In (ruwweg) 500 BC brak er oorlog uit tussen een antieke beschaving die de voorloper van "het Westen" zou worden, en een antieke beschaving die de voorloper van Perzië/Iran, en dus (mee) "de Islam" zou worden. Aan de Westerse kant stonden "de Grieken", en aan de Perzische kant stond de dynastie van de Achaemeniden, en dit blog heeft er een hele serie aan gewijd (1). In de eeuwen daarna zou het geregeld slaande ruzie blijven ("Romeinen" versus "Parthen", iemand?) en een vol millennium later, in 500 AD, vochten ze nog altijd: "Byzantijnen" versus "Sassaniden".
Het eeuwendurende spel van oorlog, koude oorlog, gewapende vrede en echte vrede had een merkwaardige impact op de wereldgeschiedenis. We zitten in "het Vierde" en "het vijfde" millennium (2) sinds de eerste beschavingen, en heel Eurazië is al (min of meer) verbonden door een gecultiveerde gordel, van Europa over Egypte, Mesopotamië, Perzië en Indië tot China. Dus liepen doorheen heel die uitgestrekte gordel handelsroutes. Als je vanuit Constantinopel (het Europese vertrekpunt) een "rechte" lijn trekt naar die andere beschavingen, dan loopt je Romeinse karavaan dwars door Perzië. Je kan je gemakkelijk inbeelden hoe, naarmate de verhouding tussen (noem ze) "de Romeinen" en "de Perzen" meer of minder gespannen was, de handelsroutes inderdaad recht door Perzisch gebied liepen, of integendeel probeerden de randen van de Perzische invloedssfeer af te tasten.
Ideaal is dat je er op dit punt je wereldbol bijhaalt, en meetast naar wat zoal de alternatieven zijn, als je vanuit Rome naar Peking wil reizen. Je kan noordelijk gaan. Daar stuit je op al die steppevolkeren te paard die af en toe veel ellende veroorzaakten, en die niet altijd beter waren dan de Perzen. In het bijzonder wanneer ze nieuwsgierig werden naar waar al die karavanen vandaan kwamen en allemaal tegelijk op hun paard sprongen om een kijkje te komen nemen... Wel, dat is een ander verhaal.
De verste alternatieve route langs het zuiden liep per schip tussen Egypte en het Arabisch schiereiland, en dan langs de kust tot in de Indische oceaan. Parallel daarmee, iets meer naar het noorden en oosten, was er ook een landroute, bruikbaar per kameel, die liep naar de havens van Yemen, en vandaar weer per schip langs de kust. In periodes waarin het antieke Westen op zoek was naar alternatieve routes kwamen steden als Petra en Palmyra tot bloei. Quasi Romeinse nederzettingen aan de noordelijke rand van de woestijn, waarmee ze probeerden de Perzische invloedssfeer zo ver mogelijk terug te dringen, door vandaar uit de zuidelijke routes te kiezen. We houden deze route, tussen de Egyptische en Arabische kusten even in het achterhoofd.
Intussen waren dat allemaal omwegen, door gevaarlijke gebieden, primitieve volkeren, woestijnen en zeeën... Niet het soort routes die je koos als het niet nodig was. Dus in periodes waarin er langdurige vrede was - en dat kan, in een tijdperk dat een vol millennium duurt; het verschil tussen de Kruistochten en de digitale computer - vielen steden als Palmyra weer in onbruik en de zuidelijker culturen vervielen terug in nomadisme. Dat was nu eenmaal het primitievere, maar enige alternatief voor deelnemen aan de beschavingen zelf.
Ruwweg in 400 AD sluiten "Romeinen" en "Perzen" een vrede die het een eeuw zal volhouden. De handelsroutes verleggen zich dus weer naar het centrum, en het relatief belang van de grensstaten en -culturen in het hoge noorden en diepe zuiden neemt af. Ruwweg in 500 AD breekt de oorlog echter weer volop uit, en nu winnen de handelsroutes langs de marges terug aan belang. Eb en vloed van de wereldgeschiedenis. Opnieuw bloeien de nederzettingen, steden en culturen in de grensstreken. Na enkele decennia van bloei kan de ene natuurlijk al wat meer opvallen dan de andere, daar aan die handelsroutes tussen Damascus en Yemen.
Neem bovendien in overweging dat ook het oosten van Afrika, Ethiopië, in die periode opbloeiende culturen kent, zodat ook daar handelsroutes vertrekken, en wel naar het noorden. Mesopotamië! De route die van de Hoorn van Afrika naar de Perzische steden bij Tigris en Eufraat loopt, kruist de landroute die parallel met de Rode Zee naast Egypte loopt: we hielden die daarnet even in het achterhoofd. In de eeuw na 400 AD zal het er een saaie bedoening geweest zijn: vrede tussen Romeinen en Perzen. In de eeuw na 500 AD zal er meer te beleven geweest zijn: oorlog tussen Romeinen en Perzen.
Het volstaat dat ergens bij dat kruispunt een oase ligt, en je kan je voorstellen hoe daar een geürbanizeerde cultuur opbloeit, met karavanen en "stedelijk kapitalisme" en al die bijhorende dingen die een groot verschil kunnen maken. Bijvoorbeeld, wanneer de één of ander van die uitzonderlijk begaafde, uitzonderlijk charismatische persoonlijkheden die de mensheid af en toe overkomen, geboren wordt in de verlaten woestijn van het jaar 480 AD, dan lijkt er toch veel kans te zijn dat het effect daarvan, uim... "verzandt"? Terwijl, als diezelfde uitzonderlijke persoonlijkheid, op exact dezelfde plaats, maar een eeuw later in dat bruisende stadje op het kruispunt van actieve handelsroutes geboren wordt, de gevolgen er wel eens heel anders kunnen uitzien. Voel je het komen? Dat stadje op het kruispunt van die handelsroutes heet "Mecca", en de man die daar rond 580 AD geboren wordt is niemand anders dan de profeet Mohammed.
En dus opnieuw: voel je de vragen rijzen? Wat als de Perzen en de Romeinen een kleine eeuw daarvoor eens een definitieve vrede hadden gesloten? Wat als Mohammed 1,000 kilometer in de richting van nowhere was geboren? Het verhaal van de geschiedenis, sinds ca. 500 AD tot nu, had er heel anders kunnen uitzien, afhankelijk van het humeur van enkele Romeinse en Perzische diplomaten van die tijd. Ik kan me voorstellen dat sommigen daar Goddelijke Voorzienigheid in zullen zien.
-------------------------------------------------------------
(1) de hele reeks url's staat netjes bij elkaar onderaan de post:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/300-de-perzen-zijn-boos.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/het-zevende-millennium.html
"once help is assured to such an extent that it is apt to reduce individuals' efforts, it seems an obvious corollary to compel them to insure (or otherwise provide) against those common hazards of life." (F.A. Hayek, The Constitution of Liberty, hoofdstuk 19, over een mandaat tot verplichte ziekteverzekering)
woensdag 23 mei 2007
maandag 21 mei 2007
"Gelijk"? Of "Geluk"?
Een collega vindt dat er iets belangrijks ontbreekt in mijn posts over de "belastingbetaler wil weten" (1). Zoals het er staat, vindt hij, is het heel duidelijk dat mijn voorstel tot nu toe (op een nominaal bedrag van 100 miljoen euro, wat voor dit onderwerp een peulschil is) 1 miljoen euro zou gekost hebben. En het is ook heel duidelijk dat het ongeveer 15 maanden na het voorstel niet langer geld zou kosten, maar er ook nog geen oplevert. En het is duidelijk dat het afhangt van de verder evolutie van de interestvoeten - die onzeker is - of we er bij het verder verloop van de tijd geld aan zouden verdienen (namelijk indien de rente verder zou stijgen), dan wel of we er weer aan zouden gaan verliezen (indien de rentes weer zouden zakken).
Dus dat is allemaal perfect duidelijk. Maar er is één ding dat daarbij ontbreekt, en dat ik (zo "beschuldigt" hij) actief heb proberen te verbergen. Dat is het feit dat naar alle financiële maatstaven mijn "voorstel" een spectaculair succes was. En ik biecht op dat ik dat inderdaad heb proberen te verbergen! Het is immers zo simpel om te laten zien dat het (ondanks al die andere dingen die ik er over gezegd heb, en die heus wel juist waren) een spectaculair succes was, dat het feit dat ik het niet gedaan heb niets anders kan zijn dan een poging tot wegmoffelen. Laat ik dus eerst dat succes tonen, en vervolgens zeggen waarom ik het probeer weg te moffelen.
Het succes is heel simpel te tonen. Stel dat "de Staat" mijn voorstel van destijds had uitgevoerd. Zoals ik al zei, na de eerste vijftien maanden zou dat (aan "de belastingbetaler") ongeveer 1 miljoen euro gekost hebben. Maar intussen zou "de Staat" dat financiëel instrument in handen hebben, dat garandeert dat we de volgende 585 maanden (het was immers een voorstel op vijftig jaar) niet meer dan 4.00% moeten betalen. Aangezien ik over een instrument praat dat zich afspeelt in zowat de meest liquide markten van de wereld, zouden we dat heel eenvoudig weer kunnen verkopen in de markt. Het gaat over een zeer elementair product, en uitrekenen wat de waarde van dat instrument is, is in mijn job een kwestie van seconden. Dat is géén overdrijving: seconden. 35 seconden om precies te zijn.
Zo gezegd, zo gedaan. Het antwoord op de datum van mijn laatste post daarover is: 10 miljoen euro.
Dus: de staat die 15 maand geleden mijn voorstel had opgevolgd, had de eerste vijftien maanden één miljoen euro betaald, en had vervolgens het zaakje kunnen "omdraaien" (zoals wij dat noemen), en daar 10 miljoen euro voor kunnen ontvangen. Tien miljoen opbrengsten min één miljoen kosten is negen miljoen euro winst: niet slecht voor één postje op Speels maar Serieus.
Natuurlijk, "de Staat" die dat allemaal had gedaan, inclusief het incasseren van de 9 mio euro, heeft nu het openstaand risico dat ik de hele tijd beschrijf.
Maar "de Staat" die helemaal niets gedaan heeft, heeft ook dat openstaand risico (dat is nu juist waar ik me de hele tijd over beklaag), maar geen 9 miljoen euro.
En meer dan dat zit er niet aan vast.
Maar waarom probeer ik dat dan allemaal zo hard te verbergen, of toch minstens te verzwijgen?
Wel, het antwoord daarop zit in mijn posts over "financiële voorspellingen" (2). Dat "spectaculair succes" is op zich precies even indrukwekkend als iemand die bij één of ander spel uitroept "ik voel dat het een zes zal zijn!", met een dobbelsteen werpt, en vervolgens nog een zes werpt ook. Daarmee heeft hij geen "gelijk" gekregen, hij heeft alleen maar "geluk" gehad. En daar hoog over van de toren blazen is precies even kinderachtig als de dobbelspeler die begint te kraaien van "zie je wel, ik wist het!". In spelletjes als "Advanced Dungeons and Dragons" deed ik het ook; in serieus bedoelde teksten liever niet.
De reden waarom ik dat "succes" verzweeg was dat het me niet te doen is om één of ander "gelijk". Dat zou neerkomen op het verwarren van "gelijk" hebben met "geluk" hebben. Mijn posts gaan niet over de vraag wat de interesten zullen doen, de komende vijftig jaar (omdat niemand dat weet), maar wel over de vraag welke risico's we aan het nemen zijn. En hoe hard onze bewindvoerders daarover hebben nagedacht. En of ze misschien een heel kortzichtig beleid aan het voeren zijn, waarbij ze mogelijke (zware, heel, heel zware) kosten naar de toekomst verschuiven, om het budget van dat jaar er beter te laten uitzien.
Nu, mijn collega begrijpt al die dingen, hoor. Dit is voor mensen die in de financiële markten werken even elementair als de buitenspelval voor een professionele voetballer. Mijn collega verwart dus niet "gelijk" met "geluk". Mijn collega pleit ervoor het geluk dat ik heb gehad aan te vullen met de "winst" die ik ook heb - tenminste in de virtuele wereld waarin iemand mijn voorstel had uitgevoerd.
Het verschil, zegt mijn collega, is dat dat mensen die al die posts nu lezen waarschijnlijk denken dat het nog altijd een zeer twijfelachtig voorstel was. Zoals ik het tot nu toe had verteld hebben we er nog geen euro aan verdiend. Dus vragen de niet ingewijde lezers zich waarschijnlijk af waarom ik er maar over blijf doorzeuren. En dat is heel gemakkelijk op te lossen door er op te wijzen dat er niet alleen "geluk" in het spel is, maar wel degelijk ook winst; veel winst. De "winst" die je had kunnen hebben door iets te doen is, vanzelfsprekend, hetzelfde als het verlies dat je hebt omdat je het niet hebt gedaan. Dat kan perfect zonder over "gelijk" te beginnen. En het laat nog steeds toe als belastingbetaler de vraag te stellen waar we mee bezig zijn.
Straks gaat hij me nog beschuldigen van overdreven bescheidenheid. Ach, eens moet de eerste keer zijn, nietwaar?
----------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/05/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-5.html plus de eerdere afleveringen
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/04/nog-eens-financile-voorspellingen.html plus de eerdere afleveringen
Dus dat is allemaal perfect duidelijk. Maar er is één ding dat daarbij ontbreekt, en dat ik (zo "beschuldigt" hij) actief heb proberen te verbergen. Dat is het feit dat naar alle financiële maatstaven mijn "voorstel" een spectaculair succes was. En ik biecht op dat ik dat inderdaad heb proberen te verbergen! Het is immers zo simpel om te laten zien dat het (ondanks al die andere dingen die ik er over gezegd heb, en die heus wel juist waren) een spectaculair succes was, dat het feit dat ik het niet gedaan heb niets anders kan zijn dan een poging tot wegmoffelen. Laat ik dus eerst dat succes tonen, en vervolgens zeggen waarom ik het probeer weg te moffelen.
Het succes is heel simpel te tonen. Stel dat "de Staat" mijn voorstel van destijds had uitgevoerd. Zoals ik al zei, na de eerste vijftien maanden zou dat (aan "de belastingbetaler") ongeveer 1 miljoen euro gekost hebben. Maar intussen zou "de Staat" dat financiëel instrument in handen hebben, dat garandeert dat we de volgende 585 maanden (het was immers een voorstel op vijftig jaar) niet meer dan 4.00% moeten betalen. Aangezien ik over een instrument praat dat zich afspeelt in zowat de meest liquide markten van de wereld, zouden we dat heel eenvoudig weer kunnen verkopen in de markt. Het gaat over een zeer elementair product, en uitrekenen wat de waarde van dat instrument is, is in mijn job een kwestie van seconden. Dat is géén overdrijving: seconden. 35 seconden om precies te zijn.
Zo gezegd, zo gedaan. Het antwoord op de datum van mijn laatste post daarover is: 10 miljoen euro.
Dus: de staat die 15 maand geleden mijn voorstel had opgevolgd, had de eerste vijftien maanden één miljoen euro betaald, en had vervolgens het zaakje kunnen "omdraaien" (zoals wij dat noemen), en daar 10 miljoen euro voor kunnen ontvangen. Tien miljoen opbrengsten min één miljoen kosten is negen miljoen euro winst: niet slecht voor één postje op Speels maar Serieus.
Natuurlijk, "de Staat" die dat allemaal had gedaan, inclusief het incasseren van de 9 mio euro, heeft nu het openstaand risico dat ik de hele tijd beschrijf.
Maar "de Staat" die helemaal niets gedaan heeft, heeft ook dat openstaand risico (dat is nu juist waar ik me de hele tijd over beklaag), maar geen 9 miljoen euro.
En meer dan dat zit er niet aan vast.
Maar waarom probeer ik dat dan allemaal zo hard te verbergen, of toch minstens te verzwijgen?
Wel, het antwoord daarop zit in mijn posts over "financiële voorspellingen" (2). Dat "spectaculair succes" is op zich precies even indrukwekkend als iemand die bij één of ander spel uitroept "ik voel dat het een zes zal zijn!", met een dobbelsteen werpt, en vervolgens nog een zes werpt ook. Daarmee heeft hij geen "gelijk" gekregen, hij heeft alleen maar "geluk" gehad. En daar hoog over van de toren blazen is precies even kinderachtig als de dobbelspeler die begint te kraaien van "zie je wel, ik wist het!". In spelletjes als "Advanced Dungeons and Dragons" deed ik het ook; in serieus bedoelde teksten liever niet.
De reden waarom ik dat "succes" verzweeg was dat het me niet te doen is om één of ander "gelijk". Dat zou neerkomen op het verwarren van "gelijk" hebben met "geluk" hebben. Mijn posts gaan niet over de vraag wat de interesten zullen doen, de komende vijftig jaar (omdat niemand dat weet), maar wel over de vraag welke risico's we aan het nemen zijn. En hoe hard onze bewindvoerders daarover hebben nagedacht. En of ze misschien een heel kortzichtig beleid aan het voeren zijn, waarbij ze mogelijke (zware, heel, heel zware) kosten naar de toekomst verschuiven, om het budget van dat jaar er beter te laten uitzien.
Nu, mijn collega begrijpt al die dingen, hoor. Dit is voor mensen die in de financiële markten werken even elementair als de buitenspelval voor een professionele voetballer. Mijn collega verwart dus niet "gelijk" met "geluk". Mijn collega pleit ervoor het geluk dat ik heb gehad aan te vullen met de "winst" die ik ook heb - tenminste in de virtuele wereld waarin iemand mijn voorstel had uitgevoerd.
Het verschil, zegt mijn collega, is dat dat mensen die al die posts nu lezen waarschijnlijk denken dat het nog altijd een zeer twijfelachtig voorstel was. Zoals ik het tot nu toe had verteld hebben we er nog geen euro aan verdiend. Dus vragen de niet ingewijde lezers zich waarschijnlijk af waarom ik er maar over blijf doorzeuren. En dat is heel gemakkelijk op te lossen door er op te wijzen dat er niet alleen "geluk" in het spel is, maar wel degelijk ook winst; veel winst. De "winst" die je had kunnen hebben door iets te doen is, vanzelfsprekend, hetzelfde als het verlies dat je hebt omdat je het niet hebt gedaan. Dat kan perfect zonder over "gelijk" te beginnen. En het laat nog steeds toe als belastingbetaler de vraag te stellen waar we mee bezig zijn.
Straks gaat hij me nog beschuldigen van overdreven bescheidenheid. Ach, eens moet de eerste keer zijn, nietwaar?
----------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/05/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-5.html plus de eerdere afleveringen
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/04/nog-eens-financile-voorspellingen.html plus de eerdere afleveringen
zaterdag 19 mei 2007
Tim Willocks, The Religion
Het boek is nog maar een kwart gevorderd, maar het lijkt me nu al een indrukwekkend verhaal. Het is Anno Domini 1,565 en de Opperturk, Suleiman "the Magnificent", heeft besloten een groep van zijn ergste vijanden definitief uit te schakelen. Het is de bloeiperiode van de Ottomanen, ze zijn de schrik van hun (groot) deel van de wereld, en laten we niet vergeten, nog een eeuw later zouden ze voor de poorten van Wenen staan. Een eeuw nog zou het duren voor duidelijk werd dat de lange strijd tussen het Christendom en de Islam in het voordeel van de eerste was beslecht.
De doodsvijanden van iemand als Suleiman zijn zelf natuurlijk ook niet zomaar om het even wie. Het zijn de Hospitaalridders van Malta! Bij eerdere confrontaties met een supermacht als de Ottomanen van de zestiende eeuw zijn ze onderuit gegaan - dit is tenslotte een tijdperk waarin de Christenheid zich teruggedrongen voelt. Kijk gerust zelf maar even naar de kaart, en vergelijk de Reconquista van Spanje met het verlies van het gebied van Constantinopel tot Wenen.
Maar de Hospitaalridders zijn van plan te leren van hun eerdere fouten. En Malta is hun hoofdkwartier: van nature een burcht, en gebruik makend van de tijdige waarschuwing wordt het eiland in die eerste bladzijden in ijltempo omgebouwd tot een echt stekelvarken. De Jannissaren zullen er plezier aan beleven!
Ik moet op mijn tanden bijten om niet snel even een "hoe zat het ook alweer" te doen. Hoe is dat verhaal eigenlijk afgelopen - Google zou het me in een wip vertellen. Zoals ik al zei, het (tweede) beleg van Wenen is een eeuw later dus die Turken zouden dat best wel eens gehaald kunnen hebben. En toch, de hoofdfiguren zijn de Europeanen. Het is nochtans geen "wij zijn de goeden en zij zijn de slechten" boek; van bij het begin zit in karakter nummer één (Mattias Tannhauser) het vermogen ingebouwd om de Turkse kijk op de zaak even goed te begrijpen als die van de ridders. Maar het zal moeilijk worden het boek "goed" te doen aflopen als Malta uiteindelijk gevallen is. Wel, ik wil het even niet weten...
Het valt me op dat vele karakters aan dat begin van het boek zwaar "larger than life" zijn. Je hebt de Grootmeester van de Hospitaalridders, die honderd land- en zeeslagen heeft overleefd, en je hebt de Inquisiteur met zijn donkerzwarte ogen die zijn enorme macht met een diepgevoelde nederigheid uitoefent, en je hebt Mattias zelf en zijn twee kompanen waarover ik verder maar niets zeg, maar die ik als karakter voor een verhaal niet eens zou durven verzinnen.
Een inquisiteur met doordringende, koolzwarte ogen, komaan zeg.
En ik vergeet Gravin Carla en haar compagnon Amparo, wiens muziek zo aangrijpend is dat de verenigde talenten van Mozart en Beethoven er op een blokfluit bij lijken.
En of het nu daardoor is, of ondanks die pathos is - mijn gevoel voor verhaal is niet ontwikkeld genoeg om het te kunnen zeggen - maar feit is dat heel die cast me meevoert in een onstuitbare nieuwsgierigheid naar de vraag hoe het nu zal aflopen. Je voelt hoe van overal in Europa Hospitaalridders zich naar Malta haasten: de meest gevreesde strijders van het Westen, door hun Turkse vijanden de Hellehonden genoemd. En je voelt hoe Turkse vloten zich verzamelen in de wateren van de Middellandse Zee dat de golven ervan trillen, en terwijl je het leest begrijp je dat er een botsing bezig is die dat deel van de wereld niet meer gezien heeft sinds Rome en Carthago elkaar in het oog hadden.
Ik moet opbiechten, ik ben jaloers op de auteur. Als ik mijn eigen fantasieën kon in woorden uitdrukken, tegen de prijs dat mijn karakters clichés worden, desnoods met de goeden in het wit gekleed en de slechten in het zwart; het zou wel geen literatuur zijn, maar het zou wel enorm fun zijn.
Voorlopig ziet het er naar uit dat ik beter de boeken van anderen lees...
---------------------------------------
Deze post heb ik even later nog opgevolgd met de post:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/06/bloederig-of-realistisch.html
De doodsvijanden van iemand als Suleiman zijn zelf natuurlijk ook niet zomaar om het even wie. Het zijn de Hospitaalridders van Malta! Bij eerdere confrontaties met een supermacht als de Ottomanen van de zestiende eeuw zijn ze onderuit gegaan - dit is tenslotte een tijdperk waarin de Christenheid zich teruggedrongen voelt. Kijk gerust zelf maar even naar de kaart, en vergelijk de Reconquista van Spanje met het verlies van het gebied van Constantinopel tot Wenen.
Maar de Hospitaalridders zijn van plan te leren van hun eerdere fouten. En Malta is hun hoofdkwartier: van nature een burcht, en gebruik makend van de tijdige waarschuwing wordt het eiland in die eerste bladzijden in ijltempo omgebouwd tot een echt stekelvarken. De Jannissaren zullen er plezier aan beleven!
Ik moet op mijn tanden bijten om niet snel even een "hoe zat het ook alweer" te doen. Hoe is dat verhaal eigenlijk afgelopen - Google zou het me in een wip vertellen. Zoals ik al zei, het (tweede) beleg van Wenen is een eeuw later dus die Turken zouden dat best wel eens gehaald kunnen hebben. En toch, de hoofdfiguren zijn de Europeanen. Het is nochtans geen "wij zijn de goeden en zij zijn de slechten" boek; van bij het begin zit in karakter nummer één (Mattias Tannhauser) het vermogen ingebouwd om de Turkse kijk op de zaak even goed te begrijpen als die van de ridders. Maar het zal moeilijk worden het boek "goed" te doen aflopen als Malta uiteindelijk gevallen is. Wel, ik wil het even niet weten...
Het valt me op dat vele karakters aan dat begin van het boek zwaar "larger than life" zijn. Je hebt de Grootmeester van de Hospitaalridders, die honderd land- en zeeslagen heeft overleefd, en je hebt de Inquisiteur met zijn donkerzwarte ogen die zijn enorme macht met een diepgevoelde nederigheid uitoefent, en je hebt Mattias zelf en zijn twee kompanen waarover ik verder maar niets zeg, maar die ik als karakter voor een verhaal niet eens zou durven verzinnen.
Een inquisiteur met doordringende, koolzwarte ogen, komaan zeg.
En ik vergeet Gravin Carla en haar compagnon Amparo, wiens muziek zo aangrijpend is dat de verenigde talenten van Mozart en Beethoven er op een blokfluit bij lijken.
En of het nu daardoor is, of ondanks die pathos is - mijn gevoel voor verhaal is niet ontwikkeld genoeg om het te kunnen zeggen - maar feit is dat heel die cast me meevoert in een onstuitbare nieuwsgierigheid naar de vraag hoe het nu zal aflopen. Je voelt hoe van overal in Europa Hospitaalridders zich naar Malta haasten: de meest gevreesde strijders van het Westen, door hun Turkse vijanden de Hellehonden genoemd. En je voelt hoe Turkse vloten zich verzamelen in de wateren van de Middellandse Zee dat de golven ervan trillen, en terwijl je het leest begrijp je dat er een botsing bezig is die dat deel van de wereld niet meer gezien heeft sinds Rome en Carthago elkaar in het oog hadden.
Ik moet opbiechten, ik ben jaloers op de auteur. Als ik mijn eigen fantasieën kon in woorden uitdrukken, tegen de prijs dat mijn karakters clichés worden, desnoods met de goeden in het wit gekleed en de slechten in het zwart; het zou wel geen literatuur zijn, maar het zou wel enorm fun zijn.
Voorlopig ziet het er naar uit dat ik beter de boeken van anderen lees...
---------------------------------------
Deze post heb ik even later nog opgevolgd met de post:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/06/bloederig-of-realistisch.html
Ik ben terug online! Ik besta terug!
Met de hulp van een gewaardeerd familielid is de computer terug actief. De laatste fase van de verbouwingen zal gaan aanbreken, en in theorie (en per contract) moet dat binnen twee weken voorbij zijn. Natuurlijk wacht er dan een hoop her-verhuiswerk, maar soit, het einde van de tunnel is in zicht.
Dus kan ik terug bloggen, en dat is ook de bedoeling. Ik blog omdat ik het wel geestig vind om die overpeinzingen uit te schrijven, die mensen zoals ik nu eenmaal voortdurend overkomen. De laatste tijd is er in ons Vlaamse blogwereldje wat beroering over mensen die lijstjes maken van "meest populair blog" en "blogs met invloed" en zelfs trucs om je blog hoger op dat soort lijstjes te krijgen. Volgens mij is dat soort beroering de uitdrukking van het feit dat mensen om de verkeerde reden met bloggen bezig zijn. Wie blogt om er rijk of beroemd mee te worden zal (volgens mij) wel nooit heel veel inhoud te bieden hebben, en ik twijfel er sterk aan dat je er in dat geval rijk en beroemd mee kan worden.
Natuurlijk, als je het doet als allerindividueelste expressie van je allerindividueelste emotie zal je ook alleen maar dat deeltje van de mensheid bereiken dat uitgerekend jouw soort inhoud en stijl kan waarderen. Dus daar word je ook niet rijk en beroemd van. Ergo, bloggen is niet zo'n goed medium om rijk en beroemd mee te worden. Natuurlijk, enkele mensen zijn rijk en beroemd geworden met bloggen, maar (steeds volgens mij) is dat nogal analoog aan de lotto. Je kan niet plannen ermee te winnen, je kan hoogstens geluk hebben. In elk geval, ik vind dat je moet bloggen omdat je dat geestig vindt, zoals anderen een muziekinstrument bespelen en zo, en niet om jezelf groter te maken dan je bent, want dat laatste lukt toch niet. En op het einde zit je nijdig te kijken naar iemand die - hijg! - meer gelezen wordt dan jijzelf. Tsk, tsk...
Merk op, dat betekent niet dat ik het fout vind om die lijstjes te maken. Ik vind het alleen fout om daar zo sterk bezorgd om te zijn. Die lijstjes zijn zelfs heel interessant om het verschijnsel van de "fat tails" te bekijken. Die term beschrijft het verschijnsel dat dingen die vroeger nooit aandacht, laat staan "succes" zouden gekend hebben, dank zij internet toch kanalen naar buiten vinden. Vroeger konden alleen de Richard Dawkins-en van deze wereld hun ideeën publiceren, nu kan zelfs ik het ook. Dawkins haalt miljoenen lezers, ikzelf haal er tien - maar vroeger zouden het er nul geweest zijn. (Ik blog, dus ik besta - of had iemand dat al gezegd?)
Dus is het heel interessant om lijstjes van "bezoekers" en "invloed" en "populariteit" te hebben. Alleen (just my two cents) juist die fat tails krijgen we daarvan nooit te zien. Dus lezen we er wat iedereen al wist, LVB heeft een veelgelezen blog en er bestaat een kring rond "gentblogt" die ook veel gelezen wordt, enzovoort. Terwijl ik het wel interessant zou vinden om iets te weten te komen over al die kleine clubjes die zich dank zij het open internet kunnen verzamelen. Zijn er nog blogs voor "luciede rechts"? Interesseren nog andere bloggers zich voor antieke en middeleeuwse geschiedenis? Waarschijnlijk hebben de makers van die lijstjes deze informatie, maar jammer genoeg verspreiden ze alleen hun top drie (of zoiets), waarmee niemand verrast wordt.
Soit. Ik hoop vanaf nu opnieuw geregeld te bloggen. Gewoon omdat ik dat een aangename tijdsbesteding vind.
Dus kan ik terug bloggen, en dat is ook de bedoeling. Ik blog omdat ik het wel geestig vind om die overpeinzingen uit te schrijven, die mensen zoals ik nu eenmaal voortdurend overkomen. De laatste tijd is er in ons Vlaamse blogwereldje wat beroering over mensen die lijstjes maken van "meest populair blog" en "blogs met invloed" en zelfs trucs om je blog hoger op dat soort lijstjes te krijgen. Volgens mij is dat soort beroering de uitdrukking van het feit dat mensen om de verkeerde reden met bloggen bezig zijn. Wie blogt om er rijk of beroemd mee te worden zal (volgens mij) wel nooit heel veel inhoud te bieden hebben, en ik twijfel er sterk aan dat je er in dat geval rijk en beroemd mee kan worden.
Natuurlijk, als je het doet als allerindividueelste expressie van je allerindividueelste emotie zal je ook alleen maar dat deeltje van de mensheid bereiken dat uitgerekend jouw soort inhoud en stijl kan waarderen. Dus daar word je ook niet rijk en beroemd van. Ergo, bloggen is niet zo'n goed medium om rijk en beroemd mee te worden. Natuurlijk, enkele mensen zijn rijk en beroemd geworden met bloggen, maar (steeds volgens mij) is dat nogal analoog aan de lotto. Je kan niet plannen ermee te winnen, je kan hoogstens geluk hebben. In elk geval, ik vind dat je moet bloggen omdat je dat geestig vindt, zoals anderen een muziekinstrument bespelen en zo, en niet om jezelf groter te maken dan je bent, want dat laatste lukt toch niet. En op het einde zit je nijdig te kijken naar iemand die - hijg! - meer gelezen wordt dan jijzelf. Tsk, tsk...
Merk op, dat betekent niet dat ik het fout vind om die lijstjes te maken. Ik vind het alleen fout om daar zo sterk bezorgd om te zijn. Die lijstjes zijn zelfs heel interessant om het verschijnsel van de "fat tails" te bekijken. Die term beschrijft het verschijnsel dat dingen die vroeger nooit aandacht, laat staan "succes" zouden gekend hebben, dank zij internet toch kanalen naar buiten vinden. Vroeger konden alleen de Richard Dawkins-en van deze wereld hun ideeën publiceren, nu kan zelfs ik het ook. Dawkins haalt miljoenen lezers, ikzelf haal er tien - maar vroeger zouden het er nul geweest zijn. (Ik blog, dus ik besta - of had iemand dat al gezegd?)
Dus is het heel interessant om lijstjes van "bezoekers" en "invloed" en "populariteit" te hebben. Alleen (just my two cents) juist die fat tails krijgen we daarvan nooit te zien. Dus lezen we er wat iedereen al wist, LVB heeft een veelgelezen blog en er bestaat een kring rond "gentblogt" die ook veel gelezen wordt, enzovoort. Terwijl ik het wel interessant zou vinden om iets te weten te komen over al die kleine clubjes die zich dank zij het open internet kunnen verzamelen. Zijn er nog blogs voor "luciede rechts"? Interesseren nog andere bloggers zich voor antieke en middeleeuwse geschiedenis? Waarschijnlijk hebben de makers van die lijstjes deze informatie, maar jammer genoeg verspreiden ze alleen hun top drie (of zoiets), waarmee niemand verrast wordt.
Soit. Ik hoop vanaf nu opnieuw geregeld te bloggen. Gewoon omdat ik dat een aangename tijdsbesteding vind.
dinsdag 15 mei 2007
Geen Computer, deel II
De laatste fase van onze verbouwing zal stilaan aanbreken, en wij breken ons hebben en houden op uit de ruimte waarin we ons hadden teruggetrokken, en verhuizen (grotendeels dit weekend) alles naar de plaatsen die intussen zijn opgefrist. De keuken staat er zo ongeveer, de helft van het huis is gevloerd en (vooral) de eethoek die nog een structuur uit de jaren vijftig was heeft nu isolerende ramen en een buitendeur gekregen.
Nu is de ruimte waarin ik momenteel zit te computeren aan de beurt: stenen opbreken en beton gieten en opnieuw vloeren. Daarmee zal er weinig of geen plaats zijn voor een computer, en bovendien raak ik er waarschijnlijk niet mee aan de telefoonlijn verbonden. En dus zou het wel eens kunnen dat het hier heel erg stil wordt, tot ongeveer begin juni.
Een zeer bittere pil, ongetwijfeld. Om het leed een beetje te verzachten grijp ik terug naar een tweelingpost van ook alweer een klein jaar geleden, waarvan ik nog altijd vind dat ze er mochten zijn.
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/06/op-de-stranden-van-colleville-sur-mer.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/06/hier-liggen-hun-lijken-als-zaden-in-t.html
En in afwachting van mijn behouden terugkeer wens ik de virtuele wereld (en de andere ook, daar niet van) van harte het allerbeste toe.
Nu is de ruimte waarin ik momenteel zit te computeren aan de beurt: stenen opbreken en beton gieten en opnieuw vloeren. Daarmee zal er weinig of geen plaats zijn voor een computer, en bovendien raak ik er waarschijnlijk niet mee aan de telefoonlijn verbonden. En dus zou het wel eens kunnen dat het hier heel erg stil wordt, tot ongeveer begin juni.
Een zeer bittere pil, ongetwijfeld. Om het leed een beetje te verzachten grijp ik terug naar een tweelingpost van ook alweer een klein jaar geleden, waarvan ik nog altijd vind dat ze er mochten zijn.
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/06/op-de-stranden-van-colleville-sur-mer.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/06/hier-liggen-hun-lijken-als-zaden-in-t.html
En in afwachting van mijn behouden terugkeer wens ik de virtuele wereld (en de andere ook, daar niet van) van harte het allerbeste toe.
maandag 14 mei 2007
Nogmaals "Natuurlijke Selectie"!
Een hele tijd geleden, in februari 2,005, kwam op het blog van LVB het onderwerp evolutie ter sprake, alsook de vraag of "andere theorieën" (zoals "Intelligent Design") in de wetenschapsles moesten onderwezen worden. Daar heb ik toen een commentaar op gepost, die Luc kort daarna als "gastbijdrage" op het blog zelf plaatste. Nu valt mijn oog daar nog eens op terug, en ik moet zeggen, mijn omschrijving van "natuurlijke selectie" van toen lijkt me beter dan mijn tekst op mijn eigen blog (1), toch alweer een jaartje later.
Daarom volgt hier nog eens die tekst terug, als "oldie but goodie". Hier gaan we:
Gelukkig is de evolutietheorie een erg gemakkelijk te begrijpen theorie, zodat iedereen kan te weten komen wat die eigenlijk zegt. Om meteen de conclusie te verklappen: evolutietheorie is niet iets dat je moet "geloven" of "aannemen", omdat evolutietheorie iets is dat je kan weten.
Kijk even mee:
Als je even om je heen kijkt kan je zien dat geen twee individuen van een populatie perfecte copieën zijn van elkaar. ("variatie")
Als je even om je heen kijkt kan je zien dat veel kenmerken van individuen erfelijk zijn. ("erfelijkheid")
Als je even om je heen kijkt kan je zien dat niet alle individuen nakomelingen krijgen. ("selectie")
So far, so good? Dat is fijn, want daarmee is 90% van het werk gedaan! Immers, als de kenmerken van de individuen verschillen, en als ze niet allemaal evenveel nakomelingen krijgen; dan is het toch niet gewaagd te concluderen dat die verschillen in kenmerken een impact (kunnen) hebben op de kans dat een individu nakomelingen heeft, wel? Of zou een blind konijn echt evenveel nakomelingen hebben als een konijn met uitstekende ogen?
Wel, beschouw dan nu een kenmerk waarvan de variatie inderdaad een effect heeft op de kans op nakomelingschap EN dat bovendien erfelijk is. Als het kenmerk op een gunstige manier variëert, dan moet dat leiden tot meer nakomelingen dan wanneer het kenmerk variëert op een ongunstige manier. Immers, konijnen met betere ogen leven langer dan konijnen met slechtere ogen, en omdat konijnen kweken gelijk de konijnen hebben de eersten meer nakomelingen.
En aangezien we een kenmerk beschouwden dat ook nog erfelijk was, hebben in de volgende generatie meer individuen dat gunstig gevariëerde kenmerk; bijvoorbeeld: betere ogen.
En natuurlijk variëren ook in die nieuwe generatie, waarin het gunstige gevariëerde kenmerk meer voorkomt, wéér alle kenmerken - vermits geen twee individuen een perfecte copie zijn - en er zullen wéér enkele van die variaties bijzijn die een gunstige impact hebben, en dus zullen die wéér (als ze erfelijk zijn) meer in de volgende generaties voorkomen...
Enzovoort.
En dat is alles! Variatie, erfelijkheid en selectie, en verder de logische conclusie die daaruit voortvloeit, inclusief het feit dat variatie cumulatief is. Nieuwe gunstige variatie komt niet "zomaar toevallig" terecht bij individuen die al andere gunstige variatie bezitten, maar omdat individuen die die "andere gunstige variatie" niet bezitten er al niet meer bij zijn.
Dat is logisch waterdicht, en toen het principe ("natuurlijke selectie", Darwin, The Origin of Species, 1859, hoofdstuk 4) gepubliceerd werd, was het een echte sensatie.
Omdat het logisch waterdicht is, is het een theorie. Is het ook wat er in de praktijk is gebeurd?
Eerst een vooral kan je je voor jezelf afvragen wat er zoal in de realiteit moet gebeuren opdat het mechanisme zoals beschreven zich niet zou afspelen. Aangezien over alles wat ik hierboven heb geschreven al 150 jaar quasi consensus bestaat, lijkt dit punt me wel het beste punt om kritieken te bedenken. Als het je lukt... ik garandeer onmiddellijke wereldberoemdheid, ja, ik garandeer de Nobelprijs!
Dus: wat zou bij variatie van erfelijke kenmerken die een impact hebben op de kans op nakomelingschap, kunnen verhinderen dat met het verstrijken van de generaties de gunstige variaties meer en meer in de populatie voorkomen?
Wereldberoemdheid, Nobelprijzen... ik neem er geen woord van terug!
Maar desondanks zijn wetenschappers een stelletje kritische en sceptische zuurpruimen, en dus vonden ze theoretische waterdichtheid en onweerlegbaarheid niet goed genoeg. Was het eigenlijk meer dan zomaar een "theorie"?
En ze stelden kritieken op die de vorm hebben van "ALS de theorie waar is, DAN moet noodzakelijk [zus en zo]".
Bijvoorbeeld: ALS de theorie waar is, DAN moet de aarde noodzakelijk veel ouder zijn dan wij (in 1859) denken.
Dat is het "falsificatieprincipe", een veelgebruikt criterium om "wetenschap" te onderscheiden van geloof. Om een betekenisvolle uitspraak te zijn moeten er gevallen zijn waarin we toegeven dat onze theorie fout is. Bijvoorbeeld, als de aarde slechts zesduizend jaar oud is, dan is de evolutietheorie zeker fout, wegens te weinig tijd.
Wel, tot ca. 1920 of zo was dat een probleem voor de theorie, en toen ontdekte men (aan de hand van radioactiviteit) dat de aarde veel ouder was dan altijd gedacht, en de voorspelling (Darwin maakt die in hoofdstuk 9 van The Origin of species) kwam uit.
Nog een voorbeeld. ALS de theorie waar is, DAN moeten er doorheen de tijdperken voorouders van de huidige soorten geleefd hebben, die verschillend waren van hun huidige nakomelingen, EN die meer beginnen te lijken op die huidige nakomelingen naarmate ze in recentere tijdperken leefden.
Merk op dat dit in lijnrechte contradictie is met het boek Genesis, hoofdstuk 1, dat immers verschillende malen zegt dat elke soort zich voortplant "naar zijn soort". Blijkbaar is deze frontale contradictie één van de redenen waarom de creationisten het zo moeilijk hebben met de theorie.
Welnu, met het verloop van de tijd doken ook werkelijk fossielen op (of ze waren er al, maar ze konden, bijvoorbeeld in 1800, nog niet gedateerd worden), die inderdaad verschuivende kenmerken vertoonden, en wel meer op vandaag levende organismen leken, naarmate ze zelf in recentere tijdperken hadden geleefd.
Daarmee heeft de theorie een voorspelling gedaan, en waargemaakt, die zo spectaculair moeilijk is, dat je tot vandaag mensen zich in allerlei bochten ziet wringen om te ontkennen wat ze zelf met hun eigen ogen kunnen gaan zien, bijvoorbeeld, in het Natuurkundig Museum in Brussel :-)
Om deze, en soortgelijke, redenen, is de evolutietheorie een wetenschappelijke theorie, en geen geloof. Het is iets dat je niet hoeft te geloven, omdat het iets is dat je kan weten. Het heeft hetzelfde wetenschappelijk statuut als, zeg, de relativiteitstheorie, of de quantumfysica, of het "Standaardmodel" van de kosmologie: het is naar onze beste pogingen, gebaseerd op waarnemingen (variatie, erfelijkheid en selectie) en logisch nadenken, het beste model dat we hebben om het onderzochte onderwerp te beschrijven.
Vergelijk hoe het scheppingsmodel slechts een geloof is. We bekijken, dus, de reeks evoluerende fossielen die de theorie al had voorspeld, en we concluderen dat God ze heeft gemaakt. En als de reeks fossielen nu eens helemaal anders was geweest, en wel zo dat de evolutietheorie absoluut niet klopt? Wel, dan had ze God ze ook gemaakt. Dus God is iets dat het altijd gedaan heeft. Hoe de feiten er ook uitzien, en dus totaal los van die feiten, God heeft het altijd gedaan. Het model kan nooit gefalsifiëerd worden, want wat je ook meemaakt, God heeft het altijd zo in elkaar gezet.
En dus is het scheppingsmodel een geloof, en geen wetenschap. Terwijl voor de evolutietheorie moet voldaan zijn aan bepaalde feiten, en anders is de theorie gefalsifiëerd. En daarom is de evolutietheorie een wetenschap, en geen geloof.
En daarom mag van mij het scheppingsmodel gerust onderwezen worden in de scholen: maar dan wel in de godsdienstles, en liefst als hoofdstuk tussen een aantal andere hoofdstukken "scheppingsmythes van de mensheid". Dus na de scheppingsmythes van de Noormannen met Odin en Thor, maar voor de scheppingsmyhen van de Azteken met Quetzàcoatl.
En daarom mag het van mij niet onderwezen worden in de biologieles, alsof het model aanspraken kan maken op een wetenschappelijk statuut. Want dat is niet zo.
-----------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten-3.html
Daarom volgt hier nog eens die tekst terug, als "oldie but goodie". Hier gaan we:
Gelukkig is de evolutietheorie een erg gemakkelijk te begrijpen theorie, zodat iedereen kan te weten komen wat die eigenlijk zegt. Om meteen de conclusie te verklappen: evolutietheorie is niet iets dat je moet "geloven" of "aannemen", omdat evolutietheorie iets is dat je kan weten.
Kijk even mee:
Als je even om je heen kijkt kan je zien dat geen twee individuen van een populatie perfecte copieën zijn van elkaar. ("variatie")
Als je even om je heen kijkt kan je zien dat veel kenmerken van individuen erfelijk zijn. ("erfelijkheid")
Als je even om je heen kijkt kan je zien dat niet alle individuen nakomelingen krijgen. ("selectie")
So far, so good? Dat is fijn, want daarmee is 90% van het werk gedaan! Immers, als de kenmerken van de individuen verschillen, en als ze niet allemaal evenveel nakomelingen krijgen; dan is het toch niet gewaagd te concluderen dat die verschillen in kenmerken een impact (kunnen) hebben op de kans dat een individu nakomelingen heeft, wel? Of zou een blind konijn echt evenveel nakomelingen hebben als een konijn met uitstekende ogen?
Wel, beschouw dan nu een kenmerk waarvan de variatie inderdaad een effect heeft op de kans op nakomelingschap EN dat bovendien erfelijk is. Als het kenmerk op een gunstige manier variëert, dan moet dat leiden tot meer nakomelingen dan wanneer het kenmerk variëert op een ongunstige manier. Immers, konijnen met betere ogen leven langer dan konijnen met slechtere ogen, en omdat konijnen kweken gelijk de konijnen hebben de eersten meer nakomelingen.
En aangezien we een kenmerk beschouwden dat ook nog erfelijk was, hebben in de volgende generatie meer individuen dat gunstig gevariëerde kenmerk; bijvoorbeeld: betere ogen.
En natuurlijk variëren ook in die nieuwe generatie, waarin het gunstige gevariëerde kenmerk meer voorkomt, wéér alle kenmerken - vermits geen twee individuen een perfecte copie zijn - en er zullen wéér enkele van die variaties bijzijn die een gunstige impact hebben, en dus zullen die wéér (als ze erfelijk zijn) meer in de volgende generaties voorkomen...
Enzovoort.
En dat is alles! Variatie, erfelijkheid en selectie, en verder de logische conclusie die daaruit voortvloeit, inclusief het feit dat variatie cumulatief is. Nieuwe gunstige variatie komt niet "zomaar toevallig" terecht bij individuen die al andere gunstige variatie bezitten, maar omdat individuen die die "andere gunstige variatie" niet bezitten er al niet meer bij zijn.
Dat is logisch waterdicht, en toen het principe ("natuurlijke selectie", Darwin, The Origin of Species, 1859, hoofdstuk 4) gepubliceerd werd, was het een echte sensatie.
Omdat het logisch waterdicht is, is het een theorie. Is het ook wat er in de praktijk is gebeurd?
Eerst een vooral kan je je voor jezelf afvragen wat er zoal in de realiteit moet gebeuren opdat het mechanisme zoals beschreven zich niet zou afspelen. Aangezien over alles wat ik hierboven heb geschreven al 150 jaar quasi consensus bestaat, lijkt dit punt me wel het beste punt om kritieken te bedenken. Als het je lukt... ik garandeer onmiddellijke wereldberoemdheid, ja, ik garandeer de Nobelprijs!
Dus: wat zou bij variatie van erfelijke kenmerken die een impact hebben op de kans op nakomelingschap, kunnen verhinderen dat met het verstrijken van de generaties de gunstige variaties meer en meer in de populatie voorkomen?
Wereldberoemdheid, Nobelprijzen... ik neem er geen woord van terug!
Maar desondanks zijn wetenschappers een stelletje kritische en sceptische zuurpruimen, en dus vonden ze theoretische waterdichtheid en onweerlegbaarheid niet goed genoeg. Was het eigenlijk meer dan zomaar een "theorie"?
En ze stelden kritieken op die de vorm hebben van "ALS de theorie waar is, DAN moet noodzakelijk [zus en zo]".
Bijvoorbeeld: ALS de theorie waar is, DAN moet de aarde noodzakelijk veel ouder zijn dan wij (in 1859) denken.
Dat is het "falsificatieprincipe", een veelgebruikt criterium om "wetenschap" te onderscheiden van geloof. Om een betekenisvolle uitspraak te zijn moeten er gevallen zijn waarin we toegeven dat onze theorie fout is. Bijvoorbeeld, als de aarde slechts zesduizend jaar oud is, dan is de evolutietheorie zeker fout, wegens te weinig tijd.
Wel, tot ca. 1920 of zo was dat een probleem voor de theorie, en toen ontdekte men (aan de hand van radioactiviteit) dat de aarde veel ouder was dan altijd gedacht, en de voorspelling (Darwin maakt die in hoofdstuk 9 van The Origin of species) kwam uit.
Nog een voorbeeld. ALS de theorie waar is, DAN moeten er doorheen de tijdperken voorouders van de huidige soorten geleefd hebben, die verschillend waren van hun huidige nakomelingen, EN die meer beginnen te lijken op die huidige nakomelingen naarmate ze in recentere tijdperken leefden.
Merk op dat dit in lijnrechte contradictie is met het boek Genesis, hoofdstuk 1, dat immers verschillende malen zegt dat elke soort zich voortplant "naar zijn soort". Blijkbaar is deze frontale contradictie één van de redenen waarom de creationisten het zo moeilijk hebben met de theorie.
Welnu, met het verloop van de tijd doken ook werkelijk fossielen op (of ze waren er al, maar ze konden, bijvoorbeeld in 1800, nog niet gedateerd worden), die inderdaad verschuivende kenmerken vertoonden, en wel meer op vandaag levende organismen leken, naarmate ze zelf in recentere tijdperken hadden geleefd.
Daarmee heeft de theorie een voorspelling gedaan, en waargemaakt, die zo spectaculair moeilijk is, dat je tot vandaag mensen zich in allerlei bochten ziet wringen om te ontkennen wat ze zelf met hun eigen ogen kunnen gaan zien, bijvoorbeeld, in het Natuurkundig Museum in Brussel :-)
Om deze, en soortgelijke, redenen, is de evolutietheorie een wetenschappelijke theorie, en geen geloof. Het is iets dat je niet hoeft te geloven, omdat het iets is dat je kan weten. Het heeft hetzelfde wetenschappelijk statuut als, zeg, de relativiteitstheorie, of de quantumfysica, of het "Standaardmodel" van de kosmologie: het is naar onze beste pogingen, gebaseerd op waarnemingen (variatie, erfelijkheid en selectie) en logisch nadenken, het beste model dat we hebben om het onderzochte onderwerp te beschrijven.
Vergelijk hoe het scheppingsmodel slechts een geloof is. We bekijken, dus, de reeks evoluerende fossielen die de theorie al had voorspeld, en we concluderen dat God ze heeft gemaakt. En als de reeks fossielen nu eens helemaal anders was geweest, en wel zo dat de evolutietheorie absoluut niet klopt? Wel, dan had ze God ze ook gemaakt. Dus God is iets dat het altijd gedaan heeft. Hoe de feiten er ook uitzien, en dus totaal los van die feiten, God heeft het altijd gedaan. Het model kan nooit gefalsifiëerd worden, want wat je ook meemaakt, God heeft het altijd zo in elkaar gezet.
En dus is het scheppingsmodel een geloof, en geen wetenschap. Terwijl voor de evolutietheorie moet voldaan zijn aan bepaalde feiten, en anders is de theorie gefalsifiëerd. En daarom is de evolutietheorie een wetenschap, en geen geloof.
En daarom mag van mij het scheppingsmodel gerust onderwezen worden in de scholen: maar dan wel in de godsdienstles, en liefst als hoofdstuk tussen een aantal andere hoofdstukken "scheppingsmythes van de mensheid". Dus na de scheppingsmythes van de Noormannen met Odin en Thor, maar voor de scheppingsmyhen van de Azteken met Quetzàcoatl.
En daarom mag het van mij niet onderwezen worden in de biologieles, alsof het model aanspraken kan maken op een wetenschappelijk statuut. Want dat is niet zo.
-----------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten-3.html
zondag 13 mei 2007
Hoe onwaarschijnlijk is leven?
Als je staat op de kusten van de kosmos en uitkijkt over de oceanen van het universum (ik bedoel gewoon: je staat op het oppervlak van de planeet Aarde en je kijkt naar de hemel) dan zie je een grotendeels dooie boel. We zien lege ruimte, we zien sterren, we zien planeten, maar we zien geen leven – toch niet in de fractie van het universum die we kunnen zien. Alleen wijzelf - en zelfs dat voor zover we kunnen zien – op dat heel kleine bolletje dat onze planeet is, vormt een uitzondering
Als slechts een heel kleine fractie van een veel groter totaal een bepaalde eigenschap (leven, dus) vertoont, dan lijkt het er op dat die eigenschap niet erg waarschijnlijk is, maar integendeel heel erg uitzonderlijk. Bovendien komen we vanuit een heel ander perspectief tot dezelfde conclusie. De evolutietheorie biedt een kader dat ons laat terugkijken in de tijd, waarbij we geleidelijk de levensvormen zien terugvloeien, van hun huidige verscheidenheid naar één enkele gemeenschappelijke voorouder – het moment van “het ontstaan van het leven”.
Elke levensvorm die we kennen is gebaseerd op een genetische code die zich, telkens en telkens opnieuw, uitdrukt in dezelfde, of zeer sterk verwante chemische moleculen: DNA en RNA. Terwijl, als leven verschillende malen was tot stand gekomen en wist te overleven, aan de basis daarvan telkens heel andere moleculen hadden kunnen liggen, die tot een heel andere soort complexe moleculen zouden evolueren. Dan zouden we niet één, maar twee of drie of vijfhonderd afstammingslijnen zien, allemaal gebaseerd op een heel andere chemische basis.
Deze en andere overwegingen doen ons besluiten dat er maar één enkele afstammingslijn bestaat, en dat alle aardse leven bijgevolg aan elkaar verwant is. Verder weten we dat de Aarde een 4.6 miljard oud is, en dat leven ongeveer 1 miljard jaar daarna is ontstaan. En als een planeet 1 miljard jaar (1,000,000,000 jaar!) bestaat voor je leven ziet, en daarna nog eens 3.6 miljard jaar zonder dat hetzelfde nog eens opnieuw gebeurt, dan lijkt het er opnieuw op dat het tot stand komen van leven een zeer, zeer uitzonderlijke gebeurtenis was, nietwaar?
Wel, daarmee is de vraag gesteld, en dat is hier het belangrijkste. De waarheid is: we kennen het antwoord niet, we kunnen hoogstens speculeren. Dus om de show weg te geven: de rest van dit artikel is speculeren.
De conclusie dat het ontstaan van leven erg uitzonderlijk moet zijn klinkt plausibel, maar het hoeft niet juist te zijn. Laat me even aannemen dat onze planeet een omgeving is waar leven integendeel (erg) waarschijnlijk is, wegens de samenstelling, de massa, de afstand tot de zon, de zon zelf, dat soort dingen. Die assumptie (“speculeren”) laat toe een probleem te schetsen: Als het zo waarschijnlijk is dat leven tot stand komt, waarom gebeurt het dan maar één keer, op al die tijd? We praten tenslotte over mil – jar – den – jaren!
Alleen, misschien is leven helemaal niet slechts één keer tot stand gekomen! Misschien is leven wel degelijk heel erg vaak tot stand gekomen. Of beter gezegd, misschien zijn de ketenen van chemische reacties en moleculen die de stappen naar leven konden zetten heel erg vaak tot stand gekomen. En misschien zijn al die ketenen vervolgens geaborteerd, op één enkele na. Dat zou betekenen dat wat wij als een uiterst zeldzame gebeurtenis zien, niets anders is dan een geval van “selectie effect” (1). Wat we vandaag zien is niet representatief voor wat er ooit is geweest, omdat de meerderheid van wat er ooit is geweest spoorloos is verdwenen.
Bijvoorbeeld, tijdens dat miljard jaar voor er leven tot stand kwam was de Aarde quasi voortdurend een kokende massa, gebombardeerd door rondvliegend puin, vermoedelijk van kalibers om de komeet die de dinosaurussen heeft uitgeroeid het nakijken te geven. In die omstandigheden is het heel goed mogelijk dat (per onze assumptie) werkbare basismoleculen voor leven de hele tijd ontstonden, maar al gauw weer opkookten in de volgende interstellaire smak. En als we daarvan geen spoor van terugvinden, dan is het niet omdat het er nooit is geweest, maar omdat het al lang weer is verdwenen.
En hoe ziet het plaatje er uit na die ene keer dat leven is ontstaan? Dus, in “mijn” theorie zijn die basisketens al een miljoen keer ontstaan en weer weggevaagd, en dan, één miljard na het ontstaan van de Aarde, komt voor de zoveelste keer een molecule tot stand die vatbaar is om tot leven uit te groeien en... deze keer wordt die niet weggevaagd! Er knalt even géén komeet op de Aarde, of de kometen zijn niet langer zo groot, of wat dan ook, en onze molecule wordt complexer, en kan nog steeds zichzelf copiëren.
Vanaf dan hebben we alleen maar “samengestelde interest” en het bijhorende “constante verdubbeling” (2) nodig om de vraag (“als leven zo waarschijnlijk was, waarom gebeurde het dan niet de hele tijd?”) te beantwoorden. Dat bestaande leven bestaat uit bouwstenen, en als het zich vermenigvuldigt dan worden er steeds meer bouwstenen verbruikt. De wet van de constante verdubbeling vertelt je dat bouwstenen als snel schaars zullen worden. Een beetje variatie zal volstaan om te maken dat de ene al wat sneller copieën maakt van zichzelf dan de andere, en de evolutionaire calculus (3) doet de rest. Je hebt (zeker in verhouding genomen) maar fracties van tijd nodig, en het bestaande leven is heel goed in het (a) sneller in beslag nemen van bouwstenen dan concurrerende levensvormen, en (b) het opeten van concurrerenden levensvormen die zelf al bestaande bouwstenen hebben verwerkt tot, bijvoorbeeld, interessante pakketjes proteïnen (“vlees”).
Kortom, je hebt maar heel weinig tijd nodig om in een toestand te komen die met onze “wet van de jungle” nog véél te zacht is uitgedrukt. Dus beeld je nu in dat het ontstaan van leven op een planeet als de onze een waarschijnlijk iets is. Wéér komen bouwstenen tot stand, wéér bestaan er moleculen die in staat zijn uit die bouwstenen copieën te maken van zichzelf... Alleen, wat zal het droeve lot zijn van die nieuwe keten mogelijk leven, in een omgeving waarin zich een concurrent bevindt die generaties voorsprong heeft? De concurrent zal heel veel beter zijn in het in beslag nemen van de bouwstenen. Bovendien zal hij wel, en de nieuweling niet, goed uitgerust zijn om andere levensvormen te verslinden. Ik spreek nog niet van andere, soortgelijke effecten, ik zeg maar iets: het in beslag nemen van beschikbare ruimte. Of het overwoekeren van beschikbaar licht. Etcetera.
Dus als ik even aanneem dat leven heel vaak tot stand is gekomen, dan kan dat perfect consistent zijn met een plaatje waarbij het er bijna vier miljard jaar later op lijkt alsof het maar één keer is gebeurd. Voor het de eerste keer gebeurde was de omgeving niet geschikt. En nadat het voor de eerste keer gebeurde werden de ontwikkelingen zo snel in de knop gebroken, dat er geen sporen meer van terug te vinden zijn. Het bestaan van een meer geavanceerd leven – pure chronologie, door evolutionaire calculus omgezet in roofdierschap – had de omgeving al even ongeschikt gemaakt als toen er nog voortdurend kometen neerknalden. En zo blijf ik maar bij mijn conclusie: we weten het niet. We kunnen er over speculeren, we kunnen er plausibele verhalen bij bedenken, maar het is even goed mogelijk dat even doordenken je laat zien dat je verhaal helemaal niets bewijst.
----------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/selectie-effect.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/de-evolutionaire-calculus.html
Als slechts een heel kleine fractie van een veel groter totaal een bepaalde eigenschap (leven, dus) vertoont, dan lijkt het er op dat die eigenschap niet erg waarschijnlijk is, maar integendeel heel erg uitzonderlijk. Bovendien komen we vanuit een heel ander perspectief tot dezelfde conclusie. De evolutietheorie biedt een kader dat ons laat terugkijken in de tijd, waarbij we geleidelijk de levensvormen zien terugvloeien, van hun huidige verscheidenheid naar één enkele gemeenschappelijke voorouder – het moment van “het ontstaan van het leven”.
Elke levensvorm die we kennen is gebaseerd op een genetische code die zich, telkens en telkens opnieuw, uitdrukt in dezelfde, of zeer sterk verwante chemische moleculen: DNA en RNA. Terwijl, als leven verschillende malen was tot stand gekomen en wist te overleven, aan de basis daarvan telkens heel andere moleculen hadden kunnen liggen, die tot een heel andere soort complexe moleculen zouden evolueren. Dan zouden we niet één, maar twee of drie of vijfhonderd afstammingslijnen zien, allemaal gebaseerd op een heel andere chemische basis.
Deze en andere overwegingen doen ons besluiten dat er maar één enkele afstammingslijn bestaat, en dat alle aardse leven bijgevolg aan elkaar verwant is. Verder weten we dat de Aarde een 4.6 miljard oud is, en dat leven ongeveer 1 miljard jaar daarna is ontstaan. En als een planeet 1 miljard jaar (1,000,000,000 jaar!) bestaat voor je leven ziet, en daarna nog eens 3.6 miljard jaar zonder dat hetzelfde nog eens opnieuw gebeurt, dan lijkt het er opnieuw op dat het tot stand komen van leven een zeer, zeer uitzonderlijke gebeurtenis was, nietwaar?
Wel, daarmee is de vraag gesteld, en dat is hier het belangrijkste. De waarheid is: we kennen het antwoord niet, we kunnen hoogstens speculeren. Dus om de show weg te geven: de rest van dit artikel is speculeren.
De conclusie dat het ontstaan van leven erg uitzonderlijk moet zijn klinkt plausibel, maar het hoeft niet juist te zijn. Laat me even aannemen dat onze planeet een omgeving is waar leven integendeel (erg) waarschijnlijk is, wegens de samenstelling, de massa, de afstand tot de zon, de zon zelf, dat soort dingen. Die assumptie (“speculeren”) laat toe een probleem te schetsen: Als het zo waarschijnlijk is dat leven tot stand komt, waarom gebeurt het dan maar één keer, op al die tijd? We praten tenslotte over mil – jar – den – jaren!
Alleen, misschien is leven helemaal niet slechts één keer tot stand gekomen! Misschien is leven wel degelijk heel erg vaak tot stand gekomen. Of beter gezegd, misschien zijn de ketenen van chemische reacties en moleculen die de stappen naar leven konden zetten heel erg vaak tot stand gekomen. En misschien zijn al die ketenen vervolgens geaborteerd, op één enkele na. Dat zou betekenen dat wat wij als een uiterst zeldzame gebeurtenis zien, niets anders is dan een geval van “selectie effect” (1). Wat we vandaag zien is niet representatief voor wat er ooit is geweest, omdat de meerderheid van wat er ooit is geweest spoorloos is verdwenen.
Bijvoorbeeld, tijdens dat miljard jaar voor er leven tot stand kwam was de Aarde quasi voortdurend een kokende massa, gebombardeerd door rondvliegend puin, vermoedelijk van kalibers om de komeet die de dinosaurussen heeft uitgeroeid het nakijken te geven. In die omstandigheden is het heel goed mogelijk dat (per onze assumptie) werkbare basismoleculen voor leven de hele tijd ontstonden, maar al gauw weer opkookten in de volgende interstellaire smak. En als we daarvan geen spoor van terugvinden, dan is het niet omdat het er nooit is geweest, maar omdat het al lang weer is verdwenen.
En hoe ziet het plaatje er uit na die ene keer dat leven is ontstaan? Dus, in “mijn” theorie zijn die basisketens al een miljoen keer ontstaan en weer weggevaagd, en dan, één miljard na het ontstaan van de Aarde, komt voor de zoveelste keer een molecule tot stand die vatbaar is om tot leven uit te groeien en... deze keer wordt die niet weggevaagd! Er knalt even géén komeet op de Aarde, of de kometen zijn niet langer zo groot, of wat dan ook, en onze molecule wordt complexer, en kan nog steeds zichzelf copiëren.
Vanaf dan hebben we alleen maar “samengestelde interest” en het bijhorende “constante verdubbeling” (2) nodig om de vraag (“als leven zo waarschijnlijk was, waarom gebeurde het dan niet de hele tijd?”) te beantwoorden. Dat bestaande leven bestaat uit bouwstenen, en als het zich vermenigvuldigt dan worden er steeds meer bouwstenen verbruikt. De wet van de constante verdubbeling vertelt je dat bouwstenen als snel schaars zullen worden. Een beetje variatie zal volstaan om te maken dat de ene al wat sneller copieën maakt van zichzelf dan de andere, en de evolutionaire calculus (3) doet de rest. Je hebt (zeker in verhouding genomen) maar fracties van tijd nodig, en het bestaande leven is heel goed in het (a) sneller in beslag nemen van bouwstenen dan concurrerende levensvormen, en (b) het opeten van concurrerenden levensvormen die zelf al bestaande bouwstenen hebben verwerkt tot, bijvoorbeeld, interessante pakketjes proteïnen (“vlees”).
Kortom, je hebt maar heel weinig tijd nodig om in een toestand te komen die met onze “wet van de jungle” nog véél te zacht is uitgedrukt. Dus beeld je nu in dat het ontstaan van leven op een planeet als de onze een waarschijnlijk iets is. Wéér komen bouwstenen tot stand, wéér bestaan er moleculen die in staat zijn uit die bouwstenen copieën te maken van zichzelf... Alleen, wat zal het droeve lot zijn van die nieuwe keten mogelijk leven, in een omgeving waarin zich een concurrent bevindt die generaties voorsprong heeft? De concurrent zal heel veel beter zijn in het in beslag nemen van de bouwstenen. Bovendien zal hij wel, en de nieuweling niet, goed uitgerust zijn om andere levensvormen te verslinden. Ik spreek nog niet van andere, soortgelijke effecten, ik zeg maar iets: het in beslag nemen van beschikbare ruimte. Of het overwoekeren van beschikbaar licht. Etcetera.
Dus als ik even aanneem dat leven heel vaak tot stand is gekomen, dan kan dat perfect consistent zijn met een plaatje waarbij het er bijna vier miljard jaar later op lijkt alsof het maar één keer is gebeurd. Voor het de eerste keer gebeurde was de omgeving niet geschikt. En nadat het voor de eerste keer gebeurde werden de ontwikkelingen zo snel in de knop gebroken, dat er geen sporen meer van terug te vinden zijn. Het bestaan van een meer geavanceerd leven – pure chronologie, door evolutionaire calculus omgezet in roofdierschap – had de omgeving al even ongeschikt gemaakt als toen er nog voortdurend kometen neerknalden. En zo blijf ik maar bij mijn conclusie: we weten het niet. We kunnen er over speculeren, we kunnen er plausibele verhalen bij bedenken, maar het is even goed mogelijk dat even doordenken je laat zien dat je verhaal helemaal niets bewijst.
----------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/selectie-effect.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/de-evolutionaire-calculus.html
zaterdag 12 mei 2007
Eigendom
Een tijdje geleden zag ik in een blogcommentaar (dat moet dan haast bij LVB geweest zijn, maar ik heb het niet onthouden) de vraag hoeveel hoogmoed de mens wel moest hebben, om zich ten aanzien van de natuur zoiets als “eigendomsrechten” aan te matigen. Dat vind ik een zeer goede vraag: “thought-provoking” vragen zijn per definitie “goed”. Ik loop dan ook al een tijdje na te denken over de vraag.
Het kader was niet meer dan een mooi verhaal. De natuur, dat was iets waar we moesten “mee” leven, en waar we moesten “in” leven, en kwam helemaal niet in aanmerking voor “absolute” en “exploiterende” ideeën als eigendom, dat toch altijd een soort “meester- slaaf” relatie impliceerde. En omdat wij mensen nog lang niet aan goddelijke status toe zijn, was het hele idee van eigendomsrechten misplaatst. OK, ik vertel het uit het blote hoofd na, en dan nog eens in mijn eigen woorden, maar volgens mij was dat de teneur.
Het heeft iets plausibels, nietwaar? Plausibel is evenwel niet goed genoeg. Het hele verhaal gaat mis zodra je beseft dat eigendomsrechten helemaal geen relaties uitdrukken tussen de mens en de natuur, maar wel tussen mensen onderling. Zeker, zeker, als je in het Burgerlijk Wetboek kijkt, dan gaat het om het recht voorwerpen “op de meest volstrekte wijze” (of zoiets) te exploiteren (of zoiets). Blijkbaar toch een relatie met de natuur, niet?
Niet, dus. Lang, zeer lang, voor er van “eigendomsrechten” sprake was, waren er mensen die lucht inademden, planten zaaiden en oogstten en opaten, of verzamelden en opaten waar ze niet eens gezaaid en geoogst hadden, of stenen en rivierbeddingen verlegden... Kortom, al die vele dingen die neerkomen op het exploiteren van de natuur. En als opeten geen exploiteren is, laat staan “op de meest volstrekte wijze,” tja, wat blijft er dan nog over om “exploiteren” te heten?
Dus eigendomsrechten hebben niets te maken met het exploiteren van de natuur, omdat dat laatste onafhankelijk is van die rechten. Maar wel merkten mensen ooit dat leven van de vrije natuur niet erg rendabel is. Als we ook nog toevoegen dat populaties groeien tot het punt waar de ecologie ze nog net kan dragen, dan heersen er bijna altijd penibele condities. Dus zijn er goede redenen om de rendabiliteit van de natuur te willen verhogen. Dat kan door niet langer alleen te wachten tot we appelbomen passeren en de appels rijp zijn, maar alsnog te zaaien, en oogsten, en op te slaan, en beschermen, kortom, er is werk aan.
Maar dat impliceert dat wanneer iemand een stuk grond zaairijp heeft gemaakt door er alle stenen uit te wroeten, er bescherming moet zijn tegen iemand anders die hem vervolgens wegjaagt, en het land inpikt. Merk op: het gaat nog steeds over datzelfde exploiteren van de natuur, want daar gaat het sinds het ontstaan van het leven om. Maar vanaf een bepaald niveau komt daarbij dat mensen “rechten” moeten krijgen tegenover andere mensen, en dat zijn de eigendomsrechten. Die gaan niet over de exploitatie van de natuur, maar wel over de vraag hoe de resultaten daarvan verdeeld worden.
Het kader was niet meer dan een mooi verhaal. De natuur, dat was iets waar we moesten “mee” leven, en waar we moesten “in” leven, en kwam helemaal niet in aanmerking voor “absolute” en “exploiterende” ideeën als eigendom, dat toch altijd een soort “meester- slaaf” relatie impliceerde. En omdat wij mensen nog lang niet aan goddelijke status toe zijn, was het hele idee van eigendomsrechten misplaatst. OK, ik vertel het uit het blote hoofd na, en dan nog eens in mijn eigen woorden, maar volgens mij was dat de teneur.
Het heeft iets plausibels, nietwaar? Plausibel is evenwel niet goed genoeg. Het hele verhaal gaat mis zodra je beseft dat eigendomsrechten helemaal geen relaties uitdrukken tussen de mens en de natuur, maar wel tussen mensen onderling. Zeker, zeker, als je in het Burgerlijk Wetboek kijkt, dan gaat het om het recht voorwerpen “op de meest volstrekte wijze” (of zoiets) te exploiteren (of zoiets). Blijkbaar toch een relatie met de natuur, niet?
Niet, dus. Lang, zeer lang, voor er van “eigendomsrechten” sprake was, waren er mensen die lucht inademden, planten zaaiden en oogstten en opaten, of verzamelden en opaten waar ze niet eens gezaaid en geoogst hadden, of stenen en rivierbeddingen verlegden... Kortom, al die vele dingen die neerkomen op het exploiteren van de natuur. En als opeten geen exploiteren is, laat staan “op de meest volstrekte wijze,” tja, wat blijft er dan nog over om “exploiteren” te heten?
Dus eigendomsrechten hebben niets te maken met het exploiteren van de natuur, omdat dat laatste onafhankelijk is van die rechten. Maar wel merkten mensen ooit dat leven van de vrije natuur niet erg rendabel is. Als we ook nog toevoegen dat populaties groeien tot het punt waar de ecologie ze nog net kan dragen, dan heersen er bijna altijd penibele condities. Dus zijn er goede redenen om de rendabiliteit van de natuur te willen verhogen. Dat kan door niet langer alleen te wachten tot we appelbomen passeren en de appels rijp zijn, maar alsnog te zaaien, en oogsten, en op te slaan, en beschermen, kortom, er is werk aan.
Maar dat impliceert dat wanneer iemand een stuk grond zaairijp heeft gemaakt door er alle stenen uit te wroeten, er bescherming moet zijn tegen iemand anders die hem vervolgens wegjaagt, en het land inpikt. Merk op: het gaat nog steeds over datzelfde exploiteren van de natuur, want daar gaat het sinds het ontstaan van het leven om. Maar vanaf een bepaald niveau komt daarbij dat mensen “rechten” moeten krijgen tegenover andere mensen, en dat zijn de eigendomsrechten. Die gaan niet over de exploitatie van de natuur, maar wel over de vraag hoe de resultaten daarvan verdeeld worden.
vrijdag 11 mei 2007
Noreena Hertz, The Silent Takeover
Vele jaren geleden waren de extreem-linkse "anti-globalisten" één van mijn favoriete groep gesprekspartners op usenet. En hoewel daarbij geregeld de pluimen in het rond stoven was er af en toe genoeg ruimte voor wat diplomatieke communicatie, waarin iemand me aanraadde toch ook eens een boek van "de andere kant" te lezen. Noreena Hertz, bijvoorbeeld. En dat heb ik destijds gedaan en, al die jaren geleden, heb ik er zelfs een bespreking van op de nieuwsgroepen gezet.
En ach, sinds ik een "boeken"label heb dacht ik, waarom zou ik dat niet eens heropvissen?
Het volgende is dus de tekst van die bespreking van destijds, met hoogstens wat typefouten er uit gehaald.
-----------------------------------
Noreena Hertz, The Silent Takeover, Global Capitalism and the Death of Demoracy, 2001
Bij het lezen van dit boek heb ik voortdurend met het beeld van een, jawel, beurskoers (!) voor ogen gezeten. Als je een grafiek opmaakt van de verschillende noteringen doorheen de tijd, krijg je ook het beeld van een lijn die op- en neergaande bewegingen vertoont, en als je er je tijd/geld in hebt gestoken zie je in één oogopslag of je aan het einde beter af bent dan aan het begin.
In twee woorden. Gedurende de eerste hoofdstukken vertoonde de koers een dalende lijn, soms sterk dalend, met af en toe mooie heroplevingen, maar toch ook wel momenten waarop de ontwikkelingen, gegeven deze onzekere tijden, voor een geestelijk faillissement deden vrezen. Tamelijk snel volgt, zonder zelfs veel nood aan stabilizering een krachtig herstel. De neergaande momenten die nog volgen zijn op geen enkel moment meer dan wat blipjes, en er zijn altijd enkele krachtige punten die geen twijfel over de uiteindelijke richting laten.
Als je maar een beperkt aantal boeken kan lezen zou ik het niet bovenaan plaatsen, maar vanaf het moment dat je één van die mensen bent die altijd wel één boek aan het lezen zijn mag het volgens mij zeker op de stapel.
De titel zegt al veel. Er is een zorgwekkend verschijnsel, "death of democracy", en er is een ander verschijnsel, een "silent takeover", en het ene verschijnsel is de oorzaak van het andere. De vraag is dus hoe goed dat wordt gemotiveerd en hoe constructief de ideeën zijn, gegeven dat we het oorzakelijk verband zouden aanvaarden.
Het begin is niet altijd veelbelovend. De techniek is die van de litanie. Een reeks voorbeelden, problemen en soms geïnterpreteerde feiten passeren de revue, en het oorzakelijk verband blijft impliciet. De omzet van ondernemingen wordt vergeleken met het BNP van staten, en o wee die omzet is in sommige gevallen groter. Maar of dat nu werkelijk zo doorslaggevend is lijkt me nogal in het midden gelaten. Er is, natuurlijk, het obligate "zoveel miljarden dollar per dag worden verhandeld op de geldmarkten", want we weten al lang dat dat simpele feit zonder meer mag gerekend worden tot "oorzaak" van de problemen, en de noodzakelijke redding van het LTCM fonds - een zeer terecht doelwit voor maatschappijkritiek, overigens - wordt geprezenteerd als iets dat illustreert hoe de golden boys de gemeenschap dreigen met onoverzienbare problemen op te zadelen; terwijl er in dezelfde zin bijstaat dat die redding wel degelijk door privaat kapitaal is gefinancierd.
Maar het is in zo'n dingen dat je het herstel al een beetje voelt aankomen. OK, het is een kanjer van een "geselecteerd feit", maar de hele waarheid staat er tenminste bij. Een beetje analoog verneem je nogal summier, terloops bijna, dat de auteur wel beseft dat "kapitalisme" en "vrije handel" de enige systemen zijn die een aanvaardbare welvaartcreatie mogelijk maken. Het is een opluchting het te vernemen, maar tijdens die eerste hoofdstukken is "lippendienst" de term die in je opkomt.
En dan, als een uitklarende hemel, slaat het om. De litanie aan jammerklachten verandert in concrete feiten. Bedrijf X heeft in land Y smeerlapperij Z onder de mat willen vegen, plus bronvermelding. Die politieke partij heeft van dat bedrijf zulke gift aangenomen, plus bronvermelding; en tegen de officiële ideologie van de partij in heeft ze dàt project van dat bedrijf gesteund, plus bronvermelding. Het maakt dat je van de ondertitel "death of democracy" iets kan beginnen maken.
Ook wordt het boek nu constructief. In zijn hoedanigheid van consument heeft de brave burger meer macht dan je zou vermoeden, en hij heeft die macht al meer gebruikt dan je zou denken. Er zijn voorbeelden, er zijn resultaten, er zijn verdere ideeën. In het verlengde hiervan, maar een absoluut cruciaal punt apart, is er ook ruimte voor zelfkritiek. (Linkse maatschappijkritiek lijkt erg gemakkelijk over het hoofd te zien dat kritiek wel degelijk ook zelfkritiek moet omvatten.) De consument kan dus veel invloed uitoefenen via allerlei campagnes, maar hoe weet hij welke campagnes de juiste campagnes zijn? Hoe kwetsbaar is hij voor misleiding, deze keer niet van bedrijven, maar van actievoerders? Het geval van het booreiland dat uiteindelijk toch beter was afgezonken, wordt niet onder de mat geveegd; korte termijn politiek blijft ondergeschikt aan lange termijn geloofwaardigheid.
Een andere vorm van zelfkritiek is het besef dat de burger die als consument zijn macht uitoefent, slechts werkt indien die burger al verondersteld mag worden een zeker niveau van welstand te behalen. Voor mij in het bijzonder was het een opluchting het te vernemen, want precies hetzelfde, uitgedrukt in de termen "Vrije Markt" viel bij links niet bepaald in goede aarde. Het zal dus toch maar een terminologiekwestie geweest zijn.
En dan zijn er een aantal verrassende ontwikkelingen. Op verschillende plaatsen waar overheden het laten afweten, zijn het wel degelijk bedrijven geweest die hebben ingestaan voor het opstarten van sociale projecten. Een mengsel van publieke druk en welbegrepen eigenbelang maken dat bedrijven meer hebben aan stabiele en welvarende structuren dan aan plundering. Daarnaast zijn er verrassend veel "nieuwe rijken" die uitkijken naar manieren om met hun middelen een verschil te maken, waar ze het gevoel hebben dat ze op de klassieke structuren niet teveel moeten rekenen.
Hetgeen dan weer aanleiding geeft tot nieuwe reeksen interessante kwesties als: dat is fijn als de economie goed gaat, maar hoe hard kunnen we daar op rekenen als het niet goed gaat? Het blijkt geen internationaal kapitalistisch complot, maar simpelweg menselijk gedrag te zijn, wanneer we daar inderdaad niet erg hard op kunnen rekenen. Kortom, de verrassende ontwikkelingen mogen dan verheugende ontwikkelingen zijn, maar daarom zijn we nog niet aan de nieuwe patatjes. (Mechelse uitdrukking, sorry.)
Naar het einde leek er wel wat vermoeidheid op te treden. Als een grote wolk op een mooie dag dreven daar beschouwingen binnen over hoe de economie de nieuwe politiek was geworden. Alsof we ons zorgen moeten maken over het feit dat territoriumuitbreiding eindelijk wat minder doorslaggevend wordt. Ook is verbazend te zien hoe die twee nog steeds als tegengesteld aan elkaar worden gezien. In werkelijkheid hebben we alle reden om ons te verheugen in het feit dat politiek minder een kwestie is geworden van breed met de armen zwaaiende alfa-mannetjes, en meer van wat er haalbaar is, en hoeveel, en wanneer. Of om het met mijn beeld van in het begin te zeggen, het werd stilaan tijd afscheid van deze investering te nemen, het is mooi geweest.
En ach, sinds ik een "boeken"label heb dacht ik, waarom zou ik dat niet eens heropvissen?
Het volgende is dus de tekst van die bespreking van destijds, met hoogstens wat typefouten er uit gehaald.
-----------------------------------
Noreena Hertz, The Silent Takeover, Global Capitalism and the Death of Demoracy, 2001
Bij het lezen van dit boek heb ik voortdurend met het beeld van een, jawel, beurskoers (!) voor ogen gezeten. Als je een grafiek opmaakt van de verschillende noteringen doorheen de tijd, krijg je ook het beeld van een lijn die op- en neergaande bewegingen vertoont, en als je er je tijd/geld in hebt gestoken zie je in één oogopslag of je aan het einde beter af bent dan aan het begin.
In twee woorden. Gedurende de eerste hoofdstukken vertoonde de koers een dalende lijn, soms sterk dalend, met af en toe mooie heroplevingen, maar toch ook wel momenten waarop de ontwikkelingen, gegeven deze onzekere tijden, voor een geestelijk faillissement deden vrezen. Tamelijk snel volgt, zonder zelfs veel nood aan stabilizering een krachtig herstel. De neergaande momenten die nog volgen zijn op geen enkel moment meer dan wat blipjes, en er zijn altijd enkele krachtige punten die geen twijfel over de uiteindelijke richting laten.
Als je maar een beperkt aantal boeken kan lezen zou ik het niet bovenaan plaatsen, maar vanaf het moment dat je één van die mensen bent die altijd wel één boek aan het lezen zijn mag het volgens mij zeker op de stapel.
De titel zegt al veel. Er is een zorgwekkend verschijnsel, "death of democracy", en er is een ander verschijnsel, een "silent takeover", en het ene verschijnsel is de oorzaak van het andere. De vraag is dus hoe goed dat wordt gemotiveerd en hoe constructief de ideeën zijn, gegeven dat we het oorzakelijk verband zouden aanvaarden.
Het begin is niet altijd veelbelovend. De techniek is die van de litanie. Een reeks voorbeelden, problemen en soms geïnterpreteerde feiten passeren de revue, en het oorzakelijk verband blijft impliciet. De omzet van ondernemingen wordt vergeleken met het BNP van staten, en o wee die omzet is in sommige gevallen groter. Maar of dat nu werkelijk zo doorslaggevend is lijkt me nogal in het midden gelaten. Er is, natuurlijk, het obligate "zoveel miljarden dollar per dag worden verhandeld op de geldmarkten", want we weten al lang dat dat simpele feit zonder meer mag gerekend worden tot "oorzaak" van de problemen, en de noodzakelijke redding van het LTCM fonds - een zeer terecht doelwit voor maatschappijkritiek, overigens - wordt geprezenteerd als iets dat illustreert hoe de golden boys de gemeenschap dreigen met onoverzienbare problemen op te zadelen; terwijl er in dezelfde zin bijstaat dat die redding wel degelijk door privaat kapitaal is gefinancierd.
Maar het is in zo'n dingen dat je het herstel al een beetje voelt aankomen. OK, het is een kanjer van een "geselecteerd feit", maar de hele waarheid staat er tenminste bij. Een beetje analoog verneem je nogal summier, terloops bijna, dat de auteur wel beseft dat "kapitalisme" en "vrije handel" de enige systemen zijn die een aanvaardbare welvaartcreatie mogelijk maken. Het is een opluchting het te vernemen, maar tijdens die eerste hoofdstukken is "lippendienst" de term die in je opkomt.
En dan, als een uitklarende hemel, slaat het om. De litanie aan jammerklachten verandert in concrete feiten. Bedrijf X heeft in land Y smeerlapperij Z onder de mat willen vegen, plus bronvermelding. Die politieke partij heeft van dat bedrijf zulke gift aangenomen, plus bronvermelding; en tegen de officiële ideologie van de partij in heeft ze dàt project van dat bedrijf gesteund, plus bronvermelding. Het maakt dat je van de ondertitel "death of democracy" iets kan beginnen maken.
Ook wordt het boek nu constructief. In zijn hoedanigheid van consument heeft de brave burger meer macht dan je zou vermoeden, en hij heeft die macht al meer gebruikt dan je zou denken. Er zijn voorbeelden, er zijn resultaten, er zijn verdere ideeën. In het verlengde hiervan, maar een absoluut cruciaal punt apart, is er ook ruimte voor zelfkritiek. (Linkse maatschappijkritiek lijkt erg gemakkelijk over het hoofd te zien dat kritiek wel degelijk ook zelfkritiek moet omvatten.) De consument kan dus veel invloed uitoefenen via allerlei campagnes, maar hoe weet hij welke campagnes de juiste campagnes zijn? Hoe kwetsbaar is hij voor misleiding, deze keer niet van bedrijven, maar van actievoerders? Het geval van het booreiland dat uiteindelijk toch beter was afgezonken, wordt niet onder de mat geveegd; korte termijn politiek blijft ondergeschikt aan lange termijn geloofwaardigheid.
Een andere vorm van zelfkritiek is het besef dat de burger die als consument zijn macht uitoefent, slechts werkt indien die burger al verondersteld mag worden een zeker niveau van welstand te behalen. Voor mij in het bijzonder was het een opluchting het te vernemen, want precies hetzelfde, uitgedrukt in de termen "Vrije Markt" viel bij links niet bepaald in goede aarde. Het zal dus toch maar een terminologiekwestie geweest zijn.
En dan zijn er een aantal verrassende ontwikkelingen. Op verschillende plaatsen waar overheden het laten afweten, zijn het wel degelijk bedrijven geweest die hebben ingestaan voor het opstarten van sociale projecten. Een mengsel van publieke druk en welbegrepen eigenbelang maken dat bedrijven meer hebben aan stabiele en welvarende structuren dan aan plundering. Daarnaast zijn er verrassend veel "nieuwe rijken" die uitkijken naar manieren om met hun middelen een verschil te maken, waar ze het gevoel hebben dat ze op de klassieke structuren niet teveel moeten rekenen.
Hetgeen dan weer aanleiding geeft tot nieuwe reeksen interessante kwesties als: dat is fijn als de economie goed gaat, maar hoe hard kunnen we daar op rekenen als het niet goed gaat? Het blijkt geen internationaal kapitalistisch complot, maar simpelweg menselijk gedrag te zijn, wanneer we daar inderdaad niet erg hard op kunnen rekenen. Kortom, de verrassende ontwikkelingen mogen dan verheugende ontwikkelingen zijn, maar daarom zijn we nog niet aan de nieuwe patatjes. (Mechelse uitdrukking, sorry.)
Naar het einde leek er wel wat vermoeidheid op te treden. Als een grote wolk op een mooie dag dreven daar beschouwingen binnen over hoe de economie de nieuwe politiek was geworden. Alsof we ons zorgen moeten maken over het feit dat territoriumuitbreiding eindelijk wat minder doorslaggevend wordt. Ook is verbazend te zien hoe die twee nog steeds als tegengesteld aan elkaar worden gezien. In werkelijkheid hebben we alle reden om ons te verheugen in het feit dat politiek minder een kwestie is geworden van breed met de armen zwaaiende alfa-mannetjes, en meer van wat er haalbaar is, en hoeveel, en wanneer. Of om het met mijn beeld van in het begin te zeggen, het werd stilaan tijd afscheid van deze investering te nemen, het is mooi geweest.
donderdag 10 mei 2007
Afscheid van een Poedel
Tony Blair. Vandaag heeft hij aangekondigd op te stappen als Prime Minister van Het Verenigd Koninkrijk. De grootste politieke teleurstelling die ik in mijn eigen bewust leven heb meegemaakt.
In de woorden van de krant De Standaard: zijn aantreden in 1,997 was dat van een politieke god. Zelf geen vriend van het socialisme zag ik met belangstelling zijn stijl, zijn visionaire ideeën, de zeer reële belofte van vernieuwing, het enorme enthousiasme van zijn aanhangers. Maar het was niet bepaald “dom links” dat hier aantrad! Zeker, “cultureel élan” en “het primaat van de politiek” en de maakbaarheid van één en ander; het hoorde er allemaal, en zeer nadrukkelijk, bij. Maar Tony en de zijnen wisten waar de welvaart vandaan kwam, en ze waren niet van plan de slogans te herhalen waarachter, oh, niet veel dieper dan twee percent van een millimeter, de terugkeer naar middeleeuwse toestanden verborgen zat. Of, wat nog pathetischer is, ze waren niet van plan dat laatste niet eens te weten. Hij had het potentiëel om een Bill Clinton te zijn, en de wereld heeft destijds niet lang gewacht om de vele gelijkenissen op te merken en uitgebreid te becommentariëren.
En ja, ik veronderstel dat het normaal is dat de glans met de jaren een beetje afbleekt. Het blijven tenslotte politiekers, nietwaar, zoek het op onder trefwoord “alfamannetjes”. Maar toch, er zullen in Europa, laat staan de rest van de wereld, dwazere dingen gebeurd zijn dan in het VK van Tony Blair. Er was een aura van jeugd, van dynamiek, van weten wat ze willen. De laatste keer dat ik keek (enkele uren geleden) was de Londense City toch nog altijd het hart van de financiële wereld.
En toen kwam Irak.
Wat bezielde hem? Wat bezielde hem? Wat - bezielde - hem? Was het werkelijk een vorm van idealisme, dan toch gekoppeld aan een onwetendheid en een verblinding die waarlijk niet past bij dat soort verantwoordelijke posities? Was het een adembenemende naiviteit, dat oude socialistische ideaal van de overheid die eens flink ging ingrijpen en met de middelen van de belastingbetaler niet alleen de eigen samenleving maar meteen ook maar die van de hele wereld ging maken? Of was het gewoon de verblinding van het alfamannetje, voor de valse glorie van de speech voor het Amerikaanse parlement en het bezoek aan de ranch van Bush?
Kijk, als Bush zijn mond opentrekt, en de wereld moet achter uitgestreken, beleefde gezichten verbergen dat ze hem net niet in zijn gezicht uitlachen – dan is daar niet veel aan verloren: er kwam hoe dan ook toch niks uit. Maar als een politieke leider met het potentiëel van Tony Blair elke credibiliteit met vuilbakken tegelijk op straat heeft gezet, dan is dat voor de beschaving waarvan hij één van de leiders was een reëel verlies. En dat allemaal om een militaire, economische en morele ramp te ontketenen, waarvan optimisten als ikzelf hoogstens kunnen denken dat het Westen veel te sterk is om er fatale schade door op te lopen.
Als Blair destijds zijn karretje roestvrij had vastgeklonken aan dat van Pipo de Clown, hij had er op geen enkel moment dwazer uitgezien dan nu. En wij, die niet kunnen weten wat hem bezield heeft, kunnen alleen maar naar de droevige puinhopen kijken die de feiten nu eenmaal zijn. De feiten zeggen dat hij zijn karretje heeft vastgeklonken aan een nog veel grotere nar dan Pipo, en mogelijk weet hij zelf niet eens waarom. En zo kunnen we voor de man die een Bill Clinton had kunnen zijn, een politieke grafzerk voorstellen met daarop de tekst:
Tony Blair, de poedel van Bush
Tony Blair, de poedel... van een poedel.
In de woorden van de krant De Standaard: zijn aantreden in 1,997 was dat van een politieke god. Zelf geen vriend van het socialisme zag ik met belangstelling zijn stijl, zijn visionaire ideeën, de zeer reële belofte van vernieuwing, het enorme enthousiasme van zijn aanhangers. Maar het was niet bepaald “dom links” dat hier aantrad! Zeker, “cultureel élan” en “het primaat van de politiek” en de maakbaarheid van één en ander; het hoorde er allemaal, en zeer nadrukkelijk, bij. Maar Tony en de zijnen wisten waar de welvaart vandaan kwam, en ze waren niet van plan de slogans te herhalen waarachter, oh, niet veel dieper dan twee percent van een millimeter, de terugkeer naar middeleeuwse toestanden verborgen zat. Of, wat nog pathetischer is, ze waren niet van plan dat laatste niet eens te weten. Hij had het potentiëel om een Bill Clinton te zijn, en de wereld heeft destijds niet lang gewacht om de vele gelijkenissen op te merken en uitgebreid te becommentariëren.
En ja, ik veronderstel dat het normaal is dat de glans met de jaren een beetje afbleekt. Het blijven tenslotte politiekers, nietwaar, zoek het op onder trefwoord “alfamannetjes”. Maar toch, er zullen in Europa, laat staan de rest van de wereld, dwazere dingen gebeurd zijn dan in het VK van Tony Blair. Er was een aura van jeugd, van dynamiek, van weten wat ze willen. De laatste keer dat ik keek (enkele uren geleden) was de Londense City toch nog altijd het hart van de financiële wereld.
En toen kwam Irak.
Wat bezielde hem? Wat bezielde hem? Wat - bezielde - hem? Was het werkelijk een vorm van idealisme, dan toch gekoppeld aan een onwetendheid en een verblinding die waarlijk niet past bij dat soort verantwoordelijke posities? Was het een adembenemende naiviteit, dat oude socialistische ideaal van de overheid die eens flink ging ingrijpen en met de middelen van de belastingbetaler niet alleen de eigen samenleving maar meteen ook maar die van de hele wereld ging maken? Of was het gewoon de verblinding van het alfamannetje, voor de valse glorie van de speech voor het Amerikaanse parlement en het bezoek aan de ranch van Bush?
Kijk, als Bush zijn mond opentrekt, en de wereld moet achter uitgestreken, beleefde gezichten verbergen dat ze hem net niet in zijn gezicht uitlachen – dan is daar niet veel aan verloren: er kwam hoe dan ook toch niks uit. Maar als een politieke leider met het potentiëel van Tony Blair elke credibiliteit met vuilbakken tegelijk op straat heeft gezet, dan is dat voor de beschaving waarvan hij één van de leiders was een reëel verlies. En dat allemaal om een militaire, economische en morele ramp te ontketenen, waarvan optimisten als ikzelf hoogstens kunnen denken dat het Westen veel te sterk is om er fatale schade door op te lopen.
Als Blair destijds zijn karretje roestvrij had vastgeklonken aan dat van Pipo de Clown, hij had er op geen enkel moment dwazer uitgezien dan nu. En wij, die niet kunnen weten wat hem bezield heeft, kunnen alleen maar naar de droevige puinhopen kijken die de feiten nu eenmaal zijn. De feiten zeggen dat hij zijn karretje heeft vastgeklonken aan een nog veel grotere nar dan Pipo, en mogelijk weet hij zelf niet eens waarom. En zo kunnen we voor de man die een Bill Clinton had kunnen zijn, een politieke grafzerk voorstellen met daarop de tekst:
Tony Blair, de poedel van Bush
Tony Blair, de poedel... van een poedel.
woensdag 9 mei 2007
Ons bijenproject: einde van fase één
Ons bijenproject in Kameroen (1) heeft het einde van zijn eerste fase bereikt. Een dertig deelnemers heeft een serie cursussen (gegeven door een landbouwingenieur en een expert in bijenteelt) gevolgd. Er is gezorgd voor hout, en dat hout is gezaagd in planken, en de bijenkorven zijn stilaan klaar. Verder zijn de deelnemers voorzien van de nodige uitrusting, zoals pakken, handschoenen en de dingen die je je kan inbeelden bij het probleem om de imkers tegen de bijen te beschermen.
Voor het opzetten van de cursussen, de lesgevers, het hout en de nodige uitrusting had onze VZW een budget van (uit het blote hoofd) een 5,000 euro voorzien. Daarvan zijn er uiteindelijk een 4,500 uitgegeven. Meer details staan in onze nieuwsbrieven, maar je weet hoe dat gaat; “ik zou dat eens allemaal moeten uitzoeken”.
Daarmee kijken we uit naar fase twee. De bijen mogen komen, maar ze mogen niet ziek worden – maar daarover hebben de deelnemers les gekregen. Ze moeten de bloemen gaan bezoeken en daar honing van maken. De dorpelingen moeten die honing vervolgens oogsten, en opslaan, en vervolgens ook nog verkopen. En dat is het punt waar de “neo-liberaal” en “marktfundamentalist” in mij met grote ogen zit te volgen.
Je moet geen genie in de economie zijn om te weten dat er een enorm verschil bestaat tussen de productiviteit die je haalt als je dieren (zelfs al zijn het bijen) exploiteert op een georganizeerde manier, of daarentegen leeft van wat je toevallig tegenkomt: je weet wel, “jacht” en zijn varianten. Maar daarnaast hoef je niet veel kranten gelezen te hebben om te weten dat er al veel ontwikkelingsgeld is geïnvesteerd in allerlei projecten, waar vervolgens niets van in huis kwam omdat de volgende fase gewoon nooit op gang kwam (2). Je krijgt dan wel een grote productiviteit, en het resultaat ligt te beschimmelen in de pakhuizen: “er is geen markt”.
En dus wil die neo-liberaal in mij nu wel eens weten hoe dit gaat aflopen. Toch zie ik nu al een heel groot verschil met dat ontwikkelingsgeld in het algemeen. Als, pakweg, de Wereldbank op het idee was gekomen om Kameroenese dorpelingen te laten leven van bijenteelt, zodat ze niet meer hoeven te jagen op chimpansees, dan waren er aan hotelkosten en voorstudies alleen al gemakkelijk 5,000 euro besteed, voor er zelfs maar een bij was gezien. Er zouden uiteindelijk miljoenen dollars in het project gepompt zijn, en die zouden allemaal terechtgekomen zijn bij mensen die leven van het feit dat het project dollars uitkeert als manna uit de hemel. Niemand zou op het idee gekomen zijn dat het belangrijk is ook nog voor bijen en honing te zorgen, omdat dat tenslotte is waar ze op de langere duur moeten van leven. En al dat geld verdwijnt in bodemloze putten en op de duur treedt een enorme vermoeidheid op.
Vergelijk met onze 5,000 euro. Niet bepaald een som waarmee je de ontwikkelingsindustrie in gevaar brengt, indien het slecht afloopt. Een zeer klein risico, zeg maar, en tegelijk een heel redelijk risico, met als potentiële opbrengst dat je een markt in een nieuw product (voor die producenten) op gang brengt, en dat de druk op het woud afneemt. Lukt het niet, dan zal het geen dure les van zoveel miljoen dollar zijn, maar een experiment dat de kosten wel waard was.
En fase één is nu eenmaal wel gelukt. Van de 30 beginnende cursisten waren er enkele maanden later, aan het einde, nog 29 over. De korven zijn klaar. De bijen mogen komen. Wijzelf, die onze overschotten van een paar honderd euro hebben uitgekeerd aan een schooltje voor de mensen uit dezelfde dorpen (3) zijn natuurlijk op zoek naar financiële steun voor die tweede fase (een goed verstaander...). Er moet opslagcapaciteit voor de oogst komen, en er moeten transportmogelijkheden zijn. Met een beetje geluk bieden we u binnen afzienbare tijd een potje echte Kameroenese honing aan.
---------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/de-bijen-van-kameroen.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/william-easterly.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/een-schooltje-in-kameroen.html
Voor het opzetten van de cursussen, de lesgevers, het hout en de nodige uitrusting had onze VZW een budget van (uit het blote hoofd) een 5,000 euro voorzien. Daarvan zijn er uiteindelijk een 4,500 uitgegeven. Meer details staan in onze nieuwsbrieven, maar je weet hoe dat gaat; “ik zou dat eens allemaal moeten uitzoeken”.
Daarmee kijken we uit naar fase twee. De bijen mogen komen, maar ze mogen niet ziek worden – maar daarover hebben de deelnemers les gekregen. Ze moeten de bloemen gaan bezoeken en daar honing van maken. De dorpelingen moeten die honing vervolgens oogsten, en opslaan, en vervolgens ook nog verkopen. En dat is het punt waar de “neo-liberaal” en “marktfundamentalist” in mij met grote ogen zit te volgen.
Je moet geen genie in de economie zijn om te weten dat er een enorm verschil bestaat tussen de productiviteit die je haalt als je dieren (zelfs al zijn het bijen) exploiteert op een georganizeerde manier, of daarentegen leeft van wat je toevallig tegenkomt: je weet wel, “jacht” en zijn varianten. Maar daarnaast hoef je niet veel kranten gelezen te hebben om te weten dat er al veel ontwikkelingsgeld is geïnvesteerd in allerlei projecten, waar vervolgens niets van in huis kwam omdat de volgende fase gewoon nooit op gang kwam (2). Je krijgt dan wel een grote productiviteit, en het resultaat ligt te beschimmelen in de pakhuizen: “er is geen markt”.
En dus wil die neo-liberaal in mij nu wel eens weten hoe dit gaat aflopen. Toch zie ik nu al een heel groot verschil met dat ontwikkelingsgeld in het algemeen. Als, pakweg, de Wereldbank op het idee was gekomen om Kameroenese dorpelingen te laten leven van bijenteelt, zodat ze niet meer hoeven te jagen op chimpansees, dan waren er aan hotelkosten en voorstudies alleen al gemakkelijk 5,000 euro besteed, voor er zelfs maar een bij was gezien. Er zouden uiteindelijk miljoenen dollars in het project gepompt zijn, en die zouden allemaal terechtgekomen zijn bij mensen die leven van het feit dat het project dollars uitkeert als manna uit de hemel. Niemand zou op het idee gekomen zijn dat het belangrijk is ook nog voor bijen en honing te zorgen, omdat dat tenslotte is waar ze op de langere duur moeten van leven. En al dat geld verdwijnt in bodemloze putten en op de duur treedt een enorme vermoeidheid op.
Vergelijk met onze 5,000 euro. Niet bepaald een som waarmee je de ontwikkelingsindustrie in gevaar brengt, indien het slecht afloopt. Een zeer klein risico, zeg maar, en tegelijk een heel redelijk risico, met als potentiële opbrengst dat je een markt in een nieuw product (voor die producenten) op gang brengt, en dat de druk op het woud afneemt. Lukt het niet, dan zal het geen dure les van zoveel miljoen dollar zijn, maar een experiment dat de kosten wel waard was.
En fase één is nu eenmaal wel gelukt. Van de 30 beginnende cursisten waren er enkele maanden later, aan het einde, nog 29 over. De korven zijn klaar. De bijen mogen komen. Wijzelf, die onze overschotten van een paar honderd euro hebben uitgekeerd aan een schooltje voor de mensen uit dezelfde dorpen (3) zijn natuurlijk op zoek naar financiële steun voor die tweede fase (een goed verstaander...). Er moet opslagcapaciteit voor de oogst komen, en er moeten transportmogelijkheden zijn. Met een beetje geluk bieden we u binnen afzienbare tijd een potje echte Kameroenese honing aan.
---------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/de-bijen-van-kameroen.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/william-easterly.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/een-schooltje-in-kameroen.html
Ik zou het niet beter kunnen zeggen...
... dan Ivan Janssens op zijn blog:
http://www.ivanjanssens.be/dutch/artikel.asp?link=335
En dus laat ik het maar zonder commentaar...
http://www.ivanjanssens.be/dutch/artikel.asp?link=335
En dus laat ik het maar zonder commentaar...
dinsdag 8 mei 2007
No Taxation Without Representation!
Frankrijk heeft het nog maar pas gedemonstreerd. Een socialistische partij die haar eigen dogma’s nog niet in vraag heeft gesteld, die nog niet gemodernizeerd is zoals, pakweg, de SP in Vlaanderen zichzelf gemodernizeerd heeft, komt niet meer aan de bak. Ik kan niet verbergen dat ik dat op zich goed nieuws vind. Jaja, ik weet het, simplistische visies, we zullen de nuances hier maar achter de schermen laten.
Waar ik het over wil hebben is de (voor zover ik daar iets van weet, natuurlijk) enige socialistische partij van Europa, die nog altijd even fris en vrolijk de dogma’s van het socialisme kan verdedigen, en die toch met quasi mathematische zekerheid de naderende verkiezingen (van volgende maand) zal winnen met cijfers die aan absolute meerderheid doen denken. Ik heb het, vanzelfsprekend, over de Waalse Socialisten.
En de vraag is: hoe komt dat?
Wel, het antwoord is pathetisch simpel, maar deze keer lijkt het simplisme me de waarheid. De andere socialisten kunnen de verkiezingen niet winnen, omdat hun filosofie de materiële middelen niet bezit, noch genereert, die hun wereldbeeld moet ondersteunen. En voor de Waalse socialisten geldt dat niet, omdat ze parasieten zijn op een systeem dat hen een externe geldbron bezorgt. Waar andere socialisten aan de macht komen faalt het beleid, en worden ze ofwel weggestemd, of ze passen zich aan aan de realiteit, of het eindigt met een dictatuur, gevolgd door een totale ineenstorting.
Niet zo voor de Waalse Socialisten! De Waalse Socialisten hoeven de middelen voor hun wereldbeeld niet zelf te kunnen genereren, omdat ze die middelen doodeenvoudig via het Belgisch staatsbestel krijgen uitgekeerd. En tegelijk worden ze niet weggestemd omdat de mensen die de puinhoop financieren niet de mensen zijn die op de Waalse Socialisten stemmen. Andere socialisten hangen wel af van de goedkeuring van de mensen die de rekeningen moeten betalen, maar de Waalse Socialisten niet. Bij de Waalse Socialisten zijn het enkel de mensen die de uitkeringen ontvangen die aan het woord komen.
Maar dat betekent dat er mensen zijn die hun belastingen zien gaan naar plaatsen waar ze niet vertegenwoordigd worden. Zoals ik al eerder heb gezegd, dat - en het bijhorende misbruik van fondsen en macht – lijkt me een veel grotere bedreiging voor de Belgische Staat (1) dan alle officiële “gevaarlijke partijen” bij elkaar. Er is zelfs een belangwekkend historisch precedent. Toen de Amerikaanse kolonisten van hun toenmalige Britse vorst belastingen opgelegd kregen waarin ze geen inspraak hadden, brak prompt de Amerikaanse revolutie uit. "No Taxation without Representation!” luidde de slogan, en die slogan is lang genoeg door de geschiedenis blijven galmen.
En beginnen de jongste golven daarvan niet stilaan op de Belgische kusten aan te spoelen? Hoe lang moeten wij nog clowns als Flahaut en de postjesjagers uit Charleroi blijven onderhouden? Hoe lang moeten wij voor dat soort potverdeerders en feestneuzen, die zichzelf nog ontzettend serieus nemen ook, blijven betalen, zonder dat we ze zelfs om de zoveel tijd naar huis mogen stemmen, zoals in een fatsoenlijke democratie? Laat me raden: op 10 juni heeft het ontvangende deel van de bevolking weer op de socialisten gestemd, en het betalende deel van de bevolking kan er weer niets aan doen? Hoe ze zich op die manier inbeelden dat België kan blijven bestaan – het is me een raadsel.
--------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/de-dwazen-die-ons-regeren.html
Waar ik het over wil hebben is de (voor zover ik daar iets van weet, natuurlijk) enige socialistische partij van Europa, die nog altijd even fris en vrolijk de dogma’s van het socialisme kan verdedigen, en die toch met quasi mathematische zekerheid de naderende verkiezingen (van volgende maand) zal winnen met cijfers die aan absolute meerderheid doen denken. Ik heb het, vanzelfsprekend, over de Waalse Socialisten.
En de vraag is: hoe komt dat?
Wel, het antwoord is pathetisch simpel, maar deze keer lijkt het simplisme me de waarheid. De andere socialisten kunnen de verkiezingen niet winnen, omdat hun filosofie de materiële middelen niet bezit, noch genereert, die hun wereldbeeld moet ondersteunen. En voor de Waalse socialisten geldt dat niet, omdat ze parasieten zijn op een systeem dat hen een externe geldbron bezorgt. Waar andere socialisten aan de macht komen faalt het beleid, en worden ze ofwel weggestemd, of ze passen zich aan aan de realiteit, of het eindigt met een dictatuur, gevolgd door een totale ineenstorting.
Niet zo voor de Waalse Socialisten! De Waalse Socialisten hoeven de middelen voor hun wereldbeeld niet zelf te kunnen genereren, omdat ze die middelen doodeenvoudig via het Belgisch staatsbestel krijgen uitgekeerd. En tegelijk worden ze niet weggestemd omdat de mensen die de puinhoop financieren niet de mensen zijn die op de Waalse Socialisten stemmen. Andere socialisten hangen wel af van de goedkeuring van de mensen die de rekeningen moeten betalen, maar de Waalse Socialisten niet. Bij de Waalse Socialisten zijn het enkel de mensen die de uitkeringen ontvangen die aan het woord komen.
Maar dat betekent dat er mensen zijn die hun belastingen zien gaan naar plaatsen waar ze niet vertegenwoordigd worden. Zoals ik al eerder heb gezegd, dat - en het bijhorende misbruik van fondsen en macht – lijkt me een veel grotere bedreiging voor de Belgische Staat (1) dan alle officiële “gevaarlijke partijen” bij elkaar. Er is zelfs een belangwekkend historisch precedent. Toen de Amerikaanse kolonisten van hun toenmalige Britse vorst belastingen opgelegd kregen waarin ze geen inspraak hadden, brak prompt de Amerikaanse revolutie uit. "No Taxation without Representation!” luidde de slogan, en die slogan is lang genoeg door de geschiedenis blijven galmen.
En beginnen de jongste golven daarvan niet stilaan op de Belgische kusten aan te spoelen? Hoe lang moeten wij nog clowns als Flahaut en de postjesjagers uit Charleroi blijven onderhouden? Hoe lang moeten wij voor dat soort potverdeerders en feestneuzen, die zichzelf nog ontzettend serieus nemen ook, blijven betalen, zonder dat we ze zelfs om de zoveel tijd naar huis mogen stemmen, zoals in een fatsoenlijke democratie? Laat me raden: op 10 juni heeft het ontvangende deel van de bevolking weer op de socialisten gestemd, en het betalende deel van de bevolking kan er weer niets aan doen? Hoe ze zich op die manier inbeelden dat België kan blijven bestaan – het is me een raadsel.
--------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/de-dwazen-die-ons-regeren.html
Een aangenaam soort propaganda
W.E.B. Griffin was, als ik dat goed begrepen heb, een generaal in het Amerikaanse leger, die het patriotisme, de geest van kameraadschap, ideeën over moed en eer en trouw en nog zo een paar, via zijn literaire begaafdheid voor een breder publiek heeft toegankelijk gemaakt. Hier bij mij staat een serie paperbacks die begint met The Lieutenants, en na een voorlopig einde met The Generals zelfs nog een aantal vervolgen heeft gezien. En ik moet zeggen, hoewel het mijn wereld niet is – hey, stel je bij mij niets anders voor dan de bijziende boekenwurm – slaagt hij er in bij mij, en dus ongetwijfeld bij een hoop andere lezers, een soort begrip en een hoop sympathie voor die wereld op te wekken.
Dat zal een hoop mensen die vertrouwd zijn met mijn Irakstandpunt wellicht verbazen. Maar die mensen wil ik vragen: beeld je in dat er een engel voor je neus staat, en die vertelt je dat je naar een willekeurig stuk wereldgeschiedenis zal gestuurd worden, waar jij aan de verliezende kant een leven in oorlogstijd zal leiden, met een familie, een vrouw (ik ga er voor het gemak maar even van uit dat de lezer een mannetje is) en kleine kindjes, en jijzelf aan het front, met alle bijhorende ongerustheid over je ouders, je kinderen... enzovoort. Het enige wat nog niet is ingevuld is in welke oorlog, en dus tegen welke overwinnaar, je in dat leven een rol zal gaan spelen. En jij mag zelf kiezen! De Romeinen? De Mongolen? De Zoeloes? De Azteken? Je zegt het maar: door wie wil je overweldigd worden en door wie mag de wereld waarin je familie het verder moet uitzingen daarna bestuurd worden?
Mag ik opmerken dat ikzelf, zonder maar een seconde te twijfelen, zou kiezen verslagen te worden door een Amerikaans leger, vanaf ergens kort na de vroege twintigste eeuw?
Overigens gaat het daar in de boeken van Griffin niet eens om. Waar het om gaat is dat een leger een intens sociaal gebeuren is. Er is een sterke hiërarchie, er is een sterke neiging tot ritualizering, er zijn duidelijke tradities waar groot belang aan wordt gehecht, en er is heel die atmosfeer van idealisme en patriotisme waarover ik het al had.
Wat er gebeurt is dat Griffin aan de hand van verhalen die zich grotendeels in vredestijd afspelen, de sociologie van dat leger schetst. En hij doet dat vanuit een honderd percent sympathiserend standpunt, waarbij generaals werkelijk de belangen van hun manschappen boven alles stellen (of anders zwaar op hun neus krijgen) en waarbij lagere officieren werkelijk vol vertrouwen de opdrachten van hun superieuren afwerken en daarbij zichzelf maximaal wegcijferen (en anders evengoed zwaar op hun neus krijgen). En alle activiteiten, die af en toe betreurenswaardig maar noodzakelijk gevechten impliceren, zoals de invasie van Cuba of Vietnam, gebeuren vanuit het nobelste idealisme, het beschermen van de wereld tegen de gevaren van het communisme.
Je krijgt inzicht in de subtiliteit van heel dat hiërarchisch systeem, waarbij mannen nauw samenwerken en vaak vrienden zijn, maar waarin af en toe toch aan de regels en het systeem wordt herinnerd: zodat de kolonel zijn beste vriend de majoor aanspreekt met zijn titel “majoor”, hetgeen van zijn voorstel een bevel maakt, en waarop de majoor onveranderlijk “yes sir” antwoordt. En op analoge manieren domineren de generaalsvrouwen de kolonelsvrouwen, die op hun beurt de majoorsvrouwen domineren, enzovoort. Had ik op dit blog al iets over mijn belangstelling voor alfamannetjes gezegd?
Maar terwijl heel die wereld respectvol en zelfs liefdevol beschreven wordt is Griffin ook niet blind voor de problemen die er natuurlijk zijn met dat soort systemen. Pas nog zat ik te genieten van de scène die eindigde met “het bevestigde zijn opinie dat veel sergeant-majoors eigenlijk kolonels hoorden te zijn, en omgekeerd”. En nog subtieler wordt het wanneer een van de hoofdfiguren (laten we hem “kolonel Felter” noemen) via de inlichtingendiensten van de president zoveel invloed verwerft, dat zelfs generaals naar hem luisteren en alleen de allerhoogste generaals – met minder dan vier sterren komen ze er niet – hem als gelijke kunnen behandelen. Kolonel Felter spreekt al die hogere officieren aan met de beleefdheid en het ontzag dat hij hen als “lage” kolonel verschuldigd is – maar wanneer ze denken het anders aan te pakken dan hij, en proberen de hiërarchie uit te spelen, dan komen ze steeds van een kale reis terug.
Overigens vinden we af en toe wel eens een inconsistentie terug. In The Colonels stelt kolonel Felter voor om Che Guevara (een communistische agitator met meer dan een paar moorden op zijn geweten, zo vertelt deze uiterst charmerende propaganda ons, en ik ben wel geneigd het te geloven) te elimineren, waarmee hij op de grootst mogelijke verontwaardiging stuit van de hogere kringen. Maar in Special Ops zijn het juist de betweterige hogere kringen die Guevara willen elimineren. En is het kolonel Felter, de man die altijd het verst vooruit kijkt, die inziet dat dat alleen maar een martelaar van Che zal maken, de man die eigenlijk maar die ordinaire moordenaar was. Maar alles bij elkaar blijven dat maar kleinigheden die het plezier om die blik in het wereldje niet kunnen bederven, en waarvoor ik glimlachend de prijs – mijn beeld over het Amerikaanse leger wordt er in positieve zin door beïnvloed! – betaal.
Geen serie, dus, voor mensen die de zoveelste tirade tegen het machogedrag van de marines of de knotsboemdiplomatie van de VS wilden horen. Maar wel een reeks schetsen van een wereld door een man die zich door die wereld geabsorbeerd voelt; die er zijn levensvervulling in heeft gezocht, en gevonden. Een man die voor die wereld een liefde heeft opgevat die doet denken aan de passie van de kunstenaar voor zijn onderwerp. En in zo’n geval, ook al voel je dat het jouw wereld niet is, en ook al voel je dat je op een verborgen manier een bepaald perspectief wordt bijgebracht – mogen we bij die oprechte gevoelens van die man niet een zekere sympathie, en een zekere tolerantie, en zeker begrip gaan koesteren? Wat mij betreft, een warme aanrader, met een klein korreltje zout en op het einde een vrolijke knipoog.
Dat zal een hoop mensen die vertrouwd zijn met mijn Irakstandpunt wellicht verbazen. Maar die mensen wil ik vragen: beeld je in dat er een engel voor je neus staat, en die vertelt je dat je naar een willekeurig stuk wereldgeschiedenis zal gestuurd worden, waar jij aan de verliezende kant een leven in oorlogstijd zal leiden, met een familie, een vrouw (ik ga er voor het gemak maar even van uit dat de lezer een mannetje is) en kleine kindjes, en jijzelf aan het front, met alle bijhorende ongerustheid over je ouders, je kinderen... enzovoort. Het enige wat nog niet is ingevuld is in welke oorlog, en dus tegen welke overwinnaar, je in dat leven een rol zal gaan spelen. En jij mag zelf kiezen! De Romeinen? De Mongolen? De Zoeloes? De Azteken? Je zegt het maar: door wie wil je overweldigd worden en door wie mag de wereld waarin je familie het verder moet uitzingen daarna bestuurd worden?
Mag ik opmerken dat ikzelf, zonder maar een seconde te twijfelen, zou kiezen verslagen te worden door een Amerikaans leger, vanaf ergens kort na de vroege twintigste eeuw?
Overigens gaat het daar in de boeken van Griffin niet eens om. Waar het om gaat is dat een leger een intens sociaal gebeuren is. Er is een sterke hiërarchie, er is een sterke neiging tot ritualizering, er zijn duidelijke tradities waar groot belang aan wordt gehecht, en er is heel die atmosfeer van idealisme en patriotisme waarover ik het al had.
Wat er gebeurt is dat Griffin aan de hand van verhalen die zich grotendeels in vredestijd afspelen, de sociologie van dat leger schetst. En hij doet dat vanuit een honderd percent sympathiserend standpunt, waarbij generaals werkelijk de belangen van hun manschappen boven alles stellen (of anders zwaar op hun neus krijgen) en waarbij lagere officieren werkelijk vol vertrouwen de opdrachten van hun superieuren afwerken en daarbij zichzelf maximaal wegcijferen (en anders evengoed zwaar op hun neus krijgen). En alle activiteiten, die af en toe betreurenswaardig maar noodzakelijk gevechten impliceren, zoals de invasie van Cuba of Vietnam, gebeuren vanuit het nobelste idealisme, het beschermen van de wereld tegen de gevaren van het communisme.
Je krijgt inzicht in de subtiliteit van heel dat hiërarchisch systeem, waarbij mannen nauw samenwerken en vaak vrienden zijn, maar waarin af en toe toch aan de regels en het systeem wordt herinnerd: zodat de kolonel zijn beste vriend de majoor aanspreekt met zijn titel “majoor”, hetgeen van zijn voorstel een bevel maakt, en waarop de majoor onveranderlijk “yes sir” antwoordt. En op analoge manieren domineren de generaalsvrouwen de kolonelsvrouwen, die op hun beurt de majoorsvrouwen domineren, enzovoort. Had ik op dit blog al iets over mijn belangstelling voor alfamannetjes gezegd?
Maar terwijl heel die wereld respectvol en zelfs liefdevol beschreven wordt is Griffin ook niet blind voor de problemen die er natuurlijk zijn met dat soort systemen. Pas nog zat ik te genieten van de scène die eindigde met “het bevestigde zijn opinie dat veel sergeant-majoors eigenlijk kolonels hoorden te zijn, en omgekeerd”. En nog subtieler wordt het wanneer een van de hoofdfiguren (laten we hem “kolonel Felter” noemen) via de inlichtingendiensten van de president zoveel invloed verwerft, dat zelfs generaals naar hem luisteren en alleen de allerhoogste generaals – met minder dan vier sterren komen ze er niet – hem als gelijke kunnen behandelen. Kolonel Felter spreekt al die hogere officieren aan met de beleefdheid en het ontzag dat hij hen als “lage” kolonel verschuldigd is – maar wanneer ze denken het anders aan te pakken dan hij, en proberen de hiërarchie uit te spelen, dan komen ze steeds van een kale reis terug.
Overigens vinden we af en toe wel eens een inconsistentie terug. In The Colonels stelt kolonel Felter voor om Che Guevara (een communistische agitator met meer dan een paar moorden op zijn geweten, zo vertelt deze uiterst charmerende propaganda ons, en ik ben wel geneigd het te geloven) te elimineren, waarmee hij op de grootst mogelijke verontwaardiging stuit van de hogere kringen. Maar in Special Ops zijn het juist de betweterige hogere kringen die Guevara willen elimineren. En is het kolonel Felter, de man die altijd het verst vooruit kijkt, die inziet dat dat alleen maar een martelaar van Che zal maken, de man die eigenlijk maar die ordinaire moordenaar was. Maar alles bij elkaar blijven dat maar kleinigheden die het plezier om die blik in het wereldje niet kunnen bederven, en waarvoor ik glimlachend de prijs – mijn beeld over het Amerikaanse leger wordt er in positieve zin door beïnvloed! – betaal.
Geen serie, dus, voor mensen die de zoveelste tirade tegen het machogedrag van de marines of de knotsboemdiplomatie van de VS wilden horen. Maar wel een reeks schetsen van een wereld door een man die zich door die wereld geabsorbeerd voelt; die er zijn levensvervulling in heeft gezocht, en gevonden. Een man die voor die wereld een liefde heeft opgevat die doet denken aan de passie van de kunstenaar voor zijn onderwerp. En in zo’n geval, ook al voel je dat het jouw wereld niet is, en ook al voel je dat je op een verborgen manier een bepaald perspectief wordt bijgebracht – mogen we bij die oprechte gevoelens van die man niet een zekere sympathie, en een zekere tolerantie, en zeker begrip gaan koesteren? Wat mij betreft, een warme aanrader, met een klein korreltje zout en op het einde een vrolijke knipoog.
maandag 7 mei 2007
You can fool 28% of the people all of the time
Ik lees dat Bush' "approval rating" tot 28% is gezakt. Dus 28% van de ondervraagden denkt in mei 2,007 dat Bush een goede president is!
Dus:
You can fool all of the people some of the time, and
You can fool some of the people all of the time, but
You can fool only 28% of the people all of the time.
Dat zou kunnen kloppen met het feit dat Carter in 1,979 ook aan 28% zat. Natuurlijk blijft het moeilijk om een geschikt criterium te vinden. Practisch precies een jaar geleden dacht ikzelf nog dat het geen 28, maar wel 30% was:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/you-can-fool-some-people-all-of-time.html
Dus is het geen vast cijfer, zoals de lichtsnelheid, maar eerder iets dat aan schommelingen onderhevig is. Ik had vorig jaar duidelijk niet aan Carter gedacht. Als we bijgevolg ons blikveld verder verruimen vinden we zelfs aanwijzingen dat een nog juister cijfer 25% is. De volgende grafiek is al van een hele tijd geleden (als iemand een recentere grafiek kan vinden...) maar je kan gemakkelijk genoeg extrapoleren.
http://pollkatz.homestead.com/files/BNCapp_12756_image001.gif
Het punt is, zelfs op het moment dat Nixon impeached (impeached! im - pea - ched!) haalde die nog 25%. Maar Bush heeft wel nog een pak maanden te gaan: wie weet waar die nog allemaal in slaagt?
Of misschien is 25% een absoluut minimum. Misschien doet het er niet toe hoe diep een president kan zinken, misschien doet het er niet toe hoe luid de feiten voor zichzelf spreken, en zal er altijd een harde kern van 25% zijn, van mensen die niet op het idee komen dat ze het mis hadden. Je weet wel, de mensen die al gezegd hebben dat het buitenlandse "beleid" van Bush de schuld is van de terroristen (1), of van de Europeanen, of van de Democraten (url's beschikbaar, zij het mogelijk mits enig zoeken. Maar als iemand er enkele tientallen euro per url voor wil verwedden...), maar nooit van de mensen die het hebben aangericht.
Want wat had je nu gedacht: ze hebben het immers zelf aangericht.
----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/blair-irak-is-een-ramp.html
QUOTE
"Hey, Tony! Hier is een oefeningetje voor je! Morgen schaf ik alle politiediensten van het VK af, allemaal, tot op de laatste. Van de eerste de beste extreem-linkse anti-globalist tot het Republikeins establishment van de VS vertelt de hele wereld me, zeer gedetailleerd, dat dat een idioot idee is, en dat plunderingen en onveiligheid het gevolg zullen zijn. Ik zet toch mijn zin door, en plunderingen en onveiligheid zijn het gevolg. En ik verklaar: dat is mijn schuld niet, dat is de schuld van de dieven en geweldplegers.
Denk je dat de je fout in de redenering kan terugvinden? Herbekijk je dan nog eens opnieuw wat je de laatste tijd zoal allemaal hebt uitgekraamd?
En denk je dan misschien ook eens na over de schade die je hebt aangericht?"
UNQUOTE
Dus:
You can fool all of the people some of the time, and
You can fool some of the people all of the time, but
You can fool only 28% of the people all of the time.
Dat zou kunnen kloppen met het feit dat Carter in 1,979 ook aan 28% zat. Natuurlijk blijft het moeilijk om een geschikt criterium te vinden. Practisch precies een jaar geleden dacht ikzelf nog dat het geen 28, maar wel 30% was:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/you-can-fool-some-people-all-of-time.html
Dus is het geen vast cijfer, zoals de lichtsnelheid, maar eerder iets dat aan schommelingen onderhevig is. Ik had vorig jaar duidelijk niet aan Carter gedacht. Als we bijgevolg ons blikveld verder verruimen vinden we zelfs aanwijzingen dat een nog juister cijfer 25% is. De volgende grafiek is al van een hele tijd geleden (als iemand een recentere grafiek kan vinden...) maar je kan gemakkelijk genoeg extrapoleren.
http://pollkatz.homestead.com/files/BNCapp_12756_image001.gif
Het punt is, zelfs op het moment dat Nixon impeached (impeached! im - pea - ched!) haalde die nog 25%. Maar Bush heeft wel nog een pak maanden te gaan: wie weet waar die nog allemaal in slaagt?
Of misschien is 25% een absoluut minimum. Misschien doet het er niet toe hoe diep een president kan zinken, misschien doet het er niet toe hoe luid de feiten voor zichzelf spreken, en zal er altijd een harde kern van 25% zijn, van mensen die niet op het idee komen dat ze het mis hadden. Je weet wel, de mensen die al gezegd hebben dat het buitenlandse "beleid" van Bush de schuld is van de terroristen (1), of van de Europeanen, of van de Democraten (url's beschikbaar, zij het mogelijk mits enig zoeken. Maar als iemand er enkele tientallen euro per url voor wil verwedden...), maar nooit van de mensen die het hebben aangericht.
Want wat had je nu gedacht: ze hebben het immers zelf aangericht.
----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/blair-irak-is-een-ramp.html
QUOTE
"Hey, Tony! Hier is een oefeningetje voor je! Morgen schaf ik alle politiediensten van het VK af, allemaal, tot op de laatste. Van de eerste de beste extreem-linkse anti-globalist tot het Republikeins establishment van de VS vertelt de hele wereld me, zeer gedetailleerd, dat dat een idioot idee is, en dat plunderingen en onveiligheid het gevolg zullen zijn. Ik zet toch mijn zin door, en plunderingen en onveiligheid zijn het gevolg. En ik verklaar: dat is mijn schuld niet, dat is de schuld van de dieven en geweldplegers.
Denk je dat de je fout in de redenering kan terugvinden? Herbekijk je dan nog eens opnieuw wat je de laatste tijd zoal allemaal hebt uitgekraamd?
En denk je dan misschien ook eens na over de schade die je hebt aangericht?"
UNQUOTE
zondag 6 mei 2007
Feodalizering en een "Theorie van de Geschiedenis"
Een tijdje geleden stond hier een post over verschillende manieren waarop vroegere beschavingen het probleem van de verhouding tussen een centraal gezag en onderhorige gebieden oplosten (1). Om zich te verdedigen tegen barbaren en nomaden was een georganizeerd bestuur nodig, dat onder meer een geregeld leger moet ondersteunen. De post van destijds beschreef verschillende manieren om dat te organizeren, met een vlugge hint naar de invloed van de respectievelijke economieën waarop de verschillende beschavingen zich baseerden.
Recenter kwam er een post die verwees naar een boek van Bernard Lewis, een historicus die beroemd is geworden als historicus van het Midden Oosten en de Islam (2). Ik zei nog dat ik het interessant genoeg had gevonden om nog boeken van hem te lezen. En nu ik een heel eind zit in een tweede (3) merk ik een interessant verband met die vroegere post op.
In de eeuwen voor het jaar 1,000 AD vormde de Islam een politiek quasi eengemaakt gebied, met een bloeiende handel en de bijhorende cultuur, zoals je die van soortgelijke beschavingen (de Romeinen, de Chinezen, de Perzen en noem maar op) in soortgelijke omstandigheden al vaak had gezien – en in de toekomst nog vaak zou zien. Handel, industrie, een geldeconomie, een centraal gezag... En dus ook een bijhorende militaire organizatie, die zich waarlijk geen zorgen hoefde te maken over vreemde veroveraars. Gedurende die eeuwen waren de Arabieren en de volkeren die in de Islam waren ingelijfd zelf de vreemde veroveraars.
Vanaf de elfde eeuw begon één en ander mis te gaan. In feite een beetje zoals in de post over de verschillende maatschappelijke organzaties al stond. Er ontstond politieke versnippering, de druk van nomadische volkeren (zowel uit het noorden, in de gedaante van Turken, als uit het zuiden, in de gedaante van Bedouïenen) werd veel groter, de materiële basis van de beschaving brokkelde af, de geldeconomie brokkelde mee af, de militaire slagkracht idem ditto, en het was hervormen of tenonder gaan.
En wat er gebeurde was dat de Islam vanaf de elfde eeuw hervormde in de richting van een feodalizering. In het bijzonder de Turken werden in de Islambeschaving geabsorbeerd door middel van het toekennen van land in ruil voor militaire dienst. Feodalizering dus, als antwoord op twee van de problemen uit die vorige post. Er was niet langer een geldeconomie om het centraal gezag te dragen, en de vreemde invallers werden zelf gerecruteerd als deelnemers aan, en verdedigers van, de beschaving.
Die ontwikkeling doet vervolgens denken aan een ander boek waar het hier al eerder over ging (4). In dat boek stond hoe het Westen in het jaar 1,000 een feodaliteit was (sterk gesimplifiëerd: in reactie op invallen door de Vikings). Door de loop van de eeuwen ontstond een geldeconomie, ontstonden steden, ontstond technologie... En volgens dat boek is het verhaal van de successen van Europa het verhaal van hoe de ontwikkeling van de Europese sociaal-politieke instellingen tot staten al die andere ontwikkelingen mogelijk maakten.
Maar in dat geval krijg je een heel interessante vraag. Recapitulerend: om redenen die te maken hebben met vreemde invallers evolueert Europa tussen het jaar 1,000 en (pakweg) 1,700 van een feodaliteit tot een systeem van naties en staten. En in dezelfde periode, met een soortgelijke causaliteit, evolueert de Islam van een Imperium van “naties en staten” (Arabieren, Perzen, Egyptenaren, Byzantijnen, later ook Turken, Noord-Afrikanen en Indiërs,...) naar een feodaliteit. Het gaat blijkbaar om een historische ontwikkeling die in beide richtingen kan gaan. En die richting hangt blijkbaar af van de aard van vreemde invallers, de impact die ze hebben, en in welke fase van ontwikkeling ze precies optraden. Noem dit punt één.
Punt twee is dan het idee van North & Thomas, namelijk dat de ontwikkeling van politieke instellingen de ontwikkeling van technologie en wetenschap bepaalt. Tellen we één en twee bij elkaar op, dan krijgen we (behalve drie) een “theorie van de geschiedenis”; laat ik het maar snel een hypothese noemen. Die zegt dat de relatieve periode waarin resp. “Vikings en Turken” (in werkelijkheid waren er aan beide kanten veel meer vreemde invallers, natuurlijk) resp. Europa en het Midden oosten binnenvielen, bepaalde welke van deze twee beschavingen – die in zovele opzichten op elkaar lijken, zie ook (5) - een Renaissance (1,500) , een Wetenschappelijke Revolutie (1,600), een Verlichting (1,700) en een Industriële Revolutie (1,800) kende, en welke niet.
Dat geeft ons een theorie naast meer bekende theorieën, die gaan over hoe blanken het beter deden omdat zij superieure genen hebben, of hoe Europeanen het beter deden omdat ze een superieure cultuur hebben, of hoe Europa het beter deed omdat het een beter klimaat heeft, of omdat Europa veel meer oceaankust (“vrije handel”) heeft . De lezer merkt hoe ik de theorieën gerangschikt heb naarmate ze in mijn ogen van "lachwekkend" naar "interessant" opklimmen. Wie me een beetje kent weet overigens ook wel dat ik helemaal niet voorstel om de serieuze theorieën er uit te gooien en te vervangen door de “nieuwe” (het boek van Lewis dateert van 1,950 en North & Thomas is van 1,973...) hypothese. Wat ik wel denk is dat we het probleem van de “resolutie van de geschiedenis” (6) beter aanpakken naarmate we meerdere geloofwaardige invalshoeken weten toe te voegen. Bij dat hoofdstuk dat ik net van Bernard Lewis aan het lezen ben krijg ik in dat verband toch een beetje een “aha-gevoel”...
------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/enkele-soorten-maatschappelijke.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/dom-rechts-islam-en-beschaving.html
(3) Lewis, The Arabs in History, 1,950 (1,993)
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/rechts-maar-toch-goed-north-thomas.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/de-baarmoederstrategie.html (6) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/04/de-resolutie-van-de-geschiedenis.html
Recenter kwam er een post die verwees naar een boek van Bernard Lewis, een historicus die beroemd is geworden als historicus van het Midden Oosten en de Islam (2). Ik zei nog dat ik het interessant genoeg had gevonden om nog boeken van hem te lezen. En nu ik een heel eind zit in een tweede (3) merk ik een interessant verband met die vroegere post op.
In de eeuwen voor het jaar 1,000 AD vormde de Islam een politiek quasi eengemaakt gebied, met een bloeiende handel en de bijhorende cultuur, zoals je die van soortgelijke beschavingen (de Romeinen, de Chinezen, de Perzen en noem maar op) in soortgelijke omstandigheden al vaak had gezien – en in de toekomst nog vaak zou zien. Handel, industrie, een geldeconomie, een centraal gezag... En dus ook een bijhorende militaire organizatie, die zich waarlijk geen zorgen hoefde te maken over vreemde veroveraars. Gedurende die eeuwen waren de Arabieren en de volkeren die in de Islam waren ingelijfd zelf de vreemde veroveraars.
Vanaf de elfde eeuw begon één en ander mis te gaan. In feite een beetje zoals in de post over de verschillende maatschappelijke organzaties al stond. Er ontstond politieke versnippering, de druk van nomadische volkeren (zowel uit het noorden, in de gedaante van Turken, als uit het zuiden, in de gedaante van Bedouïenen) werd veel groter, de materiële basis van de beschaving brokkelde af, de geldeconomie brokkelde mee af, de militaire slagkracht idem ditto, en het was hervormen of tenonder gaan.
En wat er gebeurde was dat de Islam vanaf de elfde eeuw hervormde in de richting van een feodalizering. In het bijzonder de Turken werden in de Islambeschaving geabsorbeerd door middel van het toekennen van land in ruil voor militaire dienst. Feodalizering dus, als antwoord op twee van de problemen uit die vorige post. Er was niet langer een geldeconomie om het centraal gezag te dragen, en de vreemde invallers werden zelf gerecruteerd als deelnemers aan, en verdedigers van, de beschaving.
Die ontwikkeling doet vervolgens denken aan een ander boek waar het hier al eerder over ging (4). In dat boek stond hoe het Westen in het jaar 1,000 een feodaliteit was (sterk gesimplifiëerd: in reactie op invallen door de Vikings). Door de loop van de eeuwen ontstond een geldeconomie, ontstonden steden, ontstond technologie... En volgens dat boek is het verhaal van de successen van Europa het verhaal van hoe de ontwikkeling van de Europese sociaal-politieke instellingen tot staten al die andere ontwikkelingen mogelijk maakten.
Maar in dat geval krijg je een heel interessante vraag. Recapitulerend: om redenen die te maken hebben met vreemde invallers evolueert Europa tussen het jaar 1,000 en (pakweg) 1,700 van een feodaliteit tot een systeem van naties en staten. En in dezelfde periode, met een soortgelijke causaliteit, evolueert de Islam van een Imperium van “naties en staten” (Arabieren, Perzen, Egyptenaren, Byzantijnen, later ook Turken, Noord-Afrikanen en Indiërs,...) naar een feodaliteit. Het gaat blijkbaar om een historische ontwikkeling die in beide richtingen kan gaan. En die richting hangt blijkbaar af van de aard van vreemde invallers, de impact die ze hebben, en in welke fase van ontwikkeling ze precies optraden. Noem dit punt één.
Punt twee is dan het idee van North & Thomas, namelijk dat de ontwikkeling van politieke instellingen de ontwikkeling van technologie en wetenschap bepaalt. Tellen we één en twee bij elkaar op, dan krijgen we (behalve drie) een “theorie van de geschiedenis”; laat ik het maar snel een hypothese noemen. Die zegt dat de relatieve periode waarin resp. “Vikings en Turken” (in werkelijkheid waren er aan beide kanten veel meer vreemde invallers, natuurlijk) resp. Europa en het Midden oosten binnenvielen, bepaalde welke van deze twee beschavingen – die in zovele opzichten op elkaar lijken, zie ook (5) - een Renaissance (1,500) , een Wetenschappelijke Revolutie (1,600), een Verlichting (1,700) en een Industriële Revolutie (1,800) kende, en welke niet.
Dat geeft ons een theorie naast meer bekende theorieën, die gaan over hoe blanken het beter deden omdat zij superieure genen hebben, of hoe Europeanen het beter deden omdat ze een superieure cultuur hebben, of hoe Europa het beter deed omdat het een beter klimaat heeft, of omdat Europa veel meer oceaankust (“vrije handel”) heeft . De lezer merkt hoe ik de theorieën gerangschikt heb naarmate ze in mijn ogen van "lachwekkend" naar "interessant" opklimmen. Wie me een beetje kent weet overigens ook wel dat ik helemaal niet voorstel om de serieuze theorieën er uit te gooien en te vervangen door de “nieuwe” (het boek van Lewis dateert van 1,950 en North & Thomas is van 1,973...) hypothese. Wat ik wel denk is dat we het probleem van de “resolutie van de geschiedenis” (6) beter aanpakken naarmate we meerdere geloofwaardige invalshoeken weten toe te voegen. Bij dat hoofdstuk dat ik net van Bernard Lewis aan het lezen ben krijg ik in dat verband toch een beetje een “aha-gevoel”...
------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/enkele-soorten-maatschappelijke.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/dom-rechts-islam-en-beschaving.html
(3) Lewis, The Arabs in History, 1,950 (1,993)
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/rechts-maar-toch-goed-north-thomas.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/de-baarmoederstrategie.html (6) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/04/de-resolutie-van-de-geschiedenis.html
zaterdag 5 mei 2007
De Terugkeer van het Cijnskiesrecht
Laat me de geschiedenis simplifiëren en beweren dat "vroeger" de samenleving feodaal georganizeerd was. De macht lag bij een koning, en lokaler bij de bijhorende adel van hertogen en baronnen, en het grootste deel van de bevolking had niets te zeggen. Daarmee negeren we dat steden in Europa een belangrijke rol speelde, juist omdat ze zich onafhankelijk van de adel opstelden, en we negeren de heel eigenzinnige kerkelijke hiërarchie, en we negeren nog een hoop dingen die ik vergeet of niet eens weet, gewoon om het verhaal eenvoudig voor te stellen.
Zo kunnen we zonder te veel details op de volgende fase overgaan. De adel wordt afgezet en de politieke macht komt in handen van de zogenaamde Bourgeoisie. We negeren dat de evolutie in Europa niet overal de weg van de Franse Revolutie is gegaan, maar nogmaals, het helpt om het verhaal scherp te stellen. Dus: de macht van de adel wordt (niet altijd figuurlijk) onthoofd, en in de plaats komen politieke organen die de uitdrukking zijn van de wil van de welstellende klassen van die periode; zeg, ruwweg, de achttiende en negentiende eeuw. De politieke instellingen zijn nu al verkozen instellingen, maar om te mogen stemmen moest je een bepaald inkomen hebben. Of ook, het aantal stemmen kan variëren tussen nul en meerdere stemmen, afhankelijk van je inkomen. Dat was het “cijnskiesrecht”, een kiesrecht voor en door de gevestigde bourgeoisie.
En daar was goed en grondig over nagedacht! Immers, iedereen kon op zijn vingers natellen wat er zou gebeuren als je verkiezingen niet liet leiden door de respectabele geldverdienende elite van een samenleving, maar wel door een "democratische" utopie. Allerlei gespuis - langharig werkschuw tuig, socialisten, vrouwen en als je niet oppaste op de duur nog negers en joden ook (1) - zou zomaar kunnen stemmen. En het gepeupel (1) zou natuurlijk niet stemmen voor de gegarandeerde inkomstenstroom van de Bourgeoisie en kerkelijke en soortgelijke instellingen. Neen, ze zouden stemmen voor maatregelen waarbij de peilers van de samenleving hun financiering zouden verliezen ten voordele van herverdeling naar het gepeupel (1). En dat zou de peilers van de samenleving zelf ondergraven alsook de economie en uiteindelijk de beschaving zelf.
Dat is allemaal vrij nauwkeurig uitgekomen. Want in de volgende fase werd het kiesrecht wel degelijk uitgebreid tot socialisten en vrouwen, en laten we eerlijk zijn, de respectabele samenleving van het jaar 1,800 is niet langer wat we rondom ons te zien krijgen. Alleen al de veranderingen in de seksuele moraal zouden voldoende zijn om de brave bourgeoisie van die tijd hartaanvallen te bezorgen, en (wat zij als) “de beschaving” (beschouwden) is al tien keer ingestort. Maar toch zijn de voorspellingen op één punt niet uitgekomen. Zeker, het gepeupel (1) heeft gestemd voor maatregelen die ten goede komen aan het gepeupel (1). Maar de samenleving is niet teruggevallen in de middeleeuwse armoede, maar er integendeel zo oneindig veel verder op vooruitgegaan, dat zelfs de spectaculaire verwezenlijkingen van de negentiende eeuw erbij verbleken.
En dat is het punt waarop we schoorvoetend toegeven: democratie (één persoon, één stem) is misschien een slecht systeem, maar het is het minst slecht systeem dat de mensheid al heeft uitgevonden (2). Daaruit volgt dan weer dat verdere evolutie, niet naar iets nieuws, maar wel naar iets dat we al gehad hebben, niet noodzakelijk vooruitgang zou zijn.
Wat ik in gedachten heb zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen, zoals die er vandaag, in 2,007 uitzien. De verkiezingen van 2,004 sloegen alle records qua financiële middelen die de kandidaten besteedden, en nu al is duidelijk dat 2,004 in het niet zal vallen bij 2,008. Het is tamelijk veilig te extrapoleren dat 2,012 op zijn beurt 2,008 in de schaduw zal stellen, enzovoort. Meer en meer komt al dat geld van particuliere donors. En dat is zelfs goed nieuws, in de mate dat het minder belastinggeld kost aan mensen die hun geld misschien liever anders hadden besteed, en de bron verlegt naar mensen die zelf hebben beslist geld aan politiek te besteden.
Alleen is het zo dat niet alle donoren even groot zijn. En niet alle donoren doen het om even onbaatzuchtige redenen. De politieke druk kan zodanig zijn dat verkozenen geld, veel geld, aanvaarden van mensen aan wie ze vervolgens verplicht raken. Iedereen weet dat op die manier Amerikaanse ambassadeurs aan een benoeming geraken. We weten niet - maar we kunnen het raden - wat er zoal allemaal nog meer kan vastzitten aan financiële steun.
Met een beetje duwen trekken kan je in de toestand een terugkeer naar het cijnskiesrecht zien. Niet langer is het zo dat je op basis van je geld het soort samenleving in stand kan stemmen, dat op zijn beurt je geld in stand houdt. Er zit wel degelijk het groot verschil op dat je het risico loopt dat je de verkeerde partij steunt, en als je de verkiezing verliest ben je dat geld zonder meer kwijt. Maar er is ook de probabiliteit dat je partij wint, en vanaf dat moment beginnen de parallellen er verdacht goed uit te zien. De mensen die via de regering aan de macht zijn zullen meer invloed op het beleid hebben, naarmate ze er meer voor betaald hebben. Boze tongen zullen beweren dat je nu al sporen ziet van de terugkeer van een nog primitiever standpunt; dat er nu al terug keizers, hofhoudingen, hertogen en baronnen zijn, ook al heten ze anders. Maar laten we ons niet teveel bekommeren om wat een beetje klinkt als verhitte fantasieën. Alleen al de terugkeer van het cijnskiesrecht lijkt me belangwekkend genoeg.
Maar nogmaals, volgens mij moeten we toch vermijden het verhaal als één groot zwart-wit gekleurd complot voor te stellen. Want net zo goed kunnen de ontwikkelingen een welkome uitdrukking zijn van grotere betrokkenheid van het publiek zelf - terug naar mijn “het zou goed nieuws kunnen zijn” van drie paragrafen geleden. We weten het niet. Maar is dat op zich niet voldoende reden om het nauwlettend in de gaten te houden?
------------------------------------------------------
(1) Ik denk veiligheidshalve weer aan de hint dat je je sarcasme zo dik kan smeren als je wil, en dat er toch altijd wel iemand zal inlopen en vol heilige verontwaardiging zal reageren. Dus: opgepast! Sarcasme alert! Bedenkt eer gij verdenkt! Enzovoort.
(2) Voor wie de uitdrukking nog niet kende: die heb ik niet zelf bedacht, hoor.
Zo kunnen we zonder te veel details op de volgende fase overgaan. De adel wordt afgezet en de politieke macht komt in handen van de zogenaamde Bourgeoisie. We negeren dat de evolutie in Europa niet overal de weg van de Franse Revolutie is gegaan, maar nogmaals, het helpt om het verhaal scherp te stellen. Dus: de macht van de adel wordt (niet altijd figuurlijk) onthoofd, en in de plaats komen politieke organen die de uitdrukking zijn van de wil van de welstellende klassen van die periode; zeg, ruwweg, de achttiende en negentiende eeuw. De politieke instellingen zijn nu al verkozen instellingen, maar om te mogen stemmen moest je een bepaald inkomen hebben. Of ook, het aantal stemmen kan variëren tussen nul en meerdere stemmen, afhankelijk van je inkomen. Dat was het “cijnskiesrecht”, een kiesrecht voor en door de gevestigde bourgeoisie.
En daar was goed en grondig over nagedacht! Immers, iedereen kon op zijn vingers natellen wat er zou gebeuren als je verkiezingen niet liet leiden door de respectabele geldverdienende elite van een samenleving, maar wel door een "democratische" utopie. Allerlei gespuis - langharig werkschuw tuig, socialisten, vrouwen en als je niet oppaste op de duur nog negers en joden ook (1) - zou zomaar kunnen stemmen. En het gepeupel (1) zou natuurlijk niet stemmen voor de gegarandeerde inkomstenstroom van de Bourgeoisie en kerkelijke en soortgelijke instellingen. Neen, ze zouden stemmen voor maatregelen waarbij de peilers van de samenleving hun financiering zouden verliezen ten voordele van herverdeling naar het gepeupel (1). En dat zou de peilers van de samenleving zelf ondergraven alsook de economie en uiteindelijk de beschaving zelf.
Dat is allemaal vrij nauwkeurig uitgekomen. Want in de volgende fase werd het kiesrecht wel degelijk uitgebreid tot socialisten en vrouwen, en laten we eerlijk zijn, de respectabele samenleving van het jaar 1,800 is niet langer wat we rondom ons te zien krijgen. Alleen al de veranderingen in de seksuele moraal zouden voldoende zijn om de brave bourgeoisie van die tijd hartaanvallen te bezorgen, en (wat zij als) “de beschaving” (beschouwden) is al tien keer ingestort. Maar toch zijn de voorspellingen op één punt niet uitgekomen. Zeker, het gepeupel (1) heeft gestemd voor maatregelen die ten goede komen aan het gepeupel (1). Maar de samenleving is niet teruggevallen in de middeleeuwse armoede, maar er integendeel zo oneindig veel verder op vooruitgegaan, dat zelfs de spectaculaire verwezenlijkingen van de negentiende eeuw erbij verbleken.
En dat is het punt waarop we schoorvoetend toegeven: democratie (één persoon, één stem) is misschien een slecht systeem, maar het is het minst slecht systeem dat de mensheid al heeft uitgevonden (2). Daaruit volgt dan weer dat verdere evolutie, niet naar iets nieuws, maar wel naar iets dat we al gehad hebben, niet noodzakelijk vooruitgang zou zijn.
Wat ik in gedachten heb zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen, zoals die er vandaag, in 2,007 uitzien. De verkiezingen van 2,004 sloegen alle records qua financiële middelen die de kandidaten besteedden, en nu al is duidelijk dat 2,004 in het niet zal vallen bij 2,008. Het is tamelijk veilig te extrapoleren dat 2,012 op zijn beurt 2,008 in de schaduw zal stellen, enzovoort. Meer en meer komt al dat geld van particuliere donors. En dat is zelfs goed nieuws, in de mate dat het minder belastinggeld kost aan mensen die hun geld misschien liever anders hadden besteed, en de bron verlegt naar mensen die zelf hebben beslist geld aan politiek te besteden.
Alleen is het zo dat niet alle donoren even groot zijn. En niet alle donoren doen het om even onbaatzuchtige redenen. De politieke druk kan zodanig zijn dat verkozenen geld, veel geld, aanvaarden van mensen aan wie ze vervolgens verplicht raken. Iedereen weet dat op die manier Amerikaanse ambassadeurs aan een benoeming geraken. We weten niet - maar we kunnen het raden - wat er zoal allemaal nog meer kan vastzitten aan financiële steun.
Met een beetje duwen trekken kan je in de toestand een terugkeer naar het cijnskiesrecht zien. Niet langer is het zo dat je op basis van je geld het soort samenleving in stand kan stemmen, dat op zijn beurt je geld in stand houdt. Er zit wel degelijk het groot verschil op dat je het risico loopt dat je de verkeerde partij steunt, en als je de verkiezing verliest ben je dat geld zonder meer kwijt. Maar er is ook de probabiliteit dat je partij wint, en vanaf dat moment beginnen de parallellen er verdacht goed uit te zien. De mensen die via de regering aan de macht zijn zullen meer invloed op het beleid hebben, naarmate ze er meer voor betaald hebben. Boze tongen zullen beweren dat je nu al sporen ziet van de terugkeer van een nog primitiever standpunt; dat er nu al terug keizers, hofhoudingen, hertogen en baronnen zijn, ook al heten ze anders. Maar laten we ons niet teveel bekommeren om wat een beetje klinkt als verhitte fantasieën. Alleen al de terugkeer van het cijnskiesrecht lijkt me belangwekkend genoeg.
Maar nogmaals, volgens mij moeten we toch vermijden het verhaal als één groot zwart-wit gekleurd complot voor te stellen. Want net zo goed kunnen de ontwikkelingen een welkome uitdrukking zijn van grotere betrokkenheid van het publiek zelf - terug naar mijn “het zou goed nieuws kunnen zijn” van drie paragrafen geleden. We weten het niet. Maar is dat op zich niet voldoende reden om het nauwlettend in de gaten te houden?
------------------------------------------------------
(1) Ik denk veiligheidshalve weer aan de hint dat je je sarcasme zo dik kan smeren als je wil, en dat er toch altijd wel iemand zal inlopen en vol heilige verontwaardiging zal reageren. Dus: opgepast! Sarcasme alert! Bedenkt eer gij verdenkt! Enzovoort.
(2) Voor wie de uitdrukking nog niet kende: die heb ik niet zelf bedacht, hoor.
donderdag 3 mei 2007
Een belastingbetaler wil weten (deel 5)
Sinds 15 maand neem ik elke drie maand de rol van belastingbetaler op, en kijk ik naar de evolutie van de 3 maand rente (1). De reden daarvoor is dat ik, schatplichtig aan de Belgische staat als ik ben, onder andere moet betalen voor de staatsschuld, en ook de rente op die schuld. Hoewel ik geen cijfers ken lijkt het me redelijk aan te nemen dat een aanzienlijk deel van die schuld “kortlopend” is. Dat betekent dat de staat, pakweg elke drie maand, geld moet ontlenen om daarmee de schulden die vervallen af te lossen. Als de rente stijgt, dan moet dat aan een stijgende kostprijs. Die kostprijs wordt betaald met mijn (en uw) belastinggeld, en dus vind ik dat wij, belastingbetalers daar af en toe vragen mogen bij hebben.
Vijftien maand geleden was mijn vraag waarom de staat niet de volgende maatregel nam. Via een heel eenvoudige techniek was het mogelijk om de prijs voor die kortlopende schuld vast te leggen voor (pakweg) een periode van 50 jaar, aan een gegarandeerde interestvoet van (nog geen) 4%. Dat zou initiëel een flinke hap geld kosten, want de kortlopende (3 maand) rente was destijds 2.50%. Op een bedrag van, bijvoorbeeld, 100 miljoen euro, en voor een periode van 3 maanden, betekende dat (afgerond) een extra kost van 375,000 euro! Dus om zoiets te doen moest je een goede reden hebben. Mijn reden zat in de vraag of we (wij, belastingbetalers) wel het risico wilden nemen dat die korte rente niet altijd zo laag zou blijven, maar integendeel fors kon gaan stijgen.
De volgende maanden stak de belastingbetaler in mij dus geregeld zijn neus aan het venster, en zo noteerden we de stand van de 3 maandsrente voor de volgende periodes als volgt:
Feb 06: 2.50%
Mei 06: 2.86%
Aug 06: 3.17%
Nov 06: 3.55%
Feb 07: 3.79%
Mei 07: 4.03%
Daar moeten de would be goeroes wel groen en geel van jalouzie van worden! Daar zat ik me zorgen te maken over de rentevoeten, en aan een tempo dat het punt niet beter kon scoren zitten we al boven de vier percent. Toch weten de lezers die me over dit onderwerp lezen dat goeroestatus ongeveer het laatste is dat ik hier nastreef. Mijn opinie over “financiële voorspellingen” (2) is niet dat we moeten proberen raden wat de toekomst zal brengen, maar integendeel dat we het niet kunnen weten.
En dat was mijn enige punt! We kunnen het niet weten! Een ander woord voor “we kunnen het niet weten” is “risico” (tenminste, als die onwetendheid, zoals hier, financiële gevolgen kan hebben). Mijn vraag was alleen waarom we ons niet indekten tegen dat risico. De reden waarom de feitelijke evolutie me nu mooi uitkomt, is omdat het mijn verhaal goed illustreert. Als de rentevoeten waren gedaald had ik precies dezelfde vraag nog steeds gesteld. “Ja, het feit dat we niets gedaan hebben komt nu goed uit”, zou ik bij dalende rentes gezegd hebben, “maar de vraag is niet wie vorige week de lotto heeft gewonnen, of met welke cijfers, maar wel of spelen op de lotto in principe een goede manier is om geld te gebruiken”. En het zou allemaal waar geweest zijn, maar het zou heel veel moeilijker geweest zijn om mijn punt te maken.
Terwijl nu mijn punt er heel duidelijk uitziet. Het “risico” van 15 maand geleden is nu al reëel. Ergens in al die periodes had ik ook eens uitgerekend wat het verschil was tussen een staat die mijn raad had opgevolgd en een staat die doodeenvoudig aan de kortlopende rente was blijven ontlenen. Die laatste staat had voor (zeer ruw) het jaar 2,006 een kost bespaard, op een bedrag van 100 miljoen euro, van circa 1 miljoen euro! Immers, de rentevoeten stegen wel, maar ze bleven beneden de 4%, en dus ontleende de staat telkens weer goedkoper dan in mijn voorstel.
Maar vandaag, na 15 maanden, of vijf kwartalen van de 200 kwartalen die een periode van 50 jaar dekt, is dat niet langer het geval, want nu ontleent de staat aan 4.03%. En natuurlijk zijn we daarmee ons gespaard miljoen niet bepaald kwijt. En natuurlijk is het best mogelijk dat de rentevoeten vanaf vandaag weer gaan zakken. Maar dat zijn allemaal voorbeelden van het “welke cijfercombinatie heeft vorige week de lotto gewonnen” denken dat ik juist wil uitdrijven.
Wij, beslastingbetalers, weten net als iedereen niet wat de toekomstige rentevoeten zullen zijn. We kunnen wel proberen daar op een intelligente manier over na te denken. Mijn rampscenario, waar ik overigens geen bewijzen voor heb, is dat de staat weinig of niet vastlegt aan de prijzen voor 50 jaar (of 20 of 30) omdat het haast altijd vandaag goedkoper is om voor de korte termijnrente te kiezen. Het risico op hogere prijzen later wordt dan maar gewoon naar, inderdaad: later doorgeschoven. Maar zou het werkelijk de eerste keer zijn dat politiekers proberen het budget voor dit jaar er beter uit te laten zien, door de mogelijke kosten naar de toekomst te sturen?
Zoals ik al zei, ik heb geen enkel concreet bewijs voor mijn worst case scenario. Het is heel goed mogelijk dat het financiëel beleid van ons land in werkelijkheid een uitgekiende strategie toepast, met veel risico analyse, en een doordachte mix van lang- en kortlopend gefinancierde schuld. Het enige wat ik hier doe is als belastingbetaler vragen of dat werkelijk ook zo is.
-------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/een-belastingbetaler-wil-weten.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-2.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-3.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-4.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/financile-voorspellingen.html
Vijftien maand geleden was mijn vraag waarom de staat niet de volgende maatregel nam. Via een heel eenvoudige techniek was het mogelijk om de prijs voor die kortlopende schuld vast te leggen voor (pakweg) een periode van 50 jaar, aan een gegarandeerde interestvoet van (nog geen) 4%. Dat zou initiëel een flinke hap geld kosten, want de kortlopende (3 maand) rente was destijds 2.50%. Op een bedrag van, bijvoorbeeld, 100 miljoen euro, en voor een periode van 3 maanden, betekende dat (afgerond) een extra kost van 375,000 euro! Dus om zoiets te doen moest je een goede reden hebben. Mijn reden zat in de vraag of we (wij, belastingbetalers) wel het risico wilden nemen dat die korte rente niet altijd zo laag zou blijven, maar integendeel fors kon gaan stijgen.
De volgende maanden stak de belastingbetaler in mij dus geregeld zijn neus aan het venster, en zo noteerden we de stand van de 3 maandsrente voor de volgende periodes als volgt:
Feb 06: 2.50%
Mei 06: 2.86%
Aug 06: 3.17%
Nov 06: 3.55%
Feb 07: 3.79%
Mei 07: 4.03%
Daar moeten de would be goeroes wel groen en geel van jalouzie van worden! Daar zat ik me zorgen te maken over de rentevoeten, en aan een tempo dat het punt niet beter kon scoren zitten we al boven de vier percent. Toch weten de lezers die me over dit onderwerp lezen dat goeroestatus ongeveer het laatste is dat ik hier nastreef. Mijn opinie over “financiële voorspellingen” (2) is niet dat we moeten proberen raden wat de toekomst zal brengen, maar integendeel dat we het niet kunnen weten.
En dat was mijn enige punt! We kunnen het niet weten! Een ander woord voor “we kunnen het niet weten” is “risico” (tenminste, als die onwetendheid, zoals hier, financiële gevolgen kan hebben). Mijn vraag was alleen waarom we ons niet indekten tegen dat risico. De reden waarom de feitelijke evolutie me nu mooi uitkomt, is omdat het mijn verhaal goed illustreert. Als de rentevoeten waren gedaald had ik precies dezelfde vraag nog steeds gesteld. “Ja, het feit dat we niets gedaan hebben komt nu goed uit”, zou ik bij dalende rentes gezegd hebben, “maar de vraag is niet wie vorige week de lotto heeft gewonnen, of met welke cijfers, maar wel of spelen op de lotto in principe een goede manier is om geld te gebruiken”. En het zou allemaal waar geweest zijn, maar het zou heel veel moeilijker geweest zijn om mijn punt te maken.
Terwijl nu mijn punt er heel duidelijk uitziet. Het “risico” van 15 maand geleden is nu al reëel. Ergens in al die periodes had ik ook eens uitgerekend wat het verschil was tussen een staat die mijn raad had opgevolgd en een staat die doodeenvoudig aan de kortlopende rente was blijven ontlenen. Die laatste staat had voor (zeer ruw) het jaar 2,006 een kost bespaard, op een bedrag van 100 miljoen euro, van circa 1 miljoen euro! Immers, de rentevoeten stegen wel, maar ze bleven beneden de 4%, en dus ontleende de staat telkens weer goedkoper dan in mijn voorstel.
Maar vandaag, na 15 maanden, of vijf kwartalen van de 200 kwartalen die een periode van 50 jaar dekt, is dat niet langer het geval, want nu ontleent de staat aan 4.03%. En natuurlijk zijn we daarmee ons gespaard miljoen niet bepaald kwijt. En natuurlijk is het best mogelijk dat de rentevoeten vanaf vandaag weer gaan zakken. Maar dat zijn allemaal voorbeelden van het “welke cijfercombinatie heeft vorige week de lotto gewonnen” denken dat ik juist wil uitdrijven.
Wij, beslastingbetalers, weten net als iedereen niet wat de toekomstige rentevoeten zullen zijn. We kunnen wel proberen daar op een intelligente manier over na te denken. Mijn rampscenario, waar ik overigens geen bewijzen voor heb, is dat de staat weinig of niet vastlegt aan de prijzen voor 50 jaar (of 20 of 30) omdat het haast altijd vandaag goedkoper is om voor de korte termijnrente te kiezen. Het risico op hogere prijzen later wordt dan maar gewoon naar, inderdaad: later doorgeschoven. Maar zou het werkelijk de eerste keer zijn dat politiekers proberen het budget voor dit jaar er beter uit te laten zien, door de mogelijke kosten naar de toekomst te sturen?
Zoals ik al zei, ik heb geen enkel concreet bewijs voor mijn worst case scenario. Het is heel goed mogelijk dat het financiëel beleid van ons land in werkelijkheid een uitgekiende strategie toepast, met veel risico analyse, en een doordachte mix van lang- en kortlopend gefinancierde schuld. Het enige wat ik hier doe is als belastingbetaler vragen of dat werkelijk ook zo is.
-------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/een-belastingbetaler-wil-weten.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-2.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-3.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/een-belastingbetaler-wil-weten-deel-4.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/financile-voorspellingen.html
woensdag 2 mei 2007
De Koek: vergroten, of verdelen?
Wat is "sociaal", lees ik in een krant, de koek verdelen, of de koek vergroten? We herkennen de typische verzuchting van de socialistische, respectievelijk de liberale vleugel van het politieke denken. En aangezien we niet verplicht zijn om voor de zoveelste keer ons eigen mantra te herhalen ("vergroten, natuurlijk!"), kunnen we ook eens proberen er over na te denken.
Ik begin met me af te vragen wat er te verdelen valt, als je geen werkende economie hebt. Zo heb ik eens een middeleeuwse burcht bezocht, het kan wel die van Godfried in Bouillon geweest zijn. Een vochtig, tochtig, duister hol, met oncomfortabel kleine ramen - nu ja: muuropeningen. Godfried zal één van de rijkere mensen van zijn tijd geweest zijn: de rest leefde in hutten - als ze al het geluk hadden een dak boven hun hoofd te hebben. Ik neem mijn tijdmachine en stuur Godfried de vakbonden op zijn dak! Veel geluk, vakbonden! Ik weet zeker dat het verdelen van de vochtige stenen van Godfried de gemiddelde levensverwachting van die tijd kan doen stijgen van 20 jaar naar 20 jaar en een half uur.
Ziet het verhaal er even slecht uit als je een rijke economie hebt, waarvan de opbrengsten evenwel geconcentreerd zitten in de handen van een rijke elite? Wel, ik geloof niet erg in de "het zal vanzelf gaan" theorie, maar het is minstens in theorie mogelijk dat de toestand "vanzelf" verbetert. Het is mogelijk dat de rijke elite zichzelf nog rijker kan maken door mensen aan het werk te zetten. Aangezien dat zal gebeuren aan uitbuitingslonen is het mogelijk dat anderen ook mensen aan het werk willen zetten, zelfs aan iets hogere lonen: winsten aan iets minder dan uitbuitingslonen zijn tenslotte nog steeds winsten. En dus trekt ook dat nog steeds kapitalen aan die ook weer iets hogere lonen zullen betalen (per wet van vraag en aanbod: als er meer vraag is naar arbeidskracht stijgt de prijs). Enzovoort, tot de lonen tenderen naar het niveau waar de activiteit niet langer winstgevend is.
Mooie theorie, hé? Wie het wil weten kan met zijn eigen ogen zien dat het vaak nog werkt ook. Het is evenwel even gemakkelijk te zien dat er voorbeelden zijn waar het niet werkt, en daarom ben ik het met de linkse critici eens dat de "het zal vanzelf gaan" theorie niet zo overtuigend is. Toch even signaleren dat ook David Landes in zijn Wealth and Poverty of Nations hetzelfde zegt, in zijn hoofdstuk over Zuid Amerika. Voor zover ik dat tenminste goed begrepen èn onthouden heb, had ik geen linkse critici nodig om te weten dat de vanzelftheorie twijfelachtig is.
Maar als het niet mogelijk is door "sociale strijd" de welvaart van een economie te verhogen, als die geen gram welvaart produceert; en als het wel mogelijk is - al was het maar in theorie, en vaak genoeg ook in de praktijk - de welvaart van een economie te verhogen als die economie heel veel maakt, zelfs zonder een gram sociale strijd...
Wat blijft er dan over dan te concluderen dat je heel veel meer kan doen voor de proletariërs aller landen door de economie te laten draaien, eerder dan de verdeelsleutels?
En als we dat inzicht nu eens achter de kiezen konden krijgen, en houden, dan zou het interessant zijn ons af te vragen welke rol te sociale strijd uiteindelijk toch wel zal gespeeld hebben. Bijvoorbeeld wil zelfs een neo-liberaal als ik echt wel toegeven dat er nu eenmaal geen zwart-wit tegengestelde gevallen zijn als hierboven, maar altijd mengvormen. Zo zou ik best wel eens willen nadenken over de vraag of een eenheid extra geproduceerd fortuin meer zou gaan opbrengen, indien dat extra fortuin zich gewoon toevoegt aan de schatkisten van zij die al fortuinen hebben, dan wel wanneer we dat in heel kleine sommetjes zouden verdelen over mensen die er, pakweg, basisbehoeften voor hun babies mee zouden financieren.
Het zou me niets verbazen als de linkse critici in dat soort richtingen een betere voedingsbodem voor hun ideeën zouden vinden, dan in de eindeloze herhaling van de herverdeelslogan. Maar ze zullen zelf wel het beste weten wat goed voor ze is, veronderstel ik?
Ik begin met me af te vragen wat er te verdelen valt, als je geen werkende economie hebt. Zo heb ik eens een middeleeuwse burcht bezocht, het kan wel die van Godfried in Bouillon geweest zijn. Een vochtig, tochtig, duister hol, met oncomfortabel kleine ramen - nu ja: muuropeningen. Godfried zal één van de rijkere mensen van zijn tijd geweest zijn: de rest leefde in hutten - als ze al het geluk hadden een dak boven hun hoofd te hebben. Ik neem mijn tijdmachine en stuur Godfried de vakbonden op zijn dak! Veel geluk, vakbonden! Ik weet zeker dat het verdelen van de vochtige stenen van Godfried de gemiddelde levensverwachting van die tijd kan doen stijgen van 20 jaar naar 20 jaar en een half uur.
Ziet het verhaal er even slecht uit als je een rijke economie hebt, waarvan de opbrengsten evenwel geconcentreerd zitten in de handen van een rijke elite? Wel, ik geloof niet erg in de "het zal vanzelf gaan" theorie, maar het is minstens in theorie mogelijk dat de toestand "vanzelf" verbetert. Het is mogelijk dat de rijke elite zichzelf nog rijker kan maken door mensen aan het werk te zetten. Aangezien dat zal gebeuren aan uitbuitingslonen is het mogelijk dat anderen ook mensen aan het werk willen zetten, zelfs aan iets hogere lonen: winsten aan iets minder dan uitbuitingslonen zijn tenslotte nog steeds winsten. En dus trekt ook dat nog steeds kapitalen aan die ook weer iets hogere lonen zullen betalen (per wet van vraag en aanbod: als er meer vraag is naar arbeidskracht stijgt de prijs). Enzovoort, tot de lonen tenderen naar het niveau waar de activiteit niet langer winstgevend is.
Mooie theorie, hé? Wie het wil weten kan met zijn eigen ogen zien dat het vaak nog werkt ook. Het is evenwel even gemakkelijk te zien dat er voorbeelden zijn waar het niet werkt, en daarom ben ik het met de linkse critici eens dat de "het zal vanzelf gaan" theorie niet zo overtuigend is. Toch even signaleren dat ook David Landes in zijn Wealth and Poverty of Nations hetzelfde zegt, in zijn hoofdstuk over Zuid Amerika. Voor zover ik dat tenminste goed begrepen èn onthouden heb, had ik geen linkse critici nodig om te weten dat de vanzelftheorie twijfelachtig is.
Maar als het niet mogelijk is door "sociale strijd" de welvaart van een economie te verhogen, als die geen gram welvaart produceert; en als het wel mogelijk is - al was het maar in theorie, en vaak genoeg ook in de praktijk - de welvaart van een economie te verhogen als die economie heel veel maakt, zelfs zonder een gram sociale strijd...
Wat blijft er dan over dan te concluderen dat je heel veel meer kan doen voor de proletariërs aller landen door de economie te laten draaien, eerder dan de verdeelsleutels?
En als we dat inzicht nu eens achter de kiezen konden krijgen, en houden, dan zou het interessant zijn ons af te vragen welke rol te sociale strijd uiteindelijk toch wel zal gespeeld hebben. Bijvoorbeeld wil zelfs een neo-liberaal als ik echt wel toegeven dat er nu eenmaal geen zwart-wit tegengestelde gevallen zijn als hierboven, maar altijd mengvormen. Zo zou ik best wel eens willen nadenken over de vraag of een eenheid extra geproduceerd fortuin meer zou gaan opbrengen, indien dat extra fortuin zich gewoon toevoegt aan de schatkisten van zij die al fortuinen hebben, dan wel wanneer we dat in heel kleine sommetjes zouden verdelen over mensen die er, pakweg, basisbehoeften voor hun babies mee zouden financieren.
Het zou me niets verbazen als de linkse critici in dat soort richtingen een betere voedingsbodem voor hun ideeën zouden vinden, dan in de eindeloze herhaling van de herverdeelslogan. Maar ze zullen zelf wel het beste weten wat goed voor ze is, veronderstel ik?
dinsdag 1 mei 2007
Overzicht der Overzichten
Je kent die grote filosofische vragen: Waar komen wij vandaan? Waarom zijn wij hier? Waarom is er iets, en niet veeleer niets? Waarom ontstond ons universum? En hoe? En zovoort?
Dat zijn vragen waarop filosofen soms zeer interessante dingen hebben geantwoord. En toch verzinken die, puur inhoudelijk bezien, in het niets vergeleken met de wetenschappelijke inzichten van de jongste eeuw, en waar vandaag de dag iedereen zomaar kennis van kan nemen. Zo hebben we het hier wel al gehad over “natuurlijke selectie” en “het onststaan van het leven”, en vele andere. En het punt is, we kunnen die vragen, voor zover we ze hebben met de antwoorden erbij, op een rijtje zetten, en dat alleen al geeft een interessant effect.
Beginnend bij het begin, we hebben redenen om aan te nemen dat er een Big Bang was. Dat is in het huidig stadium van de menselijke kennis de Vraag Naar Het Ontstaan Van Alles. Bij mijn weten is niet bekend waarom er een Big Bang was, of hoe de condities daarvoor ontstonden (laat staan welke condities dat zijn). Maar we kunnen, in zekere zin, terugkijken in de tijd, en extrapoleren. We hebben hier al eens gezien dat dat een beeld geeft waarbij “alles” op “één punt” verzameld zat, dat sindsdien alleen maar uitbreidde. We hebben ook gezien dat dat in eerste instantie alleen maar een zeer woest verhaal was, maar dat er minstens twee zeer verschillende controles aan vastzaten. Twee dingen die zouden volgen uit de woeste theorie, indien die tenminste waar was, bleken ook werkelijk, en zeer nauwkeurig, waar te zijn: waardoor de theorie erg geloofwaardig werd (1).
Eén van die consequenties was dat er in de uitdijende ruimte een grote hoeveelheid gas terechtkwam, voornamelijk (ca. 75%) bestaand uit waterstof (noem het protonen, om strikt te zijn, en de rest “heliumkernen”), die individueel bezien een heel klein beetje zwaartekracht uitoefenen.
Ik weet niet of de mensheid weet waarom protonen zwaartekracht uitoefenen, en waarom juist zoveel of zo weinig. Ik weet ook niet of we er enig idee van hebben waarom dat zeer zwak (vanuit zwaartekrachtstandpunt) waterstof in die uitdijende ruimte niet doodeenvoudig willekeurig verspreid raakte, zodat we gewoon eindigen met een heelal met niets anders dan gelijk verdeeld waterstofgas. Dat is de Vraag Waarom Het Universum “Interessant” Is (in tegenstelling tot “een dode wolk zeer dun gas, verspreid door de gigantische doos die het universum is). Misschien hebben we geen flauw idee, misschien hebben we enkele woeste verhalen, misschien weten we dat zeer nauwkeurig – maar ikzelf weet het niet.
Maar op basis van wat we kunnen zien (iets heel anders dan “wat we kunnen begrijpen”) lijkt het er op dat er in die verdeling van dat waterstof zekere oneffenheden zaten. Die waren groot genoeg om de zelfs zeer lichte zwaartekracht van (een deel van) de protonen effect te geven. Dat effect leidde in die uitdijende ruimte tot een tegengesteld resultaat: de protonen verspreidden zich niet verder doorheen die zeer grote ruimte, maar verzamelden zich integendeel in meer geconcentreerde gaswolken.
Als gevolg daarvan werd hun gravitationele (“zwaartekracht”) invloed op de rest van het universum sterker, zodat ze nog meer protonen gingen aantrekken, wat de gravitatie nog versterkte, wat nog meer protonen aantrok, enzovoort. Nogmaals, ik weet niet waarom die initiële verdeling zo was dat dit het resultaat was, en of de hedendaagse natuurkunde het wel weet, maar zoals het er naar uitziet, is dat wat er gebeurd is.
Maar vanaf dat punt wordt het plaatje weer duidelijker. We weten vrij precies wat er gebeurt wanneer het beschreven sneeuwbaleffect inwerkt op enorme hoeveelheden protonen. Ze vlammen op in thermonucleaire reacties, waar ze (gedeeltelijk) met elkaar “fuseren” – een woord waarmee we bedoelen dat er zwaardere materie ontstaat, plus de straling die we kennen van de zon, zodat de bestanddelen van onze materiële wereld in de sterren tot stand komen (2). Dat is de Vraag Naar Waarom Er in Het Universum Licht En Warmte Is.
En in een spel van leven en dood van sterren, waar we een vrij goed beeld van hebben, weten we hoe dat materiaal - waterstof verrijkt met de andere atomen die intussen in de sterren zijn ontstaan – via explosies van sterren (“nova’s” en “supernova’s”) opnieuw in de gaswolken van de ruimte terechtkwam, en opnieuw door zwaartekracht in een tweede generatie van sterren terechtkwam, waarbij een deel van de (verrijkte) gaswolk niet tot sterren, maar wel tot planeten en manen condenseerde. We hebben er een vrij goed beeld van dat op die manier 4.6 miljard jaar geleden ons zonnestelsel ontstond, inclusief de Aarde, als derde planeet gerekend vanaf de zon. Dat is de Vraag Naar Waar De Wereld Vandaan Komt.
Het is ons vandaag, aan het begin van de 21ste eeuw, onbekend hoe of waarom het gebeurd is, maar het lijkt er op dat ongeveer één miljard jaar nadien leven is ontstaan. Dus: uit dezelfde materie die ooit in sterren van waterstof tot zwaardere atomen is omgezet, terug de ruimte is ingespuwd, en vervolgens op de planeet is terechtgekomen. Hoewel we niet weten hoe en waarom dat is kunnen gebeuren, kunnen we daar wel interessante ideeën over formuleren (3). Het is de Vraag Naar Het Ontstaan Van Het Leven.
Maar eenmaal we kunnen zien (in tegenstelling tot begrijpen) dat er leven is, weten we vrij precies wat er nu zal gebeuren. Leven zal zichzelf reproduceren, maar zal nooit perfecte copieën van zichzelf maken. Indien sommige kleine verschillen die daarbij ontstaan tegelijk erfelijk zijn, en een impact hebben op de reproductiekans, dan zal dat leven via een aanpassingsproces wijzigingen ondergaan. Het mechanisme van dat proces ("natuurlijke selectie") is nauwkeurig bekend (4). En een ander woord voor “wijzigingen ondergaan doorheen de tijd” is “evolutie”. Daarmee zijn we bij de Vraag Naar Waar Wij Vandaan Komen.
Ik weet overigens niet of wij, de mensheid anno 2,007, weten waarom geen twee individuen precies aan elkaar gelijk zijn; dus of dat bijvoorbeeld “toeval” is, of een nauwkeurig proces dat we alleen maar niet kennen, of whatever. Maar op het niveau van waarneming kunnen we zien dat het zo is.
Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Het zal afhangen van persoonlijke voorkeuren, welke van die vragen werkelijk bij de meest fundamentele horen, en welke eerder “details” (nu, ja...) zijn. Hoe kon het eerste meercellig leven ontstaan? Hoe kon intelligentie ontstaan? Maar laten we we het er maar bij houden dat het in principe mogelijk is om al die vragen te formuleren, en netjes op een rijtje te zetten. Is het niet merkwaardig te zien hoe wij in een tijdperk leven, waarin we sinds het ontstaan van (wat wij) “het universum” (noemen) tot vandaag voor een deel van die vragen vrij goede antwoorden hebben, en er tegelijk nog veel werk aan de winkel is voor een hoop van de andere?
-------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/01/kosmologie-een-anecdote.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/kosmologie-weemoedig-wegdromend.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/wij-zijn-sterrenstof.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/het-ontstaan-van-het-leven.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/het-ontstaan-van-het-leven-vervolg.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten-3.html
Dat zijn vragen waarop filosofen soms zeer interessante dingen hebben geantwoord. En toch verzinken die, puur inhoudelijk bezien, in het niets vergeleken met de wetenschappelijke inzichten van de jongste eeuw, en waar vandaag de dag iedereen zomaar kennis van kan nemen. Zo hebben we het hier wel al gehad over “natuurlijke selectie” en “het onststaan van het leven”, en vele andere. En het punt is, we kunnen die vragen, voor zover we ze hebben met de antwoorden erbij, op een rijtje zetten, en dat alleen al geeft een interessant effect.
Beginnend bij het begin, we hebben redenen om aan te nemen dat er een Big Bang was. Dat is in het huidig stadium van de menselijke kennis de Vraag Naar Het Ontstaan Van Alles. Bij mijn weten is niet bekend waarom er een Big Bang was, of hoe de condities daarvoor ontstonden (laat staan welke condities dat zijn). Maar we kunnen, in zekere zin, terugkijken in de tijd, en extrapoleren. We hebben hier al eens gezien dat dat een beeld geeft waarbij “alles” op “één punt” verzameld zat, dat sindsdien alleen maar uitbreidde. We hebben ook gezien dat dat in eerste instantie alleen maar een zeer woest verhaal was, maar dat er minstens twee zeer verschillende controles aan vastzaten. Twee dingen die zouden volgen uit de woeste theorie, indien die tenminste waar was, bleken ook werkelijk, en zeer nauwkeurig, waar te zijn: waardoor de theorie erg geloofwaardig werd (1).
Eén van die consequenties was dat er in de uitdijende ruimte een grote hoeveelheid gas terechtkwam, voornamelijk (ca. 75%) bestaand uit waterstof (noem het protonen, om strikt te zijn, en de rest “heliumkernen”), die individueel bezien een heel klein beetje zwaartekracht uitoefenen.
Ik weet niet of de mensheid weet waarom protonen zwaartekracht uitoefenen, en waarom juist zoveel of zo weinig. Ik weet ook niet of we er enig idee van hebben waarom dat zeer zwak (vanuit zwaartekrachtstandpunt) waterstof in die uitdijende ruimte niet doodeenvoudig willekeurig verspreid raakte, zodat we gewoon eindigen met een heelal met niets anders dan gelijk verdeeld waterstofgas. Dat is de Vraag Waarom Het Universum “Interessant” Is (in tegenstelling tot “een dode wolk zeer dun gas, verspreid door de gigantische doos die het universum is). Misschien hebben we geen flauw idee, misschien hebben we enkele woeste verhalen, misschien weten we dat zeer nauwkeurig – maar ikzelf weet het niet.
Maar op basis van wat we kunnen zien (iets heel anders dan “wat we kunnen begrijpen”) lijkt het er op dat er in die verdeling van dat waterstof zekere oneffenheden zaten. Die waren groot genoeg om de zelfs zeer lichte zwaartekracht van (een deel van) de protonen effect te geven. Dat effect leidde in die uitdijende ruimte tot een tegengesteld resultaat: de protonen verspreidden zich niet verder doorheen die zeer grote ruimte, maar verzamelden zich integendeel in meer geconcentreerde gaswolken.
Als gevolg daarvan werd hun gravitationele (“zwaartekracht”) invloed op de rest van het universum sterker, zodat ze nog meer protonen gingen aantrekken, wat de gravitatie nog versterkte, wat nog meer protonen aantrok, enzovoort. Nogmaals, ik weet niet waarom die initiële verdeling zo was dat dit het resultaat was, en of de hedendaagse natuurkunde het wel weet, maar zoals het er naar uitziet, is dat wat er gebeurd is.
Maar vanaf dat punt wordt het plaatje weer duidelijker. We weten vrij precies wat er gebeurt wanneer het beschreven sneeuwbaleffect inwerkt op enorme hoeveelheden protonen. Ze vlammen op in thermonucleaire reacties, waar ze (gedeeltelijk) met elkaar “fuseren” – een woord waarmee we bedoelen dat er zwaardere materie ontstaat, plus de straling die we kennen van de zon, zodat de bestanddelen van onze materiële wereld in de sterren tot stand komen (2). Dat is de Vraag Naar Waarom Er in Het Universum Licht En Warmte Is.
En in een spel van leven en dood van sterren, waar we een vrij goed beeld van hebben, weten we hoe dat materiaal - waterstof verrijkt met de andere atomen die intussen in de sterren zijn ontstaan – via explosies van sterren (“nova’s” en “supernova’s”) opnieuw in de gaswolken van de ruimte terechtkwam, en opnieuw door zwaartekracht in een tweede generatie van sterren terechtkwam, waarbij een deel van de (verrijkte) gaswolk niet tot sterren, maar wel tot planeten en manen condenseerde. We hebben er een vrij goed beeld van dat op die manier 4.6 miljard jaar geleden ons zonnestelsel ontstond, inclusief de Aarde, als derde planeet gerekend vanaf de zon. Dat is de Vraag Naar Waar De Wereld Vandaan Komt.
Het is ons vandaag, aan het begin van de 21ste eeuw, onbekend hoe of waarom het gebeurd is, maar het lijkt er op dat ongeveer één miljard jaar nadien leven is ontstaan. Dus: uit dezelfde materie die ooit in sterren van waterstof tot zwaardere atomen is omgezet, terug de ruimte is ingespuwd, en vervolgens op de planeet is terechtgekomen. Hoewel we niet weten hoe en waarom dat is kunnen gebeuren, kunnen we daar wel interessante ideeën over formuleren (3). Het is de Vraag Naar Het Ontstaan Van Het Leven.
Maar eenmaal we kunnen zien (in tegenstelling tot begrijpen) dat er leven is, weten we vrij precies wat er nu zal gebeuren. Leven zal zichzelf reproduceren, maar zal nooit perfecte copieën van zichzelf maken. Indien sommige kleine verschillen die daarbij ontstaan tegelijk erfelijk zijn, en een impact hebben op de reproductiekans, dan zal dat leven via een aanpassingsproces wijzigingen ondergaan. Het mechanisme van dat proces ("natuurlijke selectie") is nauwkeurig bekend (4). En een ander woord voor “wijzigingen ondergaan doorheen de tijd” is “evolutie”. Daarmee zijn we bij de Vraag Naar Waar Wij Vandaan Komen.
Ik weet overigens niet of wij, de mensheid anno 2,007, weten waarom geen twee individuen precies aan elkaar gelijk zijn; dus of dat bijvoorbeeld “toeval” is, of een nauwkeurig proces dat we alleen maar niet kennen, of whatever. Maar op het niveau van waarneming kunnen we zien dat het zo is.
Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Het zal afhangen van persoonlijke voorkeuren, welke van die vragen werkelijk bij de meest fundamentele horen, en welke eerder “details” (nu, ja...) zijn. Hoe kon het eerste meercellig leven ontstaan? Hoe kon intelligentie ontstaan? Maar laten we we het er maar bij houden dat het in principe mogelijk is om al die vragen te formuleren, en netjes op een rijtje te zetten. Is het niet merkwaardig te zien hoe wij in een tijdperk leven, waarin we sinds het ontstaan van (wat wij) “het universum” (noemen) tot vandaag voor een deel van die vragen vrij goede antwoorden hebben, en er tegelijk nog veel werk aan de winkel is voor een hoop van de andere?
-------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/01/kosmologie-een-anecdote.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/kosmologie-weemoedig-wegdromend.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/wij-zijn-sterrenstof.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/het-ontstaan-van-het-leven.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/het-ontstaan-van-het-leven-vervolg.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten-3.html
Abonneren op:
Posts (Atom)