zondag 26 maart 2006

In Cambodja sterven de kindjes...

Op LVB.net (1) komt ene Ilse Baetslé aan het woord, die verklaard had, dubbel punt, open de aanhalingstekens, "Kindjes in Cambodja sterven omdat wij goedkope kleren dragen.", punt.

Ha! Dat is nu juist het soort onderwerp dat mij interesseert! Alleen, om één of andere mysterieuze reden is er geen commentaarmogelijkheid. Dan maar naar het blog zelf gegaan. En daar blijkt dat het eigenlijk maar een commentaar is, verloren in een discussie over roken. Dus daar begin ik niet aan.

Maar intussen staat het er wel. Het was achteraf bekeken misschien maar een vlugge boutade, maar toch, het staat er en het knaagt. Maar oeps! Bijna vergeten! Ik heb, verdorie, zelf een blog! Tadàààààà! Hier gaan we.

Eerst en vooral, op een site van de Europese Commissie (2) vernemen we dat Cambodia (een artikel uit november 2004) een kindersterfte kent van 124 per 1,000 kinderen onder de 5 jaar. Eén van de hoogste cijfers uit Zuid-Oost Azië, en inderdaad een schrikwekkend getal. Ikzelf, sinds zeven maanden papa van Sarah, mag er niet aan denken dat je zo'n ukkepuk hebt rondkruifelen, en dat je een kans hebt van één op acht (!) dat je hem of haar weer kwijtraakt.

En dat is te wijten aan het feit dat wij goedkope kleren dragen? Dat is een vreemd verband. Laten we proberen er bewijzen voor te vinden! We doen een onderzoek: wat weten we nog meer over kindersterfte in het algemeen?

Wel, ik ontdek dat de typische kindersterfte voor de 20% armste landen ter wereld 200 kinderen per 1,000 geboortes is: zoals Cambodja, dus. In de rijkste landen daarentegen is het 4 per 1,000 geboortes. En, niet onbelangrijk, in één adem vernemen we dat er een omgekeerd verband is tussen het inkomen van een land en de kindersterfte: Als het inkomen daalt met 10%, dan stijgt de kindersterfte met 6% (3).

Dat zegt ons iets over de verdeling van de kindersterfte doorheen (de welvaart in) de ruimte. Wat weten we verder over de verdeling van de kindersterfte doorheen de tijd; doorheen de geschiedenis? Wel, val niet van je stoel, maar dat zijn nu precies dezelfde cijfers die je ook terugvindt in het Europa van voor de Industriële Revolutie (4).

Dus tekent zich volgens mij een bepaald plaatje af: In de periode voor de Industriële Revolutie was heel de wereld, Europa incluis, in termen van kindersterfte, heel, heel erg arm. Terzijde, ik maak me sterk dat ik ook in meer algemene termen kan terugvinden dat voor die periode heel de wereld heel, heel erg arm was (5). Het lijkt er op dat je geen "goedkope kleding" nodig hebt om dat soort toestanden te zien te krijgen, nietwaar? Het lijkt er integendeel op dat Cambodia nog steeds in een toestand zit waar heel de wereld altijd en overal heeft ingezeten. En blijkbaar ligt het verschil tussen landen die daar nog steeds inzitten, en landen waarvoor dat niet langer zo is, in de Industriële Revolutie.

Want met de Industriële Revolutie beginnen die cijfers af te nemen. (Remember? Een toename van 10% in de welvaart leidt tot een afname van 6% in de kindersterfte.) Die begon overigens, omstreeks 1750, met verbazingwekkende productiviteitsstijgingen in uitgerekend de katoenindustrie (textiel!), die zich vertaalde in goedkope textielproducten, hetgeen ze toegankelijk maakte voor een breder publiek, hetgeen zich vertaalde in betere hygiëne (6) en, wellicht, lagere kindersterfte? En nadat het, in de negentiende eeuw, oversloeg van Engeland op de VS en West-Europa, en later op Japan, en vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw ook op grote delen van Azië, zien we op al die plaatsen de welvaart fors toenemen, en de kindersterfte dalen.

En daarom wil ik het - respectvol, natuurlijk - met Ilse Baetslé oneens zijn. Volgens mij sterven de kindjes in Cambodia niet omdat wij goedkope kleding dragen. Als wij er al iets mee te maken hebben, dan zal het zijn omdat wij niet genoeg van die kleding kopen. Immers, meer vraag leidt tot hogere prijzen, hetgeen leidt tot hogere inkomens, hetgeen in de vermelde verhouding leidt tot dalende kindersterfte.

En dat alles is in overeenstemming met loepzuivere liberale theorie. Maar als het alleen maar theorie was, dan zou dat allemaal ontzettend saai en vatbaar voor propaganda zijn. Alleen, het is ook in overeenstemming met de historische feiten. Zie Europa, en al de rest, na hun Industriële Revolutie. Korea, om een voorbeeld te noemen, was een land dat in de jaren vijftig van de twintigste eeuw was afgeschreven als een streek die minder toekomst had dan Afrika. En geef het vijftig jaar, en ze zijn een Industriële samenleving met een BNP per hoofd in de buurt van dat van ons.

Zuid-Korea, natuurlijk, niet Noord-Korea. In Noord-Korea was er al die tijd een Marxistisch bewind. Och, 't zal wel weer allemaal de schuld van de goedkope kleding zijn...

----------------------------------
(1) http://lvb.net/item/2529
(2) http://europa.eu.int/comm/external_relations/cambodia/intro/ip04_1351.htm
(3) Easterly, The Elusive Quest for Growth, Economists' Adventures and Disadventures in the Tropics, 2001, chapter 1, §1
(4) Cipolla, Before the Industrial Revolution, European Society and Economy 1000 - 1700, 1976 (1991), chapter 5
EN Maddison, The World Economy, A Millennial Perspective, 2001, tabel 1 – 4
(5) Braudel, Les Structures du Quotidien, Civilisation matérielle, économie et capitalisme XV° - XVIII° siècle deel I, 1979.
(6) Landes, The Wealth and Poverty of Nations, 1998, Introduction.

3 opmerkingen:

Axxyanus zei

Er is natuurlijk ook het aspekt dat een deel van de reden dat onze kledij zo goedkoop is, de protectionistische maatregelen van de V.S. zijn om de eigen katoenindustrie te beschermen. Daardoor kunnen de V.S. boeren de katoen aan zo'n goedkope prijzen leveren dat o.a. de katoenboeren in Cambodja daar niet op een eerlijke manier mee kunnen concurreren.

Koen Robeys zei

Precies. Zoals ik al zei: als er al een verband is tussen wat we doen en de armoede in (pakweg) Cambodia, dan zal het zijn dat we er *niet genoeg* kopen, en niet dat we er teveel kopen.

En als dat dan nog van overheidswege wordt georganizeerd, ten voordele van een beperkte kliek, vaak industriële bedrijven, dan doet dat helemaal de maag keren.

Maar wat doe je er aan?

Ivan Janssens zei

Maar er is hier wel een fundamenteel onderscheid tussen Cambodia en de V.S. Textielproducten van Cambodia zijn goedkoop omdat als gevolg van de lage staat van ontwikkeling ook de lonen er laag zijn. Hun voordeel is "natuurlijk" en dat is goed want dan kunnen ze veel textielproducten exporteren en het ontwikkelingsproces in gang zetten.
De V.S. heeft de middelen om in de katoensector via subsidies een kunstmatig voordeel te creëren. Met eerlijke of oneerlijke concurrentie heeft dit eigenlijk niets te maken. De enige die hiervan profiteert is de Europese consument. Ook de Amerikaanse economie wordt er immers niet beter van. Waarom productie subsidiëren met een lage toegevoegde waarde die evengoed of zelfs beter in Cambodia kan worden geproduceerd? Zou de V.S. niet beter af zijn als ze die subsidies zouden gebruiken voor onderzoek en ontwikkeling in sectoren waar ze nog wel een competitief voordeel bezitten?
Maar hola, dan komen we weer op een ander punt van de "andersglobalisten": delocalisatie en dat mag niet. Sorry heren en dames, dat moet. Zonder subsidies was de katoensector al helemaal uit de V.S. vertrokken (tenminste dat deel waar loonkosten belangrijk zijn) naar Cambodia. En dat zou maar goed geweest zijn ook: voor de V.S., voor de Cambodiaanse kinderen én voor de Europese consument.