vrijdag 9 juni 2006

Toynbee over verval: Een verlies van harmonie

Eenmaal we ons hebben afgevraagd welke karakteristieken we kunnen verwachten bij het schouwspel van een opkomende, groeiende en bloeiende beschaving (1), ligt het voor de hand om ook op zoek te gaan naar typische symptomen van een decadente beschaving; een beschaving in verval. En daarbij hebben we het nu even niet over bedenksels in de vorm van “al datgene waarmee uitgerekend mijn vooroordelen problemen hebben zijn symptomen van verval”. Het gaat nog steeds om wat iemand als Toynbee, die een enorme historische kennis koppelt aan het feit hard over deze vragen te hebben nagedacht, daarover dacht.

Als de beschaving in bloei de uitdrukking is van een zeker elan, een zeker ritme waarmee ze zich in een bepaalde richting begeven, dan moet een beschaving in verval op één of andere manier dat ritme weer kwijtraken. Dat kwijtraken drukt Toynbee uit in de manier waarop de beschaving omgaat met het voortdurende patroon van uitdaging – reactie die de geschiedenis is. De beschaving in bloei reageert op dat patroon door de uitdaging aan te nemen, de problemen op te lossen, en over te gaan naar een volgend stadium. De beschaving in verval slaagt er daarentegen niet in de uitdaging op een fundamentele manier op te lossen, probeert één of ander lapmiddel, en krijgt prompt, in plaats van in een nieuw stadium terecht te komen, dezelfde uitdaging op een andere manier op zijn bord. En weer vindt zij geen afdoende antwoord, en weer dient hetzelfde probleem zich aan, en het resultaat is niet langer een ritme en een elan, maar stagnatie.

Nu wordt vaak beweerd dat Toynbee deze processen zag als een gedetermineerd patroon, waarbij je maar moet onderzoeken in welk stadium van zijn leven een beschaving zich bevond, en je kon afleiden wat er nu ging gebeuren. Ik denk dat die beweringen afkomstig zijn van mensen die Toynbee niet hebben gelezen, en gewoon van elkaar afschrijven (2). In werkelijkheid zoekt Toynbee de oorzaak van respectievelijk bloei en verval in de leidinggevende individuen van de beschaving. Zolang politieke, intellectuele, artistieke en spirituele leiders er in slagen hun bevolking – en de volkeren rondom – tot de juiste richting te inspireren, zijn zij de dragers van een bloeiperiode. En wanneer die leiders daar niet in slagen – dan zullen zij wel beweren dat het allemaal de schuld is van de goden, de barbaren, het kapitalisme of de maan, maar dat maakt het natuurlijk nog niet waar.

Op dat moment herkent Toynbee de beschaving in verval aan een interessant symptoom. Wat ooit een inspirerende elite was transformeert zich in een “dominante minderheid”. De elite is niet langer aan de macht bij de gratie van haar prestaties, maar gewoon uit een soort inertie: ze hebben de teugels in handen, ze hebben eigenlijk niets te vertellen, maar hun overheersing wordt opgelegd. In antwoord op de zoveelste uitdaging die hun beschaving confronteert is er niets anders dan de vaststelling dat ze niet langer de toon aangeven, maar eenvoudig de pedalen kwijt zijn. Daarmee vervreemdt ze zowel de eigen bevolking als de volkeren van andere culturen van zichzelf. De eigen bevolking transformeert zich van een instrument op weg naar vooruitgang in een “intern proletariaat”, dat zich niet langer veel gelegen laat liggen aan de waarden van de “dominante minderheid”. En de volkeren rondom transformeren van een potentiële markt voor de bewonderde producten en ideeën tot een vijandige massa, die niet zozeer probeert een eigen hoogstaande cultuur te verdedigen – want die is er vaak al lang niet meer – als wel uitdrukking geeft aan een puur negatieve reactie. Ik herinner er nog even aan: al die dingen zijn bedacht en geschreven voor, en rond, het midden van de twintigste eeuw.

En die vijandigheid van hun buren is, zoals gezegd, iets waarvan de beschaving de oorzaak niet telkens weer bij de anderen moet zoeken, in het bijzonder bij de vreemde volkeren die zo hevig reageren, maar wel bij de leidinggevende elite van de beschaving die haar pedalen kwijt is. De problemen ontstaan omdat de elite haar inspirerende kracht kwijt is, omdat de interne en externe harmonie waartoe die kracht aanleiding gaf verloren gaat, en de hele onderneming die een beschaving is in verschillende delen opsplitst. En bij dat schisma, of wellicht zelfs die reeksen schisma’s, liggen de werkelijke oorzaken van de beschaving die in moeilijkheden komt. Hoe hard ze ons ook proberen te vertellen dat het eigenlijk allemaal de schuld van de anderen is...

-----------------------------------------

(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/06/een-bloeiende-beschaving.html
(2) Zie bijvoorbeeld Fukuyama, The End of History, hoofdstuk 5

Geen opmerkingen: