Ivan Janssens verwijst op zijn blog naar een artikel van Dirk Verhofstadt:
http://www.liberales.be/cgi-bin/show.pl?column&verhofstadtchina&print
Ik ben het volledig eens met de kritiek van Ivan:
http://www.ivanjanssens.be/dutch/nartikel.asp?link=48
De post van vandaag is dan ook alleen maar copy and paste van mijn manier om die bezwaren uit te drukken, QUOTE
"Dit is inderdaad gewoon pijnlijk. Zou het veel gevraagd zijn, als we ons dan toch moeten laten uitschelden voor "marktfundamentalist" om er aan te herinneren dat wij het wel altijd hebben over vrije markten?
En als er "gewerkt wordt in een vorm van slavernij", en als dat "ten goede komt aan de rijke bovenklasse"; hoe zou dat dan anders kunnen dan omdat die slavernij tot grote winst leidt?
En als er ergens grote winsten te rapen vallen, en de markten vrij zijn, wat zal er dan anders gebeuren dat andere marktfundamentalisten ook werknemers komen huren om ook die winsten te maken? En wat zal er dan overeenkomstig de wet van vraag en aanbod (ik veronderstel dat wij, marktfundamentalisten, die wet wel mogen inroepen?) gebeuren?
Ik zal het maar zelf zeggen, want de moralisten doen dat nooit.
Wat er overeenkomstig de wensen van de marktfundamentalisten zal gebeuren is dat de lonen zullen stijgen, en de omstandigheden zullen verbeteren, naarmate de grote winsten meer ondernemers aantrekken, die allemaal zullen moeten concurreren om dat werkvolk aan te trekken.
Vraag en aanbod, dus.
En één van de weinige dingen die daar iets aan kunnen doen, is dat er een dicatoriale overheid bestaat, die verbiedt dat die andere ondernemers de lonen omhoog komen bieden. Het letterlijke tegendeel van een vrije markt is wat kan maken dat de lonen laag blijven als de winsten hoog zijn.
En dus wil ik wel proberen er stoicijns onder te blijven wanneer ik wordt uitgescholden (het kan beter ook niet te vaak gebeuren, natuurlijk) voor "marktfundamentalist". Maar als ik daarbij moet worden voorgesteld als iemand die het lijnrechte tegendeel verkondigt van mijn echte standpunt, dan word ik daar een tikkeltje nerveus van. Is er een manier om mijn bezwaren aan Dirk Verhofstadt te laten kennen?"
UNQUOTE
Let wel, ik ben het ook eens met Dirk Verhofstadt wanneer hij de toestanden aanklaagt. Maar ik protesteer tegen zijn manier om te sneren aan het adres van (wat hij) marktfundamentalisten (noemt). "Van twee dingen één", zoals dat in het Vlaams zo lelijk heet. Er zijn mensen die de toestanden toejuichen omdat de globale welvaart in China stijgt - maar de beschreven manier waarop het gebeurt heeft met "markt" evenveel te maken als een tang met een varken. En mensen die zo overtuigd zijn van het belang van vrije markten dat je ze min of meer terecht "fundamentalisten" zou kunnen noemen, zullen het moeilijk hebben om voorbeelden te vinden die nog verder weg liggen van wat hun ideaal voorstelt.
(Gebeurlijke commentaren mag je met veel plezier naar Ivans Blog sturen. Gewoon, omdat Ivan er over begonnen is.)
"once help is assured to such an extent that it is apt to reduce individuals' efforts, it seems an obvious corollary to compel them to insure (or otherwise provide) against those common hazards of life." (F.A. Hayek, The Constitution of Liberty, hoofdstuk 19, over een mandaat tot verplichte ziekteverzekering)
zaterdag 9 december 2006
vrijdag 8 december 2006
Assymetrie
De kranten staan vol met de moeder van een gehandicapt kind, die opbiecht dat zij het liever had laten sterven, dan het kind en de familie levenslang op te zadelen met een gehandicapt leven. Na de noodkreet zelf en vele reacties zijn er nu ook de lezersbrieven. Pas daaraan voel je welke hartverscheurende drama's zich zo vaak afspelen in een mensenleven - laten we proberen er een beetje sereen en berustend bij te blijven. Zowel de mensen die zich nog altijd schuldig voelen bij het verlies van het leven van een kind dat ze niet hebben kunnen redden, als de mensen die zich hopeloos veroordeeld voelen tot een leven waarvan ze niet de zin (maar wel de onzin, elke dag opnieuw) kunnen voelen, verdienen het.
Ik voel me haperen bij één van de brieven waarin een moeder vertelt hoe ze haar gehandicapt kind een leven heeft kunnen bieden, waarin dat kind een zeker geluk kan ervaren. Dat is prachtig: al mijn felicitaties. Als de boodschap er hier één van troost, medeleven en steun is, dan had ik het niet beter kunnen zeggen. Als de boodschap er één is waarin "ieder leven waarde heeft", zodat iedereen maar meteen dezelfde weg moet volgen, en moet willen volgen, dan heb ik een probleem (dat me doet terugdenken aan een post uit de vroegste periode van dit blog (1), maar dit terzijde).
Een eerste aspect gaat over kennis. Nu zegt een basisregel uit de psychologie dat je geen boodschappen mag overmaken waar mensen niet klaar voor zijn. Het overwinnen van het kennisprobleem lijkt me hier nochtans belangrijker dan de emotionele problemen die er uit kunnen volgen. De moeilijke boodschap is als volgt. Een mensenleven is geen door God gezonden zegening die tot elke prijs in stand moet gehouden worden, maar wel een chemisch proces. We kennen de chemische bestanddelen van dat proces, dat zoals alle chemische processen bestaat uit dezelfde bouwstenen (koolstof waterstof, zuurstof, enzovoort). We kennen de manieren waarop die zoals bij alle chemische processen met elkaar reageren. We kennen de fysieke oorzaken die het proces in gang zetten, en we kennen een hoop fysieke oorzaken van dingen die het proces bemoeilijken ("ziekte") of stopzetten ("dood"), en we weten hoe na dat laatste de bouwstenen gerecycleerd worden in het systeem dat de oppervlakte van de planeet Aarde is. Steeds zoals dat voor alle andere chemische processen geldt. (Naar ik me heb laten vertellen is de kans erg groot dat sommige waterstofmoleculen die ooit in Socrates hebben gezeten op dit moment in u en mij zitten)
Zoals gezegd, dat is een inzicht waar niet iedereen aan toe is, en waar veel mensen het zelfs erg moeilijk mee hebben. Maar de realiteit is dat de correctheid van de beschrijvingen van die realiteit niet afhangt van de vraag of de resultaten ons aanstaan. Zo krijgen we sterk uiteenlopende opvattingen, waarbij mensen helemaal geen chemisch proces zien, maar wel degelijk de goddelijke vonk van het leven, met alle consequenties vandien. Bijvoorbeeld de heftigheid waarmee de debatten af en toe gevoerd worden.
Een andere consequentie van de uiteenlopende opvattingen is meteen het tweede aspect van mijn probleem, en het vloeit uit de kenniskloof voort. Wanneer je met het chemisch proces in het achterhoofd verklaringen leest over mensen die in naam van de waarde van elk leven toch zijn doorgegaan, dan kan je daar begrip voor voelen, en een aanzienlijke mate van bewondering. Als je leest over het verdriet van een moeder die tien jaar na het verlies van haar kind nog altijd treurt, dan kan je een diep meeleven voelen (aanzienlijk versterkt als je zelf de papa van baby Sarah bent, daar niet van). En tegelijk kan je een even diep begrip en meeleven voelen met mensen die dingen schrijven als "het is gemakkelijk om tijdens je werkuren het gehandicapt leven te redden, en na het werk naar huis te gaan en het probleem achter te laten, maar dat gaat niet wanneer je zelf de ouder van het gehandicapt kind bent." Of ook "maar wij voelen ons voor het leven veroordeeld - en waarom?". De wanhoop, de bitterheid, de uitzichtloosheid, de woede... ik kan me een begin van een idee vormen van hoe dat moet voelen - ik kan het tenminste proberen.
Maar in de andere richting werkt het zo niet. Met de goddelijke vonk in het achterhoofd zijn we weer op het punt dat wat die mensen denken en voelen zomaar opeens een universele waarheid is. De mensen die ooit, in deze omstandigheden, niet geprobeerd hebben een kind te houden, verschijnen nu als harteloze egoisten, die alleen aan zichzelf denken, de waarde van het leven negeren, en het goddelijk plan in de war sturen. En natuurlijk hebben ze het recht op die opinie, en ze hebben het recht om die te uiten, tot je in de krant ook kan lezen dat de moeder die haar wanhoop publiek heeft gemaakt toch wel van grote moed getuigt. Dat aspect van mijn probleem kan je de "assymetrie" noemen. Denkend in termen van een chemisch proces kan je begrip en bewondering voelen voor mensen die het anders voelen, en er naar handelen. Denken in termen van een goddelijke vonk krijgen we integendeel de neiging om die opvatting aan de hele rest van de wereld op te leggen.
En met die assymetrie heb ik een probleem. Iedereen die na dit stuk een heel andere mening heeft dan ikzelf mag van mij die mening hebben en er naar handelen. Het enige wat ik vraag is dat mensen die mijn mening zijn toegedaan van de andere kant evenveel recht op die mening krijgen, en evenzeer het recht er naar te handelen. Wedden dat er heel veel minder hoogoplopende ruzies zouden zijn?
----------------------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/herman-de-dijn.html
Ik voel me haperen bij één van de brieven waarin een moeder vertelt hoe ze haar gehandicapt kind een leven heeft kunnen bieden, waarin dat kind een zeker geluk kan ervaren. Dat is prachtig: al mijn felicitaties. Als de boodschap er hier één van troost, medeleven en steun is, dan had ik het niet beter kunnen zeggen. Als de boodschap er één is waarin "ieder leven waarde heeft", zodat iedereen maar meteen dezelfde weg moet volgen, en moet willen volgen, dan heb ik een probleem (dat me doet terugdenken aan een post uit de vroegste periode van dit blog (1), maar dit terzijde).
Een eerste aspect gaat over kennis. Nu zegt een basisregel uit de psychologie dat je geen boodschappen mag overmaken waar mensen niet klaar voor zijn. Het overwinnen van het kennisprobleem lijkt me hier nochtans belangrijker dan de emotionele problemen die er uit kunnen volgen. De moeilijke boodschap is als volgt. Een mensenleven is geen door God gezonden zegening die tot elke prijs in stand moet gehouden worden, maar wel een chemisch proces. We kennen de chemische bestanddelen van dat proces, dat zoals alle chemische processen bestaat uit dezelfde bouwstenen (koolstof waterstof, zuurstof, enzovoort). We kennen de manieren waarop die zoals bij alle chemische processen met elkaar reageren. We kennen de fysieke oorzaken die het proces in gang zetten, en we kennen een hoop fysieke oorzaken van dingen die het proces bemoeilijken ("ziekte") of stopzetten ("dood"), en we weten hoe na dat laatste de bouwstenen gerecycleerd worden in het systeem dat de oppervlakte van de planeet Aarde is. Steeds zoals dat voor alle andere chemische processen geldt. (Naar ik me heb laten vertellen is de kans erg groot dat sommige waterstofmoleculen die ooit in Socrates hebben gezeten op dit moment in u en mij zitten)
Zoals gezegd, dat is een inzicht waar niet iedereen aan toe is, en waar veel mensen het zelfs erg moeilijk mee hebben. Maar de realiteit is dat de correctheid van de beschrijvingen van die realiteit niet afhangt van de vraag of de resultaten ons aanstaan. Zo krijgen we sterk uiteenlopende opvattingen, waarbij mensen helemaal geen chemisch proces zien, maar wel degelijk de goddelijke vonk van het leven, met alle consequenties vandien. Bijvoorbeeld de heftigheid waarmee de debatten af en toe gevoerd worden.
Een andere consequentie van de uiteenlopende opvattingen is meteen het tweede aspect van mijn probleem, en het vloeit uit de kenniskloof voort. Wanneer je met het chemisch proces in het achterhoofd verklaringen leest over mensen die in naam van de waarde van elk leven toch zijn doorgegaan, dan kan je daar begrip voor voelen, en een aanzienlijke mate van bewondering. Als je leest over het verdriet van een moeder die tien jaar na het verlies van haar kind nog altijd treurt, dan kan je een diep meeleven voelen (aanzienlijk versterkt als je zelf de papa van baby Sarah bent, daar niet van). En tegelijk kan je een even diep begrip en meeleven voelen met mensen die dingen schrijven als "het is gemakkelijk om tijdens je werkuren het gehandicapt leven te redden, en na het werk naar huis te gaan en het probleem achter te laten, maar dat gaat niet wanneer je zelf de ouder van het gehandicapt kind bent." Of ook "maar wij voelen ons voor het leven veroordeeld - en waarom?". De wanhoop, de bitterheid, de uitzichtloosheid, de woede... ik kan me een begin van een idee vormen van hoe dat moet voelen - ik kan het tenminste proberen.
Maar in de andere richting werkt het zo niet. Met de goddelijke vonk in het achterhoofd zijn we weer op het punt dat wat die mensen denken en voelen zomaar opeens een universele waarheid is. De mensen die ooit, in deze omstandigheden, niet geprobeerd hebben een kind te houden, verschijnen nu als harteloze egoisten, die alleen aan zichzelf denken, de waarde van het leven negeren, en het goddelijk plan in de war sturen. En natuurlijk hebben ze het recht op die opinie, en ze hebben het recht om die te uiten, tot je in de krant ook kan lezen dat de moeder die haar wanhoop publiek heeft gemaakt toch wel van grote moed getuigt. Dat aspect van mijn probleem kan je de "assymetrie" noemen. Denkend in termen van een chemisch proces kan je begrip en bewondering voelen voor mensen die het anders voelen, en er naar handelen. Denken in termen van een goddelijke vonk krijgen we integendeel de neiging om die opvatting aan de hele rest van de wereld op te leggen.
En met die assymetrie heb ik een probleem. Iedereen die na dit stuk een heel andere mening heeft dan ikzelf mag van mij die mening hebben en er naar handelen. Het enige wat ik vraag is dat mensen die mijn mening zijn toegedaan van de andere kant evenveel recht op die mening krijgen, en evenzeer het recht er naar te handelen. Wedden dat er heel veel minder hoogoplopende ruzies zouden zijn?
----------------------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/herman-de-dijn.html
donderdag 7 december 2006
Epaminondas
Epaminondas... Waar heb ik die klank toch nog gehoord? Bladerbladerblader door het verre geheugen, en daar verschijnt een man met een vervaarlijke kinnebak voor mijn geestesoog. De Backer heette die man, en hij zag er uit alsof hij destijds persoonlijk de Mongolen had gestopt. Met een blik die alle twaalfjarige scholieren, ook die van de jeugd van tegenwoordig, onder de bank deed wegkruipen keek hij de klas in, en twee minuten nadat hij zijn mond had opengedaan lagen ze slap van het lachen in elkaars armen. Dàt waren nog eens geschiedenislessen!
Die man, dus, zie ik nog bijna voor mijn ogen, en ik hoor hem nog praten over Epaminondas. Helaas, meer weet ik er al niet meer van. Maar dat komt ongetwijfeld in zéér grote mate omdat (a) het toch al een tijdje geleden is dat ik twaalf jaar was, en (b) toen ik twaalf jaar was (en een hoop langer, als ik eerlijk ben) ik mijn tijd op de schoolbanken slapend en dromend doorbracht.
Maar aangezien meneer De Backer mij over Epaminondas heeft gesproken, en aangezien ik dus weet in welk jaar dat was, zal ik hem bij de oude Egyptenaren of oude Grieken moeten zoeken. En daarmee was tot een paar maanden geleden mijn kennis uitgeput – maar het zou al stukken beter geweest zijn dan iemand aan wie ik laatst vroeg wanneer de profeet Mohammed (vrede zij met hem en vooral zijn volgelingen) leefde, en die als antwoord “Ui – 5,000 voor Christus?” probeerde (1).
Edoch! Een geprepareerde geest is er twee waard! De geregelde lezer van Speels maar Serieus herinnert zich nog wel dat fenomeen uit de oudheid, onze vrienden de Spartanen. We weten nu dat (en waarom) er met de Spartanen van de tijd van de Perzische en Peloponnesische oorlogen bepaald niet gelachen werd: vijfde eeuw voor Christus. We weten (hopelijk ook nog wel) dat er in de tijd van Julius Caesar van de Spartanen niet meer geklapt werd: eerste eeuw voor Christus. En ja – Alexander de Grote, die moet daar toch ook gepasseerd zijn zonder we er maar een glimp van opvangen. Ze moeten al weg geweest zijn: derde eeuw voor Christus.
Hmmmm... Tussen de vijfde eeuw voor Christus, toen het vermelden van de Spartanen genoeg was om de andere hoplieten te doen verbleken van schrik, en de derde eeuw toen Alexander er los doorheen wandelde, moet er iets gebeurd zijn, nietwaar?
En dat is ook zo. Epaminondas, dat is wat er gebeurd is. In de vierde eeuw voor Christus: wil me dat lukken.
Het zit zo. In de periode voor, tijdens, en na die formidabele periode die tot vandaag maakt dat we de Grieken als de bakermat van onze beschaving beschouwen, was Griekenland een politiek verdeelde beschaving. De materiële basis van de Griekse cultuur was een reeks zogenaamde “stadsstaten”, die allemaal onafhankelijk van elkaar waren. De term “stadsstaten” slaat op het feit dat de politieke eenheden doorgaans bestonden uit één enkele stad, omringd door een (naar zowel hedendaagse, als toenmalige Perzische maatstaven) lachwekkend lapje grond. Elk van die steden zat verwikkeld in een ingewikkeld spel van intriges, allianties en verraad tegenover alle andere steden. Alles bij elkaar liep het aantal in de honderden, verspreid over het Griekse vasteland, de eilanden en eilandjes, de Ionische (nu Turkse) kust en de vele kusten van de gekolonizeerde gebieden.
De meerderheid was nog minusculer dan je kan opmaken uit dit soort beschrijving. Daartegenover is de lof van de grootste, Athene, (niet ten onrechte) zo vaak bezongen dat je de rest uit het oog zou verliezen. En zoals dat gaat had je in werkelijkheid een heel brede waaier, met tussen al dat klein grut en Athene zelf een aantal steden die Athene naar de kroon staken of toch minstens een serieuze vinger in de pap hadden. Een paar namen van die belangrijke steden zouden onder andere Sparta, Korinthe, Thebe of Argos zijn.
Thebe is een naam die de lezer misschien herkent van “Koning Oidipous”. Maar Thebe was ook de stad van Epaminondas. In de vierde eeuw voor Christus presteerde Epaminondas het om de macht van de Spartanen te weerstaan. Dus stonden de Spartanen al gauw voor de poort, en toen deed Epaminondas iets ongehoords. Hij veranderde de opstelling waarin de Griekse hoplieten sinds mensenheugenis met elkaar vochten. De nomale manier volgde uit het feit dat de hopliet zijn speer in de rechterhand hield, en zijn schild in de linker. Daaruit volgde dat de uiterste rechterflank onbeschermd was, en dat de falanks altijd naar rechts uitweek, om te vermijden in die flank te worden aangevallen. En daarom ook stonden aan de rechterflanken de beste eenheden – en de falanks waarvan de elitetroepen het eerst de linkerflank van de vijand kon doen wijken was vaak de falanks die de overwinning behaalde.
De lezer heeft natuurlijk al lang begrepen dat het antwoord op die vraag in de concrete realiteit heel vaak “de Spartanen” (je herkende ze van ver aan hun rode mantels) was.
Maar Epaminondas had dat allemaal niet alleen goed begrepen, maar hij deed er ook iets aan. In plaats van zijn elitetroepen op de rechterflank te plaatsen, zette hij ze in op de linkerflank. En dus stonden van bij het begin de elitetroepen van de Spartanen tegen die van de Thebanen, maar het verschil was dat de Thebanen daarop hadden gerekend.
Aan de militaire hegemonie van Sparta kwam een eind toen de Thebanen van Epaminondas ze versloegen met een vernieuwende tactiek, en vervolgens de oorlog naar de Peloponnesos verlegden, waar ze Sparta reduceerden tot een groot dorp. Dat zal destijds ongeveer even spectaculair geweest zijn als het feit dat de Mongolen op een dag een veldslag (hou je vast) verloren(!!) tegen de Mameluken (17 eeuwen later of zoiets) of de overwinning van Zulte Waregem op Anderlecht (25 eeuwen later). De Spartanen! Amen en uit!
Maar met wijsheid achteraf was het natuurlijk alleen maar de zoveelste twist tussen Griekse steden. Je kent dat: ze waren allemaal weer eens glorieus gestorven op het veld van eer, maar ze waren ondertussen toch maar dood. En nog een beetje later lijfde Alexander de Grote heel dat gebied van zelden geziene uitstraling in, en nog wat later arriveerden de Romeinen, en ze deden het werk van Alexander nog eens over, en de Grieken waren niet langer in een positie om daar wat dan ook aan te doen. Uitgeput van de vele ruzies.
Dus volgt aan het einde van het verhaal een morele preek. Neenee, niet over “grootheid en verval”, of de domme twisten van de Griekse stadstaten. Wel over het feit dat het officiële onderwijs de naam Epaminondas even snel weer doet vergeten als ze hem hebben ter sprake gebracht. Zou een verhaal dat hem plaatst tussen de daden van de Spartanen van de vijfde eeuw voor Christus en het passeren van Alexander in de derde niet meer kans maken dat er iets van blijft hangen? Want zeg nu zelf, wat is er moeilijk aan het gemiddelde van drie en vijf?
Die man, dus, zie ik nog bijna voor mijn ogen, en ik hoor hem nog praten over Epaminondas. Helaas, meer weet ik er al niet meer van. Maar dat komt ongetwijfeld in zéér grote mate omdat (a) het toch al een tijdje geleden is dat ik twaalf jaar was, en (b) toen ik twaalf jaar was (en een hoop langer, als ik eerlijk ben) ik mijn tijd op de schoolbanken slapend en dromend doorbracht.
Maar aangezien meneer De Backer mij over Epaminondas heeft gesproken, en aangezien ik dus weet in welk jaar dat was, zal ik hem bij de oude Egyptenaren of oude Grieken moeten zoeken. En daarmee was tot een paar maanden geleden mijn kennis uitgeput – maar het zou al stukken beter geweest zijn dan iemand aan wie ik laatst vroeg wanneer de profeet Mohammed (vrede zij met hem en vooral zijn volgelingen) leefde, en die als antwoord “Ui – 5,000 voor Christus?” probeerde (1).
Edoch! Een geprepareerde geest is er twee waard! De geregelde lezer van Speels maar Serieus herinnert zich nog wel dat fenomeen uit de oudheid, onze vrienden de Spartanen. We weten nu dat (en waarom) er met de Spartanen van de tijd van de Perzische en Peloponnesische oorlogen bepaald niet gelachen werd: vijfde eeuw voor Christus. We weten (hopelijk ook nog wel) dat er in de tijd van Julius Caesar van de Spartanen niet meer geklapt werd: eerste eeuw voor Christus. En ja – Alexander de Grote, die moet daar toch ook gepasseerd zijn zonder we er maar een glimp van opvangen. Ze moeten al weg geweest zijn: derde eeuw voor Christus.
Hmmmm... Tussen de vijfde eeuw voor Christus, toen het vermelden van de Spartanen genoeg was om de andere hoplieten te doen verbleken van schrik, en de derde eeuw toen Alexander er los doorheen wandelde, moet er iets gebeurd zijn, nietwaar?
En dat is ook zo. Epaminondas, dat is wat er gebeurd is. In de vierde eeuw voor Christus: wil me dat lukken.
Het zit zo. In de periode voor, tijdens, en na die formidabele periode die tot vandaag maakt dat we de Grieken als de bakermat van onze beschaving beschouwen, was Griekenland een politiek verdeelde beschaving. De materiële basis van de Griekse cultuur was een reeks zogenaamde “stadsstaten”, die allemaal onafhankelijk van elkaar waren. De term “stadsstaten” slaat op het feit dat de politieke eenheden doorgaans bestonden uit één enkele stad, omringd door een (naar zowel hedendaagse, als toenmalige Perzische maatstaven) lachwekkend lapje grond. Elk van die steden zat verwikkeld in een ingewikkeld spel van intriges, allianties en verraad tegenover alle andere steden. Alles bij elkaar liep het aantal in de honderden, verspreid over het Griekse vasteland, de eilanden en eilandjes, de Ionische (nu Turkse) kust en de vele kusten van de gekolonizeerde gebieden.
De meerderheid was nog minusculer dan je kan opmaken uit dit soort beschrijving. Daartegenover is de lof van de grootste, Athene, (niet ten onrechte) zo vaak bezongen dat je de rest uit het oog zou verliezen. En zoals dat gaat had je in werkelijkheid een heel brede waaier, met tussen al dat klein grut en Athene zelf een aantal steden die Athene naar de kroon staken of toch minstens een serieuze vinger in de pap hadden. Een paar namen van die belangrijke steden zouden onder andere Sparta, Korinthe, Thebe of Argos zijn.
Thebe is een naam die de lezer misschien herkent van “Koning Oidipous”. Maar Thebe was ook de stad van Epaminondas. In de vierde eeuw voor Christus presteerde Epaminondas het om de macht van de Spartanen te weerstaan. Dus stonden de Spartanen al gauw voor de poort, en toen deed Epaminondas iets ongehoords. Hij veranderde de opstelling waarin de Griekse hoplieten sinds mensenheugenis met elkaar vochten. De nomale manier volgde uit het feit dat de hopliet zijn speer in de rechterhand hield, en zijn schild in de linker. Daaruit volgde dat de uiterste rechterflank onbeschermd was, en dat de falanks altijd naar rechts uitweek, om te vermijden in die flank te worden aangevallen. En daarom ook stonden aan de rechterflanken de beste eenheden – en de falanks waarvan de elitetroepen het eerst de linkerflank van de vijand kon doen wijken was vaak de falanks die de overwinning behaalde.
De lezer heeft natuurlijk al lang begrepen dat het antwoord op die vraag in de concrete realiteit heel vaak “de Spartanen” (je herkende ze van ver aan hun rode mantels) was.
Maar Epaminondas had dat allemaal niet alleen goed begrepen, maar hij deed er ook iets aan. In plaats van zijn elitetroepen op de rechterflank te plaatsen, zette hij ze in op de linkerflank. En dus stonden van bij het begin de elitetroepen van de Spartanen tegen die van de Thebanen, maar het verschil was dat de Thebanen daarop hadden gerekend.
Aan de militaire hegemonie van Sparta kwam een eind toen de Thebanen van Epaminondas ze versloegen met een vernieuwende tactiek, en vervolgens de oorlog naar de Peloponnesos verlegden, waar ze Sparta reduceerden tot een groot dorp. Dat zal destijds ongeveer even spectaculair geweest zijn als het feit dat de Mongolen op een dag een veldslag (hou je vast) verloren(!!) tegen de Mameluken (17 eeuwen later of zoiets) of de overwinning van Zulte Waregem op Anderlecht (25 eeuwen later). De Spartanen! Amen en uit!
Maar met wijsheid achteraf was het natuurlijk alleen maar de zoveelste twist tussen Griekse steden. Je kent dat: ze waren allemaal weer eens glorieus gestorven op het veld van eer, maar ze waren ondertussen toch maar dood. En nog een beetje later lijfde Alexander de Grote heel dat gebied van zelden geziene uitstraling in, en nog wat later arriveerden de Romeinen, en ze deden het werk van Alexander nog eens over, en de Grieken waren niet langer in een positie om daar wat dan ook aan te doen. Uitgeput van de vele ruzies.
Dus volgt aan het einde van het verhaal een morele preek. Neenee, niet over “grootheid en verval”, of de domme twisten van de Griekse stadstaten. Wel over het feit dat het officiële onderwijs de naam Epaminondas even snel weer doet vergeten als ze hem hebben ter sprake gebracht. Zou een verhaal dat hem plaatst tussen de daden van de Spartanen van de vijfde eeuw voor Christus en het passeren van Alexander in de derde niet meer kans maken dat er iets van blijft hangen? Want zeg nu zelf, wat is er moeilijk aan het gemiddelde van drie en vijf?
woensdag 6 december 2006
Moderne Kunst
Een scène uit het destijds populaire programma De Mol spookt nog af en toe door mijn hoofd. De deelnemers hadden tot opdracht een “abstract kunstwerk” te maken. Dat kunstwerk zou vervolgens tussen andere abstracte kunstwerken op een tentoonstelling voor “moderne kunst” terecht komen. Er werd ook nog een specialist uit Madrid verwacht, en daarmee zouden de programmamakers de tentoonstelling afwandelen, en op het einde vertellen dat ze er een amateurwerk hadden tussen gesmokkeld. De opdracht zou geslaagd zijn indien de specialist het kunstwerk van de deelnemers niet als zodanig zou kunnen ontmaskeren.
En aangezien ik altijd alles beter weet, en ik ervan overtuigd ben dat de zogenaamde moderne en abstracte kunst één groot complot is om een bende snobs zichzelf en elkaar de indruk te geven dat ze iets voorstellen (terwijl hun productsels op een bestek van enkele weken rijp zijn voor de vergetelheid), zat ik me geweldig te verkneukelen. De deelnemers togen aan het werk, en op basis van allerlei ideeën (“die twee pijpen stellen het verlangen naar de horizon, en dus de oneindigheid voor”: tuurlijk, tuurlijk) wrochtten zij hun abstract kunstwerk bij elkaar. En natuurlijk was het onmogelijk dat iemand ooit dat werk uit de rest zou kunnen halen: ik had het toch zeker zelf gezegd?
En het kunstwerk kwam temidden van de tentoontstelling terecht en de expert uit Madrid arriveerde, en het bezoek begon. Ik herinner me onder andere dat er een taart met allerlei spijkers in geslagen tussen stond – alsof iemand ooit dààrvan het verschil met een haastig in mekaar geflanst stel buizen zou kunnen zien!
De expert becommentariëerde plichtsgetrouw alle vertoonde gedrochten, en kraamde daarbij de obligate, en door mij voorspelde onzin uit. Veel dramatiek hier, veel gevoel daar, de taart met spijkers was alweer heel wat punten op de schaal van Beethoven waard, en het volgende “meesterwerk” getuigde ook van veel inspiratie. Maar kijk me nu, toen ze bij het werk van de deelnemers aan het spel arriveerden, toen trok de expert aan zijn lip, krabde zich over de kop, en sprak “terwijl hier, dat lijkt me wel eerder de inspiratie van de kunstacademie”.
Onnodig te zeggen dat, toen hij eenmaal hoorde dat er eentje eigenlijk nep was, hij onmiddellijk terugdacht aan de kunstacademie, en onze deelnemers hadden gefaald in hun opdracht.
En ik zat met een existentiële crisis. Ik was er nochtans héél zeker van geweest. Het is, nogmaals, onmogelijk dat er een verschil tussen al die spullen gemaakt kan worden, het is allemaal pure poppekast. Hoe - kan - dat - nu?Ik weet het! Dat programma is doorgestoken kaart! Want de feiten mogen dan niet kloppen, maar de theorie is toch juist.
Of niet soms?
En aangezien ik altijd alles beter weet, en ik ervan overtuigd ben dat de zogenaamde moderne en abstracte kunst één groot complot is om een bende snobs zichzelf en elkaar de indruk te geven dat ze iets voorstellen (terwijl hun productsels op een bestek van enkele weken rijp zijn voor de vergetelheid), zat ik me geweldig te verkneukelen. De deelnemers togen aan het werk, en op basis van allerlei ideeën (“die twee pijpen stellen het verlangen naar de horizon, en dus de oneindigheid voor”: tuurlijk, tuurlijk) wrochtten zij hun abstract kunstwerk bij elkaar. En natuurlijk was het onmogelijk dat iemand ooit dat werk uit de rest zou kunnen halen: ik had het toch zeker zelf gezegd?
En het kunstwerk kwam temidden van de tentoontstelling terecht en de expert uit Madrid arriveerde, en het bezoek begon. Ik herinner me onder andere dat er een taart met allerlei spijkers in geslagen tussen stond – alsof iemand ooit dààrvan het verschil met een haastig in mekaar geflanst stel buizen zou kunnen zien!
De expert becommentariëerde plichtsgetrouw alle vertoonde gedrochten, en kraamde daarbij de obligate, en door mij voorspelde onzin uit. Veel dramatiek hier, veel gevoel daar, de taart met spijkers was alweer heel wat punten op de schaal van Beethoven waard, en het volgende “meesterwerk” getuigde ook van veel inspiratie. Maar kijk me nu, toen ze bij het werk van de deelnemers aan het spel arriveerden, toen trok de expert aan zijn lip, krabde zich over de kop, en sprak “terwijl hier, dat lijkt me wel eerder de inspiratie van de kunstacademie”.
Onnodig te zeggen dat, toen hij eenmaal hoorde dat er eentje eigenlijk nep was, hij onmiddellijk terugdacht aan de kunstacademie, en onze deelnemers hadden gefaald in hun opdracht.
En ik zat met een existentiële crisis. Ik was er nochtans héél zeker van geweest. Het is, nogmaals, onmogelijk dat er een verschil tussen al die spullen gemaakt kan worden, het is allemaal pure poppekast. Hoe - kan - dat - nu?Ik weet het! Dat programma is doorgestoken kaart! Want de feiten mogen dan niet kloppen, maar de theorie is toch juist.
Of niet soms?
dinsdag 5 december 2006
"Chimpanzee Politics": Een nieuwe toepassing
(Voor de term "Chimpanzee Politics", zie:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/chimpanzee-politics.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/chimpanzee-politics-en-evolutietheorie.html )
Hier is de stelling. De mens is één van pakweg 200 soorten apen. Zoals je een apensoort - zeg: de baviaan - kan bestuderen op zijn sociaal (of seksueel, of ecologisch, of whatever) gedrag, zo kan je dat ook bij de mens. En de eerste toepassing halen hobbyfilosofen (laat me er vooral duidelijk bijzeggen dat wetenschappers hiermee zeer terughoudend omgaan) uit het boek hierboven. Ieder zinnig mens die een eerste (laat staan volgende) blik werpt op wat wij "politiek" noemen, kan zijn ogen en oren niet geloven, en vervolgens legt hij er zich zuchtend bij neer dat het toch zo gaat. En als we er aan herinneren dat de clownerij ons uiteindelijk veel geld kost (uitverkoop van overheidsgebouwen gevolgd door lease-back levert echt heel, heel veel kandidaat kopers op... conclusies, iemand?)... Zelfde reactie! "Het werkt nu eenmaal zo"!
Hoe, "het werkt nu eenmaal zo"? Hoe is het eigenlijk godsmogelijk dat een André "alles is volgens de procedures verlopen" Flahaut nog vrij rondloopt - laat staan nog altijd op zijn stoel zit? Hoe komt het dat de Waalse PS intussen ronddobbert op een beerput van zodanige omvang dat het de Walen zelf opvalt, en dat ze vervolgens de facto de absolute meerderheid behalen? Dat is toch in werkelijkheid zo absurd dat er geen woorden meer voor zijn? En toch kunnen we een lijst soortgelijke voorbeelden aanleggen van hier tot in Shanghai.
Om een beetje te begrijpen hoe dat kan moeten we het verschijnsel in sterk verdunde toestand bekijken. Iedereen die werkt voor een commerciëel bedrijf kent de ervaring dat bepaalde maatregelen een goed idee zouden zijn - maar het gebeurt niet. En iedereen heeft al meegmaakt dat de één of de ander vervolgens de ogen naar het plafond rolt, en opmerkt, "het is allemaal (jawel...) politiek". Daarmee liggen de feiten op tafel. Een commerciëel bedrijf maakt goederen of levert diensten en probeert die aan de man te brengen voor meer dan de kosten van de productie. Dat is in ruime mate een rationeel, berekenbaar proces. En tegelijk interfereert daarmee geregeld een heel ander proces, en iedereen noemt dat ander proces spontaan "politiek". Juist omdat de "politiek" in het geval van rationele ondernemingen heel sterk in bedwang wordt gehouden door die beredeneerbaarheid, krijg je niet zo vaak de excessen te zien die je wel krijgt in de "echte" (sic! Voel je hoe ze er nog trots op zijn ook?) politiek. Zo verschijnt in verdunde toestand de realiteit voor onze ogen. Ons gedrag is een resultante van heel verschillende, zelfs contradictorische oorzaken. Van die complexe causaliteit vormt de rationele component maar een klein onderdeel.
Wat is dan die heel andere component, en waar komt die vandaan? Wel, de mens is één van 200 soorten apen, remember? En wat we te zien krijgen wanneer we het sociaal gedrag van een stel chimpansees bestuderen, is precies het soort "politiek" gedrag dat we bij onze politiek ook te zien krijgen. Voor de chimpansee is het alleen maar een voortplantingsstrategie: de mannetjes krijgen meer nakomelingen naarmate ze hoger in in de hiërarchie staan, en de rest staat nog steeds in die url's hierboven. We vertonen dus een gedrag dat we gemeenschappelijk hebben met onze naaste verwant de chimpansee, hetgeen suggereert dat we de drager zijn van een miljoenen jaren oude erfenis.
Daarentegen is een beredeneerd, rationeel optreden een kunst die we nog maar enkele duizenden tot tienduizenden jaren machtig zijn. Waarop verwacht je nu zelf dat de mensheid bij de eerste de beste spanning zal terugvallen - die "rationalistische" nieuwlichterij, of het soort strategie dat gedurende miljoenen jaren tot overleving heeft geleid? En ziedaar de richting waarin we volgens mij de oplossing van het raadsel "politiek" moeten zoeken. Het is, in alle letterlijkheid, een apengedrag. En dat verklaart, in alle letterlijkheid, heel veel.
Maar zijn er nog meer dingen die het verklaart? Ik lees in de krant dat een groepje jongeren met stenen werd bekogeld, omdat ze joden zijn. De stenengooiers hadden een moslimachtergrond. Moeten we de verklaring zoeken in hun religieuze gevoelens, en - dit is doorgaans maar een kleine stap voor de mensheid, maar eigenlijk wel een gigantische sprong in het duister voor de intellectuele hygiëne - bijgevolg in de "inherent" "kwaadaardige" (of zoiets) Islam?
Maar het zou niet de eerste keer zijn dat de stenengooiers wel een Islam achtergrond hebben, maar nooit in zich zouden laten opkomen om te streven naar het leven van onderwerping, berusting en (vooral?) onthechting dat daarmee in verband staat. Dus misschien moeten we de verklaring ergens anders zoeken? Wat zou er gebeuren wanneer in een chimpansee samenleving een stel jonge mannetjes niets te doen had, gemarginalizeerd leefde aan de rand van de samenleving met weinig hoop op toekomst? Gegarandeerd boel, dat is wat er van zou komen, en veel, en rap, en erg. En zeker begrijp ik dat in de botsing tussen twee culturen, die met niet eens heel veel duwen en trekken al millennia bezig is, de verleiding om te zeggen dat het aan de cultuur ligt - aan de cultuur van de anderen, natuurlijk - zeer groot is. Maar ik denk dat het afreageren van emoties, eerder dan het werkelijk zoeken naar verklaringen weliswaar oplucht, maar ons niet veel vooruit helpt. Ik denk dat het juiste spoor is dat het gedrag van de vandalen en stenengooiers apengedrag is. En dat het ons eigen apengedrag is dat het ons zo moeilijk maakt dat te zien.
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/chimpanzee-politics.html
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/chimpanzee-politics-en-evolutietheorie.html )
Hier is de stelling. De mens is één van pakweg 200 soorten apen. Zoals je een apensoort - zeg: de baviaan - kan bestuderen op zijn sociaal (of seksueel, of ecologisch, of whatever) gedrag, zo kan je dat ook bij de mens. En de eerste toepassing halen hobbyfilosofen (laat me er vooral duidelijk bijzeggen dat wetenschappers hiermee zeer terughoudend omgaan) uit het boek hierboven. Ieder zinnig mens die een eerste (laat staan volgende) blik werpt op wat wij "politiek" noemen, kan zijn ogen en oren niet geloven, en vervolgens legt hij er zich zuchtend bij neer dat het toch zo gaat. En als we er aan herinneren dat de clownerij ons uiteindelijk veel geld kost (uitverkoop van overheidsgebouwen gevolgd door lease-back levert echt heel, heel veel kandidaat kopers op... conclusies, iemand?)... Zelfde reactie! "Het werkt nu eenmaal zo"!
Hoe, "het werkt nu eenmaal zo"? Hoe is het eigenlijk godsmogelijk dat een André "alles is volgens de procedures verlopen" Flahaut nog vrij rondloopt - laat staan nog altijd op zijn stoel zit? Hoe komt het dat de Waalse PS intussen ronddobbert op een beerput van zodanige omvang dat het de Walen zelf opvalt, en dat ze vervolgens de facto de absolute meerderheid behalen? Dat is toch in werkelijkheid zo absurd dat er geen woorden meer voor zijn? En toch kunnen we een lijst soortgelijke voorbeelden aanleggen van hier tot in Shanghai.
Om een beetje te begrijpen hoe dat kan moeten we het verschijnsel in sterk verdunde toestand bekijken. Iedereen die werkt voor een commerciëel bedrijf kent de ervaring dat bepaalde maatregelen een goed idee zouden zijn - maar het gebeurt niet. En iedereen heeft al meegmaakt dat de één of de ander vervolgens de ogen naar het plafond rolt, en opmerkt, "het is allemaal (jawel...) politiek". Daarmee liggen de feiten op tafel. Een commerciëel bedrijf maakt goederen of levert diensten en probeert die aan de man te brengen voor meer dan de kosten van de productie. Dat is in ruime mate een rationeel, berekenbaar proces. En tegelijk interfereert daarmee geregeld een heel ander proces, en iedereen noemt dat ander proces spontaan "politiek". Juist omdat de "politiek" in het geval van rationele ondernemingen heel sterk in bedwang wordt gehouden door die beredeneerbaarheid, krijg je niet zo vaak de excessen te zien die je wel krijgt in de "echte" (sic! Voel je hoe ze er nog trots op zijn ook?) politiek. Zo verschijnt in verdunde toestand de realiteit voor onze ogen. Ons gedrag is een resultante van heel verschillende, zelfs contradictorische oorzaken. Van die complexe causaliteit vormt de rationele component maar een klein onderdeel.
Wat is dan die heel andere component, en waar komt die vandaan? Wel, de mens is één van 200 soorten apen, remember? En wat we te zien krijgen wanneer we het sociaal gedrag van een stel chimpansees bestuderen, is precies het soort "politiek" gedrag dat we bij onze politiek ook te zien krijgen. Voor de chimpansee is het alleen maar een voortplantingsstrategie: de mannetjes krijgen meer nakomelingen naarmate ze hoger in in de hiërarchie staan, en de rest staat nog steeds in die url's hierboven. We vertonen dus een gedrag dat we gemeenschappelijk hebben met onze naaste verwant de chimpansee, hetgeen suggereert dat we de drager zijn van een miljoenen jaren oude erfenis.
Daarentegen is een beredeneerd, rationeel optreden een kunst die we nog maar enkele duizenden tot tienduizenden jaren machtig zijn. Waarop verwacht je nu zelf dat de mensheid bij de eerste de beste spanning zal terugvallen - die "rationalistische" nieuwlichterij, of het soort strategie dat gedurende miljoenen jaren tot overleving heeft geleid? En ziedaar de richting waarin we volgens mij de oplossing van het raadsel "politiek" moeten zoeken. Het is, in alle letterlijkheid, een apengedrag. En dat verklaart, in alle letterlijkheid, heel veel.
Maar zijn er nog meer dingen die het verklaart? Ik lees in de krant dat een groepje jongeren met stenen werd bekogeld, omdat ze joden zijn. De stenengooiers hadden een moslimachtergrond. Moeten we de verklaring zoeken in hun religieuze gevoelens, en - dit is doorgaans maar een kleine stap voor de mensheid, maar eigenlijk wel een gigantische sprong in het duister voor de intellectuele hygiëne - bijgevolg in de "inherent" "kwaadaardige" (of zoiets) Islam?
Maar het zou niet de eerste keer zijn dat de stenengooiers wel een Islam achtergrond hebben, maar nooit in zich zouden laten opkomen om te streven naar het leven van onderwerping, berusting en (vooral?) onthechting dat daarmee in verband staat. Dus misschien moeten we de verklaring ergens anders zoeken? Wat zou er gebeuren wanneer in een chimpansee samenleving een stel jonge mannetjes niets te doen had, gemarginalizeerd leefde aan de rand van de samenleving met weinig hoop op toekomst? Gegarandeerd boel, dat is wat er van zou komen, en veel, en rap, en erg. En zeker begrijp ik dat in de botsing tussen twee culturen, die met niet eens heel veel duwen en trekken al millennia bezig is, de verleiding om te zeggen dat het aan de cultuur ligt - aan de cultuur van de anderen, natuurlijk - zeer groot is. Maar ik denk dat het afreageren van emoties, eerder dan het werkelijk zoeken naar verklaringen weliswaar oplucht, maar ons niet veel vooruit helpt. Ik denk dat het juiste spoor is dat het gedrag van de vandalen en stenengooiers apengedrag is. En dat het ons eigen apengedrag is dat het ons zo moeilijk maakt dat te zien.
maandag 4 december 2006
Socratische Dialoog, met Poedels
Rollen:
Dionysodorus: Sofist
Socrates: Filosoof
Sofist: “De bijbel zegt dat alle soorten zich voortplanten binnen hun soort. En inderdaad, een kat krijgt nooit hondjes, en een hond werpt nooit katjes. Bijgevolg kan de evolutietheorie niet waar zijn: de soortgrens kan niet gepasseerd worden.
Socrates: “Drommels, Dionysodorus, dat is sterk! Maar zeg me eerst eens of ik het wel goed begrijp. Dus als een hond jongen krijgt, dan zijn dat ook honden, juist?”
Sofist: “Wel, natuurlijk, Socrates, dat weet ge toch zelf ook.”
Socrates: “Zeker, maar toch, laat me even doordenken. Dus als die jongen later zelf ook jongen krijgen, dan zijn dat ook weer honden, en zo ook voor de volgende generatie, en zo voort, om het even hoe lang?
Sofist: “Het is precies zoals gij het zegt, Socrates.”
Socrates: “En dus, als van twee individuen de één een nakomeling is van de andere, om het even hoeveel verschil in tijd of generaties er is, dan horen ze tot dezelfde soort? En dat volgt allemaal uit het feit dat de soortgrens niet kan overschreden worden?”
Sofist: “Zeker, Socrates.
Socrates: “Ik begrijp het. Maar zeg me nu eens, hebt gij ook al bemerkt dat binnen een soort geen twee individuen ooit precies gelijk zijn?”
Sofist: “Dat spreekt toch vanzelf, Socrates?
Socrates: “En hebt gij ook al bemerkt dat sommige van die verschillen van vader en moeder op kinderen worden doorgegeven? Zoals wanneer blanke mensen blanke kinderen krijgen, en zwarte mensen zwarte kinderen krijgen?”
Sofist: “Zeker.”
Socrates: “En meent gij soms dat alle individuen evenveel nakomelingen krijgen?”
Sofist: “Heel zeker niet, Socrates! Dat moet gij toch ook weten, dat sommige individuen helemaal geen nakomelingen krijgen, en andere enkele, en sommige zelfs velen.”
Socrates: “Hemel, Dionysodorus, ge stelt me helemaal gerust! Dat is nu precies wat ik zelf ook dacht! En zeg me eens, waarvan hangt dat af, denkt ge, of iemand veel of weinig, of helemaal geen nakomelingen krijgt?”
Sofist: “Wel, Socrates, het kan van erg veel dingen afhangen, bijvoorbeeld, van die verschillen tussen de de individuen onderling, waarover ge het zojuist had.”
Socrates: “Maar stel dan eens dat we een kenmerk vinden dat sommige individuen een grotere kans gaf om meer nakomelingen te krijgen dan andere. En stel dat dat kenmerk ook erfelijk was. Meent ge dan niet dat met het verstrijken van de generaties dat kenmerk meer en meer zou voorkomen? Immers, als het kenmerk helpt in vergelijking met zij die het niet hebben, dan moeten er in de volgende generatie iets meer nakomelingen van individuen met dat kenmerk zien. En als dat kenmerk ook nog erfelijk is, dan moeten die individuen niet alleen met meer zijn, maar zelf ook dat kenmerk hebben. En daarna weer, en dan opnieuw, enzovoort, tot er een aanzienlijke verschuiving in dezelfde richting optreedt?”
Sofist: “Zeker, Socrates, maar dan hebben we het alleen over variatie binnen de soort! Het is niet omdat konijnen met de generaties beter kunnen lopen voor de vos, dat de konijnen daarmee in vossen veranderen.”
Socrates: “Hmmmmm, een zeer sterk punt, beste Dionysodorus, ik denk dat je me bijna overtuigd hebt. Maar toch, één klein puntje zoudt ge me toch nog moeten helpen ophelderen. We weten, omdat wij mensen daar zelf voor hebben gezorgd, dat op enkele duizenden jaren tijd, uit wolven honden zijn gefokt.”
Sofist: “Dat is zo.”
Socrates: “En een individu dat een nakomeling is van een ander individu, is altijd lid van dezelfde soort als dat eerste individu?”
Sofist: “Zo zijn we daarstraks overeengekomen.”
Socrates: “Ongeacht het aantal stappen dat daartussen zit?”
Sofist: “Zeker, Socrates, dat was de consequentie van het feit dat de soortgrens niet kan doorbroken worden.”
Socrates: “Maar als honden na al die generaties fokken honden zijn, en tegelijk, vermits de soortgrens niet kan doorbroken worden, wolven zijn, dan zijn honden eigenlijk wolven?”
Sofist: “Daar lijkt het wel op.”
Socrates: “Maar laten we dan het voorbeeld van de poedels nemen...”
Sofist: “Poedels? Bestaan er dan poedels?
Socrates: “Nu nog niet, maar over 2,500 jaar, wanneer deze dialoog zal geschreven worden (we kunnen Plato toch niet al het werk alléén laten doen?) zullen er wèl poedels zijn. Daaruit volgt: mensen zullen van sommige honden van vandaag de kleinste exemplaren kiezen, en die met het meeste krulletjes, en die er het meest snoezig uitzien in de ogen van oude dames en jonge kinderen, en die zullen ze het meeste kleine hondjes laten krijgen. En wanneer daaruit nieuwe generaties honden op de wereld komen, die overeenkomstig jouw “variatie binnen de soort” een beetje op de poedels van over 2,500 jaar lijken, dan zullen mensen daaruit wéér die individuen die meest op die poedels lijken meer nakomelingen laten krijgen dan de andere, enzovoort, generatie na generatie. En zullen er op die manier op het einde, als we dat lang genoeg hebben volgehouden, geen poedels zijn, klein, schattig, met belachelijke staartjes en krulletjes?"
Sofist: “Nu ge het zegt, ik denk het wel.”
Socrates: “Maar aangezien die poedels de nakomelingen zullen zijn van de honden van vandaag, behoren ze toch, overeenkomstig wat we zonet hebben gezegd, tot dezelfde soort?”
Sofist: “Inderdaad, Socrates, tot die conclusie waren we gekomen.”
Socrates: “En als die honden van vandaag eigenlijk ook wolven waren, en vermits het er niet toe doet hoeveel generaties later een individu nakomeling is van een ander - moeten we dan niet besluiten dat poedels eigenlijk wolven zijn?”
Sofist: “Drommels, Socrates, zo gaat dat nu altijd met die Jezuïetenstreken van u. Ge kunt maar beter oppassen dat de mensen dat niet zo moe raken, dat ze u de gifbeker doen leegdrinken.”
Doek
(Noot: Deze dialoog is geïnspireerd op discussies die zich werkelijk hebben afgespeeld tussen een Getuige van Jehova en ikzelf, ongeveer in het jaar Onzes Heeren 2,005, op de nieuwsgroep nl.religie. Het grapje met het vergiftigen op het einde is niet iets waarmee de creationist heeft gedreigd, maar een knipoog naar de historische gebeurtenissen van lang geleden.)
Dionysodorus: Sofist
Socrates: Filosoof
Sofist: “De bijbel zegt dat alle soorten zich voortplanten binnen hun soort. En inderdaad, een kat krijgt nooit hondjes, en een hond werpt nooit katjes. Bijgevolg kan de evolutietheorie niet waar zijn: de soortgrens kan niet gepasseerd worden.
Socrates: “Drommels, Dionysodorus, dat is sterk! Maar zeg me eerst eens of ik het wel goed begrijp. Dus als een hond jongen krijgt, dan zijn dat ook honden, juist?”
Sofist: “Wel, natuurlijk, Socrates, dat weet ge toch zelf ook.”
Socrates: “Zeker, maar toch, laat me even doordenken. Dus als die jongen later zelf ook jongen krijgen, dan zijn dat ook weer honden, en zo ook voor de volgende generatie, en zo voort, om het even hoe lang?
Sofist: “Het is precies zoals gij het zegt, Socrates.”
Socrates: “En dus, als van twee individuen de één een nakomeling is van de andere, om het even hoeveel verschil in tijd of generaties er is, dan horen ze tot dezelfde soort? En dat volgt allemaal uit het feit dat de soortgrens niet kan overschreden worden?”
Sofist: “Zeker, Socrates.
Socrates: “Ik begrijp het. Maar zeg me nu eens, hebt gij ook al bemerkt dat binnen een soort geen twee individuen ooit precies gelijk zijn?”
Sofist: “Dat spreekt toch vanzelf, Socrates?
Socrates: “En hebt gij ook al bemerkt dat sommige van die verschillen van vader en moeder op kinderen worden doorgegeven? Zoals wanneer blanke mensen blanke kinderen krijgen, en zwarte mensen zwarte kinderen krijgen?”
Sofist: “Zeker.”
Socrates: “En meent gij soms dat alle individuen evenveel nakomelingen krijgen?”
Sofist: “Heel zeker niet, Socrates! Dat moet gij toch ook weten, dat sommige individuen helemaal geen nakomelingen krijgen, en andere enkele, en sommige zelfs velen.”
Socrates: “Hemel, Dionysodorus, ge stelt me helemaal gerust! Dat is nu precies wat ik zelf ook dacht! En zeg me eens, waarvan hangt dat af, denkt ge, of iemand veel of weinig, of helemaal geen nakomelingen krijgt?”
Sofist: “Wel, Socrates, het kan van erg veel dingen afhangen, bijvoorbeeld, van die verschillen tussen de de individuen onderling, waarover ge het zojuist had.”
Socrates: “Maar stel dan eens dat we een kenmerk vinden dat sommige individuen een grotere kans gaf om meer nakomelingen te krijgen dan andere. En stel dat dat kenmerk ook erfelijk was. Meent ge dan niet dat met het verstrijken van de generaties dat kenmerk meer en meer zou voorkomen? Immers, als het kenmerk helpt in vergelijking met zij die het niet hebben, dan moeten er in de volgende generatie iets meer nakomelingen van individuen met dat kenmerk zien. En als dat kenmerk ook nog erfelijk is, dan moeten die individuen niet alleen met meer zijn, maar zelf ook dat kenmerk hebben. En daarna weer, en dan opnieuw, enzovoort, tot er een aanzienlijke verschuiving in dezelfde richting optreedt?”
Sofist: “Zeker, Socrates, maar dan hebben we het alleen over variatie binnen de soort! Het is niet omdat konijnen met de generaties beter kunnen lopen voor de vos, dat de konijnen daarmee in vossen veranderen.”
Socrates: “Hmmmmm, een zeer sterk punt, beste Dionysodorus, ik denk dat je me bijna overtuigd hebt. Maar toch, één klein puntje zoudt ge me toch nog moeten helpen ophelderen. We weten, omdat wij mensen daar zelf voor hebben gezorgd, dat op enkele duizenden jaren tijd, uit wolven honden zijn gefokt.”
Sofist: “Dat is zo.”
Socrates: “En een individu dat een nakomeling is van een ander individu, is altijd lid van dezelfde soort als dat eerste individu?”
Sofist: “Zo zijn we daarstraks overeengekomen.”
Socrates: “Ongeacht het aantal stappen dat daartussen zit?”
Sofist: “Zeker, Socrates, dat was de consequentie van het feit dat de soortgrens niet kan doorbroken worden.”
Socrates: “Maar als honden na al die generaties fokken honden zijn, en tegelijk, vermits de soortgrens niet kan doorbroken worden, wolven zijn, dan zijn honden eigenlijk wolven?”
Sofist: “Daar lijkt het wel op.”
Socrates: “Maar laten we dan het voorbeeld van de poedels nemen...”
Sofist: “Poedels? Bestaan er dan poedels?
Socrates: “Nu nog niet, maar over 2,500 jaar, wanneer deze dialoog zal geschreven worden (we kunnen Plato toch niet al het werk alléén laten doen?) zullen er wèl poedels zijn. Daaruit volgt: mensen zullen van sommige honden van vandaag de kleinste exemplaren kiezen, en die met het meeste krulletjes, en die er het meest snoezig uitzien in de ogen van oude dames en jonge kinderen, en die zullen ze het meeste kleine hondjes laten krijgen. En wanneer daaruit nieuwe generaties honden op de wereld komen, die overeenkomstig jouw “variatie binnen de soort” een beetje op de poedels van over 2,500 jaar lijken, dan zullen mensen daaruit wéér die individuen die meest op die poedels lijken meer nakomelingen laten krijgen dan de andere, enzovoort, generatie na generatie. En zullen er op die manier op het einde, als we dat lang genoeg hebben volgehouden, geen poedels zijn, klein, schattig, met belachelijke staartjes en krulletjes?"
Sofist: “Nu ge het zegt, ik denk het wel.”
Socrates: “Maar aangezien die poedels de nakomelingen zullen zijn van de honden van vandaag, behoren ze toch, overeenkomstig wat we zonet hebben gezegd, tot dezelfde soort?”
Sofist: “Inderdaad, Socrates, tot die conclusie waren we gekomen.”
Socrates: “En als die honden van vandaag eigenlijk ook wolven waren, en vermits het er niet toe doet hoeveel generaties later een individu nakomeling is van een ander - moeten we dan niet besluiten dat poedels eigenlijk wolven zijn?”
Sofist: “Drommels, Socrates, zo gaat dat nu altijd met die Jezuïetenstreken van u. Ge kunt maar beter oppassen dat de mensen dat niet zo moe raken, dat ze u de gifbeker doen leegdrinken.”
Doek
(Noot: Deze dialoog is geïnspireerd op discussies die zich werkelijk hebben afgespeeld tussen een Getuige van Jehova en ikzelf, ongeveer in het jaar Onzes Heeren 2,005, op de nieuwsgroep nl.religie. Het grapje met het vergiftigen op het einde is niet iets waarmee de creationist heeft gedreigd, maar een knipoog naar de historische gebeurtenissen van lang geleden.)
zondag 3 december 2006
Testosteron
In het postje waarin ik gered werd door een bonobo kwam het verschijnsel “girl talk” voor (1). Natuurlijk heb ikzelf, een mannetje, geen mogelijkheid om te weten wat er werkelijk besproken wordt wanneer een stel vrouwtjes gezellig onder elkaar zit te keuvelen. Maar waar ik dan weer ruime ervaring mee heb is wat er besproken wordt wanneer er een stel mannetjes onder elkaar zit te keuvelen. En daar zat ik na die post nog wat over door te peinzen, en ineens viel me weer iets in dat me – om eerlijk te zijn: ook al weer een hele tijd geleden – ooit sterk getroffen heeft.
Hopelijk verwacht niemand op dit punt enkele stomende bekentenissen, want verder dan één van de vele mogelijke flauwiteiten raakt dit voorbeeld niet. Het gaat er om dat wij, de mannetjes van onze soort, allemaal zeer vertrouwd zijn met het verschijnsel waarbij wij, nogal onverwacht, nogal onheus, soms, worden afgeblaft door één van de vele vrouwtjes die onze soort rijk is. En in de volgende exclusieve mannetjes vergadering komt dat dan uitgebreid (en op verongelijkte toon) aan bod, en dan is het een kwestie van tijd – van pijnlijk weinig tijd - voor er eentje opmerkt “het verkeerde moment van de maand”, gevolgd door gegniffel alom, en iedereen voelt zich weer opperbest.
En dat heeft eigenlijk iets waarlijk pathetisch’. Laten we even wat simpele feiten bekijken. Vrouwen leven gemiddeld een pak langer dan mannen: dat heeft veel te maken met een bepaald soort gedrag. “Ooit al een vrouw met gierende banden zien wegrijden bij een dancing?” Verder ken ik de preciese cijfers niet, maar als ik beweer dat mannen 90% van de misdrijven plegen, dan krijg je een beeld van het idee. In twee woorden, het mogen de vrouwen zijn die willen opvallen in termen van juwelen en kleren, maar het zijn de mannetjes die willen opvallen met pronk- en imponeergedrag; en het mag iets kosten in termen van risico. Genoeg om een zichtbaar verschil te maken in de overlevingsstatistieken: gierende banden, sneller, luider, roker en drinker, zolang het maar stoer staat (meestal alleen in hun eigen ogen, dan nog).
Als je je vervolgens afvraagt: hoe komt dat; wat is de fysieke oorzaak van het feit dat die mannetjes als groep zich zo apart gedragen dat de vergelijking met een stel kleuters vaak zal vallen (vanzelfsprekend in één van die typische exclusieve bijeenkomsten van vrouwtjes), dan is het antwoord: testosteron. We kunnen nu ook nog lange omwegen maken naar evolutietheorie en natuurlijke selectie over de vraag hoe dat dan weer precies komt, maar het punt is, mannetjes zitten gewoon voortdurend tjokvol testosteron. Niet één keer per maand, gedurende een paar dagen. Neenee, elke dag opnieuw, van ’s morgens tot ’s avonds, tot en met in hun dromen.
En die jokers komen nu op het idee om zichzelf heel slim te vinden, als ze grapjes maken over vrouwen, als die het enkele dagen per maand ook eens voor hebben. Je moet er maar opkomen, nietwaar?
--------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/geholpen-door-de-bonobo.html
Hopelijk verwacht niemand op dit punt enkele stomende bekentenissen, want verder dan één van de vele mogelijke flauwiteiten raakt dit voorbeeld niet. Het gaat er om dat wij, de mannetjes van onze soort, allemaal zeer vertrouwd zijn met het verschijnsel waarbij wij, nogal onverwacht, nogal onheus, soms, worden afgeblaft door één van de vele vrouwtjes die onze soort rijk is. En in de volgende exclusieve mannetjes vergadering komt dat dan uitgebreid (en op verongelijkte toon) aan bod, en dan is het een kwestie van tijd – van pijnlijk weinig tijd - voor er eentje opmerkt “het verkeerde moment van de maand”, gevolgd door gegniffel alom, en iedereen voelt zich weer opperbest.
En dat heeft eigenlijk iets waarlijk pathetisch’. Laten we even wat simpele feiten bekijken. Vrouwen leven gemiddeld een pak langer dan mannen: dat heeft veel te maken met een bepaald soort gedrag. “Ooit al een vrouw met gierende banden zien wegrijden bij een dancing?” Verder ken ik de preciese cijfers niet, maar als ik beweer dat mannen 90% van de misdrijven plegen, dan krijg je een beeld van het idee. In twee woorden, het mogen de vrouwen zijn die willen opvallen in termen van juwelen en kleren, maar het zijn de mannetjes die willen opvallen met pronk- en imponeergedrag; en het mag iets kosten in termen van risico. Genoeg om een zichtbaar verschil te maken in de overlevingsstatistieken: gierende banden, sneller, luider, roker en drinker, zolang het maar stoer staat (meestal alleen in hun eigen ogen, dan nog).
Als je je vervolgens afvraagt: hoe komt dat; wat is de fysieke oorzaak van het feit dat die mannetjes als groep zich zo apart gedragen dat de vergelijking met een stel kleuters vaak zal vallen (vanzelfsprekend in één van die typische exclusieve bijeenkomsten van vrouwtjes), dan is het antwoord: testosteron. We kunnen nu ook nog lange omwegen maken naar evolutietheorie en natuurlijke selectie over de vraag hoe dat dan weer precies komt, maar het punt is, mannetjes zitten gewoon voortdurend tjokvol testosteron. Niet één keer per maand, gedurende een paar dagen. Neenee, elke dag opnieuw, van ’s morgens tot ’s avonds, tot en met in hun dromen.
En die jokers komen nu op het idee om zichzelf heel slim te vinden, als ze grapjes maken over vrouwen, als die het enkele dagen per maand ook eens voor hebben. Je moet er maar opkomen, nietwaar?
--------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/geholpen-door-de-bonobo.html
vrijdag 1 december 2006
Zelfs de hond
Sinds enkele dagen kunnen we in de kranten het proces volgen tegen een man die de driejarige kleuter Stefke heeft doodgeslagen. Met tientallen en tientallen klappen en vuistslagen. Volgens de dader was het een "ongeluk" - maar dat is niet de reden waarom ik het er na enkele dagen toch over heb. Wel verwijt iemand (die altijd veel wijzer is geweest dan ikzelf) me dat ik een sentimenteel trekje (in de pejoratieve zin) heb. Dus is dat misschien de reden dat ik tranen voel opkomen als ik lees dat de laatste woorden van Stefke "ik ben moe maar ik kan niet slapen" waren. Het gevaar op valse sentimentaliteit maakte dat ik het ongepast vond om er over te bloggen. Als papa van baby Sarah verbeteren mijn emotionele reacties overigens niet wanneer ik lees dat het kind onder de slagenregen wegkroop in zijn bedje. Dat is nu eenmaal omdat de scène van een kind in een bedje voor mij te veel doet denken aan een warm nestje, eerder dan wat ik me daar in dit verhaal moet bij voorstellen, en dus ben ik niet objectief: geen goed uitgangspunt om er veel over te zeggen.
Overigens zitten we nog steeds met het feit dat het "ongeluk" maar bleef doorgaan, zelfs toen het kind al zat weggekropen in zijn bedje, maar goed. Ikzelf ben dol op gelegenheden tot "bijtend sarcasme" en teksten die "druipen van hoon" (allemaal verwijten, ongetwijfeld terecht, die nog in mijn oren galmen van mijn tijd op usenet), maar zie dat de aanklager daar nog veel en veel beter werk van gemaakt heeft dan ik ooit had kunnen doen. Dus daarvoor hoef ik er ook al niet meer over te beginnen.
En dus is het enige wat overblijft een neerslachtig, gedeprimeerd gevoel, dat onder verdenking staat een uitdrukking van "sentimentaliteit" te zijn. Iets heel anders, dus, dan het donkere, maar nobele, gevoel van wanhoop aan de mensheid dat, naar het schijnt, alle filosofen af en toe bekruipt: tot en met hobbyfilosofen zoals ikzelf. Elke post daarover zou niets anders zijn dan een oefening in zelfbeklag, in "zie eens hoe erg ik dat vind". En dus kwam die post er niet.
Wat de zaak veranderd heeft is dat ik nu ook nog lees dat tijdens het "ongeluk" - dat zijn nog steeds die vele tientallen klappen waarmee een kleuter werd dood geslagen - de hond, u leest het goed: de hond van de dader heeft geprobeerd tussenbeide te komen. Zelfs de hond. Zelfs de hond had een beter benul van goed en kwaad dan de man die tot jaren later beweert dat het een "ongeluk" was.
Voor het eerst in mijn leven voel ik me als mens, tegenover een hond, beschaamd over een medemens.
Overigens zitten we nog steeds met het feit dat het "ongeluk" maar bleef doorgaan, zelfs toen het kind al zat weggekropen in zijn bedje, maar goed. Ikzelf ben dol op gelegenheden tot "bijtend sarcasme" en teksten die "druipen van hoon" (allemaal verwijten, ongetwijfeld terecht, die nog in mijn oren galmen van mijn tijd op usenet), maar zie dat de aanklager daar nog veel en veel beter werk van gemaakt heeft dan ik ooit had kunnen doen. Dus daarvoor hoef ik er ook al niet meer over te beginnen.
En dus is het enige wat overblijft een neerslachtig, gedeprimeerd gevoel, dat onder verdenking staat een uitdrukking van "sentimentaliteit" te zijn. Iets heel anders, dus, dan het donkere, maar nobele, gevoel van wanhoop aan de mensheid dat, naar het schijnt, alle filosofen af en toe bekruipt: tot en met hobbyfilosofen zoals ikzelf. Elke post daarover zou niets anders zijn dan een oefening in zelfbeklag, in "zie eens hoe erg ik dat vind". En dus kwam die post er niet.
Wat de zaak veranderd heeft is dat ik nu ook nog lees dat tijdens het "ongeluk" - dat zijn nog steeds die vele tientallen klappen waarmee een kleuter werd dood geslagen - de hond, u leest het goed: de hond van de dader heeft geprobeerd tussenbeide te komen. Zelfs de hond. Zelfs de hond had een beter benul van goed en kwaad dan de man die tot jaren later beweert dat het een "ongeluk" was.
Voor het eerst in mijn leven voel ik me als mens, tegenover een hond, beschaamd over een medemens.
donderdag 30 november 2006
Revolutie in het onderwijs!
De Standaard maakt melding van een revolutionair idee van een leraar: het onderwijs moet kennis overbrengen! Cerebrale types zoals ikzelf vinden dat natuurlijk een uitstekend idee. Maar toch. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt, zoals persoonlijke ervaring me heeft bijgebracht op een manier die me er tot vandaag over doet blijven piekeren (1). Voor mij toch maar liever geen afgerammelde namen van koningen, data, veldslagen en, godbeware, stamtijden. En ik vergeet de catechismus.
Neen, dus, als het van mij zou afhangen zou ik wel voor het vermeerderen van de kennisoverdracht zijn, maar dan wel op een manier die niet de mensen zoals ik doet afhaken. Met andere woorden: niet de militaire dril, wel het verhalende karakter dat maakt dat de luisteraars zich zelf afvragen “waar die weg vandaan kwam, en waar hij heen ging, en wie er woonde op die zeven heuveltjes bij de oversteek van de rivier”.
Maar zoals het in de krant stond klonk het anders. Te weinig aandacht ging naar spraakkunst en grammatica.
Hmmmm... Op dit blog zijn al herhaalde malen posts verschenen met als thema “dingen die iedereen zou moeten weten”. Zonder het na te tellen schat ik dat ik van de helft daarvan ook werkelijk een poging kon wagen om het concept in een korte en begrijpelijke beschrijving samen te vatten. En van de andere helft (het relativiteitsprincipe, de Türingmachine, de entropiewet, ...) kon ik het niet.
Sta me toe me nu in te beelden dat mijn onderwijs van destijds minder aandacht had besteed aan spraakkunst en grammatica. Om eerlijk te zijn denk ik dat ik minder had geweten wat arcane begrippen als “lijdend voorwerp” en “meewerkend voorwerp” precies betekenen, maar dat dat me nauwelijks tot niet zou beletten te praten, en zelfs te schrijven. Anderzijds, als het onderwijs de vrijgekomen tijd had gebruikt om enkele dingen als “samengestelde interest” (2) duidelijk te maken, alsook “natuurlijke selectie” (3), dan had ik me nu niet de “neiging tot het belerende” moeten laten verwijten, of noodkreten over wat ik allemaal niet weet (terwijl iedereen het juist zou moeten weten) de wereld moeten insturen.
Ik kan me voorstellen dat een hoop mensen nu iets denken als “wat heb ik in godsnaam met “natuurlijke selectie” (en de rest) te maken?”. Precies. Het feit dat je je dat moet afvragen (de lezer moet hier verderlezen op zéér, zéér belerende toon, bijvoorbeeld alsof hij door zijn neus spreekt) is nu juist een symptoom van het feit dat er iets mis is – maar hoe zou je kunnen beseffen dat er iets mis is als je niet eens het (zo eenvoudige) concept van (om bij dat voorbeeld te blijven) “natuurlijke selectie” kent?
Zelfs wie niet overtuigd is stel ik voor zich af te vragen wat het alternatief is. De lezer zat, dus, destijds op de schoolbanken, waarschijnlijk in vrij sterke mate tegen zijn zin, om daar “spraakkunst en grammatica” te leren. Vraag 1, hoeveel heeft de lezer eigenlijk onthouden van al die “kennis”? Vraag 2, in welke mate helpt dat de lezer vooruit wanneer zijn kleuter hem vraagt waar de kindjes vandaan komen, en of er meer sterren zijn dan zandkorrels, en of het waar is dat we van de apen afstammen (4)? Vraag 3, OK, je zit nu in zo’n houten bank en iemand gaat je “kennis” door je strot wringen, je mag alleen beslissen wat die kennis zal zijn. Kies je voor “spraakkunst en grammatica”, of eerder voor enkele van die dingen die, bijvoorbeeld, op dit blog toch ook niet zo vreselijk vervelend zullen geweest zijn (want je zit toch tot hier te lezen)?
En dat zijn dan nog dingen die te maken hebben met het kunnen nadenken. Daarnaast is er ook nog het inzicht in feiten, dingen die je alleen maar weet omdat je ze ooit in je hebt opgenomen. Hoeveel mensen, vraag ik me af, hebben van de Spartanen alleen maar gehoord omdat ze wisten dat een “Spartaanse opvoeding” niet iets was waar ze naar zouden uitkijken? Is het denkbaar dat mijn verhaaltjes hier méér hebben bijgedragen aan het beeld dat die lezer heeft van een hoop antieke geschiedenis, dan de schoolkost van destijds? Oh, het zijn verhaaltjes zonder veel pretentie, eentje was zelfs manifest half fictie (5) (ik weet heus niet of de raadgevers van Xerxes echt bleek werden toen ze hoorden dat er driehonderd Spartanen besloten hadden een pas tegen hen te verdedigen, hoor). Maar zijn ze echt zoveel slechter als het er om gaat iets over de Spartanen te doen blijven hangen? In mijn geval was niets slechter dan het schoolsysteem, dus ook mijn verhaaltjes niet.
Ik weet het natuurlijk allemaal niet - ik kan alleen voor mezelf spreken. Maar de geregelde lezer van dit blog zal stilaan beginnen weten dat ik er sterke opinies over heb. Laat me samenvatten. Cerebrale types als ikzelf hebben er natuurlijk geen bezwaar tegen dat het onderwijs kennis wil overdragen. Maar cerebrale types als ikzelf hebben er een gigantisch groot bezwaar tegen als dat moet gebeuren op een manier die maakt dat 90% van de mensheid daar het gevoel aan overhoudt dat wetenschap, geschiedenis of filosofie doodsaai zijn. Zoals momenteel gebeurt.
----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/de-studie-van-de-geschiedenis.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten-3.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/wie-stamt-af-van-de-aap.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/ga-vreemdeling-de-spartanen-vertellen.html
Neen, dus, als het van mij zou afhangen zou ik wel voor het vermeerderen van de kennisoverdracht zijn, maar dan wel op een manier die niet de mensen zoals ik doet afhaken. Met andere woorden: niet de militaire dril, wel het verhalende karakter dat maakt dat de luisteraars zich zelf afvragen “waar die weg vandaan kwam, en waar hij heen ging, en wie er woonde op die zeven heuveltjes bij de oversteek van de rivier”.
Maar zoals het in de krant stond klonk het anders. Te weinig aandacht ging naar spraakkunst en grammatica.
Hmmmm... Op dit blog zijn al herhaalde malen posts verschenen met als thema “dingen die iedereen zou moeten weten”. Zonder het na te tellen schat ik dat ik van de helft daarvan ook werkelijk een poging kon wagen om het concept in een korte en begrijpelijke beschrijving samen te vatten. En van de andere helft (het relativiteitsprincipe, de Türingmachine, de entropiewet, ...) kon ik het niet.
Sta me toe me nu in te beelden dat mijn onderwijs van destijds minder aandacht had besteed aan spraakkunst en grammatica. Om eerlijk te zijn denk ik dat ik minder had geweten wat arcane begrippen als “lijdend voorwerp” en “meewerkend voorwerp” precies betekenen, maar dat dat me nauwelijks tot niet zou beletten te praten, en zelfs te schrijven. Anderzijds, als het onderwijs de vrijgekomen tijd had gebruikt om enkele dingen als “samengestelde interest” (2) duidelijk te maken, alsook “natuurlijke selectie” (3), dan had ik me nu niet de “neiging tot het belerende” moeten laten verwijten, of noodkreten over wat ik allemaal niet weet (terwijl iedereen het juist zou moeten weten) de wereld moeten insturen.
Ik kan me voorstellen dat een hoop mensen nu iets denken als “wat heb ik in godsnaam met “natuurlijke selectie” (en de rest) te maken?”. Precies. Het feit dat je je dat moet afvragen (de lezer moet hier verderlezen op zéér, zéér belerende toon, bijvoorbeeld alsof hij door zijn neus spreekt) is nu juist een symptoom van het feit dat er iets mis is – maar hoe zou je kunnen beseffen dat er iets mis is als je niet eens het (zo eenvoudige) concept van (om bij dat voorbeeld te blijven) “natuurlijke selectie” kent?
Zelfs wie niet overtuigd is stel ik voor zich af te vragen wat het alternatief is. De lezer zat, dus, destijds op de schoolbanken, waarschijnlijk in vrij sterke mate tegen zijn zin, om daar “spraakkunst en grammatica” te leren. Vraag 1, hoeveel heeft de lezer eigenlijk onthouden van al die “kennis”? Vraag 2, in welke mate helpt dat de lezer vooruit wanneer zijn kleuter hem vraagt waar de kindjes vandaan komen, en of er meer sterren zijn dan zandkorrels, en of het waar is dat we van de apen afstammen (4)? Vraag 3, OK, je zit nu in zo’n houten bank en iemand gaat je “kennis” door je strot wringen, je mag alleen beslissen wat die kennis zal zijn. Kies je voor “spraakkunst en grammatica”, of eerder voor enkele van die dingen die, bijvoorbeeld, op dit blog toch ook niet zo vreselijk vervelend zullen geweest zijn (want je zit toch tot hier te lezen)?
En dat zijn dan nog dingen die te maken hebben met het kunnen nadenken. Daarnaast is er ook nog het inzicht in feiten, dingen die je alleen maar weet omdat je ze ooit in je hebt opgenomen. Hoeveel mensen, vraag ik me af, hebben van de Spartanen alleen maar gehoord omdat ze wisten dat een “Spartaanse opvoeding” niet iets was waar ze naar zouden uitkijken? Is het denkbaar dat mijn verhaaltjes hier méér hebben bijgedragen aan het beeld dat die lezer heeft van een hoop antieke geschiedenis, dan de schoolkost van destijds? Oh, het zijn verhaaltjes zonder veel pretentie, eentje was zelfs manifest half fictie (5) (ik weet heus niet of de raadgevers van Xerxes echt bleek werden toen ze hoorden dat er driehonderd Spartanen besloten hadden een pas tegen hen te verdedigen, hoor). Maar zijn ze echt zoveel slechter als het er om gaat iets over de Spartanen te doen blijven hangen? In mijn geval was niets slechter dan het schoolsysteem, dus ook mijn verhaaltjes niet.
Ik weet het natuurlijk allemaal niet - ik kan alleen voor mezelf spreken. Maar de geregelde lezer van dit blog zal stilaan beginnen weten dat ik er sterke opinies over heb. Laat me samenvatten. Cerebrale types als ikzelf hebben er natuurlijk geen bezwaar tegen dat het onderwijs kennis wil overdragen. Maar cerebrale types als ikzelf hebben er een gigantisch groot bezwaar tegen als dat moet gebeuren op een manier die maakt dat 90% van de mensheid daar het gevoel aan overhoudt dat wetenschap, geschiedenis of filosofie doodsaai zijn. Zoals momenteel gebeurt.
----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/de-studie-van-de-geschiedenis.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/dingen-die-iedereen-zou-moeten-weten-3.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/wie-stamt-af-van-de-aap.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/ga-vreemdeling-de-spartanen-vertellen.html
Update bij "neus"
"Neus" slaat op de post http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/neus.html. Hier enkele nieuwe ontwikkelingen.
De tv staat aan, en Yves Leterme staat trillend van verontwaardiging commentaar te geven bij het besluit van de NVA om Dedecker in te lijven. Baby Sarah toont haar vermogens om al die ministers van Belangrijke Zaken te relativeren. Ze kruipt naar het scherm, richt zich helemaal op, en legt haar vinger op zijn neus. En kijkt triomfantelijk achter zich. Wie de post "neus" heeft gelezen weet dat daarmee nieuwe richtingen worden aangesneden.
(Terzijde stijgt Leterme wel in mijn achting.)
Minder geluk hadden we bij de pediater. "Hoe zit het met de fijne motoriek?" had die gevraagd. Ha, dat ging de papa eens direct demonstreren: "Saartje, waar is het neusje?". Waarop baby Sarah haar oortjes aanwijst.
En ze kan het nochtans. Maar omdat de pediater zo grappig opmerkte "OK, oefenen jullie dat nog eens tegen de volgende keer?" konden we niet boos op haar zijn.
De tv staat aan, en Yves Leterme staat trillend van verontwaardiging commentaar te geven bij het besluit van de NVA om Dedecker in te lijven. Baby Sarah toont haar vermogens om al die ministers van Belangrijke Zaken te relativeren. Ze kruipt naar het scherm, richt zich helemaal op, en legt haar vinger op zijn neus. En kijkt triomfantelijk achter zich. Wie de post "neus" heeft gelezen weet dat daarmee nieuwe richtingen worden aangesneden.
(Terzijde stijgt Leterme wel in mijn achting.)
Minder geluk hadden we bij de pediater. "Hoe zit het met de fijne motoriek?" had die gevraagd. Ha, dat ging de papa eens direct demonstreren: "Saartje, waar is het neusje?". Waarop baby Sarah haar oortjes aanwijst.
En ze kan het nochtans. Maar omdat de pediater zo grappig opmerkte "OK, oefenen jullie dat nog eens tegen de volgende keer?" konden we niet boos op haar zijn.
woensdag 29 november 2006
Middenvakrijders...
Als je in Mechelen woont, in Brussel werkt en in Antwerpen familie en vrienden hebt, dan heb je al snel een rijkgevulde carrière aan auto-momenten bij elkaar. Vandaag een geval van “middenvakrijders”. Je kent ze wel: met een practisch lege rechterbaan, kilometers lang, rijden ze op het middenste vak. Als er een beetje verkeer is, heb ik me laten vertellen, drukt het de capaciteit van de autoweg al snel met een 30%.
De enige manier om daar een beetje plezier aan te beleven is ze langs rechts in te halen. Let wel: zonder zever. Als je je enorm moet haasten om ze voorbij te raken, en dan bij het links inschuiven scherp moet remmen en afsnijden om niet op hun voorligger te knallen, dan zijn wij geen vrienden. Het moet gaan om een de facto leeg rechtervak.
Na een tijdje ontdek je dat je ze kan indelen naargelang hun reactie op dat rechts inhalen. Een eerste categorie kan je met “houten kop” omschrijven: blijft onverstoorbaar verder in het midden rijden. Verliest nog liever een wiel dan toegeven dat er iets fout ging, heeft misschien niet eens in de gaten dat er iets fout ging; ja, heeft misschien niet eens door dat hij zich net lang rechts heeft laten inhalen.
Daarnaast heb je de “oeps” categorie: dat is waar ik zelf af en toe inval. “Oeps, zit ik toch weer te dromen, zeker.” Ze begrijpen de hint, zetten de richtingaanwijzer aan, en begeven zich sportief naar het rechtse baanvak.
Dan zijn er een hoop die vinden dat ze geen lessen te krijgen hebben van iemand die met een kleinere auto rijdt dan zijzelf. Ze beginnen sneller te rijden, plakken ineens tegen een voorligger, of, als je ze dan toch kan inhalen – groter momentum, weet je wel, of de voorligger kan zelf rechts ingehaald worden – zijn ze niet gerust voor ze je zelf ook weer hebben ingehaald; zij het dat dat fatsoenlijk langs links zal moeten gebeuren. Om één of andere reden schijnen ze te denken dat daarmee de “belediging” is uitgewist. Maar waar halen ze toch vandaan dat het een belediging was – zij zijn tenslotte de mensen die met een leeg rechtervak in het midden rijden?
En daarmee kom je bij wat ergens de interessantste categorie is. Niet alleen zien ze het als een soort belediging, maar ze maken er zich ook erg boos om. Ze beginnen met hun lichten te flitsen of komen enkele honderden meters aan je bumper hangen (een hint voor bij daglicht: gewoon even je lichten aanzetten. Creëert een heel grote afstand in heel weinig tijd, maar ik moet toegeven, kalmer worden ze er meestal niet van) en dat soort dingen. Ze zijn duidelijk heel boos op de persoon die hen rechts inhaalt, maar de vraag hoe het komt dat iemand ze rechts kan inhalen komt duidelijk niet bij ze op. Zoals ik al zei, ergens toch de interessantste categorie.
Maar toch, de soort die ik vandaag te zien kreeg is uniek. Het is nog vroeg, dus de A12 is nog goed te doen. Ineens zie je de symptomen van problemen opduiken: links beginnen de remlichten op te flitsen, rechts zie je van die eigenaardige schuivende bewegingen, en waarom rijdt dat middenvak hier nauwelijks een dikke negentig? Al die vragen raken honderd meter verder opgelost: een middenvakrijder! Sommige auto’s rechts denken dat het gevaarlijk is die langs rechts in te halen en slingeren dus, na eerst te zijn vertraagd, van helemaal rechts naar helemaal links en weer terug. Op het linkervak moeten ze natuurlijk de hele tijd remmen om al die invoegers die zo plots van rechts komen door te laten: opstopping. En het middenvak rijdt niet sneller dan de middenvakrijder zelf: opstopping.
Wanneer het mijn beurt is om de middenvakrijder te passeren (langs links, deze keer) kijk ik toch eens opzij. Naar mijn interesse voor apen me vertelt bevat zoiets een zekere boodschap, en bovendien wil ik wel eens zien welk fenomeen daar zo goedgehumeurd zoveel entropie zit te creëren.
Wel, het was simpel. Een madam van een respectabele leeftijd zat, gebruikmakend van de achteruitkijkspiegel, haar wimpers te epileren, of zoiets.
En het zou veel te gevaarlijk zijn zoiets aan de toegelaten 120 per uur te doen; zeg nu zelf.
De enige manier om daar een beetje plezier aan te beleven is ze langs rechts in te halen. Let wel: zonder zever. Als je je enorm moet haasten om ze voorbij te raken, en dan bij het links inschuiven scherp moet remmen en afsnijden om niet op hun voorligger te knallen, dan zijn wij geen vrienden. Het moet gaan om een de facto leeg rechtervak.
Na een tijdje ontdek je dat je ze kan indelen naargelang hun reactie op dat rechts inhalen. Een eerste categorie kan je met “houten kop” omschrijven: blijft onverstoorbaar verder in het midden rijden. Verliest nog liever een wiel dan toegeven dat er iets fout ging, heeft misschien niet eens in de gaten dat er iets fout ging; ja, heeft misschien niet eens door dat hij zich net lang rechts heeft laten inhalen.
Daarnaast heb je de “oeps” categorie: dat is waar ik zelf af en toe inval. “Oeps, zit ik toch weer te dromen, zeker.” Ze begrijpen de hint, zetten de richtingaanwijzer aan, en begeven zich sportief naar het rechtse baanvak.
Dan zijn er een hoop die vinden dat ze geen lessen te krijgen hebben van iemand die met een kleinere auto rijdt dan zijzelf. Ze beginnen sneller te rijden, plakken ineens tegen een voorligger, of, als je ze dan toch kan inhalen – groter momentum, weet je wel, of de voorligger kan zelf rechts ingehaald worden – zijn ze niet gerust voor ze je zelf ook weer hebben ingehaald; zij het dat dat fatsoenlijk langs links zal moeten gebeuren. Om één of andere reden schijnen ze te denken dat daarmee de “belediging” is uitgewist. Maar waar halen ze toch vandaan dat het een belediging was – zij zijn tenslotte de mensen die met een leeg rechtervak in het midden rijden?
En daarmee kom je bij wat ergens de interessantste categorie is. Niet alleen zien ze het als een soort belediging, maar ze maken er zich ook erg boos om. Ze beginnen met hun lichten te flitsen of komen enkele honderden meters aan je bumper hangen (een hint voor bij daglicht: gewoon even je lichten aanzetten. Creëert een heel grote afstand in heel weinig tijd, maar ik moet toegeven, kalmer worden ze er meestal niet van) en dat soort dingen. Ze zijn duidelijk heel boos op de persoon die hen rechts inhaalt, maar de vraag hoe het komt dat iemand ze rechts kan inhalen komt duidelijk niet bij ze op. Zoals ik al zei, ergens toch de interessantste categorie.
Maar toch, de soort die ik vandaag te zien kreeg is uniek. Het is nog vroeg, dus de A12 is nog goed te doen. Ineens zie je de symptomen van problemen opduiken: links beginnen de remlichten op te flitsen, rechts zie je van die eigenaardige schuivende bewegingen, en waarom rijdt dat middenvak hier nauwelijks een dikke negentig? Al die vragen raken honderd meter verder opgelost: een middenvakrijder! Sommige auto’s rechts denken dat het gevaarlijk is die langs rechts in te halen en slingeren dus, na eerst te zijn vertraagd, van helemaal rechts naar helemaal links en weer terug. Op het linkervak moeten ze natuurlijk de hele tijd remmen om al die invoegers die zo plots van rechts komen door te laten: opstopping. En het middenvak rijdt niet sneller dan de middenvakrijder zelf: opstopping.
Wanneer het mijn beurt is om de middenvakrijder te passeren (langs links, deze keer) kijk ik toch eens opzij. Naar mijn interesse voor apen me vertelt bevat zoiets een zekere boodschap, en bovendien wil ik wel eens zien welk fenomeen daar zo goedgehumeurd zoveel entropie zit te creëren.
Wel, het was simpel. Een madam van een respectabele leeftijd zat, gebruikmakend van de achteruitkijkspiegel, haar wimpers te epileren, of zoiets.
En het zou veel te gevaarlijk zijn zoiets aan de toegelaten 120 per uur te doen; zeg nu zelf.
dinsdag 28 november 2006
Geholpen door de bonobo
Lange tijd heb ik lopen piekeren over de volgende scène: was het een vreselijke belediging, of integendeel een groot compliment? De scène speelde zich af in het cafetaria van de universiteit waar ik rechten studeerde. Temidden van een groepje studenten aan een tafeltje, bemerk ik ineens dat ik het enige mannetje ben, in een gezelschap van, pakweg, zes vrouwtjes. Simpele kansrekening zegt dat zoiets wel vaker zal voorkomen, zonder dat het daarom een alledaagse gebeurtenis is.
De scène werd iets verrassender toen dat tafeltje zomaar overschakelde op “girl talk”! Ik weet nog hoe ik me achterover geleund en met mijn handen in mijn broekzakken zat te verbazen toen ik verschillende van de meest dominante types onder mijn mannelijke studiegenoten hoorde beschrijven in termen van “snoezige oortjes” en “popperig neusje”. Het viel me in dat die meest viriele mannetjes correct zullen verondersteld hebben dat zijzelf onderwerp van gesprek waren bij hun vrouwelijke collega’s, en zich incorrect allerlei illusies zullen gemaakt hebben over de termen waarin die gesprekken zouden gevoerd worden.
Maar mijn eigen dilemma was: hoe schat ik het feit in dat het gezelschap op dat soort gesprek overging, alsof mijn aanwezigheid lucht was?
Er zijn twee bronnen van onzekerheid. Ten eerste weten we niet of een gezelschap dat werkelijk uit louter vrouwtjes bestaat niet nog veel verder zou gaan dan de alles bij elkaar nog zeer brave conversatie die ik daar hoorde. Maar zelfs als ik daaruit afleid dat ik toch niet helemaal lucht zal geweest zijn, blijft het feit dat ik minstens in zekere mate genegeerd werd. En dus was de vraag: zegt dat iets over mijn gebrek aan mannelijke uitstraling, of zegt dat iets over mijn brede en diepe persoonlijkheid, wiens aanwezigheid dat soort gesprekken absoluut niet in de weg stond?
Enkele jaren van gepieker later kreeg ik hulp uit een onverwachte hoek! Een bonobo uit Planckendael maakte een einde aan de martelende twijfel. In die tijd ging ik ze regelmatig genoeg bezoeken om ze allemaal uit elkaar te kennen. Na een tijdje merkte ik op dat er één was, Hermien, de toenmalige nummer twee van de bonobo hiërarchie, die me altijd kwam gedag zeggen. Dat is verschillende keren gebeurd, geregeld in gezelschap van getuigen, die niet anders konden dan erkennen: Hermien heeft haar voorpoot tegen het glas gezet, en is pas weer weggegaan nadat Koen aan de andere kant zijn eigen voorpoot op dezelfde hoogte ook tegen het glas had gezet. Of ze volgde me over de helft van het bonobo eiland - alles bij elkaar een heel eind in Planckendael - tot ik nadrukkelijk had gezwaaid
Toen ik dat verhaal vertelde aan Hilde Vervaecke (de auteur van het uiterst aardige De Bonobo’s, Schalkse Apen met Menselijke Trekjes, 2,002), die ik door mijn interesse voor bonobo’s een beetje ken, zei die meteen: ja, dat is Hermien, die doet dat soms, altijd met mannen.
En daarmee waren mijn twijfels verdwenen! Want niet alleen concludeerde ik dat bonobo’s lieve en gevoelige dieren zijn, met een groot onderscheidingsvermogen en veel goede smaak, maar ook dat er blijkbaar niets mis was met mijn dierlijk magnetisme. Een hele opluchting, natuurlijk.
De scène werd iets verrassender toen dat tafeltje zomaar overschakelde op “girl talk”! Ik weet nog hoe ik me achterover geleund en met mijn handen in mijn broekzakken zat te verbazen toen ik verschillende van de meest dominante types onder mijn mannelijke studiegenoten hoorde beschrijven in termen van “snoezige oortjes” en “popperig neusje”. Het viel me in dat die meest viriele mannetjes correct zullen verondersteld hebben dat zijzelf onderwerp van gesprek waren bij hun vrouwelijke collega’s, en zich incorrect allerlei illusies zullen gemaakt hebben over de termen waarin die gesprekken zouden gevoerd worden.
Maar mijn eigen dilemma was: hoe schat ik het feit in dat het gezelschap op dat soort gesprek overging, alsof mijn aanwezigheid lucht was?
Er zijn twee bronnen van onzekerheid. Ten eerste weten we niet of een gezelschap dat werkelijk uit louter vrouwtjes bestaat niet nog veel verder zou gaan dan de alles bij elkaar nog zeer brave conversatie die ik daar hoorde. Maar zelfs als ik daaruit afleid dat ik toch niet helemaal lucht zal geweest zijn, blijft het feit dat ik minstens in zekere mate genegeerd werd. En dus was de vraag: zegt dat iets over mijn gebrek aan mannelijke uitstraling, of zegt dat iets over mijn brede en diepe persoonlijkheid, wiens aanwezigheid dat soort gesprekken absoluut niet in de weg stond?
Enkele jaren van gepieker later kreeg ik hulp uit een onverwachte hoek! Een bonobo uit Planckendael maakte een einde aan de martelende twijfel. In die tijd ging ik ze regelmatig genoeg bezoeken om ze allemaal uit elkaar te kennen. Na een tijdje merkte ik op dat er één was, Hermien, de toenmalige nummer twee van de bonobo hiërarchie, die me altijd kwam gedag zeggen. Dat is verschillende keren gebeurd, geregeld in gezelschap van getuigen, die niet anders konden dan erkennen: Hermien heeft haar voorpoot tegen het glas gezet, en is pas weer weggegaan nadat Koen aan de andere kant zijn eigen voorpoot op dezelfde hoogte ook tegen het glas had gezet. Of ze volgde me over de helft van het bonobo eiland - alles bij elkaar een heel eind in Planckendael - tot ik nadrukkelijk had gezwaaid
Toen ik dat verhaal vertelde aan Hilde Vervaecke (de auteur van het uiterst aardige De Bonobo’s, Schalkse Apen met Menselijke Trekjes, 2,002), die ik door mijn interesse voor bonobo’s een beetje ken, zei die meteen: ja, dat is Hermien, die doet dat soms, altijd met mannen.
En daarmee waren mijn twijfels verdwenen! Want niet alleen concludeerde ik dat bonobo’s lieve en gevoelige dieren zijn, met een groot onderscheidingsvermogen en veel goede smaak, maar ook dat er blijkbaar niets mis was met mijn dierlijk magnetisme. Een hele opluchting, natuurlijk.
maandag 27 november 2006
Zandkorrels, of Sterren?
Een dikke week geleden stapelden wij hier samen briefjes van duizend euro op elkaar (1). We constateerden dat je bij een miljoen euro – niet iets dat de meesten van ons zomaar even tevoorschijn halen, neem ik aan – nog altijd maar een stapeltje had van een decimeter dik: veel minder dan een baby. Het was pas “voorbij de horizon” dat de oefening explodeerde: toen we ons afvroegen hoe het verschil tussen een miljard en een biljoen euro er zou uitzien.
Nu valt me in dat een soortgelijke oefening kan helpen bij iets dat me altijd in de grootste moeilijkheden brengt. Ooit kreeg ik als uitdaging voorgelegd “waar zijn er het meest van, sterren in het universum, of zandkorrels op de aarde?”. De meeste mensen denken meteen dat het juiste antwoord “zandkorrels” is. Sommige mensen denken dat het feit dat de vraag zelfs maar gesteld wordt suggereert dat het “dan wel” sterren zullen zijn, “zeker?”. En iemand die iets van sterren afweet verzekerde me dat het antwoord inderdaad “sterren” moet zijn.
Problemen, dus! Een vriend van me greep een handje zand op een strand en liet de korrels langzaam door zijn vingers glijden. “En nu moet ik geloven dat er méér sterren zijn dan er zandkorrels zijn, op héél de wereld, stranden, duinen en woestijnen inbegrepen?”
Het is me nog niet gelukt mijn oefening tot een goed einde te brengen, maar hier is hoe het er in grote lijnen zou moeten uitzien. Als je van de Aarde naar de hemel kijkt, zijn er in totaal een grootte-orde van 10,000 sterren die we met het blote oog kunnen zien. En denken in orders van grootte zal voor de oefening goed genoeg moeten zijn. Hier gaan we – denk terug aan de euro’s van die vorige post.
We nemen een zandkorrel in onze hand. We leggen er negen bij: tien zandkorrels vormen tien puntjes op de handpalm. Van die puntjes maken we vervolgens hoopjes van 10 korrels elk: 100 zandkorrels. Maak ik me illusies als ik suggereer dat we een handjevol zand krijgen als we elk van die hoopjes geen 10, maar nu 100 korrels groot maken? Dus 1,000 zandkorrels zijn een (klein) handvol zand?
Ik denk dat we dat handje in een redelijke emmer kunnen kappen, en er nog negen handjes bijdoen, en dat de bodem van onze emmer nu wel bedekt zal zijn. Dus: alle zichtbare sterren komen neer op een bodempje zand in een emmer. Nu moet je echter weten dat er in onze melkweg heel veel meer sterren zijn dan de 10,000 die we kunnen zien. Tien keer meer? Gemakkelijk tien keer meer: en als ik tien keer de hoeveelheid zand neem die ik nodig heb om de bodem van een emmer te bedekken, dan zal mijn emmer stilaan vol zijn, zeker?
Maar eigenlijk zijn er nog altijd heel veel meer sterren in onze melkweg dan dat: Als we tien volle emmers zand nemen stellen we daarmee een miljoen sterren voor, en dat blijft een kleine fractie van het totaal aantal sterren in onze melkweg.
Nu krijg ik het moeilijk voor mijn oefening. Als ik die tien emmers zand op tien verschillende plaatsen in een vrachtwagen kap, dan zal ik wel tien hoopjes hebben. Als ik daar negen keer dezelfde hoeveelheid bijdoe – heb ik dan de bodem van mijn vrachtwagen bedekt? Ik heb hier niet langer enig idee van volumes, gewichten en hoeveelheden, dus ik doe maar blind voort, en ik heb nu de tegenwaarde van tien miljoen sterren.
De melkweg is nog lang niet uitgeput, en ik vul mijn vrachtwagen met tien keer de hoeveelheid om de bodem te bedekken, en ik orakel (want in werkelijkheid zit ik hier op bijzonder glad ijs) dat mijn vrachtwagen vol is met 100 miljoen zandkorrels: “sterren”. Dus tien vrachtwagens zijn dan een miljard sterren. En honderd vrachtwagens zijn dan 10 mia sterren, en 100 mia sterren stellen dan 1,000 vrachtwagens zand voor.
Honderd miljard sterren is ook de orde van grootte van het aantal sterren in onze melkweg. Dus de hele melkweg komt neer op duizend vrachtwagens zand? Wat stelt dat voor, duizend vrachtwagens zand? Krijg je daarmee het strand van Blankenberge gevuld? Maar in dat geval kan je toch voor tien melkwegen de badplaatsen van België (we denken in ordes van grootte, niet in exacte aantallen) vullen? En volstaan 100 melkwegen voor de badplaatsen van Frankrijk? Volstaan 1,000 melkwegen met sterren dan niet om alle badplaatsen van Europa, korrel per korrel voor ster per ster, met zand te vullen?
In dat geval moet ik met 10,000 melkwegen genoeg hebben om voor heel Eurazië de kusten van zand te voorzien. Komaan, ik neem genereus aan dat ik er al een orde van grootte naast zit, en ik heb 100,000 melkwegen nodig om de kusten van heel Azië van zand te voorzien. En met een miljoen melkwegen zijn we toch een heel eind weg om Azië zelf te vullen, niet? Hoewel, er zijn nogal veel woestijnen in Azië... Hop! Nog een orde van grootte erbij, ik geef mezelf tien miljoen melkwegen om korrel per ster heel Eurazië met zand te vullen.
Natuurlijk ben ik al lang, sinds de vrachtwagen, elk gevoel voor proportie kwijt. Maar ik weet wel dat een orde van grootte verspringen een groot effect heeft, dat ik het al twéé keer gedaan heb, gewoon voor de veiligheid, en dat ik met mijn tien miljoen melkwegen nog altijd maar een heel kleine fractie heb van het totaal aantal melkwegen in het universum.
Voel je iets komen? Het begint er naar uit te zien dat de sterren de zandkorrels wel eens zwaar zouden kunnen verslaan. Alleen is mijn kennis van sterren en zandkorrels te beperkt om het verhaal werkelijk aan elkaar te laten hangen: het blijven een hoop misschiens en ikdenks en vermoedelijks. Als iemand denkt te kunnen verfijnen, liefst een beetje onderbouwd, laat het weten. Het hele punt is: er zijn naar ik dacht iets van een honderd miljard melkwegen waarvan de mensheid zich bewust is. En ik heb er nog maar tien miljoen van opgebruikt. Ik mag dus nog minstens vier keer op dezelfde manier een orde van grootte verspringen – en aangezien we al voorbij onze horizon zitten, zo durf ik hopen, heeft iedereen stilaan in de gaten dat we daarmee heel, heel grote stukken wereld bedekken.
En dat was het punt.
---------------------------------------------
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/een-paar-nullen-meer-of-minder.html
Nu valt me in dat een soortgelijke oefening kan helpen bij iets dat me altijd in de grootste moeilijkheden brengt. Ooit kreeg ik als uitdaging voorgelegd “waar zijn er het meest van, sterren in het universum, of zandkorrels op de aarde?”. De meeste mensen denken meteen dat het juiste antwoord “zandkorrels” is. Sommige mensen denken dat het feit dat de vraag zelfs maar gesteld wordt suggereert dat het “dan wel” sterren zullen zijn, “zeker?”. En iemand die iets van sterren afweet verzekerde me dat het antwoord inderdaad “sterren” moet zijn.
Problemen, dus! Een vriend van me greep een handje zand op een strand en liet de korrels langzaam door zijn vingers glijden. “En nu moet ik geloven dat er méér sterren zijn dan er zandkorrels zijn, op héél de wereld, stranden, duinen en woestijnen inbegrepen?”
Het is me nog niet gelukt mijn oefening tot een goed einde te brengen, maar hier is hoe het er in grote lijnen zou moeten uitzien. Als je van de Aarde naar de hemel kijkt, zijn er in totaal een grootte-orde van 10,000 sterren die we met het blote oog kunnen zien. En denken in orders van grootte zal voor de oefening goed genoeg moeten zijn. Hier gaan we – denk terug aan de euro’s van die vorige post.
We nemen een zandkorrel in onze hand. We leggen er negen bij: tien zandkorrels vormen tien puntjes op de handpalm. Van die puntjes maken we vervolgens hoopjes van 10 korrels elk: 100 zandkorrels. Maak ik me illusies als ik suggereer dat we een handjevol zand krijgen als we elk van die hoopjes geen 10, maar nu 100 korrels groot maken? Dus 1,000 zandkorrels zijn een (klein) handvol zand?
Ik denk dat we dat handje in een redelijke emmer kunnen kappen, en er nog negen handjes bijdoen, en dat de bodem van onze emmer nu wel bedekt zal zijn. Dus: alle zichtbare sterren komen neer op een bodempje zand in een emmer. Nu moet je echter weten dat er in onze melkweg heel veel meer sterren zijn dan de 10,000 die we kunnen zien. Tien keer meer? Gemakkelijk tien keer meer: en als ik tien keer de hoeveelheid zand neem die ik nodig heb om de bodem van een emmer te bedekken, dan zal mijn emmer stilaan vol zijn, zeker?
Maar eigenlijk zijn er nog altijd heel veel meer sterren in onze melkweg dan dat: Als we tien volle emmers zand nemen stellen we daarmee een miljoen sterren voor, en dat blijft een kleine fractie van het totaal aantal sterren in onze melkweg.
Nu krijg ik het moeilijk voor mijn oefening. Als ik die tien emmers zand op tien verschillende plaatsen in een vrachtwagen kap, dan zal ik wel tien hoopjes hebben. Als ik daar negen keer dezelfde hoeveelheid bijdoe – heb ik dan de bodem van mijn vrachtwagen bedekt? Ik heb hier niet langer enig idee van volumes, gewichten en hoeveelheden, dus ik doe maar blind voort, en ik heb nu de tegenwaarde van tien miljoen sterren.
De melkweg is nog lang niet uitgeput, en ik vul mijn vrachtwagen met tien keer de hoeveelheid om de bodem te bedekken, en ik orakel (want in werkelijkheid zit ik hier op bijzonder glad ijs) dat mijn vrachtwagen vol is met 100 miljoen zandkorrels: “sterren”. Dus tien vrachtwagens zijn dan een miljard sterren. En honderd vrachtwagens zijn dan 10 mia sterren, en 100 mia sterren stellen dan 1,000 vrachtwagens zand voor.
Honderd miljard sterren is ook de orde van grootte van het aantal sterren in onze melkweg. Dus de hele melkweg komt neer op duizend vrachtwagens zand? Wat stelt dat voor, duizend vrachtwagens zand? Krijg je daarmee het strand van Blankenberge gevuld? Maar in dat geval kan je toch voor tien melkwegen de badplaatsen van België (we denken in ordes van grootte, niet in exacte aantallen) vullen? En volstaan 100 melkwegen voor de badplaatsen van Frankrijk? Volstaan 1,000 melkwegen met sterren dan niet om alle badplaatsen van Europa, korrel per korrel voor ster per ster, met zand te vullen?
In dat geval moet ik met 10,000 melkwegen genoeg hebben om voor heel Eurazië de kusten van zand te voorzien. Komaan, ik neem genereus aan dat ik er al een orde van grootte naast zit, en ik heb 100,000 melkwegen nodig om de kusten van heel Azië van zand te voorzien. En met een miljoen melkwegen zijn we toch een heel eind weg om Azië zelf te vullen, niet? Hoewel, er zijn nogal veel woestijnen in Azië... Hop! Nog een orde van grootte erbij, ik geef mezelf tien miljoen melkwegen om korrel per ster heel Eurazië met zand te vullen.
Natuurlijk ben ik al lang, sinds de vrachtwagen, elk gevoel voor proportie kwijt. Maar ik weet wel dat een orde van grootte verspringen een groot effect heeft, dat ik het al twéé keer gedaan heb, gewoon voor de veiligheid, en dat ik met mijn tien miljoen melkwegen nog altijd maar een heel kleine fractie heb van het totaal aantal melkwegen in het universum.
Voel je iets komen? Het begint er naar uit te zien dat de sterren de zandkorrels wel eens zwaar zouden kunnen verslaan. Alleen is mijn kennis van sterren en zandkorrels te beperkt om het verhaal werkelijk aan elkaar te laten hangen: het blijven een hoop misschiens en ikdenks en vermoedelijks. Als iemand denkt te kunnen verfijnen, liefst een beetje onderbouwd, laat het weten. Het hele punt is: er zijn naar ik dacht iets van een honderd miljard melkwegen waarvan de mensheid zich bewust is. En ik heb er nog maar tien miljoen van opgebruikt. Ik mag dus nog minstens vier keer op dezelfde manier een orde van grootte verspringen – en aangezien we al voorbij onze horizon zitten, zo durf ik hopen, heeft iedereen stilaan in de gaten dat we daarmee heel, heel grote stukken wereld bedekken.
En dat was het punt.
---------------------------------------------
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/een-paar-nullen-meer-of-minder.html
zondag 26 november 2006
Het dilemma van "openheid" vs. "belangwekkendheid"
Een vriend vertelt me over een site die hij af en toe bezoekt. Het is één of ander informaticaproject, dus ikzelf kan er evenveel gaan doen als op een site over quantumfysica. Wat hij me vertelt is dat mensen die aan de site bijdragen op één of andere manier een kwotering krijgen: er zal een soort establishment bestaan, en dat zal (neem ik aan) zelf dynamisch evolueren in de tijd, en maken dat mensen die geregeld bijdragen zelf ook stijgende of dalende koersen kunnen krijgen.
Bovendien bestaat er een verband tussen de ranking, en de mogelijkheden die iemand heeft op de site. het betreft, dus, informaticatoestanden, dus programmeertalen en -systemen, codes en wat er ook allemaal nog meer bijhoort. Op de hoogste niveau's kunnen de deelnemers bijvoorbeeld wijzigingen aanbrengen in de code, daaronder kunnen ze het minstens suggereren, op veel lagere niveau's maakt je commentaar kans om beoordeeld te worden met de bedoeling dat die op de site verschijnt, enzovoort.
En het resultaat, volgens die vriend, is dat er op die site, voor dat soort onderwerp, heel interessante dingen gebeuren. Natuurlijk moest ik terugdenken aan de onzekerheidsrelatie tussen "openheid" en "belangwekkendheid" die ik op het net al vaak heb geconstateerd. Als de som van "openheid" en "belangwekkendheid" niet groter kan zijn dan een bepaalde constante, dan kunnen "open" sites moeilijk "belangwekkend" worden, en omgekeerd.
Dat is precies wat we te zien krijgen op usenet, en vaak ook op blogs die een zeker niveau bereiken, en daarmee een zekere bekendheid, en vervolgens ondergesneeuwd raken door quasi-spam commentaren.
Natuurlijk, een site voor en door IT-mensen zal het gemakkelijker hebben om het probleem zoals ik het vaak beschrijf te omzeilen. Ten eerste, ze kunnen het zelf programmeren. Ten tweede, er is een veel objectievere maatstaf. Als iemand aan de code prutst, dan werkt het ofwel niet, ofwel een beetje beter, ofwel veel beter, enzovoort. Terwijl een site over filosofie of geschiedenis het veel moeilijker zal hebben om zonder al te veel fouten rankings te maken.
Maar ik was blij te horen dat het concept (a) wel degelijk bestaat en (b) effectief tot een site "waar interessante dingen gebeuren" leidt. Momenteel ben ik me niet bewust van manieren om dit soort blogs op dezelfde leest te schoeien. Maar ik blijf er op hopen.
Bovendien bestaat er een verband tussen de ranking, en de mogelijkheden die iemand heeft op de site. het betreft, dus, informaticatoestanden, dus programmeertalen en -systemen, codes en wat er ook allemaal nog meer bijhoort. Op de hoogste niveau's kunnen de deelnemers bijvoorbeeld wijzigingen aanbrengen in de code, daaronder kunnen ze het minstens suggereren, op veel lagere niveau's maakt je commentaar kans om beoordeeld te worden met de bedoeling dat die op de site verschijnt, enzovoort.
En het resultaat, volgens die vriend, is dat er op die site, voor dat soort onderwerp, heel interessante dingen gebeuren. Natuurlijk moest ik terugdenken aan de onzekerheidsrelatie tussen "openheid" en "belangwekkendheid" die ik op het net al vaak heb geconstateerd. Als de som van "openheid" en "belangwekkendheid" niet groter kan zijn dan een bepaalde constante, dan kunnen "open" sites moeilijk "belangwekkend" worden, en omgekeerd.
Dat is precies wat we te zien krijgen op usenet, en vaak ook op blogs die een zeker niveau bereiken, en daarmee een zekere bekendheid, en vervolgens ondergesneeuwd raken door quasi-spam commentaren.
Natuurlijk, een site voor en door IT-mensen zal het gemakkelijker hebben om het probleem zoals ik het vaak beschrijf te omzeilen. Ten eerste, ze kunnen het zelf programmeren. Ten tweede, er is een veel objectievere maatstaf. Als iemand aan de code prutst, dan werkt het ofwel niet, ofwel een beetje beter, ofwel veel beter, enzovoort. Terwijl een site over filosofie of geschiedenis het veel moeilijker zal hebben om zonder al te veel fouten rankings te maken.
Maar ik was blij te horen dat het concept (a) wel degelijk bestaat en (b) effectief tot een site "waar interessante dingen gebeuren" leidt. Momenteel ben ik me niet bewust van manieren om dit soort blogs op dezelfde leest te schoeien. Maar ik blijf er op hopen.
zaterdag 25 november 2006
Idee voor een cartoon
De (zoveelste) criticus van het Russisch regime is dus in geheimzinnige omstandigheden om het leven gekomen.
Het idee: Poetin die met zijn handen op een grote kraan (indien tekenkundig mogelijk: half dichtgedraaid, of bezig die dicht te draaien) van een nog grotere pijpleiding, met in de tekening verwerkt een kaart die duidelijk maakt dat de pijpleiding gaat van Rusland naar Europa, zegt: "Wij hebben het niet gedaan."
Ikzelf kan absoluut niet tekenen. Het idee is bij deze gratis weggegeven :-)
Het idee: Poetin die met zijn handen op een grote kraan (indien tekenkundig mogelijk: half dichtgedraaid, of bezig die dicht te draaien) van een nog grotere pijpleiding, met in de tekening verwerkt een kaart die duidelijk maakt dat de pijpleiding gaat van Rusland naar Europa, zegt: "Wij hebben het niet gedaan."
Ikzelf kan absoluut niet tekenen. Het idee is bij deze gratis weggegeven :-)
Een dolfijn is geen vis, maar een zoogdier
Rollen:
Nichtje Hannah, vijf jaar, derde kleuterklas.
Nonkel Koen.
Nichtje Hannah: "Kijk eens, nonkel Koen!"
Nonkel Koen: "Ja, Hannah?"
NH: "Hier is een kaart van de hele wereld, met allemaal prentjes van dieren er op."
NK: "Oh, mooi, wat een mooie kleuren!"
NH: "Ja, en hier beneden staan alle dieren nog eens bij elkaar, en ik moet zoeken waar ze wonen."
NK: "Aha, dat is interessant. Kijk, een gorilla, die wonen in Afrika. Kan je de gorilla vinden?"
NH: "Uimmm, uimmmm... Hier!" (wijst een punt midden in Afrika aan.)
NK: "Heel goed!" (Voelt zijn "belerende" kant boven komen) "En hier zie ik een orang oetan. Die leven in Azië. Kan je een orang vinden voor nonkel Koen?"
NH: (laat haar blikken over de kaart glijden, tot ze een heel eind oostelijk van Afrika komt...) "Hier!"
NK: "Héél goed. Dat is inderdaad in Azië! En kijk, een dolfijn! Vind je een dolfijn op de kaart?"
NH: "Hier! In de zee!"
NK: "Precies! In de zee! En dat is eigenlijk heel vreemd, want een dolfijn ziet er wel uit als een vis, maar het is helemaal geen vi-..."
NH: "Nee, dat weet ik, want een dolfijn is een zoogdier!"
Nonkel Koen terug naar af. In zijn tijd speelde de kleuters van vijf jaar met een snottebel aan hun neus met de pottekes.
Noot. Nichtje Hannah heeft een broer, Jeroen. Die deed al eens mee in:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/01/theoloog.html
Nichtje Hannah, vijf jaar, derde kleuterklas.
Nonkel Koen.
Nichtje Hannah: "Kijk eens, nonkel Koen!"
Nonkel Koen: "Ja, Hannah?"
NH: "Hier is een kaart van de hele wereld, met allemaal prentjes van dieren er op."
NK: "Oh, mooi, wat een mooie kleuren!"
NH: "Ja, en hier beneden staan alle dieren nog eens bij elkaar, en ik moet zoeken waar ze wonen."
NK: "Aha, dat is interessant. Kijk, een gorilla, die wonen in Afrika. Kan je de gorilla vinden?"
NH: "Uimmm, uimmmm... Hier!" (wijst een punt midden in Afrika aan.)
NK: "Heel goed!" (Voelt zijn "belerende" kant boven komen) "En hier zie ik een orang oetan. Die leven in Azië. Kan je een orang vinden voor nonkel Koen?"
NH: (laat haar blikken over de kaart glijden, tot ze een heel eind oostelijk van Afrika komt...) "Hier!"
NK: "Héél goed. Dat is inderdaad in Azië! En kijk, een dolfijn! Vind je een dolfijn op de kaart?"
NH: "Hier! In de zee!"
NK: "Precies! In de zee! En dat is eigenlijk heel vreemd, want een dolfijn ziet er wel uit als een vis, maar het is helemaal geen vi-..."
NH: "Nee, dat weet ik, want een dolfijn is een zoogdier!"
Nonkel Koen terug naar af. In zijn tijd speelde de kleuters van vijf jaar met een snottebel aan hun neus met de pottekes.
Noot. Nichtje Hannah heeft een broer, Jeroen. Die deed al eens mee in:
http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/01/theoloog.html
vrijdag 24 november 2006
"Moedige Politici"
Met het oog op de stapels problemen die op ons afkomen hoor ik een merkwaardige lokroep. De problemen in kwestie omvatten de vergrijzing, de financiering van pensioenen en andere tekorten, de gevolgen van de globalizering in het algemeen en de oplopende staatsschuld in het bijzonder, de opwarming van de aarde, en de uitputting van de fossiele brandstoffen. De lokroep die ik hoor - op zich al een vreemd verschijnsel voor november - hoopt dan ook op de verschijning van een zeer vreemde vogel. Wat ik uit diverse hoeken heb weten opklinken, is de roep naar "moedige politici".
Nu denk ik dat deze verzuchting uitdrukking is van dezelfde kortzichtigheid die we nu juist verwijten aan de andere, kennelijk niet zo moedige politici. Eigenlijk denk ik zelfs dat we naar de vreemde vogel in kwestie, de moedige politicus, zullen kunnen fluiten, als je me de woordspeling wil vergeven. Het punt is: in de betekenis waarin de woorden "moedig" en "politicus" hier gebruikt worden, kan de vogel helemaal niet opdagen. Want als hij, in deze betekenis, moedig was, dan was hij geen politicus, en als hij politicus is, dan kan hij niet moedig zijn.
Immers, de "moedige politicus" wordt verondersteld aan de bevolking te zeggen wat de andere politici niet "durven". Dat gaat terug over al die problemen: dat om ze op te lossen offers zullen nodig zijn. Harder werken, en langer werken, en meer belastingen betalen, en meer van dat fraais. Maar de reden waarom de politici dat niet zeggen is niet dat ze dat niet durven zeggen. De reden is doodeenvoudig een voorbeeld van "selectie effect". Dat begint ermee dat een hoop mensen wel degelijk dingen "durven" zeggen waarvan we hopen dat de "moedige politicus" het ook zal durven. Bloggers, bijvoorbeeld. Of commentatoren van bloggers, of schrijvers van lezersbrieven. En daarbij zijn er die wat meer gewicht in de schaal leggen, academici, bijvoorbeeld, of economisten in andere posities: zoals in het bedrijfsleven. Vandaar naar topmanagers is ook maar één stap.
Maar voor al die mensen zou wel eens kunnen gelden dat ze in die positie zijn, omdat ze geen politici zijn. Bijvoorbeeld omdat ze geprobeerd hebben met hun "moedige" uitspraken politicus te worden - en het volgende dat gebeurde was dat ze een andere positie moesten zoeken. Niet verkozen, niet weerhouden binnen de partij, noem maar op. Het "selectie effect" bestaat er in dat je gewoon geen politicus kan zijn, wanneer je in ernst werk gaat maken van de oplossingen van dat soort problemen. Je ziet het principe heel goed aan het werk in Wallonië: ongeacht hoe hard de stank opstijgt uit de beerputten, de mensen blijven stemmen op de partij die de problemen in stand houdt; omdat het alternatief is dat ze moeten gaan werken. De politici die daarentegen zeggen dat dat ook maar duurt zolang niemand de geldkraan dichtdraait, halen 0.20%. In andere woorden: de politici zijn een zorgvuldig geselecteerd kringetje mensen, en wel op het criterium dat ze de problemen niet aanpakken.
Daarom ook vereist het niet zoveel moed om er over te praten wanneer je geen politicus bent: de schrijver van de lezersbrief of het blog hoeft nu eenmaal niet herkozen te worden. Voor de politicus vereist het dan weer geen moed, maar zelfmoordneigingen. En dat laatste maakt dat je niet op de "moedige politicus" hoeft te rekenen. Simpel "selectie effect"; zeer, zeer weinig tijd nadat hij "moedig" is geweest, zal hij geen "politicus" meer zijn.
---------------------------------------------------------------
(1) zie http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/een-marshallplan-voor-walloni.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/dat-marshallplan-altijd-dat.html
Nu denk ik dat deze verzuchting uitdrukking is van dezelfde kortzichtigheid die we nu juist verwijten aan de andere, kennelijk niet zo moedige politici. Eigenlijk denk ik zelfs dat we naar de vreemde vogel in kwestie, de moedige politicus, zullen kunnen fluiten, als je me de woordspeling wil vergeven. Het punt is: in de betekenis waarin de woorden "moedig" en "politicus" hier gebruikt worden, kan de vogel helemaal niet opdagen. Want als hij, in deze betekenis, moedig was, dan was hij geen politicus, en als hij politicus is, dan kan hij niet moedig zijn.
Immers, de "moedige politicus" wordt verondersteld aan de bevolking te zeggen wat de andere politici niet "durven". Dat gaat terug over al die problemen: dat om ze op te lossen offers zullen nodig zijn. Harder werken, en langer werken, en meer belastingen betalen, en meer van dat fraais. Maar de reden waarom de politici dat niet zeggen is niet dat ze dat niet durven zeggen. De reden is doodeenvoudig een voorbeeld van "selectie effect". Dat begint ermee dat een hoop mensen wel degelijk dingen "durven" zeggen waarvan we hopen dat de "moedige politicus" het ook zal durven. Bloggers, bijvoorbeeld. Of commentatoren van bloggers, of schrijvers van lezersbrieven. En daarbij zijn er die wat meer gewicht in de schaal leggen, academici, bijvoorbeeld, of economisten in andere posities: zoals in het bedrijfsleven. Vandaar naar topmanagers is ook maar één stap.
Maar voor al die mensen zou wel eens kunnen gelden dat ze in die positie zijn, omdat ze geen politici zijn. Bijvoorbeeld omdat ze geprobeerd hebben met hun "moedige" uitspraken politicus te worden - en het volgende dat gebeurde was dat ze een andere positie moesten zoeken. Niet verkozen, niet weerhouden binnen de partij, noem maar op. Het "selectie effect" bestaat er in dat je gewoon geen politicus kan zijn, wanneer je in ernst werk gaat maken van de oplossingen van dat soort problemen. Je ziet het principe heel goed aan het werk in Wallonië: ongeacht hoe hard de stank opstijgt uit de beerputten, de mensen blijven stemmen op de partij die de problemen in stand houdt; omdat het alternatief is dat ze moeten gaan werken. De politici die daarentegen zeggen dat dat ook maar duurt zolang niemand de geldkraan dichtdraait, halen 0.20%. In andere woorden: de politici zijn een zorgvuldig geselecteerd kringetje mensen, en wel op het criterium dat ze de problemen niet aanpakken.
Daarom ook vereist het niet zoveel moed om er over te praten wanneer je geen politicus bent: de schrijver van de lezersbrief of het blog hoeft nu eenmaal niet herkozen te worden. Voor de politicus vereist het dan weer geen moed, maar zelfmoordneigingen. En dat laatste maakt dat je niet op de "moedige politicus" hoeft te rekenen. Simpel "selectie effect"; zeer, zeer weinig tijd nadat hij "moedig" is geweest, zal hij geen "politicus" meer zijn.
---------------------------------------------------------------
(1) zie http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/een-marshallplan-voor-walloni.html
EN: http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/dat-marshallplan-altijd-dat.html
donderdag 23 november 2006
De Globalizering en de Industrie
Vroeger, heel lang geleden (zo vertelt Aristoteles ons) had van een standaard bevolking 98% een job in de landbouw. De rest was (wat toen voor) dokter (doorging), of leraar, of politicus, of generaal. Het welvaartsniveau was niet zeer hoog. De levensverwachting bij geboorte kwam in pré-industriële samenlevingen maar heel zelden boven de 30 jaar uit. Vrij vaak heerste er honger. Aristoteles concludeerde dan ook dat er niets aan te doen was, en dat 98% van de bevolking voor eeuwig en drie dagen zou veroordeeld zijn om in de landbouw te leven.
Stel dat je naar een dergelijke samenleving stapt, en hen een spiegel van de toekomst voorhoudt. In 2,006 zullen in de landbouw nog 2% (ipv 98) van de mensen een job vinden. 96% van de jobs in de sector, de facto de enige sector van de economie, zullen verdwijnen! Denk je niet dat ze geschokt zullen zijn, en zich wanhopig zullen afvragen waar ze van zullen moeten leven?
En toch is de reden waarom al die jobs verdwijnen dat de landbouw zo ontzettend productief is geworden, dat het probleem vaak is dat die 2% teveel produceren, zodat de prijzen crashen.
Het gevolg is dat de prijzen van voedsel, door de simpele wet van vraag en aanbod, dalen. Het gevolg was ook dat de samenleving heel andere activiteiten kon dragen. De mensen uit de pré-industriële samenleving kunnen het zich onmogelijk voorstellen, maar al die jobs uit de landbouw zijn vervangen door jobs als (echte) dokters, en bankiers, en een uitgebreid lerarenkorps, en een uitgebreide amusementssctor, en informatica, en communicatie, en jobs in de energiesector, het staal, het glas, en massa’s diensten.
En in lijnrechte tegenstelling tot wat de ontzette bevolking van de landbouwgemeenschap zou denken, is de samenleving veel, en veel, en nog een keer veel rijker geworden, dan toen de werkgelegenheid in de landbouwsector nog zo goed als gegarandeerd was. Mensen in een samenleving waarin velen aan de slag kunnen als leraar of bediende (enzovoort) zijn veel beter af dan mensen van een samenleving die overwegend in de landbouwsector werkt. Tot vandaag kunnen we dat zien in samenlevingen die inderdaad nog steeds grotendeels landbouwsamenlevingen zijn in, zeg, Afrika.
Natuurlijk, de omzetting van de landbouwjobs in “andere” jobs is iets dat wel eerst nog moet gebeuren. En dat is de sleutel tot vragen naar de gevolgen van de globalizering op de industrie. Wij die leven in 2,006 kunnen ons praktisch niet voorstellen waar de welvaart van het jaar 2,100 of 2,200 zal vandaan komen. Zal er een energieproductie bestaan die maakt dat onze energie er even primitief uitziet als de landbouw van de Grieken voor ons lijkt? We weten het niet, en we kunnen het niet weten.
Maar we zouden wel kunnen de verkeerde maatregelen nemen. Er zijn massa’s manieren om de kans te verminderen dat die nieuwe ideeën en technieken inderdaad ontstaan. Als de pré-industriële overheid zijn uiterste best had gedaan om te verhinderen dat de wetenschappelijke, technologische en industriële revolutie zich konden doorzetten, dan zaten we nu wellicht nog in de middeleeuwen.
Niemand kan zeggen wat de nieuwe richting zal zijn. Maar we kunnen wel al een aantal technologieën aanwijzen waarin grote beloftes besloten liggen. Kernenergie. Biotechnologie. Allemaal dingen waarin België overigens ervaring in heeft. Maar ook allemaal dingen waarin overheden, om ideologische en “ethische” redenen probeert het leven zo moeilijk te maken.
Of ze het graag horen of niet; of ze het zelfs maar begrijpen of niet, doet er van geen kanten toe. Het feit blijft onveranderd dat overheden die zich verzetten tegen technologische ontwikkelingen de beste garantie zijn voor de verdere verarming van de samenleving, zoals dat zich zal uitdrukken in onder andere werkloosheid.
En dat verandert niet als ze dat begraven onder lagen rhetoriek over sociaal dit en sociaal dat en “solidariteit” enzovoort. En dat verandert ook niet als ze dat alleen maar luider gaan roepen, en zelfs niet als ze de mensen die daarop wijzen voor “oplichters” uitschelden.
Stel dat je naar een dergelijke samenleving stapt, en hen een spiegel van de toekomst voorhoudt. In 2,006 zullen in de landbouw nog 2% (ipv 98) van de mensen een job vinden. 96% van de jobs in de sector, de facto de enige sector van de economie, zullen verdwijnen! Denk je niet dat ze geschokt zullen zijn, en zich wanhopig zullen afvragen waar ze van zullen moeten leven?
En toch is de reden waarom al die jobs verdwijnen dat de landbouw zo ontzettend productief is geworden, dat het probleem vaak is dat die 2% teveel produceren, zodat de prijzen crashen.
Het gevolg is dat de prijzen van voedsel, door de simpele wet van vraag en aanbod, dalen. Het gevolg was ook dat de samenleving heel andere activiteiten kon dragen. De mensen uit de pré-industriële samenleving kunnen het zich onmogelijk voorstellen, maar al die jobs uit de landbouw zijn vervangen door jobs als (echte) dokters, en bankiers, en een uitgebreid lerarenkorps, en een uitgebreide amusementssctor, en informatica, en communicatie, en jobs in de energiesector, het staal, het glas, en massa’s diensten.
En in lijnrechte tegenstelling tot wat de ontzette bevolking van de landbouwgemeenschap zou denken, is de samenleving veel, en veel, en nog een keer veel rijker geworden, dan toen de werkgelegenheid in de landbouwsector nog zo goed als gegarandeerd was. Mensen in een samenleving waarin velen aan de slag kunnen als leraar of bediende (enzovoort) zijn veel beter af dan mensen van een samenleving die overwegend in de landbouwsector werkt. Tot vandaag kunnen we dat zien in samenlevingen die inderdaad nog steeds grotendeels landbouwsamenlevingen zijn in, zeg, Afrika.
Natuurlijk, de omzetting van de landbouwjobs in “andere” jobs is iets dat wel eerst nog moet gebeuren. En dat is de sleutel tot vragen naar de gevolgen van de globalizering op de industrie. Wij die leven in 2,006 kunnen ons praktisch niet voorstellen waar de welvaart van het jaar 2,100 of 2,200 zal vandaan komen. Zal er een energieproductie bestaan die maakt dat onze energie er even primitief uitziet als de landbouw van de Grieken voor ons lijkt? We weten het niet, en we kunnen het niet weten.
Maar we zouden wel kunnen de verkeerde maatregelen nemen. Er zijn massa’s manieren om de kans te verminderen dat die nieuwe ideeën en technieken inderdaad ontstaan. Als de pré-industriële overheid zijn uiterste best had gedaan om te verhinderen dat de wetenschappelijke, technologische en industriële revolutie zich konden doorzetten, dan zaten we nu wellicht nog in de middeleeuwen.
Niemand kan zeggen wat de nieuwe richting zal zijn. Maar we kunnen wel al een aantal technologieën aanwijzen waarin grote beloftes besloten liggen. Kernenergie. Biotechnologie. Allemaal dingen waarin België overigens ervaring in heeft. Maar ook allemaal dingen waarin overheden, om ideologische en “ethische” redenen probeert het leven zo moeilijk te maken.
Of ze het graag horen of niet; of ze het zelfs maar begrijpen of niet, doet er van geen kanten toe. Het feit blijft onveranderd dat overheden die zich verzetten tegen technologische ontwikkelingen de beste garantie zijn voor de verdere verarming van de samenleving, zoals dat zich zal uitdrukken in onder andere werkloosheid.
En dat verandert niet als ze dat begraven onder lagen rhetoriek over sociaal dit en sociaal dat en “solidariteit” enzovoort. En dat verandert ook niet als ze dat alleen maar luider gaan roepen, en zelfs niet als ze de mensen die daarop wijzen voor “oplichters” uitschelden.
woensdag 22 november 2006
De Koortsthermometer en de beurs
Het is altijd hetzelfde liedje. Telkens er ergens vreselijk bedrijfsnieuws valt, in casu een resem ontslagen (ik heb het natuurlijk over Volkswagen Vorst), stijgt langs alle kanten gejammer op over hoe "tegelijk" de beurskoers stijgt. De perversie van de financiële markt! Het cynisme van het kapitalisme!
Terwijl de simpele realiteit is dat we moeten hopen dat de beurskoers stijgt. Laat me proberen dat te illustreren. Als inleiding is hier nog een ander voorbeeld van "cynisme". Vaak als iemand zwaar ziek wordt zie je de cijfers op de koortsthermometer de pan uitswingen! Ja, van een normale 37 stijgen de koersen al snel naar 38, en wanneer hij zich echt slecht gaat voelen komt er zelfs 39 op het scorebord. Het toppunt van al is dat wanneer de ziekte ernstig, en zelfs levensbedreigend is, we een juichende 40 en een euforische 41 te zien krijgen! Het zijn de cowboys van de geneeskunde, die koortsthermometers!
Een zeer flauwe analogie? Een dwaze karikatuur om de oprechte bezorgdheid van serieuze mensen in het belachelijke te trekken? Neen, integendeel, een zeer preciese analogie, om de vanzelfsprekendheid waarmee mensen hun onbegrip ventileren van wat een beurskoers is aan de kaak te stellen. Want op dit punt krijg je uit de rangen waar dat gejammer opsteeg te horen dat de beurs toch niet met een koortsthemometer te vergelijken valt. En het antwoord is eens te meer: integendeel, een beurs valt heel goed met een koortsthermometer te vergelijken. Al wat je in het oog moet houden is dat beiden alleen maar meters zijn. De enige vraag is dan wat ze meten. In het bijzonder, wat de beurs meet - van de thermometer weten we dat al.
Om te weten wat de beurs meet grijp ik terug naar de post van gisteren (1). Om in een fabriek iets (voorbeeld: auto's) te produceren en die als onderneming te verkopen heb je een hoop kapitaal nodig. Je moet éérst salarissen betalen aan arbeiders en verkopers, en je moet éérst assemblagelijnen neerzetten, en je moet éérst gebouwen kopen of maken. Dat wil zeggen: iemand steekt er geld in, en pas later krijg je (hopelijk) je produkten verkocht. Bovendien is het onzeker ("risico") hoeveel geld daar weer zal uitkomen. Dat alles leidt tot een complexe situatie waarbij mensen er alleen maar hun geld insteken als je mag verwachten dat er meer geld zal uitkomen dan er in gaat, en dat op voldoende snelle basis.
Nu kan je proberen een schatting maken, voor een willekeurige onderneming, wat op verschillende momenten in de toekomst het verschil zal zijn tussen de kosten en de opbrengsten. Je kan je vervolgens inbeelden dat je "100" van één of andere eenheid (bijvoorbeeld: miljoen euro) in die onderneming steekt, en je kan je afvragen hoe je je voelt bij de geschatte vooruitzichten van wat daar terug uit zal komen. Als je denkt dat er slechts 50, of 80, of 100, of zelfs 101 zal uitkomen, dan zal je daar vandaag géén 100 insteken. Het volstaat immers die 100 vandaag op een spaarboekje te zetten, en je zal reeds 102 terugzien binnen een jaar. Maar als de schattingen zijn dat je 120 zal terugzien, of 130 of 150 (enzovoort), dan zou je daar nu met plezier 100 voor betalen.
En wat een beurs doet is niets anders dan dat. Wanneer de toekomstige inkomstenstromen - rekening houdend met het bijhorend risico - er goed uitzien, dan zullen mensen bereid zijn daar vandaag meer voor te betalen, dan wanneer de toekomstige inkomstenstromen er slecht uitzien. (Precies zoals niemand veel zin heeft om werknemers te betalen uit eigen zak, zonder dat daar ooit inkomensstromen voor in de plaats staan.) De koersen stijgen, omdat er op dat niveau meer mensen zijn die willen kopen, dan er willen verkopen. En als we bedenken dat er teveel auto's worden gemaakt, en dat dus de auto's aan prijzen worden verkocht die te laag liggen in vergelijking met de kosten, dan is het normaal dat de beurskoersen dat integendeel reflecteren met lage koersen.
Dat is de reden waarom we niet op schampere toon moeten "wedden" dat de koersen wel "weer" zullen gestegen zijn, maar integendeel heel hard moeten hopen dat die koersen nu gestegen zijn. Want als ze niet zouden stijgen, dan zou dat uitdrukken dat ook na de jongste afslankingen de verwachte inkomstenstromen ondermaats blijven. Bijvoorbeeld omdat er nog altijd te veel auto's zijn, of omdat andere fabriekanten ze veel goedkoper kunnen maken dan wij. En dat, ook, is de reden waarom het precies evenveel zin heeft de huidige crisis te koppelen aan het gedrag van de beurskoersen, als aan de koortsthermometer verwijten dat hij registreert dat de patiënt ziek is.
----------------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/vw-vorst-wat-moeten-we-dan-doen.html
Terwijl de simpele realiteit is dat we moeten hopen dat de beurskoers stijgt. Laat me proberen dat te illustreren. Als inleiding is hier nog een ander voorbeeld van "cynisme". Vaak als iemand zwaar ziek wordt zie je de cijfers op de koortsthermometer de pan uitswingen! Ja, van een normale 37 stijgen de koersen al snel naar 38, en wanneer hij zich echt slecht gaat voelen komt er zelfs 39 op het scorebord. Het toppunt van al is dat wanneer de ziekte ernstig, en zelfs levensbedreigend is, we een juichende 40 en een euforische 41 te zien krijgen! Het zijn de cowboys van de geneeskunde, die koortsthermometers!
Een zeer flauwe analogie? Een dwaze karikatuur om de oprechte bezorgdheid van serieuze mensen in het belachelijke te trekken? Neen, integendeel, een zeer preciese analogie, om de vanzelfsprekendheid waarmee mensen hun onbegrip ventileren van wat een beurskoers is aan de kaak te stellen. Want op dit punt krijg je uit de rangen waar dat gejammer opsteeg te horen dat de beurs toch niet met een koortsthemometer te vergelijken valt. En het antwoord is eens te meer: integendeel, een beurs valt heel goed met een koortsthermometer te vergelijken. Al wat je in het oog moet houden is dat beiden alleen maar meters zijn. De enige vraag is dan wat ze meten. In het bijzonder, wat de beurs meet - van de thermometer weten we dat al.
Om te weten wat de beurs meet grijp ik terug naar de post van gisteren (1). Om in een fabriek iets (voorbeeld: auto's) te produceren en die als onderneming te verkopen heb je een hoop kapitaal nodig. Je moet éérst salarissen betalen aan arbeiders en verkopers, en je moet éérst assemblagelijnen neerzetten, en je moet éérst gebouwen kopen of maken. Dat wil zeggen: iemand steekt er geld in, en pas later krijg je (hopelijk) je produkten verkocht. Bovendien is het onzeker ("risico") hoeveel geld daar weer zal uitkomen. Dat alles leidt tot een complexe situatie waarbij mensen er alleen maar hun geld insteken als je mag verwachten dat er meer geld zal uitkomen dan er in gaat, en dat op voldoende snelle basis.
Nu kan je proberen een schatting maken, voor een willekeurige onderneming, wat op verschillende momenten in de toekomst het verschil zal zijn tussen de kosten en de opbrengsten. Je kan je vervolgens inbeelden dat je "100" van één of andere eenheid (bijvoorbeeld: miljoen euro) in die onderneming steekt, en je kan je afvragen hoe je je voelt bij de geschatte vooruitzichten van wat daar terug uit zal komen. Als je denkt dat er slechts 50, of 80, of 100, of zelfs 101 zal uitkomen, dan zal je daar vandaag géén 100 insteken. Het volstaat immers die 100 vandaag op een spaarboekje te zetten, en je zal reeds 102 terugzien binnen een jaar. Maar als de schattingen zijn dat je 120 zal terugzien, of 130 of 150 (enzovoort), dan zou je daar nu met plezier 100 voor betalen.
En wat een beurs doet is niets anders dan dat. Wanneer de toekomstige inkomstenstromen - rekening houdend met het bijhorend risico - er goed uitzien, dan zullen mensen bereid zijn daar vandaag meer voor te betalen, dan wanneer de toekomstige inkomstenstromen er slecht uitzien. (Precies zoals niemand veel zin heeft om werknemers te betalen uit eigen zak, zonder dat daar ooit inkomensstromen voor in de plaats staan.) De koersen stijgen, omdat er op dat niveau meer mensen zijn die willen kopen, dan er willen verkopen. En als we bedenken dat er teveel auto's worden gemaakt, en dat dus de auto's aan prijzen worden verkocht die te laag liggen in vergelijking met de kosten, dan is het normaal dat de beurskoersen dat integendeel reflecteren met lage koersen.
Dat is de reden waarom we niet op schampere toon moeten "wedden" dat de koersen wel "weer" zullen gestegen zijn, maar integendeel heel hard moeten hopen dat die koersen nu gestegen zijn. Want als ze niet zouden stijgen, dan zou dat uitdrukken dat ook na de jongste afslankingen de verwachte inkomstenstromen ondermaats blijven. Bijvoorbeeld omdat er nog altijd te veel auto's zijn, of omdat andere fabriekanten ze veel goedkoper kunnen maken dan wij. En dat, ook, is de reden waarom het precies evenveel zin heeft de huidige crisis te koppelen aan het gedrag van de beurskoersen, als aan de koortsthermometer verwijten dat hij registreert dat de patiënt ziek is.
----------------------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/vw-vorst-wat-moeten-we-dan-doen.html
dinsdag 21 november 2006
VW Vorst: Wat moeten we dan doen?
Mijn eerste reactie bij het nieuws van Volkswagen Vorst is bedrukt. Mensen verliezen hun job. Natuurlijk, vanuit je rustige avondzetel, net terug van de job die je zelf wel nog hebt is het gemakkelijker bedrukt te zijn dan wanneer het je zelf overkomt. Wanneer je je zelf moet afvragen hoe het nu met de kinderen moet, of het huis, of whatever, de toekomst.
Maar wat kan je doen - een minuut stilte houden? Een kaars branden? Het gevoel van machteloosheid is adembenemend. Want het probleem zit diep, natuurlijk. Het probleem is dat er meer auto’s worden geproduceerd dan er aan kostprijs worden verkocht. En dus maken autofabriekanten verlies. Bij het woord “verlies” moet je je iets concreets voorstellen. Je moet eerst materiaal, staal, en rubber, en glas aankopen: dat kost geld. Je moet installaties hebben: dat kost geld. En je moet je arbeiders maandelijks betalen: dat kost geld. Typisch kan je de resultaten daarvan pas een tijd later verkopen. Je weet dus niet of je minstens al dat geld zal recupereren: “risico”.
En als je het niet recupereert, dan betaal je meer dan je binnenkrijgt. Zoals iedere lezer aan zijn eigen psychologie kan vaststellen is dat iets dat niemand wil doen. Erger is dat niemand het *kan* doen, niet op de langere duur. Want als je lang genoeg meer betaalt dan je binnenkrijgt, dan is op een bepaald moment je geld op, en dan moet je er wel mee ophouden.
Oh, en zeker is er nog de complicatie dat de proletariërs aller landen zich duidelijk hebben verenigd om de zwartepiet naar de proletariërs van andere landen door te schuiven. Dat zou overigens alleen maar grappig zijn als het niet zo hartverscheurend was. En bovendien is het nog altijd zo dat er alleen maar een zwarte piet is omdat er teveel auto’s worden geproduceerd.
En dan is er al snel de roep om protectionisme. Je schermt je markt af van de goedkope buitenlandse producenten. Dat betekent dat je je bevolking verplicht om meer te betalen voor de producten die ze willen, en dat je dat “meer” doorschuift naar de mensen die de producten lokaal maken. Dat is hetzelfde als een belasting heffen en de inkomsten daarvan doorschuiven naar, in dit geval, de arbeiders in de autosector.
Het klinkt goed, maar je moet je iets afvragen. Waarom zouden we niet ook een belasting heffen om daarmee de makers van middeleeuwse kanonskogels werkgelegenheid te bieden? De turfstekers? De wevers? De volders en de spinners? De glasblazers? Je voelt dat zoiets uiteindelijk een recept voor immobilisme is, de Waalse Parti Socialiste is er een ware meester in. Al die voorbeelden vertonen het kenmerk dat ze meer kosten dan ze opbrengen, en de enige manier om ze in stand te houden is ergens een geldstroom af te pakken en naar die activiteiten om te leiden.
En de belastingbetaler die daar niet veel zin in heeft en zijn geld dan maar elders parkeert tot fraudeur uitroepen.
Een tijdje geleden vroeg ik me, “speels, niet zo serieus” af wat we dan moeten doen (1). Het is altijd weer dezelfde uitdaging voor een samenleving. Wat produceer je dat je in ruil kan leveren voor dingen die andere mensen produceren? Auto’s zijn daar al net zo min een antwoord meer op, als middeleeuwse kanonskogels dat zijn. Of we auto’s kunnen vervangen door het rondleiden van Japanners weet ik niet. Maar het is toch een voorbeeld van iets dat we “in principe” kunnen doen, en dat niemand kan copiëren. Alleen Europa heeft Europese middeleeuwse steden...
------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/de-toekomst-van-europa-speels-niet-zo_29.html
Maar wat kan je doen - een minuut stilte houden? Een kaars branden? Het gevoel van machteloosheid is adembenemend. Want het probleem zit diep, natuurlijk. Het probleem is dat er meer auto’s worden geproduceerd dan er aan kostprijs worden verkocht. En dus maken autofabriekanten verlies. Bij het woord “verlies” moet je je iets concreets voorstellen. Je moet eerst materiaal, staal, en rubber, en glas aankopen: dat kost geld. Je moet installaties hebben: dat kost geld. En je moet je arbeiders maandelijks betalen: dat kost geld. Typisch kan je de resultaten daarvan pas een tijd later verkopen. Je weet dus niet of je minstens al dat geld zal recupereren: “risico”.
En als je het niet recupereert, dan betaal je meer dan je binnenkrijgt. Zoals iedere lezer aan zijn eigen psychologie kan vaststellen is dat iets dat niemand wil doen. Erger is dat niemand het *kan* doen, niet op de langere duur. Want als je lang genoeg meer betaalt dan je binnenkrijgt, dan is op een bepaald moment je geld op, en dan moet je er wel mee ophouden.
Oh, en zeker is er nog de complicatie dat de proletariërs aller landen zich duidelijk hebben verenigd om de zwartepiet naar de proletariërs van andere landen door te schuiven. Dat zou overigens alleen maar grappig zijn als het niet zo hartverscheurend was. En bovendien is het nog altijd zo dat er alleen maar een zwarte piet is omdat er teveel auto’s worden geproduceerd.
En dan is er al snel de roep om protectionisme. Je schermt je markt af van de goedkope buitenlandse producenten. Dat betekent dat je je bevolking verplicht om meer te betalen voor de producten die ze willen, en dat je dat “meer” doorschuift naar de mensen die de producten lokaal maken. Dat is hetzelfde als een belasting heffen en de inkomsten daarvan doorschuiven naar, in dit geval, de arbeiders in de autosector.
Het klinkt goed, maar je moet je iets afvragen. Waarom zouden we niet ook een belasting heffen om daarmee de makers van middeleeuwse kanonskogels werkgelegenheid te bieden? De turfstekers? De wevers? De volders en de spinners? De glasblazers? Je voelt dat zoiets uiteindelijk een recept voor immobilisme is, de Waalse Parti Socialiste is er een ware meester in. Al die voorbeelden vertonen het kenmerk dat ze meer kosten dan ze opbrengen, en de enige manier om ze in stand te houden is ergens een geldstroom af te pakken en naar die activiteiten om te leiden.
En de belastingbetaler die daar niet veel zin in heeft en zijn geld dan maar elders parkeert tot fraudeur uitroepen.
Een tijdje geleden vroeg ik me, “speels, niet zo serieus” af wat we dan moeten doen (1). Het is altijd weer dezelfde uitdaging voor een samenleving. Wat produceer je dat je in ruil kan leveren voor dingen die andere mensen produceren? Auto’s zijn daar al net zo min een antwoord meer op, als middeleeuwse kanonskogels dat zijn. Of we auto’s kunnen vervangen door het rondleiden van Japanners weet ik niet. Maar het is toch een voorbeeld van iets dat we “in principe” kunnen doen, en dat niemand kan copiëren. Alleen Europa heeft Europese middeleeuwse steden...
------------------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/10/de-toekomst-van-europa-speels-niet-zo_29.html
maandag 20 november 2006
"It kind of grows on you"
Tot mijn eigen verbazing voel ik me een beetje verweesd, nu de post over de slag bij Plataea (1) de serie over de "Perzische Oorlogen" heeft afgewerkt. "It kind of grows on you", zegt de mooie Engelse uitdrukking. Je begint er aan omdat er in de krant sprake is van een marathon die ergens zal gelopen worden, en jij begint te mijmeren over de naam van de wedstrijd. Daarna besef je dat met die post het verhaal niet af is, en er komt nog een post, en nog één, en voor je het weet zijn de Spartanen je favoriete figuren uit de geschiedenis.
Dat is evenwel pure romantiek. In werkelijkheid waren de Spartanen de producten van een vreselijk soort samenleving. Dus natuurlijk is het wel eens geestig om te vertellen hoe de rest van de wereld al bleek werd als ze alleen maar dachten aan een oorlog tegen de Spartanen, maar we moeten niet vergeten ons af te vragen hoe het komt dat ze daar zo goed in waren. Het antwoord daarop is simpel genoeg: door ervaring. De basis van de cultuur van de Spartanen was de militaire onderdrukking van de onmiddellijk naburige volkering, en af en toe het platleggen van de iets verder liggende volkeren.
Dit gezegd zijnde moet de slinger ook niet te ver in de andere richting gaan. De Spartanen waren niet alleen om een vreselijke samenleving te zijn. De simpele realiteit was nu eenmaal door de eeuwen heen dat het leven geen lachertje was. Als je bedenkt dat de kindersterfte opliep tot de tientallen percenten kan je je al een beetje inbeelden hoe een soort met een affectie voor kinderen als de onze zich zoal moet gevoeld hebben. Ik zal aan de verbeelding van de lezer overlaten zich af te vragen wat hij of zij zou doen in geval van tandpijn in een willekeurig jaar voor, zeg, 1850. Bent u er ook zo één die denkt dat de vooruitgang vandaag toch wel ongehoorde sprongen maakt? Beeld u zich even mee in dat u een operatie moet ondergaan voor, of integendeel na, de tijd sinds de narcose goed werkt?
In dat soort wereld moeten we niet verbaasd zijn als de Spartanen, en alle anderen, zich niet teveel gelegen laten liggen aan het welzijn van hun medemens. Ze zijn daarin niet verschillend van de middeleeuwer die leeft in een wereld van brandstapels en galg en rad, of een indiaan die zijn slachtoffer aan de totempaal bindt. Als rotte tanden en maaginfectie al zoveel pijn doen – wat heb je dan eigenlijk nog nodig als iemand moet gestraft worden?
We kunnen ons uiteindelijk alleen maar gelukkig prijzen dat we leven in een tijdperk, en een streek, waarin dat soort toestanden ons ondenkbaar en minstens barbaars overkomen. En vanaf dan heeft onze geschiedsschrijving iets heel artificiëels: we bewonderen de kathedralen en paleizen die gebouwd zijn op een onderdrukking en uitbuiting om de Marxisten te doen verbleken, en we staan met open mond te kijken op 300 Spartanen die zich tot de laatste man doodvechten om een pas te verdedigen, en daarbij pakweg 100 vijanden per Spartaan meenemen naar het dodenrijk. We leven nu eenmaal niet in die wereld, en dus vertellen we er verhalen over die stijfstaan van de romantiek. Ze konden niet eerder komen want het was geen volle maan; for Christ’s sake! Maar als ze er wel bij waren dan waren ze er ook echt bij. De Perzen bij Plataea konden er van meepraten.
----------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/de-beslissende-slag-plataea.html
Dat is evenwel pure romantiek. In werkelijkheid waren de Spartanen de producten van een vreselijk soort samenleving. Dus natuurlijk is het wel eens geestig om te vertellen hoe de rest van de wereld al bleek werd als ze alleen maar dachten aan een oorlog tegen de Spartanen, maar we moeten niet vergeten ons af te vragen hoe het komt dat ze daar zo goed in waren. Het antwoord daarop is simpel genoeg: door ervaring. De basis van de cultuur van de Spartanen was de militaire onderdrukking van de onmiddellijk naburige volkering, en af en toe het platleggen van de iets verder liggende volkeren.
Dit gezegd zijnde moet de slinger ook niet te ver in de andere richting gaan. De Spartanen waren niet alleen om een vreselijke samenleving te zijn. De simpele realiteit was nu eenmaal door de eeuwen heen dat het leven geen lachertje was. Als je bedenkt dat de kindersterfte opliep tot de tientallen percenten kan je je al een beetje inbeelden hoe een soort met een affectie voor kinderen als de onze zich zoal moet gevoeld hebben. Ik zal aan de verbeelding van de lezer overlaten zich af te vragen wat hij of zij zou doen in geval van tandpijn in een willekeurig jaar voor, zeg, 1850. Bent u er ook zo één die denkt dat de vooruitgang vandaag toch wel ongehoorde sprongen maakt? Beeld u zich even mee in dat u een operatie moet ondergaan voor, of integendeel na, de tijd sinds de narcose goed werkt?
In dat soort wereld moeten we niet verbaasd zijn als de Spartanen, en alle anderen, zich niet teveel gelegen laten liggen aan het welzijn van hun medemens. Ze zijn daarin niet verschillend van de middeleeuwer die leeft in een wereld van brandstapels en galg en rad, of een indiaan die zijn slachtoffer aan de totempaal bindt. Als rotte tanden en maaginfectie al zoveel pijn doen – wat heb je dan eigenlijk nog nodig als iemand moet gestraft worden?
We kunnen ons uiteindelijk alleen maar gelukkig prijzen dat we leven in een tijdperk, en een streek, waarin dat soort toestanden ons ondenkbaar en minstens barbaars overkomen. En vanaf dan heeft onze geschiedsschrijving iets heel artificiëels: we bewonderen de kathedralen en paleizen die gebouwd zijn op een onderdrukking en uitbuiting om de Marxisten te doen verbleken, en we staan met open mond te kijken op 300 Spartanen die zich tot de laatste man doodvechten om een pas te verdedigen, en daarbij pakweg 100 vijanden per Spartaan meenemen naar het dodenrijk. We leven nu eenmaal niet in die wereld, en dus vertellen we er verhalen over die stijfstaan van de romantiek. Ze konden niet eerder komen want het was geen volle maan; for Christ’s sake! Maar als ze er wel bij waren dan waren ze er ook echt bij. De Perzen bij Plataea konden er van meepraten.
----------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/de-beslissende-slag-plataea.html
zondag 19 november 2006
Geschenk
Baby Sarah heeft een prachtig geschenk gekregen. Een grote doos! Er was wel wat werk aan om er eerst een hoop papier af te prutsen, en daarna de doos zelf open te krijgen (hier heeft mama een beetje moeten helpen: eerst papa wegjagen, dan de baby in één hand vasthouden, en met de andere de doos openmaken).
Daarmee was het werk nog niet gedaan. Er moest nog een hoop kleurige rommel op wieltjes uit gehaald worden (je had papa zijn gezicht moeten zien, toen hij merkte dat je door op allerlei knoppen te duwen allerlei simplistische melodieën uit die rommel kon halen), maar daarna was de beloning groot: een schit - te - ren - de doos! Baby Sarah staat paf van de pedagogische kwaliteiten van de huidige speelgoedmakers. Verken maar mee.
Die doos is namelijk heel erg multifunctioneel. Je kan er met je handjes op slaan en er prachtige trommelgeluiden aan ontlokken. Ze kan heel gemakkelijk op haar zij gezet worden, en dan kan je er helemaal in! Er is zelfs plaats om je er in om te draaien, en luid schaterend de doosflappen als deurtjes achter je toe te trekken. Vandaar is het maar een stap om er de bodem uit te stompen, en nu is het nog een tunnel ook.
Baby Sarah kan er geen genoeg van krijgen om van voor naar achter en terug door de nieuw gemaakte tunnel te kruipen, en telkens ze er aan één van de twee kanten uitkomt met haar ouders "piep" te spelen. Tenslotte moeten die er ook en beetje plezier aan hebben, en als het er op aankomt haar ouders wat vertier te bezorgen is baby Sarah altijd van de partij.
En het is nog niet gedaan! De doos is groot en stevig genoeg om je er helemaal aan recht te trekken, en ze is ook nog glad, zodat je er zelfs mee kan leren stappen. En nog zijn de mogelijkheden niet uitgeput. Je kan er met een grote boog je speeltjes in werpen, die dan met zo'n grappig geluid neerploffen. Baby Sarah moet weer heel erg lachen.
Ja, het geschenk is een groot succes. Alleen jammer dat papa een beetje verdrietig naar het kleurig stuk afval op wielen - je weet wel: waar al die primitieve deuntjes uitkomen - zit te kijken. Waarschijnlijk zit hij weer te filosoferen over hoe het kapitalisme toch veel verspilling genereert. Want zeg nu zelf, waarom moeten ze zulke succesvolle speeltjes in 's hemelsnaam opvullen met zoveel tralala?
Daarmee was het werk nog niet gedaan. Er moest nog een hoop kleurige rommel op wieltjes uit gehaald worden (je had papa zijn gezicht moeten zien, toen hij merkte dat je door op allerlei knoppen te duwen allerlei simplistische melodieën uit die rommel kon halen), maar daarna was de beloning groot: een schit - te - ren - de doos! Baby Sarah staat paf van de pedagogische kwaliteiten van de huidige speelgoedmakers. Verken maar mee.
Die doos is namelijk heel erg multifunctioneel. Je kan er met je handjes op slaan en er prachtige trommelgeluiden aan ontlokken. Ze kan heel gemakkelijk op haar zij gezet worden, en dan kan je er helemaal in! Er is zelfs plaats om je er in om te draaien, en luid schaterend de doosflappen als deurtjes achter je toe te trekken. Vandaar is het maar een stap om er de bodem uit te stompen, en nu is het nog een tunnel ook.
Baby Sarah kan er geen genoeg van krijgen om van voor naar achter en terug door de nieuw gemaakte tunnel te kruipen, en telkens ze er aan één van de twee kanten uitkomt met haar ouders "piep" te spelen. Tenslotte moeten die er ook en beetje plezier aan hebben, en als het er op aankomt haar ouders wat vertier te bezorgen is baby Sarah altijd van de partij.
En het is nog niet gedaan! De doos is groot en stevig genoeg om je er helemaal aan recht te trekken, en ze is ook nog glad, zodat je er zelfs mee kan leren stappen. En nog zijn de mogelijkheden niet uitgeput. Je kan er met een grote boog je speeltjes in werpen, die dan met zo'n grappig geluid neerploffen. Baby Sarah moet weer heel erg lachen.
Ja, het geschenk is een groot succes. Alleen jammer dat papa een beetje verdrietig naar het kleurig stuk afval op wielen - je weet wel: waar al die primitieve deuntjes uitkomen - zit te kijken. Waarschijnlijk zit hij weer te filosoferen over hoe het kapitalisme toch veel verspilling genereert. Want zeg nu zelf, waarom moeten ze zulke succesvolle speeltjes in 's hemelsnaam opvullen met zoveel tralala?
Voetje voor voetje...
Nog maar enkele jaren geleden was het erg riskant om in een omgeving van een bepaald soort rechts te zeggen dat de Irak oorlog één van de meest verdwaasde ondernemingen was waar je maar zou kunnen opkomen. Het geloei en gescheld dat opsteeg uit de rangen van dat bepaald soort rechts was bedoeld, en slaagde er vaak in, om kritiek niet zozeer te weerleggen, als wel het zwijgen op te leggen.
(Een verschijnsel dat overigens uitdrukkelijk beschreven wordt door Friedrich Hayek in zijn The road to Serfdom , wanneer hij het heeft over totalitaire regimes.)
En dat alleen al was de reden waarom ik het altijd belangrijk heb gevonden om, for the record, de atmosfeer in te gaan, om precies die dingen te zeggen. Ik denk wel dat ik via Google een paar keer mijn vergelijking met het Paard Van Troje kan terugvinden, varianten op de uitdrukking "meest verdwaasde onderneming", en zeker ook iets als "als je nu een nog stommer beleid zou moeten bedenken dan dat van Bush, dan zou je het niet gemakkelijk hebben". Ikzelf sta hiermee vanaf maart 2,003 uitgebreid in Google.
En al die dingen zouden nu veel minder belangrijk zijn, als we niet telkens weer het genoemde geloei en gescheld hadden gekregen, of zelfs als een hoop doorgaans luciede geesten nu eens gewoon kon toegeven wat iedereen nu echt wel gezien heeft: het was één van de meest verdwaasde ondernemingen uit de wereldgeschiedenis.
Maar dat geloei en gescheld was er nu eenmaal wel, en de gehoopte erkenning blijft vooralsnog uit. En dus blijft het motiverend om lijstjes uitspraken aan te leggen, bijvoorbeeld van wat bepaalde mensen vroeger allemaal uitgekraamd hebben, of ook van wat ze vandaag beweren. Ik ga er, als de lezer het goed vindt, van uit dat de volgende lijst mensen géén hysterische, extreem-linkse, anti-Amerikaanse pseudo-intellectuele weasels zijn.
(Alle quotes uit:
http://www.msnbc.msn.com/id/15773983/ )
Kenneth Adelman:
"The debacle that was Iraq"
"This didn't have to be managed this bad"
En ook nog:
All told, he said, the Bush national security team has proved to be "the most incompetent" of the past half-century. But, he added, "Obviously, the president is ultimately responsible."
Most troubling, he said, are his shattered ideals: "The whole philosophy of using American strength for good in the world, for a foreign policy that is really value-based instead of balanced-power-based, I don't think is disproven by Iraq. But it's certainly discredited."
Newt Gingrich:
"People expect a level of performance they are not getting"
Richard Perle:
"If I had known that the U.S. was going to essentially establish an occupation, then I'd say, 'Let's not do it,' "
(Uim, Richard, kan je een Republikeinse ex-president, vier letters, beginnend met een B, eindigend op H, en in wiens naam ook nog de letters U en S voorkomen, die je precies dat al wist te vertellen, zeg, tien jaar geleden?)
"It was a foolish thing to do."
Joshua Muravchik:
"There's a question to be sorted out: whether the war was a sound idea but very badly executed." (gevolgd door, in zogenaamde 'indirecte rede':) "It may also be, he said, that the mistake was the idea itself -- that Iraq could serve as a democratic beacon for the Middle East."
Ik zal maar de laatste inzichten van Blair laten passeren, ik zal maar niet terugkomen op het licht dat is beginnen schijnen in de schedel van Fukuyama... voetje voor voetje komen we bij het punt dat ik al eerder heb beschreven. Het punt dat je "de vaas ligt in scherven op de grond" (1) kan noemen.
Wat daar belangrijk is, is dat de verantwoordelijken voor de immense schade die ze aan de beschaving "het Westen" hebben toegebracht, vaak proberen zich te verschuilen achter "momenteel is het belangrijkste de schade te beperken", en "welk beleidsvoorstel heb jij in dat perspectief?" Natuurlijk moeten wij de narrenbende die zo op ons heeft lopen loeien en schelden daarmee niet laten wegkomen. We naderen eindelijk, voetje voor voetje, het punt dat we ons inderdaad die vragen kunnen stellen. Maar, merkte ik op in die post, als de vaas in scherven op de grond ligt, en we willen ons afvragen hoe we nu verder moeten, dan is er geen sprake van dat we dat doen onder de "deskundige leiding" van zij die de vaas eerst hebben kapotgesmeten.
"Met die kwispels niet meer" was de uitdrukking. Als de narrenbende werkelijk bezorgd is om de vraag hoe het nu verder moet zouden ze eigenlijk in eerlijke schaamte moeten aftreden. Aangezien dat niet is hoe het systeem werkt, zullen ze moeten ophouden met het gedraai van "het was eigenlijk een goed idee, maar slecht gemanaged". Is het niet vreemd hoe een beleid waarvan zelfs de voorstanders tegenwoordig inzien dat het "de slechtste administratie in een halve eeuw" was, tegelijk toch een briljant beleid zou geconcipiëerd hebben? Ziet het er niet veel waarschijnlijker uit dat we te maken hebben met een bende incompetente narren, die van een drama misbruik maakten om een natte droom te laten uitkomen, zelfs als ze daarbij een oorlog moesten beginnen tegen een Islamland dat niemand had aangevallen, en niemand had bedreigd? En waar alleen maar puur toevallig grote olievoorraden zitten?
Ze zullen, dus (en helaas) niet aftreden. Maar ze willen wel graag dat de wereld nadenkt over hoe het nu verder moet. In dat geval is het minste dat ze zullen moeten doen erkennen dat niet alleen hun uitvoering, maar ook hun idee zelf getuigde van de verdwazing die ze tenslotte zelf ook beginnen in te zien.
En daarmee reflecteren we hun pogingen om anderen mee in het bad te trekken netjes weer terug. Zij hebben de vaas in scherven laten vallen, en zij moeten er nu niet op rekenen de verantwoordelijkheid daarvoor naar een breder front door te schuiven. Eens benieuwd, overigens, hoe groot hun interesse voor de vraag hoe het nu verder moet in deze omstandigheden nog is...
------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/de-vaas-ligt-in-scherven-op-de-grond.html
(Een verschijnsel dat overigens uitdrukkelijk beschreven wordt door Friedrich Hayek in zijn The road to Serfdom , wanneer hij het heeft over totalitaire regimes.)
En dat alleen al was de reden waarom ik het altijd belangrijk heb gevonden om, for the record, de atmosfeer in te gaan, om precies die dingen te zeggen. Ik denk wel dat ik via Google een paar keer mijn vergelijking met het Paard Van Troje kan terugvinden, varianten op de uitdrukking "meest verdwaasde onderneming", en zeker ook iets als "als je nu een nog stommer beleid zou moeten bedenken dan dat van Bush, dan zou je het niet gemakkelijk hebben". Ikzelf sta hiermee vanaf maart 2,003 uitgebreid in Google.
En al die dingen zouden nu veel minder belangrijk zijn, als we niet telkens weer het genoemde geloei en gescheld hadden gekregen, of zelfs als een hoop doorgaans luciede geesten nu eens gewoon kon toegeven wat iedereen nu echt wel gezien heeft: het was één van de meest verdwaasde ondernemingen uit de wereldgeschiedenis.
Maar dat geloei en gescheld was er nu eenmaal wel, en de gehoopte erkenning blijft vooralsnog uit. En dus blijft het motiverend om lijstjes uitspraken aan te leggen, bijvoorbeeld van wat bepaalde mensen vroeger allemaal uitgekraamd hebben, of ook van wat ze vandaag beweren. Ik ga er, als de lezer het goed vindt, van uit dat de volgende lijst mensen géén hysterische, extreem-linkse, anti-Amerikaanse pseudo-intellectuele weasels zijn.
(Alle quotes uit:
http://www.msnbc.msn.com/id/15773983/ )
Kenneth Adelman:
"The debacle that was Iraq"
"This didn't have to be managed this bad"
En ook nog:
All told, he said, the Bush national security team has proved to be "the most incompetent" of the past half-century. But, he added, "Obviously, the president is ultimately responsible."
Most troubling, he said, are his shattered ideals: "The whole philosophy of using American strength for good in the world, for a foreign policy that is really value-based instead of balanced-power-based, I don't think is disproven by Iraq. But it's certainly discredited."
Newt Gingrich:
"People expect a level of performance they are not getting"
Richard Perle:
"If I had known that the U.S. was going to essentially establish an occupation, then I'd say, 'Let's not do it,' "
(Uim, Richard, kan je een Republikeinse ex-president, vier letters, beginnend met een B, eindigend op H, en in wiens naam ook nog de letters U en S voorkomen, die je precies dat al wist te vertellen, zeg, tien jaar geleden?)
"It was a foolish thing to do."
Joshua Muravchik:
"There's a question to be sorted out: whether the war was a sound idea but very badly executed." (gevolgd door, in zogenaamde 'indirecte rede':) "It may also be, he said, that the mistake was the idea itself -- that Iraq could serve as a democratic beacon for the Middle East."
Ik zal maar de laatste inzichten van Blair laten passeren, ik zal maar niet terugkomen op het licht dat is beginnen schijnen in de schedel van Fukuyama... voetje voor voetje komen we bij het punt dat ik al eerder heb beschreven. Het punt dat je "de vaas ligt in scherven op de grond" (1) kan noemen.
Wat daar belangrijk is, is dat de verantwoordelijken voor de immense schade die ze aan de beschaving "het Westen" hebben toegebracht, vaak proberen zich te verschuilen achter "momenteel is het belangrijkste de schade te beperken", en "welk beleidsvoorstel heb jij in dat perspectief?" Natuurlijk moeten wij de narrenbende die zo op ons heeft lopen loeien en schelden daarmee niet laten wegkomen. We naderen eindelijk, voetje voor voetje, het punt dat we ons inderdaad die vragen kunnen stellen. Maar, merkte ik op in die post, als de vaas in scherven op de grond ligt, en we willen ons afvragen hoe we nu verder moeten, dan is er geen sprake van dat we dat doen onder de "deskundige leiding" van zij die de vaas eerst hebben kapotgesmeten.
"Met die kwispels niet meer" was de uitdrukking. Als de narrenbende werkelijk bezorgd is om de vraag hoe het nu verder moet zouden ze eigenlijk in eerlijke schaamte moeten aftreden. Aangezien dat niet is hoe het systeem werkt, zullen ze moeten ophouden met het gedraai van "het was eigenlijk een goed idee, maar slecht gemanaged". Is het niet vreemd hoe een beleid waarvan zelfs de voorstanders tegenwoordig inzien dat het "de slechtste administratie in een halve eeuw" was, tegelijk toch een briljant beleid zou geconcipiëerd hebben? Ziet het er niet veel waarschijnlijker uit dat we te maken hebben met een bende incompetente narren, die van een drama misbruik maakten om een natte droom te laten uitkomen, zelfs als ze daarbij een oorlog moesten beginnen tegen een Islamland dat niemand had aangevallen, en niemand had bedreigd? En waar alleen maar puur toevallig grote olievoorraden zitten?
Ze zullen, dus (en helaas) niet aftreden. Maar ze willen wel graag dat de wereld nadenkt over hoe het nu verder moet. In dat geval is het minste dat ze zullen moeten doen erkennen dat niet alleen hun uitvoering, maar ook hun idee zelf getuigde van de verdwazing die ze tenslotte zelf ook beginnen in te zien.
En daarmee reflecteren we hun pogingen om anderen mee in het bad te trekken netjes weer terug. Zij hebben de vaas in scherven laten vallen, en zij moeten er nu niet op rekenen de verantwoordelijkheid daarvoor naar een breder front door te schuiven. Eens benieuwd, overigens, hoe groot hun interesse voor de vraag hoe het nu verder moet in deze omstandigheden nog is...
------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/de-vaas-ligt-in-scherven-op-de-grond.html
zaterdag 18 november 2006
Blair: "Irak is een ramp"
http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/politics/6160466.stm
Op de opmerking van een journalist dat Irak een ramp was, antwoordde Blair: Dat is zo, maar zie je wat ik zeg aan mensen die vragen waarom het zo moeilijk is? Het is niet moeilijk wegens een verkeerde planning. Het is moeilijk omdat er een bewuste strategie bestaat, om in plaats van het verlangen van de meerderheid naar vrede, de wil van een minderheid tot oorlog op te leggen.
Het artikel zegt ook dat een woordvoerder daar snel probeert van te maken dat Blair "acknowledged the question", maar (dus) helemaal niet toegeeft dat Irak een ramp is.
En dus: neen, beste woordvoerder, wanneer iemand zegt "it has been a disaster", en je antwoordt "it has", dan is dat geen "acknowledging", maar wel bevestiging. En dat is nog veel meer zo wanneer je vervolgens uitlegt waarom het "zo moeilijk", lees: een ramp, is.
Alleen, we weten dat politiekers nooit kunnen toegeven dat het beleid waar ze nog mee bezig zijn "een ramp" is, en dus moeten de dappere tinnen soldaatjes die tot op de dag van vandaag de propaganda blijven volhouden, terwijl Bush en Blair die al lang niet meer zelf volhouden, iets hebben om achter weg te kruipen.
En zie me ze daar nu allemaal zitten beven achter hun vijgeblad: het was alleen maar een "acknowledgment".
Terwijl, nu de veiligheidsdiensten stilaan unaniem zijn in hun oordeel, namelijk dat de oorlog in Irak de gedroomde propagandastunt is voor de terroristen (1), ook het laatste "argument" voor de oorlog is weggeblazen. Dus samen met de WMD's, de bijdrage van Saddam aan 9/11, de "imminente bedreiging" en ik vergeet er nog.
Hoe dan ook, millimeter per millimeter (2) naderen figuurtjes als Blair (3) het punt waar de eerste de beste extreem-linkse anti-globalist ze al jaren staat op te wachten. De invasie van Irak is een ramp. Millimeter per millimeter, ook, naderen ze het punt dat het hele establishment van Bush senior (4) ze zo wanhopig heeft proberen duidelijk te maken: de invasie van Irak is een ramp.
Maar laten we even proberen de "redenering" van Blair serieus te nemen. Het is een ramp, maar dat is niet onze schuld: het is de schuld van de terroristen.
Hey, Tony! Hier is een oefeningetje voor je! Morgen schaf ik alle politiediensten van het VK af, allemaal, tot op de laatste. Van de eerste de beste extreem-linkse anti-globalist tot het Republikeins establishment van de VS vertelt de hele wereld me, zeer gedetailleerd, dat dat een idioot idee is, en dat plunderingen en onveiligheid het gevolg zullen zijn. Ik zet toch mijn zin door, en plunderingen en onveiligheid zijn het gevolg. En ik verklaar: dat is mijn schuld niet, dat is de schuld van de dieven en geweldplegers.
Denk je dat de je fout in de redenering kan terugvinden? Herbekijk je dan nog eens opnieuw wat je de laatste tijd zoal allemaal hebt uitgekraamd?
En denk je dan misschien ook eens na over de schade die je hebt aangericht?
Tony Blair, de poedel van Bush.
Tony Blair, de poedel... van een poedel (5).
---------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/irak-oorlog-versterkt-terroristen.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/een-hl-hl-klein-stapje.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/neo-conservatieven-over-de-irakoorlog.html is eigenlijk ook een mooi voorbeeld
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/redden-wat-er-nog-te-redden-valt.html herhaalt nog eens wat dat establishment tien jaar geleden al zo heel precies wist te voorspellen
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/de-poedel-van-een-poedel.html
De hele quote:
"Mr Blair was challenged by Sir David over the violence in Iraq, saying it had "so far been pretty much of a disaster".
The prime minister replied: "It has, but you see what I say to people is why is it difficult in Iraq?
"It's not difficult because of some accident in planning.
"It's difficult because there's a deliberate strategy - al-Qaeda with Sunni insurgents on one hand, Iranian-backed elements with Shia militias on the other - to create a situation in which the will of the majority for peace is displaced by the will of the minority for war."
Op de opmerking van een journalist dat Irak een ramp was, antwoordde Blair: Dat is zo, maar zie je wat ik zeg aan mensen die vragen waarom het zo moeilijk is? Het is niet moeilijk wegens een verkeerde planning. Het is moeilijk omdat er een bewuste strategie bestaat, om in plaats van het verlangen van de meerderheid naar vrede, de wil van een minderheid tot oorlog op te leggen.
Het artikel zegt ook dat een woordvoerder daar snel probeert van te maken dat Blair "acknowledged the question", maar (dus) helemaal niet toegeeft dat Irak een ramp is.
En dus: neen, beste woordvoerder, wanneer iemand zegt "it has been a disaster", en je antwoordt "it has", dan is dat geen "acknowledging", maar wel bevestiging. En dat is nog veel meer zo wanneer je vervolgens uitlegt waarom het "zo moeilijk", lees: een ramp, is.
Alleen, we weten dat politiekers nooit kunnen toegeven dat het beleid waar ze nog mee bezig zijn "een ramp" is, en dus moeten de dappere tinnen soldaatjes die tot op de dag van vandaag de propaganda blijven volhouden, terwijl Bush en Blair die al lang niet meer zelf volhouden, iets hebben om achter weg te kruipen.
En zie me ze daar nu allemaal zitten beven achter hun vijgeblad: het was alleen maar een "acknowledgment".
Terwijl, nu de veiligheidsdiensten stilaan unaniem zijn in hun oordeel, namelijk dat de oorlog in Irak de gedroomde propagandastunt is voor de terroristen (1), ook het laatste "argument" voor de oorlog is weggeblazen. Dus samen met de WMD's, de bijdrage van Saddam aan 9/11, de "imminente bedreiging" en ik vergeet er nog.
Hoe dan ook, millimeter per millimeter (2) naderen figuurtjes als Blair (3) het punt waar de eerste de beste extreem-linkse anti-globalist ze al jaren staat op te wachten. De invasie van Irak is een ramp. Millimeter per millimeter, ook, naderen ze het punt dat het hele establishment van Bush senior (4) ze zo wanhopig heeft proberen duidelijk te maken: de invasie van Irak is een ramp.
Maar laten we even proberen de "redenering" van Blair serieus te nemen. Het is een ramp, maar dat is niet onze schuld: het is de schuld van de terroristen.
Hey, Tony! Hier is een oefeningetje voor je! Morgen schaf ik alle politiediensten van het VK af, allemaal, tot op de laatste. Van de eerste de beste extreem-linkse anti-globalist tot het Republikeins establishment van de VS vertelt de hele wereld me, zeer gedetailleerd, dat dat een idioot idee is, en dat plunderingen en onveiligheid het gevolg zullen zijn. Ik zet toch mijn zin door, en plunderingen en onveiligheid zijn het gevolg. En ik verklaar: dat is mijn schuld niet, dat is de schuld van de dieven en geweldplegers.
Denk je dat de je fout in de redenering kan terugvinden? Herbekijk je dan nog eens opnieuw wat je de laatste tijd zoal allemaal hebt uitgekraamd?
En denk je dan misschien ook eens na over de schade die je hebt aangericht?
Tony Blair, de poedel van Bush.
Tony Blair, de poedel... van een poedel (5).
---------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/irak-oorlog-versterkt-terroristen.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/05/een-hl-hl-klein-stapje.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/neo-conservatieven-over-de-irakoorlog.html is eigenlijk ook een mooi voorbeeld
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/11/redden-wat-er-nog-te-redden-valt.html herhaalt nog eens wat dat establishment tien jaar geleden al zo heel precies wist te voorspellen
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/07/de-poedel-van-een-poedel.html
De hele quote:
"Mr Blair was challenged by Sir David over the violence in Iraq, saying it had "so far been pretty much of a disaster".
The prime minister replied: "It has, but you see what I say to people is why is it difficult in Iraq?
"It's not difficult because of some accident in planning.
"It's difficult because there's a deliberate strategy - al-Qaeda with Sunni insurgents on one hand, Iranian-backed elements with Shia militias on the other - to create a situation in which the will of the majority for peace is displaced by the will of the minority for war."
vrijdag 17 november 2006
Een paar nullen meer of minder...
Het blog met de zeer toepasselijke naam Errare Humanum est (missen is menselijk) (1) maakt melding van een missing van de krant De Standaard. Die hebben blijkbaar een (of meerdere) biljoen verward met een miljard. Dat gaat zo met vertalingen. "A billion" in het Amerikaans is geen biljoen, maar wel een miljard in het Nederlands.
En blogger Raf is niet zo tevreden over het feit dat de krant de vergissing niet rechtzet. Vinden ze het niet belangrijk genoeg, lijkt hij zich af te vragen. Het ging tenslotte over geld; over de kosten die zouden kunnen samenhangen met klimaatwijzinging. Komen enkele nullen er niet op aan?
Laten we proberen het visueel voor te stellen. Zeg dat een biljet van 1,000 euro één tiende millimeter dik is. Dus, in biljetten van 1,000 euro...
10,000 euro is een millimeter dik,
100,000 euro is een centimeter dik,
1,000,000 euro is een decimeter dik,
(We zitten al aan een miljoen euro, en de stapel is nog altijd een pak kleiner dan ons Sarah, vandaag 77 centimeter.)
10 mio euro is een meter dik,
100 mio euro is tien meter dik,
een miljard euro is honderd meter dik
Dus om een miljard euro in briefjes van 1,000 te stapelen heb je een toren van een honderd meter nodig: bijna de kathedraal van Antwerpen. Wat denk je, zijn we stilaan op het punt waarop enkele nullen meer of minder er niet toe doen? Haha!
10 mia euro is 1 kilometer hoog,
100 mia euro is 10 kilometer hoog,
1,000 mia euro is 100 kilometer hoog.
Kortom, als we praten over het verschil tussen een miljard of een biljoen euro, dan praten we over de Olympische sprint van 100 meter, versus de afstand van Brussel tot de kust.
(Of ruim twee keer de marathon, zoals wakkere lezers van Speels maar Serieus onmiddelijk zullen opmerken: grijns.)
Dus ja, ik denk dat blogger Raf wel een punt heeft, en dat we van een krant die zich als een kwaliteitskrant bestempelt mogen verwachten dat ze het verschil begrijpen tussen een miljard en een biljoen. En een beetje Engels kennen, natuurlijk.
-------------------------------------------
(1) http://www.bloggen.be/raf/
En blogger Raf is niet zo tevreden over het feit dat de krant de vergissing niet rechtzet. Vinden ze het niet belangrijk genoeg, lijkt hij zich af te vragen. Het ging tenslotte over geld; over de kosten die zouden kunnen samenhangen met klimaatwijzinging. Komen enkele nullen er niet op aan?
Laten we proberen het visueel voor te stellen. Zeg dat een biljet van 1,000 euro één tiende millimeter dik is. Dus, in biljetten van 1,000 euro...
10,000 euro is een millimeter dik,
100,000 euro is een centimeter dik,
1,000,000 euro is een decimeter dik,
(We zitten al aan een miljoen euro, en de stapel is nog altijd een pak kleiner dan ons Sarah, vandaag 77 centimeter.)
10 mio euro is een meter dik,
100 mio euro is tien meter dik,
een miljard euro is honderd meter dik
Dus om een miljard euro in briefjes van 1,000 te stapelen heb je een toren van een honderd meter nodig: bijna de kathedraal van Antwerpen. Wat denk je, zijn we stilaan op het punt waarop enkele nullen meer of minder er niet toe doen? Haha!
10 mia euro is 1 kilometer hoog,
100 mia euro is 10 kilometer hoog,
1,000 mia euro is 100 kilometer hoog.
Kortom, als we praten over het verschil tussen een miljard of een biljoen euro, dan praten we over de Olympische sprint van 100 meter, versus de afstand van Brussel tot de kust.
(Of ruim twee keer de marathon, zoals wakkere lezers van Speels maar Serieus onmiddelijk zullen opmerken: grijns.)
Dus ja, ik denk dat blogger Raf wel een punt heeft, en dat we van een krant die zich als een kwaliteitskrant bestempelt mogen verwachten dat ze het verschil begrijpen tussen een miljard en een biljoen. En een beetje Engels kennen, natuurlijk.
-------------------------------------------
(1) http://www.bloggen.be/raf/
donderdag 16 november 2006
Speels maar Serieus gaat over... voetbal?!?
De wandelgangen op het werk zoemen van de commentaren bij de nieuwste wanprestatie van het Belgisch nationaal elftal. En guess what? Het is de schuld van de trainer! OK, er is eigenlijk een tamelijk grote erkenning dat de spelers er zelf ook niet veel van bakken, maar toch... de trainer... enzovoort.
Dit verhaal hoor ik nu al minstens tien jaar (en vijf trainers) lang. Topclubs: idem, amateurs: ditto, caféploegen: meer van hetzelfde. En dat daar iets vreemds mee is heb ik me bedacht toen ik net het omgekeerde zag gebeuren. Het was één van die wedstrijden die België eens heeft kunnen winnen van Nederland (het zal dus minstens tien jaar geleden geweest zijn), maar toch: het was ongelofelijk spannend, het spel golfde de hele tijd op en neer, de nobele Belgische helden creëerden minstens twintig prachtige kansen; de arrogante Hollandse rotjochs creëerden er minstens dertig, en op een bepaald moment rolde er ergens zo'n klein balletje door een klein gaatje, tussen een Hollands been en een doelpaal, meer geluk dan wijsheid zoals niet de eerste keer in de voetbalgeschiedenis zal geweest zijn en, en... 1 - 0! Voor België!
En omdat er door een combinatie van geluk en briljant werk van doelmannen geen andere doelpunten vielen, had België gewonnen.
De trainer was een genie! De doelman deelde mee in de felicitaties en de speler die als laatste dat klein balletje had geraakt kwam ook goed uit het verhaal, maar de trainer was een genie. Terwijl, als dat balletje enkele centimeters naar links of naar rechts was gerold, het alleen maar het zoveelste schot op doel was geweest. Of als er een dergelijk balletje aan de andere kant een beetje was afgeweken, de trainer een idioot was geweest. En toch zag ik, met mijn eigen ogen, een hele natie, enthousiast gesteund door de nochtans gespecializeerde pers, een loepzuivere gelukskwestie transformeren in een prestatie van dezelfde niveau als het werk van Newton en Einstein.
Maar momenteel is het omgekeerd. Als we al tien jaar slecht spelen, zeer slecht, zelfs, en daarbij de trainers wisselen zoals de jaarlijkse val van de bladeren, terwijl er niet eens discussie is over het feit dat het ligt aan de kwaliteit van de spelers - hoe kan het dan al die tijd en op emotionele toon de schuld van de trainer zijn? De evidente waarheid is dat als je verliest, en als de kwaliteit van de spelers slecht is, het dan de schuld van de spelers is. En dus moet je ofwel die wisselen, ofwel erkennen dat je dat niet kan omdat er geen betere zijn, kortom, dat je een zwak team hebt, en dàt is dan de reden waarom je verliest.
Aangekomen op dat punt moeten we beroep doen op de filosofie (hey, je dacht toch niet echt dat Speels maar Serieus zou gaan over voetbal?) van René Girard. Die merkt op dat in zeer uiteenlopende mythen en scheppingsverhalen en religieuze en politieke praktijken een bepaald patroon optreedt. Er breekt één of andere crisis uit, iemand die daar typisch niets mee te maken heeft maar één of ander "high profile" heeft krijgt daarvan de schuld, en de aldus bij meerderheid aangewezen schuldige wordt afgeslacht. Het gevolg van de slachting is dat de sociale lucht weer gezuiverd is, en de crisis kan worden afgewikkeld, en het sociaal leven kan weer doorgaan.
Je kent dat. Er breekt een epidemie uit in de middeleeuwen? De joden hebben het gedaan. Hevige economische crisis in het Duitsland van de jaren dertig? De joden hebben het wéér gedaan. De aanslagen van 11 september? Merk de pogingen op om te zeggen dat de joden het gedaan hebben, waarna Saddam wordt aangepakt. De Westerse welvaartsstaat komt stilaan onder druk? Het is de schuld van de immigranten. De Sovjet economie wil maar niet op gang komen? Begin een reeks "schijnprocessen" tegen contra-revolutionairen. Onnodig te zeggen dat elk van die voorbeelden gepleegd wordt door mensen die perfect in staat zijn het onzinnige van alle andere voorbeelden in te zien, maar hevig opgewonden raken wanneer je hen op hun eigen hallucinaties wijst.
En zoals Girard analyseert aan de hand van een zeer lange reeks mythen, rituelen, historische gebeurtenissen en nog steeds bestaande praktijken: dat patroon zou je bijna een standaard onderdeel uit het menselijk repertoire kunnen noemen. Kortom, het team - een bewezen stel middelmaten - speelt slecht en natuurlijk danken we trainer af.
Dus kunnen we ook proberen de analyse van Girard over het functioneren van het proces over te nemen. De reden waarom het proces zo functioneert, was dat daardoor het bestaande sociale gebeuren kon verdergezet worden. De joden hebben met de middeleeuwse epidemie niets te maken, maar door een zondebok aan te wijzen voelt iedereen zich een stuk beter. Ze hebben ook met de Duitse crisis niets te maken, maar door een zondebok aan te wijzen hebben de mensen het gevoel dat ze een sterk leiderschap kennen. Enzovoort.
Toegepast op het voetbalwereldje raad ik (in werkelijkheid weet ik hier nul komma niets over) dat er een "machtig" establishment bestaat (de mensen uit de bond? Het bestuur van de clubs? Het Belgisch wetgevend kader? Het kan enorm veel zijn, en het kan enorm verspreid zijn zodat niemand werkelijk "het" gedaan heeft), die er door hun inertie, hun onverschilligheid voor alles dat niet de zoveelste uitdrukking van hun eigen belangrijkheid is, en hun incompetentie zelf de oorzaak van zijn dat het Belgische voetbal zich in een zeer diepe put bevindt. Dat establishment moet, om te blijven "functioneren" (lees: blijven zitten op hun stoel en geregeld de rituelen van hun pseudo-belangrijkheid mogen uitvoeren), tegelijk zelf een aanzienlijk deel van het probleem zijn, tegelijk de onvermijdelijke resultaten ondergaan, elke dag (of wedstrijd) opnieuw en tegelijk toch blijven zitten en doorgaan alsof er niets aan de hand is (1).
En hoe zou je die drie nu zelf combineren, als het niet was door voortdurend een nieuw slachtoffer te vinden, dat vervolgens ritueel geslacht wordt, omdat je de hele wereld doet geloven dat het allemaal de schuld van dat slachtoffer is?
----------------------------------------------------------------------------------
(1) cfr http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/de-verenigde-naties-een.html
Dit verhaal hoor ik nu al minstens tien jaar (en vijf trainers) lang. Topclubs: idem, amateurs: ditto, caféploegen: meer van hetzelfde. En dat daar iets vreemds mee is heb ik me bedacht toen ik net het omgekeerde zag gebeuren. Het was één van die wedstrijden die België eens heeft kunnen winnen van Nederland (het zal dus minstens tien jaar geleden geweest zijn), maar toch: het was ongelofelijk spannend, het spel golfde de hele tijd op en neer, de nobele Belgische helden creëerden minstens twintig prachtige kansen; de arrogante Hollandse rotjochs creëerden er minstens dertig, en op een bepaald moment rolde er ergens zo'n klein balletje door een klein gaatje, tussen een Hollands been en een doelpaal, meer geluk dan wijsheid zoals niet de eerste keer in de voetbalgeschiedenis zal geweest zijn en, en... 1 - 0! Voor België!
En omdat er door een combinatie van geluk en briljant werk van doelmannen geen andere doelpunten vielen, had België gewonnen.
De trainer was een genie! De doelman deelde mee in de felicitaties en de speler die als laatste dat klein balletje had geraakt kwam ook goed uit het verhaal, maar de trainer was een genie. Terwijl, als dat balletje enkele centimeters naar links of naar rechts was gerold, het alleen maar het zoveelste schot op doel was geweest. Of als er een dergelijk balletje aan de andere kant een beetje was afgeweken, de trainer een idioot was geweest. En toch zag ik, met mijn eigen ogen, een hele natie, enthousiast gesteund door de nochtans gespecializeerde pers, een loepzuivere gelukskwestie transformeren in een prestatie van dezelfde niveau als het werk van Newton en Einstein.
Maar momenteel is het omgekeerd. Als we al tien jaar slecht spelen, zeer slecht, zelfs, en daarbij de trainers wisselen zoals de jaarlijkse val van de bladeren, terwijl er niet eens discussie is over het feit dat het ligt aan de kwaliteit van de spelers - hoe kan het dan al die tijd en op emotionele toon de schuld van de trainer zijn? De evidente waarheid is dat als je verliest, en als de kwaliteit van de spelers slecht is, het dan de schuld van de spelers is. En dus moet je ofwel die wisselen, ofwel erkennen dat je dat niet kan omdat er geen betere zijn, kortom, dat je een zwak team hebt, en dàt is dan de reden waarom je verliest.
Aangekomen op dat punt moeten we beroep doen op de filosofie (hey, je dacht toch niet echt dat Speels maar Serieus zou gaan over voetbal?) van René Girard. Die merkt op dat in zeer uiteenlopende mythen en scheppingsverhalen en religieuze en politieke praktijken een bepaald patroon optreedt. Er breekt één of andere crisis uit, iemand die daar typisch niets mee te maken heeft maar één of ander "high profile" heeft krijgt daarvan de schuld, en de aldus bij meerderheid aangewezen schuldige wordt afgeslacht. Het gevolg van de slachting is dat de sociale lucht weer gezuiverd is, en de crisis kan worden afgewikkeld, en het sociaal leven kan weer doorgaan.
Je kent dat. Er breekt een epidemie uit in de middeleeuwen? De joden hebben het gedaan. Hevige economische crisis in het Duitsland van de jaren dertig? De joden hebben het wéér gedaan. De aanslagen van 11 september? Merk de pogingen op om te zeggen dat de joden het gedaan hebben, waarna Saddam wordt aangepakt. De Westerse welvaartsstaat komt stilaan onder druk? Het is de schuld van de immigranten. De Sovjet economie wil maar niet op gang komen? Begin een reeks "schijnprocessen" tegen contra-revolutionairen. Onnodig te zeggen dat elk van die voorbeelden gepleegd wordt door mensen die perfect in staat zijn het onzinnige van alle andere voorbeelden in te zien, maar hevig opgewonden raken wanneer je hen op hun eigen hallucinaties wijst.
En zoals Girard analyseert aan de hand van een zeer lange reeks mythen, rituelen, historische gebeurtenissen en nog steeds bestaande praktijken: dat patroon zou je bijna een standaard onderdeel uit het menselijk repertoire kunnen noemen. Kortom, het team - een bewezen stel middelmaten - speelt slecht en natuurlijk danken we trainer af.
Dus kunnen we ook proberen de analyse van Girard over het functioneren van het proces over te nemen. De reden waarom het proces zo functioneert, was dat daardoor het bestaande sociale gebeuren kon verdergezet worden. De joden hebben met de middeleeuwse epidemie niets te maken, maar door een zondebok aan te wijzen voelt iedereen zich een stuk beter. Ze hebben ook met de Duitse crisis niets te maken, maar door een zondebok aan te wijzen hebben de mensen het gevoel dat ze een sterk leiderschap kennen. Enzovoort.
Toegepast op het voetbalwereldje raad ik (in werkelijkheid weet ik hier nul komma niets over) dat er een "machtig" establishment bestaat (de mensen uit de bond? Het bestuur van de clubs? Het Belgisch wetgevend kader? Het kan enorm veel zijn, en het kan enorm verspreid zijn zodat niemand werkelijk "het" gedaan heeft), die er door hun inertie, hun onverschilligheid voor alles dat niet de zoveelste uitdrukking van hun eigen belangrijkheid is, en hun incompetentie zelf de oorzaak van zijn dat het Belgische voetbal zich in een zeer diepe put bevindt. Dat establishment moet, om te blijven "functioneren" (lees: blijven zitten op hun stoel en geregeld de rituelen van hun pseudo-belangrijkheid mogen uitvoeren), tegelijk zelf een aanzienlijk deel van het probleem zijn, tegelijk de onvermijdelijke resultaten ondergaan, elke dag (of wedstrijd) opnieuw en tegelijk toch blijven zitten en doorgaan alsof er niets aan de hand is (1).
En hoe zou je die drie nu zelf combineren, als het niet was door voortdurend een nieuw slachtoffer te vinden, dat vervolgens ritueel geslacht wordt, omdat je de hele wereld doet geloven dat het allemaal de schuld van dat slachtoffer is?
----------------------------------------------------------------------------------
(1) cfr http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/de-verenigde-naties-een.html
Abonneren op:
Posts (Atom)