Posts tonen met het label de kleuters Sarah en Thomas en peuter Simon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de kleuters Sarah en Thomas en peuter Simon. Alle posts tonen

donderdag 28 juli 2011

Kleuter Sarah speelt Mastermind

Je weet wel: je hebt acht kleuren en je kan er daarvan vier in een willekeurige volgorde zetten. Je tegenspeler moet dan zo snel mogelijk raden welke kleuren op welke plaats staan. De eerste beurt zet je vier kleuren willekeurig. Je krijgt dan een score die je vertelt hoeveel van je kleuren inderdaad in de verborgen code staan, plus hoeveel er daarvan al op de juiste plaats staan. Vervolgens probeer je opnieuw, en weer krijg je een score. In onze versie moet je binnen de negen beurten de juiste oplossing gevonden hebben.

Voor een kleuter is dat allemaal veel te moeilijk. We nemen drie kleuren en daarvan doen er twee mee. Dat geeft zes mogelijkheden: als elk cijfer een kleur voorstelt zijn dat (1,2), (1,3), (2,1), (2,3), (3,1) en (3,2). Kleuter Sarah probeert. Haar voornaamste criterium is welke de mooiste combinatie is. Ze voelt vaag, zeer vaag, op basis van het Latijn dat haar papa de hele tijd (s)preekt, dat er meer in zit, maar ze weet niet wat. Ze probeert blauw en geel, en krijgt als score dat één van de twee meedoet maar niet op de juiste plaats staat.
"Dan kan blauw niet meer mee doen" verklaart ze, terwijl ze vragend naar papa kijkt. Ze heeft mij iets dergelijks horen zeggen en voelt dat ze daarmee op de juiste weg zit, maar ze heeft geen flauw idee waar het over gaat. Ze praat toverformules na, maar zonder inzicht.

En toch. De eerste stap is alvast iets dat ik niet verwacht had. Na een drietal keer kan ze perfect mijn eigen pogingen scoren. In dat geval doen alle acht kleuren mee en in de vier verschillende posities, en al heel snel maakt ze nauwelijks fouten. Het blijkt, terzijde, voor papa een hele uitdaging om er iets van terecht te brengen: zuivere logica en dat "in één oogopslag" inzicht dat andere mensen hebben nemen bij mij de vorm aan van dichte mist. Een onmiskenbaar teken van een groot gebrek aan talent: that's life.

Maar ik ben een leertype. Trial and error vertelt me dat het beter is zo snel mogelijk alle kleuren een paar keer te proberen dan onmiddellijk beginnen raden wat er al in zit en jezelf in doodlopende straten vast te rijden. Kleuter Sarah scoort het allemaal, vol enthousiasme supporterend voor haar papa die zo'n goede vorderingen maakt. Ze gaf me zelfs een stevige knuffel toen het me in vijf beurten lukte. Je moet wat geluk hebben; de eerste beurt was er maar één goed, en dan kan je heel snel beginnen elimineren. Kleuter Sarah is er zelf dolblij mee: "papa, al zo vlug!"

Maar langzaam klaart het op. De verbanden, als je er eens bij stilstaat, zitten behoorlijk complex in elkaar. "Er zijn drie kleuren en van de combinatie roze-geel doet er maar één mee. Je weet niet welke van de twee dat is, maar je weet wel...?"

Ze heeft het door. Het is op het randje, en ze ziet het nog vaak niet als het onder haar neus ligt, maar ze kan het. Langzaam begint zich een inzicht te vormen in de combinatie van puur redeneren en combinatie-redeneren (ik geef er maar zelf een naam aan; ik twijfel er niet aan dat er een officiële naam bestaat). Als je rood probeert in de ene positie, en daarna in de andere positie, en je krijgt geen van beide keren een signaal dat er een kleur goed zit, dan kan je puur beredeneren dat rood niet mee doet. Maar van de combinatie rood-geel waarvan er maar één goed is kan je geel alleen maar conditioneel elimineren als je rood probeert; want met groen in plaats van rood doet geel misschien weer wel mee...

Dat is iets dat zich nog voorbij het inzicht van kleuter Sarah bevindt. Maar niet ver; niet heel ver. Ze bouwt het geleidelijk op, zoals haar papa. Het is geen puur inzicht in relaties, het moet in heel kleine stapjes bij elkaar gepuzzeld worden. Als je het één keer gezien hebt heb je het ook begrepen, zo goed alsof je het kon beredeneren, en het gedraagt zich ook zo. Als bouwsteen voor een complexere keten, die je nu één stap verder ook weer in één oogopslag doorziet, enzovoort. Aan het einde van dat leerproces glijden je handen en ogen langs al die knoppen alsof je het Derde Pianoconcerto van Rachmaninov speelt: kan het simpeler? Maar bij mensen zoals wij lijkt het alleen maar vanzelf te gaan, maar in werkelijkheid hebben we ook de kleinste stappen moeten veroveren.

Kleuter Sarah speelt Mastermind. Het heeft iets ongelofelijks te zien hoe dat proces van verovering zich afspeelt. Tegelijk langzaam en snel. Gisteren nog de gekste redeneerfouten, vandaag zet ze in de simpelste variant netjes de juiste code neer in maximaal drie stappen. En moet ze heel hard lachen. "Ik vind roze en geel de mooiste kleuren!" zegt ze tevreden. Het essentiële scheiden van het bijkomstige; het lijkt zo gemakkelijk, maar we moeten het veroveren, kleur per kleur.

dinsdag 12 juli 2011

Over zwavelstokjes en paardenmolens.

Bij ons bezoek aan de Efteling dit weekend moest ik de hele tijd terugdenken aan vorig jaar: toen ik zo vreselijk verkouden rondliep. Deze keer ging het veel beter, gezond als een vis, opnieuw met mijn broer en zijn eigen kindjes van dezelfde leeftijd als die van ons, en ideaal weer in termen van niet te warm en niet te koud...

Maar ik moest dus de hele tijd terugdenken aan vorig jaar, toen ik mijn verkoudheid kon gebruiken als reden waarom ik toch zo liep te snotteren nadat we naar Het Meisje met de Zwavelstokjes waren gaan kijken:

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2010/05/het-meisje-met-de-zwavelstokjes.html

Goed beseffend ik dit jaar niet van die smoes zou gebruik kunnen maken stapte ik het huisje binnen waar het verhaal zich afspeelde, vastberaden om het deze keer als een man te ondergaan. Een hele tijd ging alles goed, maar aan het einde, toen dat laatste stokje toch weer opgebrand raakte, en de lang gestorven grootmoeder toch weer uit de nevelen opdoemde en het bevriezende kind in haar armen meevoerde...

Wil je geloven dat ik wéér heel erg last kreeg van die verkoudheid van vorig jaar? Kan je je inbeelden dat ik er zelfs last van krijg terwijl ik het hier zit te typen?

"Vorig jaar was het van mijn verkoudheid" vertelde ik ook mijn schoonzus toen ik weer naar buiten kwam, "maar dit jaar..."
"... komt het van het slenteren" viel ze meteen in. Ach ja, ze had het tafereeltje ook gezien en ze heeft ook kleine meisjes, en ze had ook al bijzonder veel geslenterd, die dag, dus ze wist direct wat ze moest zeggen.

Een vrolijker moment deed zich voor aan de grote paardenmolen. Terwijl de volwassenen zich vermoeid van de wandeling op een terrasje uitstrekten klampte peuter Simon zich vast aan de tralies rond de draaimolen, en hoe langer de molen bleef draaien, hoe heviger peuter Simon op en neer sprong. Al snel, denk ik, kreeg het halve park medelijden met de kleine uk die zo duidelijk graag op de draaimolen wou, en er was niemand die hem pakte. En toen begon de draaimolen te vertragen, en peuter Simon die niet van gisteren is begon toen pas goed op en neer te springen. Het was nu of nooit! Peuter Simon moest dringend zien op de één of andere manier op die molen te raken! Straks vertrok dat ding wéér zonder hem! (Zeker als je bedenkt dat hij eerder op de dag al eens manu militari van een vertrekkensklaar treintje was afgeplukt, waar hij helemaal in zijn eentje, en zonder dat iemand het gemerkt had ("loop jij in die richting, dan proberen wij langs daar en langs daar...!") was opgekropen en waar hij braaf zat te wachten tot het vertrok.)

Papa stond op en begaf zich naar de peuter.
"Simon ook op de paardjes?"
"Jààà jàààà jààààà....!"

Even later zaten papa en peuter Simon broederlijk naast elkaar in een schommelende koets. Peuter Simon beseft nog niet dat de wereld van de zwavelstokjes minder ver af is dan we zo graag willen denken. Het universum draaide onverstoorbaar om ons heen.

woensdag 29 juni 2011

Kleuter Thomas is vier jaar oud!

De zeer aandachtige waarnemer zal misschien zien dat de datum één dag fout zit: de verjaardag van de kleuter viel samen met een wolkbreuk boven Mechelen om te doen denken dat de zondvloed was uitgebroken. Maar het belangrijkste was: de bui liet lang genoeg op zich wachten om perfect de verjaardagspannenkoeken te laten passeren, gevolgd door het uitpakken van Het Groot Pak dat al verscheidene dagen geheimzinnig stond te knipogen.

Het pak bevatte een prachtige knikkerbaan, die weliswaar met wat hulp in mekaar moest gezet worden, en toen kon kleuter Thomas plechtig de eerste knikker laten rollen, gevolgd door vijf andere, en toen nog eens, en toen kleuter Sarah, en toen stootte peuter Simon het hele geval tegen de vlakte en wij kregen al een voorproefje van de waterige toestand die ons te wachten stond.

En toen gingen de ukkepukken hun bed in, en konden mama en papa hun krachten wijden aan ondergelopen kelders, ingestorte riolen en grondverzakkingen, en om 12.00 uur kon iedereen moe maar tevreden naar bed, en toen was peuter Simon wakker om 05.50 en wilde niet meer slapen...

Maar iets zegt me dat je dat deel van het verhaal hier al eerder hebt moeten lezen.

Maar hey, kleuter Thomas, mocht je dit zoveel jaar later in de toekomst ooit eens lezen, vergeet al dat gezeur en weet dat we je uit de grond van ons hart een daverende vierde verjaardag hebben toegewenst. Onze levensblije, goedlachse kleuter, die nu al zo flink kan praten en nu al heel veel handiger is dan zijn papa: dat er nog vele, vele mooie decennia mogen volgen.

maandag 13 juni 2011

Sprint

Ons huis ligt naast een straat die een stuk hoger ligt dan een beek, op zijn beurt een onderdeel van het systeem van de Leuvense vaart, die parallel met de straat loopt, zeg op 150 meter afstand van het voetpad.

Het gevolg is dat onze achterdeur niet rechtstreeks in de tuin uitkomt, maar dat je eerst een trapje moet nemen. En dat dat trapje bereik je op zijn beurt niet door gewoon de deur uit te wandelen, maar pas nadat je eerst langs de breedte van het huis over een "terras" (het is te smal om de naam waardig te zijn) hebt gewandeld.

Om op de meest zonnige plaats van de tuin te zitten moet je een dertig meter vanaf het einde van de trap de tuin inlopen: en dat is precies wat we meestal doen, en dat is ook wat we gisteren in die zonnige voormiddag gedaan hadden. Dus papa zit met zijn gezicht in de zon en ziet ineens, vertederd glimlachend, tussen zijn half toegeknepen ogen en de bladeren van enkele bomen en struiken de gele bloes van peuter Simon in de deuropening verschijnen. De volgende zeer kleine fractie van een seconde later ziet papa door wijd opengesperde ogen dat peuter Simon niet normaal rechtop staat, maar blij lachend op zijn loopautootje zit, waarmee hij aan ongelofelijke snelheden ongelofelijke afstanden kan afleggen.

En aan het einde van het stukje "terras" ligt de trap van een tiental treden, en daaronder liggen de harde kiezels van een stuk oprit.

Ah, dus zo voelt dat wanneer je net op de Olympische Spelen de gouden medaille van de 100 meter sprint hebt gewonnen.

zondag 22 mei 2011

Weinig bloggerij

"Oei, zeker weer veel slaapgebrek, de laatste tijd?" vroeg een familielid dat af en toe het blog volgt me op het communiefeest. Wel, neen, eigenlijk niet. Ik heb inderdaad helemaal geen zin om te bloggen, de laatste tijd. Dat ligt echter aan een combinatie van heel andere factoren. De zwakste is dat ik de laatste weken weer een beetje loop te spelen in de tuinen van usenet waar ik het "denken" van de creationisten aftast. Ik geef toe dat het voor een stuk immatuur gedrag is, maar er zit ook een educatieve kant aan vast. De uitdaging is ondanks alles kalm te blijven, èn een zekere vooruitgang te boeken in de inhoud van de discussie. Ik erken dat ik daar helemaal niet goed in ben en dat ik dus nog veel moet oefenen. Maar ik geef ook toe, het blijft ergens een vorm van goedkoop amusement.

De tweede factor is dat het zo'n mooi weer is, al bijna twee maanden lang. Ik zit liever in de tuin. Ik ga liever met de kindjes, bijvoorbeeld met familie en vrienden die ook kindjes hebben, naar speeltuinen en kindvriendelijke eetgelegenheden. Zo kwamen we vandaag thuis van het communiefeest, en op de rit van amper twintig minuten lagen de twee kleuters en de peuter vast in slaap: van het vele spelen met de andere kleuters en peuters van de familie. Maar een half uur nadat de hele bende in de bedjes lag verscheen ineens kleuter Sarah, springlevend, klaarwakker, breed glimlachend: boke eten. En dan nog een verhaaltje, natuurlijk. Het beeld van zo'n opgetogen kleutertje dat samen met haar papa naar "het groot bed van mama en papa" glipt omdat de andere kamers bezet zijn door slapende broertjes... Het duurt maar twee seconden, maar het blijft in je hart gegrift.

Deze keer komt het verhaal uit een cyclus van "Sindbad de Zeeman". Op een bepaald moment is er sprake van twee onzichtbare geesten die ervoor zorgen dat een slapende prins in het gezelschap van een slapende prinses wordt gebracht, waarna ze zo nieuwsgierig zijn om te weten wat er gebeurt wanneer de slapers wakker worden dat ze zich verbergen achter het gordijn om het mee te maken.

Papa heeft natuurlijk niets vreemds opgemerkt, maar kleuter Sarah fronst de wenkbrauwen. "Waarom verbergen die geesten zich achter het gordijn als ze onzichtbaar zijn?" zegt ze. Papa zit er met open mond op te kijken. Ja, waarom? In de zeer vervelende stilte - waarom moet ik toch terugdenken aan mijn examentijd? - heft kleuter Sarah in wanhoop haar handjes half ten hemel en zegt op verongelijkte toon "dat zijn toch domme geesten, ze zijn onzichtbaar en toch verbergen ze zich achter een gordijn!".

En tenslotte, de belangrijkste factor waarom het niet gaat met de bloggerij is paradoxaal genoeg juist goed nieuws. Stilaan verbetert zich dat beruchte slaapgebrek naar het punt dat ik denk dat ik 80% haal van wat ik zou moeten halen. Dat wil zeggen, omdat ik iemand ben die altijd veel slaap nodig heeft gehad ziet mijn slaapregime er al behoorlijk "normaal" uit: zeg zeven uur slaap per nacht, drie nachten per week onderbroken, en af en toe nog een mindere nacht. Niet genoeg voor mij, maar wat een verschil met de "harde tijden". En paradoxaal genoeg, dus, is het effect van een weer ontwakende geest dat ik veel meer tijd besteed aan het lezen van boeken, een hoop "liefdes van vroeger", in feite ongeveer de titels die hier op dit blog in de rubriek "favoriete non-fiction boeken" staan. En ja, als ik de kans heb om op een mooie zomeravond met een boek in de tuin te zitten, dan is er geen sprake van bloggen.

Het zou kunnen dat het hier nog een tijdje rustig blijft. Maar maak je over mij vooral niet ongerust.

woensdag 30 maart 2011

Dagen om herinneringen te blijven...

Die heel vroege lente kan mooi zijn, maar het weer moet wel meezitten, en zo was het niet vorig jaar. Maar zo is het wel dit jaar, en dus hebben we nu, amper einde maart, al één en ander meegenomen - hopen maar dat het zo blijft. Alweer hebben we de verleiding niet kunnen weerstaan, en hebben we de te vroege asperges geprobeerd. Jaja, ik weet het... Maar ze waren best te eten, een eitje en een aardappeltje, een flesje simpele maar alweer best te drinken witte wijn, de ondergaande zon, spelende kindjes in het gras...

Het zijn de soort dagen waaraan je later terugdenkt in termen van "waar is de tijd?". Soms lees ik ergens een uitdrukking van "toen de kindjes nog klein waren" en je hoort op de achtergrond: intussen zijn ze groot, en waar zijn toch die dagen gebleven...?

Maar voor ons, "toen de kindjes nog klein waren", dat is dus in feite nu. En ik zie peuter Simon meehuppelen aan de hand van zijn mama, en ineens bedenk ik me: dat is toch onze jongste baby, maar kijk nu toch eens wat een groot kind dat al is! Hij is nog geen twee, dus als je je wil verwonderen over hoe klein dat eigenlijk nog is, dan kan dat eigenlijk ook. Hij kijkt je met zijn grote trouwe oogjes aan en moet daarvoor heel erg naar boven kijken, en dan steekt hij zijn armpjes in de lucht, en je moet al een halve beul zijn, denk ik, om hem dan niet te pakken...

Maar het meest valt het me op bij kleuter Sarah. Ze springt en host over de trampoline, maar als ik er bij kom staan schakelt ze over op een dansend ter plaatse huppelen terwijl ze me iets vertelt, en ineens zie ik: dat is eigenlijk geen kleuter meer, met die tegelijk kinderlijke maar zelfzekere houding, die manier van kijken, van spreken, tegelijk nog zo vertrouwelijk, tegelijk al zo vrouw van de wereld. Dat is al geen kleuter meer, maar wel al een beetje een schoolkind, zoals we ze vaak zien rondlopen in het schooltje, en bezien door de ogen van onze eigen kleuters leken ze altijd zo groot... En ineens zou kleuter Sarah er al niet meer tussen misstaan...

En kleuter Thomas, dat is ook niet meer wat het geweest is. Hij spreekt nu echt wel heel goed, dat wil zeggen, voor zijn leeftijd. Hij ziet vanop afstand dat zijn zus een koekje krijgt, maar hij heeft niet gezien dat er nog meer koekjes te verdelen vallen... En hij komt boos, echt heel boos, aangestormd en roept met alle kracht uit zijn kleine longskes "mama jij bent echt heel stout geweest omdat je voor mij niets hebt meegebracht!". Och wat een beeld, dat kleine manneke zich reppend op zijn korte beentjes in al zijn verontwaardiging omdat hij zich met lege handen voelt achterblijven. En hoe rap het allemaal vergeten is als hij even later glunderend knabbelend ook bij de trampoline arriveert. Al gauw springen de twee kleuters en de peuter er samen op los - en peuter Simon doet dat best al aardig. Als hij zijn evenwicht verliest moet hij daar heel erg om lachen, en dan moeten de twee kleuters wel een beetje aangespoord worden om hem de gelegenheid te geven om weer recht te krabbelen, maar dan begint het opgewonden wippen opnieuw...

En dan springen de kleuters naar beneden en papa rent achter ze aan terwijl hij heel hard "papa zal aan de oortjes trekken! (bis, bis en nog eens bis)" roept, en de kleuters stuiven gillend van de plezierige schrik uit elkaar. Maar papa kan ze nooit te pakken krijgen, want de trampoline is eigenlijk een kasteel en daar kan het stoute monster niet in. Dus het stout monster komt gehoorzaam telkens weer net te laat tot stilstand en de twee kleuters liggen dubbel van het lachen. En ze hollen en manoeuvreren tussen de openbloeiende takken van de treurwilg tot de schemering valt en dan trekt heel de bende naar binnen, waar peuter Simon tevreden op de arm van mama een flesje melk drinkt en de twee kleuters elk aan één kant van papa hun eigen melk naar binnen werken en tandjes poetsen en eerst nog een verhaaltje, en dan is het nog vlugger dan anders stil...

En zo is alweer een dag gepasseerd, een dag die nog vele jaren (mag ik hopen) mijn herinneringen zal kleuren, tot ik ervan overtuigd zal zijn dat "vroeger (in 2011) de lentes beter waren" en de wereld zuiverder en de bladeren groener... En als ik me niet snel had bedacht dat ik er maar iets over moest opschrijven, dan was ik het waarschijnlijk binnenkort alweer half vergeten...

zaterdag 26 maart 2011

Zinnetjes van drie woorden

Het is in feite al sinds begin maart zo, maar nu is het zonder de geringste twijfel. Ik vraag "waar is het dekentje" en peuter Simon wijst naar de stoelleuning waar zijn knuffeldekentje overheen ligt gespreid en zegt "dekentje is dà". Met een heel mooie, heel duidelijk uitgesproken "is", kortom, hij kan het. Terwijl zijn "poes i' dà" en "tutje i' 'evallen" van enkele dagen of weken geleden nog aan twijfel onderhevig was. Voor de rest is hij een echt jongentje: absoluut gefascineerd door alles wat rolt. Dus auto'tjes, balletjes, en nu het mooi lenteweer is ook een echte bal (met Boembamotief). Hij loopt kraaiend van de pret en met uitgestrekte armpjes achter de vooruitgeschopte bal aan, en het is duidelijk dat hij nu al op het punt staat papa te dribbelen.

En zo nemen we één na één die kleine mijlpalen van het leven. Hij wordt volgende maand twee jaar: nog een half jaartje en pruts gaat naar school. Zoals kleuter Sarah deze zomer zes jaar wordt; nog een half jaar en Mega Sarah gaat naar het eerste leerjaar. Ze staat op het punt te kunnen lezen, die kleuter van ons die amper twee alle letters kon lezen, maar die we nooit verder "gepushed" hebben. Nu trouwens ook niet; ik merkte een beetje tot mijn stomme verbazing dat ze "ineens" verschillende woorden zoals "neemt" en "gaat" in één oogopslag kan lezen (u en ik vinden dat normaal, maar als "u" ook nog een vijf of zesjarige in huis heeft, dan weet "u" wat ik bedoel), maar sindsdien heeft ze ineens helemaal geen zin meer om te oefenen - en dus oefent ze niet. De tijd om verplicht te worden komt heus wel snel genoeg, en het duurt ook lang genoeg...

En wij blijven spartelen met korte en onderbroken nachten, en kindjes die nog flesjes drinken, en eentje dat nog luiertjes draagt, en die geholpen moeten worden met aan- en uitkleden... Maar het betert. Langzaam, heel langzaam, klaart de lucht op, en geregeld slapen we al eens zes uur, zeven uur, zelfs acht uur aan één stuk door, en dan voelt dat aan als een extra dag vakantie. En peuter Simon kan zinnetjes van drie woorden zeggen, en als ik zo eens over dit blog snuister zit ligt hij daarmee maanden voorop op zijn broer, maar zo op 't eerste zicht zal hij nog wat vroeger moeten opstaan om ook zijn zus te kloppen.

En hij staat nochtans al heel vroeg op.

maandag 7 maart 2011

Een Sprookje van Grimm

Uit een oude kast hier ten huize dwarrelde een groot boek met een harde rode kaft naar beneden, en papa die het nog net opving liet een welgemeend "kijk toch eens wat we hier hebben" los. Kleuter Sarah stond er met grote oogjes op te kijken. "Wat is dat, papa?"
Wel, klein Saartje van me, dat was heel lang geleden (toen de dieren nog spraken) het favoriete sprookjesboek van een heel ander kindje, dat nu al een grote mens is en intussen zelf kindjes heeft - maar toch nog wel eens moet terugdenken aan de wereld door de oogjes van de kleine jongen van destijds. Nu moet je niet proberen kleuter Sarah ook maar iets wijs te maken, dus die ging meteen door met glinsterende ogen van "en ga jij dat nu ook aan mij voorlezen?"

En waarom ook niet? Ze heeft tenslotte de jaren van wijsheid en verstand bereikt. En de Sprookjes van Grimm uit dat grote rode boek waarvan we ook een Sprookjes van Andersen hadden, daar heb ik tot vandaag een herinnering, vol mysterie, verrukking en betovering aan overgehouden.

Kleuter Sarah zit vervuld van dezelfde betovering op schoot. Haar oogjes staan op oneindig, af en toe vlijt ze zich vol vertrouwen tegen papa aan, en geregeld zorgt ze zelf ook voor interventies: "oh nee, dat zal die slechte weer zijn" en "jààà, het is de prins!". En zo passeren die quasi vergeten verhalen weer voor het geestesoog van papa, met al die titels die nu nog altijd iets van die atmosfeer van geheimzinnigheid oproepen. IJzeren Hans, Drie Mannetjes in het Bos, De Witte Slang,... Wil je geloven dat ik er een tikje ontroerd van raak?

Natuurlijk zie ik vandaag tot op het bot en ver daar voorbij hoe naief die verhalen zijn opgezet, maar ach, al die betoverde prinsen, te hulp schietende legers en monsters waarmee eigenlijk best valt op te schieten... Vandaag lees ik van Sneeuwwit en Rozerood. A - dem - loos. Ademloos zit kleuter Sarah te luisteren naar de twee meisjes die door een boze dwerg worden afgeblaft tot hun oude vriend de beer passeert en de dwerg een klap geeft en daarmee de betovering verbreekt zodat hij verandert in een knappe prins. Sneeuwwit trouwt met de prins en kijk, hij heeft ook nog een broer, en daarmee trouwt Rozerood en ze leefden nog lang en zovoort.

A - dem - loos. "Vond je het een mooi verhaaltje, Saartje?" vraagt papa als het uit is en kleuter Sarah nog naar de horizon zit te staren. Kleuter Sarah haalt diep adem, helemaal volgens het cliché waarvan je nooit had geloofd dat zo'n kleutertje van vijf jaar het zo precies zou kunnen nadoen. "Jaaaaa..." laat ze dan met een lange zucht haar adem ontsnappen. Het was een onvergetelijke ervaring geweest...

dinsdag 22 februari 2011

"Mislukt!"

Aan tafel ontwikkelt zich een spannende strijd. Je moet weten dat de kleuters Sarah en Thomas recht tegenover elkaar zitten, zodat mama en papa elk één kleuter naast zich hebben, en aan het hoofd van de tafel peuter Simon tussen hen beide het geheel kan overzien. En midden in de maaltijd laat ineens kleuter Thomas van zich horen:
"Hocus pocus pas, ik wou dat Sarah een kikker was!", waarna hij zijn twee handjes de lucht in steekt en er triomfantelijk aan toevoegt: "Ping!"

Nu moet je kleuter Sarah niet persoonlijk kennen om te weten dat een kleuter van vijf jaar zoiets niet over haar kant laat gaan. Het duurt geen halve seconde voor er over de tafel terugkomt:
"Hocus pocus pas, ik wou dat Thomas korte beentje had, PING!"
Dat gaf algehele hilariteit aan tafel, en voor we uitgelachen waren kwam er:
"Hocus pocus pas, ik wou dat Sarah korte armpjes had, PING!"
Ja, kijk, hij is nog maar drie jaar, dus de grote originele ideeën moet je er nog niet van verwachten. En intussen kwam er al:
"Hocus pocus pas, ik wou dat Thomas wèg was, PING!"
Nu viel het mondje van kleuter Thomas open. Als hij weg was, dan kon hij immers niet meer antwoorden? Tijd voor een snelle vaderlijke interventie:
"Hocus pocus pas, ik wou dat Thomasje weer terug was, Ping!"
Grote opluchting op het gezichtje van kleuter Thomas die meteen door ging:
"Hocus pocus pas, ik wou dat papa weg was, PING!"
Waarop papa, zo snel dat niemand kon letten op de kleine logisch-chronologische inconsistentie (met een wijsneuzerige vinger in de lucht):
"Hocus pocus pas, MISLUKT!, ping!"

Die papa toch! Altijd kan je er op rekenen om snedig uit de hoek te komen. De twee kleuters moeten heel erg lachen om zoveel diepzinnigheid. Kleuter Sarah nam echter meteen de bal weer over:
"Hocus pocus pas, ik wou dat Thomas Boemba was, PING!"
Bon, dat kan hier nog lang duren en het eten wordt koud. Het wordt tijd voor nog een vaderlijke interventie:
"Hocus pocus pas, ik wou dat Saartje haar bordje helemaal leeg at, PING!" (Dat laatste uitgesproken met een diepe basstem en alle nodige nadruk.)

Waarop kleuter Sarah met haar liefste glimlach, zonder een seconde na te denken:
"Hocus pocus pas, mislukt! PING!"

Papa terug naar af. Ping.

zaterdag 12 februari 2011

Peuter Simons eerste zinnetje

Het gaat heel snel tegenwoordig bij peuter Simon. Waar hij nog maar pas alleen maar varianten op "àààà" (aja voor Sarah en "bal" voor bal, ballon en ook appel) kon uitbrengen, en verder "eke" onder andere voor deken (want behalve een leeuw en een beertje heeft peuter Simon ook een lichtblauw dekentje als favoriete knuffel), en verder ook voor drinken, is er zomaar opeens een woord van drie zinnetjes uitgekomen.

Hij gebruikt al een tijdje een klank als "alletje" voor een ballon maar ook gewoon voor een balletje. En zo liep hij vandaag te spelen met een balletje, tot het fatale moment waarop het onder een zetel rolde, en peuter Simon was zijn speeltje kwijt. Nu kan hij werkelijk prachtig sip kijken, die goed gehumeurde peuter van ons, en dus kwam hij met zijn grote oogjes en de hoeken van zijn mondje neergetrokken alsof het een tekening was, aan de mouw van papa trekken. En toen klonk: "balletje is kwijt".

OK, het was niet zo perfect uitgesproken als ik het hier schrijf, maar het was ruim goed genoeg om onmiskenbaar te zijn. Op quasi dezelfde leeftijd verscheen hier van peuter Thomas een postje met als titel "eerste woordjes, of toch bijna" (1). Jongejongejonge, wat een verschil. Nu heb ik altijd gezegd dat kleuter Thomas een heel wakker bazeke is, en dat een langzame spraak ontwikkeling maakt dat je hem gemakkelijk kan onderschatten, maar dat dat onderschatten fout zou zijn - en ik blijf dat nog altijd denken. Maar als je enkel kijkt naar die spraak: mensen wat een verschil. De dingen die peuter Thomas daar zegt kan peuter Simon al màààànden lang, en zich trede per trede van de trap naar beneden laten glijden kan hij ook al ettelijke weken. Kleuter Thomas zie ik ook niet, zoals kleuter Sarah destijds op quasi dezelfde leeftijd, zeggen dat "het de zwaartekracht was" toen ze de schuld van het feit dat ze iets liet vallen op iemand anders wou gooien. Maar hij legt wel puzzels van 100 stukjes, en dat heb ik zelfs kleuter Sarah destijds niet zien doen: afwachten maar!

Toch is er een post van twee maand later nodig (2) om peuter Thomas rond het thema "waar is het neusje?" te zien doen wat peuter Simon nu al doet. En er was een post van vier maand later (3) nodig om peuter Thomas zijn eerste zinnetje te zien registreren. Waarna ontwikkelingen als "poes is weg, eh?" al snel gevolgd zijn.

We zullen zien hoe het verder gaat met peuter Simon. Vaak ontwikkel je snel naar een bepaald plateau vanwaar je weer een tijdje stilvalt, dus het kan best niet zo heel veel sneller gaan. Maar toch heb ik momenteel het gevoel dat hij eerder pas begonnen is met zijn nieuwste fase, dus wie weet wat we binnenkort allemaal te horen krijgen...

------------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/04/eerste-woordjes-of-toch-bijna.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/06/eerste-werkdag.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2009/08/aad-mama-ook-mee.html

woensdag 9 februari 2011

Hoezo, "geen daddybloggers"?

Dit is een klacht van een zich gediscrimineerd voelende vader! De steen des aanstoots is een artikel in De Standaard, en zoals Kabouter Plop zou zeggen, "ik ben echt boos op jullie!". Hier staat het:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=EO363S2N

Het artikel gaat over bloggende huismoeders, met de nadruk op moeders. Ze beschrijven het leven van alledag, met alle kleine irritaties die daar met (heel) kleine kindjes bijhoren, maar we vernemen toch ook dat het uiteindelijk juist heel positieve blogs zijn: al die kindervreugd! En dat lijkt me heel juist. Sterker nog, ik kan het weten ook, want ik blog geregeld ook over de kindjes, en hoewel het af en toe een tikje weemoedig kan zijn, en ook wel wat gezeur over slaapgebrek, krijg je toch ook vaak de papa die vertederd blogt over wat het klein gespuis nu weer allemaal heeft uitgespookt.

En juist daarom voelde ik me serieus in mijn wiek geschoten bij de mededeling "daddybloggers zijn tot nu toe niet op het net gesignaleerd".

Oh nee? En als je je nu, heel eenvoudig gebruik makend van de techniek van het "label", zou concentreren op de url...

http://speelsmaarserieus.blogspot.com/search/label/Nageslacht

... wat denk je dat je dan krijgt? Kan iemand (bij voorkeur van De Standaard) me uitleggen waarom dat géén "daddyblog" mag heten? De frequentie is misschien te laag? Wel, er staan 129 posts op, en actualiteitswaarde hebben ze niet, dus begin gerust met de oudste en laat het weten zodra je ze allemaal gelezen hebt: met één per week zijn we ook alweer ruim twee jaar verder...

Of misschien is het geheimzinnig criterium dat er ook andere artikelen opstaan? Ach, voor mijn part - maar ik vind het onzin. Ik ben een trotse papa, ik blog geregeld genoeg over de kindjes, en als het iemand stoort dat er ook heel andere onderwerpen zijn moet die maar denken: daddyposts komen er wanneer de kindjes er in geslaagd zijn de andere onderwerpen te verdringen - dus zullen ze misschien juist extra de moeite waard zijn?

Nee, ik ben niet tevreden over De Standaard. In de termen van Kabouter Kwebbel, "ik zal eens iets zegen, hé, ik vind dat ik wèl een daddyblogger ben. En ik zal nog eens iets zeggen, hé, als ze dat niet willen toegeven, dan zijn er geen kwaliteitskranten in Vlaanderen".

Ziezo. Dat lucht op.