Enkele hoofdstukken van Smolins The Trouble with Physics (1) gaan over wat hij “de sociologie” noemt. In de wetenschappen, zegt hij (op licht verwonderde toon), blijkt het allemaal toch niet alleen te gaan om de beste ideeën, de diepste inzichten en de grootste vorderingen. Er blijkt een heel establishment te bestaan, met “senior positions” die vanuit de macht om de jongere generaties te beoordelen een heel sterke invloed hebben op de richting van het onderzoek. Op die manier ontstaat “een heel andere agenda” dan precies de zoektocht naar de diepste ideeën: omdat de facto de richting gaat naar bevestiging van wat de mensen in die “senior positions” al dachten. De lezer voelt wel hoe dat allemaal past in zijn vraag waarom de natuurkunde een tikje in het slop lijkt te zitten...
Maar er zat nog een interessant extra aan vast. Als we scores uit persoonlijke evaluaties opmaken werken we uiteindelijk met een soort gemiddelde: en indien dat gemiddelde over simpele kwantificaties zou gaan (“aantal artikelen gepubliceerd” of "winst" of “aantal doelpunten gescoord”) zou dat ook een zeer efficiënte manier van scoren zijn. Maar wat er voor “kwaliteit van het onderzoek” achter dat gemiddelde verloren gaat is de afwijking die er zit op de al die individuele oordelen. Die afwijking noemt Smolin noemt de “polarizering”.
Tegenover iemand met een beoordeling van 60% omdat iedereen hem of haar op precies 60% scoort, plaatst Smolin iemand wiens identieke beoordeling van 60% het resultaat is van reeksen scores van 20% afgewisseld met reeksen scores van 100%. En wat Smolin denkt - en suggereert zonder daar overigens statistisch of ander bewijs voor te geven – is dat in onderwerpen waar diepe inzichten en onafhankelijk denken een belangrijke rol spelen, een sterke polarizatie juist een gunstig signaal is. Niet iets om zomaar te laten verloren gaan achter gemiddelden, dus.
Met deze “sociologie van het denken” in het achterhoofd herinnert Smolin eraan dat de grote namen (en Smolin noemt er een hele serie waarvan zelfs ik al gehoord heb) nooit posities hebben aan de echt grote universiteiten en onderzoekscentra, maar zich integendeel aan de rand van de academica proberen in leven te houden (wat iets zegt over de vraag hoeveel soortgelijk talent zich juist niet aan die rand heeft in leven kunnen houden, en dan maar ambtenaar (bijvoorbeeld: in Bern) is geworden).
Ik moet onwillekeurig denken aan de filosofie. Wittgenstein is een filosoof die mij altijd compleet boven mijn pet is gegaan, maar velen (en ik bedoel heel serieuze mensen) beschouwen zijn Tractatus als het belangrijkste filosofische werk van de twintigste eeuw. Nu ken ik hem zo slecht dat ik dit mis kan hebben, maar ik denk te weten dat hij met datzelfde werk is afgewezen voor een simpel doctoraat (nu ja, probeer maar eens zelf een “simpel” doctoraat in de wacht te slepen...). En in ieder geval kan ik het verhaal bevestigen voor Karl Popper, die zijn The open Society and its Enemies, zeker één van de klassiekers van de twintigste eeuw, schreef in de filosofische woestijn, en academisch niet verder is gekomen dan de “London School of Economics” – toch nog altijd niet Cambridge of Oxford.
Het zou, met andere woorden, kunnen. Misschien is het in onderwerpen waar conceptueel inzicht belangrijk is een goed idee om “polarizering” (een zeer gemakkelijk meetbare grootheid, zoals wij die in de financiele markten werken goed weten, omdat we het onder de naam “volatiliteit” dagelijks constant gebruiken) als een criterium voor persoonlijke beoordeling te gebruiken, precies zoals we de scores zelf als criterium te gebruiken?
Terwijl voor heel andere onderwerpen, zoals misschien die financiële markten zelf, de toestand mogelijk precies omgekeerd is? Als ik nadenk over de soort collega’s in wiens boeken marktbewegingen zich vertalen in winsten of verliezen – we noemen ze de “traders” – dan denk ik dat ze allemaal, stuk voor stuk, beschikken over een serie vaardigheden die het verschil maken tussen professionals en de enorme bende amateurs die je elke dag op het internet hun opinie over de markten ziet uitschreeuwen. Om er maar één te noemen, ik weet haast zeker dat al die mensen, en je zal echt héél weinig uitzonderingen vinden, experts zijn in de kunst van het “cut your losses”, dat wil zeggen, het financiëel equivalent van durven toegeven dat je fout zit.
Het is beslist geen absurd idee dat je voor sommige onderwerpen een sterke homogeniteit in de eigenschappen van het team wil hebben. Zou er één topvoetbalteam bestaan waarvan niet alle spelers, verdedigers, middenvelders en aanvallers, een opmerkelijk gevoel voor balcontrole hebben? En zou dat, toegepast op de financiële wereld, niet kloppen met het feit dat wij zoeken naar scores die zich vertalen in winst? In dat geval immers zoek je naar hoge scores (“winst”) voor zo weinig mogelijk risico (en dus “afwijking”) - en mijn vlugge intuïtie suggereert dat dat verlangen naar conformisme zich vertaalt naar de eigenschappen van de teams die je terugvindt in de financiële markten - of de edele voetbalsport.
Of het nu allemaal waar is of niet, Smolin denkt dat de “sociologie van de kennis” ook zo in elkaar zit dat het natuurkundig establishment een soort risico aversie met zich meebrengt. Dat gebeurt “de facto” zoals ik schreef: er is niemand die een uitgekiend complot in gang zet om echte originaliteit te saboteren. Het is eerder een “emerging property” van een bepaald soort systeem. En als dat systeem in de natuurkunde soortgelijke, conformiserende effecten heeft als voor, zeg, een voetbalploeg, terwijl die effecten daar veel minder gewenst zijn – dan heeft Smolin misschien een stap gezet op weg naar het antwoord op “waarom slagen we er niet in vorderingen te maken tijdens de huidige crisis in de natuurkunde?”.
------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/06/lee-smolin-en-de-crisis-in-de.html
"once help is assured to such an extent that it is apt to reduce individuals' efforts, it seems an obvious corollary to compel them to insure (or otherwise provide) against those common hazards of life." (F.A. Hayek, The Constitution of Liberty, hoofdstuk 19, over een mandaat tot verplichte ziekteverzekering)
maandag 30 juni 2008
zaterdag 28 juni 2008
Laat me nog eens herinneren...
... aan het feit dat ons vriendenclubje met een project om in Kameroen de bevolking te steunen met bijenteelt en een schooltje (en dit op zijn beurt geïnspireerd door het besef dat mensen die van honger omkomen echt niet zullen ophouden met jagen op bedreigde diersoorten) een jaarlijkse BBQ organizeert. De post met de details was:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/onze-vzw-organizeert-een-barbecue.html
Als motieven als dit soort initiatieven ondersteunen of, wie weet, vragen te stellen over Speels maar Serieus u een goed idee lijken, weet dat een kleine organizatie als de onze de centen goed kan gebruiken, en dat er heel, heel weinig van ons geld naar "administratie", "personeel" of "hotelkamers" gaat...
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/onze-vzw-organizeert-een-barbecue.html
Als motieven als dit soort initiatieven ondersteunen of, wie weet, vragen te stellen over Speels maar Serieus u een goed idee lijken, weet dat een kleine organizatie als de onze de centen goed kan gebruiken, en dat er heel, heel weinig van ons geld naar "administratie", "personeel" of "hotelkamers" gaat...
Baby Thomas is één jaar oud
Een jaar geleden, alweer, dat we in het ziekenhuis met dat bundeltje baby, de oogjes stijf gesloten, de knuistjes ter hoogte van de oortjes en het neusje dat aan de vastberaden trekken van zijn vader deed denken in onze armen stonden. Speels maar Serieus stond er vol mee, een mens mag nooit de echt belangrijke gebeurtenissen van het universum uit het oog verliezen.
Een jaar later staan de oogjes van baby Thomas wijd open. Hij is een echt tevreden babietje, dat veel moet lachen en met volle aandacht de wereld inkijkt. Sinds hij niet meer in een maxicosi moet zitten is het geen enkel probleem om met hem een halve dag in de auto rond te reizen. Hij kijkt met grote oogjes rond naar de afwisseling daarbuiten en geniet van zijn eerste vakantie.
De meeste collega's van baby Thomas kunnen al stappen, of rechtstaan als ze zich vasthouden, of tenminste kruipen. Baby Thomas niet. Hij zit tevreden op zijn stoel of zijn tapijt, en als er iets is dat zijn aandacht trekt buigt hij zich voorover en trekt met alle kracht van zijn armpjes aan de vloer, tot hij zittend vooruitschuift in de richting die hij wil. Ik denk wel dat hij tot tien graden tegen de wind zou kunnen invaren, als hij dat zou willen. Maar staan of stappen is er nog lang niet bij, en daarmee zit baby Thomas naar de maatstaven van de familie uitstekend op schema. Robeyzen zijn laatbloeiers.
Baby Thomas heeft ook nog maar vier tandjes. Daarmee doet hij beter dan zijn zus, die er op dezelfde leeftijd maar één had, en in die toestand maanden is gebleven. Baby Thomas doet ook al ettelijke maanden op zijn vier tanden, en er zijn geen tekenen dat er heel snel gaan bijkomen.
Maar fysische ontwikkeling is er natuurlijk meer dan genoeg, en peuter Sarah moet tot haar grote ontzetting vaststellen dat baby Thomas alles vastgrijpt wat hij maar te pakken krijgt, er aan trekt, en het dan nog in zijn mondje steekt ook: Boemba, de potjes en pannetjes van haar keukentje, zijn eigen teddyberen, het tutje van peuter Sarah, het rugzakje waarmee ze naar school gaat, alles. Nu moet baby Thomas zich ook van haar één en later welgevallen: ze schrobt zijn rug in het badje en ze heeft hem al eens (overigens heel bekwaam) een truitje aangetrokken. Niemand weet hoe peuter Sarah dat heeft klaargespeeld, maar ineens had hij het aan en glunderen dat hij deed! Zij ook, trouwens.
En zo kruifelt de baby hier rond terwijl de peuter lange volzinnen afsteekt en tot zestien kan tellen. En niet met zich laat sollen. Toen mijn vrouw op een dag geen koekje voor de speeltijd in haar rugzakje had gestoken, maar wel een boterham, ging de converstatie als volgt (de zinnen van peuter Sarah werden langzaam uitgesproken en met een diepe stem):
Mama: "Saartje, heb jij in school het boke opgegeten?"
Peuter Sarah: "Ik wil geen bokes meenemen naa' schooltje, ik wil alleen maar koekjes."
Mama: "Wil jij alleen maar koekjes? Hmmmm.... Maar je hebt tenminste toch het boke opgegeten?"
Peuter Sarah: "Nééééééé" (nog altijd dat diep stemgeluid, dus)
Mama: "Oh nee? En wat heb jij dan met dat boke gedaan?"
Peuter Sarah (langzaam en met een diepe stem): "Op de grond".
Opgelost. Case closed. Op naar een nieuwe, onbezorgde dag.
Maar goed. Gelukkige verjaardag, baby Thomas, en mogen er nog vele, vele verjaardagen volgen!
Een jaar later staan de oogjes van baby Thomas wijd open. Hij is een echt tevreden babietje, dat veel moet lachen en met volle aandacht de wereld inkijkt. Sinds hij niet meer in een maxicosi moet zitten is het geen enkel probleem om met hem een halve dag in de auto rond te reizen. Hij kijkt met grote oogjes rond naar de afwisseling daarbuiten en geniet van zijn eerste vakantie.
De meeste collega's van baby Thomas kunnen al stappen, of rechtstaan als ze zich vasthouden, of tenminste kruipen. Baby Thomas niet. Hij zit tevreden op zijn stoel of zijn tapijt, en als er iets is dat zijn aandacht trekt buigt hij zich voorover en trekt met alle kracht van zijn armpjes aan de vloer, tot hij zittend vooruitschuift in de richting die hij wil. Ik denk wel dat hij tot tien graden tegen de wind zou kunnen invaren, als hij dat zou willen. Maar staan of stappen is er nog lang niet bij, en daarmee zit baby Thomas naar de maatstaven van de familie uitstekend op schema. Robeyzen zijn laatbloeiers.
Baby Thomas heeft ook nog maar vier tandjes. Daarmee doet hij beter dan zijn zus, die er op dezelfde leeftijd maar één had, en in die toestand maanden is gebleven. Baby Thomas doet ook al ettelijke maanden op zijn vier tanden, en er zijn geen tekenen dat er heel snel gaan bijkomen.
Maar fysische ontwikkeling is er natuurlijk meer dan genoeg, en peuter Sarah moet tot haar grote ontzetting vaststellen dat baby Thomas alles vastgrijpt wat hij maar te pakken krijgt, er aan trekt, en het dan nog in zijn mondje steekt ook: Boemba, de potjes en pannetjes van haar keukentje, zijn eigen teddyberen, het tutje van peuter Sarah, het rugzakje waarmee ze naar school gaat, alles. Nu moet baby Thomas zich ook van haar één en later welgevallen: ze schrobt zijn rug in het badje en ze heeft hem al eens (overigens heel bekwaam) een truitje aangetrokken. Niemand weet hoe peuter Sarah dat heeft klaargespeeld, maar ineens had hij het aan en glunderen dat hij deed! Zij ook, trouwens.
En zo kruifelt de baby hier rond terwijl de peuter lange volzinnen afsteekt en tot zestien kan tellen. En niet met zich laat sollen. Toen mijn vrouw op een dag geen koekje voor de speeltijd in haar rugzakje had gestoken, maar wel een boterham, ging de converstatie als volgt (de zinnen van peuter Sarah werden langzaam uitgesproken en met een diepe stem):
Mama: "Saartje, heb jij in school het boke opgegeten?"
Peuter Sarah: "Ik wil geen bokes meenemen naa' schooltje, ik wil alleen maar koekjes."
Mama: "Wil jij alleen maar koekjes? Hmmmm.... Maar je hebt tenminste toch het boke opgegeten?"
Peuter Sarah: "Nééééééé" (nog altijd dat diep stemgeluid, dus)
Mama: "Oh nee? En wat heb jij dan met dat boke gedaan?"
Peuter Sarah (langzaam en met een diepe stem): "Op de grond".
Opgelost. Case closed. Op naar een nieuwe, onbezorgde dag.
Maar goed. Gelukkige verjaardag, baby Thomas, en mogen er nog vele, vele verjaardagen volgen!
donderdag 26 juni 2008
Zonnecellen
Hier komt een url met een soort denkoefening die mij wel bevalt, en over een onderwerp dat me interesseert:
http://i-r-squared.blogspot.com/2007/07/solar-thought-experiment.html
De vraag is een ruwe, zeer ruwe schatting te maken van wat het zou betekenen als we alle electriciteit die we nu opwekken met petroleum integendeel willen opwekken met zonnecellen. Natuurlijk gaat het hele onderwerp me van bij het begin ver boven mijn pet, maar toch...
Cruciaal in mijn ogen is dat hij begint met de vraag naar de totale behoefte aan op te wekken electriciteit. Het gaat om een Amerikaanse analyse, maar dat doet er niet toe: het gaat om de aanpak. Je hebt bijvoorbeeld niet veel aan krantenartikelen over biomassa of windmolens die zoveel watt opwekken, als je geen enkel idee hebt van wat dat uitmaakt in de totale behoefte. Deze analyse begint dan ook met een cijfer van 700 tot 800 duizend megawatt per jaar. Als ik me niet vergis zal "mega" over "miljoen gaan. Duizend megawatt is dan een miljard watt, en dus praten we over een behoefte aan (pakweg) 800 miljard megawatt. 800,000,000,000.-
Stel dat je nu een dergelijk getal wil opwekken met zonnecellen. Ha, dan wil je eerst weten wat één zonnecel oplevert. Het antwoord van het artikel is: 12.5 watt voor een oppervlakte van een vierkante voet. Je deelt 800 miljard door 12.5, je goochelt nog wat met voet, mijl, de regel van drie en de Stelling Van Bayes en... er is een oppervlakte nodig van 50 vierkante mijl om 800 miljard watt per jaar op te wekken.
Eerlijk gezegd valt dat me mee. Ik zou nooit hebben gedacht dat je met zonnecellen zelfs maar in de buurt zou komen van de totale Amerikaanse behoefte aan electriciteit. En nu blijkt dat je alleen maar een flinke stad moet afgraven en vervangen door zonnecellen, en je bent er! Een mens zou er optimist van worden!
Mutatis mutandis komt dat er op neer dat je voor België de stad Gent afgraaft en vervangt door zonnecellen. Vertraging kan optreden voor de twee of drie gebouwen die in aanmerking komen om ze weer op te bouwen ter verfraaiing van de voorsteden van Antwerpen: die moeten we dan eerst steen per steen nummeren, maar al bij al blijft dat extra werk beperkt. Interessanter nog is dat de auteur voorrekent dat je een heel eind komt met alle daken die op het zuiden gericht staan. Met een beetje geluk kunnen de Gentse zonnecellen als reserve dan zelfs achter de hand gehouden worden.
Maar alle gekheid op een stokje (natuurlijk weet ik ook dat er meer dan twee of drie gebouwen zijn in Gent die niet zouden misstaan in de voorsteden van Antwerpen), dit soort oefening levert wel degelijk iets op. Je vervangt je pessimistische "je komt nooit in de buurt" door het meer realistische "hoeveel gaan al die zonnecellen kosten?" en "moeten die niet nog veel efficiënter worden?" en vele soortgelijke andere vragen. OK, we zitten van geen kanten op het niveau van de mathematische analyse. Maar als het dat is, of helemaal van toeten noch blazen weten (alle hints over de etymologie van deze uitdrukking zijn welkom), geef mij dan maar dit soort verhaal.
http://i-r-squared.blogspot.com/2007/07/solar-thought-experiment.html
De vraag is een ruwe, zeer ruwe schatting te maken van wat het zou betekenen als we alle electriciteit die we nu opwekken met petroleum integendeel willen opwekken met zonnecellen. Natuurlijk gaat het hele onderwerp me van bij het begin ver boven mijn pet, maar toch...
Cruciaal in mijn ogen is dat hij begint met de vraag naar de totale behoefte aan op te wekken electriciteit. Het gaat om een Amerikaanse analyse, maar dat doet er niet toe: het gaat om de aanpak. Je hebt bijvoorbeeld niet veel aan krantenartikelen over biomassa of windmolens die zoveel watt opwekken, als je geen enkel idee hebt van wat dat uitmaakt in de totale behoefte. Deze analyse begint dan ook met een cijfer van 700 tot 800 duizend megawatt per jaar. Als ik me niet vergis zal "mega" over "miljoen gaan. Duizend megawatt is dan een miljard watt, en dus praten we over een behoefte aan (pakweg) 800 miljard megawatt. 800,000,000,000.-
Stel dat je nu een dergelijk getal wil opwekken met zonnecellen. Ha, dan wil je eerst weten wat één zonnecel oplevert. Het antwoord van het artikel is: 12.5 watt voor een oppervlakte van een vierkante voet. Je deelt 800 miljard door 12.5, je goochelt nog wat met voet, mijl, de regel van drie en de Stelling Van Bayes en... er is een oppervlakte nodig van 50 vierkante mijl om 800 miljard watt per jaar op te wekken.
Eerlijk gezegd valt dat me mee. Ik zou nooit hebben gedacht dat je met zonnecellen zelfs maar in de buurt zou komen van de totale Amerikaanse behoefte aan electriciteit. En nu blijkt dat je alleen maar een flinke stad moet afgraven en vervangen door zonnecellen, en je bent er! Een mens zou er optimist van worden!
Mutatis mutandis komt dat er op neer dat je voor België de stad Gent afgraaft en vervangt door zonnecellen. Vertraging kan optreden voor de twee of drie gebouwen die in aanmerking komen om ze weer op te bouwen ter verfraaiing van de voorsteden van Antwerpen: die moeten we dan eerst steen per steen nummeren, maar al bij al blijft dat extra werk beperkt. Interessanter nog is dat de auteur voorrekent dat je een heel eind komt met alle daken die op het zuiden gericht staan. Met een beetje geluk kunnen de Gentse zonnecellen als reserve dan zelfs achter de hand gehouden worden.
Maar alle gekheid op een stokje (natuurlijk weet ik ook dat er meer dan twee of drie gebouwen zijn in Gent die niet zouden misstaan in de voorsteden van Antwerpen), dit soort oefening levert wel degelijk iets op. Je vervangt je pessimistische "je komt nooit in de buurt" door het meer realistische "hoeveel gaan al die zonnecellen kosten?" en "moeten die niet nog veel efficiënter worden?" en vele soortgelijke andere vragen. OK, we zitten van geen kanten op het niveau van de mathematische analyse. Maar als het dat is, of helemaal van toeten noch blazen weten (alle hints over de etymologie van deze uitdrukking zijn welkom), geef mij dan maar dit soort verhaal.
woensdag 25 juni 2008
Peter Heirman, de immobiliën, en "falende markten"
Hier bij ons slingert een exemplaar van Visie, 6 juni 2,008. Hierin schrijft een Peter Heirman over de “immo-maffia”. Hij heeft een probleem met vastgoed kantoren die vermoedelijk (veel) te veel winst maken voor wat ze presteren. (Ikzelf kan daarover ook één bevestigende anecdote vertellen.) Nu was er een kantoor, “Immo Budget”, dat voorstelde kopers en verkopers bij elkaar te brengen, zonder andere kosten, fee’s, spreads of andere winsten voor zichzelf aan te rekenen dan een vaste “935 euro voor koper en verkoper”. (De verborgen kost in mijn anecdote bedroeg 12,500.- (!) euro...) Waarna (zo schrijft tenminste het artikel) de andere kantoren zich wendden tot hun beroepsfederatie en... “Immo Budget” laten schorsen! De "immo-maffia", dus.
Tegen het einde komen de drie zinnen die ik van nabij wil bekijken; ik citeer ze met mijn eigen nummering, maar in de juiste volgorde achter elkaar, zonder (behoudens eigen typfouten en vergissingen) iets weg te laten of er voor de rest iets aan te veranderen:
(a) "Dit incident toont dat ‘de vrije markt’ helemaal niet zo vrij is."
(b) "Laat alles over aan de markt en je krijgt dit soort wantoestanden."
(c) "Het wordt dringend tijd dat de overheid optreedt tegen dergelijke misbruiken."
En ik zit hier geweldig met mijn ogen te knipperen. Met zin (a) ben ik het helemaal eens - zoals ik het artikel zelf best wel een belangrijk artikel vind. Het is duidelijk dat de markt niet vrij is, als er zoiets bestaat als “een beroepsfederatie” die blijkbaar kan beslissen wie er mag kopen en verkopen, laat staan tegen welke vergoeding. En ik wil niet eens de fundamentalistische liberaal uithangen! Volgens mij is het goed dat er een beroepsfederatie van dokters in de geneeskunde bestaat (ik zeg niets over hoe goed of slecht die haar werk doet, ik zeg alleen iets over een volgens mij toelaatbare inbreuk op mijn liberale ideeën), zodat niet om het even wie zichzelf tot arts kan uitroepen.
Maar dan komt zin (b). Uimmmm... Peter Heirman heeft net zelf gezegd dat de markt helemaal niet zo vrij is. En in de onmiddellijk daarop volgende zin - zin (b), dus - schrijft hij dat “dit soort toestanden” onstaat als je... “alles overlaat aan de markt”! Maar als je net zelf hebt gezegd dat het gaat om een markt die niet vrij is – hoe kan je dan in de volgende zin beweren dat het de schuld is van de markt die vrij is?
Kijk, dit lijkt me allemaal best wel interessant. Peter Heirman en ikzelf hebben met een verschillende filosofische achtergrond een gemeenschappelijke opinie over een probleem, maar verschillende ideeën over mogelijke oplossingen. Ik denk in alle ernst, oprechtheid (enzovoort) een probleem in zijn redenering te vinden en wil dat probleem zonder spot, hoon, sarcasme, en de rest van mijn internetverleden signaleren. Misschien heb ik iets over het hoofd gezien? Laat het gerust weten; bij voorkeur zonder spot, hoon, sarcasme en al die andere dingen die discussies doen ontsporen. Of misschien heb ik wel gelijk? Net zoals ikzelf niet de fundamenstalistische liberaal wil uithangen zal ook “de andere kant” wel af en toe bereid zijn de doctrine niet altijd en overal toe te passen?
In dat geval zou ik willen overgaan naar zin (c). In mijn bescheiden bedoelde opinie is de reden waarom “Immo Budget” zich zo moet laten behandelen dat er een overheid bestaat die een beroepsfederatie de hand boven het hoofd houdt. Immers, wat gaat die federatie doen als ze geen macht van de overheid hadden gekregen? Gaan ze knokploegen sturen? Worden de kantoren van “Immo Budget” met hakenkruisen beklad, en wordt hun personeel kaalgeschoren? Of stappen ze wel degelijk naar die overheid? Je weet wel, met kortgedingen en deurwaarders en dwangsommen en weet ik veel welke andere “rechtsmiddelen”. Ooit al eens een “rechtsmiddel” gezien zonder dat er een overheid achterstond?
Dus, zegt mijn liberaal voorstel, laat de overheid nu eens zeggen dat iedereen als vastgoed makelaar kan optreden - ik maak abstractie van de nood aan beroepskennis – aan de prijs en onder de transparantie die hij zelf beslist. En laat vervolgens de consumenten vrij beslissen met wie ze in zee willen gaan. Volgens mij heeft Peter Heirman zeer correct gezien dat dat niet naar de zin zou zijn van de “andere kantoren” uit zijn artikel. En dus zijn Peter Heirman en ikzelf het voor 66% met elkaar eens:
(a) de markt is helemaal niet zo vrij, en
(b) [geschrapt]
(c) de overheid kan/mag/moet optreden, maar dan wel om daar iets aan te doen, en...
Peter Heirman en ik krijgen allebei onze zin! De “andere kantoren” zullen niet blij zijn, en wel omdat de consumenten meer geld in hun zak zullen houden; juist het geld dat anders op de winstrekening van de "andere kantoren" was terechtgekomen.
66% overeenstemming èn het beoogde resultaat bereiken: dat is toch niet slecht voor een discussie tussen een cynische, uitbuitende neo-liberaal en werkschuw vakbondstuig?
OK, ik houd wel van een beetje van dat soort ironie hierboven: misschien wel teveel om goed te zijn. Dus nu serieus. Het onderwerp in het algemeen, en vrije markten in het bijzonder, zijn te belangrijk om er alleen ideologisch over te doen – terwijl dat nochtans is wat er haast altijd gebeurt. De meest onberispelijke liberale geesten zijn evenwel voortdurend bezig met vrije markten, niet om telkens weer het eigen grote gelijk te vieren, maar er integendeel de grenzen en tekortkomingen van af te tasten (1). Dat moet hier ook kunnen! Als ik het mis heb, laat dan weten waarom. Maar als ik gelijk heb, durf dan ook de conclusies onder ogen zien.
-------------------------------------
(1) http://www.ivanjanssens.be/dutch/nartikel.asp?link=122
Tegen het einde komen de drie zinnen die ik van nabij wil bekijken; ik citeer ze met mijn eigen nummering, maar in de juiste volgorde achter elkaar, zonder (behoudens eigen typfouten en vergissingen) iets weg te laten of er voor de rest iets aan te veranderen:
(a) "Dit incident toont dat ‘de vrije markt’ helemaal niet zo vrij is."
(b) "Laat alles over aan de markt en je krijgt dit soort wantoestanden."
(c) "Het wordt dringend tijd dat de overheid optreedt tegen dergelijke misbruiken."
En ik zit hier geweldig met mijn ogen te knipperen. Met zin (a) ben ik het helemaal eens - zoals ik het artikel zelf best wel een belangrijk artikel vind. Het is duidelijk dat de markt niet vrij is, als er zoiets bestaat als “een beroepsfederatie” die blijkbaar kan beslissen wie er mag kopen en verkopen, laat staan tegen welke vergoeding. En ik wil niet eens de fundamentalistische liberaal uithangen! Volgens mij is het goed dat er een beroepsfederatie van dokters in de geneeskunde bestaat (ik zeg niets over hoe goed of slecht die haar werk doet, ik zeg alleen iets over een volgens mij toelaatbare inbreuk op mijn liberale ideeën), zodat niet om het even wie zichzelf tot arts kan uitroepen.
Maar dan komt zin (b). Uimmmm... Peter Heirman heeft net zelf gezegd dat de markt helemaal niet zo vrij is. En in de onmiddellijk daarop volgende zin - zin (b), dus - schrijft hij dat “dit soort toestanden” onstaat als je... “alles overlaat aan de markt”! Maar als je net zelf hebt gezegd dat het gaat om een markt die niet vrij is – hoe kan je dan in de volgende zin beweren dat het de schuld is van de markt die vrij is?
Kijk, dit lijkt me allemaal best wel interessant. Peter Heirman en ikzelf hebben met een verschillende filosofische achtergrond een gemeenschappelijke opinie over een probleem, maar verschillende ideeën over mogelijke oplossingen. Ik denk in alle ernst, oprechtheid (enzovoort) een probleem in zijn redenering te vinden en wil dat probleem zonder spot, hoon, sarcasme, en de rest van mijn internetverleden signaleren. Misschien heb ik iets over het hoofd gezien? Laat het gerust weten; bij voorkeur zonder spot, hoon, sarcasme en al die andere dingen die discussies doen ontsporen. Of misschien heb ik wel gelijk? Net zoals ikzelf niet de fundamenstalistische liberaal wil uithangen zal ook “de andere kant” wel af en toe bereid zijn de doctrine niet altijd en overal toe te passen?
In dat geval zou ik willen overgaan naar zin (c). In mijn bescheiden bedoelde opinie is de reden waarom “Immo Budget” zich zo moet laten behandelen dat er een overheid bestaat die een beroepsfederatie de hand boven het hoofd houdt. Immers, wat gaat die federatie doen als ze geen macht van de overheid hadden gekregen? Gaan ze knokploegen sturen? Worden de kantoren van “Immo Budget” met hakenkruisen beklad, en wordt hun personeel kaalgeschoren? Of stappen ze wel degelijk naar die overheid? Je weet wel, met kortgedingen en deurwaarders en dwangsommen en weet ik veel welke andere “rechtsmiddelen”. Ooit al eens een “rechtsmiddel” gezien zonder dat er een overheid achterstond?
Dus, zegt mijn liberaal voorstel, laat de overheid nu eens zeggen dat iedereen als vastgoed makelaar kan optreden - ik maak abstractie van de nood aan beroepskennis – aan de prijs en onder de transparantie die hij zelf beslist. En laat vervolgens de consumenten vrij beslissen met wie ze in zee willen gaan. Volgens mij heeft Peter Heirman zeer correct gezien dat dat niet naar de zin zou zijn van de “andere kantoren” uit zijn artikel. En dus zijn Peter Heirman en ikzelf het voor 66% met elkaar eens:
(a) de markt is helemaal niet zo vrij, en
(b) [geschrapt]
(c) de overheid kan/mag/moet optreden, maar dan wel om daar iets aan te doen, en...
Peter Heirman en ik krijgen allebei onze zin! De “andere kantoren” zullen niet blij zijn, en wel omdat de consumenten meer geld in hun zak zullen houden; juist het geld dat anders op de winstrekening van de "andere kantoren" was terechtgekomen.
66% overeenstemming èn het beoogde resultaat bereiken: dat is toch niet slecht voor een discussie tussen een cynische, uitbuitende neo-liberaal en werkschuw vakbondstuig?
OK, ik houd wel van een beetje van dat soort ironie hierboven: misschien wel teveel om goed te zijn. Dus nu serieus. Het onderwerp in het algemeen, en vrije markten in het bijzonder, zijn te belangrijk om er alleen ideologisch over te doen – terwijl dat nochtans is wat er haast altijd gebeurt. De meest onberispelijke liberale geesten zijn evenwel voortdurend bezig met vrije markten, niet om telkens weer het eigen grote gelijk te vieren, maar er integendeel de grenzen en tekortkomingen van af te tasten (1). Dat moet hier ook kunnen! Als ik het mis heb, laat dan weten waarom. Maar als ik gelijk heb, durf dan ook de conclusies onder ogen zien.
-------------------------------------
(1) http://www.ivanjanssens.be/dutch/nartikel.asp?link=122
dinsdag 24 juni 2008
Alastair Reynolds
Ik had niet verwacht in een boek van Alastair Reynolds 100 bladzijden te lezen voor ik het teleurgesteld zou wegleggen. Reynolds, dat is science fiction, en aangezien ik al verschillende boeken van hem had gelezen trok een bezoek aan zijn soort universa - met technologische en economische ontwikkelingen, of contacten en conflicten tussen interstellaire beschavingen - me wel aan.
Dat was wat Pushing Ice ook beloofde. Er was een economie van het zonnestelsel, en ruimteschepen in de buitenste regionen op zoek naar grondstoffen voor de centrale delen. Eén van die schepen betrapt een ruimteschip van onbekende afkomst op een soort (voor zover ik weet) observatie van de mensheid, en zo zouden we terechtkomen in allerlei ideeën, verpakt in een goed verhaal, over de mogelijke plaats van een toekomstige mensheid in de melkweg.
Daarom bleef ik lang nadat ik de scènes uit het achtervolgende schip als “vervelend” begon te herkennen doorbijten. “Vervelend”, dat betekent bij mij dat de vraag in me opkomt: waarom lees ik dit; waarom steek ik hier mijn zeer schaarse vrije tijd in?
Vaak is me overkomen dat het antwoord was: omdat je uiteindelijk een verhaal aantreft dat je doet nadenken, dat je inzichten of misschien zelfs inspiratie bezorgt, en dat tegelijk ontspannend is, en wie weet zelfs mooi, of ontroerend, of grappig.
Maar Pushing Ice bleef maar gaan over de gebeurtenissen in dat ene schip, en van al de andere beloftes kreeg je maar niets te zien. Nu blonken Reynolds vorige boeken niet uit in interessante karakters waar je kon mee meeleven, of waarvan de ontwikkeling of de relaties bijzonder interessant waren. Dus bij gebrek aan wijdse vergezichten van kosmologische, of astronomische, of galactisch-politieke aard bleven die bladzijden gebeurtenissen en conversaties alleen maar vervelen, en de belofte begon te verbleken en doofde na 100 bladzijden helemaal uit - en ik klapte het boek zuchtend dicht. Als Reynolds niet zo’n grote naam was geweest had ik de symptomen na 20 bladzijden herkend...
Een smakenkwestie, natuurlijk! Ik kan me perfect voorstellen dat iemand het een heerlijk boek vindt en toch een goed mens is! Ik denk evenwel dat er een verband bestaat tussen wat mijn soort “cerebraal" type verwacht van een boek, en wat meer “observerende” verkenners van de wereld verwachten van hun tijdsbesteding. Je ziet ze opfleuren tijdens natuurwandelingen, tussen de vergezichten afgewisseld met besloten hoekjes, de aangelegde tuinen en de paden door de weilanden, of de bossen en de oevers van rivieren. Ze vinden een totaalperspectief dat maakt dat ze aan het einde van de dag dat heerlijk gevoel overhouden aan hun wandeling, en ze vinden bovendien een afwisseling van details die elk op zich bijna de inspanning waard maken. De belevenis speelt zich dus op meerdere schalen tegelijk af: van het microscopische bestuderen van een bloem via het uitkijken over een bergweide tot de totaalbeleving. Elk van die schalen is interessant, je doet het voor elk van die schalen apart en tegelijk nog eens voor de relaties tussen elk van die schalen.
Precies die structuur is waar ik ook naar op zoek ben, niet in de reële wereld, maar wel in de soort verhalen die ik lees. Neem Jack Vance, de Duivelsprinsen. De mensheid is verspreid over de sterren, er zijn diverse beschaafde werelden, en er zijn de werelden aan een buitenkant die er meer als de Wild West uitziet. Hoe verhouden die zich tot elkaar - economisch, politiek, militair...? Op een andere schaal zijn er die verschillende planeten zelf, met hun hoofdsteden en plattelandsgebieden, hun ondernemers, ambtenaren, obers en oplichters; en hun geschiedenissen, hun culturen, hun denkers en hun narren. En omdat Vance de schrijver is die hij nu eenmaal is weet hij dat allemaal tot leven te brengen tot je niet kan wachten om de hoofdpersoon aan zijn queeste te zien beginnen, en jij weer nieuwe perspectieven ontdekt.
Die structuur blijft doorwerken op de kleinste schaal, wanneer je tegen zonsondergang samen met de held staat te mijmeren aan de kusten van één of andere oceaan, terwijl over de stranden de lampen beginnen op te flakkeren en het bruisen van het water doet denken aan al die andere kusten op al die andere werelden waarover hij al heeft staan uitkijken – en hij zich weemoedig afvraagt waarom hij het allemaal doet.
En was een deel van de aantrekkingskracht van Tolkiens Lord of the Rings niet het meeleven met enkele Hobbitpsychologieën, via de posities van Tovenaars als Gandalf en Saruman tot het uitbreken van een oorlog die van enorme machten als Elrond, Minas Tirith, Rohan, Gandalf en Aragorn kleine spelers in een weids geheel maakte? Is dat ook niet de structuur van [wat ik als] een interessante boekenwinkel [beschouw]? Je kan er verdwalen in heelder secties over geschiedenis, of filosofie, of wetenschap, of vele andere. Binnen al die secties surf je door de verschillende subcategorieën, en grijp je eenmaal een boek vast dan opent zich daarin weer een compleet nieuw universum om eindeloos in rond te kuieren.
Dat soort structuur heb ik vaak teruggevonden in verschillende boeken van Reynolds. Er waren zeker ook dingen die ik liever anders had gezien. Het feit dat er geen sneller dan licht voorkomt, bijvoorbeeld, of één van zijn zeldzame karakters waarmee je een beetje kon meeleven maar die halverwege het boek vermoord wordt, of hoe hij heelder steden of zelfs planeten uitwerkt, om ze vervolgens achteloos te laten vernietigen door een vijandige mogendheid. Maar er waren ook die wisselende hoeken en kanten, perspectieven en details, ideeën en vergezichten. Allemaal dingen die ik na 100 bladzijden in Pushing Ice bleef missen. En dus heb ik het geïrriteerd onuitgelezen in de kast gezet. Wie zich herkent in mijn soort smaak kan ik het echt niet aanbevelen.
Dat was wat Pushing Ice ook beloofde. Er was een economie van het zonnestelsel, en ruimteschepen in de buitenste regionen op zoek naar grondstoffen voor de centrale delen. Eén van die schepen betrapt een ruimteschip van onbekende afkomst op een soort (voor zover ik weet) observatie van de mensheid, en zo zouden we terechtkomen in allerlei ideeën, verpakt in een goed verhaal, over de mogelijke plaats van een toekomstige mensheid in de melkweg.
Daarom bleef ik lang nadat ik de scènes uit het achtervolgende schip als “vervelend” begon te herkennen doorbijten. “Vervelend”, dat betekent bij mij dat de vraag in me opkomt: waarom lees ik dit; waarom steek ik hier mijn zeer schaarse vrije tijd in?
Vaak is me overkomen dat het antwoord was: omdat je uiteindelijk een verhaal aantreft dat je doet nadenken, dat je inzichten of misschien zelfs inspiratie bezorgt, en dat tegelijk ontspannend is, en wie weet zelfs mooi, of ontroerend, of grappig.
Maar Pushing Ice bleef maar gaan over de gebeurtenissen in dat ene schip, en van al de andere beloftes kreeg je maar niets te zien. Nu blonken Reynolds vorige boeken niet uit in interessante karakters waar je kon mee meeleven, of waarvan de ontwikkeling of de relaties bijzonder interessant waren. Dus bij gebrek aan wijdse vergezichten van kosmologische, of astronomische, of galactisch-politieke aard bleven die bladzijden gebeurtenissen en conversaties alleen maar vervelen, en de belofte begon te verbleken en doofde na 100 bladzijden helemaal uit - en ik klapte het boek zuchtend dicht. Als Reynolds niet zo’n grote naam was geweest had ik de symptomen na 20 bladzijden herkend...
Een smakenkwestie, natuurlijk! Ik kan me perfect voorstellen dat iemand het een heerlijk boek vindt en toch een goed mens is! Ik denk evenwel dat er een verband bestaat tussen wat mijn soort “cerebraal" type verwacht van een boek, en wat meer “observerende” verkenners van de wereld verwachten van hun tijdsbesteding. Je ziet ze opfleuren tijdens natuurwandelingen, tussen de vergezichten afgewisseld met besloten hoekjes, de aangelegde tuinen en de paden door de weilanden, of de bossen en de oevers van rivieren. Ze vinden een totaalperspectief dat maakt dat ze aan het einde van de dag dat heerlijk gevoel overhouden aan hun wandeling, en ze vinden bovendien een afwisseling van details die elk op zich bijna de inspanning waard maken. De belevenis speelt zich dus op meerdere schalen tegelijk af: van het microscopische bestuderen van een bloem via het uitkijken over een bergweide tot de totaalbeleving. Elk van die schalen is interessant, je doet het voor elk van die schalen apart en tegelijk nog eens voor de relaties tussen elk van die schalen.
Precies die structuur is waar ik ook naar op zoek ben, niet in de reële wereld, maar wel in de soort verhalen die ik lees. Neem Jack Vance, de Duivelsprinsen. De mensheid is verspreid over de sterren, er zijn diverse beschaafde werelden, en er zijn de werelden aan een buitenkant die er meer als de Wild West uitziet. Hoe verhouden die zich tot elkaar - economisch, politiek, militair...? Op een andere schaal zijn er die verschillende planeten zelf, met hun hoofdsteden en plattelandsgebieden, hun ondernemers, ambtenaren, obers en oplichters; en hun geschiedenissen, hun culturen, hun denkers en hun narren. En omdat Vance de schrijver is die hij nu eenmaal is weet hij dat allemaal tot leven te brengen tot je niet kan wachten om de hoofdpersoon aan zijn queeste te zien beginnen, en jij weer nieuwe perspectieven ontdekt.
Die structuur blijft doorwerken op de kleinste schaal, wanneer je tegen zonsondergang samen met de held staat te mijmeren aan de kusten van één of andere oceaan, terwijl over de stranden de lampen beginnen op te flakkeren en het bruisen van het water doet denken aan al die andere kusten op al die andere werelden waarover hij al heeft staan uitkijken – en hij zich weemoedig afvraagt waarom hij het allemaal doet.
En was een deel van de aantrekkingskracht van Tolkiens Lord of the Rings niet het meeleven met enkele Hobbitpsychologieën, via de posities van Tovenaars als Gandalf en Saruman tot het uitbreken van een oorlog die van enorme machten als Elrond, Minas Tirith, Rohan, Gandalf en Aragorn kleine spelers in een weids geheel maakte? Is dat ook niet de structuur van [wat ik als] een interessante boekenwinkel [beschouw]? Je kan er verdwalen in heelder secties over geschiedenis, of filosofie, of wetenschap, of vele andere. Binnen al die secties surf je door de verschillende subcategorieën, en grijp je eenmaal een boek vast dan opent zich daarin weer een compleet nieuw universum om eindeloos in rond te kuieren.
Dat soort structuur heb ik vaak teruggevonden in verschillende boeken van Reynolds. Er waren zeker ook dingen die ik liever anders had gezien. Het feit dat er geen sneller dan licht voorkomt, bijvoorbeeld, of één van zijn zeldzame karakters waarmee je een beetje kon meeleven maar die halverwege het boek vermoord wordt, of hoe hij heelder steden of zelfs planeten uitwerkt, om ze vervolgens achteloos te laten vernietigen door een vijandige mogendheid. Maar er waren ook die wisselende hoeken en kanten, perspectieven en details, ideeën en vergezichten. Allemaal dingen die ik na 100 bladzijden in Pushing Ice bleef missen. En dus heb ik het geïrriteerd onuitgelezen in de kast gezet. Wie zich herkent in mijn soort smaak kan ik het echt niet aanbevelen.
zondag 22 juni 2008
Lee Smolin en de "crisis in de natuurkunde"
Tevreden blijf ik lezen in The Trouble with Physics, The Rise of String Theory, the Fall of a Science and What Comes Next, 2,006 (1) van Lee Smolin. Ik was er erg nieuwsgierig naar, want zijn The Life of the Cosmos, 1,997 (2), komt bij mij in aanmerking voor de titel “interessantste non-fictie boek dat ik ooit heb gelezen" (3). Ik voeg er aan toe dat zijn Quantum Gravity, 2,000 een teleurstelling voor me was; goed beseffen dat dat het aan mij kan (= “zal”) liggen.
Van bij het begin bezorgt The Trouble with Physics me goede hoop dat het zoals The Life of the Cosmos zal zijn. Smolin is een uitstekende popularizeerder van wetenschap. Maar een verschil met sommige auteurs die dat ook zijn is dat Smolin daarbij naar de “grote filosofische vragen” uitwijkt; en voor zover ik dat kan beoordelen maakt hij zich bepaald niet belachelijk. Tenslotte is Smolin van mening dat de natuurkunde, waarin hij zelf een actief deelnemer is, momenteel een crisis doormaakt, vergelijkbaar met de periode waarin Newton voor één van de grootste omwentelingen in de geschiedenis van het denken zorgde.
Misschien kan je dat verhaal niet beter vertellen dan Neal Stephenson gedaan heeft in zijn romancyclys The Baroque Cycle. Eén van de personages is Newton zelf. Een ander personage is Leibniz: één van de weinige mensen uit de wereldgeschiedenis die een inzicht bezaten vergelijkbaar met dat van Newton zelf. En die kanonnen waren tijdgenoten van elkaar! Uitstekend (laat Stephenson Leibniz vragen), we hebben dus deze prachtige theorie van Newton, die zoveel verschijnselen kan verklaren. We passen immers de bewegingswetten op, bijvoorbeeld, “atomen” die de basisbouwstenen van alles zijn. Maar wat zijn eigenlijk “atomen”?
“Ha”, zegt de Begaafde Student, “dat zijn elementaire massa’s die oneindig klein zijn!”
“Maar als ze oneindig klein zijn, hoe kunnen ze dan met elkaar interactie vertonen?” wil Leibniz weten. En als daar geen antwoord op komt, dan is dat niet omdat Stephenson in dat “echt gebeurd” debat aan de kant van Leibniz staat, maar omdat er geen antwoord is.
Wat is ruimte? Wat is tijd? Wat is zwaartekracht? Hoe kan die werken op afstand? Hoe zat dat nu met dat atoom en die interactie? Pas als je al die dingen zomaar aanneemt krijg je een theorie die zo indrukwekkend werkte als die van Newton. Maar filosofisch gesproken was het een terugval in middeleeuwse, scholastieke, zelfs occulte denkwijzen. “Werking op afstand”, komaan, zeg.
Zoals Smolin het vertelt lijkt de situatie van 300 jaar later daar sterk op. Er is een “quantumfysica”, de natuurkunde van het heel kleine, en de gedragingen daarvan maken klein bier van de filosofische “problemen” van de Newtoniaanse fysica. We weten van geen kanten “wat” een electron of een foton is, we weten niet “waar” het is, of toch niet tesamen met de informatie waar het naartoe gaat, en dan houd ik het verhaal nog simpel omdat ik in dit labyrinth na meer dan drie stappen toch verdwaal.
In reactie is de hedendaagse natuurkunde terechtgekomen in de veelbelovende “snarentheorie”. Die is veelbelovend omdat allerlei mathematische problemen uit de crisis er netjes mee op hun plaats vallen. Maar die is ook problematisch omdat er geen mogelijkheden bestaan om de theorieën ook experimenteel te toetsen. Dat wil zeggen dat de natuurkunde in een zuiver abstract straatje zit, zonder kans om te checken of het klopt met de realiteit, dan wel een zuiver mathematische rekenoefening betreft: denk terug aan het “we weten niet wat ruimte en tijd en kracht zijn, maar als we doen alsof ze bestaan werkt de theorie”.
Een ander probleem is dat de theorie slechts een eerste benadering moet zijn van iets waarvan de fysici in dit stadium alleen maar hopen dat er een ultieme theorie achter zit; omdat (bijvoorbeeld) de theorie één van de basisideeën van de relativiteitstheorieën negeert. Snarentheorieën werken namelijk met een soort vaste achtergrond van ruimte en tijd, terwijl we sinds Einstein aannemen dat die eigenlijk dynamische, evoluerende entiteiten zijn. Ruimte en tijd, zegt Smolin, zouden niet het kader moeten zijn waarin de theorie de gebeurtenissen beschrijft, maar zouden sinds Einstein moeten volgen uit de theorie. Daar is de snarentheorie kennelijk nog niet aan toe, en in zekere zin blijft het dus een “pré-Einstein” denken (dat laatste is waarschijnlijk een eigen formulering van me; met alle risico's vandien).
Het boek krijgt ook een praktische kant wanneer Smolin zich afvraagt of we daarom niet meer aandacht moeten besteden aan ander natuurkundig onderzoek, dat zich toch maar houdt aan de klassieke manier van wetenschap doen. Dat betekent natuurlijk meer geld voor dat “ander onderzoek”, en minder voor snarentheorie, en je voelt de controversen al om de hoek hangen. Maar als je aanneemt wat Smolin zegt over die “crisis in de natuurkunde” weegt zijn punt wel zwaar. Volgens hem heeft de mensheid sinds pakweg Newton van elke generatie fysici revolutionaire inzichten meegekregen. De eerste generatie die er niet in slaagde even grote vorderingen te maken was de huidige. De generatie die momenteel vanuit de posities van hoogleraar de volgende aan het opleiden en begeleiden is: die van Smolin zelf. Misschien, suggereert hij, is er iets mis met de aanpak van die generatie? Misschien moet de samenleving meer aandacht geven aan andere benaderingen?
Aangezien ik er nog niet zeer ver in zit kijk ik tenslotte uit naar de meer filosofische delen die er, naar ik aanneem, later zitten aan te komen. Dit soort boeken gaat niet snel vooruit wanneer je een fulltime job en twee kleine kindjes hebt. Misschien houd ik u nog op de hoogte...
-------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/06/wetenschappelijke-en-filosofische.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/07/vragen-allemaal-vragen.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/08/kosmologische-natuurlijke-selectie.html
(3) Gewoonlijk ken ik die titel toe aan Jared Diamonds Guns, Germs and Steel, 1,998.
Van bij het begin bezorgt The Trouble with Physics me goede hoop dat het zoals The Life of the Cosmos zal zijn. Smolin is een uitstekende popularizeerder van wetenschap. Maar een verschil met sommige auteurs die dat ook zijn is dat Smolin daarbij naar de “grote filosofische vragen” uitwijkt; en voor zover ik dat kan beoordelen maakt hij zich bepaald niet belachelijk. Tenslotte is Smolin van mening dat de natuurkunde, waarin hij zelf een actief deelnemer is, momenteel een crisis doormaakt, vergelijkbaar met de periode waarin Newton voor één van de grootste omwentelingen in de geschiedenis van het denken zorgde.
Misschien kan je dat verhaal niet beter vertellen dan Neal Stephenson gedaan heeft in zijn romancyclys The Baroque Cycle. Eén van de personages is Newton zelf. Een ander personage is Leibniz: één van de weinige mensen uit de wereldgeschiedenis die een inzicht bezaten vergelijkbaar met dat van Newton zelf. En die kanonnen waren tijdgenoten van elkaar! Uitstekend (laat Stephenson Leibniz vragen), we hebben dus deze prachtige theorie van Newton, die zoveel verschijnselen kan verklaren. We passen immers de bewegingswetten op, bijvoorbeeld, “atomen” die de basisbouwstenen van alles zijn. Maar wat zijn eigenlijk “atomen”?
“Ha”, zegt de Begaafde Student, “dat zijn elementaire massa’s die oneindig klein zijn!”
“Maar als ze oneindig klein zijn, hoe kunnen ze dan met elkaar interactie vertonen?” wil Leibniz weten. En als daar geen antwoord op komt, dan is dat niet omdat Stephenson in dat “echt gebeurd” debat aan de kant van Leibniz staat, maar omdat er geen antwoord is.
Wat is ruimte? Wat is tijd? Wat is zwaartekracht? Hoe kan die werken op afstand? Hoe zat dat nu met dat atoom en die interactie? Pas als je al die dingen zomaar aanneemt krijg je een theorie die zo indrukwekkend werkte als die van Newton. Maar filosofisch gesproken was het een terugval in middeleeuwse, scholastieke, zelfs occulte denkwijzen. “Werking op afstand”, komaan, zeg.
Zoals Smolin het vertelt lijkt de situatie van 300 jaar later daar sterk op. Er is een “quantumfysica”, de natuurkunde van het heel kleine, en de gedragingen daarvan maken klein bier van de filosofische “problemen” van de Newtoniaanse fysica. We weten van geen kanten “wat” een electron of een foton is, we weten niet “waar” het is, of toch niet tesamen met de informatie waar het naartoe gaat, en dan houd ik het verhaal nog simpel omdat ik in dit labyrinth na meer dan drie stappen toch verdwaal.
In reactie is de hedendaagse natuurkunde terechtgekomen in de veelbelovende “snarentheorie”. Die is veelbelovend omdat allerlei mathematische problemen uit de crisis er netjes mee op hun plaats vallen. Maar die is ook problematisch omdat er geen mogelijkheden bestaan om de theorieën ook experimenteel te toetsen. Dat wil zeggen dat de natuurkunde in een zuiver abstract straatje zit, zonder kans om te checken of het klopt met de realiteit, dan wel een zuiver mathematische rekenoefening betreft: denk terug aan het “we weten niet wat ruimte en tijd en kracht zijn, maar als we doen alsof ze bestaan werkt de theorie”.
Een ander probleem is dat de theorie slechts een eerste benadering moet zijn van iets waarvan de fysici in dit stadium alleen maar hopen dat er een ultieme theorie achter zit; omdat (bijvoorbeeld) de theorie één van de basisideeën van de relativiteitstheorieën negeert. Snarentheorieën werken namelijk met een soort vaste achtergrond van ruimte en tijd, terwijl we sinds Einstein aannemen dat die eigenlijk dynamische, evoluerende entiteiten zijn. Ruimte en tijd, zegt Smolin, zouden niet het kader moeten zijn waarin de theorie de gebeurtenissen beschrijft, maar zouden sinds Einstein moeten volgen uit de theorie. Daar is de snarentheorie kennelijk nog niet aan toe, en in zekere zin blijft het dus een “pré-Einstein” denken (dat laatste is waarschijnlijk een eigen formulering van me; met alle risico's vandien).
Het boek krijgt ook een praktische kant wanneer Smolin zich afvraagt of we daarom niet meer aandacht moeten besteden aan ander natuurkundig onderzoek, dat zich toch maar houdt aan de klassieke manier van wetenschap doen. Dat betekent natuurlijk meer geld voor dat “ander onderzoek”, en minder voor snarentheorie, en je voelt de controversen al om de hoek hangen. Maar als je aanneemt wat Smolin zegt over die “crisis in de natuurkunde” weegt zijn punt wel zwaar. Volgens hem heeft de mensheid sinds pakweg Newton van elke generatie fysici revolutionaire inzichten meegekregen. De eerste generatie die er niet in slaagde even grote vorderingen te maken was de huidige. De generatie die momenteel vanuit de posities van hoogleraar de volgende aan het opleiden en begeleiden is: die van Smolin zelf. Misschien, suggereert hij, is er iets mis met de aanpak van die generatie? Misschien moet de samenleving meer aandacht geven aan andere benaderingen?
Aangezien ik er nog niet zeer ver in zit kijk ik tenslotte uit naar de meer filosofische delen die er, naar ik aanneem, later zitten aan te komen. Dit soort boeken gaat niet snel vooruit wanneer je een fulltime job en twee kleine kindjes hebt. Misschien houd ik u nog op de hoogte...
-------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/06/wetenschappelijke-en-filosofische.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/07/vragen-allemaal-vragen.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/08/kosmologische-natuurlijke-selectie.html
(3) Gewoonlijk ken ik die titel toe aan Jared Diamonds Guns, Germs and Steel, 1,998.
vrijdag 20 juni 2008
Obama krijgt een "bounce"
Op 7 juni sleepte Obama de nominatie voor de Democraten in de wacht als kandidaat voor de presidentsverkiezingen. Nu had ik kort daarvoor in een vlug postje (1) gezegd dat ik voor de eigenlijke verkiezingen in november een “landslide victory” voor Obama “voorspelde” – overigens onder vermelding van genoeg andere van mijn “voorspellingen” om duidelijk te maken dat ik geen aanspraak maak op veel inzicht. Ik denk eerder een soort politiek entertainment te brengen, en dus “voorspel” ik sinds enkele weken maar dat Obama afgetekend wint. Dat is hoe het er nu, vijf maand voor de verkiezing, in mijn ogen uitziet.
Mijn idee was dat zelfs toen niet duidelijk was wie de Democratische kandidaat werd, de “abstracte” kandidaat ongeveer even hoog scoorde als McCain. Dus, dacht ik, als de kandidaat alsnog bekend werd, dan moest die een duidelijke verbetering in de cijfers te zien krijgen: vermits zijn aanhang niet langer verdeeld zou zijn binnen de partij. En daaruit zou dan blijken dat de Democraten "in werkelijkheid" mijlen voorop lagen, en dat alleen de uitgesponnen voorverkiezing maakte dat het er nogal gelijk opgaand uitzag.
Welnu, eerst het goede nieuws. Sta me toe nog eens te verwijzen naar één van de sites die ik hierover volg:
http://www.electoral-vote.com/
Hier krijg je staat per staat het resultaat van de jongste poll (voor zover de site die interessant vindt), wat naarmate de verkiezing nadert neerkomt op een idee van hoe de uitslag er zou uitzien als het vandaag verkiezing was. Op de dag van Clintons speech waarin ze haar nederlaag toegaf, was de stand:
08 juni: Obama: 287 – McCain: 227.
Dat ziet er breder uit dan het is, gegeven de methodologie, de lange tijd tot de verkiezing, het feit dat de “statistical ties” er toch ingaan in de richting van de winnaar, etcetera. Maar zolang we citroenen met citroenen blijven vergelijken, en gegeven dat we op deze site de stand dag per dag kunnen volgen, is het interessant enkele tussenstanden sindsdien (wanneer er iets verandert) op te geven:
12 juni: Obama: 304 – McCain: 221 (Michigan, 17 votes in het college, is geflipt)
17 juni: Obama: 317 – McCain: 221. (Virginia (13) van totale “tie” naar “amper Obama”)
19 juni: Obama: 344 – McCain: 194. (Florida, (27) geflipt).
20 juni: Obama: 317 – McCain: 194. (Florida, (27) wordt exact “tie”).
Dat ziet er goed uit, nietwaar? Op het eerste zicht had ik een falsifiëerbare theorie – Obama had even goed achteruit kunnen gaan, sindsdien, en de hele wereld had (achteraf) kunnen vertellen dat het aan zijn huidskleur lag, of zijn soort campagne, of whatever. Bovendien komt de “voorspelling” uit. Daarmee is niet bewezen is dat de “landslide” er aan komt, maar toch: de Democraat ligt toch maar mijlen op kop, dus het heeft allemaal toch een zekere betekenis.
Twee kleine wolkjes aan deze schitterende hemel. De site waarnaar ik verwijs is de eerste om te zeggen dat het nog zeer kort dag is, en dat polls uit juni voor de verkiezing van november nog heel weinig waarde hebben. Bovendien ontdek ik nu bij het surfen naar de sites waar ik deze verkiezing volg dat de uiteindelijke kandidaat, wanneer hij eenmaal bekend is, altijd een “bounce” krijgt.
Aha. Dat wist ik dus niet, en daar had ik ook nooit aan gedacht. Maar het is wel cruciaal voor elke causaliteit die ik wou inroepen. Natuurlijk kan Obama erop vooruitgaan nu de partij niet meer door de voorverkiezing verdeeld wordt - zoals ik het vertelde - maar evengoed kunnen de cijfers verklaard worden door de standaardeffecten van de nominatie. Dus om mijn gelijk te halen moeten we nu ook nog weten welke van de twee effecten we momenteel hebben. En dat kan. De standaardbounce is normaal na enkele weken tot een maand weer weg. Terwijl in mijn verhaal Obama de leiding niet meer mag afgeven, tenzij er spectaculaire ontwikkelingen optreden.
Dus dat moet ik afwachten voor ik ga kraaien over mijn aankondiging dat het een landslide ging worden, toen iedereen het nog over “een spannende strijd” had. Als Obama midden juli nog steeds dit soort cijfers te zien geeft, en zonder nieuwe ontwikkelingen, dan zal ik vinden dat ik het vorige maand beter zag dan zij die het over die “spannende strijd” hadden.
----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/een-spannende-strijd.html
Mijn idee was dat zelfs toen niet duidelijk was wie de Democratische kandidaat werd, de “abstracte” kandidaat ongeveer even hoog scoorde als McCain. Dus, dacht ik, als de kandidaat alsnog bekend werd, dan moest die een duidelijke verbetering in de cijfers te zien krijgen: vermits zijn aanhang niet langer verdeeld zou zijn binnen de partij. En daaruit zou dan blijken dat de Democraten "in werkelijkheid" mijlen voorop lagen, en dat alleen de uitgesponnen voorverkiezing maakte dat het er nogal gelijk opgaand uitzag.
Welnu, eerst het goede nieuws. Sta me toe nog eens te verwijzen naar één van de sites die ik hierover volg:
http://www.electoral-vote.com/
Hier krijg je staat per staat het resultaat van de jongste poll (voor zover de site die interessant vindt), wat naarmate de verkiezing nadert neerkomt op een idee van hoe de uitslag er zou uitzien als het vandaag verkiezing was. Op de dag van Clintons speech waarin ze haar nederlaag toegaf, was de stand:
08 juni: Obama: 287 – McCain: 227.
Dat ziet er breder uit dan het is, gegeven de methodologie, de lange tijd tot de verkiezing, het feit dat de “statistical ties” er toch ingaan in de richting van de winnaar, etcetera. Maar zolang we citroenen met citroenen blijven vergelijken, en gegeven dat we op deze site de stand dag per dag kunnen volgen, is het interessant enkele tussenstanden sindsdien (wanneer er iets verandert) op te geven:
12 juni: Obama: 304 – McCain: 221 (Michigan, 17 votes in het college, is geflipt)
17 juni: Obama: 317 – McCain: 221. (Virginia (13) van totale “tie” naar “amper Obama”)
19 juni: Obama: 344 – McCain: 194. (Florida, (27) geflipt).
20 juni: Obama: 317 – McCain: 194. (Florida, (27) wordt exact “tie”).
Dat ziet er goed uit, nietwaar? Op het eerste zicht had ik een falsifiëerbare theorie – Obama had even goed achteruit kunnen gaan, sindsdien, en de hele wereld had (achteraf) kunnen vertellen dat het aan zijn huidskleur lag, of zijn soort campagne, of whatever. Bovendien komt de “voorspelling” uit. Daarmee is niet bewezen is dat de “landslide” er aan komt, maar toch: de Democraat ligt toch maar mijlen op kop, dus het heeft allemaal toch een zekere betekenis.
Twee kleine wolkjes aan deze schitterende hemel. De site waarnaar ik verwijs is de eerste om te zeggen dat het nog zeer kort dag is, en dat polls uit juni voor de verkiezing van november nog heel weinig waarde hebben. Bovendien ontdek ik nu bij het surfen naar de sites waar ik deze verkiezing volg dat de uiteindelijke kandidaat, wanneer hij eenmaal bekend is, altijd een “bounce” krijgt.
Aha. Dat wist ik dus niet, en daar had ik ook nooit aan gedacht. Maar het is wel cruciaal voor elke causaliteit die ik wou inroepen. Natuurlijk kan Obama erop vooruitgaan nu de partij niet meer door de voorverkiezing verdeeld wordt - zoals ik het vertelde - maar evengoed kunnen de cijfers verklaard worden door de standaardeffecten van de nominatie. Dus om mijn gelijk te halen moeten we nu ook nog weten welke van de twee effecten we momenteel hebben. En dat kan. De standaardbounce is normaal na enkele weken tot een maand weer weg. Terwijl in mijn verhaal Obama de leiding niet meer mag afgeven, tenzij er spectaculaire ontwikkelingen optreden.
Dus dat moet ik afwachten voor ik ga kraaien over mijn aankondiging dat het een landslide ging worden, toen iedereen het nog over “een spannende strijd” had. Als Obama midden juli nog steeds dit soort cijfers te zien geeft, en zonder nieuwe ontwikkelingen, dan zal ik vinden dat ik het vorige maand beter zag dan zij die het over die “spannende strijd” hadden.
----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/een-spannende-strijd.html
zondag 8 juni 2008
John McCain heeft géén kanker!
De bovenstaande kreet is mijn bijdrage aan de partijpolieke propaganda die zal losbarsten nu de twee kandidaten voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen bekend zijn. Terzijde, hier is nog een (ook om andere reden interessant) artikel dat aankondigt dat het allemaal een heel spannende strijd zal worden:
http://www.msnbc.msn.com/id/25028512/
Desondanks blijf ikzelf denken dat het een "landslide" voor Obama moet worden (1). Ik zei al eerder "acht jaar Bush en vijf jaar Irak"; hoe dom kunnen kiezers tenslotte zijn? Er zijn ook een aantal indicatoren die historisch nogal zwaar wegen, zoals de economie die voor de Republiekeinen zwaar tegen zit of het feit dat Obama financiëel veel betere papieren lijkt te hebben dan McCain.
En dan is er het leeftijdsverschil. Volgens mij zal dat een factor worden, in de één of andere vorm die iets subtieler zal zijn dan "McCain is veel te oud". Vandaar mijn voorstel hierboven. "Nee hoor", zeg je dan als Obama(cloon), "McCain is helemààl niet te oud, waar hààl je het vandaan? De paus is al tachtig! En op Johannes Paulus II of Breznjev lijkt hij ook al helemaal niet (enzovoort). Trouwens, de dokters hebben hem helemaal onderzocht en van die kanker, hé, waarvan in zijn verleden al een keer of vier of vijf sprake is geweest, daar is niets meer van terug te vinden! Niets!"
Kortom, voor wie een tekeningetje nodig heeft, je begint er opnieuw en opnieuw en nog een keer over, en telkens in termen dat je het absoluut geen reden vindt om er erg bij stil te staan. Volgens mij blijft dat behoorlijk plakken, en de enige manier waarom McCain er tegenin kan gaan is er zelf ook nog eens de aandacht op trekken.
Sta me intussen toe nog eens de aandacht te vestigen op de volgende site:
http://www.electoral-vote.com/
Vanaf nu krijg je daar dagelijks een overzicht van de politieke kaart te zien, indien de jongste poll die door de site serieus wordt genomen ook de werkelijke uitslag was. Momenteel is het resultaat 287 - 227 in het voordeel van Obama. In dit stadium - de verkiezing is nog een klein half jaar ver - is dit nog niet buitengewoon belangrijk, maar ik herinner me van vier jaar geleden dat bij het naderen dit toch een heel leuke site is om te volgen. Momenteel is het nieuws op die kaart dat Obama (in vergelijking met Kerry vier jaar geleden) Ohio ("OH20", nogal rechts bovenaan) van de Republiekeinen afpakt, plus enkele staten in het centrum van de kaart. Midden bovenaan is Michigan dan weer een staat die momenteel in Republiekeinse handen overgaat, terwijl Florida knalrood in handen van de Republiekeinen blijft.
Ik zei het al, momenteel nog niet te veel aandacht aan schenken, maar als je een beetje wil volgen wat er gebeurt, de komende zes maanden, zeker regelmatig gaan kijken.
-------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/het-slechtst-mogelijk-resultaat.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/een-spannende-strijd.html
http://www.msnbc.msn.com/id/25028512/
Desondanks blijf ikzelf denken dat het een "landslide" voor Obama moet worden (1). Ik zei al eerder "acht jaar Bush en vijf jaar Irak"; hoe dom kunnen kiezers tenslotte zijn? Er zijn ook een aantal indicatoren die historisch nogal zwaar wegen, zoals de economie die voor de Republiekeinen zwaar tegen zit of het feit dat Obama financiëel veel betere papieren lijkt te hebben dan McCain.
En dan is er het leeftijdsverschil. Volgens mij zal dat een factor worden, in de één of andere vorm die iets subtieler zal zijn dan "McCain is veel te oud". Vandaar mijn voorstel hierboven. "Nee hoor", zeg je dan als Obama(cloon), "McCain is helemààl niet te oud, waar hààl je het vandaan? De paus is al tachtig! En op Johannes Paulus II of Breznjev lijkt hij ook al helemaal niet (enzovoort). Trouwens, de dokters hebben hem helemaal onderzocht en van die kanker, hé, waarvan in zijn verleden al een keer of vier of vijf sprake is geweest, daar is niets meer van terug te vinden! Niets!"
Kortom, voor wie een tekeningetje nodig heeft, je begint er opnieuw en opnieuw en nog een keer over, en telkens in termen dat je het absoluut geen reden vindt om er erg bij stil te staan. Volgens mij blijft dat behoorlijk plakken, en de enige manier waarom McCain er tegenin kan gaan is er zelf ook nog eens de aandacht op trekken.
Sta me intussen toe nog eens de aandacht te vestigen op de volgende site:
http://www.electoral-vote.com/
Vanaf nu krijg je daar dagelijks een overzicht van de politieke kaart te zien, indien de jongste poll die door de site serieus wordt genomen ook de werkelijke uitslag was. Momenteel is het resultaat 287 - 227 in het voordeel van Obama. In dit stadium - de verkiezing is nog een klein half jaar ver - is dit nog niet buitengewoon belangrijk, maar ik herinner me van vier jaar geleden dat bij het naderen dit toch een heel leuke site is om te volgen. Momenteel is het nieuws op die kaart dat Obama (in vergelijking met Kerry vier jaar geleden) Ohio ("OH20", nogal rechts bovenaan) van de Republiekeinen afpakt, plus enkele staten in het centrum van de kaart. Midden bovenaan is Michigan dan weer een staat die momenteel in Republiekeinse handen overgaat, terwijl Florida knalrood in handen van de Republiekeinen blijft.
Ik zei het al, momenteel nog niet te veel aandacht aan schenken, maar als je een beetje wil volgen wat er gebeurt, de komende zes maanden, zeker regelmatig gaan kijken.
-------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/het-slechtst-mogelijk-resultaat.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/een-spannende-strijd.html
zaterdag 7 juni 2008
Wetenschappelijke en Filosofische Revoluties
Meestal zien we natuurwetenschappen als erg verschillend van de (noem het) menswetenschappen, maar soms vind je merkwaardige parallellen. Ik zat te lezen in Smolin (1) over de "unificaties" in de natuurwetenschappen. "Magnetisme is eigenlijk hetzelfde als electriciteit"; een vondst uit de negentiende eeuw. Of "electromagnetisme is eigenlijk hetzelfde als bepaalde nucleaire krachten": uit de latere twintigste eeuw.
Smolin vertelt over een nog vroeger geval, omstreeks het jaar 1,600 AD ("Kopernikus"; "Galileï"). Het toenmalige (Aristotelische) wereldbeeld zag de Aarde als een vaste (platte) basis, en alle hemellichamen waren één ("geünificeerde") groep objecten, waarvan je de eigenschappen - in het bijzonder de bewegingen - kon bestuderen: de zon, de maan, de sterren en de planeten. En dus was het een hele schok toen er in dat beeld verandering kwam. De Aarde, dat is eigenlijk één van de planeten, tussen andere planeten. En de zon, dat is eigenlijk één van de sterren, zoals die andere sterren.
Dat soort hergroeperingen vormden vaak de grote revoluties in de wetenschap. Waarom doen dingen zich zo verschillend aan ons voor, als ze "eigenlijk" hetzelfde zijn? Er zijn meerdere mogelijke redenen, maar in dit geval lag het aan ons perspectief. Als je bij wijze van spreken met je neus op één ster zit, dan zijn alle andere sterren heel ver weg, en dat maakt dat ze er heel verschillend uitzien; dat ze zelfs lijken op de planeten die in verhouding een steenworp van hier zijn.
Maar dat hebben we ook in onze dagelijkse, menselijke aangelegenheden. Onze oude, meestal religieus gekleurde wereldbeelden kan je vergelijken met de zon. Ze zien de wereld vanuit zichzelf in het centrum, en als we ook de sterren in de metafoor invoegen, dan stellen die het heel vaag bewustzijn voor dat er ook nog andere religies bestaan, waarvan de leden om heel andere redenen dreigen te branden in de hel (2). Zoals we op het eerste zicht de zon niet kunnen vergelijken met de sterren, zo wimpelen alle religies alle andere af als mythen, ketterijen en spirituele perversies. De schok die je voelt wanneer je beseft dat je eigen religie één van de mythes is, temidden van vele andere, zal wel vergelijkbaar zijn met de schok wanneer je beseft dat je zon een ster temidden van de sterren is (3).
De analogie gaat nog verder. De debatten uit die tijd van Galileï kwamen neer op een strijd tussen verschillende mogelijke "hergroeperingen". De zon, sterren en planeten waren een groep hemellichamen uit het "bovenmaanse" in het Aristoteliaanse wereldbeeld, terwijl in de moderne opvatting de Aarde en de planeten samen een groep vormden, en de zon en de sterren een andere. De nieuwlichters probeerden de Aarde van zijn centraal statuut te beroven, en de klassiekers probeerden dat af te wimpelen als een mathematische gezichtsbegoocheling.
En wat zie je gebeuren wanneer een rationalistisch wereldbeeld het besef meebrengt dat "jouw" religie één van de mythes temidden van al de anderen is? In een wereld waarin dat met succes gebeurd is verdringt de wetenschap alle mythische wereldbeelden, en dus probeert het religieus establishment in eerste instantie de wetenschap van zijn centrale plaats te beroven, zoals de modernen van de zeventiende eeuw dat met de Aarde deden. "Agnosten geloven zelf ook iets"! Of ook: "de wetenschap is zelf ook een geloof!" En tenslotte, met de jongste varianten van het creationisme, "Intelligent Design is zelf ook een wetenschap!"
Het gaat me nu even niet om de waarheid of onwaarheid van dat soort beweringen. Ik zat gewoon met mijn ogen te knipperen, toen ik las over de grote omwentelingen van de natuurwetenschap. Toch opmerkelijk, vind ik, hoe je onderliggend, zeg maar op het filosofisch vlak, grote parallellen met de grote omwentelingen van de menswetenschappen vindt.
------------------------------
(1) Smolin, The Trouble with Physics, 2,006
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/de-val-van-lucifer.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/de-melkweg.html
Smolin vertelt over een nog vroeger geval, omstreeks het jaar 1,600 AD ("Kopernikus"; "Galileï"). Het toenmalige (Aristotelische) wereldbeeld zag de Aarde als een vaste (platte) basis, en alle hemellichamen waren één ("geünificeerde") groep objecten, waarvan je de eigenschappen - in het bijzonder de bewegingen - kon bestuderen: de zon, de maan, de sterren en de planeten. En dus was het een hele schok toen er in dat beeld verandering kwam. De Aarde, dat is eigenlijk één van de planeten, tussen andere planeten. En de zon, dat is eigenlijk één van de sterren, zoals die andere sterren.
Dat soort hergroeperingen vormden vaak de grote revoluties in de wetenschap. Waarom doen dingen zich zo verschillend aan ons voor, als ze "eigenlijk" hetzelfde zijn? Er zijn meerdere mogelijke redenen, maar in dit geval lag het aan ons perspectief. Als je bij wijze van spreken met je neus op één ster zit, dan zijn alle andere sterren heel ver weg, en dat maakt dat ze er heel verschillend uitzien; dat ze zelfs lijken op de planeten die in verhouding een steenworp van hier zijn.
Maar dat hebben we ook in onze dagelijkse, menselijke aangelegenheden. Onze oude, meestal religieus gekleurde wereldbeelden kan je vergelijken met de zon. Ze zien de wereld vanuit zichzelf in het centrum, en als we ook de sterren in de metafoor invoegen, dan stellen die het heel vaag bewustzijn voor dat er ook nog andere religies bestaan, waarvan de leden om heel andere redenen dreigen te branden in de hel (2). Zoals we op het eerste zicht de zon niet kunnen vergelijken met de sterren, zo wimpelen alle religies alle andere af als mythen, ketterijen en spirituele perversies. De schok die je voelt wanneer je beseft dat je eigen religie één van de mythes is, temidden van vele andere, zal wel vergelijkbaar zijn met de schok wanneer je beseft dat je zon een ster temidden van de sterren is (3).
De analogie gaat nog verder. De debatten uit die tijd van Galileï kwamen neer op een strijd tussen verschillende mogelijke "hergroeperingen". De zon, sterren en planeten waren een groep hemellichamen uit het "bovenmaanse" in het Aristoteliaanse wereldbeeld, terwijl in de moderne opvatting de Aarde en de planeten samen een groep vormden, en de zon en de sterren een andere. De nieuwlichters probeerden de Aarde van zijn centraal statuut te beroven, en de klassiekers probeerden dat af te wimpelen als een mathematische gezichtsbegoocheling.
En wat zie je gebeuren wanneer een rationalistisch wereldbeeld het besef meebrengt dat "jouw" religie één van de mythes temidden van al de anderen is? In een wereld waarin dat met succes gebeurd is verdringt de wetenschap alle mythische wereldbeelden, en dus probeert het religieus establishment in eerste instantie de wetenschap van zijn centrale plaats te beroven, zoals de modernen van de zeventiende eeuw dat met de Aarde deden. "Agnosten geloven zelf ook iets"! Of ook: "de wetenschap is zelf ook een geloof!" En tenslotte, met de jongste varianten van het creationisme, "Intelligent Design is zelf ook een wetenschap!"
Het gaat me nu even niet om de waarheid of onwaarheid van dat soort beweringen. Ik zat gewoon met mijn ogen te knipperen, toen ik las over de grote omwentelingen van de natuurwetenschap. Toch opmerkelijk, vind ik, hoe je onderliggend, zeg maar op het filosofisch vlak, grote parallellen met de grote omwentelingen van de menswetenschappen vindt.
------------------------------
(1) Smolin, The Trouble with Physics, 2,006
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/de-val-van-lucifer.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/de-melkweg.html
woensdag 4 juni 2008
En nu de "veep"!
Weet je het nog, begin 2,007, toen ik vroeg of je je kon voorstellen dat al die poeha rond Obama nog lang ging duren? Natuurlijk was hij een charismatische figuur, en natuurlijk ging hij er langer inzitten dan veel andere kanslozen, maar natuurlijk ging er uiteindelijk een serieuze kandidaat met de nominatie aan de haal gaan.
Maar goed dat ik er bijschreef dat het allemaal diende om de atmosfeer van die vroege dagen vast te leggen, en dat je me er ging mogen aan herinneren, "de dag dat hij als een nieuwe Bill Clinton of Carter de eed aflegde".
Nog steeds is de eigenlijke verkiezing een half jaar ver weg, en nog steeds is dat een heel lange tijd: het blijft tenslotte politiek. De volgende grote vraag wordt: wie zullen de kandidaat vice-presidenten worden? De historische waarheid is dat dat eigenlijk heel weinig belang heeft. Maar het genereert wel altijd een hoop publiciteit en opwinding, en daar leeft zo'n campagne nu eenmaal van.
Bovendien zou de historische waarheid deze keer achterhaald kunnen worden, als Obama Clinton als zijn running mate aanduidt. Het zou de partij herenigen, een enorm sterke kandidaat tot bondgenoot maken, goed voor de financiën, enfin, een zet waar een hoop mensen op zitten te wachten. Was het niet Abraham Lincoln die al zijn rivalen op sleutelposities benoemde en zo "de meest getalenteerde leiders van de VS" in zijn team kreeg?
ik geloof er niet in - een opinie die evenveel waard is als mijn opinie destijds dat Obama een omhooggevallen burgemeester was. "Twee voor de prijs van één" was één van de slogans van de Clintons. Maar voor Obama zou het omgekeerde waar zijn: je krijgt er inderdaad één sterke partner mee, maar voor hem zouden de Clintons juist twee keer een prijs zijn die hij zou betalen. Eén Hillary in je Witte Huis plus één ex-president... Ik zou het niet zien zitten.
Natuurlijk heeft Obama de Clintons nodig. En figuren als Hillary stuur je niet zomaar de woestijn in; Obama zal Hillary moeten helpen een serieuze stempel op de toekomst te drukken. Dus is het vice-presidentschap een voor de hand liggende mogelijkheid, en dus zit iedereen zich die vraag te stellen. Maar ik veronderstel dat er nog wel andere opties zullen zijn, en dat het op één daarvan zal uitdraaien.
Natuurlijk mag je me er aan herinneren als volgende week of maand Hillary met veel gedruis tot "veep" wordt geproclameerd...
Maar goed dat ik er bijschreef dat het allemaal diende om de atmosfeer van die vroege dagen vast te leggen, en dat je me er ging mogen aan herinneren, "de dag dat hij als een nieuwe Bill Clinton of Carter de eed aflegde".
Nog steeds is de eigenlijke verkiezing een half jaar ver weg, en nog steeds is dat een heel lange tijd: het blijft tenslotte politiek. De volgende grote vraag wordt: wie zullen de kandidaat vice-presidenten worden? De historische waarheid is dat dat eigenlijk heel weinig belang heeft. Maar het genereert wel altijd een hoop publiciteit en opwinding, en daar leeft zo'n campagne nu eenmaal van.
Bovendien zou de historische waarheid deze keer achterhaald kunnen worden, als Obama Clinton als zijn running mate aanduidt. Het zou de partij herenigen, een enorm sterke kandidaat tot bondgenoot maken, goed voor de financiën, enfin, een zet waar een hoop mensen op zitten te wachten. Was het niet Abraham Lincoln die al zijn rivalen op sleutelposities benoemde en zo "de meest getalenteerde leiders van de VS" in zijn team kreeg?
ik geloof er niet in - een opinie die evenveel waard is als mijn opinie destijds dat Obama een omhooggevallen burgemeester was. "Twee voor de prijs van één" was één van de slogans van de Clintons. Maar voor Obama zou het omgekeerde waar zijn: je krijgt er inderdaad één sterke partner mee, maar voor hem zouden de Clintons juist twee keer een prijs zijn die hij zou betalen. Eén Hillary in je Witte Huis plus één ex-president... Ik zou het niet zien zitten.
Natuurlijk heeft Obama de Clintons nodig. En figuren als Hillary stuur je niet zomaar de woestijn in; Obama zal Hillary moeten helpen een serieuze stempel op de toekomst te drukken. Dus is het vice-presidentschap een voor de hand liggende mogelijkheid, en dus zit iedereen zich die vraag te stellen. Maar ik veronderstel dat er nog wel andere opties zullen zijn, en dat het op één daarvan zal uitdraaien.
Natuurlijk mag je me er aan herinneren als volgende week of maand Hillary met veel gedruis tot "veep" wordt geproclameerd...
Hoest
De koorts is gezakt, maar nu hoest baby Thomas zich te pletter. De dokter zegt dat dat normaal is, en dat geloven we heus wel. Alleen, 's nachts wakker liggen van het gejammer, of van de hoest, het maakt allemaal niet veel verschil...
Heel schattig is dat baby Thomas nu ook de gewoonte heeft om grappige geluidjes te maken: "brrrrmmm brrrrmmmm brrrrrmmmm", de hele tijd door, echt grappig. Ik weet zeker dat we er binnen enkele jaren erg vertederd en in termen van "dat was een mooie tijd" aan zullen terugdenken. Vandaag voelen we de neiging om het venster open te zetten, en... en... en...
Maar genoeg gejammerd. Baby Thomas is bijna één jaar oud en heeft zich ontwikkeld tot een grappige, goedgehumeurde baby die je kan belonen met een stralende glimlach. Hij vertoont een gezonde nieuwsgierigheid en pakt naar alles dat hij kan grijpen. Af en toe zit hij dat dan zo heel geconcentreerd en aandachtig te bestuderen... misschien wordt hij wel een filosoof...
Heel schattig is dat baby Thomas nu ook de gewoonte heeft om grappige geluidjes te maken: "brrrrmmm brrrrmmmm brrrrrmmmm", de hele tijd door, echt grappig. Ik weet zeker dat we er binnen enkele jaren erg vertederd en in termen van "dat was een mooie tijd" aan zullen terugdenken. Vandaag voelen we de neiging om het venster open te zetten, en... en... en...
Maar genoeg gejammerd. Baby Thomas is bijna één jaar oud en heeft zich ontwikkeld tot een grappige, goedgehumeurde baby die je kan belonen met een stralende glimlach. Hij vertoont een gezonde nieuwsgierigheid en pakt naar alles dat hij kan grijpen. Af en toe zit hij dat dan zo heel geconcentreerd en aandachtig te bestuderen... misschien wordt hij wel een filosoof...
zondag 1 juni 2008
Koorts
Baby Thomas is ziek. De vorige werkweek hadden wij van de vijf nachten: één nacht met twee keer drie uur slaap, onderbroken rond 2.30 uur voor ongeveer een half uur, twee nachten met voortdurend onderbroken brokjes slaap van maximum één uur, en twee regelrecht slapeloze nachten, dat wil zeggen, elk uur van de nacht (elk, e - l - k) meerdere keren onderbroken.
De pediater vond geen echt verontrustende symptomen, en gewapend met voorschriften voor druppels voor zijn neusje en zijn oortjes gaan we terug naar huis.
En sindsdien maakt baby Thomas elke avond 40 graden koorts.
Het hoogste was 40.7, en zopas 40.3, maar hij reageert wel goed op zijn perdolans. Gisteren daalde het er van 40.7 naar 39.0 mee, en nu voelt hij ook al een stuk minder heet aan. Desondanks: plezierig is anders.
Maar veel uitrusten was er dit weekend niet bij. En ideeën of energie voor veel bloggerij is er ook niet. Sorry.
De pediater vond geen echt verontrustende symptomen, en gewapend met voorschriften voor druppels voor zijn neusje en zijn oortjes gaan we terug naar huis.
En sindsdien maakt baby Thomas elke avond 40 graden koorts.
Het hoogste was 40.7, en zopas 40.3, maar hij reageert wel goed op zijn perdolans. Gisteren daalde het er van 40.7 naar 39.0 mee, en nu voelt hij ook al een stuk minder heet aan. Desondanks: plezierig is anders.
Maar veel uitrusten was er dit weekend niet bij. En ideeën of energie voor veel bloggerij is er ook niet. Sorry.
donderdag 29 mei 2008
Een spannende strijd of "a landslide victory"?
Volgens een hoop artikelen die je vandaag te zien krijgt wordt de verkiezing van de volgende president van de VS een spannende strijd, omdat zowel Clinton als Obama ongeveer evenveel stemmen halen als de Republikeinse kandidaat McCain (1).
Ik vraag me echt af of je daar niet even goed een nakende "landslide victory" voor de Democraten in kan zien. Zelfs als die mensen nog niet eens weten op wie ze kunnen stemmen haalt een abstracte kandidaat evenveel stemmen als de man die al enkele maanden zichzelf kan voorstellen.
Natuurlijk, in de mate dat je om duizend redenen een landslide kan voorspellen (2) is dit een banaliteit zo groot als een huis. Maar in vergelijking met wie het over een spannende strijd heeft...
Weldra zullen we peilingen kunnen zien wanneer zowel de Democratische als de Republikeinse nominee officiëel bekend zijn. Als die peilingen meteen een groot verschil laten zien hebben de commentatoren over een "spannende strijd" iets uit te leggen. En omgekeerd, natuurlijk.
-----------------------------------
(1) http://politicalwire.com/archives/2008/05/29/obama_mccain_in_tight_national_race.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/het-slechtst-mogelijk-resultaat.html
Ik vraag me echt af of je daar niet even goed een nakende "landslide victory" voor de Democraten in kan zien. Zelfs als die mensen nog niet eens weten op wie ze kunnen stemmen haalt een abstracte kandidaat evenveel stemmen als de man die al enkele maanden zichzelf kan voorstellen.
Natuurlijk, in de mate dat je om duizend redenen een landslide kan voorspellen (2) is dit een banaliteit zo groot als een huis. Maar in vergelijking met wie het over een spannende strijd heeft...
Weldra zullen we peilingen kunnen zien wanneer zowel de Democratische als de Republikeinse nominee officiëel bekend zijn. Als die peilingen meteen een groot verschil laten zien hebben de commentatoren over een "spannende strijd" iets uit te leggen. En omgekeerd, natuurlijk.
-----------------------------------
(1) http://politicalwire.com/archives/2008/05/29/obama_mccain_in_tight_national_race.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/het-slechtst-mogelijk-resultaat.html
woensdag 28 mei 2008
De ogen die nu opengaan...
Hier is een artikel van MSNBC, over een boek van Scott McClellan die jarenlang als woordvoerder van Bush de oorlog in Irak heeft verdedigd:
http://www.msnbc.msn.com/id/24848910/
Ik heb er niet zoveel problemen mee, op een klein stukje in het begin na:
"the Iraq war was sold to the American people with a sophisticated "political propaganda campaign"
Hoezo, "sophisticated"? Ik heb er nooit iets anders in gezien dan één van de weerzinwekkendste, platste, oppervlakkigste en doorzichtigste propagandastunts die ik ooit heb meegemaakt. Laten we even vergelijken met de volgende url:
http://shrillblog.blogspot.com/2004_09_01_archive.html#109416790958076529
En daaruit copy and paste ik het volgende stukje conversatie:
"(...) of course, the people don't want war (...) [but] it is the leaders of the country who determine the policy and it is always a simple matter to drag the people along, whether it is a democracy or a fascist dictatorship or a Parliament or a Communist dictatorship."
"There is one difference," I pointed out. "In a democracy the people have some say in the matter through their elected representatives, and in the United States only Congress can declare wars."
"Oh, that is all well and good, but, voice or no voice, the people can always be brought to the bidding of the leaders. That is easy. All you have to do is tell them they are being attacked and denounce the pacifists for lack of patriotism and exposing the country to danger. It works the same way in any country."
De spreker hier is Hermann Goering. Maar valt je niet op hoe dat woord voor woord een conversatie (zij het achter gesloten deuren) in het Witte Huis van 2,003 had kunnen zijn? Dus ik veronderstel maar dat, als je er zoals Scott McClellan bent ingelopen, je er nu een gesofisticeerde propaganda in probeert te zien. Want anders moet je je stilaan wel gaan afvragen hoe je in vredesnaam ooit al die dingen hebt kunnen uitkramen, nietwaar?
Maar voor de rest? "manipulating sources of public opinion" (en intussen maar labberen over de "bevooroordeelde linkse pers" - zij het dat dat intussen, ook alweer twee jaar geleden, al is uitgemaakt (1), weet je nog?) "Culture of Deception", "war should only be waged when necessary, and the Iraq war was not necessary"... Ik heb er geen woord aan toe te voegen, behalve betreuren dat de mensen die dit al in 2,003 hebben gezegd werden uitgescholden voor "weasels" en "hysterisch" en "extreem-links"...
En natuurlijk was het de schuld van die mensen zelf, wanneer hun communicatiestijl er niet in slaagde "andersdenkenden te overtuigen"...
Leren we er ook iets van? Scott McClellan is het levende bewijs dat het mogelijk is er iets van te leren. Zelfs als je, om het met Brad DeLong te zeggen, "five years late and billions of dollars short" ook op de dingen komt die het hele spectrum tussen links en rechts je toen al in simpele, éénlettergrepige woorden probeerde te vertellen, is dat nog altijd stukken beter dan tot de dag van vandaag volhouden dat het toch allemaal een goed idee was...
-------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/de-vaas-ligt-in-scherven-op-de-grond.html
http://www.msnbc.msn.com/id/24848910/
Ik heb er niet zoveel problemen mee, op een klein stukje in het begin na:
"the Iraq war was sold to the American people with a sophisticated "political propaganda campaign"
Hoezo, "sophisticated"? Ik heb er nooit iets anders in gezien dan één van de weerzinwekkendste, platste, oppervlakkigste en doorzichtigste propagandastunts die ik ooit heb meegemaakt. Laten we even vergelijken met de volgende url:
http://shrillblog.blogspot.com/2004_09_01_archive.html#109416790958076529
En daaruit copy and paste ik het volgende stukje conversatie:
"(...) of course, the people don't want war (...) [but] it is the leaders of the country who determine the policy and it is always a simple matter to drag the people along, whether it is a democracy or a fascist dictatorship or a Parliament or a Communist dictatorship."
"There is one difference," I pointed out. "In a democracy the people have some say in the matter through their elected representatives, and in the United States only Congress can declare wars."
"Oh, that is all well and good, but, voice or no voice, the people can always be brought to the bidding of the leaders. That is easy. All you have to do is tell them they are being attacked and denounce the pacifists for lack of patriotism and exposing the country to danger. It works the same way in any country."
De spreker hier is Hermann Goering. Maar valt je niet op hoe dat woord voor woord een conversatie (zij het achter gesloten deuren) in het Witte Huis van 2,003 had kunnen zijn? Dus ik veronderstel maar dat, als je er zoals Scott McClellan bent ingelopen, je er nu een gesofisticeerde propaganda in probeert te zien. Want anders moet je je stilaan wel gaan afvragen hoe je in vredesnaam ooit al die dingen hebt kunnen uitkramen, nietwaar?
Maar voor de rest? "manipulating sources of public opinion" (en intussen maar labberen over de "bevooroordeelde linkse pers" - zij het dat dat intussen, ook alweer twee jaar geleden, al is uitgemaakt (1), weet je nog?) "Culture of Deception", "war should only be waged when necessary, and the Iraq war was not necessary"... Ik heb er geen woord aan toe te voegen, behalve betreuren dat de mensen die dit al in 2,003 hebben gezegd werden uitgescholden voor "weasels" en "hysterisch" en "extreem-links"...
En natuurlijk was het de schuld van die mensen zelf, wanneer hun communicatiestijl er niet in slaagde "andersdenkenden te overtuigen"...
Leren we er ook iets van? Scott McClellan is het levende bewijs dat het mogelijk is er iets van te leren. Zelfs als je, om het met Brad DeLong te zeggen, "five years late and billions of dollars short" ook op de dingen komt die het hele spectrum tussen links en rechts je toen al in simpele, éénlettergrepige woorden probeerde te vertellen, is dat nog altijd stukken beter dan tot de dag van vandaag volhouden dat het toch allemaal een goed idee was...
-------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/de-vaas-ligt-in-scherven-op-de-grond.html
zondag 25 mei 2008
writersbloc?
Iemand vroeg me of ik last had van "writersbloc": frequentie is wat gezakt en zo, en vooral: hij vond het de laatste tijd merkelijk minder interessant.
Het zou kunnen. Ik denk eigenlijk dat het waar is. Er is nog een belangrijke aanduiding, en dat is dat de kijkcijfers de diepterecords aaneen blijven rijgen. En geef ze eens ongelijk...
Er zit ook nogal veel aan mijn hoofd. De normale portie, natuurlijk: baby plus peuter plus crèche plus nu ook schooltje plus kindjes vroeg wakker etcetera. En alle dagen gaan werken, natuurlijk. Tenslotte ook nog extra "moeilijkheden". We zijn van plan wat vakantie te nemen, binnenkort: je ziet, luxeproblemen kunnen ook problemen zijn. We zijn allebei verschrikkelijk slecht in het vinden van ideeën, laat staan een bestemming. (Gefrustreerde toon): als je ziet hoe ongelofelijk slecht veel internetsites over vakantie werken. Sites die niet of slecht werken, onoverzichtelijk... (zaagzaagzaag...). Als je een reisbureau binnenstapt duwen ze je een stapel brochures in je handen: kom terug als je weet wat je wil. Tja...
Er zijn overigens ook goede sites, maar tenzij ik de trefwoorden totaal mis heb is het niet zo simpel om iets te vinden dat tegelijk kindvriendelijk is, èn beschikbaar, niet te ver, en de rest van wat we eigenlijk, ergens in ons onderbewustzijn, zouden willen vinden.
Kortom, een groot deel van de schaarse vrije tijd gaat tegenwoordig naar surfen naar vakantie ideeën, voorlopig vergeefs.
En ja, ik voel geestelijk dan ook niet de frisheid en de speelsheid die er bij mij echt moet zijn om er iets van te maken. En zoals de man die bezorgd informeerde misschien ook al voelde - ik heb het hier enkele dagen geleden zelf ook nog geschreven - als "het" niet draait, bij mensen zoals ik, dan is forceren het laatste dat je moet proberen. Het beste is misschien aan te kondigen dat het hier wat stiller zal zijn, de eerstkomende dagen. Maar zelfs dat is niet zeker (tenzij de dagen dat ik weg ben, natuurlijk), want als ik die stem voel die me zegt dat ik hier iets zou kunnen neerzetten, dan zal ik dat vanzelfsprekend doen.
Het zou kunnen. Ik denk eigenlijk dat het waar is. Er is nog een belangrijke aanduiding, en dat is dat de kijkcijfers de diepterecords aaneen blijven rijgen. En geef ze eens ongelijk...
Er zit ook nogal veel aan mijn hoofd. De normale portie, natuurlijk: baby plus peuter plus crèche plus nu ook schooltje plus kindjes vroeg wakker etcetera. En alle dagen gaan werken, natuurlijk. Tenslotte ook nog extra "moeilijkheden". We zijn van plan wat vakantie te nemen, binnenkort: je ziet, luxeproblemen kunnen ook problemen zijn. We zijn allebei verschrikkelijk slecht in het vinden van ideeën, laat staan een bestemming. (Gefrustreerde toon): als je ziet hoe ongelofelijk slecht veel internetsites over vakantie werken. Sites die niet of slecht werken, onoverzichtelijk... (zaagzaagzaag...). Als je een reisbureau binnenstapt duwen ze je een stapel brochures in je handen: kom terug als je weet wat je wil. Tja...
Er zijn overigens ook goede sites, maar tenzij ik de trefwoorden totaal mis heb is het niet zo simpel om iets te vinden dat tegelijk kindvriendelijk is, èn beschikbaar, niet te ver, en de rest van wat we eigenlijk, ergens in ons onderbewustzijn, zouden willen vinden.
Kortom, een groot deel van de schaarse vrije tijd gaat tegenwoordig naar surfen naar vakantie ideeën, voorlopig vergeefs.
En ja, ik voel geestelijk dan ook niet de frisheid en de speelsheid die er bij mij echt moet zijn om er iets van te maken. En zoals de man die bezorgd informeerde misschien ook al voelde - ik heb het hier enkele dagen geleden zelf ook nog geschreven - als "het" niet draait, bij mensen zoals ik, dan is forceren het laatste dat je moet proberen. Het beste is misschien aan te kondigen dat het hier wat stiller zal zijn, de eerstkomende dagen. Maar zelfs dat is niet zeker (tenzij de dagen dat ik weg ben, natuurlijk), want als ik die stem voel die me zegt dat ik hier iets zou kunnen neerzetten, dan zal ik dat vanzelfsprekend doen.
vrijdag 23 mei 2008
De Paradox van de Vrijheid
LVB plaatst een citaat waarin een aantal politieke zwaargewichten zich uitspreken voor meer regulering in de financiële markten (1). Immers, schrijven ze, de "crisis betekent het falen van ondergereguleerde markten en toont nog maar eens aan dat de financiële markten niet in staat zijn om zichzelf te reguleren."
Daar zitten de liberalen en al dan niet zelfverklaarde bondgenoten (2) wantrouwig naar te kijken. "Het is de schuld van de vrije markten" zet Luc zelf er nogal sarcastisch als titel boven. Ik zie het dan ook als bewonderenswaardig evenwichtig wanneer de reacties al meteen zeggen dat dat niet echt is wat er in de tekst lijkt te staan. De voor mij meest relevante reactie komt van Ivan Janssens, ook hier af en toe aanwezig. Ook vandaag zijn de financiële markten gereglementeerde markten. Sterker nog, zoals ik vaak zelf opmerk, de meest "vrije markten" van de wereld, in termen van efficiëntie, aantallen deelnemers, kwaliteit van informatie, prijssignalen en vele anderen, zijn nu juist de Amerikaanse kapitaalmarkten. Iedereen die zich inbeeldt dat die vrij zijn, in de zin dat ze weinig tot niet gereglementeerd zijn - maar wat praat ik, sommige mensen willen dat soort dingen nu eenmaal geloven, en zoals dat typisch gaat (3), als je ze op de simpele realiteit wijst, worden ze boos.
In feite kennen we het verschijnsel zeer goed. Eén van de vrijheden die veel mensen bij de belangrijkste zullen rekenen is onze mobiliteit, bij voorkeur per auto. Alleen, die vrijheid bestaat maar bij de gratie van het feit dat er tonnen "collectiviteit" achter verscholen zitten. De beslissing dat we rechts, en niet links van de weg moeten rijden, om maar één klein voorbeeldje te noemen. Beeld je maar in dat er geen verkeersreglement was: zie alleen al het effect van een "middenvakrijder" (4) op de efficiëntie waarmee de openbare weg zijn werk doet...
Zoals we de vrijheid van onze mobiliteit maar kunnen realizeren achter een hoop organizatie, zo is dat ook in de financiële markten: en dus hebben politieke zwaargewichten niet noodzakelijk ongelijk wanneer ze daarover nadenken.
Maar tegelijk maken ze het er ook naar, dat ze scherpe reacties krijgen. Want om nu maar enkele dingen over te nemen die Luc ook al uit hun tekst had geplukt:
"De groeiende inkomensongelijkheid loopt hand in hand met de almaar groeiende financiële sector"
Tja. Echt? Misschien. Maar eerlijk gezegd: het heeft er niets mee te maken. Als je goede redenen had om over de organizatie van financiële markten na te denken: dan zou je toch niet met dit soort platitudes aankomen - nog los van de vraag of ze waar zijn, of wat ze er bij komen doen? Of deze:
"Vrije markten mogen de sociale moraal niet negeren"
Wat betekent dat in godsnaam? Wat komt het er in vredesnaam bij doen? Een aantal mensen heeft dus manieren gevonden om bepaalde reglementeringen te omzeilen, als gevolg van de combinatie met een hoop andere factoren is er een boel serieus de soep ingedraaid, en in plaats van een grondige analyse van wat er mis is gegaan en hoe we daar iets aan kunnen doen krijgen we dit soort pseudo-intellectuele slogans en zedenpreken op lagere school niveau? En als ze morgen zelf ook zien dat de liberalen niet de moeite doen dààr naar te kijken, dan zal het wéér de schuld zijn van, bijvoorbeeld:
"als alles te koop is, smelt de sociale cohesie af en valt het systeem uit elkaar", neem ik aan?
Desondanks blijft het zo dat al dit geëmmer geen echt excuus is om er als liberaal niet over na te denken. Wij hebben onze dogmatici zoals alle kampen hun dogmatici hebben, en als ze werkelijk geloven dat overheidsoptreden ipso facto een deel van het probleem is, wel "weigering te weten", "vrije meningsuiting", en zo nog een hoop: ze doen maar.
Maar liberalen die niet alleen maar komen toeteren over Friedrich Hayek, maar daar ook werkelijk iets van gelezen hebben weten dat die helemaal niet zegt dat er geen overheidsoptreden zou mogen zijn. Wel zegt Hayek dat een overheid zo moet optreden dat de regels er zijn voor iedereen: inclusief, en zelfs vooral, die overheid zelf (5). Kortom, een overheid kan best bepalingen afkondigen die zeggen dat bepaalde dingen niet mogen: links rijden op de openbare weg, een markt organizeren in radioactief afval, voor de sport mensen afknallen... Maar als iets toegelaten is, dan kan ("mag") een overheid niet bepaalde individuen of groepen bevoordelen bij het uitoefenen van dat recht.
Ik weet zeker dat ik op een wip verschillende posts uit mijn usenettijd bij elkaar heb, van jaren voor ik Hayek gelezen had, waarin ik opmerkte dat regels die beperken wat er mag gebeuren niet in tegenspraak zijn met het concept "vrije markten". We beginnen maar aan beperkingen van de individuele vrijheid wanneer de overheid zich gaat bemoeien met wie zich aan de activiteiten gaat wijden, in het bijzonder als dat gebeurt met regels die niet in algemene termen, abstract, voor iedereen gelden.
Dat is wat je de "paradox van de vrijheid" kan noemen: geen enkele vrijheid is absoluut, het gaat altijd ten koste van andere dingen die je even goed in termen van één of andere "vrijheid", die je bijgevolg inboet, kan hervertellen. En dus boet ik maar wat "vrijheid" in, als ik niet voor de sport andere mensen mag afknallen. Natuurlijk kan je bepaalde "liberalen" niet verbieden te weigeren die realiteit onder ogen te zien. Net zoals je bepaalde "socialisten" niet kan verbieden een zeer relevant onderwerp binnen de paar zinnen te verknoeien met een lawine aan inhoudsloze slogans.
-------------------------------
(1) http://lvb.net/item/6277
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-zooo-actueel.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/06/de-weigering-te-weten.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/middenvakrijders.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-over-rule-of-law.html
Daar zitten de liberalen en al dan niet zelfverklaarde bondgenoten (2) wantrouwig naar te kijken. "Het is de schuld van de vrije markten" zet Luc zelf er nogal sarcastisch als titel boven. Ik zie het dan ook als bewonderenswaardig evenwichtig wanneer de reacties al meteen zeggen dat dat niet echt is wat er in de tekst lijkt te staan. De voor mij meest relevante reactie komt van Ivan Janssens, ook hier af en toe aanwezig. Ook vandaag zijn de financiële markten gereglementeerde markten. Sterker nog, zoals ik vaak zelf opmerk, de meest "vrije markten" van de wereld, in termen van efficiëntie, aantallen deelnemers, kwaliteit van informatie, prijssignalen en vele anderen, zijn nu juist de Amerikaanse kapitaalmarkten. Iedereen die zich inbeeldt dat die vrij zijn, in de zin dat ze weinig tot niet gereglementeerd zijn - maar wat praat ik, sommige mensen willen dat soort dingen nu eenmaal geloven, en zoals dat typisch gaat (3), als je ze op de simpele realiteit wijst, worden ze boos.
In feite kennen we het verschijnsel zeer goed. Eén van de vrijheden die veel mensen bij de belangrijkste zullen rekenen is onze mobiliteit, bij voorkeur per auto. Alleen, die vrijheid bestaat maar bij de gratie van het feit dat er tonnen "collectiviteit" achter verscholen zitten. De beslissing dat we rechts, en niet links van de weg moeten rijden, om maar één klein voorbeeldje te noemen. Beeld je maar in dat er geen verkeersreglement was: zie alleen al het effect van een "middenvakrijder" (4) op de efficiëntie waarmee de openbare weg zijn werk doet...
Zoals we de vrijheid van onze mobiliteit maar kunnen realizeren achter een hoop organizatie, zo is dat ook in de financiële markten: en dus hebben politieke zwaargewichten niet noodzakelijk ongelijk wanneer ze daarover nadenken.
Maar tegelijk maken ze het er ook naar, dat ze scherpe reacties krijgen. Want om nu maar enkele dingen over te nemen die Luc ook al uit hun tekst had geplukt:
"De groeiende inkomensongelijkheid loopt hand in hand met de almaar groeiende financiële sector"
Tja. Echt? Misschien. Maar eerlijk gezegd: het heeft er niets mee te maken. Als je goede redenen had om over de organizatie van financiële markten na te denken: dan zou je toch niet met dit soort platitudes aankomen - nog los van de vraag of ze waar zijn, of wat ze er bij komen doen? Of deze:
"Vrije markten mogen de sociale moraal niet negeren"
Wat betekent dat in godsnaam? Wat komt het er in vredesnaam bij doen? Een aantal mensen heeft dus manieren gevonden om bepaalde reglementeringen te omzeilen, als gevolg van de combinatie met een hoop andere factoren is er een boel serieus de soep ingedraaid, en in plaats van een grondige analyse van wat er mis is gegaan en hoe we daar iets aan kunnen doen krijgen we dit soort pseudo-intellectuele slogans en zedenpreken op lagere school niveau? En als ze morgen zelf ook zien dat de liberalen niet de moeite doen dààr naar te kijken, dan zal het wéér de schuld zijn van, bijvoorbeeld:
"als alles te koop is, smelt de sociale cohesie af en valt het systeem uit elkaar", neem ik aan?
Desondanks blijft het zo dat al dit geëmmer geen echt excuus is om er als liberaal niet over na te denken. Wij hebben onze dogmatici zoals alle kampen hun dogmatici hebben, en als ze werkelijk geloven dat overheidsoptreden ipso facto een deel van het probleem is, wel "weigering te weten", "vrije meningsuiting", en zo nog een hoop: ze doen maar.
Maar liberalen die niet alleen maar komen toeteren over Friedrich Hayek, maar daar ook werkelijk iets van gelezen hebben weten dat die helemaal niet zegt dat er geen overheidsoptreden zou mogen zijn. Wel zegt Hayek dat een overheid zo moet optreden dat de regels er zijn voor iedereen: inclusief, en zelfs vooral, die overheid zelf (5). Kortom, een overheid kan best bepalingen afkondigen die zeggen dat bepaalde dingen niet mogen: links rijden op de openbare weg, een markt organizeren in radioactief afval, voor de sport mensen afknallen... Maar als iets toegelaten is, dan kan ("mag") een overheid niet bepaalde individuen of groepen bevoordelen bij het uitoefenen van dat recht.
Ik weet zeker dat ik op een wip verschillende posts uit mijn usenettijd bij elkaar heb, van jaren voor ik Hayek gelezen had, waarin ik opmerkte dat regels die beperken wat er mag gebeuren niet in tegenspraak zijn met het concept "vrije markten". We beginnen maar aan beperkingen van de individuele vrijheid wanneer de overheid zich gaat bemoeien met wie zich aan de activiteiten gaat wijden, in het bijzonder als dat gebeurt met regels die niet in algemene termen, abstract, voor iedereen gelden.
Dat is wat je de "paradox van de vrijheid" kan noemen: geen enkele vrijheid is absoluut, het gaat altijd ten koste van andere dingen die je even goed in termen van één of andere "vrijheid", die je bijgevolg inboet, kan hervertellen. En dus boet ik maar wat "vrijheid" in, als ik niet voor de sport andere mensen mag afknallen. Natuurlijk kan je bepaalde "liberalen" niet verbieden te weigeren die realiteit onder ogen te zien. Net zoals je bepaalde "socialisten" niet kan verbieden een zeer relevant onderwerp binnen de paar zinnen te verknoeien met een lawine aan inhoudsloze slogans.
-------------------------------
(1) http://lvb.net/item/6277
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-zooo-actueel.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/06/de-weigering-te-weten.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/middenvakrijders.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-over-rule-of-law.html
woensdag 21 mei 2008
De dingen die ons drijven
Het "ons" in de titel is alleen maar een enorme extrapolatie; in werkelijkheid moet ik natuurlijk voor mezelf spreken.
Hoe dan ook, ziehier hoe een zeer simpele conversatie kan ontwikkelen in zeer veel vragen.
Mama: "zie eens hoeveel honger ons Thomaske tegenwoordig heeft, heel dat potje is op."
Papa: "die pruts (nvdr: een baby) eet potverdikke meer dan zijn zus (nvdr: een peuter)!"
Mama: "ben ik blij dat we hem al die dingen tenminste kunnen geven..."
Papa: "Ja, als ik denk aan dat programma over de oorlog, waarin je een pasgeboren baby in een stapel krantepapieren zag gewikkeld worden (huivert)..."
En zo nog een paar meer, tot we bij het punt zaten waar we denken aan de hele planeet, waar op de zes miljard ongeveer één miljard mensen leven in omstandigheden zoals wij - de baby's komen niets tekort - en vanaf dan gaat het achteruit tot pakweg het miljard dat ook vandaag leeft in hongersnood. Die hebben zelfs geen krantenpapier om hun baby's in te wikkelen, en wat veel erger is, geen melk om ze te drinken te geven. En de baby's kijken hun mama en papa nochtans met even grote oogjes aan...
En de vraag, met in je gedachten de oogjes van al die baby's waarvan de ouders niet weten wat ze ze die avond zullen te eten geven, werd: wat doe je er aan?
Het volstaat een beetje te weten waar het over gaat, en je beseft: je kan geld sturen maar je doet in het beste geval niets anders dan symptoombestrijding. Soms zijn de symptomen zo erg, en zo dringend, dat symptoombestrijding precies is wat er nodig is, maar toch. Op dat punt denken veel mensen aan de druppel op de gloeiende plaat, en ze haken af. Ik suggereer voorzichtig dat ik dat van die druppel ook weet, en toch maar wat aan symptoombestrijding doe.
Maar je blijft je ontevreden voelen. Sommige mensen stropen dan de mouwen op en gaan zelf ter plaatse aan de slag. Maar ook die mensen zien dat er veel van die "druppel op een gloeiende plaat" twijfels blijven hangen. En dat je vaak met nog een hoop andere twijfels blijft zitten (1). Of hoe gemakkelijk je inspanningen degenereren in een toestand waarbij ze de rijke blanke zijn die wel eens eventjes iedereen zullen onderhouden. En zo haken weer een hoop mensen af, en we eindigen weer allemaal in onze huiskamer voor de tv. Of achter de computer, natuurlijk.
Kortom, de geïnteresseerde filosoof (de lezer begrijpt: ikzelf) mag zich gerust achter zijn computer terugtrekken en het probleem vanop de grote afstand overschouwen die filosofen gewoon zijn: hij ziet er niet dwazer uit dan alle anderen. En net zoals alle druppels op een gloeiende plaat samen misschien, ooit, eens, ergens, een verschil zullen maken, zal misschien ook het beetje inzicht dat we kunnen verwerven ook ooit, eens, ergens een verschil maken.
In mijn geval denk ik dat de geschiedenis ons één en ander kan leren. Mijn werkhypothese is dat de ellende die we op zo vaak om ons heen zien neerkomt op de middeleeuwse toestanden van het Europa van ongeveer een millennium geleden. Dus komt de vraag op hoe Europa er in geslaagd is aan die toestanden te ontsnappen. En ziedaar, de redenen waarom je hier op dit blog zo vaak historische beschouwingen ziet, of soms cijfers ook over hedendaagse economieën die de weg van Europa (proberen te) volgen. Om maar te zwijgen van pogingen om "historische theoriën" te begrijpen of mee te doen aan een eigen VZW'tje (2) dat met zijn bescheiden middelen toch, alweer, een beetje verschil probeert te maken.
Wat een bedenkingen allemaal, gewoon omdat baby Thomas een grote pot groentepap achtereen heeft opgegeten. En omdat ik net, in de post van gisteren, een (intussen gecorrigeerde) uitnodiging had gezet voor een heel bescheiden barbecue (3), van een heel bescheiden VZW, die met een heel bescheiden project probeert een zestal dorpjes in de wouden van Kameroen een duwtje in de rug te geven. Want waarom doen we het eigenlijk? Doen we het niet een beetje omdat we de grote oogjes van ons Thomaske op ons gericht zien, en denken aan de mensen die ook kinderen met grote oogjes hebben, maar geen overvloed aan melk en groenten en fruit om ze te geven?
----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/ontwikkeling-maar-dan-concreet.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/ons-bijenproject-een-eerste-potje.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/onze-vzw-organizeert-een-barbecue.html
Hoe dan ook, ziehier hoe een zeer simpele conversatie kan ontwikkelen in zeer veel vragen.
Mama: "zie eens hoeveel honger ons Thomaske tegenwoordig heeft, heel dat potje is op."
Papa: "die pruts (nvdr: een baby) eet potverdikke meer dan zijn zus (nvdr: een peuter)!"
Mama: "ben ik blij dat we hem al die dingen tenminste kunnen geven..."
Papa: "Ja, als ik denk aan dat programma over de oorlog, waarin je een pasgeboren baby in een stapel krantepapieren zag gewikkeld worden (huivert)..."
En zo nog een paar meer, tot we bij het punt zaten waar we denken aan de hele planeet, waar op de zes miljard ongeveer één miljard mensen leven in omstandigheden zoals wij - de baby's komen niets tekort - en vanaf dan gaat het achteruit tot pakweg het miljard dat ook vandaag leeft in hongersnood. Die hebben zelfs geen krantenpapier om hun baby's in te wikkelen, en wat veel erger is, geen melk om ze te drinken te geven. En de baby's kijken hun mama en papa nochtans met even grote oogjes aan...
En de vraag, met in je gedachten de oogjes van al die baby's waarvan de ouders niet weten wat ze ze die avond zullen te eten geven, werd: wat doe je er aan?
Het volstaat een beetje te weten waar het over gaat, en je beseft: je kan geld sturen maar je doet in het beste geval niets anders dan symptoombestrijding. Soms zijn de symptomen zo erg, en zo dringend, dat symptoombestrijding precies is wat er nodig is, maar toch. Op dat punt denken veel mensen aan de druppel op de gloeiende plaat, en ze haken af. Ik suggereer voorzichtig dat ik dat van die druppel ook weet, en toch maar wat aan symptoombestrijding doe.
Maar je blijft je ontevreden voelen. Sommige mensen stropen dan de mouwen op en gaan zelf ter plaatse aan de slag. Maar ook die mensen zien dat er veel van die "druppel op een gloeiende plaat" twijfels blijven hangen. En dat je vaak met nog een hoop andere twijfels blijft zitten (1). Of hoe gemakkelijk je inspanningen degenereren in een toestand waarbij ze de rijke blanke zijn die wel eens eventjes iedereen zullen onderhouden. En zo haken weer een hoop mensen af, en we eindigen weer allemaal in onze huiskamer voor de tv. Of achter de computer, natuurlijk.
Kortom, de geïnteresseerde filosoof (de lezer begrijpt: ikzelf) mag zich gerust achter zijn computer terugtrekken en het probleem vanop de grote afstand overschouwen die filosofen gewoon zijn: hij ziet er niet dwazer uit dan alle anderen. En net zoals alle druppels op een gloeiende plaat samen misschien, ooit, eens, ergens, een verschil zullen maken, zal misschien ook het beetje inzicht dat we kunnen verwerven ook ooit, eens, ergens een verschil maken.
In mijn geval denk ik dat de geschiedenis ons één en ander kan leren. Mijn werkhypothese is dat de ellende die we op zo vaak om ons heen zien neerkomt op de middeleeuwse toestanden van het Europa van ongeveer een millennium geleden. Dus komt de vraag op hoe Europa er in geslaagd is aan die toestanden te ontsnappen. En ziedaar, de redenen waarom je hier op dit blog zo vaak historische beschouwingen ziet, of soms cijfers ook over hedendaagse economieën die de weg van Europa (proberen te) volgen. Om maar te zwijgen van pogingen om "historische theoriën" te begrijpen of mee te doen aan een eigen VZW'tje (2) dat met zijn bescheiden middelen toch, alweer, een beetje verschil probeert te maken.
Wat een bedenkingen allemaal, gewoon omdat baby Thomas een grote pot groentepap achtereen heeft opgegeten. En omdat ik net, in de post van gisteren, een (intussen gecorrigeerde) uitnodiging had gezet voor een heel bescheiden barbecue (3), van een heel bescheiden VZW, die met een heel bescheiden project probeert een zestal dorpjes in de wouden van Kameroen een duwtje in de rug te geven. Want waarom doen we het eigenlijk? Doen we het niet een beetje omdat we de grote oogjes van ons Thomaske op ons gericht zien, en denken aan de mensen die ook kinderen met grote oogjes hebben, maar geen overvloed aan melk en groenten en fruit om ze te geven?
----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/ontwikkeling-maar-dan-concreet.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/ons-bijenproject-een-eerste-potje.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/onze-vzw-organizeert-een-barbecue.html
dinsdag 20 mei 2008
Onze VZW organizeert een barbecue!
.jpg)
Onze VZW organizeert zijn jaarlijkse barbecue. Het is een gelegenheid om bij te praten, mensen te ontmoeten die je nog nooit ontmoet had, gesprekken te voeren tussen neoliberale bankiers en groene idealisten (1), en je te laten voorlichten over onderwerpen als ons bijenproject (2) of het schooltje in Kameroen (3): de geregelde lezer weet wel waarover ik het heb, en de anderen mogen met plezier een blik op de url's beneden werpen.
Natuurlijk is het betalend, en natuurlijk vragen we ook nog een centje voor een glaasje wijn of frisdrank, en weet dat het allemaal naar onze projecten zal gaan (na aftrek van de kosten weliswaar) zonder dat er enige bureaucratie of luxueuze hotelkamers gefinancierd mee zullen worden. Alles gaat rechtstreeks naar de biologen en hun medewerkers in Afrika. Dat maakt dat je absoluut niet beschaamd moet zijn om nog mensen mee te brengen, integendeel het spekt onze kassa en de dondergod weet dat we het kunnen gebruiken.
Dus ik plak de uitnodiging er aan: klik op het plaatje om het vergroten, en ik hoop, wie weet, eens enkele internetters te kunnen recruteren? Je zal merken dat de uitnodiging ook nog andere manieren laat zien om het schooltje te sponsoren: ook daarover zal er op de barbecue zelf best nog wel wat meer te vernemen vallen. En tenslotte is de kans reëel dat vedettes als peuter Sarah en baby Thomas ook van de partij zullen zijn...
---------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/bij-de-barbecue.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/de-bijen-van-kameroen.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/05/ons-bijenproject-einde-van-fase-n.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/ons-bijenproject-een-eerste-potje.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/een-schooltje-in-kameroen.html
Mijmeringen bij tiramisu
Toen we laatst bezoek hadden met de afspraak dat zij voor het dessert zouden zorgen, verscheen een tiramisu op tafel. Niet toevallig: ze kennen me. Natuurlijk vroeg de maakster aan de grote "kenner" waarvoor ik nu eenmaal doorga wat ik er van vond. En mijn verdict "uitstekend" was heus niet zomaar de gewone beleefdheid. Er wordt al lang gediscussiëerd (in zéér besloten kring, hoor...) of het nu een goede, dan wel slechte eigenschap van me is, maar bij mij ben je niet aan het goede adres om te horen wat je wilde horen. Bij mij ben je wel aan het goede adres om te horen wat ik gezien heb, of wat ik denk, of (in dit geval) geproefd heb. Ik vermoed dat het uiteindelijk een slechte eigenschap is, aangezien het resultaat is dat over allerlei onderwerpen mijn mening minder en minder gevraagd wordt.
Maar dit zijn allemaal maar terzijdes. Enige levenservaring heeft me al lang op het punt gebracht waar ik de in sommige gevallen correcte uitspraak "zoveel onzin heb ik nog maar zelden moeten horen" vervang door iets voorzichtiger varianten. Deze aangeleerde voorzichtigheid voor negatieve berichten neemt echter niet weg dat mijn positieve berichten nog steeds "at face value" kunnen genomen worden. Het kan dan sociaal niet te pruimen zijn, het heeft toch ook bepaalde voordelen: de mensen weten dat mijn complimenten echt zijn. Mijn moeder zei overigens al toen ik nog een dreumes was "zolang hij zaagt is er niets aan de hand, het is als je hem niet meer hoort dat je je zorgen moet maken". Blijkbaar had ik toen al een slecht gevoel bij negatieve boodschappen: zo zie je maar weer.
(En inderdaad, de enige keer dat ik als kind een ernstig ongeval had, dat er evenwel onschuldig uitzag, raakten mijn ouders gealarmeerd door het feit dat er geen geluid meer uitkwam. Koen zat braaf te spelen op de mat en... zei geen woord (!). Het moet een beetje geweest zijn alsof iemand de Niagara waterval had afgezet. Ik mag nog altijd blij zijn, en voor de rest van mijn leven, dat het op dat moment niet lang meer heeft geduurd voor we in een ziekenhuis stonden: heel erg blij.)
Ik bezong dus de lof van de tiramisu en voegde er nog aan toe: "die zweem van vanilla vind ik anders wel apart".
Nu vielen enkele monden open. "Heb jij dat geproefd - zo weinig?" vroeg de maakster. Ook mijn vrouw keek verbaasd over de onverwachte invasie van vanilla in de conversatie. Uim, ja, ik heb dat geproefd, en wat is "the point" er vanilla in te doen als je het niet eens zou proeven? Los van deze kleine contradictie was ik blijkbaar de enige die het geproefd had.
De lezer begint zich af te vragen wat het punt is? Dat is normaal: dit is Speels maar Serieus. We onthouden even de tiramisu en gaan eerst verder naar een volgende anecdote! Iedereen weet wel hoe hard we altijd allemaal proberen iedereen zo gelijk mogelijk aan alle anderen te maken: we beweren graag het tegendeel, maar we zijn conformisten om de mieren te doen afdruipen! Zo had ik het niet gemakkelijk toen ik vele jaren van mijn volwassen leven geen druppel alcohol dronk: om de simpele reden dat ik het niet lekker vind. (Tot vandaag is de enige uitzondering wijn.) Maar de manoeuvres die ik heb weten uithalen om me te overtuigen toch maar te doen zoals iedereen...!
"Kom, Koen, jij draait je even om, ik zet hier twee glazen cola, in één ervan doe ik een beetje rum, en jij zal nooit het verschil proeven". Bij het eerste glas volstond evenwel de kleinste teug om te zeggen: hier zit rum in. Dus ik neem het tweede glas in de zalige hoop een flinke teug cola binnen te trekken (vieze smaak van de rum wegspoelen, weetjewel) en... er zat ook rum in.
Ha. Ha. Ha. Nice try.
Ik kan (tenslotte) ook absoluut niet tegen de smaak van peterselie. "Jamaar, ik heb ze maar aan één kant van de asperges gestrooid" zeggen oppervlakkige koks die me kennen en denken daarmee het probleem op te lossen. Ze zijn nog verongelijkt ook als ik zeg dat de kleinste flard volstaat om voor mij asperges totaal te bederven. Koen is weer eens een moeilijk manneke, hij wil weer eens apart doen.
Als ze me een euro moesten betalen voor elke keer dat ze zelf hebben gezegd dat je over smaken niet kan discussiëren; ik was steenrijk geweest. Als blijkt dat ik de rum nog uit de cola weet te halen als ze de hoeveelheid zo klein hebben gehouden dat ze "zeker" hun gelijk zouden halen, staan ze er met open mond op te kijken: denk ook aan de vanilla in de tiramisu. Dus terwijl ze met hun eigen ogen kunnen zien dat ik een flinter peterselie op een asperge kan proeven; terwijl ze dat van die smaken al genoeg hebben herhaald om het honderd papegaaien aan te leren, blijven ze hun eigen ervaringen extrapoleren naar de hele wereld (en mij in het bijzonder), en als dat niet lukt worden ze nog boos ook.
Wel, ik heb vaak geprobeerd het allemaal uit te leggen, maar als ze niet willen horen wat ze nu eenmaal niet willen horen, dan leg ik die klachten maar berustend naast me neer. Als iemand die wèl minieme hoeveelheden rum in cola kan onderscheiden me nog een culinaire zedenpreek wil geven, dan wil ik er best eens naar luisteren. En anders kan het toch niet teveel gevraagd zijn om er rekening mee te houden dat perspectieven nu eenmaal verschillen? Je weet wel, kleuren... smaken... enzovoort?
Maar dit zijn allemaal maar terzijdes. Enige levenservaring heeft me al lang op het punt gebracht waar ik de in sommige gevallen correcte uitspraak "zoveel onzin heb ik nog maar zelden moeten horen" vervang door iets voorzichtiger varianten. Deze aangeleerde voorzichtigheid voor negatieve berichten neemt echter niet weg dat mijn positieve berichten nog steeds "at face value" kunnen genomen worden. Het kan dan sociaal niet te pruimen zijn, het heeft toch ook bepaalde voordelen: de mensen weten dat mijn complimenten echt zijn. Mijn moeder zei overigens al toen ik nog een dreumes was "zolang hij zaagt is er niets aan de hand, het is als je hem niet meer hoort dat je je zorgen moet maken". Blijkbaar had ik toen al een slecht gevoel bij negatieve boodschappen: zo zie je maar weer.
(En inderdaad, de enige keer dat ik als kind een ernstig ongeval had, dat er evenwel onschuldig uitzag, raakten mijn ouders gealarmeerd door het feit dat er geen geluid meer uitkwam. Koen zat braaf te spelen op de mat en... zei geen woord (!). Het moet een beetje geweest zijn alsof iemand de Niagara waterval had afgezet. Ik mag nog altijd blij zijn, en voor de rest van mijn leven, dat het op dat moment niet lang meer heeft geduurd voor we in een ziekenhuis stonden: heel erg blij.)
Ik bezong dus de lof van de tiramisu en voegde er nog aan toe: "die zweem van vanilla vind ik anders wel apart".
Nu vielen enkele monden open. "Heb jij dat geproefd - zo weinig?" vroeg de maakster. Ook mijn vrouw keek verbaasd over de onverwachte invasie van vanilla in de conversatie. Uim, ja, ik heb dat geproefd, en wat is "the point" er vanilla in te doen als je het niet eens zou proeven? Los van deze kleine contradictie was ik blijkbaar de enige die het geproefd had.
De lezer begint zich af te vragen wat het punt is? Dat is normaal: dit is Speels maar Serieus. We onthouden even de tiramisu en gaan eerst verder naar een volgende anecdote! Iedereen weet wel hoe hard we altijd allemaal proberen iedereen zo gelijk mogelijk aan alle anderen te maken: we beweren graag het tegendeel, maar we zijn conformisten om de mieren te doen afdruipen! Zo had ik het niet gemakkelijk toen ik vele jaren van mijn volwassen leven geen druppel alcohol dronk: om de simpele reden dat ik het niet lekker vind. (Tot vandaag is de enige uitzondering wijn.) Maar de manoeuvres die ik heb weten uithalen om me te overtuigen toch maar te doen zoals iedereen...!
"Kom, Koen, jij draait je even om, ik zet hier twee glazen cola, in één ervan doe ik een beetje rum, en jij zal nooit het verschil proeven". Bij het eerste glas volstond evenwel de kleinste teug om te zeggen: hier zit rum in. Dus ik neem het tweede glas in de zalige hoop een flinke teug cola binnen te trekken (vieze smaak van de rum wegspoelen, weetjewel) en... er zat ook rum in.
Ha. Ha. Ha. Nice try.
Ik kan (tenslotte) ook absoluut niet tegen de smaak van peterselie. "Jamaar, ik heb ze maar aan één kant van de asperges gestrooid" zeggen oppervlakkige koks die me kennen en denken daarmee het probleem op te lossen. Ze zijn nog verongelijkt ook als ik zeg dat de kleinste flard volstaat om voor mij asperges totaal te bederven. Koen is weer eens een moeilijk manneke, hij wil weer eens apart doen.
Als ze me een euro moesten betalen voor elke keer dat ze zelf hebben gezegd dat je over smaken niet kan discussiëren; ik was steenrijk geweest. Als blijkt dat ik de rum nog uit de cola weet te halen als ze de hoeveelheid zo klein hebben gehouden dat ze "zeker" hun gelijk zouden halen, staan ze er met open mond op te kijken: denk ook aan de vanilla in de tiramisu. Dus terwijl ze met hun eigen ogen kunnen zien dat ik een flinter peterselie op een asperge kan proeven; terwijl ze dat van die smaken al genoeg hebben herhaald om het honderd papegaaien aan te leren, blijven ze hun eigen ervaringen extrapoleren naar de hele wereld (en mij in het bijzonder), en als dat niet lukt worden ze nog boos ook.
Wel, ik heb vaak geprobeerd het allemaal uit te leggen, maar als ze niet willen horen wat ze nu eenmaal niet willen horen, dan leg ik die klachten maar berustend naast me neer. Als iemand die wèl minieme hoeveelheden rum in cola kan onderscheiden me nog een culinaire zedenpreek wil geven, dan wil ik er best eens naar luisteren. En anders kan het toch niet teveel gevraagd zijn om er rekening mee te houden dat perspectieven nu eenmaal verschillen? Je weet wel, kleuren... smaken... enzovoort?
maandag 19 mei 2008
Easterly: Het blijft een liberaal, natuurlijk
Na enkele van mijn posts over Easterly, waarin ik eerder enthousiast vaststelde dat hij de grenzen van onze "liberale" theorieën aftastte (1) - ik blijf er bij dat we daarmee onze geloofwaardigheid veel meer vergroten dan wanneer we steeds weer ons eigen "grote gelijk" herhalen - stuit ik op een stukje dat mijn eigenlijke geestesgenoten misschien een beetje geruststelt. Easterly, de man die nauwelijks van Friedrich Hayek te onderscheiden valt:
"Too often we have treated government as if it were some beneficient agent that we could advise on how to benefit the public weal. The knowledge that governments are often corrupt gives pause to such an attitude. Knowing that governments are corrupt, we should be cautious about relying on them to do interventions on behalf of growth. For example, we wouldn't want to recommend industrial policies that subsidize certain sunrise industries, because governments are likely to take payments when they decide whose sunrise to subsidize. The best course would be to eliminate government's discretionary power over households and businesses as much as possible and set up hard and fast rules of the game for government operation."
En dat was het slot van hoofdstuk 12 van The Elusive Quest for Growth. Een mens moet oppassen of hij zou nog gaan terugdenken aan Hayek's "rule of law" (2). Als ik dan bedenk dat moderne, Westerse overheden misschien niet zozeer "corrupt" (in de zin die een in Afrika door de wol geverfde ontwikkelingseconoom daaraan zou geven) als wel "incompetent" zijn (3), dan doet dat het verhaal wel een tikje anders klinken, maar niet de conclusie. Je hoeft heus niet van mening te zijn dat het "allemaal dieven en zakkenvullers" zijn, om van mening te zijn dat die pasha's met hun dienstwagen met chauffeur en hun "dienstbetoon" maar beter zo weinig mogelijk te zeggen hebben in de zaken van fatsoenlijke, hardwerkende mensen...
----------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/easterly-en-market-failure.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/kritisch-rationalisme-en-economie.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-over-rule-of-law.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/de-tijd-van-19-april-meldt-dat-de.html
"Too often we have treated government as if it were some beneficient agent that we could advise on how to benefit the public weal. The knowledge that governments are often corrupt gives pause to such an attitude. Knowing that governments are corrupt, we should be cautious about relying on them to do interventions on behalf of growth. For example, we wouldn't want to recommend industrial policies that subsidize certain sunrise industries, because governments are likely to take payments when they decide whose sunrise to subsidize. The best course would be to eliminate government's discretionary power over households and businesses as much as possible and set up hard and fast rules of the game for government operation."
En dat was het slot van hoofdstuk 12 van The Elusive Quest for Growth. Een mens moet oppassen of hij zou nog gaan terugdenken aan Hayek's "rule of law" (2). Als ik dan bedenk dat moderne, Westerse overheden misschien niet zozeer "corrupt" (in de zin die een in Afrika door de wol geverfde ontwikkelingseconoom daaraan zou geven) als wel "incompetent" zijn (3), dan doet dat het verhaal wel een tikje anders klinken, maar niet de conclusie. Je hoeft heus niet van mening te zijn dat het "allemaal dieven en zakkenvullers" zijn, om van mening te zijn dat die pasha's met hun dienstwagen met chauffeur en hun "dienstbetoon" maar beter zo weinig mogelijk te zeggen hebben in de zaken van fatsoenlijke, hardwerkende mensen...
----------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/easterly-en-market-failure.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/kritisch-rationalisme-en-economie.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-over-rule-of-law.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/de-tijd-van-19-april-meldt-dat-de.html
zondag 18 mei 2008
Ik blijf piekeren over statistiek
Waar zouden we staan met onze bloggerij, als we niet af en toe elkaar deden nadenken? De gastbijdrage van de Conceptuele Ingenieur" (1) over statistiek blijft me bezighouden, een mengsel van dingen uit een ver verleden en pogingen die dingen vast te klikken aan wat ik van die gastbijdrage heb overgehouden...
De bijdrage ging over hoe je niet te snel moest besluiten dat je AIDS hebt, indien je positief scoort in een test - zelfs hoewel we weten dat de test 99% betrouwbaar is. Dat laatste vertelt ons namelijk iets als "als je de ziekte hebt zal je zeer waarschijnlijk positief scoren". Dat is evenwel iets heel anders dan "als je positief scoort heb je zeer waarschijnlijk de ziekte". Het bleek dat je een kans van slechts 16.5% hebt om de ziekte te hebben als je positief scoort!
Dat is zeer contra-intuïtief en zoals we vinden in de gastbijdrage komt dat doordat de kans dat een willekeurig individu de ziekte heeft zes keer kleiner is dan de kans dat hij positief scoort.
Laatst zat ik een beetje te fantaseren over het enige wat ik me nog herinner over statistiek: dingen als "als je iemands voornaam kent heb je een veel betere kans om te raden of het een man of een vrouw is, dan wanneer je die voornaam niet kent" (2). En puur bij wijze van oefening probeer ik dat nu in de termen van "conditionele waarschijnlijkheden" te gieten: als dat compleet de mist ingaat, en iemand vertelt me dat op een begrijpelijke wijze, dan heb ik er misschien nog iets van bijgeleerd ook.
Ik zou zo zeggen dat de kans dat iemand een man of een vrouw is 50% is. Noem dat P(X) = 0.50. En hoe zit het met de kans dat een willekeurige persoon een bepaalde voornaam heeft? Ik moet een paar assumpties invoeren. Zeg dat er 4 voornamen zijn zoals Sarah: duidelijk een vrouw. En er zijn 4 voornamen zoals Thomas: duidelijk een man. En verder zijn er de namen Chris en Dominique, en van elk van beide namen zijn er evenveel mannen als vrouwen. Tenslotte komen alle namen precies even vaak voor in de populatie.
Ik denk dat de kans dat een willekeurig gekozen individu een bepaalde naam heeft nu gelijk is aan 10%. Noem dat P(Y) = 0.10.
De vraag uit mijn eerdere tekst was: wat is de kans dat je kan raden of iemand man is of vrouw als je de voornaam hebt? Tenzij ik iets vreselijk over het hoofd zie is die kans met de bovenstaande assumpties 90%. Immers, met 80% van de voornamen weet je het zeker en van de andere 20% zal je de helft juist raden: er zijn immers evenveel mannen als vrouwen met die naam. En dus denk ik dat P(X:Y) = 0.90
Tegelijk zal niemand het als "contra-intuitief" beschouwen dat je niet zoveel kans hebt iemands naam te raden als je weet of het een man of een vrouw is: dat is integendeel triviaal. Zonder die informatie was de kans 10%. terwijl, als je weet dat iemand (bijvoorbeeld) een vrouw is, dan vallen de 4 namen die zeker een man zijn af. Van de 6 overblijvende namen weet ik eerlijk gezegd (ik biecht het blozend op) niet hoe ik omga met het feit dat er 2 zijn waarvan we niet zeker zijn: ik doe alsof de 6 overblijvende namen vrouwennamen zijn, en dus is de kans dat ik iemands voornaam raad als het een vrouw is 1 over 6 of 0.1666. Dus: P(Y:X) = 0.1666. Al iets beter dan 0.1000 maar nog lang niet de 0.90 van P(X:Y).
Edoch! De Conceptuele Ingenieur vertelde me dat P(X:Y) gelijk is aan P(Y:X) maal P(X)/P(Y). Wat ik blozend kom opbiechten is dat ik niet kan "zien" wat de kans is dat iemand een bepaalde voornaam heeft, gegeven dat het een man of een vrouw is. Ik vul "man of vrouw" in met de G van "geslacht" en "welke naam" met de N van naam. Dus wat ik niet kan bedenken is P(N:G). Maar wat ik al heb is dat P(G:N) = 90%, verder dat P(G) = 50% en P(N) = 10%. Dus ik moet invullen:
P(G:N) = 90% maal 10%/50% = 90% maal 1/5 = 18%.
Hmmmmm...
Mijn intuïtie hield jammerlijk stil op het punt waarop 16.66% het juiste resultaat zou zijn, indien ik nergens iets zeer simpels over het hoofd had gezien EN alle Chrissen en Dominiques vrouwen waren. Gegeven dat dat laatste maar in de helft van de gevallen waar was zou 16.66% alleen maar een behoorlijk goede schatting zijn. Pas ik vervolgens toe wat ik net van de Conceptuele Ingenieur heb geleerd, dan vind ik dat het juiste antwoord 18% is.
Ik trek stilaan mijn conclusies...
1. Ik denk dat ik de stelling van Bayes correct heb begrepen en toegepast.
2. Ik denk dat mijn scenario's hierboven (50% kans op m/v; 10% kans op een bepaalde voornaam in bovenstaande assumpties en de rest) correct zijn.
3. Het is op de rand van het pathetische (en naar zich laat vrezen de verkeerde rand) dat ik zelfs niet kon bedenken of de schatting van 16.66% nu te hoog of te laag was (ik zie intuïtief trouwens nog altijd niet in waarom 16.66% te laag was).
OK. Ik zou me, vanzelfsprekend, stukken beter voelen als ik punt (3) niet onder ogen hoefde te zien. Maar de 18% lijkt me te goed als "juist resultaat" voor mijn 16.66% als "benadering" om (1) en (2) te laten vallen.
En cerebrale types als ikzelf troosten zich met de gedachte dat ze blijkbaar iets hebben bijgeleerd en kunnen toepassen, waar ze geen flauw benul van hadden. Blijkbaar heb ik ook een voorbeeld gevonden waarin de stelling van Bayes helemaal niet contra-intuïtief is. Niet de stelling zelf lijkt het moeilijk geval te zijn, maar ons dagdagelijks inzicht in de verhouding tussen P(X) en P(Y)...
-------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/de-stelling-van-bayes.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/nog-wat-simpele-statistiek.html
De bijdrage ging over hoe je niet te snel moest besluiten dat je AIDS hebt, indien je positief scoort in een test - zelfs hoewel we weten dat de test 99% betrouwbaar is. Dat laatste vertelt ons namelijk iets als "als je de ziekte hebt zal je zeer waarschijnlijk positief scoren". Dat is evenwel iets heel anders dan "als je positief scoort heb je zeer waarschijnlijk de ziekte". Het bleek dat je een kans van slechts 16.5% hebt om de ziekte te hebben als je positief scoort!
Dat is zeer contra-intuïtief en zoals we vinden in de gastbijdrage komt dat doordat de kans dat een willekeurig individu de ziekte heeft zes keer kleiner is dan de kans dat hij positief scoort.
Laatst zat ik een beetje te fantaseren over het enige wat ik me nog herinner over statistiek: dingen als "als je iemands voornaam kent heb je een veel betere kans om te raden of het een man of een vrouw is, dan wanneer je die voornaam niet kent" (2). En puur bij wijze van oefening probeer ik dat nu in de termen van "conditionele waarschijnlijkheden" te gieten: als dat compleet de mist ingaat, en iemand vertelt me dat op een begrijpelijke wijze, dan heb ik er misschien nog iets van bijgeleerd ook.
Ik zou zo zeggen dat de kans dat iemand een man of een vrouw is 50% is. Noem dat P(X) = 0.50. En hoe zit het met de kans dat een willekeurige persoon een bepaalde voornaam heeft? Ik moet een paar assumpties invoeren. Zeg dat er 4 voornamen zijn zoals Sarah: duidelijk een vrouw. En er zijn 4 voornamen zoals Thomas: duidelijk een man. En verder zijn er de namen Chris en Dominique, en van elk van beide namen zijn er evenveel mannen als vrouwen. Tenslotte komen alle namen precies even vaak voor in de populatie.
Ik denk dat de kans dat een willekeurig gekozen individu een bepaalde naam heeft nu gelijk is aan 10%. Noem dat P(Y) = 0.10.
De vraag uit mijn eerdere tekst was: wat is de kans dat je kan raden of iemand man is of vrouw als je de voornaam hebt? Tenzij ik iets vreselijk over het hoofd zie is die kans met de bovenstaande assumpties 90%. Immers, met 80% van de voornamen weet je het zeker en van de andere 20% zal je de helft juist raden: er zijn immers evenveel mannen als vrouwen met die naam. En dus denk ik dat P(X:Y) = 0.90
Tegelijk zal niemand het als "contra-intuitief" beschouwen dat je niet zoveel kans hebt iemands naam te raden als je weet of het een man of een vrouw is: dat is integendeel triviaal. Zonder die informatie was de kans 10%. terwijl, als je weet dat iemand (bijvoorbeeld) een vrouw is, dan vallen de 4 namen die zeker een man zijn af. Van de 6 overblijvende namen weet ik eerlijk gezegd (ik biecht het blozend op) niet hoe ik omga met het feit dat er 2 zijn waarvan we niet zeker zijn: ik doe alsof de 6 overblijvende namen vrouwennamen zijn, en dus is de kans dat ik iemands voornaam raad als het een vrouw is 1 over 6 of 0.1666. Dus: P(Y:X) = 0.1666. Al iets beter dan 0.1000 maar nog lang niet de 0.90 van P(X:Y).
Edoch! De Conceptuele Ingenieur vertelde me dat P(X:Y) gelijk is aan P(Y:X) maal P(X)/P(Y). Wat ik blozend kom opbiechten is dat ik niet kan "zien" wat de kans is dat iemand een bepaalde voornaam heeft, gegeven dat het een man of een vrouw is. Ik vul "man of vrouw" in met de G van "geslacht" en "welke naam" met de N van naam. Dus wat ik niet kan bedenken is P(N:G). Maar wat ik al heb is dat P(G:N) = 90%, verder dat P(G) = 50% en P(N) = 10%. Dus ik moet invullen:
P(G:N) = 90% maal 10%/50% = 90% maal 1/5 = 18%.
Hmmmmm...
Mijn intuïtie hield jammerlijk stil op het punt waarop 16.66% het juiste resultaat zou zijn, indien ik nergens iets zeer simpels over het hoofd had gezien EN alle Chrissen en Dominiques vrouwen waren. Gegeven dat dat laatste maar in de helft van de gevallen waar was zou 16.66% alleen maar een behoorlijk goede schatting zijn. Pas ik vervolgens toe wat ik net van de Conceptuele Ingenieur heb geleerd, dan vind ik dat het juiste antwoord 18% is.
Ik trek stilaan mijn conclusies...
1. Ik denk dat ik de stelling van Bayes correct heb begrepen en toegepast.
2. Ik denk dat mijn scenario's hierboven (50% kans op m/v; 10% kans op een bepaalde voornaam in bovenstaande assumpties en de rest) correct zijn.
3. Het is op de rand van het pathetische (en naar zich laat vrezen de verkeerde rand) dat ik zelfs niet kon bedenken of de schatting van 16.66% nu te hoog of te laag was (ik zie intuïtief trouwens nog altijd niet in waarom 16.66% te laag was).
OK. Ik zou me, vanzelfsprekend, stukken beter voelen als ik punt (3) niet onder ogen hoefde te zien. Maar de 18% lijkt me te goed als "juist resultaat" voor mijn 16.66% als "benadering" om (1) en (2) te laten vallen.
En cerebrale types als ikzelf troosten zich met de gedachte dat ze blijkbaar iets hebben bijgeleerd en kunnen toepassen, waar ze geen flauw benul van hadden. Blijkbaar heb ik ook een voorbeeld gevonden waarin de stelling van Bayes helemaal niet contra-intuïtief is. Niet de stelling zelf lijkt het moeilijk geval te zijn, maar ons dagdagelijks inzicht in de verhouding tussen P(X) en P(Y)...
-------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/de-stelling-van-bayes.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/nog-wat-simpele-statistiek.html
zaterdag 17 mei 2008
En ze zijn er nog trots op ook
Enkele nieuwssites maakten melding van een dubbele moord in Indië. Een jong koppel had de fout begaan verliefd te worden op iemand van het hetzelfde dorp. Het tweetal werd ontvoerd, weggebracht naar een afgelegen plaats, (voor zover we weten) gewurgd en de lichamen werden achtergelaten ter waarschuwing van andere kandidaten om taboes te overtreden.
Meer nog dan de weerzinwekkende moord, het barbaarse ervan, het primitivisme en de domheid, kwam in het nieuw dat het dorp in kwestie quasi als één man achter de gebeurtenissen stond: ze waren er letterlijk "nog trots op ook". Dat gaat zo met de moraal in het algemeen en de seksuele moraal in het bijzonder: er hebben er voor véél minder op de brandstapel gestaan. Er bestaat geen stam in het oerwoud, heeft de één of de ander eens gezegd, of ze verwarren hun achterlijkste zeden en gebruiken met de wetten van de kosmos zelf, en ergens vinden ze de doodstraf voor overtreding niet eens goed genoeg.
Als dit in het Islamitisch deel van Indië was gebeurd, dan zaten we nu wijs met ons hoofd te knikken, en hadden we het zoveelste "bewijs" in handen dat de moslims intrinsiek niet in staat zijn tot beschaving te komen. In werkelijkheid is het een verhaal uit het Hindu gedeelte van Indië. Een halve generatie geleden - en we zouden er wel een soortgelijk bewijs in gezien hebben. Ik heb overigens wel eens gelezen dat de Islam voor sommige delen van Indië de verlichting en de vooruitgang vertegenwoordigt, in vergelijking met de zeden die horen bij het kastensysteem...
Nu het gebeurd is in een samenleving met democratie en een economische ontwikkeling van meer dan 8 percent per jaar, nu al een decennium of twee, nu kunnen we niet anders dan de feiten zien voor wat ze waard zijn. Een "anecdote", en meer niet; het soort dingen dat evengoed ergens anders had kunnen gebeuren, en vaak ook werkelijk gebeurt, zonder dat je er veel uit kan afleiden over wat de betrokken beschaving wel of niet aankan.
Dit soort toestanden is in werkelijkheid alomtegenwoordig. Ze waren "normaal", hier bij ons, tot niet meer dan enkele eeuwen geleden - en nog twee eeuwen na het begin van de Industriële Revolutie waren wij, en niemand anders, het toneel van de Holocaust en de Gulag: allemaal in naam van oerwesterse filosofieën. Waarmee we een sterke indicatie hebben dat wij allemaal, alle zes miljard en oneffen, in staat zijn te evolueren van het normaal niveau, naar een niveau waarin we er niet langer "nog trots op zijn ook".
Meer nog dan de weerzinwekkende moord, het barbaarse ervan, het primitivisme en de domheid, kwam in het nieuw dat het dorp in kwestie quasi als één man achter de gebeurtenissen stond: ze waren er letterlijk "nog trots op ook". Dat gaat zo met de moraal in het algemeen en de seksuele moraal in het bijzonder: er hebben er voor véél minder op de brandstapel gestaan. Er bestaat geen stam in het oerwoud, heeft de één of de ander eens gezegd, of ze verwarren hun achterlijkste zeden en gebruiken met de wetten van de kosmos zelf, en ergens vinden ze de doodstraf voor overtreding niet eens goed genoeg.
Als dit in het Islamitisch deel van Indië was gebeurd, dan zaten we nu wijs met ons hoofd te knikken, en hadden we het zoveelste "bewijs" in handen dat de moslims intrinsiek niet in staat zijn tot beschaving te komen. In werkelijkheid is het een verhaal uit het Hindu gedeelte van Indië. Een halve generatie geleden - en we zouden er wel een soortgelijk bewijs in gezien hebben. Ik heb overigens wel eens gelezen dat de Islam voor sommige delen van Indië de verlichting en de vooruitgang vertegenwoordigt, in vergelijking met de zeden die horen bij het kastensysteem...
Nu het gebeurd is in een samenleving met democratie en een economische ontwikkeling van meer dan 8 percent per jaar, nu al een decennium of twee, nu kunnen we niet anders dan de feiten zien voor wat ze waard zijn. Een "anecdote", en meer niet; het soort dingen dat evengoed ergens anders had kunnen gebeuren, en vaak ook werkelijk gebeurt, zonder dat je er veel uit kan afleiden over wat de betrokken beschaving wel of niet aankan.
Dit soort toestanden is in werkelijkheid alomtegenwoordig. Ze waren "normaal", hier bij ons, tot niet meer dan enkele eeuwen geleden - en nog twee eeuwen na het begin van de Industriële Revolutie waren wij, en niemand anders, het toneel van de Holocaust en de Gulag: allemaal in naam van oerwesterse filosofieën. Waarmee we een sterke indicatie hebben dat wij allemaal, alle zes miljard en oneffen, in staat zijn te evolueren van het normaal niveau, naar een niveau waarin we er niet langer "nog trots op zijn ook".
vrijdag 16 mei 2008
Misschien ben ik wel terug?
Tijdens en na het lange weekend van 1 mei, tot en met dat van 10 mei, dacht ik dat ik geen zin had in bloggen omdat het te mooi weer was. Maar toen ging het mooie weer voorbij en ik had nog altijd geen zin om te bloggen. En ik ben iemand die niet gaat forceren wanneer het niet "vanzelf" gaat: mijn ervaring leert dat de resultaten daarvan vaak niet al te fraai zijn.
Maar toen zag ik twee posts op twee door mij veelbezochte blogs, waar ik me zo mee verwant voelde dat ik er maar meteen over begon te bloggen: de twee vorige posts hier. En zo viel me op: eigenlijk heb ik best nog wel zin om te bloggen.
Eén van de problemen was vermoedelijk slaapgebrek. Of dat zomaar zal overgaan weet ik niet. Een ander probleem was tijdgebrek. Daarvan weet ik nu al dat het niet zal overgaan. En ten slotte voelde ik me helemaal niet "speels". En geloof me, als ik alleen maar "serieus" ben, dan ben ik nog véél minder te pruimen.
Maar dus, wie weet, ben ik nu wel terug. Ik weet het echt zelf niet, het komt allemaal spontaan en impulsief, en dus komt het mogelijk ook helemaal niet. Maar in ieder geval, hier zit ik met mijn vingers over de toetsen te spelen, en dat geeft me alvast geen gevoel van "help, wat doe ik hier".
Maar toen zag ik twee posts op twee door mij veelbezochte blogs, waar ik me zo mee verwant voelde dat ik er maar meteen over begon te bloggen: de twee vorige posts hier. En zo viel me op: eigenlijk heb ik best nog wel zin om te bloggen.
Eén van de problemen was vermoedelijk slaapgebrek. Of dat zomaar zal overgaan weet ik niet. Een ander probleem was tijdgebrek. Daarvan weet ik nu al dat het niet zal overgaan. En ten slotte voelde ik me helemaal niet "speels". En geloof me, als ik alleen maar "serieus" ben, dan ben ik nog véél minder te pruimen.
Maar dus, wie weet, ben ik nu wel terug. Ik weet het echt zelf niet, het komt allemaal spontaan en impulsief, en dus komt het mogelijk ook helemaal niet. Maar in ieder geval, hier zit ik met mijn vingers over de toetsen te spelen, en dat geeft me alvast geen gevoel van "help, wat doe ik hier".
Ik ben VOOR pseudowiskunde (En E = md³)!
De "filosofische ingenieur" schrijft een artikel over "Retorische Wiskunde":
http://koan.filosofie.be/index.php?/archives/1109-Retorische-wiskunde.html
"Retorische Wiskunde" doet me denken aan het boek Intellectueel Bedrog (1,997) van Sokal dat ik destijds laaiend enthousiast gelezen heb, en waarin hij de oraculaire filosofie nogal serieus in zijn hemd zette. Ik ben het dan ook helemaal eens met de "filosofische ingenieur"; zelfs wanneer het object van zijn pijlen Samuel Huntington is, wiens Clash of Civilizations (1,995) ik al even goed vond. Weg met al dat pseudo-intellectueel gedoe, dus, waarbij al dan niet ingebeelde en zelfbenoemde filosofen wegkruipen achter een wetenschappelijk aandoend air, met veel pseudo-formules, om niet zelden een genant gebrek aan inhoud weg te poetsen.
Alleen - Samuel Huntington? De man heeft echt wel echte ideeën. OK, hij heeft er enkele geformuleerd als "sociale mobilisatie / economische ontwikkeling = sociale frustratie (a/b = c)" en dat ziet er dus heel geleerd uit als formule... Terwijl die dingen niet eens kwantificeerbaar zijn! Dat snap ik zelfs, dat dat wel een tikje goedkoop overkomt!
En toch... Het blijft zo dat grootheden toenemen naarmate tellers hoger zijn, en noemers lager. Dus, waarom niet, kunnen we misschien met een breuk uitdrukken dat frustratie stijgt met "sociale mobilisatie" en achterblijvende "ontwikkeling"? Waarom zouden we dat niet lezen (en schrijven) als een krachtige vorm van symboliek? Als we goed voor ogen houden dat het niet letterlijk als formule en berekenbare analyse bedoeld is, pretentieloos dus - waarom zou dat dan niet kunnen?
Maar OK, heel vaak is het helemààl niet pretentieloos bedoeld, wel integendeel, en dan ben ik het helemaal met de filosofische ingenieur eens. Maar ik ben in mijn filosofische zwerftochten al eerder op heel vreemde technieken gestoten. "Narratives", bijvoorbeeld: je vertelt, verzint een verhaal en de consequenties van je eigen verhaal doen je een paar dingen veel scherper begrijpen.
Zo moet je weten dat ikzelf, zomaar in mijn eentje, heb beslist dat sneller dan licht reizen mogelijk is. De formule die dat beschrijft ziet er als volgt uit:
E = md³
En natuurlijk is dat geen knipoog aan een beroemd vers van Shakespeare! Het punt is: de energie die je nodig hebt om een massa m te transporteren over een afstand D neemt evenredig toe met de massa, en met de derde macht van de afstand (in de gewone ruimte, natuurlijk). Dus je schip dat twee lichtjaar kan afleggen heeft verschillende mogelijkheden. Je kan twee keer één lichtjaar doen, en twee maal één eenheid energie verbruiken. Of je kan één keer twee lichtjaar doen, en acht (!) eenheden verbruiken. Van hier naar Betelgeuze was iets van een 500 lichtjaar - en het centrum van de Melkweg, wat was het ook weer, 10,000 lichtjaar?
Je bent niet meer mee? Het punt is, sinds ik in mijn eentje heb beslist dat E = md³ stond ik pas echt vol ontzag te kijken naar de enorme structuur die de Melkweg is. Gewoon een eindje gaan reizen doorheen onze Orionarm zou ofwel gigantische hoeveelheden energie opslortpen, ofwel er uitzien zoals de zeereizen van de marines uit de antieke wereld: heel benepen sprongetjes van haven naar haven, nooit verder dan het beetje bereik van je schepen tegelijk. Kan je je inbeelden hoe de contacten tussen de beschavingen van de Melkweg in dat geval zouden verlopen? Of zelfs hoe ze elkaar maar zouden kunnen vinden?
Ikzelf heb me dat al heel vaak ingebeeld en ik vind het ongelofelijk hoe dat je ideeën structuur geeft. Commerciële uitwisseling. Militaire expansie. De grootste en meest geavanceerde beschavingen nooit meer dan een klein vlekje volume van onze melkweg. Allemaal pure science fiction, maar het zijn wel dingen die meer hebben bijgedragen aan mijn inzicht (nu ja...) in de structuur van de Melkweg dan alle sterrenkaarten bij elkaar.
Dus zolang we nu goed voor ogen houden dat het inderdaad pure science fiction is, en dat er geen haar meer pretentie aan vastzit dan dat - waarom zou dat dan niet even goed kunnen als Huntington die aan mathematical fiction doet om zijn concepten uit te drukken? Dat het jouw stijl niet is, daar kan ik inkomen en er respect voor hebben. Maar om het af te wimpelen met "de moeite niet om verder te discussiëren"? Laten we héél kritisch zijn: helemaal akkoord. Maar laten we het toch ook een béétje een kans geven, misschien?
http://koan.filosofie.be/index.php?/archives/1109-Retorische-wiskunde.html
"Retorische Wiskunde" doet me denken aan het boek Intellectueel Bedrog (1,997) van Sokal dat ik destijds laaiend enthousiast gelezen heb, en waarin hij de oraculaire filosofie nogal serieus in zijn hemd zette. Ik ben het dan ook helemaal eens met de "filosofische ingenieur"; zelfs wanneer het object van zijn pijlen Samuel Huntington is, wiens Clash of Civilizations (1,995) ik al even goed vond. Weg met al dat pseudo-intellectueel gedoe, dus, waarbij al dan niet ingebeelde en zelfbenoemde filosofen wegkruipen achter een wetenschappelijk aandoend air, met veel pseudo-formules, om niet zelden een genant gebrek aan inhoud weg te poetsen.
Alleen - Samuel Huntington? De man heeft echt wel echte ideeën. OK, hij heeft er enkele geformuleerd als "sociale mobilisatie / economische ontwikkeling = sociale frustratie (a/b = c)" en dat ziet er dus heel geleerd uit als formule... Terwijl die dingen niet eens kwantificeerbaar zijn! Dat snap ik zelfs, dat dat wel een tikje goedkoop overkomt!
En toch... Het blijft zo dat grootheden toenemen naarmate tellers hoger zijn, en noemers lager. Dus, waarom niet, kunnen we misschien met een breuk uitdrukken dat frustratie stijgt met "sociale mobilisatie" en achterblijvende "ontwikkeling"? Waarom zouden we dat niet lezen (en schrijven) als een krachtige vorm van symboliek? Als we goed voor ogen houden dat het niet letterlijk als formule en berekenbare analyse bedoeld is, pretentieloos dus - waarom zou dat dan niet kunnen?
Maar OK, heel vaak is het helemààl niet pretentieloos bedoeld, wel integendeel, en dan ben ik het helemaal met de filosofische ingenieur eens. Maar ik ben in mijn filosofische zwerftochten al eerder op heel vreemde technieken gestoten. "Narratives", bijvoorbeeld: je vertelt, verzint een verhaal en de consequenties van je eigen verhaal doen je een paar dingen veel scherper begrijpen.
Zo moet je weten dat ikzelf, zomaar in mijn eentje, heb beslist dat sneller dan licht reizen mogelijk is. De formule die dat beschrijft ziet er als volgt uit:
E = md³
En natuurlijk is dat geen knipoog aan een beroemd vers van Shakespeare! Het punt is: de energie die je nodig hebt om een massa m te transporteren over een afstand D neemt evenredig toe met de massa, en met de derde macht van de afstand (in de gewone ruimte, natuurlijk). Dus je schip dat twee lichtjaar kan afleggen heeft verschillende mogelijkheden. Je kan twee keer één lichtjaar doen, en twee maal één eenheid energie verbruiken. Of je kan één keer twee lichtjaar doen, en acht (!) eenheden verbruiken. Van hier naar Betelgeuze was iets van een 500 lichtjaar - en het centrum van de Melkweg, wat was het ook weer, 10,000 lichtjaar?
Je bent niet meer mee? Het punt is, sinds ik in mijn eentje heb beslist dat E = md³ stond ik pas echt vol ontzag te kijken naar de enorme structuur die de Melkweg is. Gewoon een eindje gaan reizen doorheen onze Orionarm zou ofwel gigantische hoeveelheden energie opslortpen, ofwel er uitzien zoals de zeereizen van de marines uit de antieke wereld: heel benepen sprongetjes van haven naar haven, nooit verder dan het beetje bereik van je schepen tegelijk. Kan je je inbeelden hoe de contacten tussen de beschavingen van de Melkweg in dat geval zouden verlopen? Of zelfs hoe ze elkaar maar zouden kunnen vinden?
Ikzelf heb me dat al heel vaak ingebeeld en ik vind het ongelofelijk hoe dat je ideeën structuur geeft. Commerciële uitwisseling. Militaire expansie. De grootste en meest geavanceerde beschavingen nooit meer dan een klein vlekje volume van onze melkweg. Allemaal pure science fiction, maar het zijn wel dingen die meer hebben bijgedragen aan mijn inzicht (nu ja...) in de structuur van de Melkweg dan alle sterrenkaarten bij elkaar.
Dus zolang we nu goed voor ogen houden dat het inderdaad pure science fiction is, en dat er geen haar meer pretentie aan vastzit dan dat - waarom zou dat dan niet even goed kunnen als Huntington die aan mathematical fiction doet om zijn concepten uit te drukken? Dat het jouw stijl niet is, daar kan ik inkomen en er respect voor hebben. Maar om het af te wimpelen met "de moeite niet om verder te discussiëren"? Laten we héél kritisch zijn: helemaal akkoord. Maar laten we het toch ook een béétje een kans geven, misschien?
zaterdag 10 mei 2008
Het is geen weer om te bloggen.
Een mens heeft gewoon geen zin om binnen achter de computer te zitten. Je wandelt van de ene barecue naar de andere, en als je het een beetje ontspannen aanpakt zijn zelfs die in je eigen tuin aangenaam. OK, aanschuiven voor de boodschappen, het ploeterbadje van peuter Sarah en de nichtjes vullen, tafel in de tuin dekken, de hele rimram.
Maar als je dan die drie ukken zo overgelukkig ziet joelen in hun ploeterbadje en van het badje de zandbak inplonzen en omgekeerd, dan maakt dat toch je dag meer dan goed?
Ook baby Thomas had een fijne dag. De bezoekers vochten bijna om hem op schoot te krijgen, zoveel aandacht heeft hij nog niet vaak gekregen. Baby Thomas moest dan ook erg veel lachen, en dat bezorgde hem nog meer aandacht, zodat hij nog meer moest lachen, enzovoort enzovoort...
Momenteel heeft baby Thomas de hik.
De zomer van 2,008 is nu al beter dan die van 2,007. Acht dagen zon in plaats van vijf. Ik denk dat er nogal veel mensen willen pakken wat ze kunnen krijgen. En dat gebeurt niet door veel blogs te lezen of te schrijven. Tot één dezer, zou ik zeggen...
Maar als je dan die drie ukken zo overgelukkig ziet joelen in hun ploeterbadje en van het badje de zandbak inplonzen en omgekeerd, dan maakt dat toch je dag meer dan goed?
Ook baby Thomas had een fijne dag. De bezoekers vochten bijna om hem op schoot te krijgen, zoveel aandacht heeft hij nog niet vaak gekregen. Baby Thomas moest dan ook erg veel lachen, en dat bezorgde hem nog meer aandacht, zodat hij nog meer moest lachen, enzovoort enzovoort...
Momenteel heeft baby Thomas de hik.
De zomer van 2,008 is nu al beter dan die van 2,007. Acht dagen zon in plaats van vijf. Ik denk dat er nogal veel mensen willen pakken wat ze kunnen krijgen. En dat gebeurt niet door veel blogs te lezen of te schrijven. Tot één dezer, zou ik zeggen...
donderdag 8 mei 2008
Nog wat simpele statistiek
Na het gastartikel van de Filosofische Ingenieur (1) schoot me te binnen dat ikzelf ook ooit nog één klein ideetje uit de statistiek had overmeesterd, dat waard is eens vemeld te worden. Zoals altijd in dit soort gevallen is dit een levende uitnodiging aan zij die de zaken scherper weten te formuleren...
Maar let's go. Beeld je in dat je 100 blanco kaartjes voor je zag liggen, die elk één persoon voorstellen, terwijl de groep willekeurig uit de bevolking is gekozen. Stel dat je van elk kaartje moet zeggen of het een man of een vrouw voorstelt. Aangezien je dat niet kan weten, en aangezien de helft van een populatie mensen uit mannetjes, en de andere uit vrouwtjes bestaat, zal je ruwweg de helft van de gevallen fout raden.
Maar hoe zit het als je een extra stukje informatie toevoegt? Als je op de achterzijde van het kaartje kon lezen wat de kleur van hun ogen is zal je nog steeds de helft van de gevallen fout hebben. Maar wat als hun voornaam daar stond?
Om het verhaal een beetje af te ronden op twee representatieve namen neem ik aan dat er vijftig kaartjes zijn met "Sarah", en op de andere vijftig staat "Thomas". Meteen heb je alle kaartjes goed: er bestaat een 100% verband tussen voornaam en geslacht. Twee namen is evenwel niet erg realistisch en en om er een reëel probleem in te brengen maak ik ervan: 45 Sarahs, 45 Thomassen, en 10 keer Chris.
Nu zal je in ongeveer de helft van de gevallen deze Chris fout raden en de 90 andere kaartjes heb je alweer goed. Dat wil zeggen, als je géén extra informatie hebt was je fout 50%. Met de kleur van hun ogen haalde je nog steeds 50%. Met informatie over hun chromosomen - als die een vorm als XX of XY had - zou je je fout reduceren tot 0%. En met de voornamen zoals ik ze snel even gekozen heb zou je je fout reduceren tot 5%.
Het is dat "reduceren van de fout" dat ons aan een belangrijk concept helpt. Je neemt het aantal fouten zonder de extra informatie: dat was 50%. Je trekt daarvan af het aantal fouten dat je nog maakt als je de extra informatie wel hebt. In het geval van mijn voornamen was dat 5%, dus het verschil is 45%. Dat is de foutreductie: het aantal fouten dat je niet meer maakt dank zij die extra informatie. Die foutreductie vergelijk je nu met het oorspronkelijk aantal fouten, en wel met de eeuwenoude techniek van de deling. Je deelt de reductie (45%) door de oorspronkelijke proportie (50%) en het resultaat van die deling is 90%. En dat cijfer zegt je heel nauwkeurig iets over hoe belangrijk je extra informatie is voor het onderzochte onderwerp. Als een extra element je toelaat een groot deel van de fouten te elimineren, die je maakte zonder die factor, dan zegt dat iets over dat "belang".
Neem terug die voorbeelden. De kleur van de ogen liet je niet toe ook maar één fout te vermijden. Je trekt van je oorspronkelijke 50% het aantal fouten dat je nog steeds maakt af, en dat aantal was ook 50%. Foutreductie nul, gedeeld door de oorspronkelijke fout van 50%, blijft nog steeds nul percent. Nul percent is het belang van de kleur van de ogen voor het geslacht! Maar met de voornaam kwamen we aan 90%. Hey, ik probeer je niet te vertellen dat er een groot verband bestaat tussen iemands voornaam en iemands geslacht: dat wist je al. Ik probeer alleen te tonen hoe dat soort verbanden in cijfers kan uitgedrukt worden. Als ik me niet vergis is de technische term voor wat ik hier "het belang van informatie" noem "statistisch significant".
OK, we zitten alweer aan de verkeerde kant van de grens van mijn cijferinzicht. Maar het is toch iets dat hier op trekt. Vragen, verwijten, kritieken, beschuldigingen...? Je kent het adres.
-----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/de-stelling-van-bayes.html
Maar let's go. Beeld je in dat je 100 blanco kaartjes voor je zag liggen, die elk één persoon voorstellen, terwijl de groep willekeurig uit de bevolking is gekozen. Stel dat je van elk kaartje moet zeggen of het een man of een vrouw voorstelt. Aangezien je dat niet kan weten, en aangezien de helft van een populatie mensen uit mannetjes, en de andere uit vrouwtjes bestaat, zal je ruwweg de helft van de gevallen fout raden.
Maar hoe zit het als je een extra stukje informatie toevoegt? Als je op de achterzijde van het kaartje kon lezen wat de kleur van hun ogen is zal je nog steeds de helft van de gevallen fout hebben. Maar wat als hun voornaam daar stond?
Om het verhaal een beetje af te ronden op twee representatieve namen neem ik aan dat er vijftig kaartjes zijn met "Sarah", en op de andere vijftig staat "Thomas". Meteen heb je alle kaartjes goed: er bestaat een 100% verband tussen voornaam en geslacht. Twee namen is evenwel niet erg realistisch en en om er een reëel probleem in te brengen maak ik ervan: 45 Sarahs, 45 Thomassen, en 10 keer Chris.
Nu zal je in ongeveer de helft van de gevallen deze Chris fout raden en de 90 andere kaartjes heb je alweer goed. Dat wil zeggen, als je géén extra informatie hebt was je fout 50%. Met de kleur van hun ogen haalde je nog steeds 50%. Met informatie over hun chromosomen - als die een vorm als XX of XY had - zou je je fout reduceren tot 0%. En met de voornamen zoals ik ze snel even gekozen heb zou je je fout reduceren tot 5%.
Het is dat "reduceren van de fout" dat ons aan een belangrijk concept helpt. Je neemt het aantal fouten zonder de extra informatie: dat was 50%. Je trekt daarvan af het aantal fouten dat je nog maakt als je de extra informatie wel hebt. In het geval van mijn voornamen was dat 5%, dus het verschil is 45%. Dat is de foutreductie: het aantal fouten dat je niet meer maakt dank zij die extra informatie. Die foutreductie vergelijk je nu met het oorspronkelijk aantal fouten, en wel met de eeuwenoude techniek van de deling. Je deelt de reductie (45%) door de oorspronkelijke proportie (50%) en het resultaat van die deling is 90%. En dat cijfer zegt je heel nauwkeurig iets over hoe belangrijk je extra informatie is voor het onderzochte onderwerp. Als een extra element je toelaat een groot deel van de fouten te elimineren, die je maakte zonder die factor, dan zegt dat iets over dat "belang".
Neem terug die voorbeelden. De kleur van de ogen liet je niet toe ook maar één fout te vermijden. Je trekt van je oorspronkelijke 50% het aantal fouten dat je nog steeds maakt af, en dat aantal was ook 50%. Foutreductie nul, gedeeld door de oorspronkelijke fout van 50%, blijft nog steeds nul percent. Nul percent is het belang van de kleur van de ogen voor het geslacht! Maar met de voornaam kwamen we aan 90%. Hey, ik probeer je niet te vertellen dat er een groot verband bestaat tussen iemands voornaam en iemands geslacht: dat wist je al. Ik probeer alleen te tonen hoe dat soort verbanden in cijfers kan uitgedrukt worden. Als ik me niet vergis is de technische term voor wat ik hier "het belang van informatie" noem "statistisch significant".
OK, we zitten alweer aan de verkeerde kant van de grens van mijn cijferinzicht. Maar het is toch iets dat hier op trekt. Vragen, verwijten, kritieken, beschuldigingen...? Je kent het adres.
-----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/de-stelling-van-bayes.html
woensdag 7 mei 2008
Het gaat almaar sneller...
... luidt een kreet die ik geregeld hoor. Hoewel ik natuurlijk wel weet wat ze ermee bedoelen heb ik er toch al dikwijls lopen over piekeren.
Neem nu hoe onze schoolgaande kinderen op een halve generatie tijd zijn overgeschakeld van borden en pennen op computers en internet. Spectaculaire ontwikkelingen; als dat niet bewijst dat we midden in de “ongehoorde ontwikkelingen” zitten! Alleen - is dat werkelijk zoveel indrukwekkender dan het verschil met niet eens zo heel lang geleden, toen de meeste kinderen om te beginnen niet eens naar school gingen? Is het verschil tussen een samenleving waarin quasi iedereen geletterd en toch een beetje gecijferd is, en één waarin quasi ongeletterde kinderen op het veld of in de fabriek gaan werken, niet veel groter dan het verschil tussen wel of geen computer in de klas?
En dan de geneeskunde! Nog spectaculairder! Desondanks vraag ik me af wie nu de meest revolutionaire ontwikkeling doormaakt. Voor (pakweg) 1,850 gaf men je een fles whisky en iets om in te bijten als je geopereerd moest worden, en na 1,850 gaf men je verdoving. Al eens gedacht, tijdens je jaarlijks controlebezoek aan de tandarts, aan (pakweg) het jaar 1,849 (1)?
Ik wil niet op basis van twee anecdotes ontkennen dat de ontwikkelingen van de laatste decennia spectaculair waren. Ik wil alleen ontkennen wat sommige mensen vaak impliciet denken: dat de wereld tot de periode van onze grootouders zo goed als stilstond. Overigens heb ik een tijdje teksten uit zeer verschillende tijdperken in het achterhoofd gehouden, waarin telkens stond dat de wereld “100 jaar geleden” toch wel heel erg saai en dood was, maar de ontwikkelingen van “nu” waarlijk spectaculair waren. De eerste dateerde van ergens in de dertiende eeuw, en voor ongeveer alle volgende eeuwen heb ik voorbeelden gevonden: allemaal vonden ze dat ze verbluffend veel verder stonden dan de wereld van 100 jaar voor hun tijd. Vaak klonk het als "de werkman van nu zou het brood niet willen eten van de adel van vorige eeuw".
Waar zou dat soort illusie vandaan komen? Ik heb een theorie: Samengestelde Interest (2)! Beeld je in dat je voor een willekeurig gekozen tijdperk de som van alle menselijke verwezenlijkingen (technologie, welvaart, organizatie, ambitie, enzovoort) symbolizeert met het cijfer 100. En zeg nu dat in een bepaalde samenleving de menselijke inventiviteit een jaarlijkse groei van 1% realizeert, bovenop wat er op elk moment al is. Dus dan komt er in het eerste jaar 1 bij, en in het tweede jaar komt er 1.01 bij, en in het derde 1.0101 (totaal: 103.0201), en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan, en een pak eeuwen later denkt iedereen dat de wereld destijds zo goed als stilstond.
Hoeveel “eeuwen later”? Wel, met samengestelde interest kunnen we berekenen dat een jaarlijkse groei van 1% op drie eeuwen van onze initiële 100 al 2,000 heeft gemaakt. Je zou het er niet aan gezegd hebben als je naar die 1 en 1.01 van de eerste jaren keek, maar na drie eeuwen komt er per jaar al 20 (1% van 2,000) bij – niet meer te vergelijken met de armoedzaaiers die aan het begin slechts 1 of 1.01 konden toevoegen.
En “100 jaar geleden”, na slechts twee eeuwen, dus, toen het kapitaal nog maar was opgelopen tot een dikke 700, toen kwam er nog maar 7 bij per jaar: voor mensen die gewoon zijn aan een groei van rond de twintig per jaar, armtierig genoeg om te negeren. Terwijl, na duizend jaar, je initiële 100 is opgelopen tot 2,000,000. De jaarlijkse toename van 1% bedraagt nu 20,000 eenheden – 200 keer het totaal van een millennium geleden. Zou dat kunnen, dat onze jaarlijkse groei van nu gelijk is aan 200 keer de totale welvaart van de tijd van de Kruistochten?
Wat is de moraal van dit verhaal, of misschien beter gezegd, mijn “theorie”? Mijn theorie is dat je helemaal geen spectaculaire theorieën of interventies nodig hebt om het verschil tussen armoede en ontwikkeling te verklaren. Het volstaat aan te nemen dat de menselijke inventiviteit een uiterst bescheiden jaarlijkse groei voldoende lang weet vol te houden, en een vooruitgang die percentueel even groot was als ze altijd geweest is ziet er “vandaag” veel groter uit dan “100 jaar geleden”.
Merk overigens ook op dat “mijn theorie” niet eens ontkent dat er spectaculaire ontwikkelingen geweest zijn. Het enige wat hier staat is dat ze er niet hoeven geweest te zijn. Het is bedoeld als iets dat de bewijslast vergroot voor iemand die met grote verhalen afkomt. Je weet wel: “en als toen X of Y niet zus en zo hadden gedaan, dan waren wij nu allemaal weetikveelwat aan het doen” (maar in ieder geval iets waarbij je nog in de bomen hangt).
Want dat laatste kan! Het lijkt me helemaal niet denkbeeldig dat er bepaalde gebeurtenissen en/of personen zijn, die letterlijk eeuwen van verschil maken. Alleen denk ik ook dat we veel harder moeten werken om dat dan ook hard te maken. Want het volstaat dat je die spectaculaire ontwikkelingen vervangt door een volgehouden gemiddelde groei van 1% per jaar, en je ziet dat je er zonder spectaculaire ontwikkelingen ook was gekomen.
-------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/de-rijkste-man-ter-wereld.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
Neem nu hoe onze schoolgaande kinderen op een halve generatie tijd zijn overgeschakeld van borden en pennen op computers en internet. Spectaculaire ontwikkelingen; als dat niet bewijst dat we midden in de “ongehoorde ontwikkelingen” zitten! Alleen - is dat werkelijk zoveel indrukwekkender dan het verschil met niet eens zo heel lang geleden, toen de meeste kinderen om te beginnen niet eens naar school gingen? Is het verschil tussen een samenleving waarin quasi iedereen geletterd en toch een beetje gecijferd is, en één waarin quasi ongeletterde kinderen op het veld of in de fabriek gaan werken, niet veel groter dan het verschil tussen wel of geen computer in de klas?
En dan de geneeskunde! Nog spectaculairder! Desondanks vraag ik me af wie nu de meest revolutionaire ontwikkeling doormaakt. Voor (pakweg) 1,850 gaf men je een fles whisky en iets om in te bijten als je geopereerd moest worden, en na 1,850 gaf men je verdoving. Al eens gedacht, tijdens je jaarlijks controlebezoek aan de tandarts, aan (pakweg) het jaar 1,849 (1)?
Ik wil niet op basis van twee anecdotes ontkennen dat de ontwikkelingen van de laatste decennia spectaculair waren. Ik wil alleen ontkennen wat sommige mensen vaak impliciet denken: dat de wereld tot de periode van onze grootouders zo goed als stilstond. Overigens heb ik een tijdje teksten uit zeer verschillende tijdperken in het achterhoofd gehouden, waarin telkens stond dat de wereld “100 jaar geleden” toch wel heel erg saai en dood was, maar de ontwikkelingen van “nu” waarlijk spectaculair waren. De eerste dateerde van ergens in de dertiende eeuw, en voor ongeveer alle volgende eeuwen heb ik voorbeelden gevonden: allemaal vonden ze dat ze verbluffend veel verder stonden dan de wereld van 100 jaar voor hun tijd. Vaak klonk het als "de werkman van nu zou het brood niet willen eten van de adel van vorige eeuw".
Waar zou dat soort illusie vandaan komen? Ik heb een theorie: Samengestelde Interest (2)! Beeld je in dat je voor een willekeurig gekozen tijdperk de som van alle menselijke verwezenlijkingen (technologie, welvaart, organizatie, ambitie, enzovoort) symbolizeert met het cijfer 100. En zeg nu dat in een bepaalde samenleving de menselijke inventiviteit een jaarlijkse groei van 1% realizeert, bovenop wat er op elk moment al is. Dus dan komt er in het eerste jaar 1 bij, en in het tweede jaar komt er 1.01 bij, en in het derde 1.0101 (totaal: 103.0201), en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan, en een pak eeuwen later denkt iedereen dat de wereld destijds zo goed als stilstond.
Hoeveel “eeuwen later”? Wel, met samengestelde interest kunnen we berekenen dat een jaarlijkse groei van 1% op drie eeuwen van onze initiële 100 al 2,000 heeft gemaakt. Je zou het er niet aan gezegd hebben als je naar die 1 en 1.01 van de eerste jaren keek, maar na drie eeuwen komt er per jaar al 20 (1% van 2,000) bij – niet meer te vergelijken met de armoedzaaiers die aan het begin slechts 1 of 1.01 konden toevoegen.
En “100 jaar geleden”, na slechts twee eeuwen, dus, toen het kapitaal nog maar was opgelopen tot een dikke 700, toen kwam er nog maar 7 bij per jaar: voor mensen die gewoon zijn aan een groei van rond de twintig per jaar, armtierig genoeg om te negeren. Terwijl, na duizend jaar, je initiële 100 is opgelopen tot 2,000,000. De jaarlijkse toename van 1% bedraagt nu 20,000 eenheden – 200 keer het totaal van een millennium geleden. Zou dat kunnen, dat onze jaarlijkse groei van nu gelijk is aan 200 keer de totale welvaart van de tijd van de Kruistochten?
Wat is de moraal van dit verhaal, of misschien beter gezegd, mijn “theorie”? Mijn theorie is dat je helemaal geen spectaculaire theorieën of interventies nodig hebt om het verschil tussen armoede en ontwikkeling te verklaren. Het volstaat aan te nemen dat de menselijke inventiviteit een uiterst bescheiden jaarlijkse groei voldoende lang weet vol te houden, en een vooruitgang die percentueel even groot was als ze altijd geweest is ziet er “vandaag” veel groter uit dan “100 jaar geleden”.
Merk overigens ook op dat “mijn theorie” niet eens ontkent dat er spectaculaire ontwikkelingen geweest zijn. Het enige wat hier staat is dat ze er niet hoeven geweest te zijn. Het is bedoeld als iets dat de bewijslast vergroot voor iemand die met grote verhalen afkomt. Je weet wel: “en als toen X of Y niet zus en zo hadden gedaan, dan waren wij nu allemaal weetikveelwat aan het doen” (maar in ieder geval iets waarbij je nog in de bomen hangt).
Want dat laatste kan! Het lijkt me helemaal niet denkbeeldig dat er bepaalde gebeurtenissen en/of personen zijn, die letterlijk eeuwen van verschil maken. Alleen denk ik ook dat we veel harder moeten werken om dat dan ook hard te maken. Want het volstaat dat je die spectaculaire ontwikkelingen vervangt door een volgehouden gemiddelde groei van 1% per jaar, en je ziet dat je er zonder spectaculaire ontwikkelingen ook was gekomen.
-------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/de-rijkste-man-ter-wereld.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
Abonneren op:
Posts (Atom)