woensdag 11 januari 2012

Het begon in een centraal verwarmde keuken...

Deze post begint heel onschuldig, wanneer papa voor 07.00 uur 's morgens probeert het huis uit te sluipen. Mama heeft woensdag verlof, kwestie van de kindjes, de boodschappen, je weet wel... en papa probeert extra vroeg op het werk te zijn. Maar kijk, daar staat ineens scholier Sarah ook beneden, en dat is altijd een zalig moment, dat heerlijk uitgeslapen kindje dat dan toch een boterhammetje en een bekertje warme melk krijgt en zo'n beetje zit te vertellen. Daarna rijdt papa toch weg en door het raam ziet hij zijn dochtertje zitten, helemaal in haar eentje in die grote keuken... Natuurlijk heeft papa gezegd dat ze na haar bekertje melk nog even bij mama onder de dons mag: altijd een feest voor kleine dochtertjes, en omdat de kindjes toch naar school moeten mag scholier Sarah stilaan mama wel wakker maken. Maar toch, ze zit daar zo alleen en het lijkt zo donker en koud...

's Avonds ziet dat er allemaal uit als het valse sentiment van de rotverwende burger in zijn door warme maaltijden en centrale verwarming beheerste wereldje. Je moet weten dat Michael Jones' boek Stalingrad (1) me zo goed was bevallen dat ik intussen (leve Kindle!) zijn The Retreat, Hitlers First Defeat (2009) aan het lezen ben. Die "first defeat" speelde zich af voor de poorten van Moskou, in de winter van 1941, dus goed een half jaar nadat Operatie Barbarossa van start was gegaan. De temperaturen waren gezakt tot 35 en zelfs 40 onder nul, en de superieure Duitse bewapening bevroor tegen de grond. Minstens zo erg was dat Stalin had ingezien dat er grotere militaire lichten dan hijzelf te vinden waren, daar in dat enorme Rusland, en dus voerde nu Maarschalk Zhoekov het bevel over de verdediging.

En Zhoekov wachtte keurig netjes (in werkelijkheid was het natuurlijk al een even grote chaos als overal elders aan dat Oostfront) tot het laatste Duitse offensief was uitgeput om juist op het moment dat de golf vanzelf moest terugvallen een enorm tegenoffensief te beginnen. En dat bezorgde de Duitse Wehrmacht een pandoering van waarlijk historische proporties, alleen... Nauwelijks een kat die het nog weet: Stalingrad, weet je nog wel (2)? Hoe dan ook, je leest dus alweer die scènes die het Oostfront beroemd hebben gemaakt, of beter gezegd, berucht, en eens te meer "schieten woorden tekort".

Deze keer staan er heel veel persoonlijke indrukken en herinneringen in, van soldaten van beide kampen. En zo volg je een tijdje een Russische officier, die al een tijdje de vreselijke nederlagen van de zomer en de herfst ondergaat, en dan tot zijn eigen verbazing in het offensief gaat. En temidden van de horror treft hij de lichamen van een moeder en haar kind aan, samen met een kapotgeschoten mand en in de sneeuw verspreide aardappelen, en hij ziet de scène voor zich, de wanhoop in de vrieskou met hongerende kleintjes zo groot dat ze toch maar door het gevecht op zoek naar aardappelen is gegaan... En zou ze nog bij het vallen in de sneeuw in haar laatste ogenblikken gedacht hebben aan de kindjes die het niet alleen zonder aardappelen maar ook zonder mama zouden moeten stellen? Daar bij die 35 graden onder nul en met de terugtrekkende Duitsers die alle huizen afbrandden?

Te tranerig? Te melodramatisch en sentimenteel? Maar het is toch gebeurd - en op grote schaal? En het verhaal heeft, mèt de tranerigheid, ook een functie. Want onze officier, die de scène met de dode moeder niet in zijn luie zetel heeft gelezen, maar haar in de vrieskou met haar dode kind heeft zien liggen - die vertelt verder in het boek hoe hij een loopgracht vol Duitse verdedigers inspringt: allemaal dood, op één zwaargewonde na, die iets probeerde te zeggen, die vermoedelijk probeerde zich over te geven, en hoe hij een laaiende woede en een haat voelde, een hààt tegen die vreemde invallers die zulke dingen hadden gedaan: en hoe dat zich overgeven niet is doorgegaan.

Zo is heel dat verhaal een deel van het antwoord op dat grote mysterie, hoe Russische soldaten er in geslaagd zijn zich tegen zulke overmacht in te graven, en niet op te geven, maar integendeel te blijven doorgaan, tot ver, ver voorbij het punt waarop ongeveer iedereen het al lang had opgegeven. Die laaiende woede, die verblindende haat, die had gemaakt dat ook onze officier had gezworen, werkelijk gezworen bij alles wat hem dierbaar was en zijn zielezaligheid erbij, dat hij er nog zoveel mogelijk zou meenemen naar zijn eigen graf.

En 70 jaar later rijdt papa weg in zijn autootje, keurig op weg naar het werk, en kijkt naar zijn dochtertje, helemaal alleen in die keuken. En dat zou zonder meer pathetisch zijn, tenzij dan, heel misschien, omdat het toch een heel klein beetje tot leven brengt wat sommige mensen ook werkelijk hebben doorstaan

-----------------------------------
(1) http://www.speelsmaarserieus.blogspot.com/2011/12/michael-jones-stalingrad-how-red-army.html
(2) Mocht je nieuwsgierig worden, de hele serie url's staat beneden aan de eerste post van de serie:
http://www.speelsmaarserieus.blogspot.com/2010/06/aan-de-oevers-van-de-volga-lag-een.html

1 opmerking:

Libertariër zei

Inderdaad erg aangrijpend en helaas levensecht drama. Maar Koen, laat ik je eens een uitdagende stelling voorleggen. Stel nu dat zonder overheden, de mensheid in een permanente "oorlog van allen tegen allen" zou verkeren, zoals sommigen beweren. Er zijn uiteraard wel vele, tijdelijke oorlogen geweest. Zijn die oorlogen, inclusief WOI en WOII, dan niet gewoon de prijs voor het leven in het toch relatief veilige staatsverband?