Posts tonen met het label Ontwikkeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ontwikkeling. Alle posts tonen

zondag 14 november 2010

Een omgekeerde J-curve? (Weer Malthus)


Op een mooie dag heb ik op de site van Brad DeLong (1) een grafiek gevonden die een verband liet zien tussen welvaart, uitgedrukt als inkomen per hoofd, en bevolkingsaangroei. Momenteel lijk ik er niet meer aan te kunnen, dus via Google heb ik er maar een copietje van gemaakt, hiernaast. Wat je te zien krijgt is de omgekeerde U waarover ik het al eens eerder heb gehad, lang geleden (2).

Je kan de betekenis van de assen misschien niet lezen, maar het komt er op neer dat je bij zeer lage inkomens ziet dat een toename van de welvaart de bevolking doet stijgen. Die "zeer lage inkomens" waren het enige wat de mensheid, tot in de tijden van Malthus ooit had gezien. Volgens Angus Maddison had Engeland in 1,820 een BNP per hoofd van 1,700 (1,990 PPP) dollar, en dat was een pak meer dan om het even wie ter wereld, op de iets rijkere Nederlanders na. Kortom, bekijk in de tijd van Malthus deze grafiek, en je zou als uiterste rechterkant het stuk gezien hebben waar de stijgende rode grafiek ophoudt met stijgen, ergens bij een gemiddeld inkomen van een paar duizend USD. En van wat er nog verder naar rechts gebeurt zou je helemaal niets gezien hebben, omdat de toestand doodeenvoudig niet bestond, en er dus ook geen gegevens over waren. Precies zoals deze grafiek ergens ophoudt bij een paar tienduizend dollar, en we van nog verder naar rechts geen gegevens hebben.

Zo kunnen we vol begrip meekijken naar wat Malthus overkwam. Over het hele veld van wat voor hem de totale grafiek was zag hij een heel duidelijke lijn. Laat de bevolking rijker worden, en ze gaan kweken gelijk de konijnen. Voor wat leuke nuances verwijs ik maar naar de post onder voetnoot (2), maar dat was gewoon wat Malthus zag. En dus concludeerde hij dat het blijkbaar geen zin had te proberen de welvaart te verhogen, omdat de snel stijgende bevolking toch maar weer de overschotten zou opvreten en weer terugvallen. En zo was het ook gedurende de hele menselijke geschiedenis, inclusief de tijd van Malthus.

Maar intussen zijn er nog twee eeuwen voorbijgegaan, en de Industriële Revolutie is uitgebroken, en wij kunnen wel zien wat er gebeurt wanneer de welvaart toeneemt tot ver voorbij het "hoogste niveau", zoals Malthus zich dat inbeeldde. En kijk, de bevolkingsaangroei houdt eerst op met stijgen, en na een behoorlijk lange reeks niveau's van stagnatie komen er zelfs nog hogere niveau's waar de aangroei zelfs gaat dalen. Ik denk te zien dat er geen punten voorkomen waar de bevolking zelf gaat afnemen, maar de grafiek zal dan ook al een decennium of twee oud zijn, schat ik. In elk geval, op een bepaald moment van stijgende welvaart werd de groei wel zeer klein, en hield het zelfs praktisch op.

Dat was de grafiek zoals wij, de mensheid, die konden trekken ergens in de late twintigste eeuw. Natuurlijk ging dit beeld gepaard met zeer pessimistische gevolgtrekkingen. Wij, de rijke Westerlingen, stonden op het punt uit te sterven, vermits we niet langer (etc, etc)... zelfzucht (etc, etc), decadentie (etc)... etcetera. De jeugd van tegenwoordig.

Nu is het zo dat een anekdote zeker geen statistiek is, maar ikzelf heb drie kinderen. Duidelijk meer dan het minimale vervangingsniveau van 2.1. Om er meteen nog twee anecdotes aan toe te voegen, mijn broer heeft er ook drie, en mijn zus ook. En mijn overbuurvrouw ook. En een andere buurvrouw heeft er twee, maar de jongste is nog een baby, dus wie weet... En de mama van de vriendin van kleuter Sarah heeft er ook drie. En dan is het moment gekomen om even verwonderd stil te staan bij verschillende collega's die ik of mijn vrouw ken(t), en die er ook drie of zelfs vier hebben.

Etcetera, dus. Al die anekdotes zouden nog altijd geen statistiek zijn, maar ook heb ik niet zo lang geleden een artikel gelezen over het sinds kort weer stijgende aantal kinderen in autochtone gezinnen in de almaar rijker wordende Westerse wereld. Het kan nog altijd een statistische "fluke" zijn, maar blijkbaar zet het patroon zich nu al ettelijke jaren door. Of uitgedrukt in de termen van de grafiek: Het is mogelijk dat we het begin zien van een omgekeerde J-curve, waarbij een daling gevolgd wordt, bij nog verdere stijgingen van de welvaart, door een nieuw rechtstreeks verband tussen beide. Het is mogelijk dat we over nog bredere verschillen in welvaart niet langer een uitsluitend stijgend verband tussen welvaart en bevolkingsgroei zullen zien (zoals in de tijd van Malthus), en ook geen stijging, gevolgd door een daling (zoals in de twintigste eeuw), maar een sinusoïde beweging, waarbij je eerst een stijging zag, dan een daling, en dan opnieuw een stijging.

Daarmee zou al het gejammer over de uitstervende bevolking en de decadentie dan precies dezelfde weg opgaan als Malthus. Heel interessant om te zeggen wat er gebeurd is, maar waardeloos om te zeggen wat er zal gebeuren. Laten we toegeven dat het nog heel kort dag is. Laten we goed beseffen dat dit grotendeels gebaseerd is op anekdotes. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat de extrapolatie van wat gebeurd is naar de toekomst tot de grootste kletskoek heeft geleid.

--------------------------------------
(1) http://delong.typepad.com/sdj/
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/over-welvaart-en-bevolkingsaangroei.html

donderdag 15 januari 2009

De Kost van de Propaganda ("de schuld van het kapitalisme")

David Christian vertelt in hoofdstuk 14 van Maps of Time (1) enkele interessante dingen over de tijd van opiumoorlog. De Europeanen botsten al een tijd tegen het feit aan dat ze aan China niet echt veel te bieden hadden, en het gevolg was dat ze hun zilvervoorraden zagen wegvloeien in ruil voor de vele goederen die ze zelf wel in China kochten (uit het blote hoofd: thee, porcelein, zijde...). Dat lijken me een historisch correct vertrekpunt, want zelfs een David Landes, die benadrukt dat vooruitziende Chinezen toen al heus wel enkele dingen van de Europeanen hadden kunnen leren, weet ook wel dat het om nogal weinig dingen, temidden van een enorme waaier aan Chinese cultuurgoederen ging, of dat die vooruitziende Chinezen dan ook letterlijk eeuwen hadden moeten vooruit zien.

En dus sprak de achttiende eeuwse keizer van China de Europeanen bemoedigend toe, maar hij kon ondanks hun verdienstelijke pogingen echt niet veel met hun barbaarse producten aanvangen; toch bedankt. Terwijl in de negentiende eeuw de Europeanen (laten we hier haastig van maken: de Engelsen...) een militair overwicht hadden dat maakte dat ze China konden verplichten om niet langer zilver, maar wel opium te aanvaarden in ruil voor hun export. Waar dat in onze ogen doet denken aan de "handels"technieken van de Vikings lijkt het Chinese regime van die tijd daartegenover een mirakel van verlichting en bedachtzaamheid:

"We have heard that in your honourable country, the people are not permitted to inhale the drug. If it is so regarded as deleterious, how can seeking profit by exposing others to its malefic powers be reconciled with the decrees of Heaven?"

Maar Palmerston beweerde dat vrije handel het punt was, en niet opium, en de kannonneerboten arriveerden in China, en de rest van de zéér triestige geschiedenis is bekend. [Begin sarcasme] Wij, hedendaagse Westerlingen, zouden ons natuurlijk nooit een oorlog laten opsolferen waarvan iedereen in één oogopslag kon zien dat het om, bijvoorbeeld, dadels te doen was, terwijl onze regimes ons proberen wijs te maken dat het om vrije handel, of politieke democratie ging: dat gaat zo met intellectuele vooruitgang waarvan uitgerekend wij zulk goed voorbeeld zijn, maar toen waren we dus nog niet zo slim. [Einde sarcasme]

Je ziet hoe ik er van kan genieten, dat navertellen in deze termen van verhalen die toelaten te sneren aan het adres van Bush (de nar, niet de vader) en zijn aanhangers? Jammer, toch, dat we in enkele vorige posts (2) moesten toezien hoe Christian ondoordacht (en dat was dan nog mijn "zeer welwillende interpretatie") de soort propaganda navertelde, compleet met zwaar geselecteerde cijfers, die beweerde dat "het kapitalisme de oorzaak was van de armoede in de wereld"? Ik kan niet anders dan maar snel een toontje lager zingen met die sneren. Hoe weet ik of het niet even gemakkelijk is om dit verhaal over het welwillende Chinese regime versus de boosaardige Europeanen te doorprikken?

Geloofwaardigheid... Het is iets dat je maar met heel, heel kleine beetjes tegelijk kan opbouwen. Maar het is ook iets dat je met bakken tegelijk aan het groot huisvuil kan weggeven. Het is in onze democratie iedereen toegelaten om goedklinkende verhalen zomaar te slikken en na te vertellen in heuse bestsellers. Maar de kost die je oploopt als elke amateur ze zomaar als propaganda kan herkennen, terwijl je zelf niets in de gaten had...

Ik had niet beter kunnen illustreren waarom ik het jammer vind dat een heel redelijk boek in enkele paragrafen zo uit de bocht gaat, dan de manier waarop ik hoofdschuddend zijn verhalen over de opiumoorlogen zat te betwijfelen.

--------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/niet-bescheiden-genoeg.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/12/het-is-de-schuld-van-het-kapitalisme.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/12/de-schuld-van-het-kapitalisme-vervolg.html

zaterdag 27 december 2008

De Schuld van het Kapitalisme: vervolg

Sta me toe verder te bomen op dat hoofdstuk 14 van Maps of Time, waarin de stelling "het kapitalisme is de oorzaak van de armoede in de wereld" uitdrukkelijk geargumenteerd wordt. We hadden al een "voorbeeld" daarvan gezien, gebaseerd op een citaat dat expliciet zelf zegt dat de degeneratie van de ecologische basis van arme Afrikaanse boeren wordt veroorzaakt door een stijgende bevolking, maar toch concludeert dat de statistieken illustreren hoe onder het kapitalisme de ongelijkheid en de armoede vergroot (1).

Parallel daarmee krijgen we twee reeksen cijfers: de inkomens per hoofd, en de levensverwachting bij geboorte, van een reeks landen. Om het niet te lang te maken haal ik er enkele extremen uit. Hier komt het dollar inkomen per hoofd voor het jaar 2,000:

De VS van Amerika: 34,100
Burkina Fasso: 210

En hier zijn de levensverwachtingen bij geboorte:

De VS van Amerika: 74
Burkina Fasso: 44

(Als goede erfgenaam van chimpansee genen heb ik maar de cijfers voor de mannetjes overgenomen.)

Met deze cijfers als voorbeeld grijp ik terug naar het zinnetje uit de vorige post; "the statistics tell a clear story of lives shortened by relative poverty". Eens te meer kan je er niet buiten. De titel van de paragraaf heeft het over "armoede" als één van de "contradicties van het kapitalisme", en de bijgevoegde cijfers tonen dat verschil tussen arm en rijk. Dus als de commentaar ook nog zegt dat de cijfers tonen dat de armoede levens korter maakt, denk ik, kan je toch niet ontkennen dat de commentaar zegt dat het kapitalisme levens korter maakt?

Maar uitgerekend van een historicus, nog wel een historicus met de kosmische ambities van David Christian, is het wel bijzonder jammer - en dat woord kiest de facto een zeer welwillende interpretatie - dat een hoop andere cijfers een heel nieuw licht op de zaak werpen. Die "andere cijfers" ontkennen helemaal niet de cijfers die hij wel geeft, maar zet ze in een heel ander perspectief.

En nog wel een historisch perspectief. Zeer verschillende historische bronnen (bijvoorbeeld, Cameron & Neal, Economic History of the World, hoofdstuk 2, §4 voor het Romeinse rijk "tijdens de beste jaren") vertellen ons dat levensverwachtingen bij geboorte van niet-industriële samenlevingen bleven steken onder de 30 jaar (grotendeels, maar lang niet helemaal, als gevolg van de zeer hoge zuigelingensterfte). Samenlevingen in de aanloop naar de Industriële Revolutie haalden al wel eens cijfers die naar de 40 jaar toegingen (Cipolla, Before the Industrial Revolution, Appendix A4). En voor wat er vervolgens met de cijfers voor de twintigste eeuw gebeurt, zorgvuldig beperkt tot de ontwikkelingslanden, maak ik de volgende tabel op uit Angus Madisson:

De levensverwachting voor groep B in 1900: 26 jaar
De levensverwachting voor groep B in 1950: 44 jaar
De levensverwachting voor groep B in 1999: 64 jaar

(Maddison, The World Economy, A Millennial Perspective, tabel 1 - 5b)

Wat kunnen we stilaan concluderen? Het klopt dat we in de allerarmste landen van vandaag levensverwachtingen bij geboorte zien die iets boven de 40 jaar liggen (zie Cameron & Neal, Economic History of the World, hoofdstuk 1, tabel 1 - 2 voor Tsjaad en Ethiopië). Het klopt ook dat dat een stuk onder de globale levensverwachting ligt, die gemiddeld immers omhoog wordt getrokken door de veel hogere cijfers van de rijke landen.

Maar het klopt niet dat de cijfers tonen dat de armoede - lees: het kapitalisme - de levensduur doet afnemen in de allerarmste landen. In letterlijk tegendeel daarmee tonen de cijfers dat ook in de allerarmste landen ter wereld rond het jaar 2,000 cijfers voor levensverwachting bij geboorte tot stand kwamen, die voorafgaand aan de Industriële Revolutie nooit en nergens werden gehaald. Immers, iedereen, letterlijk de hele wereld, kwam van cijfers, millennia lang, van ergens in de 20, en in de allerslechtste gevallen van het einde an de twintigste eeuw zitten we al ruim boven de 40.

En dus, in die zeer welwillende interpretatie van hierboven, is het "jammer", dat uitgerekend een historicus met de kosmische ambities van David Christian uit bepaalde cijfers een verhaal afleidt waarbij het kapitalisme en de bijhorende armoede de levensduur van de mensen doet afnemen, terwijl een beetje graven in historische cijfers waarover zo goed als consensus bestaat had laten zien dat het letterlijk tegendeel waar is.

Om eerlijk te zijn denk ik niet dat Christian een deel van de propagandaverkopers is. Ik denk dat iemand die een dik (en doorgaans heel redelijk) boek schrijft, beginnend met de Big Bang, en via biologische evolutie en het ontstaan van de beschavingen uitkomt bij de twintigste eeuw, wel enorm veel extra moeite zou doen, als er geen andere bedoeling was dan het herhalen van een stuk propaganda die tenslotte altijd zonder die moeite met verbazend gemak passeert. Ik denk werkelijk dat hij in dat hoofdstuk 14 blijk geeft van een oppervlakkigheid die (méér dan alleen maar "jammer") bepaald pijnlijk is.

Maar dat is nog steeds die zeer welwillende interpretatie omdat ik ook de rest van het boek gelezen heb. En dan nog kan ik er niet omheen dat hij de facto wel degelijk meedoet aan de propagandaverkoop: "de armoede in de wereld is de schuld van het kapitalisme".

Nee, dit boek haalt géén drie op de schaal (2) die ik daarvoor zelf zou voorstellen...

------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/12/het-is-de-schuld-van-het-kapitalisme.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/kwotering.html
cfr http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/11/een-nieuwe-feature.html

woensdag 10 december 2008

Een mailtje over "het is de schuld van het kapitalisme"

Een lezer stuurt me een beleefd mailtje. Hij vond de vorige post "flauw" omdat volgens hem de verbanden tussen de verschillende stappen veel te dun waren. Maar hij kon die opinie niet posten omdat hij niet kon zien hoe hij moest reageren.

Ah? Hier bij mij zie ik doodgewoon het woord "reacties" staan onderaan een post, en als ik daarop klik gaat het schermpje open. Alleen... de laatste tijd is het hier verdacht stil qua reacties. Zit er ergens een fout op? Werkt het niet? Is het zo onduidelijk? Ik zou zeggen, zet het maar bij de reacties als het niet werkt...

Maar die verbanden. Ik kijk nog eens naar mijn tekst, en ik zie toch heel duidelijk staan waarom ik beweer dat het boek een causaal verband legt tussen het kapitalisme en de toenemende armoede: het is de derde paragraaf van mijn post. Dus in alle respect voor afwijkende opinies, maar dat vind ik nog altijd één - nul voor mij.

Maar stel, zegt de welwillende lezer, dat de bevolkingsexplosie de armoede veroorzaakt: dan nog kan het kapitalisme toch op zijn beurt de bevolkingsexplosie veroorzaken?

Kijk, dat is nu een nauwe variant op iets dat je doorgaans van een héél dom rechts hoort: en ik weet zeker dat dat niet de bedoeling was! Het is eigenlijk de ontwikkelingshulp die de ellende veroorzaakt, zegt dat zéér dom rechts. Immers, daarmee houd je alleen maar meer sukkelaars in leven, die de druk nog meer verhogen... enzovoort.

Maar in werkelijkheid weten we één en ander over bevolkingsexplosies. Ik moet nu in de gauwte uit het blote hoofd werken, maar ik maak me sterk dat ik als het moet serieuze verwijzingen bij elkaar vind. Het is een biologisch feit dat populaties de neiging hebben te groeien zolang hun ecologische basis het toelaat. Dat inzicht is zelfs één van de hoekstenen van de evolutietheorie geworden. Belangrijker voor ons is dat we daarmee weten dat onder bepaalde ecologische condities (min of meer constante) groei optreedt, dat die op zijn beurt neerkomt op exponentiële groei...

... en een bevolkingsexplosie die op zijn beurt de ecologische basis ondergraaft, en zo leidt tot grote armoede, rolt nu ook per mathematica zo uit de cijfers! Zonder dat er van het kapitalisme in de verste verte sprake is! Precies zoals het boek in feite al illustreerde, om er meteen bij te zeggen dat het desondanks de schuld van het kapitalisme was...

Dus eens te meer, ik blijf maar bij mijn eerste bewering, namelijk dat de slogan "het is de schuld van het kapitalisme" op zodanige schaal moet leven van het feit dat het voldoende herhaald wordt, dat het er nog geloofwaardig blijft uitzien als je eerst zelf hebt gezegd wat de werkelijke oorzaak van de armoede is, en vervolgens volhoudt dat het toch de schuld van het kapitalisme is.

dinsdag 9 december 2008

Het is de schuld van het kapitalisme

Hoofdstuk 14 van Maps of Time (1) gaat over de twintigste eeuw. Een unieke periode, zegt het boek terecht, die er (voortbouwend op ontwikkelingen als de Industriële Revolutie) in slaagde het Malthus evenwicht (de armoede die de mensheid al die tijd in haar greep hield) te doorbreken. Ontwikkelingen die het boek uitdrukkelijk "het kapitalisme" noemt: so far, so good.

Maar de medaille heeft een keerzijde. Het kapitalisme bevat ook de contradicties van de "armoede" en de "ongelijkheid": "Developments in the twentieth century vindicated much in the socialist critique of capitalism. The same forces that generated the extraordinary material abundance of the twentieth century also magnified global inequalities both within and between nations."

Nota bene: "dezelfde krachten". Om dat hard te maken probeert het boek een inzicht te geven in de realiteiten die verborgen gaan achter de cijfers, en ik denk dat niemand zal ontkennen: die realiteiten zijn "schrijnend". Maar het is niet omdat je ze schrijnend vindt dat je zomaar in een positie bent om ook te orakelen wie daar de oorzaak van is. En als we titels als "de contradicties van het kapitalisme: ongelijkheid en armoede" zien, of zinnen als "the statistics tell a clear story of lives shortened by relative poverty", dan kan je niet om het feit heen. Het boek stelt de "schrijnende toestanden voor als rechtstreeks, causaal gevolg van "het kapitalisme".

Er zijn echter grote problemen met de manier waarop het boek deze stelling motiveert. Een goed voorbeeld lijkt me de manier waarop het die causaliteit concreet wil maken. Het boek zegt uitdrukkelijk dat het gaat om een beschrijving van wat de "bloedeloze statistieken" betekenen voor de mensen die er in moeten leven:

" (...) farming in Burkina Fasso was based on shifting cultivation. Inhabitants prepared land that had not been farmed for a few decades by chopping down vegetation and setting it alight. Crops were then planted in the ashy soil (...). Fertility was usually high for a year or two, then rapidly declined, so that communities had to move on and prepare a new batch of ground. Such methods can support only thin populations, for obvious reasons: at any given time, most of the land is fallow. But in recent years, population pressure had forced farmers to speed up the cycle and return to each patch before its fertility had been restored. Eventually, overuse threatened to destroy the soil itself, irrevocably."

En "eventually", ook, wandelt het boek samen met ons over de troosteloze velden waarop de arme boeren van Burkina Fasso hun bestaan bij elkaar proberen te schrapen: stenen, stof, en het beetje bemesting dat je van schapen en runderen kan krijgen. Het ziet er allemaal heel overtuigend uit - en nogmaals, ik ken werkelijk niemand die ontkent dat de toestanden vreselijk zijn - maar er is een probleem.

Hoe kan je dit presenteren als een voorbeeld van "de schuld van het kapitalisme" als er in je eigen tekst, letterlijk, staat: "population pressure had forced farmers to speed up the cycle and return to each patch before its fertility had been restored"? Klinkt dat niet een beetje (heel erg veel, eigenlijk) als een verhaal waarin je net de oorzaak hebt opgenoemd (de bevolkingsaangroei creëert door overexploitatie een onhoudbare druk op het land) om die oorzaak vervolgens maar snel te veranderen in "het is de schuld van het kapitalisme"?

Een beter verhaal ziet er uit als volgt: Het kapitalisme maakte dat sommige samenlevingen er in slaagden het armoede evenwicht te doorbreken: die samenlevingen die het toepasten en de productiviteitsstijgingen realizeerden die het met zich meebrengt. Andere samenlevingen, die het kapitalisme niet toepassen, blijven zitten in de armoede waarin ze altijd gezeten hebben. Dus natuurlijk vergroot nu de ongelijkheid. Maar dat is niet omdat het kapitalisme arme mensen armer maakt, maar wel sommige mensen rijker maakt.

In het beste geval (als we de stelling dat het kapitalisme de armoede veroorzaakt toch willen volhouden) kan je nu vlug proberen dat het gekozen voorbeeld geen goed voorbeeld was. Het kapitalisme veroorzaakt nog steeds de armoede, maar gevallen waarin het "eigenlijk" door de bevolkingsexplosie komt duwen "het kapitalisme" nogal weg uit het plaatje. Alleen ligt de bewijslast nog altijd wagenwijd open: hoe harder je geprobeerd hebt Burkina Fasso als "bewijs" mee te geven terwijl dat mislukt is, des te harder ook besef je ook dat er een bewijs nodig is. Erger nog, die bewijslast is intussen zelfs nog verzwaard. Immers, als we weten (omdat we het zelf hebben gezegd) dat de bevolkingsexplosie er voor veel tussen zit, en verder dat er heel veel bevolkingsexplosie is geweest, in die twintigste eeuw: dan heb je een hoop extra werk als je wil beweren dat het desondanks door "het kapitalisme" kwam.

Maar ik vind het jammer. Een heel redelijk boek; doorgaans lijkt het eerder goed geïnformeerd over een ademenemende diversiteit aan onderwerpen, en dan plotseling dat soort goedkope simplismen. Als je nu nog een voorbeeld had gewild, gewoon recht onder je eigen ogen, van een bewering die als waar wordt beschouwd om geen andere reden dat voldoende mensen ze maar blijven herhalen...

---------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/09/niet-bescheiden-genoeg.html

woensdag 21 mei 2008

De dingen die ons drijven

Het "ons" in de titel is alleen maar een enorme extrapolatie; in werkelijkheid moet ik natuurlijk voor mezelf spreken.

Hoe dan ook, ziehier hoe een zeer simpele conversatie kan ontwikkelen in zeer veel vragen.

Mama: "zie eens hoeveel honger ons Thomaske tegenwoordig heeft, heel dat potje is op."
Papa: "die pruts (nvdr: een baby) eet potverdikke meer dan zijn zus (nvdr: een peuter)!"
Mama: "ben ik blij dat we hem al die dingen tenminste kunnen geven..."
Papa: "Ja, als ik denk aan dat programma over de oorlog, waarin je een pasgeboren baby in een stapel krantepapieren zag gewikkeld worden (huivert)..."

En zo nog een paar meer, tot we bij het punt zaten waar we denken aan de hele planeet, waar op de zes miljard ongeveer één miljard mensen leven in omstandigheden zoals wij - de baby's komen niets tekort - en vanaf dan gaat het achteruit tot pakweg het miljard dat ook vandaag leeft in hongersnood. Die hebben zelfs geen krantenpapier om hun baby's in te wikkelen, en wat veel erger is, geen melk om ze te drinken te geven. En de baby's kijken hun mama en papa nochtans met even grote oogjes aan...

En de vraag, met in je gedachten de oogjes van al die baby's waarvan de ouders niet weten wat ze ze die avond zullen te eten geven, werd: wat doe je er aan?

Het volstaat een beetje te weten waar het over gaat, en je beseft: je kan geld sturen maar je doet in het beste geval niets anders dan symptoombestrijding. Soms zijn de symptomen zo erg, en zo dringend, dat symptoombestrijding precies is wat er nodig is, maar toch. Op dat punt denken veel mensen aan de druppel op de gloeiende plaat, en ze haken af. Ik suggereer voorzichtig dat ik dat van die druppel ook weet, en toch maar wat aan symptoombestrijding doe.

Maar je blijft je ontevreden voelen. Sommige mensen stropen dan de mouwen op en gaan zelf ter plaatse aan de slag. Maar ook die mensen zien dat er veel van die "druppel op een gloeiende plaat" twijfels blijven hangen. En dat je vaak met nog een hoop andere twijfels blijft zitten (1). Of hoe gemakkelijk je inspanningen degenereren in een toestand waarbij ze de rijke blanke zijn die wel eens eventjes iedereen zullen onderhouden. En zo haken weer een hoop mensen af, en we eindigen weer allemaal in onze huiskamer voor de tv. Of achter de computer, natuurlijk.

Kortom, de geïnteresseerde filosoof (de lezer begrijpt: ikzelf) mag zich gerust achter zijn computer terugtrekken en het probleem vanop de grote afstand overschouwen die filosofen gewoon zijn: hij ziet er niet dwazer uit dan alle anderen. En net zoals alle druppels op een gloeiende plaat samen misschien, ooit, eens, ergens, een verschil zullen maken, zal misschien ook het beetje inzicht dat we kunnen verwerven ook ooit, eens, ergens een verschil maken.

In mijn geval denk ik dat de geschiedenis ons één en ander kan leren. Mijn werkhypothese is dat de ellende die we op zo vaak om ons heen zien neerkomt op de middeleeuwse toestanden van het Europa van ongeveer een millennium geleden. Dus komt de vraag op hoe Europa er in geslaagd is aan die toestanden te ontsnappen. En ziedaar, de redenen waarom je hier op dit blog zo vaak historische beschouwingen ziet, of soms cijfers ook over hedendaagse economieën die de weg van Europa (proberen te) volgen. Om maar te zwijgen van pogingen om "historische theoriën" te begrijpen of mee te doen aan een eigen VZW'tje (2) dat met zijn bescheiden middelen toch, alweer, een beetje verschil probeert te maken.

Wat een bedenkingen allemaal, gewoon omdat baby Thomas een grote pot groentepap achtereen heeft opgegeten. En omdat ik net, in de post van gisteren, een (intussen gecorrigeerde) uitnodiging had gezet voor een heel bescheiden barbecue (3), van een heel bescheiden VZW, die met een heel bescheiden project probeert een zestal dorpjes in de wouden van Kameroen een duwtje in de rug te geven. Want waarom doen we het eigenlijk? Doen we het niet een beetje omdat we de grote oogjes van ons Thomaske op ons gericht zien, en denken aan de mensen die ook kinderen met grote oogjes hebben, maar geen overvloed aan melk en groenten en fruit om ze te geven?

----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/ontwikkeling-maar-dan-concreet.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/02/ons-bijenproject-een-eerste-potje.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/05/onze-vzw-organizeert-een-barbecue.html

zaterdag 17 mei 2008

En ze zijn er nog trots op ook

Enkele nieuwssites maakten melding van een dubbele moord in Indië. Een jong koppel had de fout begaan verliefd te worden op iemand van het hetzelfde dorp. Het tweetal werd ontvoerd, weggebracht naar een afgelegen plaats, (voor zover we weten) gewurgd en de lichamen werden achtergelaten ter waarschuwing van andere kandidaten om taboes te overtreden.

Meer nog dan de weerzinwekkende moord, het barbaarse ervan, het primitivisme en de domheid, kwam in het nieuw dat het dorp in kwestie quasi als één man achter de gebeurtenissen stond: ze waren er letterlijk "nog trots op ook". Dat gaat zo met de moraal in het algemeen en de seksuele moraal in het bijzonder: er hebben er voor véél minder op de brandstapel gestaan. Er bestaat geen stam in het oerwoud, heeft de één of de ander eens gezegd, of ze verwarren hun achterlijkste zeden en gebruiken met de wetten van de kosmos zelf, en ergens vinden ze de doodstraf voor overtreding niet eens goed genoeg.

Als dit in het Islamitisch deel van Indië was gebeurd, dan zaten we nu wijs met ons hoofd te knikken, en hadden we het zoveelste "bewijs" in handen dat de moslims intrinsiek niet in staat zijn tot beschaving te komen. In werkelijkheid is het een verhaal uit het Hindu gedeelte van Indië. Een halve generatie geleden - en we zouden er wel een soortgelijk bewijs in gezien hebben. Ik heb overigens wel eens gelezen dat de Islam voor sommige delen van Indië de verlichting en de vooruitgang vertegenwoordigt, in vergelijking met de zeden die horen bij het kastensysteem...

Nu het gebeurd is in een samenleving met democratie en een economische ontwikkeling van meer dan 8 percent per jaar, nu al een decennium of twee, nu kunnen we niet anders dan de feiten zien voor wat ze waard zijn. Een "anecdote", en meer niet; het soort dingen dat evengoed ergens anders had kunnen gebeuren, en vaak ook werkelijk gebeurt, zonder dat je er veel uit kan afleiden over wat de betrokken beschaving wel of niet aankan.

Dit soort toestanden is in werkelijkheid alomtegenwoordig. Ze waren "normaal", hier bij ons, tot niet meer dan enkele eeuwen geleden - en nog twee eeuwen na het begin van de Industriële Revolutie waren wij, en niemand anders, het toneel van de Holocaust en de Gulag: allemaal in naam van oerwesterse filosofieën. Waarmee we een sterke indicatie hebben dat wij allemaal, alle zes miljard en oneffen, in staat zijn te evolueren van het normaal niveau, naar een niveau waarin we er niet langer "nog trots op zijn ook".

zondag 6 april 2008

Easterly en "market failure"

In 2,001 publiceerde William Easterly zijn The Elusive Quest for Growth (1) en hij was meteen de held van mensen zoals ik. Je weet wel, we adopteren de term "neo-liberalen" als geuzennaam, omdat we genoeg reden zien om te pleiten voor liberale ontwikkeling (vertrouw op de resultaten van het individu dat vrij voor zichzelf denkt en handelt), terwijl de tegenstanders die reden niet zien: tot het punt dat wij ons afvragen of (en waarom) ze die niet willen zien.

Easterly, dat is hoe wij zelf wilden zijn! Vrije markten! Beperk het overheidsoptreden! Mensen reageren op stimuli! Alles gebaseerd op heel veel economische theorie, maar ook heel veel ervaring in ontwikkelingslanden - waar hij bepaald niet blind was voor de tekortkomingen van die theorie. En filosofisch een loepzuivere erfgenaam van Friedrich Hayek (2) - spreek in Easterly's nabijheid het woord "plan" uit en er trekt een scheur door het universum.

Kortom, mensen zoals ik moeten oppassen dat we niet zelf terechtkomen in de categorie die bij mij "dom rechts" zou heten - neem vooral mee dat "dom links" geen haar beter is (3). We kennen de symptomen: "wij" zijn de goeden en "zij" zijn de slechten. "Wij" hebben gelijk en "zij" hebben ongelijk. Bovendien hebben we gelijk tot in de kleinste details, want zelfs als we op het niveau van de meest simpele feiten geen gelijk hebben, hebben we toch nog altijd gelijk. En voor dat laatste zijn we bereid te gaan loeien en schelden dat horen en zien vergaan.

Dat laatste is nodig voor de schampere kwalificatie "dom links" (of "rechts"), maar als het enige verschil is dat we niet gaan schelden om onze vooroordelen blijven we intellectueel gesproken in een wankele positie. Hoe weten we nu of we Easterly niet in die laatste categorie terugvinden?

Een goede indicatie is altijd wanneer we juist niet beweren dat we altijd, overal en tot in de laatste details gelijk hebben. Dus ter herinnering, "wij" geloven (sic...) in beperkte overheden en veel, heel veel, vrije markten. Maar dat belet Easterly niet te schrijven, in de intro van zijn "Part III" (het deel waar hij op zoek naar oplossingen probeert nieuwe richtingen in te slaan):

"Overcoming the bad luck and initial poverty that trap the poor often requires direct government-created incentives to grow out of poverty."

Dat staat nog altijd allemaal temidden van veel verzekeringen (en voorbeelden) dat er verschillende manieren zijn waarop overheidsoptreden economische ontwikkeling kan vermoorden. Maar het blijft iets heel anders dan het rechts fundamentalisme dat van het idee dat een overheid wel eens, hoe uitzonderlijk ook, iets goeds zou kunnen doen meteen een hartaanval krijgt. (Ik wil er aan herinneren dat ik al eens verwezen heb (4) naar een tekst van Ivan Janssens, die datzelfde vertelde op een manier die op mij overkwam als manna uit de hemel.)

Easterly geeft ook zelf een concreet voorbeeld, in zijn volgende hoofdstuk, het achtste van het boek:

"A society benefits from a lot of investment in knowledge by that society; an individual does not fully benefit from a lot of knowlegde creation by that individual. This means that market incentives to create knowledge will not be strong enough, even when that knowledge is socially beneficial. The free market will not lead to the best possible outcome (...)." (The Elusive Quest for Growth, hoofdstuk 8, §3)

We krijgen ook de reden waarom een vrije markt, overgelaten aan zichzelf, in bepaalde gevallen niet naar een optimaal resultaat leidt. Het resultaat van een inspanning - "the rate of return" - is iets dat niet alleen in de handen van de ondernemer (in dit geval, beter gezegd: de onderzoeker) ligt, maar ook afhankelijk is van de samenleving waarin die inspanningen tot stand komt:

"The rate of return to new investment in knowledge depends on the total stock of knowldge in the economy. If the rate of return is falling well short of the minimum, then a single individual's investment is too small to move the whole industry or the whole economy above the treshold." (The Elusive Quest for Growth, hoofdstuk 8, §4)

Enkele paragrafen verder gevolgd door de conclusie:

"Laissez-faire policy by the government may well leave the economy or some parts of it, in a vicious circle. Getting into the virtuous circle may require conscious government intervention in knowledge creation." (The Elusive Quest for Growth, hoofdstuk 8 §4)

Ik hoop dat je mijn punt ziet. In de letterlijke zin kan je heel goed uitdrukkingen gebruiken als "je zal bij Easterly maar heel weinig pleidooien voor overheidsoptreden vinden". Maar laat je vooral niet wijsmaken dat je bij de grote auteurs (het "rechts maar toch goed" van een aantal eerdere (5) posts hier) van ons "luciede rechts" (dat is hier vanzelfsprekend alleen maar mijn eigen term om een tegenstelling met een andere term van mij, "dom rechts", te maken) zal vinden dat er helemaal geen overheid nodig is (of mag zijn).

---------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/william-easterly.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/over-armoede-en-economische-groei.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-rechts-maar-toch-goed.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/09/de-opvallende-parallel-tussen-dom_26.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/06/wat-is-een-marktfundamentalist.html
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/rechts-maar-toch-goed.html

zondag 9 maart 2008

Easterly (nu ik toch bezig ben...)

Verder inpikkend op een recente post (1), we weten dus nu dat (en waarom) volgens Easterly (2) economische groei het antwoord is op de vraag “wat doen we aan de ontstellende armoede in de wereld?”. Maar we weten ook, omdat hij het zegt in zijn eerste hoofdstuk, dat “naieve” toepassingen van dat idee weinig tot geen effect hadden. Bijvoorbeeld (zegt Easterly in zijn tweede hoofdstuk), een model dat al een halve eeuw de ontwikkelingseconomie domineert stelt dat groei een kwestie is van kapitaalinvesteringen. En dat is logisch! Een boer met een schop doet het beter dan een boer die het land bewerkt met blote handen. En een houten ploeg is beter dan een schop... En als Europa ergens rond het jaar duizend ook nog de ijzeren ploeg inzet, dan is dat nog beter.

En de ontwikkelingseconomen togen aan het het werk. Land X: zo en zo arm, zo en zoveel groei nodig, hun eigen capaciteit was zo en zoveel (maar veel te weinig), het verschil was zoveel, en dat verschil moest het rijke Westen bijpassen zodat de groei ging beginnen, en dertig tot veertig jaar geleden ging Afrika ook ontwikkeld zijn.

Wat is er misgegaan? Om te beginnen was op het simpelste niveau (de feiten) duidelijk dat het was misgegaan, maar de theorie werd nooit aangepast. Integendeel: het verhaal zag er te mooi, te logisch, te rechtdoorzee uit om het te willen aanpassen, en dus klonk het integendeel: het heeft niet gewerkt, dus het was niet genoeg, en dus moeten we het nog meer doen.

Ook formuleerde Easterly een fraaie “interne contradictie” (wat zijn die Marxiaanse kritieken soms heerlijk efficiënt!) in het model. Immers, het idee was, je stelt hulp ter beschikking, die hulp gaat naar kapitaalinvesteringen, die investeringen leiden tot groei en dus inkomen, en van dat inkomen financier je dan zelf (en niet langer door hulp) nieuwe investeringen... En dat is ruwweg hoe het Westen al enkele eeuwen volgehouden groei achter de kiezen heeft. Alleen, om hulp te krijgen moest er een tekort in de eigen capaciteit zijn. Terwijl de economie die het model volgt al snel minder tekorten heeft, en dus volgens datzelfde model geen hulp meer kan krijgen!

Maar als je dezelfde inkomsten kan genereren, ofwel door er voor te werken (namelijk als werknemer in de investeringen) of door gewoon te wachten tot het Westen die inkomsten als “hulp” komt aanbieden – wat had je nu anders verwacht dan dat mensen de inkomsten uit hulp onmiddellijk vertaalden in consumptie, eerder dan via de omweg van de investeringen? Waar ze ten eerste nog op moeten wachten, en waar ze bovendien ook nog voor moeten werken? Het punt is, het is heel gewoon, normaal, zelfs rationeel (3) menselijk gedrag dat je de kortste en gemakkelijkste oplossing kiest. En dus hadden de ontwikkelingslanden binnen de kortste keren niet alleen helemaal geen investeringen, maar ook nog een schuldenberg er bovenop.

Het brengt ons bij één van onze neo-liberale stokpaardjes. Economische ontwikkeling, dat is niet zoiets als het weer of de geografische kenmerken van de wereld; iets dat je overkomt en waar je weinig aan kan doen. Het is geen mathematische formule die garandeert dat zoveel input tot zoveel output leidt. Het is een kwestie van mensen, al die individuele mensen die wel of juist niet aan de slag gaan, en bijgevolg wel, of juist niet, een hoop goederen (en diensten) creëren. En wanneer de condities goed zitten, dan vertalen de inspanningen die mensen nu eenmaal vaak leveren zich wel degelijk in groei – en dan is kapitaalvorming daar vaak het gevolg, veel meer dan de oorzaak van.

Daarom pleit Easterly voor minder “planning” en meer gelegenheden voor concrete mensen in concrete omstandigheden om zelf te zoeken naar wat er nodig is. Minder beslissingen van bovenaf, zoals “er moet geïnvesteerd worden”, om nog te zwijgen van waarin, en meer omstandigheden waarin inspanningen ook iets kunnen opleveren. Friedrich Hayek zou het er alvast roerend mee eens geweest zijn (4).

----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/over-armoede-en-economische-groei.html
(2) Easterly, The Elusive Quest for Growth (2,001)
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/het-sombrero-effect.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/01/friedrich-hayek-rechts-maar-toch-goed.html

zaterdag 8 maart 2008

Over armoede en economische groei

Ik zit net te lezen in William Easterly, en wel in The Elusive Quest for Growth (2,001). Dat is werkelijk een uitstekend boek (1), in mijn opinie stukken beter dan zijn latere The White Man's Burden (2,006) - overigens zelf ook een zeer redelijk boek.

Maar The Elusive Quest for Growth is echt één van die geestverruimende boeken die je iedereen aanraadt: ik twijfel of ik er geen vijf op de schaal van een vroegere post van zou maken (2). En aangezien het ook nog een zeer "neo-liberaal correct" boek is zet ik het met een daverende aanbeveling op de lijst "rechts maar toch goed" (3).

Al in zijn eerste hoofdstuk krijg je één en ander dat helpt om een uiterst gecompliceerd probleem veel scherper te stellen: het verband tussen economische groei, bevolkingsgroei en groei van welvaart. Om maar één van de mogelijke complicaties mee te geven: onder allerlei Marxiaanse variaties is er een noodzakelijk omgekeerd verband tussen de welvaart van de één (bijvoorbeeld: het Westen) en de welvaart van anderen (zeg: de "kolonies"). Kortom, wij zijn rijk omdat de anderen arm zijn.

Bij Easterly begint het met een correlatie; twee bepaalde factoren die samen groter, of samen kleiner worden. Die factoren zijn "economische groei" en "welvaart". "Welvaart" gaat dan wel over de welvaart van brede lagen van de bevolking, niet alleen afgemeten aan gemiddeld inkomen, maar ook aan dalende kindersterfte (4). Bijvoorbeeld krijgen we een tabel met de percentuele groei (negatieve cijfers voor dalingen) van het gemiddeld inkomen van bepaalde groepen landen, gevolgd door de percentuele groei (opnieuw: negatieve cijfers voor dalingen) van het aandeel van mensen die leven van minder dan één dollar per dag. Die tabel ziet er als volgt uit:

-9.80 => 23.90
-1.90 => 1.50
1.60 => -0.60
8.20 => -6.10

Nu maakt de geïnformeerde lezer misschien wel bezwaar tegen mijn gebruik van pijltjes. Correlatie is geen causatie! Het is niet omdat een jaarlijkse groei van 8.20% gepaard gaat met een daling van de absolute armoede met 6.10%, dat die dalende armoede ook door de economische groei veroorzaakt wordt. Misschien was alle rijkdom wel terechtgekomen bij één enkele kapitalist, en is de rest welvarender geworden omdat, bijvoorbeeld, stijgende temperaturen tot minder verwarmingskosten leidden?

Maar aan dat soort bezwaren hebben onderzoekers naar armoede en welvaart heus ook gedacht. Easterly verwijst concreet naar twee studies waarop hij zich baseert, vermeldt in beide gevallen apart dat ze het causaliteitsprobleem in hun analyses heben opgenomen, en dat hun conclusie wel degelijk is dat economische groei armoede (causaal) doet afnemen.

Interessant is dat hij een voorbeeld geeft dat via bevolkingsaangroei passeert. Mensen die vaak de term "Malthus" gebruiken (mensen zoals ik, dus) wijzen er vaak op dat welvaart, gedefiniëerd als "inkomen gedeeld door het aantal mensen", niet alleen stijgt als meer bezit gedeeld wordt door evenveel mensen, maar ook als evenveel bezit gedeeld wordt door minder mensen. Dus is het heel goed mogelijk dat een waargenomen stijging van de welvaart niet de oorzaak is van dalende sterfte, maar maar dat integendeel een gestegen sterfte (via een gedaalde bevolking) de gestegen welvaart heeft veroorzaakt (5)!

Maar zoals ik schreef, Easterly geeft een voorbeeld van hoe de onderzoekers met dat soort vragen omgaan. Namelijk, als de gestegen welvaart het gevolg is van gestegen exportprijzen - zoals uitgerekend momenteel in 2,008 met de stijgende grondstoffenprijzen - dan heeft die stijging niets te maken met een dalende bevolking. Desondanks zien we nog steeds de correlatie tussen de gestegen welvaart en de stijging van de gemiddelde inkomens èn de daling van de sterfte.

Uiteindelijk smeedt Easterly dat allemaal samen tot een soort beginselverklaring voor zijn boek. Het cliché had het misschien niet verwacht van neo-liberalen, maar het punt is dat de ontzetting over de armoede in de wereld ons (neo-liberalen, dus) de vraag doet stellen: wat doen we daar aan? En het antwoord is: economische groei is wat leidt tot stijgende welvaart. Vanaf dat punt is het boek zo razend interessant omdat Easterly nu juist heel goed weet (omdat hij het decennia lang zelf heeft gezien) dat er ook hier geen simpele oplossingen zijn, wel integendeel. De volgende hoofdstukken gaan dan ook over de vele voorbeelden van wat er met "naieve" oplossingen is misgegaan. Maar als voorbeeld van hoe hij de problematiek weet scherp te stellen vond ik dat eerste hoofdstuk alvast heel geslaagd.

---------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/william-easterly.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/easterly-vs-sachs-gemeenschappelijke.html
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/03/kwotering.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/08/rechts-maar-toch-goed.html
(4) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/een-beetje-modelbouw.html
(5) Vaak lees je dat de economische groei die gepaard ging met de Europese Renaissance sterk werd bepaald door de vele rampen van de veertiende eeuw, toen pest, oorlogen en hongersnoden de bevolking sterk hadden doen afnemen.

dinsdag 2 oktober 2007

Marxiaans, maar niet slecht

Het boek van Hobson (1) waarover ik het al een paar keer had (2) heeft een interessant stukje over de Europese feodaliteit, zoals die zich ontwikkelde in de tweede helft van de “middeleeuwen”. Die feodaliteit gaf de eerste aanzetten tot een ontwikkeling van Europa, die op zijn beurt, een kleine duizend jaar later, leidde tot globale dominantie door de Europeïsche beschavingen. Hobsons thema is dat Europa daarmee een “laatbloeier” is. Dat is iets waarmee ik helemaal geen problemen heb, omdat ik het al wist uit een breed overzicht van historici. Hoogstens had ik er wat problemen mee dat dat wordt voorgesteld als een gloednieuw, revolutionair inzicht, waar de wereld dringend op zat te wachten, omdat we tot nu toe allemaal dachten dat de ontwikkeling van Europa praktisch samenvalt met de ontwikkeling van de beschaving.

Maar neem nu die periode die ikzelf graag laat starten met het jaar 1,000 AD, gewoon omdat ik vind dat ronde getallen het lekker overzichtelijk houden. De toestand is: sinds verschillende eeuwen heeft Europa zijn Romeinse beschaving verloren, en is teruggevallen in een quasi-barbaarse samenleving. Dat is een inzicht waarover bepaalde kringen zich nogal opwinden, maar als er aan die bewering al iets te nuanceren valt, dan is dat de vraag “wat bedoel je met ‘quasi’?”.

Dus, dat barbaarse Europa ligt enkele eeuwen onder vuur vanuit alle richtingen. Het meest heeft Europa te lijden van even primitieve (Vikings) of (dat neem ik tenminste aan) nog primitievere invallers uit het oosten. En ook, maar in mindere mate, heeft Europa te lijden van invallers uit het zuiden: van de veel geavanceerdere Islam. Die laatste vinden evenwel dat er in Europa weinig van belang te rapen valt - en veel meer dan voortdurende slavenraids en een occasionele verkenningstocht heeft Europa bij mijn weten, en in dat tijdperk, van “de Moren” niet te lijden gehad.

Hoe dan ook, dat soort onderwerping aan constante aanvallen uit alle richtingen (zoals David Landes ergens zegt) blijft niet duren, en Europa ontwikkelt een zware infanterie die effectief blijkt tegen de invallers. En dat is een thema dat we zeer goed kennen: kastelen, ridders en (godbeware) jonkvrouwen. Maar het is ook een punt dat we hier eerder hebben gezien: het onderhouden van een dergelijke zware cavalerie is een economische uitdaging die door verschillende beschavingsniveau’s op verschillende manieren is opgelost (3). Het primitieve Europa van het jaar 1,000 lost het op het laagste niveau op: er komt een aparte klasse van mensen die leren de wapens hanteren, en in ruil voor bescherming voorziet haast al de rest, het landbouwende gedeelte van de bevolking, in hun levensonderhoud.

Zo nieuw en revolutionair zal dat allemaal wel niet zijn, als iedereen dat hier al maanden geleden heeft kunnen lezen. Er zijn dan ook verschillende boeken die daar heel interessante dingen over vertellen (4). Maar het is wel interessant om twee instellingen die wij, aan het einde van een lange geschiedenis, als vanzelfsprekend te beschouwen, te zien ontstaan in het licht van een sociaal-economische context. De eerste is de feodaliteit zelf. Eenmaal je ziet hoe die uitdrukking is van factoren die ook heel anders hadden kunnen lopen, kijk je wel eens met heel andere ogen terug op de verdere geschiedenis ervan. Kan je je inbeelden dat wij tot op de dag van vandaag zitten opgescheept met “graven” en “baronnen”, en in het bijzonder een “koningshuis”, waarvan een deel van de spelers niet eens beseft dat ze goedbetaalde acteurs in een stuk folklore (5) zijn? Dat ze nog steeds geloven een “beter” deel van de mensheid te zijn, een beetje zoals de ridder van het jaar 1,000 neerkeek op het armzalige boerke van die tijd?

De tweede instelling is het Christendom. Een tikje toevallig grijpt mijn interesse voor dit onderwerp de hand van een heel andere interesse van me (6). Nadat we dus enkele eeuwen van gisting zagen, over de vraag wie Jezus was en waar hij nu eigenlijk voor stond, was daar een zekere “consensus” over gerezen – aanhalingstekens omdat er toen al een splitsing met de Byzantijnen was, plus wie weet hoeveel obscure varianten. Maar nu hadden we dus die “superieure” klasse van strijders die rond het jaar 1,000 om een heel goede reden leefde van de opbrengsten van alle anderen, maar die geleidelijk die positie verloren. Immers, als je nodig bent om Vikingen en Hunnen van je nek te houden, en er zijn, zeg in 1,200 AD, geen Vikingen en Hunnen meer over – waar dient dan nog heel die bende potverterende feestneuzen met hun lange lansen en vlaggen eigenlijk voor? Tenzij om met hun onderlinge oorlogjes nog eens een portie autochtone ellende te creëren?

Hier kwamen de mogelijkheden van “het Christendom” te hulp. Door zorgvuldig een externe vijand te creëren, de Islam, kon de Europese elite zichzelf in een positie handhaven waarin ze de “soldaten van Christus” werden, en nu was het “de wil Gods” die maakte dat de boeren hun inkomsten afstonden, en niet langer de noden van de politieke realiteit.

Of hoe de politieke en religieuze bovenbouw de afspiegeling is van de sociaal-economische onderbouw! Maar er is ook wel heel veel van waar, natuurlijk. Ik ga niet beweren dat je er het boek om moet kopen en lezen, maar ik vond het wel eens interessant verteld.

---------------------------------------------
(1) Hobson, The Eastern Origins of Western Civilization, 2,004 (2,006)
(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/1-0-voor-het-eurocentrisme.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/eurocentrisme-wie-beweert-in-godsnaam.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/09/sorry-2-0-voor-het-eurocentrisme.html
(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/01/enkele-soorten-maatschappelijke.html
(4) McNeill, The Rise of the West, 1,963
(5) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/02/het-museum-van-laken.html
(6) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/08/de-splinter-en-de-balk.html
EN http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2007/08/de-evolutie-van-een-religie.html

maandag 24 september 2007

Nieuwe poging

Een collega vertelde me dat de post van gisteren niet te lezen was. Ik ben nog eens gaan proberen, en nja, nu je het zo zegt...

Er zijn excuses: ik ben moe. Je kan niet vroeg gaan slapen, want baby moet zijn fles krijgen. En je kan nooit lang uitslapen, want baby en peuter maken je resp. om 06.00 en 07.00 uur wakker - en wij mogen ons nog gelukkig prijzen. En ja, voor een post van "mijn lief heeft gezegd" denk ik, in alle bescheidenheid, heb je wat minder nodig dan wanneer je iets inhoudelijks probeert mee te geven op een manier die begrijpelijk blijft. Dat laatste mislukt wel eens als je moe bent. Was er nog iemand die een eerste steen wilde werpen?
En tenslotte, gewoon uit nostalgie naar de goeie ouwe tijd heb ik me nog eens in een nieuwsgroepdiscussie laten meeslepen, die nog in volle hevigheid loopt. Deze gaat over "de armoede in de wereld is de schuld van het kapitalisme". Aaaaah, wat kan het af en toe flink deugd doen, zo'n frisse verbale boksmatch...

Soit. Ik probeer toch maar eens opnieuw. Het punt is: wereldwijd is de levensverwachting sinds één of zelfs twee eeuwen aanzienlijk gestegen. Hier hebben we dus een wereld die sinds millennia gevangen zit in het armoede evenwicht, en juist als het kapitalisme zijn opwachting maakt gaan de levensverwachtingen van minder dan 30 naar 80 waar het kapitalisme hoogtij viert, en naar een goeie 40 waar het heel erg is. Maar de armoede in de wereld is dus "de schuld van het kapitalisme", dat moet je volhouden zoals een creationist volhoudt dat God de poedels geschapen heeft (1).

Wat ik probeer te vertellen is dat je gemakkelijk voor jezelf aan wat modelbouw kan doen. Ik probeer nu nog simpeler. Zeg dat een pré-industriële samenleving een levensverwachting van 20 jaar heeft. En zeg dat 90% van de bevolking "proletariërs" zijn, en 10% "elite". En zeg dat de elite gemiddeld 70 jaar wordt. Dan is het een simpele berekening in Excel dat de gemiddelde levensverwachting van de proletariërs 14.5 jaar is.

En nu verneem je dat de levensverwachting stijgt naar 25. Wat zou er zoal kunnen gebeurd zijn? Wij, Marxisten, denken natuurlijk meteen dat de elite zich één of ander extra voordeel heeft toegeëigend, zodat ze nu nog ouder worden. Maar dat valt tegen. De simpele berekening in Excel toont je dat je daarvoor de elite naar 120 jaar moet laten stijgen. Maar mensen worden geen 120 jaar, ergo, als de levensverwachting steeg van 20 naar 25, dan is er iets gebeurd dat voor brede lagen van de bevolking goed is geweest. Enkele simpele berekeningen in Excel: als de elite op 70 blijft staan zijn de proletariërs van 14.5 naar 20 jaar gegaan: alle 90%! En zelfs als de elite naar 100 gaat moet je de proletariërs een stijging van 14.5 naar 17 gunnen.

Dat bedoelde ik met "je krijgt er niet gemakkelijk beweging in". Het is veel gemakkelijk te jammeren over "de rijken worden rijker en de armen armer" dan een scenario verzinnen dat zelfs bij benadering ergens op slaat. Tenzij, natuurlijk, je de proletariërs op brede schaal laat meedelen in de beweging, OF ze op grote schaal sociale mobiliteit tot elite gunt. Als beide groepen op hun cijfer blijven staan betekent een stijging van 20 naar 25 dat de elite nu uit 20% van de bevolking bestaat, en de proletariërs uit 80%. En dat alles voor een zeer bescheiden toename van 20 naar 25 jaar!

In het boek dat ik aanhaalde stond dat de globale levensverwachting de laatste eeuwen is gestegen van 30 in 1,800 naar 67 in 2,000. Als ik de elite op 10% van de bevolking houd, en aanneem dat ze in 1,800 60 jaar werden, dan werden de proletariërs 27. Nu is het dus 2,000 en de globale levensverwachting is gestegen naar 67. We weten dat de hedendaagse elite de 80 jaar haalt. Met een 90/10 verhouding betekent dat dat de proletariërs nu 66 halen. Twee eeuwen kapitalisme, en dus armoede en hongersnood (zo vernemen we in die usenetdiscussie) en de proletariërs zien hun levensverwachting stijgen van 27 naar 66 jaar! Het is een echte schande!

Of wacht, ik kan proberen dat de proletariërs slechts van 27 naar 60 zijn gestegen, tegen 80 voor de elite: zo kan ik toch nog een béétje jammeren over de ongelijkheid (die neemt toe, remember?). Alleen, cijfers blijven hun eisen stellen: dat kan alleen als de elite die 80 jaar wordt van 10 naar 35% van de bevolking is gegroeid. Wie zei daar dat de armen armer werden?

Het punt is, dat de levensverwachtingen zo fors stijgen is heel slecht nieuws voor de vertellers van verhalen dat het kapitalisme armoede verspreidt. Iedereen kan dat voor zichzelf narekenen met de oefeningetjes die ik hier beschrijf. En natuurlijk kunnen de assumpties fout zijn. Merk op: ik heb er verschillende geprobeerd, en de conclusie was telkens dezelfde. Dus ga je gang! Probeer maar! Vind maar eens een scenario waarin de levensverwachting fors toeneemt, en waarbij het toch de rijken zijn die rijker geworden zijn. Als je telkens weer vindt dat ze dan 120 jaar moeten worden, dan is het moment aangebroken om je af te vragen wat daar de betekenis van is: de levensverwachting is globaal fors toegenomen, en je kan geen scenario's vinden waarin je de proletariërs arm kan houden.

Dus...?

Ziezo. Ik hoop dat het nu duidelijker was. Ik vertrek op business trip, het zou jammer zijn als hier enkele dagen een hoop wartaal als laatste post bleef staan...

----------------------------------------
(1) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/12/socratische-dialoog-met-poedels.html

zondag 23 september 2007

Een beetje modelbouw

Vaak bots ik in boeken of discussies over economische geschiedenis op het concept “gemiddelde levensverwachting bij geboorte”. Gedurende historische tijden – wanneer de levensverwachting erg laag was – was dat vaak in grote mate een functie van de zeer hoge kindersterfte. Dat neemt niet weg dat economische historici het criterium toch als een goede indicatie van armoede of welvaart van een samenleving beschouwen (1). Zo kan het maar in zeer beperkte mate scheefgetrokken worden door “ongelijkheid”. (Als je daarentegen naar inkomen kijkt, kan je een gemiddeld inkomen van 100 te zien krijgen als 99% 1 verdient en de laatste verdient 10,000. Het gemiddeld inkomen is een goeie 20 als iedereen 1 verdient en de laatste verdient 2,000. Dus geeft gemiddeld inkomen mogelijk een vertekend beeld van de welvaart van een samenleving.)

Maar de gemiddelde levensverwachting zal geen 20 zijn omdat er eentje 2,000 jaar wordt. Je kan gemakkelijk wat modelletjes bouwen in een spreadsheet, en je kan met wat assumpties enkele dingen zien verschijnen. Bijvoorbeeld, als er 10 zijn die 100 jaar worden, dan wordt de rest gemiddeld 11 jaar voor een levensverwachting van 20 jaar. Enzovoort. Het punt is, als je je assumpties zo expliciet maakt kan je er ineens ook eens over nadenken. Naarmate je ze meer realistisch vindt, kan je er ook iets afleiden.

Laten we eens wat met assumpties spelen. Ik heb me eens laten vertellen dat in pré-industriële samenlevingen een derde van de individuen sterft voor ze één jaar zijn. En nog een derde sterft voor ze 18 zijn: dat is helemaal uit het blote hoofd, maar ik houd het tenminste voor ogen: speaking under correction. Ik neem dus aan dat een derde sterft op de gemiddelde leeftijd van 9 jaar.

Dus ik duw dat allemaal in een spreadsheetje en vraag me af hoe oud de rest moest worden om een gemiddelde te halen van 20 jaar. En het antwoord is: de mensen die de kindersterfte overleven worden gemiddeld 51 jaar om de totale levensverwachting op 20 te krijgen. En als je nu die levensverwachting op 25 wil zien? Dan wordt de laatste groep gemiddeld 65 jaar. En voor een totaal van 30 wordt de laatste groep gemiddeld 80 jaar.

Dat is een eerste les! Je krijgt er niet zo gemakkelijk beweging in. Om de levensverwachting van een zeer arme samenleving van een graatmagere 20 naar een broodmagere 30 te laten stijgen, moet de elite al van 50 naar 80 gaan. Dat klinkt eigenlijk niet zo realistisch. Natuurlijk, misschien zijn mijn assumpties fout. Toch lijken ze me niet zo absurd, en in elk geval, ook hier geldt: “er is moeilijk beweging in te krijgen”. Dat wil zeggen, ik probeer een zware wijziging als de middelste groep die gemiddeld 18 jaar wordt (ipv 9), en nog steeds is de levensverwachting beperkt tot 23 jaar.

Dus hoe krijg ik nu mijn pré-industriële samenleving van 20 naar 25 jaar? Ik denk niet dat ik aan de kindersterfte moet raken: VZIW daalde die pas significant ergens bij het jaar 1,900. Als ik mijn elite naar 61 laat stijgen, stijgt mijn middelste groep naar 13. Daarmee gaat een groot stuk van de verbetering naar de elite, maar toch moet de middengroep ook omhoog komen. En dat zie je nog meer als we naar 30 willen gaan. Zelfs als mijn elite naar 70 jaar gaat moet de middengroep naar 19 stijgen. Ik kan ze naar slechts 15 laten stijgen, maar dan moet de proportie van de elite naar omhoog: 33% sterft nu nog steeds in het eerste jaar, 30% wordt gemiddeld 15 jaar in plaats van 9, en 37% gaat met het leeuwendeel lopen, van 51 naar 70 jaar.

En dat is les 2! Zelfs bij een zeer bescheiden stijging van de levensverwachting, en zelfs als het leeuwendeel naar de elite gaat, dan nog moet de middengroep serieus omhoog gaan, èn een deel van die middengroep moet naar de elite verschoven zijn. Hoe zou het zitten met forse (ipv bescheiden) stijgingen van de levensverwachting?

Wel, ik lees juist dat in 1,900 de globale gemiddelde levensverwachting bij 35 jaar stond (2). Ik duw 46% van de bevolking naar de elite die 70 jaar wordt en houd 21% van de middengroep over die 15 jaar wordt. Maar in feite weten we wat de levensverwachting van de globale elite was in het jaar 1,900: die was 46 jaar (3). Zelfs als ik mijn hele elite naar de groep die 46 jaar wordt duw, haal ik nog steeds een gemiddelde van 31 jaar. Met andere woorden, zelfs de groep van de kindersterfte haalt nu ineens een gemiddelde van 13 jaar. Ik denk dat ik moet afleiden dat ik me fout herinner dat de kindersterfte pas rond 1,900 afnam, en dat het vroeger zal geweest zijn.

Maar ik denk dat ik me aan mijn tweede les moet houden. Het is heel erg moeilijk om je scenario’s in te beelden waarbij de levensverwachting fors stijgt, zonder dat je moet concluderen dat een heel groot deel van de bevolking in de verbeteringen meedeelt. Of in andere woorden, als de globale levensverwachting is gestegen van minder dan 30 naar 67 in 2,000, dan lijkt het er sterk op dat er zich een heel brede verbetering van de levensomstandigheden heeft afgespeeld.

Maar zoals ik zei: “speaking under correction”! Het lijkt me best mogelijk dat er een fout in de assumpties zit: en wie daar meer over weet mag het altijd laten weten. Natuurlijk, pogingen vanuit de hoek van dom links om te ontkennen dat die heel brede verbetering er is geweest (de rijken moeten immers rijker worden, en de armen armer, remember?) zouden wat sterker voor de dag moeten komen dan “ze hebben niets van statistiek begrepen” of “de cijfers kloppen niet” - om van “jamaar, vroeger waren ze gelukkiger” te zwijgen (allemaal echt gezien!). Die dingen zouden ze ofwel minstens op het niveau van de geciteerde historici moeten argumenteren, ofwel mogen ze proberen de fouten uit de assumpties hierboven te halen (m.i. de meest waarschijnlijke strategie).

En zo, wie weet, leren we misschien nog wel allemaal wat bij.

-----------------------------------------
(1) bv. Cipolla, Before the Industrial Revolution, chapter 5
(2) McNeill & McNeill, The Human Web, A Bird's Eye View of world History, 2,003, hoofdstuk VIII, § 3 ("population and urbanization").
(3) Maddison, The World Economy, A Millennial Perspective, tabel 1 - 5b