donderdag 21 december 2006

Jan Klüssendorf, filosoof

De Standaard laat vandaag de filosoof Jan Klüssendorf aan het woord. Het gaat over de uitspraken van Gérard Bodiféé over homoseksualiteit. Er staan veel juiste dingen in het artikel van Jan Klüssendorf. Bijvoorbeeld dat het woord "abnormaal" kan betekenen dat het niet overeenkomt met de "norm"; een puur mathematische realiteit, die maakt dat mensen van, pakweg, twee meter lang ook "abnormaal" zijn. Ze zijn immers in een zeer kleine minderheid.

Ook de vergelijking met (zijn eigen) linkshandigheid is goed gevonden. Linkshandigen zijn "abnormaal"! Slechts 10% van de mensheid is linkshandig! Wat kan nog beter dan dit voorbeeld illustreren dat de term "abnormaal" alleen maar op een mathematische, en niets dan een mathematische realiteit wijst? En dan die bewonderenswaardige conclusie. Natuurlijk kunnen holebi's kinderen adopteren, want vergeet niet, die kindjes zitten als wees al in de ellende, en de aangeboden opvang door gemotiveerde zielen telt heus veel en veel meer dan het ingebeeld moreel bederf van de pleegouders.

Al die dingen zouden nog veel meer tot hun recht komen als de filosoof had vermeden zijn ideeën te willen uitdrukken in termen van "evolutie", en zelfs de "wetten van Darwin". Want dat levert alleen maar twee ongewenste effecten op. Het eerste effect is dat het toch weer een niet-mathematische betekenis voor het woord "abnormaal" binnensmokkelt. "De natuur heeft de neiging afwijkingen te verstoten"; dat soort dingen. Zomaar opeens! Slechts één paragraaf na die wijze inzichten dat de term hoogstens in zijn mathematische betekenis bruikbaar is, gooit de evolutietheorie roet in het eten!

Hoewel. Nuance. Dat is het tweede ongewenste effect. Aan deze tekst kan heel de wereld zien dat er een heel, heel groot verschil is tussen wat de evolutietheorie zegt, en wat filosoof Jan Klüssendorf denkt dat de evolutietheorie zegt. En op zich is daar niets mis mee! Sterker nog, het is heel normaal. Niemand wordt geboren met kennis van de grote theorieën van de mensheid, we moeten ze allemaal aanleren. En verder kan iedereen heel gemakkelijk in de valstrik trappen, waarbij hij denkt dat er weinig tot geen verschil is tussen een beschrijvende consequentie van de evolutietheorie (zeg: "alle leven op aarde, inclusief de mens, stamt af van één enkel oorspronkelijk ontstaan van leven"), en de theorie zelf.

Terwijl, als je dat verschil wel kent (en opnieuw, dat is alleen maar zo omdat je dat eerst bestudeerd hebt, en er is niets minderwaardigs aan mensen die dat niet gedaan hebben), dan zit je een beetje zuur te kijken bij uitspraken als "homoseksualiteit is een evolutionair foutje", omdat, bijvoorbeeld, "seksualiteit vervult de rol van het instandhouden van de soort" (1). Zeker, dat is iets waarvan heel veel mensen, waaronder sommige filosofen, denken dat het uit de evolutietheorie volgt. Terwijl de waarheid is dat het letterlijk tegendeel wel niet honderd percent waar is, maar er toch veel dichter bij ligt.

Als er al een "wet van Darwin bestaat", dan is het de puur statistische waarheid dat kenmerken die tegelijk erfelijk zijn en een gunstig effect hebben op de kans op nakomelingschap, met het verstrijken van de generaties meer zullen voorkomen. En daarmee heb je het werkelijk gehad. Ofwel beïnvloedt een erfelijk kenmerk die kans ongunstig, en dan zal het met de tijd verdwijnen, ofwel is die invloed gunstig, en dan zal het kenmerk frequenter gaan voorkomen, of hoogstens is het neutraal en dan kan het meedrijven op de stroom - maar daarmee zijn alle mogelijkheden uitgeput. En daarmee zijn er geen "foutjes" in het spel. Wat daar het dichtste bijkomt is een kenmerk dat de kans op nakomelingschap negatief beïnvloedt.

Maar misschien zal men op verveelde toon iets zeggen als "jajaja, dat bedoelde ik heus wel, hoor". Alleen, zelfs als we dat (heel ruimdenkend) aannemen, dan is het nog niet goed genoeg. Het begrip "foutje" impliceert al een model waaraan het had moeten beantwoorden. Maar het enige wat er in de natuur voorkomt zijn individuen, en geen Platoonse modellen. En de enige vraag is of, en hoeveel, nakomelingen die individuen hebben. Dat is opnieuw een puur mathematische realiteit, en niet iets dat je in termen van "foutjes" kan uitdrukken. Bijvoorbeeld. Als een kenmerk maakt dat een individu geen nakomelingen kan krijgen, dan duurt het één generatie voor dat bepaalde kenmerk niet meer wordt doorgegeven (let wel, dat belet niet dat een gelijkaardige conditie nog bij andere indviduen kan opduiken - maar het zal op zijn beurt niet worden doorgegeven). Maar mocht een kenmerk maken dat een individu slechts één nakomeling kan krijgen, dan is het eveneens een kwestie van tijd, zij het iets meer tijd, voor ook dat kenmerk voor de bijl gaat. In een wereld waarin iedereen gemiddeld 10 nakomelingen krijgt zal het een hoop tijd kosten, maar een kenmerk dat je tot 9 individuen beperkt raakt er na een tijd uitgezift.

Betekent dan dat al die dingen "foutjes" zijn? Ja? Zeker weten? Immers, voor elk kenmerk dat je maar kan verzinnen, hoe krachtig, esthetisch, efficiënt of whatever ook, geldt dat het altijd een "foutje" zal zijn, omdat kenmerken die toelaten één nakomeling meer te krijgen het er na een zekere duur zullen uitgooien. Dat is een puur logisch-mathematische "reductie tot het absurde" van de poging om "resulteert in geen nakomelingen" als "foutje" te herinterpreteren: voor elk getal kan je een groter getal opnoemen.

Maar ook de levende realiteit zelf toont hoe absurd dat is. Immers, de realiteit is haast nooit zo zwart-wit. Ook homoseksualiteit is iets dat voorkomt in een brede waaier aan gradaties, van puur honderd percent, via "biseksueel" tot bijna niet. En het simpele feit dat het nog steeds bestaat toont volgens dezelfde logica - die beweerde dat het eigenlijk een "Darwinistische afwijking" is - juist aan dat het een extra voordeel moet opleveren! Immers, via de seksualiteit zal het zich beslist niet in méér nakomelingen vertalen, wel integendeel. Maar als daarmee het verhaal gedaan was, dan was het de simpele berekening van daarnet dat het al niet meer zou bestaan. En het bestaat toch nog, ergo...

Klopt deze logisch-mathematische redenering? Wel, ja, het klopt inderdaad, en we weten dan ook vrij goed waarom homoseksualiteit een gunstig effect heeft - maar dat is hier het punt niet en het voert wat ver voor één blogpostje. Het punt is wel dat Jan Klüssendorf een veel betere tekst had geschreven indien hij alle verwijzingen naar Darwinisme had laten vallen. Het is begrijpelijk dat iemand probeert een intellectuele basis te geven aan zijn opinies, maar dan moeten de conclusies wel kloppen, natuurlijk. En met zijn lezing van de theorie is dat niet zo. Zodat we aan het einde van een dappere poging meemaken dat een tekst die beweert geen waardeoordeel te willen invoeren, prompt een waardeoordeel invoert: "foutje"; "de natuur verstoot afwijkingen", en dergelijke meer. Jammer van de vele juiste opmerkingen en conclusies.

--------------------------------------------------
(1) Er is heel veel geschreven over de denkfout die aan de grondslag ligt van ideeën als “het behoud van de soort”, alsook de moeizame weg tot het juiste inzicht. Gewoon enkele voorbeelde zoals ik ze me min of meer uit het blote hoofd herinner:

Axelrod, The Evolution of Cooperation, 1984, (1990)
Dawkins, The Selfish Gene, 1976 (1989)
Maynard Smith, The Theory of Evolution, 1958, (1995)
Wilson, On Human Nature, 1978, 1995
Williams, Plan & Purpose in Nature, 1996

5 opmerkingen:

raf zei

"Wel, ja, het klopt inderdaad, en we weten dan ook vrij goed waarom homoseksualiteit een gunstig effect heeft - maar dat is hier het punt niet en het voert wat ver voor één blogpostje."

Je maakt mij nieuwsgierig. Korte uitleg?

Koen Robeys zei

Raf,

Ik hoop dat je iets hebt aan mijn post van vandaag "de evolutionaire calculus".

Ivan Janssens zei

Ik denk dat een deel van de verwarring erin bestaat om "abnormaal" gelijk te stellen aan "onnatuurlijk". Het is niet omdat homoseksualiteit niet de norm is, dat het onnatuurlijk is. Vroeger waren er ook die stelden dat kuisheid onnatuurlijk was. Maar de schrijver W.F. Hermans heeft ooit aangetoond dat kuisheid natuurlijk is in de letterlijk zin van het woord: "in de natuur". Hetzelfde geldt met homosexualiteit. Ook voor sommige diersoorten is bewezen dat homosexualiteit voorkomt. Het is "in de natuur" aanwezig. Maar daarom is het nog niet de norm. Voor het overige moet uit dit feit geen enkel moreel besluit worden getrokken.

raf zei

Ik kan goed meegaan met dit antwoord. Alleen, als je op het punt komt waar het om gaat, dat homoseksualiteit ook voordelen moet bieden ter compensatie van
de nadelen ivm de voortplanting, kan je mij niet overtuigen. De homofobieprijs is net uitgereikt, dus echt ongerust ben ik niet, maar in deze materie moet je verdomd rijden en omzien. Toch durf ik iets suggereren. Biseksuelen hebben kennelijk twijfels en mannen of vrouwen die na een 'vruchtbaar' huwelijk de homoseksuele toer opgaan, zijn niet zo zeldzaam. Hier is, zoals jij ook zegt, al een mogelijke verklaring te vinden voor overerfbaarheid. Maar ook als er een gen het spel zou zijn, zou hier de 'nurture' geen doorslaggevende rol spelen? Ok,
ik ben geen deskundige en blijf uiteindelijk met vele vragen zitten. Bedankt Koen.

Koen Robeys zei

Als we het al eens over zijn dat de kennelijk negatieve gevolgen door "iets" gecompenseerd worden, dan zitten we toch al een stuk verder. Wat dat "iets" dan precies is - wel, ik zei het al, ik heb zelf hoogstens een vaag idee in welke richting wetenschappers daarover denken.

Je moet in elk geval rekenen dat alleen de meest oppervlakkige geest denkt in termen van genen alleen, en dat enkel bij de genen vragen als "homo of hetero" worden beantwoord. Dus ongeveer iedereen denkt dat nurture er een belangrijke rol in speelt.

Maar dan nog kan er een genetische component inzitten, die maakt dat de ene zich door de omgeving al wat sneller naar homoseksueel gedrag laat sturen dan de andere. En dan is er ruimte voor vragen als welke omgevingen zouden maken dat dat gedrag een positieve impact heeft op de kans op nakomelingschap. Natuurlijk zouden we er een hele studie van moeten maken voor we zelf in staat zouden zijn daar een fatsoenlijk antwoord op te geven.