dinsdag 10 november 2009

De Ideologie van de Bezittende Klasse

In The Open Society and its Enemies (1,945) valt Karl Popper een bepaalde vorm van irrationalisme aan. Het gaat er om dat een discussie niet op de argumenten wordt gevoerd, maar wel om de redenen waarom die posities worden gebruikt. Bijvoorbeeld als Marxisten hun tegenstanders verwijten dat ze alleen maar de belangen van de bezittende klasse rationalizeren, dan zie je ze uit de bocht gaan terwijl je er naar kijkt. De volgende stap is dat ze allemaal heropgevoed moeten worden, en nog wat later zit je tegen de Goelag aan te kijken.

Dus, vond Popper (de hele analyse vind je in chapter 24 van het boek) moet je argumenten altijd pakken op hun inhoud, en nooit op allerlei psychologische mechanismen die er bij worden gehaald. De Marxisten moeten maar eens kunnen zeggen hoe het kapitalisme de honger kan veroorzaken, als de honger sinds lang voor er van kapitalisme sprake was massief aanwezig was.

En ik was daar allemaal erg van onder de indruk, maar ik had er toch een probleem mee. Want in het bijzonder geval dat de rationalizering op zichzelf wel degelijk een correct punt was stopte Poppers punt je wel helemaal af. Daarmee was, terzijde, het thema van de thesis waarmee ik destijds ben afgestudeerd in de filosofie geboren. Ik herinner me een voorbeeld van "ik wil een bepaald koppel niet uitnodigen omdat ik vind dat de man teveel naar mijn vrouw kijkt. Maar dat wil ik niet zeggen, dus ik merk op dat we vorige week nog dat koppel hebben uitgenodigd". Hoe ga je dat ooit boven water krijgen als je je per Popperiaanse beschuldiging van irrationalisme niet mag afvragen wat er onder dat oppervlak zit?

Toch houd ik Poppers punt goed in het achterhoofd wanneer ik op mijn beurt naar de ideologie van de bezittende klasse kijk. Beeld je, dus, een economie in uit die millennia durende pré-industriële periode: van mij mag je gerust "pré-kapitalistisch" zeggen! We weten al dat die typisch vastzat in een vermorzelende deflatie; een veralgemeend laag zijn, en blijven, en dalen van het prijspeil (1). En we weten al wat daar de oorzaak van was: vanaf een zeker niveau van complexiteit hebben economieën behoefte aan een fatsoenlijke geldeconomie (2), en als die er niet is komt het zaakje niet van de grond. En wel bij gebrek aan geldmiddelen: vandààr de plunderingen van de Amerikaanse zilvervoorraden, vandààr de geslaagde en minder geslaagde experimenten in kredietverlening, papiergeld, fractioneel bankieren en al die andere spoken uit het verleden.

En beeld je dan nu een economie van een zeker niveau in, waarin je dus een geldeconomie hebt, en waarin jij bovendien een lid van de bezittende klasse bent. Je hebt al geld; in de vorm van goud, of papier, of het doet er niet toe zolang het maar waardevast is. En we weten ook heel goed wat er nodig is om geld juist niet waardevast te maken, maar het integendeel zijn waarde te doen verliezen: dat weten per zelfde theorie (3) die ons over de deflatie vertelde! Het volstaat dat er voor een gelijke hoeveelheid koop-bare producten méér geld in omloop komt - en "al het geld van de wereld" kan nog geen gram meer kopen als daarvoor. Terwijl als dat geld min of meer verdeeld zit in de populatie, de koopkracht per hoofd wel gedaald is.

Dus wanneer we (in het bijzonder tijdens de huidige crisis) stemmen horen opgaan, tégen papiergeld, tégen "nieuwe schulden", tégen overheidsoptreden, tégen "fractioneel bankieren"; dan moet je er geen moment aan twijfelen dat de bezittende klasse aan het woord is. Ze hebben al geld, en het laatste wat ze willen meemaken is dat overheden, of fractionele bankiers de waarde daarvan aantasten.

Maar daarmee zitten we per Karl Popper op glad ijs. Gelukkig hebben we ook nog, per obscuur filosoofke, ikzelf in mijn ongepubliceerde licentiaatsthesis, die uitzondering. Het is natuurlijk waar dat uit de hand lopende schuldfinanciering, of gelddrukkende overheden inflatie kunnen veroorzaken - en de economie "vanaf een zeker niveau" heeft wel degelijk een fatsoenlijke geldeconomie nodig. En dus komen er analyses, publicaties, ronkende titels en namen, die allemaal dingen vertellen die op zich helemaal juist zijn. Dus hoe ga je nu per Karl Popper die standpunten aanpakken "op hun inhoud" wanneer die inhoud een rationalizering van uitstekende kwaliteit is?

Wel, die thesis van me dateert uit de vroege jaren negentig. Ik zie de dinosaurussen gewoon nog voor mijn ogen rondvliegen. Ik heb het echt niet allemaal zitten bedenken omdat ik in 2,009 ging willen zeggen dat we vandaag een "ideologie van een bezittende klasse" aan het werk zien. Maar intussen komt het me wel goed uit als ik het toch maar wil doen. Ja, de overheidsinmenging waarmee de crisis is te lijf gegaan zou best wel eens voor inflatiegolven kunnen zorgen. Maar sommige mensen wijzen daar niet op omdat ze bezorgd zijn voor de economie. Ze wijzen daarop omdat ze bezorgd zijn om een feitelijk bezit. En als de redding van dat feitelijk bezit het in de grond boren van een hele economie met zich meebrengt - wel, de feodale heren van destijds hebben zich ook nooit veel zorgen gemaakt om de deflatie die hun onderdanen in de greep had, wel?

----------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/05/terug-naar-het-bankieren-van-vroeger.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/geld-en-economie.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/goud-kevers.html

maandag 9 november 2009

Tegen "selectieve waarneming"

Tegenwoordig denk ik vaak terug aan de episodes uit mijn usenet tijd, toen er nog veel "links" (en niet zelden, maar ook lang niet altijd: dom links) actief was. De tijd waarin we zeer uitdrukkelijk te horen kregen dat de honger, en de armoede, en de zovoort, allemaal werden veroorzaakt door het kapitalisme.

Dat was allemaal best interessant, filosofisch gesproken. Eerst moet je van de slogans een theorie maken, en dat deden ze zelf heel goed. Kapitalisme was het systeem dat winsten maximalizeerde (in combinatie met een paar andere goed gekozen elementen). Winst is het verschil tussen de opbrengsten en de kosten. Een belangrijk deel van de kosten van een onderneming zijn de loonkosten. Ergo, kapitalisme drijft de lonen naar omlaag... En omdat dat zeker in de eerste helft van de negentiende eeuw heel goed leek te kloppen met de realiteit: ziedaar een uitstekende theorie, vaak "Marxisme" genoemd.

Wij helderblauwe liberalen (vrijheidsgezind, rationalistisch, vooruitstrevend, optimistisch, humanistisch en nog een paar dingen die ik allemaal heel serieus meen) zijn (kennistheoretisch gesproken) ook nog overtuigde aanhangers van Karl Popper. Dus vroeg ik me af of het ook waar was. Bijvoorbeeld: als kapitalisme armoede en honger veroorzaakt, dan moeten armoede en honger in de pré-kapitalistische periode niet, of veel minder, voorgekomen zijn. En dus lees je een beetje geschiedenis, je stelt vast dat armoede en honger, op vermorzelende schaal, de constante metgezel van de mensheid zijn geweest, vanaf het begin van de geschiedenis en lang daarvoor, en zonder ook maar één uitzondering, ergo... Als "oorzaak" tenminste moet voorafgaan aan "gevolg" (en niet omgekeerd) kan je onmogelijk volhouden dat "kapitalisme" de oorzaak is van honger en armoede. Je voelt hoe het niet helpt als het er verdacht veel naar uitziet dat het tegendeel waar is...

En dat vonden een hoop mensen van "rechts" - van helderblauw naar donkerblauw en nog enkele schakeringen tot en met dom rechts - prachtig! De geschiedenis als empirische basis om de theorie te checken (overigens alweer iets dat je in het werk van Karl Popper terugvindt), en in dit geval te weerleggen... De manier waarop dom links aan een ongelofelijk gespartel begint (ik zwéér dat er minstens één is geweest die heeft beweert dat hij "eigenlijk bedoelde" dat de mensen "voorafgaand aan het kapitalisme veel gelukkiger waren". Ik zwéér dat er één geweest is die beweerde (en - nadat hem vriendelijk werd gevraagd of hij zijn eigen tekst wel had gelezen; ik kan soms zooooo sarcastisch zijn hé - volhield) dat het kapitalisme de armoede wel degelijk veroorzaakte, omdat de mensen met hun stijgende levensverwachting hogere risico's op ziekte en honger liepen! Ik zwéér het, het is echt, echt waar. Niet moeilijk dat rechts het prachtig vond...

De reden waarom ik daar tegenwoordig vaak aan terugdenk is het bange vermoeden dat een bepaalde sectie van rechts het minder prachtig vindt als dezelfde historische check op hun eigen ideeën wordt toegepast. Ik heb het over de sectie die fanatiek (niemand ontkent dat er veel van waar is, natuurlijk) vindt dat de huidige crisis is veroorzaakt door bankiers die met overmatig "fractioneel bankieren" teveel geld in omloop hebben gebracht en daarmee zeepbellen hebben gecreëerd - uiteindelijk ook maar een vorm van inflatie (1). Bovendien zal je vaak zien, soms in dezelfde zin waarin ze schrijven dat het de schuld van speculerende bankiers is... dat het allemaal de schuld van de overheid is! Zeer recent merkte lezer Ivan (terecht) op dat je niet het hele spectrum mag verwarren met de beweersels van het dom deel van dat spectrum; maar toch. Mijn punt is dat we even goed moeten afstand nemen van wat dom rechts uitkraamt als luciede links dat moet doen met dom links, omdat je nu eenmaal anders met dat soort stoten besmeurd raakt. Trefwoord "associatie"...

Het verhaal dat we ons niet moeten laten opsolferen bevat verschillende onderdelen die gewoon waar zijn. Het klopt dat een opgeblazen geldcreatie in verhouding tot de beschikbare productie leidt tot allerlei vormen van inflatie, inclusief zeepbellen. Maar ze vertellen er nooit bij dat, in verhouding tot dezelfde aankoopbare productie, een gebrek aan geldmiddelen leidt tot een even vermorzelende deflatie (2).
Het klopt dat "de geschiedenis leert" dat overheden en bankiers met ondoordacht geldbheer inflatie en zeepbellen hebben gecreëerd. Maar ze vertellen er nooit bij dat de geschiedenis zich voortdurend in de greep van die vermorzelende deflatie heeft bevonden (3); en dat de inflatoire crisissen nauwelijks meer dan eilanden van uit de hand gelopen experimenten waren, om precies die constante deflatie te bestrijden. Ik signaleer terzijde dat wij, neo-liberalen niet moe worden dom links de stuipen op het lijf te jagen met hoe Europa zichzelf heeft ontwikkeld met allerlei wetenschappelijke, technologische en financiële innovaties: allemaal juist in de tijd dat overheden belangrijker werden en de bankiers meer en meer fractioneel bankieren toepasten...

Er zijn veel voorbeelden van hun selectieve waarneming: ze weten heel goed dat overheidsinmenging kan leiden tot markten die risico's nemen die ze zonder die inmenging nooit zouden nemen, maar ze springen ongeveer uit hun vel als je je luidop afvraagt of de "toplonen" daar ook iets mee te maken zouden hebben (4).

Enzovoort.

Wel, voor mij scheiden zich hier de mannen van de jongens. Je kan natuurlijk blogs als In Flanders Fields blijven volschrijven met verwijzingen naar auteurs die tot het einde ter tijden met jou het grote gelijk vieren, of je kan je, mèt Karl Popper, afvragen wat er moet gebeuren opdat je zal inzien: mijn theorie capteert niet altijd en overal de realiteit, niets dan de realiteit, en heel de realiteit. En als je zo goed kan inzien dat links de hele tijd in de val trapt waarin ze alleen maar op zoek gaan naar de feiten die hun vooroordeel bevestigen - dan zou het toch niet zo moeilijk moeten zijn om te zien dat er aan je eigen kant een even groot gat gaapt?

------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/11/maar-wiens-schuld-is-het-nu-eigenlijk.html
En http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/goud-kevers.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/11/deflatie-een-probleem.html

(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/05/terug-naar-het-bankieren-van-vroeger.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/oh-die-toplonen.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/nog-eens-de-toplonen.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/11/moral-hazard-de-schuld-van-de-overheid.html

zondag 8 november 2009

Te registreren voor het nageslacht

Vandaag heeft baby Simon zich van zijn buikske op zijn rugske gerold. Hij is ruim zes maanden oud. Gewoon voor het geval dat nageslacht ergens in de (momenteel verre) toekomst in de gelegenheid is dit nog eens na te slaan (dat is me zo ineens te binnen geschoten, dat dat misschien wel kan...): hoi, mensen, we hopen van hieruit, in 2009, dat het een beetje goed gaat? De planeet nog niet om zeep, en lukt het een beetje met dat Arabisch?

Kleuter Sarah hoorde dat een bepaald speeltje verdwenen was naar de zolder, en dat het een goed idee was om het terug te gaan halen. "Ik zal het wel gaan halen" zei ze met de grote oogjes, eigen aan de onschuld van haar leeftijd. Waarna de vraag volgde: "waar is zolder?".

Ze weten veel, die ukken van vier jaar, maar ze weten dus toch nog niet alles.

En peuter Thomas, twee jaar en vier maanden oud, vormt zinnetjes van twee en drie woordjes. Hij kan beter zingen dan spreken. Maar een glimlach! Hij weet zeer goed dat het zeer moeilijk is om boos te zijn op een peuter die zo'n glimlach kan opzetten. Bovendien kan hij enorm aandoenlijk zijn als hij hartverscheurend begint te huilen, bijvoorbeeld omdat hij zijn zin niet krijgt, of omdat we ondanks de stralende glimlach toch boos zijn ("en wie zal nu al die rotzooi opkuisen?").

En hij antwoordt op alle vragen met "ikke!". Maar denk vooral niet dat jij slimmer bent dan zo'n peuter.

Papa: "Wie gaat er een flesje melk drinken?"
Peuter Thomas: "Ikke!"
Papa: "En wie gaat er daarna naar zijn bedje?"
Peuter Thomas: "Ikke nie!"

Doek.

zaterdag 7 november 2009

Het Christendom en het Ontstaan van het Westen

Zelf ben ik produkt van een opvoeding waarin het Christendom de bron is van alle beschaving in de wereld - waarna we (ergens als puber) overgingen op de overtuiging dat alles wat het Westen geproduceerd heeft "eerder ondanks dan dank zij" het Christendom is ontstaan. En dat blijft ook vandaag mijn versie van de feiten. Maar zo fanatiek ben ik niet dat ik niet met belangstelling de verhalen lees die één en ander toch anders voorstellen. En zo ben ik opnieuw bij het boek Millennium van Tom Holland.

We vertrekken bij die wereld waarover ik het in heel andere contexten al eerder heb gehad. We zitten in de eeuwen voor het jaar duizend, en Europa - ons eigen noordwesten toch al nauwelijks geraakt door de beschavingsbeweging die al duizenden jaren bezig was - was teruggevallen in quasi barbarij. Hoewel velen terugkomen van het idee over "donkere middeleeuwen" (het Europa van en na de elfde eeuw huisde in werkelijkheid één van de meest dynamische beschavingen van de planeet) waren de eeuwen voor dat jaar 1,000 toch wel erg donker. Quasi anarchie, met bijhorend geweld, thuis en daarbovenop constant en van alle kanten geplunderd. En laten we in het bijzonder dat laatste van wat dichter bekijken.

In het noorden, vanuit Scandinavië, kwamen de Vikings. De lezer denkt nu terug aan de verhalen uit zijn lagere schooltijd: drakensnekken, platgebrande dorpen en afgeslachte dorpelingen: en zo was het precies. Bovendien waren de Vikings al even ijverig aan het werk gegaan richting westen, en zo beheersten ze IJsland en Engeland, en van daaruit plunderden ze Europa al even erg vanuit het westen als hun familieleden die in Noorwegen waren achtergebleven.

Schuiven we dan zuidwaarts, dan krijgen we raids van de Saracenen. Strooptochten vanuit de beschavingen van de Moslims, op zoek naar de soort "grondstoffen" die de allerprimitiefste culturen altijd kwijt raakten aan veel geavanceerdere beschavingen: slaven. De kusten van Zuid Europa lagen al even wijd open voor die strooptochten als die van West Europa voor de Vikings - en het gevoel van machteloosheid bij de bewoners was niet minder groot.

En we schuiven verder, naar het oosten. De relaties met Byzantium waren, als ik dat juist heb (nog) behoorlijk goed, maar slechts een beetje verder zaten al die volkeren uit de steppen van Eurazië waar de Byzantijnen zelf zoveel problemen mee hadden. In het bijzonder was het de tijd van de Magyaren. Vandaag kennen wij ze als de "Hongaren"; één van die rijke beschavingen uit Centraal Europa die, terzijde, zowat de grootste concentratie van Nobelprijswinnaars per inwoner van de hele wereld oplevert. Maar destijds was het een ongelofelijk woest en primitief volk, en de Duitse Keizers hebben er véél schatting aan betaald, wel wetend dat ze alleen maar tijd kochten voor de volgende rekening, of lading plunderingen, weer arriveerde.

En als je nog wat verder naar het noorden opschuift, naar het noordoosten dus, dan eindig je met de al even ontzettend primitieve volkeren die wij "de Slaven" noemen, bijvoorbeeld Polen en Wenden (1). Allemaal volkeren die bekend waren omdat ze, bijvoorbeeld, kinderen de lucht ingooiden en ze op de punten van hun speren weer opvingen en andere verhalen waar een mens vrolijk van wordt.

En nog wat verder naar het noorden zaten de Vikings en de cirkel is rond.

Maar wat nu zo fascinerend is dat al die volkeren, op een enkele uitzondering na, in contact kwamen met Christendom, zich bekeerden... en de simpele realiteit is dat ze zich veel beschaafder gingen gedragen. Zeker, zeker, het blééf nog heel lang een heel primitieve wereld, en ze hebben de nodige hoeveelheden heksen en ketters levend verbrand, maar alleen al het verschil tussen "beter weten" of het eerdere "normaal vinden" is levensgroot.

En zeker, zeker, vaak was dat "bekeren" een heel hypocriet geval. De lokale vorst ontleende een nieuw soort legitimatie voor zijn positie aan de steun van een paus die tenslotte vaak ver weg was, en vanuit zijn versterkte positie kon hij er weer een hoop over de kling jagen. Je spreekt met een vroom gezicht de formule "in de naam Gods" uit boven de lijken, en het feestmaal kan beginnen.

Maar op de langere duur... de feiten zijn er. De Polen, de Hongaren, de Skandinaviërs; de Engelsen en ik vergeet er ongetwijfeld nog héél veel; ze bekeerden zich tot het Christendom, en dat afgelegen, ongelofelijk woest en ruw subcontinent dat Europa was kalmeerde aan een heel snel tempo, en transformeerde zich in iets heel anders.

"Correlatie is geen causatie" verklaren serieuze mensen op dat punt met opgestoken wijsvinger. In mensentaal: het is niet omdat twee dingen tesamen voorkomen dat het één het ander veroorzaakt. Maar desondanks... Indien een factor iets anders veroorzaakt mag je wel verwachten dat ze geregeld tesamen voorkomen. Opnieuw, ik voel geen behoefte om apologeet van het Christendom te spelen. Maar de preciese aard van het bovenstaande verband: ik zou er gerust meer van willen weten.

--------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/09/jeugdboek-met-de-wenden-iemand.html

woensdag 4 november 2009

De geschiedenis in een formule

Ik zit te lezen in het boek van Douglass North & Robert Thomas, The Rise of the Western World, A New Economic History (1,973). Ik heb er al eens een enthousiaste post over geschreven (1), maar als iets me aan het denken zet schrijf ik wel eens één en ander onder elkaar...

Destijds ging de post vooral over het concrete pad van de geschiedenis. "Het Westen" heeft zich ergens tussen het jaar 1,000 en het jaar 2,000 (haha, het is een boek uit 1,973...) tot een dominante wereldpositie opgewerkt, en het boek probeert nauwkeurig na te gaan hoe dat zich doorheen de eeuwen heeft afgespeeld.

Vandaag valt me (veel meer dan toen) op dat ze ook proberen een theoretische geschiedenis uit te werken. Het boek vertrekt met een quasi-formule: in mijn opinie is het een teken van intellectuele maturiteit wanneer je (a) probeert te formalizeren wanneer je maar kunt, maar (zeer belangrijk) (b) beseft dat je nu eenmaal geen natuurkunde bedrijft, en het beste wat je kan is een quasi-formule, eerder dan een mathematische formule.

De quasi formule zegt ongeveer het volgende. Als mensen een bepaalde activiteit ondernemen, dan zitten daar kosten en opbrengsten aan vast. Het feit dat de opbrengsten groter moeten zijn dan de kosten is triviaal: ik herinner er hier even aan, maar daar gaat het niet om. Het gaat er wel om dat de "private" opbrengsten (kosten ingerekend) zo dicht mogelijk bij de "sociale" opbrengsten moeten liggen.

Het zou me niets verbazen als de formule was bedacht om een kritiek op het communisme te formuleren; in ieder geval helpt het om te verduidelijken. Zeg dat je mensen aan het werk wil krijgen: als iedereen rustig thuis zit gaat de wereld niet vooruit. Zeg dat je met het Marxisme verwacht dat iedereen zich inzet "naar zijn vermogen", maar dat de opbrengsten opgewekt, nee: vol enthousiasme, gedeeld worden met alle anderen: "naar hun behoefte". Dat wil zeggen: de opbrengsten zijn "sociaal", de kosten zijn grotendeels "privaat" (het zijn al die individuen die het werk doen die "de prijs betalen") en...

Je ziet dat de productiviteit vreselijk laag ligt, behalve in de kleine moestuintjes die iedereen voor zichzelf mocht houden. De Marxiaanse theorie had geen betere verklaring dan dat sociaal onaangepasten heropgevoed moesten worden. Terwijl North & Thomas met hun quasi-formule niets anders dan dat resultaat hadden verwacht: mensen willen dat de opbrengsten in voldoende mate naar zichzelf vloeien, en anders hebben ze geen zin in om te werken.

Je voelt: allemaal onberispelijke liberale theorie, dus je hoort me niet klagen. Integendeel, het boek is eerder genuanceerd. De formule laat immers ook ruimte om in te zien: als de kosten op de sociale omgeving kunnen afgewenteld worden, terwijl de opbrensten "privaat" blijven, dan kan je netto, als groep, als samenleving of zelfs beschaving achteruit gaan, terwijl iedereen als individu wel ijverig probeert door te gaan: "prisoner's dilemma" toestanden (2). (Nu, ik zit alleen de nogal theoretische eerste hoofdstukken te lezen, dus ik moet afgaan op mijn eigen postje van drie jaar geleden, maar het lijkt me dat het boek inderdaad niet aan dat fundamentalisme doet, waarin de overheid altijd de schuld is van alles. De overheid lijkt me (volgens dat boek) eerder een middel tussen een aantal andere middelen. En als we weten dat het middel nevenwerkingen heeft, dan doen we er beter aan in de gaten te houden dat die onder controle blijven, eerder dan het kind met het badwater weg te gooien.)

Maar dat was hier niet het punt. Het is erg interessant te zien hoe ze hun geschiedsschrijging proberen te doen in termen van een quasi-formule. Een beetje zoals we in de evolutietheorie allemaal weten "natuurlijk is het bezit van ogen een groot voordeel voor een organisme", maar daarmee heb je nog niet verklaard hoe ogen konden ontstaan en in kleine stapjes evolueren. Zo ook zijn vrije markten, uitgewerkte eigendomsrechten en alle andere grote troeven van het liberalisme mogelijk de beste manieren om rijkdom te verwerven en te verdelen - maar daarmee weet je nog niet hoe ze die ooit wisten te ontwikkelen, vertrekkend in een wereld die letterlijk vanuit alle richtingen werd geplunderd.

"Theoretische geschiedenis"... Het lijkt me vreselijk moeilijk, misschien zelfs te ambitieus. Er zijn nu eenmaal zoveel andere factoren die allemaal hun rolletje spelen. Maar zeer interessant is het wel, en zoals het in dit boek gepresenteerd wordt: minstens verdient het een welgemeen "goed geprobeerd".

------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/rechts-maar-toch-goed-north-thomas.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten_13.html