kenniskloof voort. Wanneer je met het chemisch proces in het achterhoofd verklaringen leest over mensen die in naam van de waarde van elk leven toch zijn doorgegaan, dan kan je daar begrip voor voelen, en een aanzienlijke mate van bewondering. Als je leest over het verdriet van een moeder die tien jaar na het verlies van haar kind nog altijd treurt, dan kan je een diep meeleven voelen (aanzienlijk versterkt als je zelf de papa van baby Sarah bent, daar niet van). En tegelijk kan je een even diep begrip en meeleven voelen met mensen die dingen schrijven als "het is gemakkelijk om tijdens je werkuren het gehandicapt leven te redden, en na het werk naar huis te gaan en het probleem achter te laten, maar dat gaat niet wanneer je zelf de ouder van het gehandicapt kind bent." Of ook "maar wij voelen ons voor het leven veroordeeld - en waarom?". De wanhoop, de bitterheid, de uitzichtloosheid, de woede... ik kan me een begin van een idee vormen van hoe dat moet voelen - ik kan het tenminste proberen.
Maar in de andere richting werkt het zo niet. Met de goddelijke vonk in het achterhoofd zijn we weer op het punt dat wat die mensen denken en voelen zomaar opeens een universele waarheid is. De mensen die ooit, in deze omstandigheden, niet geprobeerd hebben een kind te houden, verschijnen nu als harteloze egoisten, die alleen aan zichzelf denken, de waarde van het leven negeren, en het goddelijk plan in de war sturen. En natuurlijk hebben ze het recht op die opinie, en ze hebben het recht om die te uiten, tot je in de krant ook kan lezen dat de moeder die haar wanhoop publiek heeft gemaakt toch wel van grote moed getuigt. Dat aspect van mijn probleem kan je de "assymetrie" noemen. Denkend in termen van een chemisch proces kan je begrip en bewondering voelen voor mensen die het anders voelen, en er naar handelen. Denken in termen van een goddelijke vonk krijgen we integendeel de neiging om die opvatting aan de hele rest van de wereld op te leggen.
En met die assymetrie heb ik een probleem. Iedereen die na dit stuk een heel andere mening heeft dan ikzelf mag van mij die mening hebben en er naar handelen. Het enige wat ik vraag is dat mensen die mijn mening zijn toegedaan van de andere kant evenveel recht op die mening krijgen, en evenzeer het recht er naar te handelen. Wedden dat er heel veel minder hoogoplopende ruzies zouden zijn?
----------------------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/herman-de-dijn.html
Ik voel me haperen bij één van de brieven waarin een moeder vertelt hoe ze haar gehandicapt kind een leven heeft kunnen bieden, waarin dat kind een zeker geluk kan ervaren. Dat is prachtig: al mijn felicitaties. Als de boodschap er hier één van troost, medeleven en steun is, dan had ik het niet beter kunnen zeggen. Als de boodschap er één is waarin "ieder leven waarde heeft", zodat iedereen maar meteen dezelfde weg moet volgen, en moet willen volgen, dan heb ik een probleem (dat me doet terugdenken aan een post uit de vroegste periode van dit blog (1), maar dit terzijde).
Een eerste aspect gaat over kennis. Nu zegt een basisregel uit de psychologie dat je geen boodschappen mag overmaken waar mensen niet klaar voor zijn. Het overwinnen van het kennisprobleem lijkt me hier nochtans belangrijker dan de emotionele problemen die er uit kunnen volgen. De moeilijke boodschap is als volgt. Een mensenleven is geen door God gezonden zegening die tot elke prijs in stand moet gehouden worden, maar wel een chemisch proces. We kennen de chemische bestanddelen van dat proces, dat zoals alle chemische processen bestaat uit dezelfde bouwstenen (koolstof waterstof, zuurstof, enzovoort). We kennen de manieren waarop die zoals bij alle chemische processen met elkaar reageren. We kennen de fysieke oorzaken die het proces in gang zetten, en we kennen een hoop fysieke oorzaken van dingen die het proces bemoeilijken ("ziekte") of stopzetten ("dood"), en we weten hoe na dat laatste de bouwstenen gerecycleerd worden in het systeem dat de oppervlakte van de planeet Aarde is. Steeds zoals dat voor alle andere chemische processen geldt. (Naar ik me heb laten vertellen is de kans erg groot dat sommige waterstofmoleculen die ooit in Socrates hebben gezeten op dit moment in u en mij zitten)
Zoals gezegd, dat is een inzicht waar niet iedereen aan toe is, en waar veel mensen het zelfs erg moeilijk mee hebben. Maar de realiteit is dat de correctheid van de beschrijvingen van die realiteit niet afhangt van de vraag of de resultaten ons aanstaan. Zo krijgen we sterk uiteenlopende opvattingen, waarbij mensen helemaal geen chemisch proces zien, maar wel degelijk de goddelijke vonk van het leven, met alle consequenties vandien. Bijvoorbeeld de heftigheid waarmee de debatten af en toe gevoerd worden.
Een andere consequentie van de uiteenlopende opvattingen is meteen het tweede aspect van mijn probleem, en het vloeit uit de kenniskloof voort. Wanneer je met het chemisch proces in het achterhoofd verklaringen leest over mensen die in naam van de waarde van elk leven toch zijn doorgegaan, dan kan je daar begrip voor voelen, en een aanzienlijke mate van bewondering. Als je leest over het verdriet van een moeder die tien jaar na het verlies van haar kind nog altijd treurt, dan kan je een diep meeleven voelen (aanzienlijk versterkt als je zelf de papa van baby Sarah bent, daar niet van). En tegelijk kan je een even diep begrip en meeleven voelen met mensen die dingen schrijven als "het is gemakkelijk om tijdens je werkuren het gehandicapt leven te redden, en na het werk naar huis te gaan en het probleem achter te laten, maar dat gaat niet wanneer je zelf de ouder van het gehandicapt kind bent." Of ook "maar wij voelen ons voor het leven veroordeeld - en waarom?". De wanhoop, de bitterheid, de uitzichtloosheid, de woede... ik kan me een begin van een idee vormen van hoe dat moet voelen - ik kan het tenminste proberen.
Maar in de andere richting werkt het zo niet. Met de goddelijke vonk in het achterhoofd zijn we weer op het punt dat wat die mensen denken en voelen zomaar opeens een universele waarheid is. De mensen die ooit, in deze omstandigheden, niet geprobeerd hebben een kind te houden, verschijnen nu als harteloze egoisten, die alleen aan zichzelf denken, de waarde van het leven negeren, en het goddelijk plan in de war sturen. En natuurlijk hebben ze het recht op die opinie, en ze hebben het recht om die te uiten, tot je in de krant ook kan lezen dat de moeder die haar wanhoop publiek heeft gemaakt toch wel van grote moed getuigt. Dat aspect van mijn probleem kan je de "assymetrie" noemen. Denkend in termen van een chemisch proces kan je begrip en bewondering voelen voor mensen die het anders voelen, en er naar handelen. Denken in termen van een goddelijke vonk krijgen we integendeel de neiging om die opvatting aan de hele rest van de wereld op te leggen.
En met die assymetrie heb ik een probleem. Iedereen die na dit stuk een heel andere mening heeft dan ikzelf mag van mij die mening hebben en er naar handelen. Het enige wat ik vraag is dat mensen die mijn mening zijn toegedaan van de andere kant evenveel recht op die mening krijgen, en evenzeer het recht er naar te handelen. Wedden dat er heel veel minder hoogoplopende ruzies zouden zijn?
----------------------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/herman-de-dijn.html
donderdag 7 december 2006
Epaminondas
Epaminondas... Waar heb ik die klank toch nog gehoord? Bladerbladerblader door het verre geheugen, en daar verschijnt een man met een vervaarlijke kinnebak voor mijn geestesoog. De Backer heette die man, en hij zag er uit alsof hij destijds persoonlijk de Mongolen had gestopt. Met een blik die alle twaalfjarige scholieren, ook die van de jeugd van tegenwoordig, onder de bank deed wegkruipen keek hij de klas in, en twee minuten nadat hij zijn mond had opengedaan lagen ze slap van het lachen in elkaars armen. Dàt waren nog eens geschiedenislessen!
Die man, dus, zie ik nog bijna voor mijn ogen, en ik hoor hem nog praten over Epaminondas. Helaas, meer weet ik er al niet meer van. Maar dat komt ongetwijfeld in zéér grote mate omdat (a) het toch al een tijdje geleden is dat ik twaalf jaar was, en (b) toen ik twaalf jaar was (en een hoop langer, als ik eerlijk ben) ik mijn tijd op de schoolbanken slapend en dromend doorbracht.
Maar aangezien meneer De Backer mij over Epaminondas heeft gesproken, en aangezien ik dus weet in welk jaar dat was, zal ik hem bij de oude Egyptenaren of oude Grieken moeten zoeken. En daarmee was tot een paar maanden geleden mijn kennis uitgeput – maar het zou al stukken beter geweest zijn dan iemand aan wie ik laatst vroeg wanneer de profeet Mohammed (vrede zij met hem en vooral zijn volgelingen) leefde, en die als antwoord “Ui – 5,000 voor Christus?” probeerde (1).
Edoch! Een geprepareerde geest is er twee waard! De geregelde lezer van Speels maar Serieus herinnert zich nog wel dat fenomeen uit de oudheid, onze vrienden de Spartanen. We weten nu dat (en waarom) er met de Spartanen van de tijd van de Perzische en Peloponnesische oorlogen bepaald niet gelachen werd: vijfde eeuw voor Christus. We weten (hopelijk ook nog wel) dat er in de tijd van Julius Caesar van de Spartanen niet meer geklapt werd: eerste eeuw voor Christus. En ja – Alexander de Grote, die moet daar toch ook gepasseerd zijn zonder we er maar een glimp van opvangen. Ze moeten al weg geweest zijn: derde eeuw voor Christus.
Hmmmm... Tussen de vijfde eeuw voor Christus, toen het vermelden van de Spartanen genoeg was om de andere hoplieten te doen verbleken van schrik, en de derde eeuw toen Alexander er los doorheen wandelde, moet er iets gebeurd zijn, nietwaar?
En dat is ook zo. Epaminondas, dat is wat er gebeurd is. In de vierde eeuw voor Christus: wil me dat lukken.
Het zit zo. In de periode voor, tijdens, en na die formidabele periode die tot vandaag maakt dat we de Grieken als de bakermat van onze beschaving beschouwen, was Griekenland een politiek verdeelde beschaving. De materiële basis van de Griekse cultuur was een reeks zogenaamde “stadsstaten”, die allemaal onafhankelijk van elkaar waren. De term “stadsstaten” slaat op het feit dat de politieke eenheden doorgaans bestonden uit één enkele stad, omringd door een (naar zowel hedendaagse, als toenmalige Perzische maatstaven) lachwekkend lapje grond. Elk van die steden zat verwikkeld in een ingewikkeld spel van intriges, allianties en verraad tegenover alle andere steden. Alles bij elkaar liep het aantal in de honderden, verspreid over het Griekse vasteland, de eilanden en eilandjes, de Ionische (nu Turkse) kust en de vele kusten van de gekolonizeerde gebieden.
De meerderheid was nog minusculer dan je kan opmaken uit dit soort beschrijving. Daartegenover is de lof van de grootste, Athene, (niet ten onrechte) zo vaak bezongen dat je de rest uit het oog zou verliezen. En zoals dat gaat had je in werkelijkheid een heel brede waaier, met tussen al dat klein grut en Athene zelf een aantal steden die Athene naar de kroon staken of toch minstens een serieuze vinger in de pap hadden. Een paar namen van die belangrijke steden zouden onder andere Sparta, Korinthe, Thebe of Argos zijn.
Thebe is een naam die de lezer misschien herkent van “Koning Oidipous”. Maar Thebe was ook de stad van Epaminondas. In de vierde eeuw voor Christus presteerde Epaminondas het om de macht van de Spartanen te weerstaan. Dus stonden de Spartanen al gauw voor de poort, en toen deed Epaminondas iets ongehoords. Hij veranderde de opstelling waarin de Griekse hoplieten sinds mensenheugenis met elkaar vochten. De nomale manier volgde uit het feit dat de hopliet zijn speer in de rechterhand hield, en zijn schild in de linker. Daaruit volgde dat de uiterste rechterflank onbeschermd was, en dat de falanks altijd naar rechts uitweek, om te vermijden in die flank te worden aangevallen. En daarom ook stonden aan de rechterflanken de beste eenheden – en de falanks waarvan de elitetroepen het eerst de linkerflank van de vijand kon doen wijken was vaak de falanks die de overwinning behaalde.
De lezer heeft natuurlijk al lang begrepen dat het antwoord op die vraag in de concrete realiteit heel vaak “de Spartanen” (je herkende ze van ver aan hun rode mantels) was.
Maar Epaminondas had dat allemaal niet alleen goed begrepen, maar hij deed er ook iets aan. In plaats van zijn elitetroepen op de rechterflank te plaatsen, zette hij ze in op de linkerflank. En dus stonden van bij het begin de elitetroepen van de Spartanen tegen die van de Thebanen, maar het verschil was dat de Thebanen daarop hadden gerekend.
Aan de militaire hegemonie van Sparta kwam een eind toen de Thebanen van Epaminondas ze versloegen met een vernieuwende tactiek, en vervolgens de oorlog naar de Peloponnesos verlegden, waar ze Sparta reduceerden tot een groot dorp. Dat zal destijds ongeveer even spectaculair geweest zijn als het feit dat de Mongolen op een dag een veldslag (hou je vast) verloren(!!) tegen de Mameluken (17 eeuwen later of zoiets) of de overwinning van Zulte Waregem op Anderlecht (25 eeuwen later). De Spartanen! Amen en uit!
Maar met wijsheid achteraf was het natuurlijk alleen maar de zoveelste twist tussen Griekse steden. Je kent dat: ze waren allemaal weer eens glorieus gestorven op het veld van eer, maar ze waren ondertussen toch maar dood. En nog een beetje later lijfde Alexander de Grote heel dat gebied van zelden geziene uitstraling in, en nog wat later arriveerden de Romeinen, en ze deden het werk van Alexander nog eens over, en de Grieken waren niet langer in een positie om daar wat dan ook aan te doen. Uitgeput van de vele ruzies.
Dus volgt aan het einde van het verhaal een morele preek. Neenee, niet over “grootheid en verval”, of de domme twisten van de Griekse stadstaten. Wel over het feit dat het officiële onderwijs de naam Epaminondas even snel weer doet vergeten als ze hem hebben ter sprake gebracht. Zou een verhaal dat hem plaatst tussen de daden van de Spartanen van de vijfde eeuw voor Christus en het passeren van Alexander in de derde niet meer kans maken dat er iets van blijft hangen? Want zeg nu zelf, wat is er moeilijk aan het gemiddelde van drie en vijf?
Die man, dus, zie ik nog bijna voor mijn ogen, en ik hoor hem nog praten over Epaminondas. Helaas, meer weet ik er al niet meer van. Maar dat komt ongetwijfeld in zéér grote mate omdat (a) het toch al een tijdje geleden is dat ik twaalf jaar was, en (b) toen ik twaalf jaar was (en een hoop langer, als ik eerlijk ben) ik mijn tijd op de schoolbanken slapend en dromend doorbracht.
Maar aangezien meneer De Backer mij over Epaminondas heeft gesproken, en aangezien ik dus weet in welk jaar dat was, zal ik hem bij de oude Egyptenaren of oude Grieken moeten zoeken. En daarmee was tot een paar maanden geleden mijn kennis uitgeput – maar het zou al stukken beter geweest zijn dan iemand aan wie ik laatst vroeg wanneer de profeet Mohammed (vrede zij met hem en vooral zijn volgelingen) leefde, en die als antwoord “Ui – 5,000 voor Christus?” probeerde (1).
Edoch! Een geprepareerde geest is er twee waard! De geregelde lezer van Speels maar Serieus herinnert zich nog wel dat fenomeen uit de oudheid, onze vrienden de Spartanen. We weten nu dat (en waarom) er met de Spartanen van de tijd van de Perzische en Peloponnesische oorlogen bepaald niet gelachen werd: vijfde eeuw voor Christus. We weten (hopelijk ook nog wel) dat er in de tijd van Julius Caesar van de Spartanen niet meer geklapt werd: eerste eeuw voor Christus. En ja – Alexander de Grote, die moet daar toch ook gepasseerd zijn zonder we er maar een glimp van opvangen. Ze moeten al weg geweest zijn: derde eeuw voor Christus.
Hmmmm... Tussen de vijfde eeuw voor Christus, toen het vermelden van de Spartanen genoeg was om de andere hoplieten te doen verbleken van schrik, en de derde eeuw toen Alexander er los doorheen wandelde, moet er iets gebeurd zijn, nietwaar?
En dat is ook zo. Epaminondas, dat is wat er gebeurd is. In de vierde eeuw voor Christus: wil me dat lukken.
Het zit zo. In de periode voor, tijdens, en na die formidabele periode die tot vandaag maakt dat we de Grieken als de bakermat van onze beschaving beschouwen, was Griekenland een politiek verdeelde beschaving. De materiële basis van de Griekse cultuur was een reeks zogenaamde “stadsstaten”, die allemaal onafhankelijk van elkaar waren. De term “stadsstaten” slaat op het feit dat de politieke eenheden doorgaans bestonden uit één enkele stad, omringd door een (naar zowel hedendaagse, als toenmalige Perzische maatstaven) lachwekkend lapje grond. Elk van die steden zat verwikkeld in een ingewikkeld spel van intriges, allianties en verraad tegenover alle andere steden. Alles bij elkaar liep het aantal in de honderden, verspreid over het Griekse vasteland, de eilanden en eilandjes, de Ionische (nu Turkse) kust en de vele kusten van de gekolonizeerde gebieden.
De meerderheid was nog minusculer dan je kan opmaken uit dit soort beschrijving. Daartegenover is de lof van de grootste, Athene, (niet ten onrechte) zo vaak bezongen dat je de rest uit het oog zou verliezen. En zoals dat gaat had je in werkelijkheid een heel brede waaier, met tussen al dat klein grut en Athene zelf een aantal steden die Athene naar de kroon staken of toch minstens een serieuze vinger in de pap hadden. Een paar namen van die belangrijke steden zouden onder andere Sparta, Korinthe, Thebe of Argos zijn.
Thebe is een naam die de lezer misschien herkent van “Koning Oidipous”. Maar Thebe was ook de stad van Epaminondas. In de vierde eeuw voor Christus presteerde Epaminondas het om de macht van de Spartanen te weerstaan. Dus stonden de Spartanen al gauw voor de poort, en toen deed Epaminondas iets ongehoords. Hij veranderde de opstelling waarin de Griekse hoplieten sinds mensenheugenis met elkaar vochten. De nomale manier volgde uit het feit dat de hopliet zijn speer in de rechterhand hield, en zijn schild in de linker. Daaruit volgde dat de uiterste rechterflank onbeschermd was, en dat de falanks altijd naar rechts uitweek, om te vermijden in die flank te worden aangevallen. En daarom ook stonden aan de rechterflanken de beste eenheden – en de falanks waarvan de elitetroepen het eerst de linkerflank van de vijand kon doen wijken was vaak de falanks die de overwinning behaalde.
De lezer heeft natuurlijk al lang begrepen dat het antwoord op die vraag in de concrete realiteit heel vaak “de Spartanen” (je herkende ze van ver aan hun rode mantels) was.
Maar Epaminondas had dat allemaal niet alleen goed begrepen, maar hij deed er ook iets aan. In plaats van zijn elitetroepen op de rechterflank te plaatsen, zette hij ze in op de linkerflank. En dus stonden van bij het begin de elitetroepen van de Spartanen tegen die van de Thebanen, maar het verschil was dat de Thebanen daarop hadden gerekend.
Aan de militaire hegemonie van Sparta kwam een eind toen de Thebanen van Epaminondas ze versloegen met een vernieuwende tactiek, en vervolgens de oorlog naar de Peloponnesos verlegden, waar ze Sparta reduceerden tot een groot dorp. Dat zal destijds ongeveer even spectaculair geweest zijn als het feit dat de Mongolen op een dag een veldslag (hou je vast) verloren(!!) tegen de Mameluken (17 eeuwen later of zoiets) of de overwinning van Zulte Waregem op Anderlecht (25 eeuwen later). De Spartanen! Amen en uit!
Maar met wijsheid achteraf was het natuurlijk alleen maar de zoveelste twist tussen Griekse steden. Je kent dat: ze waren allemaal weer eens glorieus gestorven op het veld van eer, maar ze waren ondertussen toch maar dood. En nog een beetje later lijfde Alexander de Grote heel dat gebied van zelden geziene uitstraling in, en nog wat later arriveerden de Romeinen, en ze deden het werk van Alexander nog eens over, en de Grieken waren niet langer in een positie om daar wat dan ook aan te doen. Uitgeput van de vele ruzies.
Dus volgt aan het einde van het verhaal een morele preek. Neenee, niet over “grootheid en verval”, of de domme twisten van de Griekse stadstaten. Wel over het feit dat het officiële onderwijs de naam Epaminondas even snel weer doet vergeten als ze hem hebben ter sprake gebracht. Zou een verhaal dat hem plaatst tussen de daden van de Spartanen van de vijfde eeuw voor Christus en het passeren van Alexander in de derde niet meer kans maken dat er iets van blijft hangen? Want zeg nu zelf, wat is er moeilijk aan het gemiddelde van drie en vijf?
woensdag 6 december 2006
Moderne Kunst
Een scène uit het destijds populaire programma De Mol spookt nog af en toe door mijn hoofd. De deelnemers hadden tot opdracht een “abstract kunstwerk” te maken. Dat kunstwerk zou vervolgens tussen andere abstracte kunstwerken op een tentoonstelling voor “moderne kunst” terecht komen. Er werd ook nog een specialist uit Madrid verwacht, en daarmee zouden de programmamakers de tentoonstelling afwandelen, en op het einde vertellen dat ze er een amateurwerk hadden tussen gesmokkeld. De opdracht zou geslaagd zijn indien de specialist het kunstwerk van de deelnemers niet als zodanig zou kunnen ontmaskeren.
En aangezien ik altijd alles beter weet, en ik ervan overtuigd ben dat de zogenaamde moderne en abstracte kunst één groot complot is om een bende snobs zichzelf en elkaar de indruk te geven dat ze iets voorstellen (terwijl hun productsels op een bestek van enkele weken rijp zijn voor de vergetelheid), zat ik me geweldig te verkneukelen. De deelnemers togen aan het werk, en op basis van allerlei ideeën (“die twee pijpen stellen het verlangen naar de horizon, en dus de oneindigheid voor”: tuurlijk, tuurlijk) wrochtten zij hun abstract kunstwerk bij elkaar. En natuurlijk was het onmogelijk dat iemand ooit dat werk uit de rest zou kunnen halen: ik had het toch zeker zelf gezegd?
En het kunstwerk kwam temidden van de tentoontstelling terecht en de expert uit Madrid arriveerde, en het bezoek begon. Ik herinner me onder andere dat er een taart met allerlei spijkers in geslagen tussen stond – alsof iemand ooit dààrvan het verschil met een haastig in mekaar geflanst stel buizen zou kunnen zien!
De expert becommentariëerde plichtsgetrouw alle vertoonde gedrochten, en kraamde daarbij de obligate, en door mij voorspelde onzin uit. Veel dramatiek hier, veel gevoel daar, de taart met spijkers was alweer heel wat punten op de schaal van Beethoven waard, en het volgende “meesterwerk” getuigde ook van veel inspiratie. Maar kijk me nu, toen ze bij het werk van de deelnemers aan het spel arriveerden, toen trok de expert aan zijn lip, krabde zich over de kop, en sprak “terwijl hier, dat lijkt me wel eerder de inspiratie van de kunstacademie”.
Onnodig te zeggen dat, toen hij eenmaal hoorde dat er eentje eigenlijk nep was, hij onmiddellijk terugdacht aan de kunstacademie, en onze deelnemers hadden gefaald in hun opdracht.
En ik zat met een existentiële crisis. Ik was er nochtans héél zeker van geweest. Het is, nogmaals, onmogelijk dat er een verschil tussen al die spullen gemaakt kan worden, het is allemaal pure poppekast. Hoe - kan - dat - nu?Ik weet het! Dat programma is doorgestoken kaart! Want de feiten mogen dan niet kloppen, maar de theorie is toch juist.
Of niet soms?
En aangezien ik altijd alles beter weet, en ik ervan overtuigd ben dat de zogenaamde moderne en abstracte kunst één groot complot is om een bende snobs zichzelf en elkaar de indruk te geven dat ze iets voorstellen (terwijl hun productsels op een bestek van enkele weken rijp zijn voor de vergetelheid), zat ik me geweldig te verkneukelen. De deelnemers togen aan het werk, en op basis van allerlei ideeën (“die twee pijpen stellen het verlangen naar de horizon, en dus de oneindigheid voor”: tuurlijk, tuurlijk) wrochtten zij hun abstract kunstwerk bij elkaar. En natuurlijk was het onmogelijk dat iemand ooit dat werk uit de rest zou kunnen halen: ik had het toch zeker zelf gezegd?
En het kunstwerk kwam temidden van de tentoontstelling terecht en de expert uit Madrid arriveerde, en het bezoek begon. Ik herinner me onder andere dat er een taart met allerlei spijkers in geslagen tussen stond – alsof iemand ooit dààrvan het verschil met een haastig in mekaar geflanst stel buizen zou kunnen zien!
De expert becommentariëerde plichtsgetrouw alle vertoonde gedrochten, en kraamde daarbij de obligate, en door mij voorspelde onzin uit. Veel dramatiek hier, veel gevoel daar, de taart met spijkers was alweer heel wat punten op de schaal van Beethoven waard, en het volgende “meesterwerk” getuigde ook van veel inspiratie. Maar kijk me nu, toen ze bij het werk van de deelnemers aan het spel arriveerden, toen trok de expert aan zijn lip, krabde zich over de kop, en sprak “terwijl hier, dat lijkt me wel eerder de inspiratie van de kunstacademie”.
Onnodig te zeggen dat, toen hij eenmaal hoorde dat er eentje eigenlijk nep was, hij onmiddellijk terugdacht aan de kunstacademie, en onze deelnemers hadden gefaald in hun opdracht.
En ik zat met een existentiële crisis. Ik was er nochtans héél zeker van geweest. Het is, nogmaals, onmogelijk dat er een verschil tussen al die spullen gemaakt kan worden, het is allemaal pure poppekast. Hoe - kan - dat - nu?Ik weet het! Dat programma is doorgestoken kaart! Want de feiten mogen dan niet kloppen, maar de theorie is toch juist.
Of niet soms?
dinsdag 5 december 2006
"Chimpanzee Politics": Een nieuwe toepassing
(Voor de term "Chimpanzee Politics", zie:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/chimpanzee-politics.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/chimpanzee-politics-en-evolutietheorie.html )
Hier is de stelling. De mens is één van pakweg 200 soorten apen. Zoals je een apensoort - zeg: de baviaan - kan bestuderen op zijn sociaal (of seksueel, of ecologisch, of whatever) gedrag, zo kan je dat ook bij de mens. En de eerste toepassing halen hobbyfilosofen (laat me er vooral duidelijk bijzeggen dat wetenschappers hiermee zeer terughoudend omgaan) uit het boek hierboven. Ieder zinnig mens die een eerste (laat staan volgende) blik werpt op wat wij "politiek" noemen, kan zijn ogen en oren niet geloven, en vervolgens legt hij er zich zuchtend bij neer dat het toch zo gaat. En als we er aan herinneren dat de clownerij ons uiteindelijk veel geld kost (uitverkoop van overheidsgebouwen gevolgd door lease-back levert echt heel, heel veel kandidaat kopers op... conclusies, iemand?)... Zelfde reactie! "Het werkt nu eenmaal zo"!
Hoe, "het werkt nu eenmaal zo"? Hoe is het eigenlijk godsmogelijk dat een André "alles is volgens de procedures verlopen" Flahaut nog vrij rondloopt - laat staan nog altijd op zijn stoel zit? Hoe komt het dat de Waalse PS intussen ronddobbert op een beerput van zodanige omvang dat het de Walen zelf opvalt, en dat ze vervolgens de facto de absolute meerderheid behalen? Dat is toch in werkelijkheid zo absurd dat er geen woorden meer voor zijn? En toch kunnen we een lijst soortgelijke voorbeelden aanleggen van hier tot in Shanghai.
Om een beetje te begrijpen hoe dat kan moeten we het verschijnsel in sterk verdunde toestand bekijken. Iedereen die werkt voor een commerciëel bedrijf kent de ervaring dat bepaalde maatregelen een goed idee zouden zijn - maar het gebeurt niet. En iedereen heeft al meegmaakt dat de één of de ander vervolgens de ogen naar het plafond rolt, en opmerkt, "het is allemaal (jawel...) politiek". Daarmee liggen de feiten op tafel. Een commerciëel bedrijf maakt goederen of levert diensten en probeert die aan de man te brengen voor meer dan de kosten van de productie. Dat is in ruime mate een rationeel, berekenbaar proces. En tegelijk interfereert daarmee geregeld een heel ander proces, en iedereen noemt dat ander proces spontaan "politiek". Juist omdat de "politiek" in het geval van rationele ondernemingen heel sterk in bedwang wordt gehouden door die beredeneerbaarheid, krijg je niet zo vaak de excessen te zien die je wel krijgt in de "echte" (sic! Voel je hoe ze er nog trots op zijn ook?) politiek. Zo verschijnt in verdunde toestand de realiteit voor onze ogen. Ons gedrag is een resultante van heel verschillende, zelfs contradictorische oorzaken. Van die complexe causaliteit vormt de rationele component maar een klein onderdeel.
Wat is dan die heel andere component, en waar komt die vandaan? Wel, de mens is één van 200 soorten apen, remember? En wat we te zien krijgen wanneer we het sociaal gedrag van een stel chimpansees bestuderen, is precies het soort "politiek" gedrag dat we bij onze politiek ook te zien krijgen. Voor de chimpansee is het alleen maar een voortplantingsstrategie: de mannetjes krijgen meer nakomelingen naarmate ze hoger in in de hiërarchie staan, en de rest staat nog steeds in die url's hierboven. We vertonen dus een gedrag dat we gemeenschappelijk hebben met onze naaste verwant de chimpansee, hetgeen suggereert dat we de drager zijn van een miljoenen jaren oude erfenis.
Daarentegen is een beredeneerd, rationeel optreden een kunst die we nog maar enkele duizenden tot tienduizenden jaren machtig zijn. Waarop verwacht je nu zelf dat de mensheid bij de eerste de beste spanning zal terugvallen - die "rationalistische" nieuwlichterij, of het soort strategie dat gedurende miljoenen jaren tot overleving heeft geleid? En ziedaar de richting waarin we volgens mij de oplossing van het raadsel "politiek" moeten zoeken. Het is, in alle letterlijkheid, een apengedrag. En dat verklaart, in alle letterlijkheid, heel veel.
Maar zijn er nog meer dingen die het verklaart? Ik lees in de krant dat een groepje jongeren met stenen werd bekogeld, omdat ze joden zijn. De stenengooiers hadden een moslimachtergrond. Moeten we de verklaring zoeken in hun religieuze gevoelens, en - dit is doorgaans maar een kleine stap voor de mensheid, maar eigenlijk wel een gigantische sprong in het duister voor de intellectuele hygiëne - bijgevolg in de "inherent" "kwaadaardige" (of zoiets) Islam?
Maar het zou niet de eerste keer zijn dat de stenengooiers wel een Islam achtergrond hebben, maar nooit in zich zouden laten opkomen om te streven naar het leven van onderwerping, berusting en (vooral?) onthechting dat daarmee in verband staat. Dus misschien moeten we de verklaring ergens anders zoeken? Wat zou er gebeuren wanneer in een chimpansee samenleving een stel jonge mannetjes niets te doen had, gemarginalizeerd leefde aan de rand van de samenleving met weinig hoop op toekomst? Gegarandeerd boel, dat is wat er van zou komen, en veel, en rap, en erg. En zeker begrijp ik dat in de botsing tussen twee culturen, die met niet eens heel veel duwen en trekken al millennia bezig is, de verleiding om te zeggen dat het aan de cultuur ligt - aan de cultuur van de anderen, natuurlijk - zeer groot is. Maar ik denk dat het afreageren van emoties, eerder dan het werkelijk zoeken naar verklaringen weliswaar oplucht, maar ons niet veel vooruit helpt. Ik denk dat het juiste spoor is dat het gedrag van de vandalen en stenengooiers apengedrag is. En dat het ons eigen apengedrag is dat het ons zo moeilijk maakt dat te zien.
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/chimpanzee-politics.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/chimpanzee-politics-en-evolutietheorie.html )
Hier is de stelling. De mens is één van pakweg 200 soorten apen. Zoals je een apensoort - zeg: de baviaan - kan bestuderen op zijn sociaal (of seksueel, of ecologisch, of whatever) gedrag, zo kan je dat ook bij de mens. En de eerste toepassing halen hobbyfilosofen (laat me er vooral duidelijk bijzeggen dat wetenschappers hiermee zeer terughoudend omgaan) uit het boek hierboven. Ieder zinnig mens die een eerste (laat staan volgende) blik werpt op wat wij "politiek" noemen, kan zijn ogen en oren niet geloven, en vervolgens legt hij er zich zuchtend bij neer dat het toch zo gaat. En als we er aan herinneren dat de clownerij ons uiteindelijk veel geld kost (uitverkoop van overheidsgebouwen gevolgd door lease-back levert echt heel, heel veel kandidaat kopers op... conclusies, iemand?)... Zelfde reactie! "Het werkt nu eenmaal zo"!
Hoe, "het werkt nu eenmaal zo"? Hoe is het eigenlijk godsmogelijk dat een André "alles is volgens de procedures verlopen" Flahaut nog vrij rondloopt - laat staan nog altijd op zijn stoel zit? Hoe komt het dat de Waalse PS intussen ronddobbert op een beerput van zodanige omvang dat het de Walen zelf opvalt, en dat ze vervolgens de facto de absolute meerderheid behalen? Dat is toch in werkelijkheid zo absurd dat er geen woorden meer voor zijn? En toch kunnen we een lijst soortgelijke voorbeelden aanleggen van hier tot in Shanghai.
Om een beetje te begrijpen hoe dat kan moeten we het verschijnsel in sterk verdunde toestand bekijken. Iedereen die werkt voor een commerciëel bedrijf kent de ervaring dat bepaalde maatregelen een goed idee zouden zijn - maar het gebeurt niet. En iedereen heeft al meegmaakt dat de één of de ander vervolgens de ogen naar het plafond rolt, en opmerkt, "het is allemaal (jawel...) politiek". Daarmee liggen de feiten op tafel. Een commerciëel bedrijf maakt goederen of levert diensten en probeert die aan de man te brengen voor meer dan de kosten van de productie. Dat is in ruime mate een rationeel, berekenbaar proces. En tegelijk interfereert daarmee geregeld een heel ander proces, en iedereen noemt dat ander proces spontaan "politiek". Juist omdat de "politiek" in het geval van rationele ondernemingen heel sterk in bedwang wordt gehouden door die beredeneerbaarheid, krijg je niet zo vaak de excessen te zien die je wel krijgt in de "echte" (sic! Voel je hoe ze er nog trots op zijn ook?) politiek. Zo verschijnt in verdunde toestand de realiteit voor onze ogen. Ons gedrag is een resultante van heel verschillende, zelfs contradictorische oorzaken. Van die complexe causaliteit vormt de rationele component maar een klein onderdeel.
Wat is dan die heel andere component, en waar komt die vandaan? Wel, de mens is één van 200 soorten apen, remember? En wat we te zien krijgen wanneer we het sociaal gedrag van een stel chimpansees bestuderen, is precies het soort "politiek" gedrag dat we bij onze politiek ook te zien krijgen. Voor de chimpansee is het alleen maar een voortplantingsstrategie: de mannetjes krijgen meer nakomelingen naarmate ze hoger in in de hiërarchie staan, en de rest staat nog steeds in die url's hierboven. We vertonen dus een gedrag dat we gemeenschappelijk hebben met onze naaste verwant de chimpansee, hetgeen suggereert dat we de drager zijn van een miljoenen jaren oude erfenis.
Daarentegen is een beredeneerd, rationeel optreden een kunst die we nog maar enkele duizenden tot tienduizenden jaren machtig zijn. Waarop verwacht je nu zelf dat de mensheid bij de eerste de beste spanning zal terugvallen - die "rationalistische" nieuwlichterij, of het soort strategie dat gedurende miljoenen jaren tot overleving heeft geleid? En ziedaar de richting waarin we volgens mij de oplossing van het raadsel "politiek" moeten zoeken. Het is, in alle letterlijkheid, een apengedrag. En dat verklaart, in alle letterlijkheid, heel veel.
Maar zijn er nog meer dingen die het verklaart? Ik lees in de krant dat een groepje jongeren met stenen werd bekogeld, omdat ze joden zijn. De stenengooiers hadden een moslimachtergrond. Moeten we de verklaring zoeken in hun religieuze gevoelens, en - dit is doorgaans maar een kleine stap voor de mensheid, maar eigenlijk wel een gigantische sprong in het duister voor de intellectuele hygiëne - bijgevolg in de "inherent" "kwaadaardige" (of zoiets) Islam?
Maar het zou niet de eerste keer zijn dat de stenengooiers wel een Islam achtergrond hebben, maar nooit in zich zouden laten opkomen om te streven naar het leven van onderwerping, berusting en (vooral?) onthechting dat daarmee in verband staat. Dus misschien moeten we de verklaring ergens anders zoeken? Wat zou er gebeuren wanneer in een chimpansee samenleving een stel jonge mannetjes niets te doen had, gemarginalizeerd leefde aan de rand van de samenleving met weinig hoop op toekomst? Gegarandeerd boel, dat is wat er van zou komen, en veel, en rap, en erg. En zeker begrijp ik dat in de botsing tussen twee culturen, die met niet eens heel veel duwen en trekken al millennia bezig is, de verleiding om te zeggen dat het aan de cultuur ligt - aan de cultuur van de anderen, natuurlijk - zeer groot is. Maar ik denk dat het afreageren van emoties, eerder dan het werkelijk zoeken naar verklaringen weliswaar oplucht, maar ons niet veel vooruit helpt. Ik denk dat het juiste spoor is dat het gedrag van de vandalen en stenengooiers apengedrag is. En dat het ons eigen apengedrag is dat het ons zo moeilijk maakt dat te zien.
maandag 4 december 2006
Socratische Dialoog, met Poedels
Rollen:
Dionysodorus: Sofist
Socrates: Filosoof
Sofist: “De bijbel zegt dat alle soorten zich voortplanten binnen hun soort. En inderdaad, een kat krijgt nooit hondjes, en een hond werpt nooit katjes. Bijgevolg kan de evolutietheorie niet waar zijn: de soortgrens kan niet gepasseerd worden.
Socrates: “Drommels, Dionysodorus, dat is sterk! Maar zeg me eerst eens of ik het wel goed begrijp. Dus als een hond jongen krijgt, dan zijn dat ook honden, juist?”
Sofist: “Wel, natuurlijk, Socrates, dat weet ge toch zelf ook.”
Socrates: “Zeker, maar toch, laat me even doordenken. Dus als die jongen later zelf ook jongen krijgen, dan zijn dat ook weer honden, en zo ook voor de volgende generatie, en zo voort, om het even hoe lang?
Sofist: “Het is precies zoals gij het zegt, Socrates.”
Socrates: “En dus, als van twee individuen de één een nakomeling is van de andere, om het even hoeveel verschil in tijd of generaties er is, dan horen ze tot dezelfde soort? En dat volgt allemaal uit het feit dat de soortgrens niet kan overschreden worden?”
Sofist: “Zeker, Socrates.
Socrates: “Ik begrijp het. Maar zeg me nu eens, hebt gij ook al bemerkt dat binnen een soort geen twee individuen ooit precies gelijk zijn?”
Sofist: “Dat spreekt toch vanzelf, Socrates?
Socrates: “En hebt gij ook al bemerkt dat sommige van die verschillen van vader en moeder op kinderen worden doorgegeven? Zoals wanneer blanke mensen blanke kinderen krijgen, en zwarte mensen zwarte kinderen krijgen?”
Sofist: “Zeker.”
Socrates: “En meent gij soms dat alle individuen evenveel nakomelingen krijgen?”
Sofist: “Heel zeker niet, Socrates! Dat moet gij toch ook weten, dat sommige individuen helemaal geen nakomelingen krijgen, en andere enkele, en sommige zelfs velen.”
Socrates: “Hemel, Dionysodorus, ge stelt me helemaal gerust! Dat is nu precies wat ik zelf ook dacht! En zeg me eens, waarvan hangt dat af, denkt ge, of iemand veel of weinig, of helemaal geen nakomelingen krijgt?”
Sofist: “Wel, Socrates, het kan van erg veel dingen afhangen, bijvoorbeeld, van die verschillen tussen de de individuen onderling, waarover ge het zojuist had.”
Socrates: “Maar stel dan eens dat we een kenmerk vinden dat sommige individuen een grotere kans gaf om meer nakomelingen te krijgen dan andere. En stel dat dat kenmerk ook erfelijk was. Meent ge dan niet dat met het verstrijken van de generaties dat kenmerk meer en meer zou voorkomen? Immers, als het kenmerk helpt in vergelijking met zij die het niet hebben, dan moeten er in de volgende generatie iets meer nakomelingen van individuen met dat kenmerk zien. En als dat kenmerk ook nog erfelijk is, dan moeten die individuen niet alleen met meer zijn, maar zelf ook dat kenmerk hebben. En daarna weer, en dan opnieuw, enzovoort, tot er een aanzienlijke verschuiving in dezelfde richting optreedt?”
Sofist: “Zeker, Socrates, maar dan hebben we het alleen over variatie binnen de soort! Het is niet omdat konijnen met de generaties beter kunnen lopen voor de vos, dat de konijnen daarmee in vossen veranderen.”
Socrates: “Hmmmmm, een zeer sterk punt, beste Dionysodorus, ik denk dat je me bijna overtuigd hebt. Maar toch, één klein puntje zoudt ge me toch nog moeten helpen ophelderen. We weten, omdat wij mensen daar zelf voor hebben gezorgd, dat op enkele duizenden jaren tijd, uit wolven honden zijn gefokt.”
Sofist: “Dat is zo.”
Socrates: “En een individu dat een nakomeling is van een ander individu, is altijd lid van dezelfde soort als dat eerste individu?”
Sofist: “Zo zijn we daarstraks overeengekomen.”
Socrates: “Ongeacht het aantal stappen dat daartussen zit?”
Sofist: “Zeker, Socrates, dat was de consequentie van het feit dat de soortgrens niet kan doorbroken worden.”
Socrates: “Maar als honden na al die generaties fokken honden zijn, en tegelijk, vermits de soortgrens niet kan doorbroken worden, wolven zijn, dan zijn honden eigenlijk wolven?”
Sofist: “Daar lijkt het wel op.”
Socrates: “Maar laten we dan het voorbeeld van de poedels nemen...”
Sofist: “Poedels? Bestaan er dan poedels?
Socrates: “Nu nog niet, maar over 2,500 jaar, wanneer deze dialoog zal geschreven worden (we kunnen Plato toch niet al het werk alléén laten doen?) zullen er wèl poedels zijn. Daaruit volgt: mensen zullen van sommige honden van vandaag de kleinste exemplaren kiezen, en die met het meeste krulletjes, en die er het meest snoezig uitzien in de ogen van oude dames en jonge kinderen, en die zullen ze het meeste kleine hondjes laten krijgen. En wanneer daaruit nieuwe generaties honden op de wereld komen, die overeenkomstig jouw “variatie binnen de soort” een beetje op de poedels van over 2,500 jaar lijken, dan zullen mensen daaruit wéér die individuen die meest op die poedels lijken meer nakomelingen laten krijgen dan de andere, enzovoort, generatie na generatie. En zullen er op die manier op het einde, als we dat lang genoeg hebben volgehouden, geen poedels zijn, klein, schattig, met belachelijke staartjes en krulletjes?"
Sofist: “Nu ge het zegt, ik denk het wel.”
Socrates: “Maar aangezien die poedels de nakomelingen zullen zijn van de honden van vandaag, behoren ze toch, overeenkomstig wat we zonet hebben gezegd, tot dezelfde soort?”
Sofist: “Inderdaad, Socrates, tot die conclusie waren we gekomen.”
Socrates: “En als die honden van vandaag eigenlijk ook wolven waren, en vermits het er niet toe doet hoeveel generaties later een individu nakomeling is van een ander - moeten we dan niet besluiten dat poedels eigenlijk wolven zijn?”
Sofist: “Drommels, Socrates, zo gaat dat nu altijd met die Jezuïetenstreken van u. Ge kunt maar beter oppassen dat de mensen dat niet zo moe raken, dat ze u de gifbeker doen leegdrinken.”
Doek
(Noot: Deze dialoog is geïnspireerd op discussies die zich werkelijk hebben afgespeeld tussen een Getuige van Jehova en ikzelf, ongeveer in het jaar Onzes Heeren 2,005, op de nieuwsgroep nl.religie. Het grapje met het vergiftigen op het einde is niet iets waarmee de creationist heeft gedreigd, maar een knipoog naar de historische gebeurtenissen van lang geleden.)
Dionysodorus: Sofist
Socrates: Filosoof
Sofist: “De bijbel zegt dat alle soorten zich voortplanten binnen hun soort. En inderdaad, een kat krijgt nooit hondjes, en een hond werpt nooit katjes. Bijgevolg kan de evolutietheorie niet waar zijn: de soortgrens kan niet gepasseerd worden.
Socrates: “Drommels, Dionysodorus, dat is sterk! Maar zeg me eerst eens of ik het wel goed begrijp. Dus als een hond jongen krijgt, dan zijn dat ook honden, juist?”
Sofist: “Wel, natuurlijk, Socrates, dat weet ge toch zelf ook.”
Socrates: “Zeker, maar toch, laat me even doordenken. Dus als die jongen later zelf ook jongen krijgen, dan zijn dat ook weer honden, en zo ook voor de volgende generatie, en zo voort, om het even hoe lang?
Sofist: “Het is precies zoals gij het zegt, Socrates.”
Socrates: “En dus, als van twee individuen de één een nakomeling is van de andere, om het even hoeveel verschil in tijd of generaties er is, dan horen ze tot dezelfde soort? En dat volgt allemaal uit het feit dat de soortgrens niet kan overschreden worden?”
Sofist: “Zeker, Socrates.
Socrates: “Ik begrijp het. Maar zeg me nu eens, hebt gij ook al bemerkt dat binnen een soort geen twee individuen ooit precies gelijk zijn?”
Sofist: “Dat spreekt toch vanzelf, Socrates?
Socrates: “En hebt gij ook al bemerkt dat sommige van die verschillen van vader en moeder op kinderen worden doorgegeven? Zoals wanneer blanke mensen blanke kinderen krijgen, en zwarte mensen zwarte kinderen krijgen?”
Sofist: “Zeker.”
Socrates: “En meent gij soms dat alle individuen evenveel nakomelingen krijgen?”
Sofist: “Heel zeker niet, Socrates! Dat moet gij toch ook weten, dat sommige individuen helemaal geen nakomelingen krijgen, en andere enkele, en sommige zelfs velen.”
Socrates: “Hemel, Dionysodorus, ge stelt me helemaal gerust! Dat is nu precies wat ik zelf ook dacht! En zeg me eens, waarvan hangt dat af, denkt ge, of iemand veel of weinig, of helemaal geen nakomelingen krijgt?”
Sofist: “Wel, Socrates, het kan van erg veel dingen afhangen, bijvoorbeeld, van die verschillen tussen de de individuen onderling, waarover ge het zojuist had.”
Socrates: “Maar stel dan eens dat we een kenmerk vinden dat sommige individuen een grotere kans gaf om meer nakomelingen te krijgen dan andere. En stel dat dat kenmerk ook erfelijk was. Meent ge dan niet dat met het verstrijken van de generaties dat kenmerk meer en meer zou voorkomen? Immers, als het kenmerk helpt in vergelijking met zij die het niet hebben, dan moeten er in de volgende generatie iets meer nakomelingen van individuen met dat kenmerk zien. En als dat kenmerk ook nog erfelijk is, dan moeten die individuen niet alleen met meer zijn, maar zelf ook dat kenmerk hebben. En daarna weer, en dan opnieuw, enzovoort, tot er een aanzienlijke verschuiving in dezelfde richting optreedt?”
Sofist: “Zeker, Socrates, maar dan hebben we het alleen over variatie binnen de soort! Het is niet omdat konijnen met de generaties beter kunnen lopen voor de vos, dat de konijnen daarmee in vossen veranderen.”
Socrates: “Hmmmmm, een zeer sterk punt, beste Dionysodorus, ik denk dat je me bijna overtuigd hebt. Maar toch, één klein puntje zoudt ge me toch nog moeten helpen ophelderen. We weten, omdat wij mensen daar zelf voor hebben gezorgd, dat op enkele duizenden jaren tijd, uit wolven honden zijn gefokt.”
Sofist: “Dat is zo.”
Socrates: “En een individu dat een nakomeling is van een ander individu, is altijd lid van dezelfde soort als dat eerste individu?”
Sofist: “Zo zijn we daarstraks overeengekomen.”
Socrates: “Ongeacht het aantal stappen dat daartussen zit?”
Sofist: “Zeker, Socrates, dat was de consequentie van het feit dat de soortgrens niet kan doorbroken worden.”
Socrates: “Maar als honden na al die generaties fokken honden zijn, en tegelijk, vermits de soortgrens niet kan doorbroken worden, wolven zijn, dan zijn honden eigenlijk wolven?”
Sofist: “Daar lijkt het wel op.”
Socrates: “Maar laten we dan het voorbeeld van de poedels nemen...”
Sofist: “Poedels? Bestaan er dan poedels?
Socrates: “Nu nog niet, maar over 2,500 jaar, wanneer deze dialoog zal geschreven worden (we kunnen Plato toch niet al het werk alléén laten doen?) zullen er wèl poedels zijn. Daaruit volgt: mensen zullen van sommige honden van vandaag de kleinste exemplaren kiezen, en die met het meeste krulletjes, en die er het meest snoezig uitzien in de ogen van oude dames en jonge kinderen, en die zullen ze het meeste kleine hondjes laten krijgen. En wanneer daaruit nieuwe generaties honden op de wereld komen, die overeenkomstig jouw “variatie binnen de soort” een beetje op de poedels van over 2,500 jaar lijken, dan zullen mensen daaruit wéér die individuen die meest op die poedels lijken meer nakomelingen laten krijgen dan de andere, enzovoort, generatie na generatie. En zullen er op die manier op het einde, als we dat lang genoeg hebben volgehouden, geen poedels zijn, klein, schattig, met belachelijke staartjes en krulletjes?"
Sofist: “Nu ge het zegt, ik denk het wel.”
Socrates: “Maar aangezien die poedels de nakomelingen zullen zijn van de honden van vandaag, behoren ze toch, overeenkomstig wat we zonet hebben gezegd, tot dezelfde soort?”
Sofist: “Inderdaad, Socrates, tot die conclusie waren we gekomen.”
Socrates: “En als die honden van vandaag eigenlijk ook wolven waren, en vermits het er niet toe doet hoeveel generaties later een individu nakomeling is van een ander - moeten we dan niet besluiten dat poedels eigenlijk wolven zijn?”
Sofist: “Drommels, Socrates, zo gaat dat nu altijd met die Jezuïetenstreken van u. Ge kunt maar beter oppassen dat de mensen dat niet zo moe raken, dat ze u de gifbeker doen leegdrinken.”
Doek
(Noot: Deze dialoog is geïnspireerd op discussies die zich werkelijk hebben afgespeeld tussen een Getuige van Jehova en ikzelf, ongeveer in het jaar Onzes Heeren 2,005, op de nieuwsgroep nl.religie. Het grapje met het vergiftigen op het einde is niet iets waarmee de creationist heeft gedreigd, maar een knipoog naar de historische gebeurtenissen van lang geleden.)
zondag 3 december 2006
Testosteron
In het postje waarin ik gered werd door een bonobo kwam het verschijnsel “girl talk” voor (1). Natuurlijk heb ikzelf, een mannetje, geen mogelijkheid om te weten wat er werkelijk besproken wordt wanneer een stel vrouwtjes gezellig onder elkaar zit te keuvelen. Maar waar ik dan weer ruime ervaring mee heb is wat er besproken wordt wanneer er een stel mannetjes onder elkaar zit te keuvelen. En daar zat ik na die post nog wat over door te peinzen, en ineens viel me weer iets in dat me – om eerlijk te zijn: ook al weer een hele tijd geleden – ooit sterk getroffen heeft.
Hopelijk verwacht niemand op dit punt enkele stomende bekentenissen, want verder dan één van de vele mogelijke flauwiteiten raakt dit voorbeeld niet. Het gaat er om dat wij, de mannetjes van onze soort, allemaal zeer vertrouwd zijn met het verschijnsel waarbij wij, nogal onverwacht, nogal onheus, soms, worden afgeblaft door één van de vele vrouwtjes die onze soort rijk is. En in de volgende exclusieve mannetjes vergadering komt dat dan uitgebreid (en op verongelijkte toon) aan bod, en dan is het een kwestie van tijd – van pijnlijk weinig tijd - voor er eentje opmerkt “het verkeerde moment van de maand”, gevolgd door gegniffel alom, en iedereen voelt zich weer opperbest.
En dat heeft eigenlijk iets waarlijk pathetisch’. Laten we even wat simpele feiten bekijken. Vrouwen leven gemiddeld een pak langer dan mannen: dat heeft veel te maken met een bepaald soort gedrag. “Ooit al een vrouw met gierende banden zien wegrijden bij een dancing?” Verder ken ik de preciese cijfers niet, maar als ik beweer dat mannen 90% van de misdrijven plegen, dan krijg je een beeld van het idee. In twee woorden, het mogen de vrouwen zijn die willen opvallen in termen van juwelen en kleren, maar het zijn de mannetjes die willen opvallen met pronk- en imponeergedrag; en het mag iets kosten in termen van risico. Genoeg om een zichtbaar verschil te maken in de overlevingsstatistieken: gierende banden, sneller, luider, roker en drinker, zolang het maar stoer staat (meestal alleen in hun eigen ogen, dan nog).
Als je je vervolgens afvraagt: hoe komt dat; wat is de fysieke oorzaak van het feit dat die mannetjes als groep zich zo apart gedragen dat de vergelijking met een stel kleuters vaak zal vallen (vanzelfsprekend in één van die typische exclusieve bijeenkomsten van vrouwtjes), dan is het antwoord: testosteron. We kunnen nu ook nog lange omwegen maken naar evolutietheorie en natuurlijke selectie over de vraag hoe dat dan weer precies komt, maar het punt is, mannetjes zitten gewoon voortdurend tjokvol testosteron. Niet één keer per maand, gedurende een paar dagen. Neenee, elke dag opnieuw, van ’s morgens tot ’s avonds, tot en met in hun dromen.
En die jokers komen nu op het idee om zichzelf heel slim te vinden, als ze grapjes maken over vrouwen, als die het enkele dagen per maand ook eens voor hebben. Je moet er maar opkomen, nietwaar?
--------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/geholpen-door-de-bonobo.html
Hopelijk verwacht niemand op dit punt enkele stomende bekentenissen, want verder dan één van de vele mogelijke flauwiteiten raakt dit voorbeeld niet. Het gaat er om dat wij, de mannetjes van onze soort, allemaal zeer vertrouwd zijn met het verschijnsel waarbij wij, nogal onverwacht, nogal onheus, soms, worden afgeblaft door één van de vele vrouwtjes die onze soort rijk is. En in de volgende exclusieve mannetjes vergadering komt dat dan uitgebreid (en op verongelijkte toon) aan bod, en dan is het een kwestie van tijd – van pijnlijk weinig tijd - voor er eentje opmerkt “het verkeerde moment van de maand”, gevolgd door gegniffel alom, en iedereen voelt zich weer opperbest.
En dat heeft eigenlijk iets waarlijk pathetisch’. Laten we even wat simpele feiten bekijken. Vrouwen leven gemiddeld een pak langer dan mannen: dat heeft veel te maken met een bepaald soort gedrag. “Ooit al een vrouw met gierende banden zien wegrijden bij een dancing?” Verder ken ik de preciese cijfers niet, maar als ik beweer dat mannen 90% van de misdrijven plegen, dan krijg je een beeld van het idee. In twee woorden, het mogen de vrouwen zijn die willen opvallen in termen van juwelen en kleren, maar het zijn de mannetjes die willen opvallen met pronk- en imponeergedrag; en het mag iets kosten in termen van risico. Genoeg om een zichtbaar verschil te maken in de overlevingsstatistieken: gierende banden, sneller, luider, roker en drinker, zolang het maar stoer staat (meestal alleen in hun eigen ogen, dan nog).
Als je je vervolgens afvraagt: hoe komt dat; wat is de fysieke oorzaak van het feit dat die mannetjes als groep zich zo apart gedragen dat de vergelijking met een stel kleuters vaak zal vallen (vanzelfsprekend in één van die typische exclusieve bijeenkomsten van vrouwtjes), dan is het antwoord: testosteron. We kunnen nu ook nog lange omwegen maken naar evolutietheorie en natuurlijke selectie over de vraag hoe dat dan weer precies komt, maar het punt is, mannetjes zitten gewoon voortdurend tjokvol testosteron. Niet één keer per maand, gedurende een paar dagen. Neenee, elke dag opnieuw, van ’s morgens tot ’s avonds, tot en met in hun dromen.
En die jokers komen nu op het idee om zichzelf heel slim te vinden, als ze grapjes maken over vrouwen, als die het enkele dagen per maand ook eens voor hebben. Je moet er maar opkomen, nietwaar?
--------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/geholpen-door-de-bonobo.html
vrijdag 1 december 2006
Zelfs de hond
Sinds enkele dagen kunnen we in de kranten het proces volgen tegen een man die de driejarige kleuter Stefke heeft doodgeslagen. Met tientallen en tientallen klappen en vuistslagen. Volgens de dader was het een "ongeluk" - maar dat is niet de reden waarom ik het er na enkele dagen toch over heb. Wel verwijt iemand (die altijd veel wijzer is geweest dan ikzelf) me dat ik een sentimenteel trekje (in de pejoratieve zin) heb. Dus is dat misschien de reden dat ik tranen voel opkomen als ik lees dat de laatste woorden van Stefke "ik ben moe maar ik kan niet slapen" waren. Het gevaar op valse sentimentaliteit maakte dat ik het ongepast vond om er over te bloggen. Als papa van baby Sarah verbeteren mijn emotionele reacties overigens niet wanneer ik lees dat het kind onder de slagenregen wegkroop in zijn bedje. Dat is nu eenmaal omdat de scène van een kind in een bedje voor mij te veel doet denken aan een warm nestje, eerder dan wat ik me daar in dit verhaal moet bij voorstellen, en dus ben ik niet objectief: geen goed uitgangspunt om er veel over te zeggen.
Overigens zitten we nog steeds met het feit dat het "ongeluk" maar bleef doorgaan, zelfs toen het kind al zat weggekropen in zijn bedje, maar goed. Ikzelf ben dol op gelegenheden tot "bijtend sarcasme" en teksten die "druipen van hoon" (allemaal verwijten, ongetwijfeld terecht, die nog in mijn oren galmen van mijn tijd op usenet), maar zie dat de aanklager daar nog veel en veel beter werk van gemaakt heeft dan ik ooit had kunnen doen. Dus daarvoor hoef ik er ook al niet meer over te beginnen.
En dus is het enige wat overblijft een neerslachtig, gedeprimeerd gevoel, dat onder verdenking staat een uitdrukking van "sentimentaliteit" te zijn. Iets heel anders, dus, dan het donkere, maar nobele, gevoel van wanhoop aan de mensheid dat, naar het schijnt, alle filosofen af en toe bekruipt: tot en met hobbyfilosofen zoals ikzelf. Elke post daarover zou niets anders zijn dan een oefening in zelfbeklag, in "zie eens hoe erg ik dat vind". En dus kwam die post er niet.
Wat de zaak veranderd heeft is dat ik nu ook nog lees dat tijdens het "ongeluk" - dat zijn nog steeds die vele tientallen klappen waarmee een kleuter werd dood geslagen - de hond, u leest het goed: de hond van de dader heeft geprobeerd tussenbeide te komen. Zelfs de hond. Zelfs de hond had een beter benul van goed en kwaad dan de man die tot jaren later beweert dat het een "ongeluk" was.
Voor het eerst in mijn leven voel ik me als mens, tegenover een hond, beschaamd over een medemens.
Overigens zitten we nog steeds met het feit dat het "ongeluk" maar bleef doorgaan, zelfs toen het kind al zat weggekropen in zijn bedje, maar goed. Ikzelf ben dol op gelegenheden tot "bijtend sarcasme" en teksten die "druipen van hoon" (allemaal verwijten, ongetwijfeld terecht, die nog in mijn oren galmen van mijn tijd op usenet), maar zie dat de aanklager daar nog veel en veel beter werk van gemaakt heeft dan ik ooit had kunnen doen. Dus daarvoor hoef ik er ook al niet meer over te beginnen.
En dus is het enige wat overblijft een neerslachtig, gedeprimeerd gevoel, dat onder verdenking staat een uitdrukking van "sentimentaliteit" te zijn. Iets heel anders, dus, dan het donkere, maar nobele, gevoel van wanhoop aan de mensheid dat, naar het schijnt, alle filosofen af en toe bekruipt: tot en met hobbyfilosofen zoals ikzelf. Elke post daarover zou niets anders zijn dan een oefening in zelfbeklag, in "zie eens hoe erg ik dat vind". En dus kwam die post er niet.
Wat de zaak veranderd heeft is dat ik nu ook nog lees dat tijdens het "ongeluk" - dat zijn nog steeds die vele tientallen klappen waarmee een kleuter werd dood geslagen - de hond, u leest het goed: de hond van de dader heeft geprobeerd tussenbeide te komen. Zelfs de hond. Zelfs de hond had een beter benul van goed en kwaad dan de man die tot jaren later beweert dat het een "ongeluk" was.
Voor het eerst in mijn leven voel ik me als mens, tegenover een hond, beschaamd over een medemens.
Abonneren op:
Posts (Atom)