woensdag 5 november 2008

Verkiezingen: het is geen wetenschap...

Mijn eerste post over de verkiezingen, 12 januari 2,007 (1) bevatte de gevleugelde woorden:

“kan je je werkelijk voorstellen dat al die poeha rond Obama er dan nog zal zijn? Ik niet – en je mag me er gerust aan herinneren als hij binnen twee jaar als de volgende Jimmy of Billy de eed aflegt.”

Je hoeft me er dus niet eens aan te herinneren, dat doe ik heus zelf wel. En overigens, er stond aan de andere kant ook in (en het is toch bijna twee jaar geleden):

“In elk geval denk ik dat, om die reden, vandaag de vraag zou zijn wie de Democratische voorverkiezing wint, want die wordt dan president.”

Aangezien ik geen aanspraken maak op goeroeschap valt het al bij al nog mee. Hillary ging de president zijn, maar anderzijds, het woord “landslide” dook hier voor de eerste keer op in april 2,008. Maar toch vraag ik me af, als het niet beweerde voorspellingen te maken; had de serie dan een andere bestaansreden? Was het instructief? Was het amusant?

Een goede vuistregel zegt dat als het amusant is om te schrijven het voor sommigen amusant zal zijn om te lezen. Dus so far, so good. Maar als ik het zo eens teruglees zie ik toch grote fouten op “instructief”. Het meest springt een gebrek aan belangrijke details in mijn oog. De eerste post zegt dat ik in dat zeer vroeg stadium eens een blik op het deelnemersveld wil werpen – en vervolgens staat er bijna geen enkele naam in! Later, veel later, als de voorverkiezingen volop bezig zijn – en ze waren spannend, bij de Democraten, want dat was immers waar het presidentschap werd beslist, remember? – maak ik verslag van resultaten, maar vaak staat er niet in om welke staat het gaat, en nog vaker staat er niet in wat het resultaat in cijfers was.

Aangezien het toch een beetje bedoeld was om voor mezelf een soort geschiedschrijving vast te leggen: volgende keer beter. Ik denk dat ik net een verschil tussen amateurs en echte journalisten heb ontdekt.

Wat ik er wel aan heb overgehouden is de rol van de peilingen: dat vind ik zelfs zeer interessant. Laat me even doen alsof ik “het allemaal altijd wel heb geweten” (ik heb vaak genoeg toegegeven dat dat niet zo is om even als methodologische truc te doen alof). Dan zie je twee gevallen waarin ik schrijf dat de polls een bepaald resultaat voorspellen en dat “ik het niet geloof als het voor mijn ogen staat” (2). Dat zou uitstekend zijn voor, iemand die “het” allemaal (beter) weet, alleen… Als je de volgende teksten leest zie je iemand die zich gedraagt alsof hij er toch in gelooft!

Dat is waar het filosofisch interessant wordt. Dit is geen natuurwetenschap. In de natuurwetenschap hebben we heel preciese, mathematisch berekenbare theorieën, tegenover hier: vage indrukken, vermoedens, de rol die de economie misschien wel, maar misschien ook niet zal spelen… En in de wetenschap hebben we experimenten die nauwkeurig onze voorspellingen controleren, tegenover polls die een benadering zijn van wat er die dag zou kunnen gebeuren, maar natuurlijk geen rekening kunnen houden met wat er tussen dan en 4 november nog zal gebeuren.

Daarom lijkt het me zeer redelijk de polls serieus te nemen, niet omdat ze zo serieus zijn, maar omdat ze het minst slechte zijn dat we hebben. En als de waarnemingen niet kloppen met de feiten… In de wetenschap, tenminste onder serieuze mensen, geeft dat een dringende suggestie om de theorie te herzien. Maar in dit onderwerp is het best mogelijk dat de theorie juist is en dat je het aan de best beschikbare feiten niet kan zien. En dus houd je relatief veel meer rekening met de mogelijkheid dat je terecht “je ogen niet gelooft”. Gedeeltelijk terecht in januari 2,008 (Clinton smolt zeer zeker niet, maar ze verloor vele maanden later alsnog) en helemaal terecht in september 2,008 (de landslide zat er aan te komen, en achteraf bezien was McCains “surge” alleen maar de typisch tijdelijke “bounce” na een Conventie).

Maar natuurlijk blijft dat allemaal zeer glad ijs, en zoals ik meteen toegaf: ik was lang niet sterk genoeg om ook te durven ingaan tegen de waargenomen feiten, ik hield alleen “rekening met de mogelijkheid”. Beter kan ik niet: waarmee enkel de vraag overblijft of het amusant was.

Ah, ba ja, zekerst? Er waren toch best een paar leuke momentjes. Neem in die “Clinton smelt” post: we kunnen misschien twijfelen of Obama wel tegen een Republiekein op kan, maar we twijfelden er toch ook aan dat hij wel tegen de Clintonmachine opkon? Of neem de post die in april voor het eerst een “landslide” aankondigde (3). Midden in de vrees dat de strijd tussen Clinton en Obama de Democraten zal verscheuren ontdek ik (omdat ik het ergens lees) dat dat helemaal niet zo’n vaart hoeft te lopen. En met dat stukje ontbrekende informatie in het achterhoofd stel ik “de theorie” bij, en ineens kan ik zeggen dat de Republiekeinen er niet in geslaagd zijn een fatsoenlijke kandidaat aan te wijzen (we hadden van Palin nog niet eens gehoord…) en dat de Democraat moet winnen “met de handen in de zakken”, kortom, enzovoort, en nog wat verder staat het woord “landslide”. De manier waarop die veel betere theorie vervolgens de confrontatie aangaat met die altijd zeer wankele feiten: achteraf bezien was het verslag dat de volgende posts daarvan geven zo’n beetje waarom ik het deed.

Dus jammer van het missen van belangrijke details in het eerste stuk, maar vanaf dan kijk ik toch met plezier op het serietje terug. Vanaf 23 april kwoteer ik de serie een 3 op 5 op mijn eigen schaal van “kwotering” (4). Het beantwoordt aan de normen en vereisten van dit blog; ik vermoed dat wie dit blog bewust opzoekt ze “interessant” heeft gevonden. In dat geval dank ik u voor de aandacht.

-------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/amerikaanse-presidentsverkiezingen-2008.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/die-clinton-smelt-gewoon.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/john-mccain-neemt-de-leiding.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/het-slechtst-mogelijk-resultaat.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/kwotering.html

Woorden OK, nu de daden

Obama is de nieuwe president. Het is op de rand van een "landslide"; net een tikje meer en het was helemaal zo, goed genoeg voor iemand als ik die zich al een tijdje afvroeg: "spannende strijd? Hoezo, spannende strijd?".

Obama... Ik denk terug aan de woorden van de collega die het "een teken van maturiteit" ging vinden als een "zwarte" president werd. Hoewel ik enkele keren geklaagd heb over het adembenemend oppervlakkige als iemand "zwart" is met één blanke en één zwarte ouder, zie ik natuurlijk het punt. Zijn ze niet schattig, die twee zwarte dochtertjes van de nieuwe first family? Ja, 't wordt toch wel een heel ander zicht...

Maar nu serieus. Ik denk niet dat een grijnzende Obama nu ineens een masker zal afrukken en de Unie der Socialistische Sovjet Republieken zal uitroepen. Ik denk wel dat een president Obama een beleid zal voeren dat naar onze maatstaven behoorlijk rechts is, en ik hoop dat het een fatsoenlijk, zeg maar luciede rechts zal zijn. We zullen het natuurlijk niet met alles eens zijn; in onze luciede momenten zullen we beseffen dat het niet noodzakelijk de president is die het dan mis heeft, en op andere momenten zal het gewoon zijn zoals het altijd geweest is: politiekers blijven nu eenmaal politiekers.

Natuurlijk, het zal al een groot verschil zijn als gewoon een bepaald soort basisclownerijen niet meer gebeuren. Over waar de politieke leiders van de planeet hun tijd (en onze middelen) moeten in steken kunnen we nog lang filosoferen, en het zou niet eens zo'n slecht tijdsverdrijf zijn. Dat Bush nu echt op weg is van het toneel te verdwijnen is een opluchting van formaat. Pek en veren lijken me wel een gepaste uitdrukking van waardering.

maandag 3 november 2008

Wie heeft er last van een kater?

Het is me eerder overkomen dat ik me na een postje dat geleidelijk een serietje werd een tikje verweesd (blog niveau, natuurlijk) voelde toen het voorbij was. Ik weet nu al dat het morgen ook zo zal zijn. Een volle twee jaar campagne, en zomaar ineens zal die niet langer het nieuws zijn. Ik kan me voorstellen dat de echte “political junkies” een zware kater zullen hebben wanneer “het” voorbij zal zijn.

Want hoe hard ik mijn eigen “inzichten” altijd als “show” en “entertainment” heb gezien, soms is het echt wel interessant. Neem deze. Op deze valreep, zo vernemen we, heeft al een kwart van de kiezers zijn stem uitgebracht. Die stemmen zouden in een net geen 60 – 40 verhouding naar Obama gegaan zijn.

OK, dus zeg dat er 40 kiezers zijn. Dan hebben er al 10 gestemd, waarvan 6 stemmen voor Obama. Dus heeft hij er nog 14 nodig om 20 en de helft van de stemmen te krijgen. 14 over de 30 kiezers die nog moeten stemmen is een kleine 47%. Dat valt praktisch binnen de foutmarge waarmee de polls gemaakt worden. Kortom, natuurlijk zou je liever in Obama’s situatie zitten wat de vroege stemmers betreft, maar dit is nog altijd heel ver verwijderd van “in ze pocket”.

Maar alleen al het feit dat er nu echt gestemd wordt… Niet langer zijn het voorbeschouwingen bij voorverkiezingen. Niet langer zijn het stemmen bij voorverkiezingen. Niet langer zijn het polls voor het “electoral” college”. Neen, de mensen brengen echte stemmen voor de echte presidentsverkiezingen uit: het is echt begonnen.

En dus krijgen we nu al voorbeschouwingen bij de politieke kater die sommigen woensdagochtend zullen hebben! Ik lees dat dit de hevigste campagne ooit is en dus tot de grootste katers ooit zal leiden; wie er ook wint.

Eerlijk gezegd, ik geloof het niet. Ik kan me wel iets voorstellen bij de emoties die “zwarten” – die facto iedereen die niet “blank” is (1); wat een dwaze manier van denken, maar soit – voelen, als ze bijvoorbeeld nog de apartheid van veertig jaar geleden hebben meegemaakt. Ik kan me iets voorstellen bij de kater die zij zouden voelen als Obama verliest; dat gevoel van eindelijk voor vol te worden aanzien, nadat je ooit nog achterin een bus moest plaatsnemen omdat je “zwart” was. Dus daar zie ik inderdaad heviger katers dan ooit tevoren.

Maar kijk dan eens naar het verlicht-kosmopolitisch deel van de VS, voornamelijk de stedelijke bevolking, dat vier jaar geleden op Kerry stemde. Volgens mij was de kater toen een bewezen dwaas herkozen werd oneindig veel groter dan hij zal zijn als een respectabel man met (soms grote) politieke meningsverschillen het haalt. En het dom links deel van de Democratische Partij? Ik neem aan dat de kater enorm zou zijn, maar opnieuw, hoe die groter kan zijn dan in 2,004 – ik zou het echt niet weten.

En hoe zit het aan de andere kant van het spectrum? Ik neem aan dat “president Obama” een enorme afknapper zou zijn bij de blanke supremacisten, maar (zonder het te checken) hoeveel zullen dat er nog zijn? Als dat representatief moet zijn… Mary and Saint Patrick between us and evil!

En bij dom rechts? Het zal erger zijn dan bij het dom links van de Democraten, maar toch… Dom rechts is nu acht jaar aan de macht, en ze weten het al. OK, ze hebben werkelijk geloofd dat ze met Bush aan een generatielang domineren van de Amerikaanse politiek begonnen. Maar ze hebben de verkiezingsuitslag van 2,006 heus ook wel gezien. Ze hebben zelf erkend, jaren geleden intussen (2), dat hun ideeëngoed in Irak gediscrediteerd is. (Laten we het vooral niet vergeten: het feit dàt ze het erkennen toont dat er nog intellectueel leven inzit!) Ik denk dat hun kater al lang gepasseerd is, en dat een nederlaag alleen maar de fysische uitdrukking van een al lang bekende psychische realiteit zou zijn. Dus die kater kan niet groter zijn dan de kater van 2,004. Of, om het niet te vergeten, de kater toen Clinton aan de macht kwam, en die dom rechts destijds de volle acht jaar lang niet te boven is gekomen.

En de laatste categorie lijkt me het deel van de Republiekeinen die zelf het Verlichte Europese liberale ideaal van vrije markten, en economische en intellectuele ontplooiing voorstaan. Maar die hebben volgens mij hun kater al lang achter de rug. Sterker nog, het zijn precies de mensen waarover ik twee jaar geleden (3) al schreef dat de partij onder Bush zo in elkaar gestort was, dat ze zelf op de Democraten zouden stemmen.

Dus ik denk dat het verhaal van “de grootste kater ooit” weer eens de overdrijving is van het moment. Er zijn altijd katers bij verkiezingen, en zeker wanneer het zulke belangrijke verkiezingen zijn, maar om nu te gaan beweren dat vandaag zo verschrikkelijk uniek is… Wie herinnert zich nog hoe in 1,992 Bill Clinton ook eens heel de wereld ging veranderen – en zestien jaar zijn voorbij gegaan en hij is nu al een klein kraaltje in een lange ketting van kleine kraaltjes.

----------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/obama-op-het-voorplan.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/voetje-voor-voetje.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/amerikaanse-presidentsverkiezingen-2008.html

zondag 2 november 2008

Financiële filosofie: een relativiteitstheorie

Laat me vooraf zeggen: ik wil niet in een Sokal scenario terecht komen, naar de man die een bepaald soort orakelende filosofen zwaar in hun hemd zette, omdat ze heel geleerd beroep deden op allerlei concepten uit de natuurkunde, maar uiteindelijk nauwelijks benul hadden van wat die eigenlijk betekenden.

Dus ik geef vooraf toe: van de “echte” relativiteitstheorie begrijp ik niets: ver, ver boven mijn pet. Maar ik denk niet dat ik iets fouts doe als ik zeg dat zelfs wij, normale stervelingen, er toch enkele dingen van hebben geleerd. Bijvoorbeeld, dat de meters; de maatstaven waaraan we de werkelijkheid proberen af te meten (en dus te begrijpen: “meten is weten”!) zelf niet vast en onveranderlijk zijn, maar integendeel afhankelijk van veranderende condities.

Ik heb al eens postjes geprobeerd, op mijn bescheiden niveau, waarin de enige manier om een consistente natuurkunde te combineren met wat je feitelijk te zien krijgt, neerkwam op de vaststelling dat twee precies gelijke klokken in verschillende omstandigheden (bijvoorbeeld: verschillende onderlinge snelheden; of ook: verschillend zwaartekrachtveld) een... ander tijdsverloop laten noteren (1). Raar, maar waar!

Dat is de soort dingen die de mensheid absoluut niet graag hoort. We hebben een psychologie die smacht naar zekerheden, en als zelfs maatstaven als "tijd", waarmee we patronen proberen te meten en voorspellen, veranderlijk zijn, dan is het met de zekerheden slecht gesteld. En dus ontvangen hoogleraren in de natuurkunde tot de dag vandaag lange tractaten van mensen die wanhopig proberen te bewijzen dat de relativiteitstheorie fout is. Naar ik ergens gelezen heb reageren ze (in het beste geval) daarop op dezelfde manier als ikzelf, na veel en lange ervaring, op de tractaten van de creationisten. Je leest tot aan de eerste hallucinante stommiteit (onveranderlijk binnen de twee paragrafen), je laat zien dat daarmee de rest van het artikel echt wel gediskwalificeerd is, en opgelost.

Dit probleem van onze psychologie vinden we heus niet alleen in de natuurkunde. Ook in de moraalfilosofie zien we precies dezelfde worsteling. Veel van onze religies, van de meest primitieve stam in de jungle tot de meest geavanceerde monotheïsmes, denken dat uitgerekend hun zeden en gebruiken de neerslag zijn van dezelfde natuurwetten die het bestaan van het universum zelf verklaren. In de allergesophisticeerdste gevallen weten ze al dat wat heilige boeken beweerden, ergens tussen de 1,000 en 3,000 jaar geleden, niet noodzakelijk werkelijk de juiste versie van die natuurwetten voorstelt. Maar zelfs dan geloven ze dat er ergens, op één of ander Platonisch/Goddelijk niveau, een stel stenen tafelen bestaat waarop heel precies “de” moraal staat neergeschreven. En wij, onvolkomen mensen, proberen naar best vermogen die correcte versie steeds beter te benaderen, en als we daarbij, zoekend en tastend in de dichte mist, geregeld misslaan, wel – Gods wegen zijn tenslotte zelf ook ondoorgrondelijk, nietwaar?

En nog een keer precies hetzelfde treffen we momenteel aan in de economie! Eén van de conclusies van al dat filosoferen over economie was de uitroep van lezer Bruno: ongelofelijk toch hoe precair dat geld blijkt te zijn! Een beetje zoals wij allemaal in één klap filosoof zijn wanneer onverwacht een belangrijk lid van onze sociale wereld overlijdt: hoe precair zijn wij mensen! Hoe onbelangrijk zijn toch veel dingen! Ja, ik ken mensen die in dergelijke omstandigheden dat soort inzicht wel 24 uur wisten vol te houden!

Maar als er nu één les is die we uit zowel de geschiedenis (2) als uit de hedendaagse gebeurtenissen moeten onthouden, dan is het precies hoe precair geld is. Hoewel iedereen zijn favoriete theorieën heeft over hoe het moet, en er heilig van overtuigd is dat het knoeien blijft zolang de mensheid niet uitgerekend hun idee volgt, zijn alle experimenten al meerdere keren gigantisch in het honderd gelopen. Aan het ene extreem heb je varianten op almaar machtiger overheden die nooit verder komen dan de ontdekking dat wat ze aan de voordeur proberen vast te leggen dubbel en dik door de achterdeur terug naar binnen komt (3). Aan het andere extreem heb je mensen die geloven in varianten op de “gouden standaard”, dat wil zeggen, de hele economie willen vastklinken aan één en slechts één element uit de hele tabel van Mendeljev, en zo gelukkig zijn met dat emotionele houvast dat ze nog niet eens proberen te antwoorden op de problemen die daar mee zijn (4).

En natuurlijk is er alles wat daar tussenin zit, bijna allemaal al geprobeerd in de geschiedenis, en wegens de gevolgen straal genegeerd door de mensen die het nog eens opnieuw willen proberen. Voor zover we weten is het zo dat “de” “echte” oplossing niet bestaat, zoals de absolute maatstaf niet bestaat in de natuurkunde, en evenmin in de moraalfilosofie. En voor zover ik kan zien is een deel van de reden waarom velen daar niet gelukkig mee zijn weinig verschillend van de reden waarom sommige mensen niet gelukkig zij met natuurkundig of ethisch relativisme. Maar zoals grotere geesten dan ikzelf hebben opgemerkt: de vraag of de mens er gelukkig mee is, is nu eenmaal geen onderdeel van de werkelijkheid.

-----------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/07/en-toen-werd-het-ontzettend-vreemd.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/07/meer-over-de-constante-lichtsnelheid.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/financile-filosofie-een-beetje.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/12/de-rode-plein-swap.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/goud-kevers.html

vrijdag 31 oktober 2008

Obama, "by a landslide"

Als je de commentaren over de laatste dagen van de presidentsverkiezingen bekijkt zie je een enorme inspanning om te vertellen dat het allemaal heel spannend is. Zal McCain Pennsylvania winnen? Zullen de kiezers afhaken omdat Obama “zwart” (1) is? "De voorsprong van Obama is de vorige week geslonken!". En de vraag is: waarom schrijven ze niet wat de beste benadering van de realiteit is? Waarom schrijven ze niet: “het wordt Obama by a landslide” en “de verrassing kan zijn (a) hoe groot die landslide wel is, of integendeel (b) dat het toch nipter is dan we hadden verwacht”?

Dat is op basis van de polls de beste benadering van de realiteit. Er is niet één enkele poll die McCain een voorsprong geeft, niet in de competitie tussen de staten, wat nu eenmaal de manier is waarop het in de VS is georganizeerd, en niet in aantallen individuele stemmen. Integendeel, de polls leggen Obama op vele lengtes voorsprong. En het gaat niet over één of twee polls, het gaat over vele tientallen polls, en dat nu al vele weken lang.

En dus is de vraag: waarom doen ze dat? Ik heb geprobeerd een aantal mogelijke verklaringen te vinden, die ik rangschik van "goede" tot "slechte" redenen.

De beste reden is dat de toekomst nu eenmaal onvoorspelbaar is. Polls kunnen fout zijn. Er kunnen onverwachte dingen gebeuren. Het zou jammer zijn met veel aplomb te verklaren dat Obama zal winnen en vervolgens het tegendeel te zien gebeuren. Dus dat is een zeer goede reden voor wat er gebeurt. In dat geval zou ik zeggen dat de manier waarop me wat overdreven lijkt, maar ik erken het punt. Zoals iedereen weet, of zou moeten weten, zijn polls alleen maar een goede benadering, of zelfs maar een poging daartoe. Maar we doen niets anders dan wat de hardste natuurwetenschap doet, als we opmerken: “naar onze beste waarnemingen en berekeningen leren ziet de realiteit er uit als volgt: (Obama by a landslide), maar er zijn (inderdaad) geen zekerheden”.

Dus waarom schrijven we het dan niet op die manier? Een tweede oorzaak die me best redelijk lijkt is “commerciëel”. Als je het behandelt als een uitgemaakte zaak, zelfs met de nucane hierboven, dan verkoop je minder kranten, dan genereer je minder kliks op je site, dan ziet het leven er veel minder opwindend uit in deze donkere herfstdagen; je voelt het punt. Dat is natuurlijk niet echt een goede reden. Het is immers een beetje artificiëel, maar het lijkt me iets dat best mogelijk is, en begrijpelijk zou zijn, en dat tot het resultaat dat we ook werkelijk te zien krijgen zou leiden.

Op hetzelfde niveau is er een “politieke” reden. Beide partijen hebben er belang bij de zaak voor te stellen alsof het nog lang geen uitgemaakte zaak is, want als dat niet zo was zouden aanhangers van beide kanten kunnen afhaken. Je moet tenslotte nog steeds door de novemberkou naar de stembus en aanschuiven en de rest, allemaal voor dingen die toch al lang zijn uitgemaakt. En dus krijg je van beide kampen bloedstollende verhalen over hoe McCain wel eens Pennsylvania kon inpakken, terwijl je maar af en toe leest over de kansen van Obama om in pakweg Georgia of Arizona te stunten. Alweer: een beetje eerder onschuldig manipuleren van de voorstelling van zaken omdat je daar nu eenmaal een zeker belang bij hebt.

En tenslotte is er de vrees voor politiek leedvermaak. Nog maar pas las ik op een site waar vaak dom linkse praat te horen valt (niveau “het kapitalisme is de oorzaak van de armoede in de wereld”) de gnuivende oproep om de “verdrinkende” (sic: we hebben het hier over een democratische verkiezingsuitslag, hé jongens: je wint er een paar en je verliest er een paar) Republiekeinen nog snel wat stenen achterna te gooien. Op de site van LVB stond dan weer Bart De Wever die een tijd geleden vond dat Sarah Palin best mocht winnen om nog eens “al die beteuterde gezichten” van links te kunnen zien. Iemand anders verklaarde dat hij nog harder zou lachen dan in 2,004 als McCain toch nog won, en hij had in 2,004 al zo hard gelachen. (Ik heb er ook eens de vraag gesteld of ze onder een president Obama dan zoveel schrik hadden van een verschrikkelijke economische crisis, een enorme achteruitgang van het Amerikaans prestige in het buitenland en record deficits, maar ik heb tot heden nog geen antwoord mogen ontvangen.)

Dus als je nu gewoon uitspreekt wat “onze beste waarnemingen en berekeningen uitwijzen” en het onverwachte gebeurt toch nog, dan zijn het nog die mensen die zichzelf het meest in de aandacht werken ook. En dus staan we allemaal bedeesd in een hoekje te stamelen dat de polls weer wat dichter naar elkaar lijken te lopen, en wachten me met onze (op een toon van grote vanzelfsprekendheid uitgesproken) analyses waarom McCain natuurlijk moest verliezen tot het werkelijk zover gekomen is.

Volgens mij is dat allemaal veel te bescheiden. Volgens mij wordt het Obama by a landslide. Volgens mij is McCain een respectabel, in veel opzichten werkelijk bewonderenswaardig man, zij het wel wat oud om aan het presidentsschap te beginnen. Een zwak punt: zeer verblind en/of koppig over de Irakoorlog, of in het beste geval de gewone politieke hypocrisie van iemand die beter weet, maar nu eenmaal spreekt (en moet spreken) voor de basis. Voor mij het diskwalificerende punt. Maar niet voor de meerderheid van de Amerikanen, voor wie de economie zwaarder weegt; zeker momenteel. (McCain, zoals Obama niet moe wordt te herinneren, is de man die verklaarde niet zo beslagen in de economie te zijn, en waarschijnlijk beroep te zullen doen op economisch ervaren medewerkers zoals, bijvoorbeeld, de vice-president…)

Daarmee komen de onoplosbare problemen in beeld waar McCain zelf geen schuld aan heeft. De kloof bij de Republiekeinen tussen het economisch rationalisme à la Hayek en het religieus fundamentalisme van de creationisten was deze keer te groot. Wie Sarah Palin kiest als kandidaat veep beseft een groot gat te hebben aan de kant van de fundamentalisten, maar hoe beter je dat opvult, hoe groter de leegte gaapt aan je andere kant. Het omgekeerde zou precies hetzelfde effect hebben opgeleverd: wat heeft de huidige Republiekeinse partij aan de stemmen van luciede rechts als de fundamentalisten afhaken? Hoewel Palin op zich een erg ongelukkige, erg oppervlakkige (wie vertrouwt die man om een kabinet samen te stellen?) keus was, zie ik echt niet hoe het McCains' schuld kan zijn dat de Republiekeinen zulke tegenstellingen moeten overwinnen.

En dus denk ik dat de Amerikanen - die het feit dat ze dat allemaal ook doorhebben illustreren met massale financiële steun aan Obama - met duidelijk verschil, in de buurt van (en volgens mij voorbij die grens) een landslide, op Obama zullen stemmen. En natuurlijk is dit lang geen exacte wetenschap en kan ik dit compleet en totaal mis hebben. Maar wat doet het er toe dat dom rechts dan zal staan gnuiven om “al die beteuterde gezichten”? Of het nu dom links is dat staat te gnuiven als Obama wint, dan wel dom rechts als McCain wint – dàt schouwspel zal ons toch hoe dan ook vervullen met plaatsvervangende schaamte?

-------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/03/barack-obama-zwart.html

Pompoen

Vier jaar geleden, het zal bijna dag op dag geweest zijn, schreef ik in een post op usenet dat ik me afvroeg of we de nieuwste vondst van de Bushcampagne voor diens herkiezing te zien kregen.

Waar je ook keek, overal zag je "een pompoen met een lege kop".

Iemand vond dat destijds buitengewoon flauw. Ikzelf vind het nog altijd grappig genoeg om er nog eens aan te herinneren. Tja, ik heb mezelf niet gemaakt, hé, en bovendien is het niet besmettelijk.

Om het goed te maken geef ik toe dat ik het destijds mis had. Nu we niet langer het risico lopen dat Bush herkozen raakt, en er toch overal pompoenen met lege koppen liggen, moeten we concluderen dat het maar Halloweenversieringen waren.

donderdag 30 oktober 2008

Financiële Filosofie: een beetje geschiedenis

Uit mijn scholierentijd herinner ik me dat tijdens de Franse Revolutie (en de volgende bezetting van België door Frankrijk) Franse bezetters betaalden met "Assignaten". De term werd op een toon van afkeer aan de klas voorgelegd. Het was geen "echt" geld, vernamen we, maar één of andere vage belofte waar niemand in geloofde, en die dan ook snel waardeloos werd.

Het interessante daaraan is dat er niet echt veel verschil is met wat dan wel "echt" geld is, behalve dan dat iedereen er in gelooft. Waarmee we het punt al meteen hebben gezien: het verschil tussen "surrogaat"geld en "echt" geld is of iedereen er in gelooft, of niet. Eenvoudig, maar simpel.

Aangezien ik net tot mijn ontzetting vaststel dat ik mijn boeken van Galbraith niet meer terugvind moet ik uit het blote hoofd citeren. Ergens rond de zeventiende eeuw moet er in Parijs ene John Law hebben rondgelopen, die (met behulp van de staat) briefjes in omloop bracht, met daarop de belofte ze in te ruilen voor stukken grond, of zoiets. Het was een overweldigend succes, en al gauw kon je bij de bakker voor de belofte van grond brood kopen, omdat de bakker wist dat hij (tegenover die belofte van grond) van de kapper een scheerbeurt kon krijgen, die het op zijn beurt ook niet deed voor grond, maar omdat hij er bij de kleermaker een jas voor kon krijgen, enzovoort.

Het werkte als tovenarij. Tenminste, zolang niemand probeerde ook werkelijk grond te krijgen, maar er integendeel op rekende dat de anderen die grond zouden willen. Het succes was zo groot, en het was zo goed voor de economie, dat meer en meer papier in omloop werd gebracht. Of er in het begin ook werkelijk veel grond bij dat papier hoorde weet ik niet, maar ik weet wel dat dat na een zekere tijd niet langer het geval was. Erger was dat de Fransen het na nog wat meer tijd ook wisten, en toen ging het snel bergaf. Iedereen probeerde ineens zo snel mogelijk het papier dat hij had in te ruilen voor om het even wat, tot het op de duur compleet waardeloos door de straten dwarrelde.

Laten we vergelijken met iets dat ik (bij gebrek aan Galbraith) ook uit het blote hoofd moet navertellen. Als ik het goed heb was de naam “South See Bubble” en speelde het zich af in de achttiende eeuw. Alweer bracht een slimmerik een waardepapier in omloop dat inruilbaar ging zijn tegen heel preciese stukken grond. Indien er een Google map beschikbaar was geweest, dan hadden de beleggers kunnen zien dat de stukken grond in kwestie kilometers onder de zeespiegel buiten de kust van Brazilië (of zoiets) lagen. Maar zoals dat ook vandaag gaat was er niemand die zich vragen stelde bij al die rendementen, en er was zelfs geen Google maps om de antwoorden te tonen. En de mensen kochten het papier en de prijzen stegen (enz enz)...

Hier hebben we een “succes” gebaseerd op die andere functie van “geld”: het moet waarde kunnen stockeren, en overbrengen van het nu naar de toekomst. Ook dat was een vermogen waaraan zulke tekorten waren dat dergelijke schema’s verkochten als tulpenbollen, en dus begon de uitgever almaar meer papier uit te geven, en op het einde… iemand vraagt zich luidop af waar die grond nu eigenlijk precies zit... iedereen begint tegelijk zijn papier te verkopen...

Je ziet het alweer gebeuren.

En als je nu al wat langer dan vandaag dit blog leest, dan denk je op dit punt aan het hedendaags voorbeeld van LHSP dat daar verdacht goed op begint te lijken, en dat bovendien de link met geld drukken nog duidelijker blootlegt (2). Papier uitgeven, de waarde ervan verhogen door het simpele feit dat mensen het kopen, in de hoop dat de achterliggende (maar altijd toekomstige) winsten zullen maken dat nog anderen het zullen overkopen, en met dat opgeblazen papier OFWEL dingen in de reële economie kopen, OFWEL er ongelofelijk het schip mee ingaan...

Het is precies hetzelfde mechanisme!

Want wat is nog het verschil met die andere post van een hele tijd geleden (3), namelijk waarin uitgelegd stond hoe banken eerst de spaarboekjes omzetten in hypothecaire kredieten, waarna de "financiële innovatie" die hypothecaire kredieten weer omzette, langs de omweg van een "waardepapier" , in liquide cash, die weer aanleiding gaf tot nieuwe hypothecaire kredieten - enzovoort? De geldmolen draaide op almaar vollere toeren, de hoeveelheid papier vermenigvuldigde zich om de broden en vissen het nakijken te geven, en na enige tijd stelde hetgeen er achter zat niet veel meer voor dan "grond" die een kilometer onder de zeespiegel lag.

Wat ons bij een aantal klassieke wijsgerige beschouwingen brengt. Het is eerder gebeurd; het is vandaag gebeurd, en dus... het zal nog gebeuren.

Of ook de vraag: als we datzelfde patroon doorheen de geschiedenis zo vaak zien terugkomen - en er zijn veel voorbeelden van te bedenken - hoe kan het dan de schuld zijn van één of andere hedendaagse perverse manier van optreden?

En als het allemaal al zo vaak is voorgekomen dat auteurs als Galbraith de gevallen in categorieën kunnen opdelen: hoe kunnen wij dan vandaag verontwaardigd met onze armen staan zwaaien, alsof dergelijke schurkenstreken de mensheid nooit eerder waren gelapt?

------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/over-geld-goud-vertrouwen-en.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/05/een-machientje-om-geld-te-drukken-het.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/de-subprime-crisis-en-het-monster-van.html

woensdag 29 oktober 2008

Waar (of hoe) zal dit eindigen?

Het onderwerp is natuurlijk veel te complex om tot één factor terug te brengen, maar toch. Laat me terugkomen op wat we de vier percent regel (1) kunnen noemen. Als banken onder een bepaalde soort kapitaalvereisten verliezen boeken, en als het moeilijk is om het kapitaal te verhogen, dan is de enige uitweg om activa te verkopen. Als iedereen verkoopt terwijl bijna niemand koopt, dan dalen de prijzen, hetgeen per neo-liberaal zuivere boekhoudkundige principes verliezen creëert, die dus maken dat er nieuwe activa moeten verkocht worden, wat wéér verliezen creëert…

Enzovoort enzoverder en het resultaat is een grote, diepe put. Waar zwarte rook uit opstijgt.

Soortgelijke mechanismen maken dat heel andere instellingen dan banken (beleggingsfondsen, pensioenfondsen, hedge funds, verzekeringsmaatschappijen…) in hetzelfde schuitje zitten, en de put… wel, je ziet het al enkele weken overal om je heen. Een echte zelfversterkende spiraal, en de vraag is: hoe kan dat ooit eindigen?

Eén van de manier waarop dat kan eindigen is wat ik al eens probeerde te beschrijven toen ik mezelf tot "Meesterbelegger" benoemde (2). Hoe terecht de ironie van de hoofdletter was blijkt nauwelijks enkele weken later, nu “twee percent van mijn spaargeld” al gerduceerd is tot “0.60% van mijn spaargeld”. Maar het gaat om het principe!

Dat principe, dus, beeldt zich in dat niet één, maar heel veel individuen denken dat het toch wel ergens zal uitbodemen. Als die ook nog bereid zijn het risico te lopen dat ze zelf een extra “stukje van de rekening” moeten betalen, dan kunnen ze aan de hand van het “middelen” (3) proberen de aandelen (of andere activa, natuurlijk) op te vissen aan wat later bodemprijzen zullen zijn. Maar opgepast! Zéér gevaarlijke techniek! Alleen toe te passen door mensen die zéér goed weten dat ze alles kwijt kunnen zijn. En je moet sterke zenuwen hebben. Toen ik gemiddeld aan 66% van mijn eerste aankoop had “volgetankt” en de koers verder crashte naar 33% was de verleiding groot om bij te kopen. Heel, heel groot. En nu, bij 20%, is duidelijk waarom het zo belangrijk is om op voorhand te zeggen wanneer vol ook werkelijk vol is - en je er dan ook aan te houden.

Maar zeg dat er 400 miljoen Europeanen zijn. Zeg dat 100 miljoen daarvan in een positie zijn om te zeggen: “weet je wat? (Gemiddeld) 1,000 euro wil ik wel riskeren voor een eerste schijf!”. Dan gaan er morgen voor 100 miljard euro aankopen naar de beurs. Gewoon, bovenop al die kopers die ook vandaag al aan het kopen zijn. En als die om te middelen bereid zijn het één keer opnieuw te doen, dan zijn dat er weer 100 miljard. Ordes van grootte, natuurlijk, want er kunnen minder Europeanen (en Amerikanen, en Japanners) zijn die dat willen doen, maar ze kunnen grotere bedragen hebben, enzovoort.

Zoals ik dat hier teken is dat natuurlijk naief om de vergelijking met Sneeuwwitje en Assepoester (de huidige favorieten van kleuter Sarah) te doorstaan. Maar de vorm van hoe tenminste een deel van de crisis kan stoppen illustreert het wel. Als al die aankopen door mensen die het risico willen en kunnen nemen de spiraal doet uitbodemen, dan hoeven de geprangde instellingen als banken en fondsen niet verder te verkopen, en dan slikken ze ook geen extra verliezen meer, en dan doet dat de kapitalen niet verder wegsmelten, hetgeen weer minder verkopen genereert, en minder verkopers bij een markt die net significante kopers aantrok vertaalt zich weer in stijgende prijzen…

En het enige waarover we ons nog zorgen moeten maken is de naderende tsunami van de depressie, en de tsunami van de wisselmarktcrisis, en de mogelijke overwinning van de Democraten in Amerika, en de Emerging Market crisis, en de credit crunch en de warmtedood van het heelal.

In the long run blijven we all dead, natuurlijk.

--------------------------------------------
UPDATE Even meegeven dat sinds een drietal weken euribor 3m - het tarief waartegen de banken elkaar geld lenen - daalt. Dat is een indicatie voor het afnemende wantrouwen; de patiënt is nog steeds zwaar ziek, maar de koorts neemt tenminste af. Cross your fingers...

--------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/nog-een-klein-facet-van-de.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/een-meesterbelegger.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/middelen.html

dinsdag 28 oktober 2008

Vragen van de Financiële Filosofie: Banken

In de wetenschapsfilosofie spreken we van een "paradigmashift" wanneer we (de mensheid) een verzameling oude vertrouwde verschijnselen op een zodanig grondig verschillende manier gaan bekijken, dat je haast kan zeggen dat "de wereld veranderd is". Als je sinds generaties en eeuwen denkt dat de Aarde stilstaat en de zon en de sterren er omheen draaien, en je realizeert je op een dag dat de Aarde in werkelijkheid rond de zon draait, dan leef je eensklaps in een ander universum. Uit dat "heel ander universum" volgen dan weer nieuwe vragen, op hun beurt gevolgd door nieuwe oplossingen, en na een tijd ben je niet langer een mensheid die millennia lang vastzit in een verschrompelende armoede, maar sta je voor je het goed beseft op de Maan.

Goede liefhebbers van science fiction vinden dat nog steeds een zeer bescheiden prestatie, maar laat dit een ander verhaal zijn.

De vorige post probeerde een paradigmashift tot de lezer te brengen (die ik heus niet zelf gevonden heb), waaruit onmiddellijk heel nieuwe perspectieven volgden. Het idee was dat geld niet langer "bestond" uit briefjes en muntjes in onze jas- en broekzakken, met bankrekeningen als een soort uitloper daarvan, maar dat geld in werkelijkheid niets anders was dan het functioneren van al die bankrekeningen - en dat briefjes en muntjes alleen maar een marginale en wat logge manifestatie daarvan zijn.

Een voorbeeld van de bijhorende "nieuwe perspectieven" stond in een commentaar van lezer Bruno bij een post van enkele dagen geleden (1):

"Overigens vind ik het vreemd dat sommigen (zowel links als rechts) de banksector als het summum van het kapitalisme zien, terwijl die sector behoorlijk zwaar gereguleerd is. Meer nog, je zou de banksector kunnen zien als de 'overgang' tussen de overheid (die het monopolie op het drukken van bankbiljetten heeft en een aantal interestvoeten vastlegt) en de 'echte' vrije markt, die natuurlijk over de productie van goederen en diensten gaat."

Als je gewoon het paradigma kiest waarin "geld" neerkomt op het functioneren van al die bankrekeningen, en verder de regel invoert dat de overheid het monopolie heeft op het scheppen van geld, dan is Bruno's opmerking een schot in de roos. Je zou je haast afvragen waarom de banksector niet ineens genationalizeerd wordt - en dan wel om de bovenstaande reden, en niet wegens de crisis die al een tijdje angstwekkende proporties begint aan te nemen.

Het antwoord, denk ik zo op 't eerste zicht, is dat er aan de banken nog veel meer vastzit dan "alleen maar" het scheppen van geld. Banken zijn al heel lang ondernemingen die overschotten van de economie omzetten in kapitaal dat vervolgens geïnvesteerd kan worden. Banken zijn ook verschaffers van financiële diensten die betalingen en commerciële transacties vergemakkelijken, en nog recenter zijn ze ook instellingen geworden die het verhandelen en verdelen van risico's mogelijk maken.

Natuurlijk is het in een omgeving van zware crisis gemakkelijk - ik durf dan ook zeggen: goedkoop - om het te ontkennen, maar als private ondernemingen kunnen banken dat veel beter - zeg gerust: oneindig veel beter - dan ze dat kunnen als overheidsinstantie. Denken we alleen maar aan al die kredietverleningen aan al die bedrijven, bedrijfjes, vrije beroepen en particulieren. Denken we werkelijk dat de overheid het best in staat is te weten wie er wel of geen kredieten moet krijgen? Om maar te zwijgen van de "politieke benoemingen". Het ging hier al eens over hoe de bedrijfswereld nog relatief beschermd was tegen overdosissen alfmannetjes (2), en eerlijk gezegd, voor dagdagelijkse business in een normale markt zitten we nu niet precies op overheidsmanagers te wachten.

Zo zitten we per "paradgigmashift" toch maar midden in de opmerking van Bruno. In de mate dat het geld niet "in de banken zit", maar dat de banken "het geld zijn" is het niet te verwonderen dat de overheid het boeltje reglementeert. En in de mate dat de banken tegelijk commerciële ondernemingen zijn zitten we op overheidsinterventie bij de vraag wie wel of niet kredietwaardig is al evenmin te wachten als op het meteen invoeren van de communistische staat.

---------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/nog-een-klein-facet-van-de.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/waar-treffen-we-alfmannetjes-aan.html

maandag 27 oktober 2008

Vragen van de Financiële Filosofie: Geld

Op dit blog zijn al enkele keren wijsgerige beschouwingen over geld verschenen. Bijvoorbeeld hoe (en waarom) geld tegelijk een spiegel van de economie is, maar ook het smeermiddel (1). Of over hoe we gemakkelijk de indruk hebben dat geld op één of andere manieren "intrinsieke waarde" moet hebben, terwijl dat voor een deel een illusie is, en voor een deel een "conclusie" die veel meer politiek dan feitelijk gemotiveerd is (2). En tenslotte vragen als "wat is dat eigenlijk, geld?" (3). Al die dingen zijn natuurlijk gebracht op het niveau van de geïnteresseerde leek, en komen van geen kanten in de buurt van een serieuze analyse over monetaire economie. Maar toch, wie er helemaal of praktisch niets over weet is er minder slecht mee af dan met helemaal niets. Met deze stukjes in het achterhoofd zijn we nu ook gewapend om een kleine "paradigmashift" uit te proberen.

Men heeft u gezegd dat geld bestaat uit muntstukken en briefjes, en dat je die op een bankrekening kan zetten, om van daaruit even goed betalingen te doen als met simpel cash geld. En verder heeft men u gezegd dat, als iedereen tegelijk probeert zijn geld van de bank af te halen dat onmogelijk is, omdat het totaal aantal tegoeden op rekeningen veel (en veel, en veel, en nog eens veel, en dan nog een enorm aantal keren veel) groter is dan het totaal aan briefjes en muntstukken in de wereld. Dus als iedereen tegelijk zijn geld wil afhalen, dan komen alleen enkele vroege vogels aan bod, en daarna kunnen de banken niet meer betalen, en dan gaan ze failliet en dan heeft bijna iedereen géén briefjes en ook geen tegoeden meer op rekening. Doek.

Maar (zo heeft men er nog aan toegevoegd) omdat de wet van de grote getallen quasi garandeert dat de meeste mensen op elk moment veel meer geld op rekeningen willen dan in cash, en omdat de overheid die houding met garanties nog aanmoedigt, is bovenstaand scenario zo goed als uitgesloten. Men heeft u det allemaal gezegd, en ik zeg u dat dat bij mijn beste weten allemaal waar is.

Je voelt evenwel dat die visie nog steeds vertrekt bij het idee dat "geld" eigenlijk bestaat uit die briefjes, en dat de bankrekeningen daar een soort aangroeisel van waren. Het feit dat dat aangroeisel dan intussen zo groot is geworden dat het het "echte" geld quasi doet wegzinken speelt bijna nooit een rol in ons nadenken ("filosoferen") over geld. Maar als je gewoon even stilstaat bij de manier waarop onze economie voor 99.99...% werkt op overschrijvingen, en dat muntjes en briefjes daar meer een atavistisch, en microscopisch aanhangsel van zijn, dan is de tijd misschien rijp om ons beeld helemaal om te keren: die "paradigmashift" van daarnet.

Tenslotte is geld, als je het een beetje functioneel bekijkt, datgene wat de mensen als betaalmiddel gebruiken. Ooit waren dat symbolen in gebakken klei, later werden het schilfers edelmetaal, later werden het muntjes in edelmetaal, dan kwamen er muntjes in koper, verdisconteerbare wisselbrieven, bankbriefjes en intussen zelfs plastic kaartjes... En dat alleen al toont dat heel veel dingen geld kunnen zijn, vooropgesteld dat je het als betaalmiddel kan gebruiken.

Maar als je dan ziet hoe die 99.99... % van alle betalingen gebeuren via dat bancair systeem waarover ik het had (4): wat blijft er dan anders over dan concluderen dat het geld vandaag niet zozeer in het bancair systeem zit, als wel dat bancair systeem is. Kortom, dat we onze perceptie shiften van al die briefjes die intussen toch maar een heel marginale periferie geworden zijn, naar het betaalverkeer dat door de banken gedragen wordt, en dat heel erg in het centrum is terechtgekomen?

Dat is voor het moment mijn punt: wat we door een soort historische gewoonte als "geld" beschouwen is functioneel gesproken al lang niet meer relevant. Geld, dat is iets dat al sinds millennia almaal minder tastbaar is geworden, tot het tegenwoordig niet veel meer is dan een hoop mensen die alle dagen naar hun werk gaan om in de gaten te houden dat eindeloze reeksen sommen en verschillen in computers niet in het honderd lopen. Maar tegelijk levert het een voorzet op voor iets dat lezer Bruno bij een recente post heeft gezegd (5). De banksector, dat is nu veel meer dan een vrije markt van ondernemingen die diensten vragen en aanbieden. De banksector is nu ook "al het geld van de wereld".

Eenmaal je die paradigmashift in je hebt opgenomen is het ook veel gemakkelijker te zien waarom overheden daar nu op zulke grote schaal zijn in tussengekomen. Er was heus veel meer aan de hand dan "in de banken willen ze wel geld stoppen, maar de armoede in de wereld verhelpen, daar zijn ze nog niet aan toe". Want de banksector is niet iets waar je geld "in" stopt; de banksector is zelf het geld. En wat de overheden hebben gedaan is niet "geld stoppen in" één of andere sector, maar ervoor zorgen dat er morgen nog geld is.

-----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/geld-en-economie.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/goud-kevers.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/over-geld-goud-vertrouwen-en.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/domino-effect-zie-ik-nu-iets-over-het.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/nog-een-klein-facet-van-de.html

vrijdag 24 oktober 2008

Nog eens "de toplonen"

Lezer Lode Cossaer is het in een commentaar bij de vorige post over de “toplonen” (1) niet erg eens met mijn omschrijving van de markt. De vragen die Lode zich stelt zijn:

“wordt er iemand gedwongen geld te geven? Wordt er iemand gedwongen daar aandeelhouder van te zijn? Wordt er iemand gedwongen dat product te kopen? Is er ergens geweld jegens iemand om iets te doen met zijn middelen dat hij niet leuk vindt?”

Nu lijkt het er op dat Lode dat ziet als een omschrijving van een “markt”, want hoewel hij er meteen aan toevoegt (in geval van neen) geen reden te zien tot overheidsoptreden had ik in mijn post ook helemaal niets gezegd over de nood aan overheidsoptreden. Dus aannemend dat Lode reageert op dingen waar ik het ook werkelijk over had neem ik zijn conclusie:

“Uw bespreking van 'het is geen markt' gaat uit van een bepaalde interpretatie van de markt, die niet de mijne is.”

En daarover zijn Lode en ikzelf het dus alvast eens! In mijn “markten” komt er door een spel van vraag en aanbod een efficiënte prijs tot stand, waarbij het woord “efficiënt” betekent dat er prijssignalen naar de markt gestuurd worden die vraag en aanbod in evenwicht houden. Dit laatste zowel op de korte (onmiddellijke) termijn (omdat de prijs het punt is waarop mensen die willen handelen ook een tegenpartij vinden), als op de lange termijn (omdat hoge prijzen uitnodigen tot meer aanbod, en lage prijzen tot meer vraag).

Maar dan, steeds in mijn marktfilosofie moeten hoge prijzen wel eerst horen bij veel vraag en weinig aanbod, en lage prijzen bij veel aanbod en weinig vraag. Mij lijkt dat zo fundamenteel dat het me eerlijk gezegd een beetje een raadsel is hoe iemand zonder die vooronderstelling zal hard maken dat efficiënte (wegens vrije) markten zulke zegening voor de mensheid waren, en zijn.

En zoals ik al schreef in die post, die samenhang tussen prijsniveau en vraag en aanbod is in de “markt” van de toplonen niet alleen zoek, de “markt” ziet er zelfs precies het omgekeerde uit als je in “mijn” marktfilosofie zou verwachten! Immers, de prijzen zijn torenhoog, dus je zou verwachten dat er een wanhopige zoektocht aan de gang is naar kandidaten, terwijl er haast geen kat is die er op kan ingaan. Maar de realiteit is (steeds zoals ik al schreef) dat er een enorme voorraad subtoppers is, plus een nog veel grotere voorraad getalenteerd aanstormend talent, terwijl de functies die “toplonen” uitbetaald krijgen eerder dun gezaaid zijn. In dergelijk geval verwacht je van een functionerende vrije markt dat de prijzen naar beneden onderhandeld worden. Bij “te hoge” prijzen heb je immers veel meer kandidaten dan functies, en dat is dan ook precies wat je te zien krijgt.

Kortom, ik blijf maar bij mijn standpunt dat dit niet is wat ik van een “vrije markt” verwacht. Ik blijf maar bij mijn standpunt dat dit integendeel is wat ik verwacht van een markt die zeer, zeer grondig verstoord is. Ik herinner er terzijde opnieuw aan dat ik ook heb geschreven, tot twee keer toe zelfs, dat ik nog niet begrepen heb welk probleem we zouden oplossen als “we” “er iets aan deden”, maar soit. Ik blijf ook maar bij mijn standpunt dat als een dergelijk grondig verstoorde “markt”, die zulke slechte prijssignalen stuurt, representatief moet zijn voor wat liberalen van een markt verwachten, ik niet verwonderd ben wanneer extreem-links er niet veel van moet hebben.

-----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/oh-die-toplonen.html

donderdag 23 oktober 2008

Oh, die toplonen...

De zogenaamde toplonen zijn weer in het nieuws en ik vind dat een goede zaak. Niet dat het me buitengewoon belangrijk lijkt, maar het blijft een anomalie. De aandacht van de filosoof wordt dan ook meer getrokken door de drogredeneringen in het spel, dan door de realiteit. Want zeg nu zelf, een multinational met 100,000 werknemers en een miljard aandelen betaalt 10 mio euro aan toplonen uit. Dan kan je dat schrappen en elke werknemer 100 euro extra per jaar betalen, of elke aandeelhouder 1 cent. Geef toe, de wereldproblemen ga je er niet mee oplossen.

Veel interessanter is dan ook wat er gebeurt als je ze in vraag stelt. Ineens stromen door alle hoeken en kieren mensen het podium om op verhitte toon de status quo te verdedigen. De aandeelhouders doen toch met hun geld wat ze willen, zeker?! Die bedragen zijn nodig om topmanagers aan te trekken! Trouwens, dat is nu eenmaal de marktprijs! En de enige vraag is: slagen ze er daarmee zelfs maar in zichzelf voor de gek te houden?

De aandeelhouders? Het spijt me, maar dat is wegkruipen achter formalismen. Ergens in het Wetboek van Koophandel staat nog de juridische fictie uit de tijd van Napoleon beschreven, waarin de aandeelhouders bestuurders aanstellen enz enz enz… En als je eerst beslist hebt de toplonen te verdedigen, en dan probeert dat als een logisch gevolg van iets anders voor te stellen, dan houd je op dat punt natuurlijk op. Maar als je geïnteresseerd bent in de realiteit, dan weet je dat het reilen en zeilen aan de top van de ondernemingen in besloten kamers wordt bedisseld, en dat hoogst, hoogst zelden aandeelhouders zullen weigeren vergoedingen goed te keuren - voor zover ze niet alleen in schijn, maar ook in werkelijkheid enige kans maken dat hard te maken, natuurlijk.

Dus “de aandeelhouders” zijn een juridisch formalisme, een quasi middeleeuwse fictie waarvan de werkelijke machtsverhoudingen zich bedienen om de moderne economie te organizeren. Het lijkt me ook dat ze dat veel beter doen dan alle alternatieven die we ooit geprobeerd hebben. Alleen is dat geen excuss om ons dan maar te laten wijsmaken dat het uithangbord ook de realiteit is.

Jamaar, klinkt het dan, die bedragen zijn nodig om topmanagers aan te trekken. Maar weet je, dat lijkt verdacht op personencultus. Het lijkt me zeker redelijk dat je hoge vergoedingen aanbiedt om de zo noodzakelijke goede managers aan te trekken, maar het moet toch toegelaten zijn je de vraag te stellen: hoe hoog is hoog? Moet dat werkelijk om bedragen gaan waarbij je in één klap royaal van je rentes kan gaan leven? Als we geen vragen hebben bij 1 miljoen, blijft dat dan zo bij 10 mio? Mogen we al vragen stellen bij 100 miljoen? Staan de verdedigers van de toplonen nog altijd op de barricades met “nodig om talent aan te trekken” als het over een miljard gaat? Is er helemaal géén grens?

De waarheid is dat er overal, in elk bedrijf, een voortdurende enorme strijd aan de gang is voor de volgende stap in de carrière, en dat die mensen daar ongelofelijk veel werk van maken, zonder dat er veel meer dan stijgende, maar “normale” salarissen in het spel zijn. Moeten we aannemen dat er daartussen, telkens weer, net genoeg (en nooit méér) zitten die in staat zijn de topfunctie te bezetten? Als dat waar is, waarom herkennen we die halfgoden dan niet veel vroeger, en waarom moeten ze zoveel tijd en moeite spenderen aan het doen alsof ze zijn zoals iedereen? En zoals John Kenneth Galbraith een halve eeuw geleden al vernietigend opmerkte: dan moeten al die grote bedrijven met de regelmaat van een klok in een toestand terechtkomen waarin de vervanging van dat ongelofelijk genie helemaal niet vanzelfsprekend is – met alle gevolgen vandien voor de toekomstige prestaties. Maar die onzekerheid vertaalt zich nooit in schommelende beurskoersen, als de CEO eens oud of ziek is, hoewel ze al volatiel zijn als een kwartaalresultaat eens een fractie scheef zit.

Dus is het kennelijk niet zo dat de zoektocht naar de halfgoden telkens weer zo precair is. Maar hoe kan je dan ontkennen dat er op elk moment best wel behoorlijk veel mensen in de reserve zitten, die allemaal in staat zouden zijn om desnoods aan het roer van het schip te gaan staan? En wat blijfter dan van heel dat “dat is nodig om ze aan te trekken” gedoe over, tenzij simpele personencultus; die mensen zijn groooote successen niet omdat ze na unieke verdienste op die plaats zitten, maar enkel en alleen omdat ze al op die plaats zitten.

Tenslotte hebben we nog “jamaar, dat is de markt”. In het bijzonder als dat van liberalen afkomstig is vind ik dat altijd vreselijk. Als je niet eens probeert er toch een béétje serieus uit te zien met je “markt”denken – hoe verwacht je dan ooit serieus genomen te worden als het werkelijk over markten gaat?

Markten, geef ik ter herinnering mee, is iets dat wij liberalen zo belangrijk vinden omdat ze door het spel van vragers en aanbieders prijssignalen naar de wereld sturen en vraag en aanbod in evenwicht houden. Dat impliceert dat er veel vragers en aanbieders zijn, en verder dat die inderdaad in onderhandeling met de tegenpartij, èn competitie met elkaar gaan, om het verhandelde onderwerp binnen te halen.

Zelfs de allereerste, allersimpelste blik op dit onderwerp vertelt je onmiddellijk: er zijn weinig dingen die zo weinig op een marktgebeuren lijken als toplonen. Stel je om te beginnen de vraag: als je met je marktfilosofie ergens heel hoge prijzen ziet: verwacht je dan veel aanbod en weinig vraag, of juist veel vraag en weinig aanbod?

Je verwacht, vanzelfsprekend, heel veel vraag, en heel weinig aanbod, precies zoals de personencultus het ook probeert voor te stellen. Maar zoals we tegelijk zagen, de werkelijkheid is precies omgekeerd. De mensen zijn dus alle dagen aan het vechten om vooruit te komen, en er is relatief heel weinig plaats aan de top. Dus het zou heel gemakkelijk zijn om telkens opnieuw een lange rij subtoppers aan te spreken, en die allemaal de voordelen van een topfunctie, inclusief een hoog salaris, boeiende ervaring, prestige enzovoort onder ogen te brengen, en vervolgens te vragen voor welke prijs ze het willen doen.

Die allersimpelste blik leert dat dat van geen kanten gebeurt. In werkelijkheid heeft “men” (en je voelt dat dat “men” *niet* vaak “de aandeelhouders” zullen zijn) vaak al een kandidaat voor ogen, die in de betrokken middens goed gekend is, wie weet wegens welk lidmaatschap van welke club of politieke partij, en er wordt vrolijk met de miljoenen gelapt, die tenslotte toch niet meer kosten dan 10 cent per aandeel en per jaar.

Dus ik zou voor het ogenblik het onderwerp willen besluiten met hoe ik niet erg onder de indruk ben van de standaardargumenten. Tegelijk geef ik ook toe nog niet te hebben ingezien waarom er al die ophef over nodig is. Als ik het wel wist zou ik het best wel meer bekritizeren, dus probeer gerust me te overtuigen; momenteel weet ik het niet. Maar kan ik alstublieft mijn medeliberalen verzoeken op te houden met dat allerabsurdste “dat is de markt”? Het volstaat dat de eerste de beste extreem-linkse anti-globalist opmerkt “als dat de markt is, dan wil ik met de markteconomie niets te maken hebben”, en je hebt je compleet laten voorbijfietsen. Langs rechts, nog wel.

woensdag 22 oktober 2008

Zo gebeuren ongevallen...

Deze morgen in de krant, ergens in België, een mama met twee schoolgaande kleuters, ze steken de straat over, slechte verlichting, een auto passeert... en de twee kindjes overleven de aanrijding niet.

De papa van kleuter Sarah en baby Thomas slaat huiverend de krant dicht. Een mama die de rest van haar leven denkt: als ik nu gewoon niet nog snel van jas was veranderd, een automobilist die de rest van zijn leven denkt: als ik nu eens juist dan een beetje minder had zitten dromen...

Nog terwijl ik mezelf forceer om bij de orde van de dag te blijven zie ik voor mijn ogen terug wat mezelf deze morgen overkomen is. Een lange drukke straat in Brussel: hier zijn verschillende scholen, en verkeerslichten, en verkeersdrempels, en overstekende pubers. Kortom, je rijdt er stapvoets, of 20 per uur als het snel gaat. En voor me wenkt alweer een verkeerslicht en een mama met iets van het kaliber van kleuter Sarah aan de hand begint vele meters voor mij de straat over te steken, en dus rijd ik stapvoets verder. Dan is de mama mijn rijstrook al gepasseerd en ik begin alweer aan het "optrekken" - aanhalingstekens, want "van nul naar 15 in veel seconden" is niet echt "optrekken", maar ik heb het ondertussen verschillende keren gecheckt: als je je inbeeldt dat er iemand voor je staat ziet dat er best spectaculair uit - en dan...

... midden op de straat, letterlijk één voetstap naast het punt waar ik seconden later zal passeren, houdt ze stil, geeft de kleuter een duwtje in de rug zodat die de straat overdribbelt en draait zich om... (jij, de chauffeur, gelooft op dat honderdste van een seconde letterlijk je ogen niet)...

Je hebt één kans op twee. Ze draait zich om met haar rug naar mij toe en steekt doodleuk weer mijn stuk van de rijweg over in de richting vanwaar ze gekomen is. Ze heeft mij gewoon niet eens gezien, ik die op minder tijd dan nodig is om nog tot bewuste gedachten te komen op mijn rem ga staan dat het asfalt er van kermt. Ze staat al aan de kant voor ze ongelovig naar de auto staart die op centimeters van haar nog bezig is tot stilstaan te komen.

Ik denk niet dat de blik die de chauffeur haar toewierp erg vriendelijk was.

Zo gebeuren ongevallen. Deze keer was er geen kans dat het met kleine witte doodskistjes zou eindigen, en ook de slaapwandelende mama had er aan die snelheid waarschijnlijk niet veel aan overgehouden, maar zo gebeuren ongevallen.

En ergens in België staan er dit weekend wel twee witte doodskistjes in een kerk, en worden er wel twee kindjes in hun grafje gelegd. Zo gebeuren ongevallen.

dinsdag 21 oktober 2008

The "handwriting on the wall"?

Verschillende nieuwssites melden dat McCain de facto de staat Colorado opgeeft. Tijd om het lijstje van enkele dagen geleden (1) opnieuw te bekijken. Colorado was één van de staten die McCain moet binnenhalen omdat hij anders – behoudens zéér spectaculaire verschillen tussen de huidige polls en het resultaat binnen slechts twee weken – doodeenvoudig niet genoeg stemmen heeft om te winnen. En dus, per simpele logica, is de vraag in welke andere staat hij alsnog die zeer spectaculaire ommekeer wil realizeren.

En de winnaar is… Pennsylvania! Mijn favoriete site voor het onderwerp (2) kleurt sinds vele weken de staat in donkerblauw, dat wil zeggen, Obama heeft er constant een voorsprong van meer dan 10% in de polls. In feite heeft McCain er héél even heel licht voorgelegen (begin april…) en een maand geleden was het verschil "slechts" 5% voor Obama.

Sommigen nemen dan ook al hun wensen voor werkelijkheid en zien er tekenen van “toenemende wanhoop” bij McCain in. Maar waar je nooit berenvellen moet verkopen die je nog te pakken moet zien te krijgen zal de grootste McCain aanhanger erkennen dat het beter had gekund wanneer je McCain ziet campagne voeren in staten als Missouri (waar Bush met 7% voorsprong won) terwijl Obama juist Florida aanvalt.

En er is nog meer "handwriting on the wall", zoals je ziet in een post van Brad DeLong (3). Kenneth Adelman, één van de grote steunpilaren van de Irakoorlog, kondigt aan voor Obama te stemmen. Ofwel moeten we aannemen dat Adelman samen met Collin Powell tot het socialisme is bekeerd, of misschien was de kandidaat McCain (over Palin durf ik gewoon al niets meer te zeggen) toch niet zo'n sterke kandidaat.

Nu moeten we erkennen dat Adelman zich al eerder presenteerde als een man die tenminste in staat was het in te zien wanneer hij het mis had. "Al" tegen einde 2,006 (Brad DeLong zou nog altijd zeggen "three years late and a billion dollars short") zag hij in dat er met het Republiekeins beleid één en ander mis was (4):

"The whole philosophy of using American strength for good in the world, for a foreign policy that is really value-based instead of balanced-power-based, I don't think is disproven by Iraq. But it's certainly discredited."

Dat is interessant omdat het een thema raakt dat we eerder bij Friedrich Hayek hebben gezien (5). In zijn Why I am not a conservative schreef die over "het gevaarlijke" wanneer de liberaal zich verenigt met de conservatief, terwijl die laatste helemaal niet zo bekommerd is om de vrijheid, als wel om het in stand houden van het gezag. Daar zagen we de waarschuwing tegen de bemoeizucht van die conservatieve overheid, die zomaar als het past alle principes die de liberaal nauw aan het hart liggen overboord zet. Ik citeer opnieuw:

"(...) the more a person dislikes the strange and thinks his own ways superior, the more he tends to regard it as his mission to "civilize" others - not by the voluntary and unhampered intercourse with the liberal favors, but by bringing them the blessings of efficient government. It is significant that here again we frequently find the conservatives joining hand in hand with the socialists against the liberals."

En dus moeten we niet verbaasd zijn wanneer we Adelman zien ontdekken dat die overheidsinterventie om de anderen de eigen "beschaving te brengen" in het honderd loopt, en de feiten dat "idealisme" discrediteren. En twee jaar later slaagt hij er zowaar in de politieke conclusie te trekken.

Dat is meer dan waar veel andere mensen, zelfs nu er nog eens twee jaar zijn overgegaan, toe in staat bleken. Laten we hopen dat de meerderheid er inderdaad in slaagt de "gediscrediteerde ideologie" af te schrijven.

-----------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/amerikaanse-verkiezingen-laatste-rechte.html
(2) http://www.electoral-vote.com/

(3) http://delong.typepad.com/sdj/2008/10/falling-dominoe.html

(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/voetje-voor-voetje.html

(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-zooo-actueel.html

maandag 20 oktober 2008

Nog een klein facet van de kredietcrisis

We nemen terug de post over de boekhouding (1) die vertelde dat een bankbalans een blad papier is, waar op de rechterkant staat waar het geld vandaan komt, en op de linkerkant wat er mee gebeurd is. Dus K opent een spaarboekje en stort er 1 op, en de bank schrijft rechts “K: 1” en links: “kassa: 1”. Als er zo 10,000 spaarders waren heb je rechts 10,000 rekeningen, en links staat er één rekening die zegt dat er 10,000 in de kassa zit, en "links" en "rechts" zijn in evenwicht.

Maar omdat de spaarders ook interest op hun boekjes willen laat de bank dat geld niet in de kas zitten, maar leent ze het uit in bijvoorbeeld 100 kredieten van 100. En nu staan er tegenover 10,000 spaarboekjes van 1 (aan de rechterkant) 100 kredieten van 100 (aan de linkerkant), en beide kanten hebben nog steeds een totaal van elk 10,000.

Maar, zegt nu de overheid, voor elk krediet dat je geeft moet je 4% van dat geld niet van spaarboekjes en dergelijke halen, maar er als bank je eigen geld insteken. Immers, zelfs als 4% van de kredieten verloren gaat blijft er genoeg over om alle spaarboekjes terug te betalen, en is de bank alleen haar eigen geld kwijt. Natuurlijk is het idee dat de bank met het verschil tussen de kosten van spaarboekjes en de opbrengsten van de kredieten ook de verliezen op de kredietportefeuille kan dragen, en dan nog winst overhoudt. Maar die 4% blijven een extra buffer voor als het om één of andere reden toch misloopt.

En dus ziet de balans er nu als volgt uit. Rechts staat er: “kapitaal: 400”, gevolgd door 9,600 keer “spaarboekje: 1”, en links staat er 100 keer “krediet: 100”, en het totaal is nog steeds 10,000 aan beide kanten.

Hiermee uitgerust kunnen we één van de (zeer, zeer vele) aspecten van de kredietcrisis schetsen. Wat gebeurt er wanneer de rentewinsten op de kredietportefeuille inderdaad niet volstaan om kapitaal verliezen op die portefeuille op te vangen? Zeg dat er twee kredieten van 100 verloren gingen en dat de rentewinst voldoende was om er één van te compenseren, zodat het tweede gewoon verloren is. De balans is nu: (rechts) “kapitaal: 300” en “spaarboekjes 9,600” en (links) “kredieten: 9,800” en "kassa: 100".

En zeker, de bank is geld kwijt, de aandeelkoersen zakken, maar de spaarders zijn nog steeds beschermd. Alleen, aangezien het kapitaal nog maar 300 is, en 4% van de kredieten door kapitaal moet gedekt worden is er niet langer voldoende kapitaal! Ofwel moet de bank haar kapitaal optrekken naar 4% van 9,800, zijnde 392, ofwel moet de kredietportefeuille kleiner worden.

Op dit punt komen de lezer termen als "15" of "Lippens" voor de geest, en hij beseft huiverend dat er gevallen zijn waarin mensen al even weinig zin hebben om bankkapitaal te onderschrijven als om gewoon op de beurs bankaandelen te kopen. En als het kapitaal optrekken niet lukt, en de kredieten moeten naar omlaag...

... dan komt er een grote aap uit de mouw! Met een kapitaal van 300 kan de 4% regel een portefeuille van 7,500 dragen. Maar er zit 9,800 in. Dus er moet 2,300 (!) uit. Zie je al gebeuren dat er een brave mens komt aankloppen voor nieuwe kredieten? De kranten zullen bol staan van de "credit crunch"! Maar er is erger. Als je op grote schaal assets moet verkopen, dan dalen die assets in prijs - en ook dat is iets dat we gewoon voor onze ogen zien gebeuren. Zeg dat de prijzen van onze soort kredieten dalen naar 80%. In een normale markt zal dat van geen kanten zo'n vaart lopen, maar af en toe zitten we nu eenmaal niet in een normale markt. Op een te verkopen kapitaal van 2,300 geeft 20% een verlies van 460. Maarreh... Ons kapitaal was nog maar 300, dus als daar 460 afmoet...

TOK!

Maar zelfs een stevig gekapitalizeerde bank zonder enige kredietverlies komt nu in een eigenaardige spiraal terecht. De kredieten van de andere banken zijn immers verkocht aan 80%, en overeenkomstig de nieuwe boekhouding moet ook onze solide bank haar portefeuille waarderen aan de marktprijs: "de kredietcrisis is ook de crisis van de nieuwe boekhoudwetgeving"! Een verlies van 20% van de portefeuille vreet ook een flinke hap uit het kapitaal van onze solide bank, en dus moeten die nu ook assets gaan verkopen. Maar dat zet de prijzen verder onder druk, en dus boeken ze een echt verlies op de verkochte kredieten, terwijl de bijgehouden kredieten zelf ook weer aan de nieuwe afwaarderingen onderworpen worden.

En ziedaar een perfecte spiraal die de meest gezonde bank kan meetrekken. Ik vertel het allemaal maar om te illustreren waarom er zoveel sprake is van "domino effect" (2). Of misschien moet ik er de post bijhalen die de banken met een andere industrie vergelijkt (3). Het is, nogmaals, niet zo dat we hier met een serie individuele ondernemingen te maken hebben, die allemaal onafhankelijk opereren. Veel meer dan andere industrieën is de banksector een sterk verweven geheel, waar de fouten van sommigen op de kap van heel de groep kunnen terechtkomen. Dat is de reden waarom het beeld van de domino's zo goed gekozen is. Een management mag er nog zo goed in geslaagd zijn de eigen dominosteen netjes en solide rechtop te zetten, maar de structuur van het geheel, de dominostenen in je buurt, kunnen je even goed tegen de vlakte doen gaan als je eigen fouten.

En dat is een toestand waar onze theorieën over vrije markten en de consequenties van risico niet altijd even goed rekening mee houden.

--------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/goed-nieuws-voor-de-linkse-critici.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/domino-effect-zie-ik-nu-iets-over-het.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/de-financile-tsunami-en-de.html

zondag 19 oktober 2008

Een mooi citaat

Paul Krugman, de kersverse Nobelprijswinnaar economie zal wel niet te klagen hebben over gebrek aan belangstelling voor zijn blog. Maar als je verwijten van plagiaat wil vermijden moet je altijd zeggen waar de stukken die je niet zelf hebt verzonnen vandaan komen. In dit geval komt het van Keynes, waar de Financial Times kennelijk naar verwezen heeft, zodat het via Krugmans blog ook in mijn hoofd is terechtgekomen:

http://krugman.blogs.nytimes.com/2008/10/18/great-keynes-quote/

En hier is het citaat:

"Words ought to be a little wild, for they are the assaults of thoughts on the unthinking."

Kijk, dat heb je nu met de echt grote geesten der aarde, ze kunnen dingen verwoorden die wij amateurs al honderdduizend keer gevoeld hebben, maar nooit zo fraai tot uitdrukking konden brengen.

Ik schrijf bij deze Keynes officiëel in op de lijst van onofficiële filosofen. Dat is mijn persoonlijke lijst waarop mijn persoonlijke opinie staat, over welke grote geesten die niet groot geworden zijn in de filosofie, zulk een impact op ons menselijk denken hebben, dat ze de eretitel filosoof verdienden; in tegenstelling tot behaalden. Dat laatste slaat alleen maar op de prestatie van mensen zoals ikzelf die een diploma hebben: knap, ongetwijfeld, maar daar lopen er nu eenmaal nog meer van rond.

Op mijn lijst van onofficiële filosofen staan bijvoorbeeld ook Newton, Darwin en Einstein. Maar het wordt natuurlijk spannender naarmate je meer namen hebt die niet sinds eeuw en dag bekend zijn. Jared Diamond! Lee Smolin!

zaterdag 18 oktober 2008

Iain M Banks

Lang geleden, meer dan tien jaar, raadde een kennis me aan Iain Banks te lezen. Dat zou dan een hedendaagse uitbreiding van mijn science fiction kennis worden, want hoewel ik door Jack Vance van de mogelijkheden van het genre overtuigd was, was ik toch nooit veel verder geraakt. En dus las ik Excession en Consider Phlebas en... ik vond het maar matigjes.

De twee boeken spelen zich af in het "Culture" universum van Banks. The Culture is een pan-galactische cultuur die de hele Melkweg omspant en een vereniging is van diverse, vaak humanoïde (zucht: toch een probleempje...) soorten, alsook diverse soorten artificïële intelligenties. Dat is allemaal zeer naar mijn smaak, maar ik vond dat er ook veel ontbrak. Het was me allemaal te kosmisch; je omspande dan wel de hele Melkweg, maar je wist nooit waar je precies zat. De gebeurtenissen speelden zich paradoxaal genoeg de hele tijd af in een soort micro-omgeving, vermits elk punt "aan de andere kant van de Melkweg" ongeveer even bereikbaar was als alle andere. Te weinig samenhang, te weinig kader: een drie op de schaal van "kwotering" (1). Aan te bevelen voor de liefhebbers van het genre, maar niet iets dat je absoluut gelezen moet hebben.

Maar ik kon toch nooit de enorme spankracht van Banks' ideeën vergeten, de nazinderende beelden die hij wist op te roepen, de grootsheid van zijn visies... Dus sinds ik me de laatste jaren weer meer voor SF ga interesseren heb ik het nog eens opnieuw geprobeerd. De eerste was The Algebraist. Opnieuw een begin dat je met open mond doet staan kijken naar de spankracht van Banks visie, gevolgd door toch wel lange bladzijden die behoorlijk langdradig zijn. Maar toch ben ik vrij vlot door de eerste drie van de vijf delen geraakt, en eerlijk gezegd, vanaf toen vond ik het echt prachtig. Geslaagde karakters in een zeer interesante omgeving en een geslaagd verhaal, en naar het einde de "verrassing" waar je als lezer toch wat op zit te wachten: als heel het boek van dat niveau was geweest had ik een vier gekwoteerd: Een aanrader, een topper, als het genre niets voor jou is zal je er niet veel aan hebben, maar anders zeker te lezen.

Daarna heb ik Look to Windward gelezen. En dat is voor mij werkelijk een vier op deze schaal. Herlezer als ik ben kijk ik er nu al naar uit om het binnen enkele jaren helemaal opnieuw te lezen. Af en toe kwam het werkelijk adembenemend over in zijn visie. Normaal zou ik het een enorme afknapper vinden als iemand me vertelde dat alle menselijke karakters figuranten zijn. Het verhaal speelt zich af op een wereld van "The Culture", die dan ook door veel mensen bevolkt wordt, maar het zijn vertegenwoordigers van twee heel andere beschavingen, van buiten The Culture, die de hoofdpersonages zijn. En twee "Minds", de artificiële maar zelfbewuste intelligenties die respectievelijk de bestuurder van die wereld en een agent van een organisatie van The Culture zijn maken het klavertje vier compleet. Ver van een afknapper" te zijn maakt dit viertal een aantal ontmoetingen en bijhorende conversaties door die voor een enorme portie humor, reflectie en intrige zorgen. En ontroering. Vraag me niet hoe, maar in dit verhaal creëert Banks een "Alien" die de naam waardig is, die niet zomaar een geëxtrapoleerde mens naar een ander uiterlijk is, maar die geloofwaardig een biologische en een culturele en een persoonlijke achtergrond heeft, die hem drijfveren en emoties en persoonlijke thema's bezorgen en uiteindelijk een niet-menselijke persoonlijkheid waarmee je kan meeleven.

Dat is waar ik het voor een groot deel voor doe. Hoe zou dat gaan, zo'n contact tussen mensen en andere intelligente wezens? Als we per assumptie aannemen dat hun biologische achtergrond hen toch een béétje herkenbare motieven en doelen bezorgt, dan belet alle vreemdheid van de wereld niet dat je er mee kan handelen, ermee in conflict komen, complotten smeden of zelfs medeleven voelen.

Natuurlijk komt al dat gepraat over "emotie" en "medeleven" niet zomaar uit de lucht gevallen, maar zijn die consequenties van andere verhaalelementen die je soms in flashback krijgt meegegeven. Dat verhaal zelf heeft een heel behoorlijke plot, dus met "goeden" en "slechten" en de vraag of ze wel of niet hun zin krijgen, zoals elk verhaal op zijn naiefste niveau nu eenmaal dat soort vragen moet behandelen. Bij die verhalen en gebeurtenissen die Banks uiteindelijk allemaal netjes in elkaar weet te weven ontwikkelt hij soms kosmische visies die de beelden van Tolkien weten te evenaren. Om niet te vergeten dat de complexiteit van de plot me vaak aan John LeCarré deed denken.

Je vraagt je stilaan af waarom ik het niet ineens met een vijf kwoteer. Wel, het is meer dan "het principe", dat een vijf eigenlijk niet bestaat, omdat dat een zodanig meesterwerk is dat zelfs wie het genre niet genegen is; zelfs wie anders geen boeken leest, het toch zou moeten gelezen hebben. Ondanks alle bovenstaande loftuigingen over beeldende kracht en interessante figuren valt me op dat ik er uiteindelijk niet zo erg veel van meedraag. Ik hoefde Tolkien maar één keer te lezen, en de Herberg van Bree, het Huis van Elrond, de Mijnen van Moria, de Toren van Saruman, de Ruiters van Rohan, de Muren van Minas Tirith en de Heer van de Ringen zaten voor de rest van mijn leven in mijn hoofd. Ik wil er geen woord van mijn loftuigingen van terugnemen, maar de panorama's van Banks doen me soms veel meer denken aan beelden uit een droom, waar je een ongelofelijke indruk van hebt, maar die je met het verstrijken van de dag weer helemaal verlaten.

Maar een topper in het genre, dat is het zeker en vast.

--------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/kwotering.html

donderdag 16 oktober 2008

Amerikaanse verkiezingen: laatste rechte lijn

Deze morgen hoorde ik op de "hoofdpunten" van het nieuws dat McCain tijdens het laatste debat een goede beurt had gemaakt. Ik zet een zuur gezicht. Als een kandidaat een oorlog tegen een land dat niemand had aangevallen en niemand had bedreigd een goed idee vindt, dan moet de andere kandidaat al ongeveer kinderslavernij bepleiten voor ik opnieuw begin te twijfelen. Om van een kandidaat vice-president die gelooft dat de Aarde 6,000 jaar geleden is geschapen en dat mensen en dinosaurussen hier samen hebben rondgelopen maar te zwijgen.

Wachtend op het echte nieuws hoor ik een analyse over hoe Obama in het defensief raakte over Ayers en over abortus, en dat echte nieuws heeft het opnieuw over het succes van McCain. Daarna bevestigen twee studiogasten nog eens opnieuw het verhaal, en helemaal op het einde verneem ik dat de polls na de debatten... Obama tot de winnaar hadden uitgeroepen!

Dat had eens omgekeerd moeten gebeurd zijn, ik denk dat het zonnestelsel te klein was om de beschuldigingen tegen de linkse VRT te absorberen.

Intussen zitten we toch maar in laatste rechte lijn naar de verkiezingen. Wat is 12 januari 2,007 - de dag van mijn eerste post over het onderwerp - alweer lang geleden! Toen schreef ik dat de verkiezing eigenlijk neerkwam op de voorverkiezing bij de Democraten: de Republiekeinen waren immers zo'n puinhoop dat ze zelf in de verleiding moesten zijn om op de Democraat te stemmen.

Als we nu naar de site kijken waarop ik me voornamelijk baseer (2), dan lijkt dat nog uit te komen ook. Misschien is het moment aangebroken om dat eens van wat dichterbij te bekijken dan alleen maar in termen van "rood" en "blauw".

De Amerikanen stemmen niet rechtstreeks voor de kandidaat, maar wel over welke kandidaat hun staat zal steunen. Dus als Obama in Californië de meerderheid haalt, dan stemt Californië voor Obama, en als Texas naar McCain gaat, dan stemt Texas voor McCain. Het doet er daarbij helemaal niet toe of ze grote of kleine meerderheden halen: zie "Florida 2,000".

Dus valt de beslissing in dat "electoral college" waar de staten voor de aangeduide kandidaat stemmen. Op dat punt moet je weten dat niet alle staten even zwaar wegen. Je ziet op de site in voetnoot (2) een cijfer staan in elke staat, waarmee die staat in het college gewogen wordt. De zwaarste staat is Californië met 55 stemmen. Dan komen Texas en New York met in de 30. Enkele staten zitten boven de 20 (Ohio, Pennsylvania en Florida) en dan heb je een reeks boven de 10. Staten met minder dan 10 stemmen horen stilaan bij het klein grut. Als je naar de kaart kijkt zie je ongeveer even veel rood (van de Republiekeinen) als (Democratisch) blauw. Alleen zijn de meeste van die rode staten "klein grut" staten. Terwijl de blauwkleurende staten in het noorden veel zwaarder wegen - en dus staat Obama een lengte of twee voor.

Werp dan nu een blik op de eindkaart van 2,004 (3). Alleen enkele randen van de kaart zijn blauw, en toch is het maar een nipte overwinning voor Bush: wéér die zwaarwegende staten in het noorden die (zeer nipt overigens) naar Kerry gingen. Je ziet in één oogopslag het dubbele probleem van McCain. De blauwe staten van nu zien er veel en veel blauwer uit dan toen: er valt weinig extra's te rapen. Maar een hoop rode staten van nu zijn maar heel nipt rood, of ze zien er zelfs blauw uit. Als je weet dat dat zo is voor de zwaargewichten Florida en Ohio, dan weet je dat de verkiezing er om gaat of McCain voldoende van de Bushstaten zal weten te behouden. En dat wordt moeilijk: er zijn er gewoon zo veel waar hij in het defensief is, zonder veel kans op een tegenoffensief, dat er stilaan een aardverschuiving nodig is om Obama nog te doen verliezen.

Maar het kan, natuurlijk. Je mag er donder op zeggen dat Bin Laden heel graag zou zien dat de VS zichzelf nog ettelijke jaren verder laten leegbloeden in Irak, om de kans op nog een paar andere van dat soort briljante ideeën maar haastig weg te moffelen. Die kan dus net voor de verkiezing weer (zoals vier jaar geleden) voor een gesmaakt optreden zorgen, dat maakt dat al die brave Amerikanen toch maar voor de "veilige" stem kiezen. Zo ging vier jaar geleden de opmars van Kerry tijdens de laatste weken helemaal verloren aan de stunt van Bin Laden. Maximale return over kost ratio die den Bin Laden ooit gezien heeft, maar zo gaat dat. Ik denk niet dat hij het al vergeten is, dus wie weet waar die nog mee aankomt?

In afwachting daarvan zitten we op de rand van de "landslide voor Obama" waar ik zo vaak om geroepen heb. Ik heb de term voor het eerst gebruikt in april (4), met eigenlijk de correcte redenering erbij: acht jaar Bush, vijf jaar Irak, wanneer gààn ze het anders doorhebben? (Maar vanzelfsprekend geef ik toe dat ik dat niet durfde blijven beweren toen de polls om allerlei redenen begonnen te schommelen. Als iemand van bij het begin voorspelde dat Obama zou winnen met grote voorsprong, dat door dik en dun durfde volhouden en binnen enkele weken gelijk krijgt, dan zou ik dàt een hele prestatie vinden.)

Je begint stilaan te zien waarom ik die kaart van voetnoot (2) al van bij de post van voetnoot (1) begon aan te raden. Je ziet in één oogopslag hoe de kaarten verdeeld liggen over de verschillende staten met hun gewicht erbij, en je ziet hoe doorheen de tijd de kaart verkleurt van blauw naar rood (5) en omgekeerd (6). En je kan er gemakkelijk voor amateur strateeg gaan spelen en de redeneringen opmaken waar de echte strategen nachten over liggen te piekeren. Iets als: "Kerry, 251 stemmen. Nodig om te winnen: 270 stemmen. Tekort: 19. Aantal dat zal verloren gaan: blijkbaar nul. Aantal dat er kan bijkomen: New Mexico, donkerblauw, 5. Iowa, donkerblauw, 7. Nog zeven te kort".

Dat wil zeggen dat van de volgende "battleground states" McCain er niet één mag verliezen:

Florida
Ohio
North Carolina
Virginia
Indiana
Missouri
Colorado

Het volstaat dat Obama de staten waar hij momenteel ruim op kop ligt ook wint, en één enkele van de bovenstaande binnenhaalt, en het is "president Obama". Elke extra staat uit die reeks is een extra stap naar de "landslide victory". En dan zijn er nog een paar kleine strijdstaten als North Dakota en West Virginia die nog extra slagroom kunnen meebrengen, terwijl ik me laat vertellen dat Obama in een zuidelijke zwaargewicht als Georgia ook nog niet is uitgepraat.

En ik denk werkelijk dat wij, kritisch-rationalistische kosmopolieten ons mogen aansluiten bij de Amerikaanse kosmopolieten uit de staten aan de oceanen die vier jaar geleden al voor Kerry stemden, in hun hoop dat deze keer de fundamentalisten uit de binnenlanden niet opnieuw met de overwinning gaan lopen.

----------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/amerikaanse-presidentsverkiezingen-2008.html
(2) http://www.electoral-vote.com/
(3) http://electoral-vote.com/evp2004/dec/dec31.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/04/het-slechtst-mogelijk-resultaat.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/john-mccain-neemt-de-leiding.html
(6) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/die-mccain-toch.html

woensdag 15 oktober 2008

Een kritiek op de "Socratische wijsheid"

Een toevallige ontmoeting in de wandelgangen over kredieten, markten en wat daar zoal mee kan misgaan ontwikkelt zich tot een heuse vergadering en… je staat er versteld van wat je allemaal te weten komt. Niet dat dat zo verbazend is: telkens wanneer je een onderwerp hebt waarin de causaliteiten zeer complex zijn kan de grootste specialist altijd nog één en ander bijleren. Ik denk maar even aan de “reden” waarom Europa vanaf het jaar 1,000 AD zulk een opmars tot het doorbreken van het armoede evenwicht vertoonde: een stokpaardje van me.

Maar in dit geval bracht het me bij mijmeringen over de “Socratische wijsheid”. Die zegt: “hoe meer ik weet, hoe meer ik besef dat ik niets weet”. En daar is veel van waar! Pas wanneer je een eind doordringt in de complexiteiten, zodanig dat je er in de ogen van je medemens al lang als een Grote Specialist uitziet, vang je een glimp op van de ontzettend diepe realiteit die zich voor je uitstrekt. Heel opwindend en uitdagend, daar niet van: de planeten, de melkweg, clusters van melkwegen, het heelal…

Maar we weten er eigenlijk niks, niks, niks van.

En toch. Daarmee is de kous van de Socratische wijsheid niet af. Het was me vroeger al opgevallen in mijn discussies met de creationisten. Een relevante post hier is die met “de weigering te weten” (1). De mensen wentelen zich in een inkzwarte onwetendheid om reden van wat je “externe factoren” zou kunnen noemen. Als ze de kennis zouden absorberen die over een gegeven onderwerp relevant is, dan zouden er zekerheden en “waarheden” overboord gaan, waaraan ze absoluut niet willen raken. De volgende stap is dat ze je vertellen dat “geloven (sic) in de evolutietheorie neerkomt op geloven dat een Boeing toevallig uit een wervelstorm kan ontstaan”. En wat me daarbij is opgevallen dat het niet je eigen “grote kennis” is (die er misschien is, maar misschien ook helemaal niet, dat doet er gewoon niet toe) die je doet beseffen wat je allemaal niet weet. Het is integendeel de ondoordringbaarheid van dat obscurantisme die je dat doet beseffen.

Natuurlijk kan je je ervan afmaken met de standaard clichés van “het is wetenschappelijk bewezen dat…” en je geweldig druk maken wanneer ze dat allemaal afwimpelen, maar dat scoort precies het punt. Het punt is namelijk dat je, om ze een fatsoenlijke repliek te geven, ontdekt dat je de “basics” heel goed onder de knie moet krijgen, veel beter nog dan je dacht dat je ze kende. Dan pas kan je ze tot het punt brengen waar je ze kan laten voelen dat hun uitspraken en beweringen leiden tot problemen zoals regelrechte contradicties: denk terug aan de poedels (2).

En zo was het ook met de financiële crisis. De simpele waarheid die voorligt is dat de vrije markten het niet alleen zullen oplossen, want ze kunnen het niet alleen oplossen. Dat is voor de marktfundamentalisten – in de zin dat ze letterlijk menen dat alleen de markten en niets anders dan de markten de gebeurtenissen moeten bepalen – even onverteerbaar als een soort die evolueert uit een andere soort voor de creationist. En dus gaan ze nog liever dingen uitkramen zoals “laat de banken failliet gaan” dan toegeven dat dan de hele wereld in de knoop draait alsof we terug in de middeleeuwen zaten (3). Want anders moeten ze erkennen dat, niet alleen “falende markten beter zijn dan falende overheden” (4) (want dat blijft natuurlijk zo) maar ook dat af en toe een desastreus falende markt slechter is dan een overheid die fatsoenlijk werk levert.

En dan begin je te oefenen in “wat is domino effect?” (5) of probeer je te antwoorden op vragen als “hoe zou een solvabele bank een gebrek aan liquiditeit kunnen hebben?”. Dat laatste is een vraag op hetzelfde niveau als “hoe kan de ene soort uit de andere ontstaan?”: sofismen waar je alleen maar over struikelt als je de basics niet kent, of wil kennen. En je merkt dat daar veel werk aan is, aan die basics! Je mag er alle dagen inzitten, maar je ontdekt dat je beheersing van de fundamentals tot het punt dat je de sofisten van je kan afhouden nog veel gaten vertoont!

Vanzelfsprekend is dat geen weerlegging van de Socratische wijsheid: natuurlijk blijf je beseffen dat je weinig weet naarmate je meer weet. Maar het is toch een interessante aanvulling. Hoe meer je probeert iets te vertellen aan mensen die niets weten, hoe meer je beseft dat je zelf ook niets weet…

---------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/06/de-weigering-te-weten.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/socratische-dialoog-met-poedels.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/10/en-dan-nu-een-inktzwart-scenario.html
(4) http://www.ivanjanssens.be/dutch/nartikel.asp?link=122
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/domino-effect-zie-ik-nu-iets-over-het.html

dinsdag 14 oktober 2008

Paul Krugman krijgt de Nobelprijs Economie!

Ik schoot in de lach toen ik het nieuws zag, het maakte wel wat dingen bij me los. Krugman is een zeer interressante denker, die zijn economische inzichten combineerde met ideeën rond ontwikkeling, maar ook geografie, en dat interesseert mij altijd. Tegelijk sta ik nog altijd achter mijn post van lang geleden (1), over hoe ontzettend vervelend die anti-Bush litanie begon te worden. Je zal zeggen: die litanieën schrijf jij toch ook? Dat is natuurlijk ook zo, maar bij Krugman was het op een bepaald moment 100%, maanden en maanden lang, en ik was van hem gewoon heel nieuwe dingen bij te leren...

Het punt is: er zat een grote politieke component in. Ik heb me al eerder geamuseerd gevoeld over een soortgelijk geval. Een bepaald soort rechts vermaakte zich enorm over "het gekronkel bij links" toen James Watson, een topwetenschapper in de genetica, had verklaard dat zwarten intellectueel minder begaafd waren dan blanken. En inderdaad, schreef ik, het gekronkel was goed vergelijkbaar met het gespartel bij dat rechts toen Al Gore de Nobelprijs voor de vrede won (2) - en ik moest er bij de Nobelprijs van Krugman meteen aan terugdenken.

Nog maar pas lees ik op een rechtse site over hoe de Republiekeinen nauwelijks hun kandidaat veep hadden bekend gemaakt en de Democraten deden niets anders meer dan haar familie zwart maken. Ik had al medelijden voor me te binnen schoot hoe dat afkomstig was van dezelfde kliek die je ongelofelijk voor rotte vis uitschold, en dat om geen andere reden dan dat je weigerde pink op de naad leugens van Bush na te praten; nota bene, leugens die hij zelf al beschaamd had ingetrokken.

Maar tegelijk passeer ik zojuist een haatpost van links, waar de campagne van McCain werd beschreven als een groep drenkelingen, vergezeld van de oproep er zo veel mogelijk stenen ("anvils", aanbeelden was de gebruikte term) achteraan te gooien. Medelijdend hoodschuddend om zo weinig niveau - los van het feit dat een beroemd spreekwoord niet voor niets afraadt berenvellen te shorten - dacht ik dan weer aan het initiële enthousiasme bij die Republiekeinse kandidaat veep, dat zich al verheugde op "al die beteuterde gezichten bij links" als bleek dat de Republiekeinen daarmee de verkiezingen gingen winnen.

Enzovoort. Momenteel amuseert Brad DeLong (3) zich om "al die beteuterde gezichten bij rechts", in het bijzonder in het licht van de dingen die ze ooit over Krugman hebben beweerd. Mijn favoriet zijn de commentaren bij de tekst van Krugman van jaren geleden, over hoe de huizenzeepbel wel eens in een enorme crisis zou kunnen uitmonden. Puur leedvermaak; ik heb er begrip voor, ik heb er ook al aan meegedaan, maar toch...

Bij een Nobelprijs past het de wijze het politiek rumoer te overstijgen, en zich te concentreren op wat we van de laureaat kunnn vernemen. Krugman heeft analyses gemaakt van internationale handel, en de problemen die daarmee kunnen samenhangen, zoals "winnaars en verliezers van de globalizering". Laat niemand zich inbeelden dat er bij de globalizering geen verliezers zijn. Maar mocht iemand willen meegaan met die lachwekkende clichés dat Krugman "links" is, omdat hij er nu eenmaal zijn vooroordelen niet bevestigd ziet, dan stel ik voor zijn teksten aan het adres van de extreem-linkse anti-globalisten te raadplegen. Krugman is een man voor wie de uitdrukking "he doesn't suffer fools gladly" wel gemaakt lijkt, en in die teksten kan je het er aan zien (4).

En financiële crisissen, natuurlijk. Krugman is altijd een autoriteit geweest op het gebied van financiële crisissen, en toen hij bij de Aziëcrisis opmerkte dat dit een geval was van "de markten weten het niet altijd het best" ging ook bij mij een licht op. De markten weten het haast altijd beter dan de overheid, en dat was toen ook al zo. Maar "haast altijd" is nu eenmaal iets anders dan "helemaal altijd", en die periode was daar een voorbeeld van. Waarbij we niet moeten vergeten dat de markten, tegen het IMF in, er in slaagden devaluaties van de munten uit de getroffen landen af te dwingen, en daarmee het herstel inluidden. En toch... Als je vanzelf afhaakt bij de mogelijkheid dat een ideeëngoed niet altijd en overal en in alle omstandigheden de zegeningen van de vrije markt predikt, dan zal je bij krugman ook moeten afhaken. Maar als je geïnteresseerd bent in hoe het werkelijk zit...

Warm aanbevolen. En welgemeende gelukwensen aan de laureaat, natuurlijk.

------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/ver-ve-lend.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/10/james-watson-nobelprijswinnaar.html
(3) http://delong.typepad.com/sdj/2008/10/crooked-timber.html
(4) http://www.slate.com/id/1918/

maandag 13 oktober 2008

You can fool...? 23% of the people...?

... all of the time?

http://abcnews.go.com/PollingUnit/Politics/story?id=6017487

23% job approval voor Bush. Lager dan Nixon.

Zie ook mei 2,007:

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/05/you-can-fool-28-of-people-all-of-time.html

En juni 2,007:

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/06/you-can-fool-afdeling-26.html

23% van de mensen die je de hele tijd kan voor de gek houden... Het blijft toch veel.