donderdag 14 mei 2009

En hij strafte God...

Een bizarre conversatie van heel lang geleden komt af en toe door mijn hoofd spoken; in het bijzonder wanneer ik opschudding (1) zie over een boek met “godverdomse” in de titel. Gezien het onderwerp zou ik gezworen hebben dat het zich ooit op usenet heeft afgespeeld, en tegelijk staat het me voor dat ik het op een dag (vermoedelijk een nacht) heb bijgewoond in een Antwerps café. Het geheugen speelt ons soms vreemde parten: ik moet concluderen dat ik het gewoon niet meer weet.

De gesprekspartners waren twee Nederlanders (dat klopt met een usenet conversatie, maar het klopt ook met een nachtelijk Antwerps café...). De ene had iets van die oersterke Hollandse nuchterheid over zich, en daarmee verklaarde hij, doodkalm, op de toon waarmee je uitlegt wat je doet tegen klaver in je gras, dat hij zich geregeld van de term “Godverdomme” bediende. Hij deed dat om God te straffen. Immers, streng gelovige landgenoten hadden hem verzekerd dat het God veel verdriet en pijn deed wanneer mensen dat soort termen lieten vallen. Nu geloofde hij niet in God, maar een mens weet natuurlijk nooit zeker. Hij geloofde wel in een realiteit waarin mensen geregeld “veel verdriet en pijn” moesten lijden. Zoveel pijn, zelfs, dat je af en toe – wat ik zeg: heel erg vaak - gaat denken: “het zou toch niet mogen, dat we leven in een universum waarin dit mogelijk is” (2).

En dus, gewoon voor het geval er toch een God bestond, en die toch “veel verdriet en pijn voelde” wanneer iemand godschlasterlijke tael sprak, en die tenslotte ook oppermachtig genoeg was om de mensheid een hoop “verdriet en pijn” te besparen, had hij besloten geregeld de term “Godverdomme” te gebruiken. En wel op die momenten waarop de eventuele verantwoordelijke voor de stoten die we geregeld te zien krijgen wel eens op pijnlijke wijze op zijn nummer mocht gezet worden.

Mocht je nu grote ogen opzetten bij de gedachte waar sommige mensen zich mee bezig houden, dan is dat nog niets bij de grote ogen die een andere Nederlander opzette: die was namelijk één van die streng gelovige landgenoten van hem. Dat is één van de redenen waarom ik denk, ondanks de levendigheid waarmee ik het tafereel voor mijn ogen zie, dat het een goed geschreven usenet dialoog moet geweest zijn, maar soit. De gelovige Nederlander probeerde de Nederlander met gevoel voor rechtvaardigheid te herinneren aan het feit dat God niet alleen “verdriet en pijn” kon voelen, maar wel degelijk ook oppermachtig was. En dus kon dit wel eens een verhaal worden dat later een niet zo beste afloop zou hebben: namelijk in de eeuwige vuren van de hel. Ik verzeker je, die gelovige Nederlander bracht deze mededeling temidden van een enorme ontsteltenis.

Maar niets hielp. Onze scepticus geloofde immers niet in hel en verdoemenis? En bovendien, als het allemaal toch waar was (3), dan was de toestand toch hopeloos, hij had zichzelf al lang de hel in godverdomd. Dus wat kon hij in ruil nog beter doen dan die kleinzielige, wraakzuchtige God zoveel koekjes van eigen deeg als mogelijk te serveren, en hopen dat het, in ruil voor dat eeuwige hellevuur, Hem inderdaad veel “verdriet en pijn” berokkende?

Hoe verder de conversatie zich ontwikkelde, hoe ontstelder de gelovige Nederlander reageerde. Wantrouwige geesten zouden gaan vermoeden dat de sceptische Hollander, zeker als je ook die ijzeren nuchterheid in rekening neemt, zijn filosofie misschien niet echt zo heel letterlijk toepaste, maar alleen maar een beetje deed alsof, een beetje om een punt te maken. En hij heeft zijn punt gemaakt, want hoewel het gemakkelijk tien en meer jaar geleden kan geweest zijn, de conversatie komt me nog geregeld voor de geest...

-------------------------------------------------------

(1) http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DMF20090514_035

(2) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2008/03/contrasten.html

(3) http://speelsmaarserieus.blogspot.com/2006/02/ik-wil-een-film-maken_11.html


Geen opmerkingen: